Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

GR10 2011 - Pyreneeën oost: Ariège - Carlit

VERDWENEN EN HERVONDEN

Deel 4: AULUS LES BAINS - LA CABANASSE
± 120 km hemelsbreed, ± 170 km gelopen

Op de Crête de Lhasse (2439m) met zicht op de crêtes waar we de dag tevoren liepen




















Verdwenen en hervonden
Deze subtitel heb ik gekozen uit de verschillende opties die ik verzon tijdens het hijgend omhoog ploegen op een van de vele klimmen. Dat voortdurend doorgaan op zo'n berghelling waarbij je constant bezig bent met het beoordelen van het pad om je voeten veilig neer te zetten leidt je af van veel gedachten en verschrompelt regelmatig het besef van tijd. Vreemd genoeg biedt die afwezigheid van andere gedachten weer ruimte tot het vertalen van de indrukken en de belevenissen in de mentale notities voor dit verslag.

Verdwenen en hervonden is een korte samenvatting van de tocht van dit jaar. Het staat onder andere voor een verdwenen leefwijze. Net als vorig jaar werd ik bij het zien van verlaten bouwsels geïntrigeerd door de gedachte dat hier begin vorige eeuw en in de eeuw daarvoor veel grotere gemeenschappen hebben geleefd in een omgeving die er toen totaal anders uitzag. Het staat ook voor de diverse keren dat we de weg kwijt waren en natuurlijk weer hervonden. Eenmaal waren we zelfs elkaar kwijt en het duurde meer dan een uur om elkaar weer in een kritische gemoedstoestand te hervinden. Het duidt ook op het kwijt raken van mijn oude petje. Na de eerst keer weer hervonden, maar bij de tweede keer definitief verdwenen. Tenslotte slaat het op een stuk verdwenen ego na te grote interesse van koeien in mijn toilettas. Met steun van Frank vond ik zowel mijn ego als mijn toilettas weer terug. Zijn kwalificatie 'aha (angsthaas) ebbelaar' werkte hierbij zowel louterend als ontnuchterend.

De route van dit jaar liep van Aulus les Bains (± 130 km ten zuiden van Toulouse) naar Mont Louis/La Cabarnasse (± 80 km ten westen van Perpignan). Met de geschatte afstand van ± 150 km was dat beduidend minder dan voorgaande jaren, maar de tweede optie om in een keer door te lopen naar de Middellandse Zee leidde weer tot een te groot aantal kilometers en daarmee tot een langere periode dan wij wilden. Het moet een wandelvakantie blijven en geen wandelverplichting worden. Daarnaast vinden Judith en Linda onze afwezigheid al lang zat; van 17 tot en met 31 augustus, dit jaar dus in totaal vijftien dagen waarvan twee reisdagen en een rustdag om Andorra te bezoeken.



De heenreis; een stappenplan met controle

(Woensdag 17 augustus)

'Weet u dat u een beperking heeft op uw rijbewijs?'. Nee dat wist ik niet. Ik sputterde nog wel dat ik alle rijbewijzen had maar dat nam de gemelde beperking niet weg bij de geraadpleegde centrale. De uitleg dat ik voor een wandeltocht naar de Pyreneeën onderweg was maakte in het donker om 04.15 in een klein straatje in Leusden nog niet de indruk die ik hoopte maar mijn wandelbroek moet toch enig vertrouwen hebben ingeboezemd. Na tien minuten kreeg ik mijn paspoort van de vriendelijke politieagenten terug en kon ik verbouwereerd dertig meter verder bij Frank aan bellen. 'Waar bleef je Ebbelaar?'. Ik kon hem nog net wijzen op de voorbijrijdende politieauto anders had hij mijn verhaal nooit geloofd. 

(slechts een nep sfeerbeeld)
Als domme burger die normaal op dat tijdstip slaapt maak je in een kwartier meer mee dan je tevoren bedenkt. Eerst stond ik bij het verlaten van Hoevelaken met nog twee andere auto's minuten lang bij verkeerslichten te wachten op een kruising waar verder geen hond voorbij kwam, daarna werd ik op een lus van het nog stille klaverblad binnendoor over de vluchtstrook met zeker 80km per uur ingehaald door een (weg)crimineel en vervolgens werd ik op weg naar Leusden stiekem gevolgd door een auto met rood/blauwe strepen die net op het moment dat ik de provinciale weg verliet het stopteken gaf om mij te controleren. Ze voerden extra controles uit vanwege de pyromaan die in deze omgeving al geruime tijd huizen met rieten daken aansteekt. Misschien kwam het allemaal door het rode autootje van Judith dat ik mag gebruiken. In ieder geval was het niet direct het verwachte begin van een wandelvakantie.
Na de vakantie ben ik bij de lokale wijkpolitie gaan navragen wat die zogenaamde beperking zou zijn. In geen van hun registers kon politieman Gijs iets vinden wat daar op wees.

Het was sowieso een al een geluk dat we op het juiste tijdstip naar de juiste bestemming vertrokken. In januari hadden Frank en ik de juiste aankomst- en vertrektijden vastgesteld om 's avonds op 17 augustus in Aulus les Bains aan te komen. Daarna werd er uitgebreid gegoogeld, vergeleken en tenslotte op basis van het prijsverschil gekozen voor een vlucht vanaf vliegveld Weeze net over de grens bij Nijmegen. De ticketbevestiging die we kregen gaf wel aan dat er een verschil was tussen de locatie van de zoekopdracht en de werkelijke locatie maar dat kon toen nog worden uitgelegd in het voordeel van Weeze. De dag voor vertrek twijfelde Frank daar echter aan en bij verdere controle bleek onze maatschappij, Air France, niet vanaf Weeze te vliegen en kwam ons vluchtnummer alleen maar voor bij de vluchten vanaf Düsseldorf International Airport. Net op tijd dus om nog een andere parkeerplek te reserveren en de vertrektijd en de route naar het vliegveld snel bij te stellen. Hoewel wij professionele ervaring hebben in het bijstellen van plannen na het passeren van de startlijn kwam deze noodzakelijke aanpassing toch wel erg 'just in time' tot stand.

In dezelfde categorie 'last minute' controles viel de overname van de rode Seat van Judith die vanwege de ouderdom een goede keuze leek voor het verblijf van twee weken in een 'Parkhaus'. De dag ervoor nog even de olie gecheckt en de papieren gewisseld en met Maxime een ritje naar de tandarts gemaakt. 'Wat trilt de auto raar, vind je ook niet Maxime?, heeft mama daar al iets van gemeld?' Maxime bevestigde aarzelend het eerste en wist niets van het tweede. Dan morgen maar een beetje rustig rijden. Frank vond de volgende ochtend wel dat de auto een beetje vreemd trilde maar beiden vonden we dat we door moesten om op tijd aan te komen.

Een reis is eigenlijk een soort stappenplan dat zich goed laat voorbereiden maar elke reiziger weet dat er bij de uitvoering voortdurend van die stress-zoekmomenten zijn, die niet in de gids staan. Ons stappenplan voor de heenreis was uitgebreid maar overzichtelijk; met de auto via de uitgezochte route naar het vliegveld Düsseldorf, parkeren, bagage afgeven, boarden, op Parijs-Orly overstappen, uitstappen op vliegveld Toulouse-Blagnac, met de shuttlebus naar het busstation vlakbij het treinstation, met de bus naar St-Giron in de Pyreneeën en tenslotte met een minibus naar het nog hoger gelegen Aulus les Bains. Daarbij was de vertrektijd van de minibus de deadline want hoog in de bergen rijdt deze maar enkele keren per dag en wij hadden de laatste mogelijkheid uitgezocht.

Blik vanuit de sky-train
Zonder problemen bereikten we exact op het opgegeven tijdstip 06.15 de creditcardlezer van 'Parkhaus 4'. Bij het binnenrijden van de eerste etage zagen we nog net in een flits een klein display dat aangaf dat er daar nog maar twee plekken vrij waren. Na twee rondjes gaven we het zoeken op om het op een andere etage opnieuw te proberen. Maar in deze vreemde parkeerflat betekende dit dat we eerst weer helemaal naar beneden moesten om opnieuw te beginnen en tenslotte op de derde etage de auto te stallen. Frank wist zich te herinneren dat we hier met een zogenaamde  'sky-train' naar de terminal zouden worden vervoerd. Waar is dan die train? In het georganiseerde Duitsland was geen aanwijzingsbord te vinden hoe je in de vertrekhal kwam. Dan maar de rugzakken om en via het trapportaal naar beneden. En zie, op de begane grond een bordje om vervolgens in een twee meter verder gelegen liftschacht weer omhoog te gaan naar niveau zwei waar we na enig knutselen ook de toegangsdeur van de binnenkomende zweeftrein lieten openen. De digitale omroepstem gaf gelukkig aan dat de trein eerst naar Terminal A/B zou gaan en daarna naar terminal C. Deze informatie is erg waardevol als aangegeven wordt vanaf welke terminal jouw vlucht vertrekt maar verrassend frustrerend als je dat nergens kunt aflezen. Op basis van kansberekening kozen we voor de halte A/B en tot onze opluchting bleek dit juist te zijn.

