Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

GR10 2008 - Pyreneeën west

GRANDE RANDONNÉE NO 10
Deel 1: HENDAYE – ETSAUT ± 220 km


Pas de l’Osque


Wat is de GR 10?
Toen ik dat voor de eerste keer wilde weten heb ik de GR-10 wandelgids gekocht, die is geschreven door Ton Joosten. Daarin las ik dat de lange afstandswandeling GR 10, Grande Randonnée no 10, dwars door de Franse Pyreneeën voert van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee. De GR 10 bestaat inmiddels enkele tientallen jaren en is uitgegroeid tot een echte Pyreneeën klassieker. De route is witrood gemarkeerd en ongeveer 940 km lang. Het betreffen vaak goed uitgetreden paden die gemakkelijk te volgen zijn. Gemakkelijk is in dit geval een relatief begrip. Mist en laaghangende bewolking kunnen de oriëntatie behoorlijk lastig maken. Kompas en kaart of GPS zijn zeker nodig. Verder daalt de GR 10 steeds weer naar de bewoonde wereld waardoor er veel geklommen en gedaald wordt; gemiddeld duizend meter klimmen en duizend meter dalen per dag. Er moet dus een zware inspanning worden geleverd, zeker door mensen die zoals ik met een rugzak van vijftien kilo rondlopen. Toch is de GR 10 gemaakt voor ‘gewone’ mensen die zonder stijgijzers en pickel door de Pyreneeën willen trekken.

wolken zakken in het dal van Larrau
 
De lengte en de beschrijving van de etappes in de wandelgids zijn afgestemd op de aanwezige gite d’étapes. Dit zijn eenvoudige onderkomens, meestal in de bewoonde wereld, met een gemeenschappelijke ruimte, douches, vaak een keuken en een of meer slaapzalen met matrassen. Doorgaans wordt er ook een warme maaltijd en ontbijt geserveerd. De prijzen in 2008 varieerden tussen de € 26 en € 30 voor half pension en € 10 voor alleen een slaapplaats. Soms kan er ook gekampeerd worden.

Waarom de GR 10 voor mij?
De afgelopen tien jaar heb ik vrijwel al mijn wandelingen gedaan in Groot-Brittannië. Ik wilde eens verder kijken en van Jan, die ik vorig jaar in Schotland ontmoette (zie mijn West Highland Way verslag), hoorde ik over de routes in de Pyreneeën. Daarna nog wat Googlen, gids en kaarten kopen, en de vliegreis was geboekt. En daarom kan ik hieronder vertellen over mijn wandeling 2008 in de Pyreneeën.


Moeizame reisdag
(Dinsdag 09 september)

Nadat we terriër Jack naar oma hebben gebracht brengt Judith me naar het station. Na een kort afscheid kom ik er in de stationshal achter dat we ook langer afscheid hadden kunnen nemen. Het tafereel heb ik eerder dit jaar meegemaakt toen ik met Frank een wandeling wilde maken op een traject van het Hollands Kustpad. Een grote groep mensen die onrustig en tegelijkertijd, vreemd genoeg, apathisch staart naar het digitale vertrekscherm. Behalve de lichtkrant beweegt er niets. Er is weer een keer een storing in en rond Amersfoort. Navraag leert dat de storing al uren duurt en nu net is afgelopen. Men tracht het treinverkeer weer op gang te krijgen. Via een drietal opties en dito perrons beland ik tenslotte in een internationale trein naar Schiphol.
Slechts 10 minuten te laat vertrek ik om 11.35 uur. Vertrekken is echter een groot woord. Vanaf Hilversum is de trein niet meer vooruit te branden. Met de snelheid van een goederentrein en daarbij behorende stops op onverwachte stations en in weilanden bereiken we uiteindelijk om 12.40 station Schiphol. Die tijd wist ik toen ik er daadwerkelijk stond, maar onderweg zag ik mijn uiterste boarding time snel naderbij komen. De NS voor de betere stress.
Ik heb nog geluk dat ik gisteren al via internet heb ingecheckt en daarom direct naar het zgn. bagage dropp off point kan. Tientallen anderen, waarvan velen ook te laat, hebben dezelfde intentie. Om 13.05 heb ik mijn bagagelabels en word ik verzocht mijn rugzak weer ergens anders af te geven. Hij moet naar de ‘odd size luggage’. Het ‘boarden’ begint al om 13.25 dus rap richting naar ‘mijn’ Gate. Onderweg nog snel even naar de WC. Ik sluit aan als laatste in de boarding rij en om 13.35 zit ik in mijn seat. Hoe simpel kan het gaan.

station Pau
Het thema ‘omgaan met teleurstellingen’ stond vandaag ook op het programma. De vlucht naar Pau verliep normaal. Omdat de op internet aangegeven shuttlebus naar het station is opgeheven wordt het een taxi waarvan ik de kosten, € 26, kan delen met een andere Nederlandse man. Op het station wordt mijn pinpas niet door de automaat geaccepteerd maar via een aardige juffrouw achter de moderne balie wordt ik uiteindelijk keurig van een ‘billet’ voorzien. Om 17.55 vertrekt de trein naar Bayonne waar ik om 19.34 overstap op de trein naar Hendaye. Deze treinen rijden allemaal hard en komen op tijd aan.
Station Pau
Thuis had ik op Google al mijn bestemming, Hendaye-Plage, uitgebreid bekeken. Zowel de plattegrond als de satellietfoto’s van de omgeving van het station en de weg naar de camping heb ik bestudeerd; slechts ± 800 meter. Het station op die foto’s was een klein bakstenen gebouw omgeven door witte auto’s. Toen we daadwerkelijk met de trein in de buurt van Hendaye-Plage kwamen luisterde ik aandachtig naar de omgeroepen stationsnaam: ‘Les deux Jumeuax’. Dat is niet hetzelfde als ‘Gare Hendaye-Plage’ zoals op internet dus zitten blijven.
Bij het wegrijden passeerde mijn wagon het eerder omgeroepen stationsgebouw. Het leek verrassend veel op de satellietfoto’s en er stonden allemaal witte campers omheen. Aan de noodrem trekken leek mij wat overdone. Met een meewarige glimlach dan maar mee naar het hoofdstation van Hendaye. Voor de trein slechts vijf minuten, te voet terug met de rugzak 40 minuten. Zoals dat dan hoort begon het ook flink te plenzen waardoor ik dus om 20.30 al in het donker, gekleed in regenjack en regenbroek, het stationsgebouw verliet. Hoe creëer je je eigen avontuur.
De rest van de avond verliep in gelijke stijl. Vanwege de regen besloot ik niet meer naar de voorgenomen camping te gaan maar mijzelf te ‘verwennen’ met een hotelkamer. Ook met die optie had ik vooraf rekening gehouden. In de wandelgids stond een hotel in Hendaye-Plage aangegeven: ‘Hotel de Paris’. Toen ik om ongeveer 21.15, druipend van de regen, eindelijk dit hotel gevonden had bleek het te koop te staan.
Dan maar eerst naar een afhaalpizzeria waar ik onderweg langs gekomen was. En vervolgens alsnog naar de camping. Na wat heen en weer gezoek in het donker bereik ik die om ongeveer 21.45 en kan ik eindelijk mijn tent opzetten, Judith over de vorderingen inlichten, lekker douchen en slapen. Hoe vul je je eigen avond-uur.