Inmiddels was er dus enige tijd verstreken maar nog voldoende om de bagage-inleverdeadline 06.55 te halen, dachten wij. Met behulp van minieme aanwijsbordjes, dan leer je Schiphol ineens waarderen, vonden we het correcte 'bagage drop-off point' waar we aansloten in de rij. Van het tiental desks waren er op dit uur maar drie bemenst zodat de rij uiterst traag vorderde en 06.55 rap naderbij kwam. Om 06.50 stonden we bijna vooraan toen er personeel roepend voorbij kwam of er nog mensen waren voor Parijs. Deze mochten naar voren om nog op tijd aan boord te komen. Onze passeeractie scoorde echter niet omdat de familie voor ons ook naar Parijs wilde. Uiteindelijk om 06.54.30' leverden wij onze rugzakken in. De tweede opluchting van deze dag duurde echter maar drie minuten want op onze weg naar de gate werden Herrn Ebbelaar en Herrn de Wit via de omroepinstallatie gebeten zich snel naar de gate te begeven om nog mee te kunnen. Dus geen wc meer maar linea recta door. De rust keerde weer toen we in de bus naar het vliegtuig stonden.

Terras in St-Giron
De overstap in Parijs leverde geen echte verrassingen op. Na de derde controle op deze jonge dag, met dit keer een fouillering op kousenvoeten als toegift, mochten we door. In Toulouse speelde onze ervaring van vorig jaar in ons voordeel. De shuttle-bus was direct gevonden en op het busstation kenden we de weg tot in de toiletten. De wachttijd hebben we gebruikt om in een zijstraat een gastankje te kopen en te lunchen. In St Girons hadden we een marge van drie kwartier die we spendeerden op een caféterras waarbij we de busparkeerplaats angstwekkend goed in de gaten hielden. Dat bleek terecht want het mini-busje dat na verloop van tijd arriveerde had geen buslijn logo maar bleek gelukkig wel de juiste verbinding met Aulus waar we om 19.00 aankwamen. In Aulus waren we bekend met de locatie van de camping. Na het opzetten van de tent kwam het eerste echte relaxmoment op een buitenterras, waar we bij een temperatuur van rond de 25 graden deze dag uitgebreid van ons af dineerden.




Vrijpostige beesten

Donderdag 18 augustus
Aulus les Bains - Refuge de Bassiès
(7.30 uur (inclusief ontbijt en alle rusten), ±1180m klimmen, ±220m dalen, ±11,5 km)


Gevraagd naar de hoogtepunten van deze dag waren dat volgens Frank; verkeerd lopen, tijdverlies door een stom petje en  omlopen.

De wandeling begon met een ontbijt op de picknickweide van Aulus les Bains. Doodgemoedereerd togen we daarna op pad in de richting van de Port de Saleix en slaagden er reeds na 1400 meter in een verkeerde afslag te nemen om dit met enig geluk na 1700 meter te ontdekken.  Consequent zetten we deze lijn door toen ik er na 2,5 km achter kwam dat ik mijn broodnodige petje, met zonneklep, verloren had. Daarom afhangen en Frank achterlaten en terug naar beneden. Tijdens mijn zoektocht vond ik niet alleen mijn petje terug maar ontdekte en passant dat we wederom een afslag hadden gemist. Teruggekeerd bij Frank besloten we deze missers als opstartproblemen te beschouwen en met een kleine doorsteek en een zelf gemaakte route kwamen we op het juiste spoor.
Terugblik op het slingerpad omhoog naar de Port de Saleix

Voor de rest ging alles goed op deze warme startdag (28 graden). Na een lange aanloop door het bos met enkele steile stukken volgde een mooi slingertraject over bergweides naar de Port de Saleix (1794m). Daarna volgde een steil stuk naar de Col de Bassiès (2005m) waar laverend tussen rotsen en keien het mooie, kleine Étangs d'Alate werd gepasseerd, onderwijl jaloers kijkend naar de wildkampeerders die zich daar al hadden geïnstalleerd. Tenslotte volgde een vervelende steile afdaling over een keien- en grindpad naar de Refuge de Bassiès.

Étangs de Bassiès
Refuge de Bassiès gezien vanaf onze schrikdraad-camping
Vanwege de extra moeite, en het feit dat we met een tent een grote mate van onafhankelijkheid hebben, reserveren we nooit tevoren bij een refuge of gîte d’étape. Aangekomen bij de Refuge de Bassiès bleek deze vol en was er alleen nog de keuze uit de vloer in de eetkamer. Gelukkig mochten we wel, natuurlijk tegen betaling, in een met schrikdraad afgezet gedeelte achter de refuge kamperen. Daarmee konden we wel mee-eten en gebruik maken van de faciliteiten.

De avondmaaltijd hebben we met een Frans groepje 'retraitées' gebruikt. Met een door ons aangeboden fles wijn leukten wij de uiensoep en de aardappelpuree met worstjes op tot een nog smakelijker niveau, onderwijl het gehoor verbazend met de mededeling dat ook wij min of meer gepensioneerd zijn. Daarmee was de misvatting nabij want met de Griekse financiële crisis nog in het korte geheugen leidde dit snel tot de onuitgesproken conclusie dat het Nederlandse systeem toch ook wel erg soepel is. Pogingen dit te nuanceren in haperend Frans waren een uitdaging voor onze vocabulaire en werden ondermijnd door de hinderlijk schreeuwende Nederlandse kinderen aan de tafel achter ons, die nauwelijks door hun ouders werden gecorrigeerd. Ook dat is een stimulans om buiten een refuge in een tentje te overnachten.

Blik richting Etangs de Bassiès vanaf onze zijde van het schrikdraad
 Voor degene die in de toekomst nog in deze refuge willen overnachten nog een tip; voor ontvangst met je mobiel moet je in de eetzaal vlak bij de keukeningang gaan staan want precies daar lift je mee met de radio-antenne. Op die manier kon ik mooi in deze prachtige vallei hoog in de bergen van Judith horen dat de voorbereidingen van de quilt- en borduurreis naar Ste Marie aux Mines op schema liggen. Na zo'n bericht weet je meteen weer waar thuis de prioriteiten liggen.

Stom beest, ga ergens anders pissen

Schrikdraad heeft verschillende eigenschappen; je kunt er van schrikken, het houdt dieren aan de andere kant en het houdt dieren aan jouw kant als je even niet hebt opgelet. Geschrokken ben ik behoorlijk maar niet van het schrikdraad. Gezeten op mijn hurken om mijn toilettas uit de tent te halen hoorde ik achter mij geritsel en ademen. Vloekend van de schrik sprong ik op toen ik met tien centimeter afstand tegen het grote hoofd van een muildier aankeek. Betrokkene was door zijn baas, die inmiddels ook zijn tentje op het veldje had gezet, losgelaten in de gedachte dat zijn lastdier leuk bij huis zou blijven. Een vergeefse hoop toen hij hem die avond een kilometer verder bij een aantal paarden vandaan moest halen.


Wat het schrikdraad die middag en nacht nog wel buiten hield waren de verschillende koeien met hun kalveren. Dat was temeer prettig omdat koeien nadat ze gekalfd hebben weer tochtig worden. De twee aanwezige stieren beschikten kennelijk ook over deze wetenschap. Met regelmatig een ontbloot lid, dat nog net niet over grond sleepte, achtervolgden zij aanmatigend een koe die blijkbaar hun attentie behoefde. Dit mag beschouwd worden als een natuurlijke activiteit maar leidde bij een meidengroep tot hartstochtelijk gelach en een enkel afgewend hoofd toen net op het moment dat zij wilden passeren de hoofdstier zijn kans schoon zag en in volle glorie zijn lusten bevredigde. Een biologieles in de praktijk.




Oprukkend bos

Vrijdag 19 augustus
Refuge de Bassiès-Gîte d’Etape Monicou
(6 uur (inclusief alle rusten), ±100m klimmen, ±560m dalen, ±11,5 km)

Zijaanzicht van de Refuge de Bassiès met op de
achtergrond een windvaan voor de helilandingsplaats
De waarde van schrikdraad werd de volgende ochtend danig onderuit gehaald toen een koe zonder veel omwegen er over heen stapte en begon aan haar ontbijt in onze 'camping'. De rekening van de Refuge, viel daarentegen weer mee als je bedenkt dat de voorraden per helikopter worden aangeleverd; 2 personen demi-tention € 78,50 , inclusief de fles wijn van € 14,00 , 2 x douchen en een verschillende blikjes cola en bier.
Een nieuwe morgen, op weg naar de Étangs de Bassiès
Om 08.30 gingen wij als een van de eersten op pad. Het eerste deel van de route ging langs de elkaar opvolgende meren, de Étangs de Bassiès, die in het ochtendlicht een schitterende spiegel vormden voor de omliggende bergen.