Aardige Fransman
(Woensdag 10 september)

Het positieve van een dag als gisteren is dat je hem lang herinnert en dat de volgende dag bijna altijd veel beter is.
Ik sta om ongeveer 07.30 op en om ongeveer 09.15 verlaat ik onder een stralend blauwe hemel de camping. Ik negeer daarbij de receptie. Gisterenavond was hij ook gesloten dus waarom zou ik nu ineens gaan kennismaken. Na 10 minuten loop ik langs het strand waar de eerste lokale wandelaars in badkleding door de branding kuieren. Een heerlijk ontspannen gezicht. Dit strand is Frans. In de verte zie je het strand van Irun in Spanje. Je staat hier letterlijk in de hoek van de Golf van Biskaje.

daar in de hoek ligt de grens tussen Frankrijk en Spanje
                                
naar het noorden ziet het er zo uit, met om 9 uur al badgasten

Nog wat foto’s maken van het startpunt, het casinogebouw, daarna wat eten en op zoek naar een camping-gaz tankje. Het ontbijt bestaat dit keer uit een baguette met des saucisses en twee pains au raisins. Een halve baguette gaat terug in de rugzak, die is voor vanmiddag. In Hendaye-Plage loop ik zoekend rond maar vind geen supermarkt voor het gastankje. Ik kijk blijkbaar zo vragende dat een oudere Fransman mij aanspreekt en daarna aanbied mij naar Hendaye-stad te brengen om me in de buurt van enkele grote winkels af te zetten.

Even later rij ik dus weer de kilometers die ik van gisterenavond herken. De eerste winkel van ‘Champignon’ is geen succes, maar de nabijgelegen grotere broer heeft alles wat ik zoek. Wie kom ik na het verlaten van de winkel tegen: dezelfde aardige Fransman. Hij legt me uit hoe ik nu moet lopen om op de route te komen en bedenkt zich onderwijl dat het stuk door de stad eigenlijk niet leuk is en bied nu aan om me te brengen naar een punt buiten de stad waar de natuur begint. Aldus sta ik hem om 11.00 uur, op kilometer 5 van de route, voorzien van etensvoorraad en gastank, hartelijk te bedanken voor zijn hulpvaardigheid. Hij was zelf ook een randonneur en kende het gevoel in zo’n vreemde stad. Randonneurs en pensionado’s onder elkaar verbroederd.

Startpunt GR10: Het casino Hendaye-Plage

Boulevard General Leclerc
De wandeling zelf was mooi. Er valt niet zo veel over te vertellen. Het stijgt gestaag met afwisselend bos en grasland zoals je ze ook in andere gebergtes ziet. Dit gedeelte van de Pyreneeën is nog niet zo hoog en ruig.

Je kunt lang de kust zien en soms tientallen kilometers kijken in de richting van St Jean de Luz en Biarritz. Het vorderen op mijn 1:50.000 kaart gaat langzamer dan op de gebruikelijke 1:25.000 kaart. Regelmatig moet ik een stukje terug op mijn kaart.




Om 15.00 pauzeer ik bij de zgn. Col d’ Ibardin. Daar op de grens tussen Frankrijk en Spanje staan net op Spaans grondgebied een aantal winkels en restaurants die leven van het prijsverschil tussen de beide landen op alcohol, sigaretten en brandstof. Een liter benzine is in Spanje € 0,35 goedkoper! Mijn Spaanse cola’s en omelet smaken prima. Vanaf de Col d’Ibardin heb je al een goed zicht op de achterliggende berg La Rhune.


Voor vandaag staat als eindpunt in de gids een gite d’étape in de omgeving van Ohlette. Tegen 18.00 bereik ik een mooi grasveldje op ongeveer 30 minuten ten westen van de genoemde gite. Er staat al een echtpaar dat na een paar aanloopzinnen tot mijn verrassing Nederlands is. Ze hebben er geen bezwaar tegen dat ik mijn tent daar ook op zet. Onder genot van een bekertje wijn worden details uitgewisseld en begin ik daarna aan de was in de hoop dat die nog droogt in de heerlijke zon. De was lukt met water uit een nabije vee-drinkbak die is aangesloten op een bron. Waar ik me op verkeek was de matige kracht van de zon. Al anderhalf uur later zakt de zon achter de berg van morgen: de eerste echte berg van Baskenland: ‘La Rhune’. Wat ik me ook niet goed gerealiseerd heb is de vroege inval van de duisternis half september. Na nog wat met tegenzin lezen in ‘Schuld en Boete’ van Dostojewski moet ik wegens gebrek aan licht al om 21.30 gaan slapen. De Belgische jongeren die er later zijn bijgekomen, kwaken nog wat door alsof ze op een privé camping staan.




Hotel
(Donderdag 11 september)

Met onderbrekingen doorgeslapen tot 08.00! De rest sliep nog. Tijdens het inpakken hoor ik van passerende Fransen dat het vanmiddag gaat regenen. Oh ja, en morgen en overmorgen en zondag ook. Na deze aanmoediging heb ik nog wat gegeten en ben ik om ± 09.15 op pad gegaan. 45 minuten later krijg ik bij de gite d’ étape van Ohlette water waardoor mijn rugzak weer bijna 2 kilo zwaarder wordt. Om 11.15 bereik ik de zgn. Col des Trois Fontaines waar ik in de aanwezigheid van een aantal paarden rust en eet.
Col des Trois Fontaines

Na het passeren van de toeristische tandwielbaan aan de oostzijde van de La Rhune begint de afdaling naar het volgende dorp: Sare. Onderweg begint het te regenen zodat ik in regenkleding dit dorp bereik. Daar gaat de regen over in stortbuien met windvlagen die ik vanonder een klapperend zonnescherm gadesla. Tussendoor doe ik inkopen bij de lokale kruidenier, waardoor ik na 2 marsen en de obligate cola weer verder kan. Wat ik van Sare zie ziet er aantrekkelijk uit, maar het weer nodigt niet uit tot een extra rondwandeling.

Het vervolgtraject naar het eindpunt voor vandaag, Aïnhoa, is niet bergachtig maar licht glooiend. Alleen slingert de route enorm langs de Spaanse grens. Op de meest onverwachte, afgelegen plekken stuit je daarbij op restaurants, winkels en benzinepompen. In de bossen voor Aïnhoa haal ik een Frans groepje in van drie meisjes en een jongen. Gisteren had ik ze al gezien toen ze onze overnachtingsplek passeerden. Nu zaten twee meisjes zielig onder hun poncho. Dat kan nooit leuk zijn. Later heb ik ze nog één keer gezien. Daarna zijn ze waarschijnlijk opgelost.

Later die middag dwing ik me zelf nog tot een hardlooptraject, als ik erachter kom dat mijn pet, die ik tijdelijk aan de rugzak had bevestigd, verdwenen is. Zonder rugzak ren ik terug om na een kilometer helaas zonder pet weer om te keren. Balen, want door die pet hoef ik niet zo snel mijn capuchon op te zetten en blijft mijn bril droog. Gelukkig vind ik hem op de terugweg alsnog. Hoe je van iets simpels weer blij kunt worden.
Vanochtend heb ik mijn laatste droge kleren aangedaan en de nog natte was keurig in plastic zakken ingepakt. Inmiddels zijn mijn kleren ook niet meer droog. De afdichtings-banden in het regenjack dat ik vorig jaar in Schotland heb gekocht blijken niet bestand tegen het schuren van de rugzak en laten langzaam los.

Om 18.00 loop ik Aïnhoa binnen waar het idee van een nacht op een natte camping mij niet echt enthousiast maakt. Daarom schrijf ik deze aantekeningen om 19.30 in de prachtige eetzaal van een hotel. Na een glas meloensap, een toastje ham en onder het genot van een glas bier, heb ik gekozen voor iets dat wordt aangeprezen als een traditioneel Baskisch menu. Het voorgerecht blijkt een koude tomatensoep afgezet met vier bolletjes komkommermoes, het hoofdgerecht een lamspoot met witte bonenpuree, het nagerecht een design ijsje. Voldaan ga ik daarna naar mijn kamer om mijn natte kleren tot in de lampenkap te drogen op te hangen. Voor € 80 mag je ook wel wat intensiever van het interieur gebruik maken.






Geitenstal
(Vrijdag 12 september)


Terugblik op Aïnhoa

Ik heb prima geslapen. Helemaal uitgerust ben ik echter nog niet. Ik voel me minder getraind dan vorig jaar of mijn rugzak is zwaarder. Of moet je hier stiekem toch meer klimmen. Vandaag gaat mijn geplande etappe naar Bidarray, volgens de gids ruim 20 km, 7¼ uur lopen exclusief rusttijd, 740 meter klimmen en 710 dalen. Dat blijkt later zonder het zoeken naar een overnachtingsplek.
In de hal van het hotel trek ik om 09.00 mijn regenpak al aan. Daarna ga ik eerst op zoek naar een winkel om een echt ontbijt te kopen. Dat vind ik honderd meter verder in een klein winkeltje in de vorm van twee pains au raisins en twee pains au chocolate, waarvan ik er direct twee opeet onder het genot van een kop koffie die ik spontaan krijg aangeboden. Op mijn vraag of ze ook sandwiches verkopen wordt er ter plekke een voor me gemaakt. Zo heb ik voor de lunch nu een halve baguette met jambon.


Direct buiten Aïnhoa wordt ik geconfronteerd met iets dat ik als ex-katholiek herken van vroeger. Traag klimmend dringt het langzaam tot mij door dat ik mij op een kruisweg bevind. De staties worden gevormd door grote witte kruizen die met tussenafstanden van honderd meter omhoog voeren.



Halverwege passeer ik een Mariabeeld en op het eind staat een kapel met op enige afstand net als op de berg Golgotha de drie kruizen waar levensecht een Christusfiguur en de belendende misdadigers hangen.



Dit is wat anders dan vroeger als kind rennen langs de staties. Zo’n lange klim is ideaal om te mediteren. Het gaat zo langzaam dat je je gedachten zo wie zo moet verzetten. Er is tijd genoeg. Bij mij komen er echter geen filosofische of devote gedachten omhoog. Meestal bedenk ik wat ik hierover in mijn verslag kan schrijven. Ik bedenk dan prachtige verhalen. Zo schrijf ik virtueel een paar A4tjes per dag vol die tegen de tijd dat ik mijn notities bijwerk zijn geslonken tot tien zinnen met wat standaard kreten. Wat ik ook weer kwijt raak is het contact met mijn kaart zodat ik weer minder ver ben dan gedacht.

Tot ± 12.30 dreigen de wolken en regelmatig blijft het niet bij dreigen. Daarna kan ik eindelijk mijn regenbroek uittrekken.
Donkere Wolken

vijf minuten later  

tien minuten later toch regen
Nadat ik het hoogste punt voor vandaag, de Col de Mehatche, gepasseerd ben, zie ik op mijn kaart dat er nog twee steile afdalingen zullen komen. Na een heerlijk strook boven op de berg volgt er plots een stuk dat vrijwel recht naar beneden gaat. Ik ben blij dat ik mijn overhangende rugzak kan compenseren met mijn twee stokken. De GR10-route op mijn kaart is eventjes achteloos over een woud van hoogtelijnen getrokken. Met 1 cm op de kaart ben ik uiteindelijk vijfenveertig minuten bezig. Maar het is wel leuker dan die asfaltweggetjes van gisteren. Onderweg hoor ik van vier tegemoetkomende Britten dat het morgen nog spannender is. Ik ben benieuwd.

