Hoewel op de 1:50.000 kaart aangegeven als redelijk vlak was de voortgang gematigd door de vele keien. Het min of meer vlakke deel werd afgesloten met de passage van een ingenieus bruggetje opgebouwd uit goed geselecteerde en bekwaam gerangschikte rotsblokken.
Steenblokkenbrug, ingenieus stevig.
Tegelijk een wonder dat het overeind blijft onder zoveel gewicht.

De steile afdaling door het bos werd bemoeilijkt door het vele losse grind. Uiterste concentratie was daar nodig om niet onderuit te gaan.

Makkelijk wandelen over caissons
Na de afdaling sloegen we rechtsaf, richting zuid, en liepen gedurende 4 km comfortabel over een soort wandelpad bovenop een holle gang naar het gehucht Marc. Later in Monicou hoorden we dat er door die holle caissons in vroegere tijden water was getransporteerd ten behoeve van de elektriciteitsopwekking. Tegenwoordig zie je daarvoor her en der metalen pijpen van de hellingen komen die naar nabijgelegen turbines worden geleid.

Bij de nadering van Marc hadden we nog de vage hoop om de hitte, 32 graden, te kunnen bestrijden in het van bovenaf waargenomen zwembadje. Jammergenoeg bleek dat badje alleen voorbehouden aan de gasten van het tegenover gelegen Hotel des Vacances. Toch waren we al content met de geopende bar waar we een intens geluk ervoeren bij het drinken van een ijskoude Orangina, een zaligheid die je helaas alleen maar schijnt te kunnen ondergaan na uren in de zon lopen zweten met een bijvoorbeeld een zware rugzak op je nek.

Al tegen half drie konden we ons melden op het terrasje van het eenvoudige cafeetje van mevrouw Denjean jr., de dochter van de oude mevrouw Denjean waar Ton Joosten in 2005 in zijn gids over roemt en voor wie hij dan nog een lange toekomst ziet. Wij zijn echter te laat om kennis te maken want mevrouw sr. heeft een paar jaar later op achtentachtigjarige leeftijd haar café met de eeuwigheid verruild.

Voor het café zelf is de tijd ook nauwelijks verder gegaan zoals wij na een fotovergelijking konden vaststellen. Dat is ook meteen de warme charme van deze omgebouwde woonkamer in dit oude huis. Een heerlijk authentieke ruimte die je nog maar zelden tegen komt.

In het café hangen ook foto's waarop je kunt zien onder welke primitieve omstandigheden de boerenfamilies hier vroeger leefden. Mevrouw Denjean legde uit dat de dorpen vroeger veel bevolkter waren dan nu met scholen, winkels en werkplaatsen. Vroeger betekende eind negentiende eeuw en begin vorige eeuw tot de tweede wereldoorlog. Daarna zette de grote uittocht naar de steden verder door en kwamen vele woningen en hutten leeg te staan. Ook de grote terrasweides tot hoog op de hellingen werden niet meer benut en werden langzaam weer door de natuur heroverd. Op onze kaart die is vastgelegd in 2001 zijn nog enkele open stukken op de tegenover liggende helling afgebeeld. Inmiddels tien jaar later staat het bos over de volle lengte en hoogte van de helling en komt tot aan de beek op het diepste punt van het dal. Mevrouw Denjean zag het bos nu al jaren oprukken en kreeg het er benauwd van.
Leefomstandigheden in de Pyreneeën in het verleden.
Kijk eens naar de vingers.

Het begrip lunchpakket (une pique-nique of panier-repas) is hier ook nog van ver in de vorige eeuw. Op het terras zagen we een bergwandelaar die bezig was met de Haute Route Pyrénéenne die door nog hogere en woestere delen van de Pyreneeën gaat dan de GR10. In zijn hand woog hij een massief brood dat hem goed bedoeld werd aangeboden om de komende uren te overbruggen. Je zag hem wikken en wegen, niet alleen het gewicht van het brood maar ook zijn woorden om de aardige mevrouw Denjean zonder kleerscheuren te bedanken.
Op dat moment wisten wij nog niet dat we de volgende ochtend voor ons broodje kaas en broodje ham ook twee van deze broden meekregen met per brood meer dan een ons kaas en een ons ham. Heerlijk machtig.

Na de introductiefase werd echter duidelijk dat de gîte-ruimtes, die zich in de andere huizen van het gehuchtje bevonden, volledig waren bezet als gevolg van de morgen te verlopen bergmarathon.

Als je op de foto klikt kan je zien
dat hij handschoenen aan heeft
Bij een bergmarathon, kwamen wij achter, moet je denken aan 42 km hardlopen met een hoogteverschil van 2500 meter. Terug in Nederland heb ik nog even gegoogeld en vond daarbij de Nederlandstalige website 'UltraNed'. Op deze website 'van en voor ultralopers in de Lage Landen' wordt deze loop op de wedstrijdkalender beschreven als een 'Pittige bergmarathon met start en finish in Auzat op 737 meter. Het hoogste punt van de route de Pic d'Estats ligt op 3143 meter halverwege de route.' Einde omschrijving. Voor ultralopers is dit 'pittig' dus blijkbaar geen understatement. Uit de foto op het affiche konden we gelet op de wielrenhandschoenen afleiden dat je daarbij ook je handen mag gebruiken. Aan ons dus niet besteed omdat wij niet over de juiste uitrusting beschikten.

Wat wel weer goed van pas kwam waren onze tenten. Via de bemiddeling van mevrouw Denjean jr. mochten wij op een zeer plezierig weilandje aan een koele beek bivakkeren. De rest van de middag hebben we ons daar onledig gehouden met huishoudelijke zaken. Voor het avondeten vielen we terug op gevriesdroogd adventure food waarbij de kozen voor nasi met satésaus met koffie na. De avond (tot de duisternis van 21.30) werd gevuld met het terugslenteren naar Marc om daar het bierniveau te laten dalen.




'Ben naar Arties, kijken waar je blijft, 14.47'

Zaterdag 20 augustus
Gîte d’etape Monicou – Barrage Étang d'Izourt
(9 uur (inclusief alle rusten), ±1150m klimmen, ± 630m dalen, ±16 km door de extra lussen)

Op onze route naar het Étang d'Izourt komen we ondanks dat het weekend is naast een aantal vissers maar erg weinig wandelaars tegen, tot aan Arties zelfs niemand. Na het goed verzorgde ontbijt door mevr. Denjean jr. startte de dag steil omhoog door het bos. Tot aan Arties lopen we daarna aangenaam verder over een geleidelijk stijgend en goed beloopbaar pad in de schaduw van het bos bij een temperatuur van rond de 28 graden. Na het passeren van de kam volgde een afdeling van lange lussen waar we slingerend over het pad liepen om de eenzijdige belasting van de knieën een beetje weg te nemen.

In het gehucht Arties hebben we eerst in de publieke wc onze watervoorraad aangevuld en zijn daarna uitgebreid in de schaduw van een stapelmuurtje gaan lunchen. Daar zagen we ook voor het eerst de omvang van onze broodjes die we met scherpe zakmessen tot hapklare plakken konden omvormen; andere landen, andere dimensies, maar erg lekker en voedzaam.


Waar is Frank?
Na de rust neem ik het initiatief om vast vooruit te lopen zodat Frank mij kan inhalen omdat hij sneller loopt. Alleen word ik nooit meer ingehaald. Nadat ik voorbij de vorige splitsing enige minuten omhoog gelopen ben, sta ik nu al weer enige tijd in het dichte bos te wachten. Dit klopt niet helemaal. Dan maar terug naar de laatste splitsing van paden, maar geen Frank. Waar is Frank?