In Bidarray ligt de camping op een andere plek dan op de kaart aangegeven. Ik word doorverwezen naar een zgn. refuge voor pelgrims. Na weer een extra kilometer en een afdaling, die morgen weer beklommen moet worden, bereik ik een eenvoudig huis met enkele kleinere huisjes ernaast en erachter. Een aardige mevrouw begeleidt mij even later naar de camping. Terwijl ze mij wijst naar een nat grasveldje van twintig bij twintig meter vertelt ze dat kamperen € 6 kost, maar dat ik voor € 10 een huisje met bed kan krijgen. De keuze is snel gemaakt. Het Spartaanse huisje, dat naar ik later zie een omgebouwde geitenstal is, heeft wel alles waar een trekker mee tevreden is: een hete douche, een toilet, een keuken met tafel, twee kleine kamertjes met dito kleine bedjes. Met andere woorden een prima huisje voor een klein mannetje.



       
Na mijn rijstmaaltijd uit de rest-overs van voorgangers, aangevuld met de eerder gekochte studentenhaver, kan ik er weer helemaal tegen. En terwijl de regen klettert op mijn geitenstalletje zet ik nog een kop koffie en mobiel ik naar Hoevelaken waar ik hoor dat de situatie op Judith’s werk is gestabiliseerd en Maxime moe is teruggekeerd van haar schoolkamp.







Koud, wind, nat, link
(Zaterdag 13 september)

Ik heb er zin in en voel me weer sterk. Dat terwijl mijn lichaam stijf is bij het opstaan. Ik moet er dit jaar aan wennen dat het om 07.00 nog donker is. Om op tijd op te staan kan ik niet meer blijven liggen tot het goed licht is. Ik wil niet meer, zoals bij de eerste nacht, pas om 08.00 wakker worden want dan is het al 10.00 uur voordat je goed op gang bent.
Deze vierde loopdag gaat de tocht naar St Etienne de Baïgorry. In theorie 6 ½ uur lopen, maar ik heb al gemerkt dat ik er, ook zonder de rusttijd mee te tellen, langer over doe dan de aanwijzingen in de gids. De afstand is slechts 16 km maar er staan 1250 stijg- en 1238 daalmeters aangegeven. Wat ook niet in zo’n gids kan worden voorspeld is het weer. Wederom in volledige regenkleding stel ik het vertrek vanwege een stortbui uit.

Het werd een K-dag. Na een kort bezoek aan de lokale winkel begin ik aan een lange klim in de regen. Een uur later klauter ik langs rotsblokken met aan beide zijden een redelijk diep dal. Naast de regen neemt de wind naarmate ik hoger kom toe en loop ik allengs meer in de wolken. Er volgt een passage langs gladde rotsen omhoog waar ik naar beneden kijkend zie dat ik geen fouten moet maken. Gelukkig is de route goed bewijzerd met geverfde wit-rode strepen op de stenen.

Ook tijdens de uren die volgen boven op de bergkam loopt het pad regelmatig in de buurt van de steile rand. Ik ben blij dat er naast de wit-rode strepen ook nog veelvuldig wegwijzende cairns/steenhopen zijn gemaakt door voorgangers. Van het mooie uitzicht dat bij helder weer zelfs nog tot aan de oceaan schijnt te gaan zie ik niets. Ik loop er in mijn eentje en koekeloer vanuit mijn capuchon door mijn beslagen brilletje naar buiten. Meestal is dat geconcentreerd naar beneden om mijn voeten goed neer te zetten op de natte rotsen en gladde grasstroken. Mijn Schotse jas geeft het steeds meer op. Ik heb het nat en krijg het koud.
Het is al 14.30 als ik er via een wegwijzer achterkom dat ik net voorbij de Pic de Toutoulia ben en het nog vier uur lopen is via de officiële route. Tegen mijn gewoonte in besluit ik de route te verlaten en daal ik af om via een alternatieve route in het dal verder te gaan. Ik wil verder geen risico’s nemen. Het staat zo dom als je bijvoorbeeld door onderkoeling ziek wordt of, nog erger, van een berg afgehaald moet worden. Iets wat helaas nog weleens gebeurt als ik later in de tocht kijk naar de regelmatig voorbij komende reddingshelikopter.

Ik besluit voor het eerst een gite d’ étape te proberen. Het is 18.00 als ik net voor Baïgorry de gite binnen loop. Het is een schoon onderkomen met op de tweede etage een breed plateau met een achttal matrassen. Ik ontmoet er Andreas, een vijftigjarige Zwitser, die bezig is met een driemaanden lange sabbatical.
‘S avonds weet ik hem echter niet te vinden in een lokaal restaurant want de dag eindigt geheel in stijl. Lekker gedoucht en in droge kleren verlaat ik om 19.00 de gite en loop opgewekt en niet meer geconcentreerd klakkeloos de verkeerde kant op. Na een km dringt het echt tot mij door dat ik allang in het stadje had moeten zijn. Dus na twee km in de andere richting bevind ik mij in de bebouwde kom waar het seizoen voorbij is en twee restaurants gesloten zijn. Bij een derde zie ik vanuit het donker door de ramen dat de mensen zo chique gekleed zijn dat ik geen zin heb om in mijn wandelbroek en op sandalen voor joker te zitten. Daarna ga ik naar de afhaalpizzeria en wandel ik al etend terug. Gelukkig regent het. Om 21.40 trek in mijn natte sokken uit en eindigt deze superdag in ieder geval droog. Snel vergeten.




Droog
(Zondag 14 september)

Eindelijk geen regen als ik de volgende morgen met Andreas naar het stadje loop waar hij direct verder gaat en ik eerst nog inkopen doe voor de lunch. Als ik eenmaal op pad ben verschijnt tussen de wolken zelfs enkele keren de zon wat aparte lichteffecten geeft.
Onderweg weet ik ook nog van redelijk dichtbij een gier die een kudde schapen bespied te fotograferen. Ook zie ik op vochtige hellingen tussen de varens bloemen die veel lijken op krokussen, gezien het jaargetijde moeten het herfstkrokussen zijn. Het letterlijke hoogtepunt van de dag is de berg Monhoa met een schitterend uitzicht in alle richtingen.
gier loert op schapen


herfstkrokus?

handgrote vlinder

Kuddementaliteit

De route eindigt in de vestingstad St Jean Pied de Port waar ik besluit twee nachten te blijven om te rusten en om op mijn gemak rond te kijken. Eindelijk haal ik op de camping municipal mijn stinkende tent uit de rugzak. Na de eerste nacht heb ik die er nat van de dauw ingepropt.

’S Avonds merk ik dat het een druk stadje is met veel pelgrims op weg naar de zgn. Camino; de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Omdat ik alleen ben en alles in het restaurant bezet is wordt ik bij vier anderen aan tafel geparkeerd. Drie ervan blijken Nederlandse broers die ter nagedachtenis aan hun overleden vader de tocht lopen. Voor dit jaar beëindigen ze precies vandaag hun eerste deel: van Puy-en-Vélay naar hier, 800 km, in slechts vier weken. Kijk dat is nou doorlopen. Het was ze met hun ingevallen wangen ook aan te zien.
Via hen en ten dele rechtstreeks als mijn Frans dat toeliet had ik ook nog een conversatie met een Colonel de l’ Armee de Terre en retraite, wat overeenkomt met een Franse kolonel buiten dienst maar net iets mooier klinkt. Hij had, net als zijn vrouw, ook de tocht in delen gedaan. Alleen was hij een jaar eerder begonnen en had hij de tocht inmiddels geheel afgerond. Zijn vrouw was zelfstandig nog met een ander deel bezig. Ik begreep niet precies waar. Ergens.
         






Pelgrims
(Maandag 15 september)

Vandaag heb ik de binnenstad van St Jean Pied de Port bekeken. Het is een ommuurde middeleeuwse vestingstad waarvan de muren er ook nog allemaal staan. Er boven domineert een imposante citadel uit de tijd van koning Lodewijk de veertiende. Alles gericht tegen de toenmalige opdringerigheid van de Spanjaarden. Dit soort verdedigingsbolwerken tref je op alle doorgangen door de Pyreneeën. De ommuring geeft het huidige St Jean PdP met zijn kleine straatjes, kerk, poorten en oude huizen een gezellige sfeer.
Hieronder een aantal impressiefoto's;









opgang Citadel
Porte du Roi, toegang tot de citadel

Citadelingang

Wat evenveel in het oog springt is de alom aanwezigheid van de pelgrimage naar Santiago de Compostella. Zijn het niet de pelgrims zelf met hun rugzakken en de daaraan geknoopte schelp, dan zijn het wel de borden, de gevelversieringen en zelfs een heus informatiekantoor op de hoofdroute door het oude centrum. Verder kun je in vrijwel elk restaurant een zgn. pelgrimsmenu bestellen dat bestaat uit een stevige soep, een koolhydraatrijk hoofdgerecht en voedzaam nagerecht.



Naar wat ik verneem is St Jean PdP de klassieke doorgang door de Pyreneeën naar Spanje om op de eerder genoemde Camino te komen. Daarnaast zijn er nog wel enkele andere, waaronder die langs de kust, maar nergens heb ik een zelfde drukte gezien. Ik kom er ook achter dat velen de pelgrimstocht in delen doen waarbij St Jean PdP blijkbaar een goede stopplaats is. Zo ontmoet ik later op de camping een zeer energiek ogend ouder echtpaar dat compleet met rugzak vanuit de omgeving Dijon net hun eerste 1200 km hier afsloot om volgend jaar de rest te lopen.


Op de camping zie ik ook het Nederlandse echtpaar waarmee ik op de eerste avond in de omgeving van Ohlette in het vrije veld heb gekampeerd. Van hem hoor ik dat zij vanwege de regen per trein naar hier zijn gekomen. Zij is net als de eerste keer niet echt geïnteresseerd en blijft in haar boek lezen. Die zal ik niet meer lastig vallen.


Later loop ik wel Andreas de Zwitser tegen het lijf. Hij heeft ook een rustdag genomen om rond te kijken. Met hem spreek ik af om samen te gaan eten. Dit keer weet ik hem ’s avonds wel te vinden. Tijdens de maaltijd vertelt hij dat hij oorspronkelijk de hele route van 950 km in één keer wilde lopen. Hij doet zo’n trektocht voor de eerste keer en heeft hem afgestemd op het overnachten in gite d’ étapes. Hij is er echter achter gekomen dat de meeste eind september zullen sluiten waardoor zijn voornemen niet meer mogelijk is.





Schapenstal
(Dinsdag 16 september)

Ik heb me net gewassen in een nabij stromende beek en lig nu om ± 18.45 in mijn groene tentje verstopt naast een schapenstal in een super groene wei. Wie zal mij hier in deze verlaten vallei nog lastig vallen?

Vanochtend ben ik om 08.30 van de camping in St Jean PdP weggelopen. Nog voordat ik me 1 km verder bevond was ik al twee keer aangeroepen: ‘pellerin, pellerin’, en dan in het Frans dat ik verkeerd liep. Beide keren kon ik ze geruststellen door te zeggen dat ik de GR10 loop en niet op weg ben naar Santiago.

Na een kilometer of zes kom ik Andereas tegen die tijdelijk de route kwijt is. Na enig zoeken en wat koeien aan de kant jagen komen we weer op het rechte pad. Gezamenlijk lopen we door naar het dorpje Estérencuby. Gisteren heeft hij telefonisch in de GdE van dit dorp een slaapplaats gereserveerd. Hij heeft er nu eigenlijk wel spijt van want het is pas rond 13.30. We drinken wat aan de bar van het lokale restaurant en ik bestel een sandwich die even later niet in de vorm van een halve baguette maar als een half pain te voorschijn komt.