Met een licht schuldgevoel sta ik daar een beetje dom om me heen te koekeloeren. Ik had natuurlijk bij deze splitsing moet wachten ook al staat er een markering voor het goede pad en een kruis bij het verkeerde. Waarschijnlijk heeft hij het verkeerde pad genomen dat aanlokkelijk goed aansluit op het voorgaande. Of zit hij nog in Arties? Dat laatste is onwaarschijnlijk omdat ik hem, toen ik al boven Arties liep, nog zag vertrekken uit het dorp. Dan maar kijken op het verkeerde pad. Maar dit pad wordt na twee honderd meter zo smal dat het toch ook weer twijfelachtig is dat hij hier verder is gegaan. Ik doe mijn rugzak af en laat die staan op de splitsing van de paden. Daarna ga ik toch maar terug tot net voor het dorp waar ik hem voor het laatst achter mij zag. Geen Frank te zien. Inmiddels zijn er 43 minuten voorbij. ‘Shit, wat kan ik nog meer verzinnen?’ gaat er door mijn hoofd. ‘Waar kan die oen dan ook gebleven zijn?’ sputtert ergens nog een opstandige hersenkwab tegen.
Met het toenemen van de tijd groeit ook mijn schuldgevoel. Telefoneren is ook geen optie omdat er hier geen ontvangst is behalve voor noodoproepen, maar dat lijkt me weer wat voorbarig. Dan nog maar tegen beter weten in een keer helemaal terug naar het dorp tot op de plek waar we gerust hebben. Ik laat op mijn rugzak een briefje achter met de tekst 'Ben naar Arties, kijken waar je blijft, 14.47'.
Bewoners bevestigen daar wat ik al wist; mon camarade is reeds geruime tijd vertrokken. Dus ik weer terug naar mijn rugzak.
Het briefje op mijn rugzak maakte weinig indruk op de andere rugzak
Op mijn weg terug hoor ik tot mijn opluchting mijn naam roepen. Ik antwoord met fluiten op mijn vingers. Bij aankomst bij de rugzak tref ik daar Frank. Hij kijkt niet blij. Hij had over het verkeerde pad een behoorlijke afstand afgelegd, was op het steeds smallere pad onder bomen doorgekropen en over muurtjes geklommen en dat alles dus ook weer in omgekeerde volgorde. Ik bazel nog wat dat ik dit maar niet meer ga doen, maar Frank wordt daar niet blijer van. De verwijzing naar mijn briefje en daarmee naar mijn extra inspanning scoort ook niet; het briefje was nog niet eens opgevallen. Ik vind het natuurlijk wel stom dat hij dat teken niet heeft gezien maar dit lijkt me niet het moment voor een diepgaande reflectie. Vooruitlopen is vanaf nu een non-item geworden.

Na een korte rust voor Frank gaan we verder over het 'goede pad' dat met extra klimmen en dalen na anderhalve kilometer weer op de asfaltweg uitkomt waarop wij in Arties ook hadden gestaan en daarmee heeft het volgen van de markering dus ook nog eens weinig toegevoegd. Hoewel wij vanochtend nog vonden dat de extra rust van gisterenmiddag en de lange nacht ons goed had gedaan is dit sentiment na de extra kilometers en de toegenomen warmte (31 graden) omgeslagen.

De klim naar Étang d’Izourt viel tegen. Op weg er naartoe wenste een Fransman ons al 'bon courage' wat vaak weinig goeds voorspelt. Tijdens de lange klim in de warmte wees Frank in een vlaag van overmoed nog op een hoge liftmast van de Électricité de France onder de uitroep dat hij wel moe werd maar dat als het moest hij nog zeker naar deze mast zou kunnen stijgen. Anderhalf uur later keken we ruim neer op deze mast. Maar toen waren we wel bijna bij de stuwdam van het Étang d'Izourt. Toch wel zwaar zo'n zelf verlengde etappe.

Nog even wat aantekeningen maken
Naast het liftgebouw hebben wij rond 18.30 op een redelijk vlak stuk onze tenten neergezet met zicht op de stuw, het meer en enkele malloten die schreeuwend over de dam kwamen aangesloft in een ongelijke formatie, hier en daar op teenslippers en met een fantasiebepakking varierend van weekendtassen, plastic zakken en day-packs met meer er buiten dan er in; een soort stadse dak- en thuislozen op safari. Gelukkig sloegen ze hun kamp een vijftig meter boven ons op. Met water uit een bron op honderd meter van onze tenten werd dit keer de pasta-bolognese poedermaaltijd aan de kookgebracht. Omgeven door een warme, soort Föhnwind werd de dag ontspannen afgesloten met een cup-a-soup/koffie combinatie.
Etang d'Izourt




Zomerpopulatie

Zondag 21 augustus
Barrage Étang d'Izourt – Goulier
(6 uur, ± 100m dalen, ± 540m klimmen, ± 11 km)
Opkomst van de zon bij het Etang d'Izourt
Nadat we ons lekker gewassen hebben bij de bron en het muesli ontbijt gesmaakt heeft, vertrekken we rond 9 uur. Hoewel we al redelijk hoog zitten stijgen we kort steil verder om daarna in rustig tempo over bergweides verder te gaan.
Helaas vervallen we binnen drie kwartier in een langzamerhand irritante herhaling. Bij een kruising was er dom, verwarrend bewijzerd en volgden wij nog dommer de verkeerde kompasrichting. Na een kwartier doorstijgen over mooie weides was het tijd voor een pauze en daarmee ook voor voldoende geestelijke rust om onze vreemde positie te bemerken; we zagen opnieuw het Étang d'Izourt. Alleen nu vanaf boven, terwijl we ons juist van dit meer verwijderd zouden moeten hebben. Na een tweede controle stellen we vast dat we ondanks deze mooie plek toch terug moeten.
Prachtige rustplek maar wel mooi verkeerd
Balend loop ik nieuwsgierig achter Frank terug om uit te vinden hoe dit nu kon gebeuren want ook het pad waar wij op zitten is met wit-rode tekens gemarkeerd. Waarschijnlijk is dit een GR10 variant die niet op onze 1:50.000 kaart staat.

Rust in de schaduw van een orri
Na enige tijd lopen in de correcte, noordelijke richting tekent het juiste pad zich af tegen de berghelling. Het ziet er uit als een min of meer vlak pad wat overeenkomt met onze conclusies vanaf de kaart en de verwachting wekt van een gemakkelijke wandeling. Niets is minder waar. Allereerst omdat er hier hoog boven het dal van Arties, waar we gisteren nog omhoog gingen, geen schaduw van bomen is en de zon er daardoor bij een temperatuur van rond de 30 graden goed inhakt. De enige schaduw die we vinden is bij een oude orri waar we direct gaan rusten.



Een orri is een hier nog regelmatig voorkomende stenen hut die vroeger diende als onderkomen voor de herder tijdens het verblijf van het vee op de hogere bergweides in de zomermaanden. Een orri is opgebouwd uit vaak platte stenen en heeft een enigszins koepelvormig dak zoals bij een iglo. Ik ben er nog even naar binnen gegaan en heb vastgesteld dat ik niet geschikt ben voor herder. Het enige mooie is het uitzicht.

Op de tweede plaats wordt het niet zo'n makkelijk als gedacht omdat het pad een aaneenschakeling is van kleine klimpartijtjes over uitstekende rotsblokken met onder je een toch redelijk steile helling.
Ook bleken de grasranden van het pad verrassend onbetrouwbaar door hun suggestie van steun van wat in werkelijkheid gecamoufleerde lucht bleek waar je onder andere met je stokken verraderlijk in weggleed.
Eenmaal in het Foret Domaniale de Goulier-Auzat liep het weer probleemloos en kostte de afdaling naar Goulier weinig moeite.

Al om 15.00 lopen we door het mooi gerestaureerde Goulier met pittoreske steegjes en hier en daar poortjes en onderdoorgangen. De gîte bevindt zich in een oud schoolgebouw dat er van buitenaf al keurig uitziet. We moeten echter wachten tot het om 17.00 opengaat wat weer mooi de tijd biedt om onze was te doen, want de klaarstaande gieter en de wachtende waslijn staan er natuurlijk niet voor niets.
Hallo Leon
Rond de gîte hangt ook een verveeld jongetje van een jaar of negen rond. Hij blijkt Leon te heten en heeft niemand om mee te spelen. Vreemd als je weet hoeveel mensen wij in het dorp zagen. Als de net uitgeslapen gîte-beheerder later het gebouw van binnenuit opendoet blijkt deze ook de vader van Leon te zijn. Van hem, met voortdurende aanvullingen van Leon die blij is dat hij samen met zijn vader met ons mag praten, horen we dat de mensen die we hebben gezien hier alleen maar in de zomermaanden en rond de feestdagen zijn. Zij komen veelal uit steden als Toulouse, Bordeaux en Marseille en zijn de nazaten van de vroegere families die de huizen nu nog steeds in bezit hebben. In die periodes van het jaar dijt het dorp uit naar rond de 1200 inwoners. Dat is ongeveer hetzelfde aantal dat hier voor de tweede wereldoorlog woonde, maar dat waren toen echte bewoners. Het aantal echte inwoners dat hier tegenwoordig 's winters overblijft is 28 waaronder 2 kinderen, waarvan Leon dus 50% vormt. Het is dus duidelijk waarom de school een andere bestemming heeft gekregen. Net als in de omliggende dorpen gaan de kinderen allemaal naar het regionale hoofdstadje Vicdessos naar school om nog tot aanvaardbare aantallen te komen.

De vader van Leon klaagt nog wel over de oude Maire die geen nieuwbouw wil in het dorp en alleen de belangen van de oude families beschermt. Op onze wandeling voor het eten vinden wij echter dat die Maire dat niet onverdienstelijk doet. Het dorp is autovrij, heeft goede sport-voorzieningen, ziet er schoon uit en de restauraties zijn met smaak en zorg uitgevoerd waardoor het karakter sfeervol en in balans is gebleven.