Ik neem afscheid van Andreas en loop weer verder onder een heerlijke zon. Mijn eerste richtpunt is de GdE Kaskoleta waar ook gekampeerd mag worden. Maar het lopen gaat lekker en ik besluit door te lopen en in het veld te overnachten. Dan is de voorziene tocht van morgen ook wat korter. Volgens de gids gaat die bijna 8 uur duren, rust niet mee gerekend. Wel vul ik er mijn waterzak aan. Ik kom er gelijk met een oudere vader en zijn dochter. Wat de man dan nog niet vermoed is dat hij een dag later van een rots zal vallen en, gelukkig niet levensgevaarlijk gewond, door de reddingshelikopter zal worden afgevoerd. Dit hoor ik weer drie dagen later in Logibar. Een wandeltocht heeft een eigen communicatiecircuit en communicatiesnelheid.

Zoals gezegd lig ik nu dus ongeveer vier kilometer verder dan de GdE aan het eind van een stille vallei net voor een punt waar de route in één rechte lijn steil omhoog gaat. Maar dat zien we morgen wel weer. Rond 18.30 komen er toch nog twee Franse wandelaars voorbij die mij, zoals verwacht, niet zien.

Ik denk dus leuk verstopt in de middle of nowhere te liggen als tot mijn verrassing om 19.00 de boer zijn stal komt controleren.
Zelfs deze afgelegen en in mijn ogen oude troep wordt dus wel degelijk geïnspecteerd. Vanuit mijn tent vraag ik snel en beleefd of ik hier de nacht mag doorbrengen. Ik begrijp het antwoord niet helemaal maar het komt er op neer: ‘je ligt er nu toch al dus blijf nou maar liggen’. Hij wordt ingedeeld in de categorie aardige boeren.

Ik heb geen zin om in het hoge gras te koken. Als avondmaaltijd verdwijnen daarom achtereenvolgens het restant van de sandwich, een zakje notenmelange, een zakje kleine chirozo worstjes en een geitenkaasje. Het dagelijkse contact met Nederland is hier niet mogelijk. Het enige wat je hoort is de beek. Ik lees in mijn boek nog net hoe ene Raskalnikow twee mensen vermoord. Daarna wordt het om 20.30 donker.




Alles werkt
(Woensdag 17 september)

Na een zeer goede nachtrust sta ik om 07.00 op. Het lijkt wel of de wind warm is. De eerste anderhalve kilometer ging het gelijk in één rechte lijn van 658 meter naar ruim 1000 meter. Na een kort tussenstuk gaat het verder in toenemende wind omhoog naar ongeveer 1400 meter. Regelmatig neem ik de tijd om van de vergezichten te genieten. Ik kan nog een radarkoepel zien op een berg waar ik vier dagen geleden passeerde. Het landschap boven in de omgeving van de Site des Cromlechs d’Occabé met zijn prehistorische begraafplaatsen doet me denken aan de moors in Groot-Brittannië. Maar de omringende hoge bergen en de kuddes paarden en koeien passen daar niet in. Zodra je evenwel weer in de bossen loopt zou het net zo goed in Oostenrijk of in zuid Beieren kunnen zijn.


Terugblik op de Col d'Irau


In de bossen daalt het af naar het chalet Pedro waar je volgens mijn aantekeningen uit de gids lekker kunt lunchen. Maar dan moet het niet gesloten zijn, zoals vandaag. Maar het zit mee. Een kilometer verder bij een meertje tref ik een prima restaurantje in een omgebouwde oude boerderij of herdershut. Na een heerlijke omelet en een coupe de glace au café Liègeois op het zonnige terras ziet de wereld er nog beter uit.


Ik ga naar een plek op de kaart waar camping autorisé staat. Dat ligt midden in een mooi beschermd natuurgebied ongeveer 10 km van het dichtstbijzijnde dorp. Het is een gek idee. Deze plek heb ik vorig jaar al gepland en nu loop ik er naar toe. Na de ervaringen van de afgelopen dagen heb ik geen hoge verwachtingen. Maar deze worden hoog overtroffen. Het lijkt op een soort Staatsbosbeheercamping. Er is een veld voor alles wat elektriciteit wil en een paar ruime velden voor tenten. Op het eerste veld staat een aantal caravans en op het volgende daar sta ik en … ik. Vanwege de overweldigende drukte is de receptie vanaf eind augustus gesloten en moet je twee kilometer verderop in een soort Chaletdorpje, Iraty, inschrijven.

Ik denk dat ik dat even niet doe en mijn was ga ophangen in de zon. Maar verknipte Nederlander als ik ben val ik bijna van mijn geloof als ik op deze onbewaakte camping merk dat in het sanitairgebouwtje, dat bij mijn veld hoort, alles werkt. De toiletten, douches, wascabines, de afwasbakken alles is heel en heeft stromend koud en waar dat gebruikelijk is ook warm water. De verlichting geeft ook licht en ik kan zelfs mijn mobiel opladen. Waar vindt je dat nog? Als ik later voor het eerst deze vakantie in mijn zwembroek lig te zonnen moet ik er nog op letten dat ik niet verbrand. Dit is duidelijk anders dan Groot-Brittannië!




Slang
(Donderdag 18 september)


uitzicht omgeving Pic des Escaliers

08.30 ben ik weer op pad. Eerst naar het Chaletdorp waar ik niet op zoek ga naar de receptie maar in een klein winkeltje mijn etensvoorraad aanvul met een sandwich au fromage en twee snickers. De beklimming van de Pic des Escaliers valt me mee. Het is even vreemd als ik vlak bij het hoogste punt tegemoet gelopen wordt door een groep van wel vijfentwintig ouderen. In mijn geval moet je bij ouderen dus denken aan duidelijk zestig plussers.



Na enkele passages met prachtig bloeiende brem en heide daal ik af naar een asfaltweg waar ik voorrang moet verlenen aan een kudde schapen. Na weer enkele heuvels volgt er een drassig en modderig tussenstuk waar ik langzaam vorder. In gedachte verzonken schrik ik mij rot als er een meter voor me een slang het spoor oversteekt. Het was waarschijnlijk een adder.

Aan het eind van deze dagetappe volgt er een vervelende afdaling over een keienpad. Maar als ik tenslotte bij de GdE genaamd Logibar arriveer zit daar Andreas achter een groot glas bier. Van 50 meter afstand bestel ik er ook een.

St Engrace: dineren op niveau
(Vrijdag 19 september)

De nacht op de stapelbedden van de Logibar wordt regelmatig verstoord door toiletbezoek. Mijn lichaam voert vocht en zeker als er alcohol in zit momenteel sneller af dan normaal, vervelend. ’s Avonds heeft zich nog een kleine gezette man ingeboekt zodat we met zijn drieën in het kleine kamertje lagen. In moet er niet aan denken dat je hier in de zomer moet slapen met zijn twaalven.
Zoals normaal bij de GR10 moet er eerst weer worden geklommen. Dit keer loop ik samen met Andreas. Omdat deze etappe als lang en zwaar wordt gekwalificeerd (8 uur en 15 minuten, 21 km), kiezen we voor de officiële route en negeren de langere omweg over de alom aangeprezen hangbrug over de kloof van Holzarté. Noem het maar een soort lichaamsmanagement. Achteraf een gelukkige keuze omdat we een groot deel van de dag in de laaghangende wolken lopen.

gier in boomtop
Eenmaal boven nemen we nog wat rust op een bank. Pas ter hoogte van de Gorges de Kakouéta verbeterd het zicht. Storend is dat we daar ingehaald worden door het dikke mannetje van afgelopen nacht. Het is een Fransman die twee dagen later Jean-Pierre blijkt te heten. Niet meteen dat familiaire. Het laatste stuk naar de GdE lopen we samen.




In de GdE kies ik inmiddels bijna automatisch voor de stapelbedden. De vrouw heeft ook niet overdreven als ze op mijn navraag het begrip camping enigszins afzwakt. Hij/het ligt achter de GdE en is vier bij vijfentwintig meter. Er stond zowaar nog een tent. Ik moet wel even schakelen qua taal. Door al het gepraat in het Duits met Andreas vergeet je dat je in Baskenland bent waar ze bij contact met de buitenwereld Frans spreken.




De GdE was een oud gebouw tegenover de oude Romaanse kerk. De kerk is omgeven door een kerkhof met zeer decoratieve grafstenen en aandenken. Dat heeft hier in Baskenland duidelijk meer aandacht dan bij ons.




In de verwachting dat we de avondmaaltijd van ons halfpension arrangement in de gelagkamer zouden gebruiken gingen we om 19.30 het auberge gedeelte binnen. We werden echter naar een kamer erboven geleid en kwamen op slag in een andere wereld. De kamer had een authentiek balkenplafond, koperen ornamenten aan de muren en een grote schouw waar het vuur voor een genoeglijke warmte zorgde. Het eten, tomatensoep gevolgd door entrecote met rijst, en de wijn smaakt dan ineens ook veel beter.







Boven de wolken
(Zaterdag 20 september)


Andreas en ik in een groene gorge
Het ontbijt wordt gevormd door de bekende plakken van een pain met jam en honing. Ik blijf het een geknoei vinden dat je geen bord krijgt. We bevinden ons bij het ontbijt nog op een hoogte van 625 meter en op de kaart heb ik gezien dat we naar 1760 meter gaan. Voor de 11,4 km naar La Pierre St Martin wordt in de gids vijf uur uitgetrokken. Om 09.00 beginnen we gedrieën aan de klim door een prachtige nauwe gorge. Door het vochtige klimaat groeien er de mooiste varenachtige planten.
  
Le gardien
Vervolgens stijgt het verder door een bos. Na een tweede ontbijt vervolgen we door open velden. Door de laaghangende wolken lopen we daar zeker een half uur te zoeken voordat we weer op het goede spoor zijn. Het laatste uur lopen we zonder zicht over een eentonige kiezelweg die zich langzaam omhoog slingert. Als we om ongeveer 13.30 boven zijn schijnt gelukkig de zon. Ook liggend smaakt de lunch prima.

Onze Fransman, Jean-Pierre, gaat niet meer zo snel als gisteren. Toch zal Andreas hem aanmerken als een beroepsloper want gaande weg komen we er achter dat hij al deze bergen en paden al minstens één keer eerder heeft gelopen. Verder heeft hij naar zijn zeggen ook in IJsland veertien dagen met een rugzak van meer dan vijfentwintig kilo rondgetrokken. Daar zat ook voor veertien dagen eten bij want dat schijnt daar erg duur te zijn.

Het laatste stuk naar de refuge lopen we op de grens van Spanje en Frankrijk. Om 15.00 melden we ons bij ons nieuwe onderkomen in een Chaletachtig huis dat neerkijkt op het vrijwel verlaten skidorp La Pierre St Martin. Het meeste leven maken de schapen met hun bellen. Gedreven door onderlinge na-ijver schuiven ze als volmaakte vreetmachines continue voort over de pistes. Er loopt tot mijn verbazing ook een gemerkte hond tussen. De jongen van de refuge legt uit dat dat is om de schapen te beschermen tegen ongewenste belangstelling van beren. De beren zijn een aantal jaren geleden opnieuw in de Pyreneeën uitgezet. De hond bevindt zich het hele zomerseizoen voortdurend in de kudde en is volledig door de schapen geaccepteerd.
Ook in deze refuge zijn we de enige gasten. Gezeten in de overvloedige zon heeft de dienstdoende waard alle tijd om met ons te praten. We horen dat dit de laatste week is dat de refuge open is. De echte eigenaar is al met vakantie om de accu weer op te laden voor het winterseizoen. In zijn enthousiasme voor de omgeving prijst hij voor morgen een omweg aan via de zgn. Pic d’ Anie. Maar mijn lichaam zegt me dat ik morgen beter niet negen uur kan gaan sjouwen ook al schijnt het uitzicht op die ‘Annie’ prachtig te zijn. Verder hoor ik van mijn lichaam dat ik volgend jaar beter wat extra rustdagen kan plannen.







Gevaarlijk
(Zondag 21 september)


De hele dag lopen we onder een strak blauwe hemel, prachtig. Andreas en ik lopen weer samen omdat Jean-Pierre de omweg via de Pic d’Anie heeft verkozen.
We blijven nog enige tijd op hoogte en trekken door een sterk geërodeerd rotslandschap, een zgn. karstlandschap. Regelmatig lopen we langs indrukwekkende rotswanden vol met kloven.

Bij de Pas de l’Osque beoordelen we beide de markering verkeerd met gevolg dat we ons op een hachelijke manier via een uitstekend boompje met handen en voeten over de laatste steile meters heenwurmen. Met een zware zak op je rug geeft dat toch een andere beleving.