De omgebouwde school ziet er mooier en moderner uit dan de meeste gîtes. Hij is opgedeeld in verschillende kleine kamers voorzien van douche en toilet.



's avonds zien we ook de nieuwe echtgenote van de vader van Leon. Zij is zo te zien nog later uit haar bed gekomen en daarna door een trein overreden. Zonder enthousiasme serveert zij de maaltijd waar de vader van Leon zo zijn best op heeft gedaan. Hij maakt echter zijn herhaald aangekondigde ervaring van dertig jaar cuisinier geheel waar. Als entree verschijnt in een mooie terrine een fromage-onion-oeuf-champignon cremesoep, zeer voedzaam en super lekker. Confit de canards met frites vormt het hoofdgerecht en afgesloten wordt met een bavarois framboises avec chantilly. Hier begrijpt men wat wandelaars nodig hebben.






Petit gîte, petite madame, petite cabane

Maandag 22 augustus
Goulier – Cabane de Courtal Marti,
(11,5 uur (inclusief rusten),±1600m klimmen, ± 1100m dalen, ±23 km)

Vorig jaar hadden we de conclusie getrokken dat we wat kortere etappes moesten lopen om meer rusttijd over te houden aan het eind van de dag. We zouden dan minder echte rustdagen plannen. De planning is inderdaad gelukt en tot nu toe bevielen de kortere etappes prima. Maar ja een wandelvakantie is geen aangenomen werk dus kun je de planning ook weer loslaten.
Terugblik op Goulier
Voor vandaag stond de wandeling naar Siguer op het programma met een geschatte looptijd van 5 1/2 uur. Na het bekende magere Franse ontbijt startten we rond 08.00 met de klim naar de Col de Risoul. Het is een bospad met een prettig stijgingspercentage waarbij wij omgeven zijn door een warme wind van dan al 22 graden. Het bospad gaat daarna licht stijgend naar de Col de L’Esquérus en blijft vervolgens op gelijke hoogte. Lekker lopend langs een U-bocht over de berghelling bereiken wij de Col de Grail. Vlak daarvoor worden we nog als eerste levend wezen tegemoet gekomen door een fanatiek kijkende, gespierde senior, gekleed in minimale sportoutfit en behangen met een volle rugzak. Dit soort mensen passeert altijd met versnelde pas. Op weg naar iets in de verte. De wereldkampioenschappen bergmarathon waren toch gisteren? Misschien is er vandaag nog een na-huppeltje voor de master-klasse.

Wij pauzeren op de Col de Grail waar meerdere picknicktafels staan in front van een refuge met een waterpunt op 250 meter afstand. Deze refuge maakt deel uit van een rondwandeling van vier dagen rondom Auzat, die ook langs de eerdere Refuge de Bassiès loopt. Aan het einde van de rust maken we eerst nog een kinderlijke foto tussen super hoge distels en starten daarna met een lange bosafdaling waar de bewijzering door het gehucht Lercoul op het gevoel moet worden gevonden.

Al ruim voor 13.00 uur lopen we zwetend Siguer binnen waar de temperatuur is gestegen tot 32 graden. Na wat foto's van bienfaiteurs met gewichtige gezichten gaan we op zoek naar de enige faciliteit die door Joosten wordt genoemd; de Salle des Fêtes.

Maar zie, vlakbij de Salle des Fêtes wordt bewijzerd naar 'Le petit gîte'. De voordeur staat uitnodigend open. Je mag ook zelf cola, bier en andere drankjes pakken staat er aanlokkelijk op een bord. En zo worden we langzaam het huis binnengezogen. Op de benedenverdieping inspecteren wij eerst twee koelkasten waar alleen maar grote stukken kaas in worden bewaard. Omdat we die koelkast met die drankjes nou weer net niet beneden kunnen vinden moeten we dus als in een computergame naar level 2. Boven horen we gestommel. Op ons geroep klinkt een heldere, vriendelijke groet. Even later ontmoeten we in een, laten we zeggen, eetkamer/keuken in oprichting, de charmante Nina, die uitlegt dat zij en haar vader Fabrice een paar jaar geleden dit pand hebben gekocht om er in de zomermaanden iets bij te verdienen.
De rest van het jaar studeert Nina geografie en ze hoopt het komende seizoen haar mastertitel te halen. Zo hoor je nog eens wat onder het genot van een cola. Frank is ondertussen geestdriftig in de weer de spelonken van deze kamer in beeld te brengen en wil ook Nina en haar vader wel vastleggen om daarmee reclame te kunnen maken via deze weblog. Dus bij deze kunnen wij iedereen 'Le petit gîte' van vader en dochter Scheffer van harte aanbevelen.
Ze zijn nog makkelijker te vinden onder http://petitgitesiguer.fr/ en voor het reserveren kregen wij ook het telefoonnummer 0607595705. Qua karakter en uitstraling kun je deze gîte vergelijken met die van mevrouw Denjean in Monicou en mevrouw Gila in Esbints. Eenvoudig dus maar zeer gezellig en gastvrij.

Nina wilde natuurlijk dat wij bleven maar wij vonden 13.30 dit keer wel erg vroeg om te stoppen. Misschien een verkeerde keuze maar dat weet je nooit van tevoren. Ze vertelde erg behulpzaam over de waterpunten op de weg richting de Col de Gamel. In erg snel Frans kwam er ook nog een verhaal voorbij over een herder die boven op de bergweides met zijn gezin woonde en over een cabane met bier en cola en orangina en eten. Maar dat was ver voorbij ons nieuwe doel voor vandaag; Gesties of Col de Gamel.

Op onze weg naar het vervolg van de GR10 wierpen we ook nog een blik in de Salle des Fêtes. Joosten heeft niet overdreven, het is een prima plek om te overnachten. Het is basic maar er liggen keurig matrassen opgestapeld en er zijn toiletten. Mogelijk kan het ook gecombineerd worden met een maaltijd bij Nina. Maar wij zijn niet meer teruggegaan om dat te vragen. We moesten dit jaar al te veel terug lopen.


Dik binnen het uur bereiken we over steile bospaden het dorpje Gestiès waar we bij de dorpsfontein lunchen en onze watervoorraad aanvullen. We vinden het nog steeds te vroeg om te stoppen en gaan dus ook niet op zoek naar het voetbalveld waar je volgens Nina ook zou mogen kamperen. Wel maken we van deze vermoedelijk voorlopig laatste locatie met telefoonontvangst gebruik om Nederland gerust te stellen. Leuk om Maxime te spreken die op haar eerste dag van het nieuwe schooljaar tot haar blijdschap te horen heeft gekregen dat in ze in het nieuwe rooster op maandag tot 10.30 kan uitslapen en op dinsdag tot 10.00 uur. Dat je de rest van de week pas na 16.00 naar huis mag zal ze binnenkort wel merken maar dat hoor ik wel als ik thuis kom.
Oude veepaden omheind met stapelmuren
Rond 15.00 gaan we weer op pad met als volgend aanvalsdoel de Col de Gamel (1392m), waar volgens Nina een waterpunt zou zijn. Omgeven door stapelmuurtjes stijgen we steil over oude veepaden naar de Col om daar weinig te ontdekken. Het is pas 16.00 en we hebben nog aardig wat water in onze bags, dus ach waarom stoppen op deze plek terwijl er een mooie vlakte lonkt. Door dus. We volgen daarbij de markeringen maar kunnen die niet goed plaatsen op onze kaart en ook niet herkennen in de beschrijving van Ton Joosten waarvan we een minikopie bij ons hebben.

Naarmate we stijgen over de Crête de la Bède neemt zowel de wind als het uitzicht aanstekelijk toe. Ergens halverwege tracht Frank nog een spontaan brandje te doven maar dat is met deze wind onbegonnen werk. Gelukkig zien wij later dat het uit zichzelf is uitgegaan. Dat zelfde zien we trouwens ook op een Spaanse bergweide die we van hieruit goed kunnen zien. Het is hier wel mooi en we staan ook regelmatig stil om er van te genieten en uit te rusten, of omgekeerd, maar met deze wind valt hier niet lekker te bivakkeren. We vinden hier zoals al in Siguer aan ons verteld ook geen waterbron. Verder dus maar weer.

Op de crête, die eigenlijk meer een brede bergweide is, volgen een aantal kleine klimmetjes achter elkaar, om tot slot te eindigen met de Pla de Montcamp van 1904 meter. Normaal een niet te moeilijke stijging maar de vermoeidheid begint nu door te wegen en het vooruitzicht van zeker nog enkele kilometers tot een volgende beek op de kaart wordt nog maar ten dele gecompenseerd door het prachtige verre uitzicht. We zien van hier zelfs nog bergen waar we vorig jaar over of langs getrokken zijn en Spaanse bergen waar we niet zullen komen en nog bergruggen waar we als we goed op de kaart kijken nog overheen mogen.
Wat ook een overweldigende ruimtelijke indruk maakt zijn de uitgestrekte weides hier met op veel plekken kuddes koeien, paarden, muildieren en schapen, één grote zee van leven.

Ik word het tegen 19.00 uur
een beetje zat in die hitte
Verder gaat het met een korte afdaling naar de Col du Sasc waarbij we een moderne versie van een cabane passeren; een soort stacaravan die met zware spanbanden verankerd is om niet van deze vlakte weggewaaid te worden. De beek en directe omgeving die we even later tegen komen heeft wel water maar is zo drassig en vies van de veesporen en de koeienpoep dat we al genoeg moeite hebben er een beetje schoon van pol naar pol overheen te springen. Op naar wat? De volgende beek ligt bij de Cabane Balledreyt, het eigenlijk doel van morgen. Twee etappes in één dag. Niet verkeerd maar onze knieën beginnen te irriteren.


Moe lopen we dwars door kuddes verder langs het pad dat hier op deze weidevlakte vanwege het ontbreken van rotsen is aangegeven met paaltjes van een halve meter hoog. Als ik weer bijtrek legt Frank nog wat contacten met jonge paarden en hun moeders, fotografeert een markeringspaal met tientallen vliegen en sprint dan weer voort.

Na een ontspannen langzame afdaling over de vlakte waarbij je van die weinig moeite kostende, grote stappen kunt nemen, doemt bij een grote veekraal een tweede vakantiehuisje op waarbij een auto achter schrikdraad staat geparkeerd. We herinneren ons het verhaal van Nina van de herder met zijn vrouw en twee jonge kinderen en weten nog vaag iets over bier en cola. Frank neemt zich in ieder geval voor de aandacht te trekken. Maar dat hoeft niet meer als er drie honden op ons komen afgestoven. De jonge herder komt snel naar buiten. Op mijn spontane en goedbedoelde aanroep 'deux bieres s'íl vous plait' wordt gelukkig lachend gereageerd en tot onze blijdschap verwijst hij ons naar een 200 meter verder gelegen hutje van twee bij drie meter.

Aankomst bij cabane Courtal Marti om 19.30

En verdomd, na wat gerommel met een kettingslot gaat de doos van pandora open. Het lijkt tafeltje-dek-je wel; op de vensterbank staan keurig gerangschikt blikjes bier, perrier, cola, flesjes orangina. Onder de twee matrassen waar zowaar ook nog isolatiematjes op liggen gaat de snoeptrommel verder open met blikken linzen met worstjes, meer bier dat daar ook koel is gebleven, blikken rijst met melk en blikjes fruit.
Op een plank aan de muur staan zelfs een brandertje, kaarsen en waxine lichtjes.
En in de andere hoek is in dit kleine hok nog ruimte gevonden voor een open haardje.
We staan er wat lacherig als kleine kinderen naar te kijken. Je bent moe en je bent het om 19.30 zo langzamerhand wel zat voor vandaag en dan wordt je een onderkomen vol met lekkernijen in de schoot geworpen, fantastisch. Zou het thuis zijn geweest dan zouden wij, en met ons waarschijnlijk vele anderen, dit een vies, beroet hok vinden, maar hier is het een welkom geschenk.
Als eerste prioriteit gaat Frank koel water halen om de blikjes bier nog aantrekkelijker te maken. Op een briefje aan de muur lezen we dat we de consumpties mogen betalen in de Refuge de Ruhle, twee dagen lopen van hier. Loop je in tegenovergestelde richting dan mag je in Siguer direct aan Nina betalen.
We vullen onze watervoorraad aan met water uit de 200 meter verder gelegen drinktonnen voor het vee waar het schone water vanuit een slang wordt aangevoerd. De herder had ons gezegd dat het 'potable' was.
Nieuwe bewoner overziet zijn territorium

De rest van de avond besteden we aan koken en genieten we van de omgeving. Met op de achtergrond vreemd verlichte bergen in de ondergaande zon smaakt het diner van linzen met worstjes prima. Ik maak nog wat aantekeningen met mijn zaklamp in de mond, gezeten op de matras die redelijk over de datum heen is (MOD). We kijken in de mooie heldere nacht naar de sterren en ontwaren zelfs de Melkweg. Met het verre geklingel van de koebellen op de achtergrond drinken we nog wat koffie en een paar biertjes en praten we tot middernacht bij kaarslicht over oud-collega's en de luxe dat we dit lichamelijk nog kunnen doen met daarbij de ondersteuning en het begrip van thuis. Het klinkt allemaal erg knus maar met een waaiende wind langs de hoeken van ons paleis op de open vlakte is het beeld compleet.






Beversport geel deugt niet

Dinsdag 23 augustus,
Cabane de Courtal Marti - Cabane des Clarans,
(6 uur incl rusten, ±750m klimmen, ±1075m dalen, ± 8 km)

Ik heb matig op de bejaarde matras geslapen. Ik lag aan de kant die vaak als stoel is gebruikt en lag gespannen om er niet vanaf te glijden. Halverwege de nacht heb ik het hoofdeind met het voeteneind verwisseld om een opkomende rugpijn te bestrijden. Frank, die altijd beweert slecht te slapen, lag al na drie seconden te ronken. Daarna, zo zegt hij nu, heeft hij weer lang wakker gelegen vanwege de koeien die zo nodig met hun bellen vlak voor onze deur moeten grazen. Zelf heb ik in zo'n waakmoment een koe voorbij de geopende deur zien komen. De deur hadden we open gelaten voor de frisse lucht. Ik dacht dat die beesten 's nachts ook gingen slapen. Maar dat is dus niet zo. Ook de paarden waren naar het geklop van hun hoeven te oordelen regelmatig galoperend in de weer. In dezelfde trend zette deze dag in; niet gewenst maar wel enerverend.


In eerste instantie verloopt alles prima. Om 06.30 worden wij gewekt door de gloed van de opkomende zon. Even later verschijnt er een geit in de deuropening. Die wordt doorgestuurd. De geit wordt weer gevolgd door de herder die langs komt met geitenmelk in de aanbieding. Hij wordt vriendelijk bedankt voor het attente aanbod. So far so good, maar daarna begint mijn wasdrama. Het begint er al mee dat ik in de bende mijn petje weer eens niet kan vinden en, zoals later blijkt, definitief kwijt ben.
Dan maar zonder pet naar de koeiendrinkplaats en onderwijl stop ik mijn toilettas en handdoek in de stevige gele Beversport plastic zak.

Bij aankomst zijn er nog geen koeien bij de vier aluminium drinktonnen. Ik installeer mijn toiletspullen vijf meter verder bij het uiteinde van de afwateringsslang. Na het wassen heb ik tijdens het scheren de gelegenheid om om me heen te kijken en zie dat er groepen koeien met kalveren op weg zijn naar de drinkplaats. Een paar minuten later staan de eersten zich te laven. Ik ben inmiddels bezig met tandenpoetsen en de koeiendrukte neemt langzaam toe, maar heeft geen aandacht voor mij.
Wat heb jij in die gele zak?
(deze foto is later gemaakt want ik had even geen fototoestel bij me)
Dat verandert echter spontaan als ik mijn toilettas en handdoek weer in mijn gele plastic zak prop. Ineens worden al mijn bewegingen gevolgd en als ik wegloop is dat blijkbaar ook het teken om mij te gaan volgen. Binnen no time loop ik met zo'n vijftien koeien achter mij aan terwijl ook de verderop grazende paarden en muildieren geïnteresseerd raken en in galop beginnen bij te trekken. Die normaal zo trage koeien blijken ineens veel sneller te kunnen lopen en ik vind dat helemaal niks want ze komen verachtelijk dichtbij. Mijn haast neemt toe maar mijn versnelde pas werkt averechts want nu begint alles achter mij ook te versnellen terwijl de aantallen lijken toe te nemen. In mijn opkomende angst gooi ik de gele zak onder geschreeuw naar de dichtstbijzijnde koeienkop. De kop schrikt en de paarden en muildieren nemen de vlucht als ik hard roepend in mijn handen klap. Ik raap gauw de gele zak op, zoek mijn toilettas bijeen, en loop weer verder terug in de richting van de cabane. Maar zodra de koeien zien dat ik weer iets in mijn gele plastic zak doe wordt de achtervolging weer ingezet. Ik kom weliswaar niet uit de stad maar echt verstand van koeien heb ik niet en waarom ze het nu op mij gemunt hebben al helemaal niet. Als de meute weer een versnelling in mijn richting inzet werp ik om tijdwinst te creëren weer de zak van mij af. Ook deze tweede maal leidt dat tot verwarring die ik gebruik om mijn spullen weer snel te pakken. In een flits bedenk ik me dat de ongewenste intimidatie voortkomt uit mijn gele zak.
AHA
Daarom stop ik de zak nu onder mijn shirt. Maar de koeien uit deze landstreek, de Ariège, zijn niet gek. Het lijkt wel of er doorgeseind wordt; 'hij heeft hem onder zijn shirt, hij heeft hem onder zijn shirt'. De achtervolging begint nu het karakter van een omsingeling aan te nemen. Al rennend gooi ik de zak voor een derde maal naar de voorhoede en naai er tussenuit in de richting van de cabane waar ik met een gekneusd ego hijgend aankom.

Frank begrijpt er niets van dat die koeien zo aanmatigend zijn geworden. Hij kan er om lachen en bedenkt zeer erudiet de aanroep 'aha ebbelaar' waarbij hij nog fijntjes uitlegt dat aha staat voor angsthaas. Hij gaat op weg om mijn spullen op te halen wat met enig geschreeuw lukt. Ondertussen bemerk ik tot mijn woede dat ik in de hectiek mijn bril ben kwijt geraakt. Frank gaat een tweede keer terug maar vindt niks. Zelf haal ik balend onder uit de rugzak mijn reservebril tevoorschijn. Daarna bedenk ik me dat ik mijn bril kan zijn vergeten bij het uiteinde van de waterslang waar ik me heb staan wassen. Daar heeft Frank nog niet gekeken.

Gelukkig hebben de koeien zich verspreid over de vlakte en loop ik vervolgens ongemoeid naar mijn wasplek. Tot mijn blijdschap vind ik mijn bril daar in de modder. Hij is blijkbaar al tijdens het wassen uit mijn toilettas gegleden. Als de glazen weer schoon zijn ziet de wereld er een stuk rustiger uit. Terug bij de cabane hoor ik van Frank dat hij bij het verzamelen van mijn spullen heeft gezien dat de herder bij de geitenren een gele emmer bewaart met biks en lokvoer. Hij wordt bedankt. Als ik weer thuis in Nederland ben zal ik voorlopig nog maar niet mijn nieuwe HEMA-polo met het opschrift 'hiking legend' aantrekken.
Je had die zak zeker onder je shirt hè?


Jasse de Sirbal
Met inmiddels weer normale hartslag wordt de mueslipap genuttigd en met een verlate start dalen we af richting Cabane Balledreyt waar we oorspronkelijk een overnachtingsplaats voor ogen hadden. Gelukkig is het zover niet gekomen want deze cabane blijkt een bouwval en de directe omgeving is lang niet zo mooi als die van gisteren. Met diverse overstappen over beken dalen we verder. We passeren de kleine vlakte Jasse de Sirbal waar Joosten terecht van vermeld dat dit een mooie plek is voor een bivak.
Net daar voorbij rusten we bij een loopbruggetje over de Ruisseau (beekje) de Sirbal waar ik eerst wat aantekeningen maak over mijn wasdrama van vanochtend.
Al liggend in de schaduw maken we nog een korte terreinanalyse die uitmondt in het fantasiedenkbeeld van het heffen van brugtol en laten we in gedachte de fictieve wandelaars Olle en Gerhard niet passeren. Als je mentaal al zover bent afgegleden dan duurt de rust te lang. Over echte wandelaars valt überhaupt niets te vertellen omdat we sinds gisterenmiddag na ons vertrek uit Siguer geen enkele zijn tegengekomen.


Even opschrijven wat er vanochtend allemaal is gebeurd


Er volgt een pittige klim naar de Col de Sirmont waar de inspanning gecompenseerd wordt door het panorama dat ondermeer een voorbeschouwing van het Plateau de Beille mogelijk maakt. Ook daar nemen we weer een korte rust want de warmte van ruim meer dan 28 graden speelt ons parten en waarschijnlijk hebben we ook een terugslag van de lange dag van gisteren. De lange afdaling die volgt, meer dan 600 meter, vraagt in het tweede beboste deel veel concentratie om niet in het losse blad en over de rulle aarde onderuit te gaan. Omdat er op de kaart Refuge des Clarans staat hebben we de hoop daar iets te kunnen drinken en te overnachten. Helaas blijkt de beschrijving van Joosten beter te kloppen. We lopen voor niks naar de Cabane die een muffige bedoeling blijkt.

We zijn moe en op de kaart kunnen we aflezen dat het vervolg weer bijna 700 meter steil omhoog gaat. Het is pas 15.00 uur maar een lange rust zal onze vermoeide benen goed doen ook al is hier helemaal niets te beleven. Dus besluiten we even verder aan de oostzijde van het open veld vlak langs het GR10-pad onze tenten op te zetten. De gang is er uit. Ik zoek nog wat naar een bron maar tenslotte halen we water uit de nabijstromende ondiepe beek en zuiveren dit voor de zekerheid met een paar pilletjes. Na nog wat geklungel kies ik een semi-horizontale plek voor mijn tent en als Frank, op zoek naar de ideale plek, zijn tent drie keer tien meter heeft verplaatst neemt hij 45 minuten later ook genoegen met bijna horizontaal en zet zijn tent 50 centimeter naast de mijne.


In de warmte trekken nog enkele wandelaars voorbij. Een neemt een paar honderd meter aan de overkant zo te zien genoegen met de cabane. Een andere gaat verder en een derde twijfelt. Eerst keurt hij een plek waar Frank het gras al had plat getrapt. Daarna gaat hij op een steen uitrusten. En tenslotte verzamelt hij weer moed en kiest voor de klim. Maar de warmte maakt ook zijn tred slepend. Als hij passeert grijpt hij de gelegenheid direct aan voor een praatje. De gebruikelijke vragen passeren; waar komen jullie vandaan, hoe is het pad, waar hebben jullie overnacht. Hij was vandaag ook langs de cabane met het bier en de cola gekomen, maar Nina had hem daarover niet verteld. Ik heb hem nog verteld dat wij er goed geslapen hebben, maar het leek mij niet humaan hem ook te vertellen welke lekkernijen hij er had kunnen vinden. 'Zijn jullie die twee Nederlanders die gisteren in de 'Petit Gîte' waren?'. Kijk dat had Nina hem dus wel verteld.


Hoogtepunt van de middag vormt de geïmproviseerde douche in de ingesneden beek waar je aan het zicht onttrokken bent. Na het wassen gooi ik met behulp van mijn wasbak het ijskoude water over mijn hoofd. Het is heerlijk verfrissend maar na drie van die plenzen lijkt het of ik begin te krimpen en daarmee vind ik deze natuurervaring wel voldoende. In de avondzon gaat de derde vriesdroge maaltijd er doorheen waardoor onze voedingsvoorraad al plezierig minder weegt dan bij vertrek.

Tussen al deze lome bedrijvigheid door slaag ik er na verschillende mislukte pogingen in contact te leggen met Judith die volgens een bericht van Linda behoefte heeft om haar emotie over een indringende gebeurtenis op haar werkplek te ventileren. Een halve meter hoge steen in het grasveld creëert blijkbaar wel voldoende ontvangst en zo bied ik daar midden in een wei niet meer dan mijn luisterend oor.
We drinken nog wat koffie en geïrriteerd door alle vliegen kruipen we al om 19.30 in onze tenten. Het einde van mijn eerste sudoku maak ik niet meer mee.



Luxueus afzien

Woensdag 24 augustus
omgeving Cabane de Clarans – Refuge du Rulhe
(11,5 uur onderweg incl ruime lunch en rusten, ±1600m klimmen, ±550m dalen, ± 18 km)


Klimmen, uitgebreid dineren, klimmen in de wolken, door dreigend onweer zonder rust voortklauteren over kilometers spitse bergkam en weer dineren is de korte samenvatting van deze lange dag met veel afwisseling in het prachtige landschap.

Na de lange nacht staan we al om 06.30 naast de tent (±1100m) en zijn rond 08.30 op pad. We hadden gisteren middag de juiste beslissing genomen want we gaan er gelijk tegenaan met een steile klim door een verstild bos. In eerste instantie over een keienpad maar allengs heftiger zigzaggend over bosgrond die zoals de hoogtelijnen voorspelden tegen het einde van de helling steeds steiler wordt en waarbij ik hier en daar op gladde stukken zelfs mijn handen moet gebruiken.
Cabane d'Artaran
Eenmaal boven bij de Cabane d'Artaran (1695m) opent het landschap zich. Met op de achtergrond de opjagende kreten van de herders die hun koeien uit een bos drijven lopen we licht stijgend over de uitlopers van de skipistes naar het informatiecentrum van het ski- en langlaufstation 'de Beille' (1817m) waaraan een restaurant is gekoppeld. Dat hier ook een weg met een parkeerterrein is merk je direct aan de vele wandelaars en de oudere en bredere dagjesmensen. Een verschil met de vorige dagen is de temperatuur. We vertrokken beneden met 15 graden en in de omgeving van het skistation komt de temperatuur eerst tot 23 graden maar met het optrekken van de wolken daalt deze later weer tot ongeveer 18 graden. Beneden in de dalen moet het nu een grauwe dag zijn. Maar wij zitten hier op de bovengrens van de wolkenzone en daardoor is er ondanks het verminderd zicht voldoende licht.


Om 11.00 zijn we nog een uur te vroeg voor de lunch maar we besluiten te wachten omdat we voor het eerst sinds een week wel weer eens in een normaal restaurant willen eten. We brengen de wachttijd door met de luxe van toiletbezoek, water aanvullen, meegesjouwd afval lozen, foto's maken en drinken.

Als het eindelijk zover is kiezen we voor een tafel binnen waar het aangenamer is. Hoewel het een restaurant is van een skistation met eenvoudig meubilair ziet de maaltijd er verrassend goed uit en smaakt nog beter. We starten met een salade de montagnarde, vervolgen met een sappige entrecote en eindigen met heerlijk ijs.
Normaal drinken we geen alcohol onderweg want je weet nooit of het in je benen zakt, maar het zit hier zo lekker dat we dit zonder gewetensbezwaren kunnen negeren.


13.30 gaan we eindelijk weer verder. In de wolken gaat het langzaam omhoog over een breed pad richting de Cabane de Beille d'en-Haut. Voordat we daar zijn ontmoeten we in de mist nog verschillende dagjeswandelaars en zowaar een kindersurvivalspektakel met de nodige ouders die de verrichtingen via de cameralens gadeslaan. Met 25 tot 100 meter zicht zien we weinig van de omgeving .
Zie ze weer verraderlijk kijken vanuit het zijterrein
Na de cabane (1939m) gaat het verder omhoog langs en over verschillende hogere punten in het terrein onderwijl hier en daar vanuit de het zijterrein weer bespied door duister kijkende koeien in camouflagekleuren. Frank heeft ze gefotografeerd anders zou je het niet geloven.

We houden ons aan het schema van een korte rust na elk uur lopen. Midden op de helling van de Prat Mall (1999m) is het tweede uur voorbij en we gaan ter plekke op het pad liggen. Net op dat moment moeten er weer zo nodig schapen voorbij die minuten lang gebiologeerd naar die menselijke hindernis kijken om dan opeens al poepend de angstige ingeving te krijgen dat je er ook omheen kunt.

Via de Col des Finestres, die ineens uit het niets op een paal wordt aangegeven, zoeken we over kronkelende keienpadjes onze weg naar de Col de la Didorte (2093m). Halverwege daar naartoe passeren we nog een cabane met een herder die geen aandacht spendeert aan twee van die vreemden. Even later wurmen we ons over enkele rotsige stukken waar we soms onze handen gebruiken. Bij een nauwe doorgang tussen twee rotsblokken denk ik deze even leuk snel met een voorwaartse zwaai te nemen. Ik kom er als een kabouter Spillebeen geforceerd achter dat je met een zak op je rug een ander zwaartepunt hebt en voorkom met mijn ellebogen nog net een ruglanding.

Verder omhoog gaat het nu in oostelijke richting op weg naar de Crête des Isards. Op gevoel en ondersteund door het kompas vinden we in de wolken de afbuiging in zuidelijke richting en stijgen geleidelijk verder.
Eindelijk een eerste blik boven en door de wolken richting Crête des Isards


Net op het juiste moment komen we tenslotte boven de wolken om van het woeste uitzicht te genieten over de 3 km spitse berggraat die volgt. Met regelmatig aan beide zijde steil aflopende hellingen stijgt en slingert het pad over rotsig terrein langs of net onder de kam waarbij soms weer gedaald en vervolgens weer gestegen moet worden om verder te komen tussen rotspunten en nauwe doorgangen. Hier en daar zijn handen nodig in een omgeving die mooi is maar voor de veiligheid wel alle aandacht vergt.

Op weg naar de Crete des Isards


Met de waarschuwing van Joosten in gedachte om maar beter niet bij onweer op deze smalle graat te verblijven worden de rusten opgeschort, de fotomomenten beperkt en het tempo verhoogt als we boven een nabije Spaanse vallei donkere wolken zien samenpakken en het gedonder in kracht toeneemt.




Terugblik op Col de Belh vanaf Col Terre de Negre

Rond 19.00 dalen we begeleid door schapen af naar de Col de Belh (2247m). Waarvan je de Refuge de Rulhe ... ... ... nee, nog niet kunt zien omdat je eerst naar beneden en opnieuw omhoog moet om 600 meter verder de Col de Terre Negre (2304m) te bereiken. Nogmaals verder dus.

Frank heeft langzaamaan zoveel last gekregen van de spieren aan de achterzijde van zijn knie dat ik hem kan bijhouden; een slecht teken. Hij vindt het niet erg wanneer hij eindelijk de Refuge (2185m) kan zien.
Het laatste stuk naar Refuge de Rulhe

Om 20.00 ontmoeten we buiten de refuge een slank type in trainingsbroek, slobbertrui en zo'n maffe wollen muts op. Het is de 'gardien' (beheerder), een aardige, rustige vent, die ons naar binnen begeleidt. We zijn gelukkig welkom en kunnen direct aanschuiven en voor ons wordt bijgedekt. De overige bediening van de refuge en bemanning in de keuken bestaat ook uit rustige, vriendelijke jongemannen. Een enkele met rastahaar en een andere met haar dat gewoon alle kanten op springt.

Eenmaal in de eetzaal kunnen we elkaar slecht verstaan door een langdurig dreinend en huilend kind bij zijn moeder op schoot. Onbegrijpelijk dat ze al die tijd hier blijft zitten. Maar als ik begin mee te huilen begrijpt ze dat het misschien hinderlijk is in een gemeenschappelijke ruimte en vertrekt. Ook later in de ons toegewezen kleine slaapkamer zijn drie tikken met de wandelstok tegen de 'muur' genoeg om anderen te laten beseffen dat de wandjes slechts van board zijn. De hijgende geluiden uit het nevenhok sterven snel weg.

Na onze tweede warme maaltijd van vandaag krijgen we onze kamer toegewezen en sjouwen we onze rugzakken naar de tweede verdieping om daarmee een deel van de smalle loopruimte in het slaapvertrekje nr. 9 te blokkeren. In het kleine hok zijn over de volle breedte van drie meter twee niveaus van houten platen gemaakt met op elk drie matrassen. Naar de bovenste kun je met een iel laddertje. Omdat er verder geen rugzakken staan denken we de kamer voor ons zelf te hebben en willen de oude slaapzak die op een van de matrassen ligt al aan de kant gooien. Dat laten we achterwege als we op de deur lezen dat de rugzakken beneden in het opslaghok hadden moeten blijven. Dat zullen we de volgende keer zeker doen.


Deze refuge is zeer milieubewust opgezet. Het afval wordt tot in de finesses gescheiden, de energie wordt opgewekt met zonnepanelen en op het water van de douche wordt ook bespaard. Verder hangen er slechts echte lampen in de gemeenschappelijke ruimte maar die worden niet gebruikt. In de slaapvertrekken en op de gangen is geen verlichting. Je moet dus je eigen zaklamp gebruiken om je weg te vinden voor toiletbezoek en voor de verplaatsing naar de was- en doucheruimte.
De beperkte verlichting heeft nog meer voordelen. Als het rond 21.30 donker wordt gaat iedereen slapen en op de kamer wordt je niet gestoord door laatkomers die het licht aandoen. Het is vervolgens wel een geknoei om zonder de anderen te storen je horloge op te zoeken dat tussen twee matrassen is gegleden. 'S nachts merk ik dat er toch een concessie is gedaan aan de energiebeperking.


De volgende ochtend wordt het tenslotte gratis weer licht
Nadat je schuifelend over de gang het toilet hebt gevonden gaat er een wereld open wanneer blijkt dat als je van binnenuit de deur op slot draait er een spaarlamp aanfloept. Toch wel luxe.





Rotsblok lopen


Donderdag 25 augustus
Refuge du Rulhe – Mérens-les-Vals
(7 uur incl rusten, ±440m klimmen, 1575m dalen, ±13 km)

Zonsopgang bij Refuge de Ruhle

Gelukkig gaat ook deze nacht voorbij. Het slapen in zo'n kleine, hete ruimte is aan mij niet besteed. Ik ga steeds meer behoren tot de groep die er standaard voor kiest in een tent in de directe omgeving van de refuge te overnachten. Na het ontbijt wordt ik voor het betalen naar de keuken uitgenodigd. Vreemd om in de keuken te betalen. Maar als ik daar eenmaal ben wordt dat weer genuanceerd. Het is er een chaos, waar de huishond ook gast aan tafel is en de laptop voor de meteo tussen de keukenspullen staat, dus waarom zou je er ook niet kunnen afrekenen. Aan behulpzaamheid ontbreekt