Terugblik richting Pas de l'Osque

Eenmaal de Pas de l'Osque gepasseerd daalt het af naar een volgende pas, de Pas d'Azuns. Daar heb je ook een mooi uitzicht op de Pic d'Anie.




We pauzeren in de omgeving van een herdershut, Cabane du Cap de la Baith, waar ze druk zijn met het bijeendrijven van de schapen.


De afdaling naar het mooie dorp Lescim is lang maar mooi. Lange tijd gaat het door het bos.



Eenmaal in dorp zien we af van het Gite. Andreas stelt voor gezamenlijk een kamer in de Chambre d’hôte te nemen. Dat blijkt een gelukkige keus.

Het is een van oorsprong prachtig authentiek ingericht hotelletje dat volgens de nieuwe Europese regelgeving te veel hout in de inrichting heeft en te brandgevaarlijk zou zijn. Dat is de reden dat het oude echtpaar, dat de regie heeft, nu hun eigendom een Chambre d’hôte noemt. Dat mag wel en is blijkbaar minder brandgevaarlijk. Wel mogen er nu nog maar vijf van de twintig kamers tegelijk worden bewoont. Overigens zijn de kamers zo antiek dat de lagere waardering Chambre d’hôte uit dat oogpunt niet overdreven is.

Jean Pierre voegde zich s’ avonds bij ons en onder zijn leiding hebben we goed gedineerd in het lokale restaurant waar hij gelet op de herkenning van de eigenaar al vaker had vertoefd.






Snel zonder climax
(Maandag 22 september)

Lescun alweer achter ons
Na het ontbijt in de prachtige eetzaal laat ik in de lokale winkel nog twee sandwiches maken. Spoedig ligt Lescun weer onder ons. Het is een mooie wandeling in de zon.


Toch gaat het deze dag nog flink omhoog naar de Col de Barancq. Het tempo van Andreas en mij ligt hoog. Eenmaal boven heb ik dit keer echt behoefte aan een rust. Het is goed dat dit de laatste dag is, voel ik. Jean-Pierre trekt weer bij als we boven rusten.

Voorbij de col heb je weer een schitterend uitzicht, onder andere op de berg die mij nu nog niets zegt, maar volgend jaar van dichtbij indruk zal maken als de Pic du Midi d'Ossau.




Borce is een mooi dorp vlak voor het eindpunt. We drinken er een bier op een terras. Ook hier horen we dat de tent volgende week dicht gaat.
Jean Pierre zwaar bepakt samen met Andreas in Borce









zicht op het eindpunt Etsaut

Al om 16.00 zijn we in de laatste etappeplaats: Etsaut. Het is geen mooi dorp. We gaan regelrecht naar de GdE die er ook niet echt fraai uitziet.

Het lijkt of mijn lichaam en geest bij aankomst in de GdE de knop omzetten. Gelijk begin ik mijn rugzak klaar te maken voor de terugreis. Verder voel ik nu de vermoeidheid opkomen. Voor het eten drinken we nog wat pastis in het café maar na de avondmaaltijd gaat de kaars langzaam uit. Na de maaltijd start ik nog een gesprek met een vreemde, alternatieve Engelse die alleen over de GR11 in Spanje loopt en vandaag de weg kwijt raakte. Volgens mij is ze die al langer kwijt. Als deskundige Jean-Pierre te hulp geroepen wordt kan ik het na enige tijd niet meer opbrengen om naar het geklets over wandelroutes te luisteren. Ik druip af naar mijn kamer. De anderen zijn nog even naar het café gegaan.







Uitgeteld
(Dinsdag 23 september)


Door het vele water drinken onderweg, een bier en twee pastis voor de maaltijd en wijn en water tijdens de maaltijd wordt het een onrustige nacht. Vervelend in een kleine kamer met twee stapelbedden. Bij het ontbijt hakt Andreas de knoop door en stopt ook met de wandeltocht. Om de tijd te doden lopen we nog even mee met Jean-Pierre die zijn wandeling nu met dagtochten vanuit de GdE gaat voortzetten. Een uur later staan we op de zgn. Chemin de la Mature. Dat is een uit de steile rotsen gehakte pad waar vroeger zware boomstammen over werden vervoerd. In deze mooie entourage nemen afscheid van hem.



Om even voor 12.00 verlaten we per bus Etsaut die ons brengt naar het stationnetje van Oloron St Marie. Vandaar brengt een zelfstandig rijdende wagon ons naar Pau waar ik Andreas bedank voor zijn gezelschap. De rest van de reis terug verloopt als een routine. Weg uit de zon met 21 graden, goede vlucht, aankomst Schiphol 18.15, 13 graden, motregen, en zowaar een spoorwegstoring.






Terug- en vooruitblik

Het was al met al een mooie wandeltocht. Weliswaar vond ik het landschap in Schotland aantrekkelijker en waren mijn ontmoetingen vorig jaar interessanter, de inspanningen en het klimmen in de Pyreneeën waren uitdagender en de uitzichten boven in de bergen mooier.
Wel ben ik veel vermoeider dan na de West Highland Way. De vermoeidheid hield ook na aankomst langer aan dan verwacht. Pas na enkele dagen was ik weer een aanspreekbaar deel van het gezin.

Toch heb ik voldoende beleefd en gezien om volgend jaar met geestdrift weer verder te gaan. Met Jean-Pierre heb ik de laatste avond al naar mogelijke etappes voor volgend jaar gekeken. Niet alleen zal ik ze korter maken maar ook meer rustdagen plannen. Door ze minder op gites af te stemmen zal ik een aantal nachten in de vrije natuur moeten overnachten. Maar dat is niet erg omdat ik volgend jaar zo wie zo weer meer in mijn tent wil slapen. Ik merkte dat ik ’s avonds eventuele ontmoete reisgenoten toch wel weer tref. Op die manier heb ik dan ook meer tijd en rust om de omgeving te bekijken. Verder zal ik volgend jaar de wandeling wat eerder starten; eind augustus. Dan is het ’s avonds langer licht en loopt het seizoen nog niet zo tastbaar teneinde.

Dus als alles goed is sta ik volgend jaar in de zon in Etsaut om voor de tweede keer naar de Chemin de la Mature te lopen en te kijken hoe het landschap er aan het eind van dat rotspad uitziet!


gedenkteken in Etsaut, au memoire et pour la gloire


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen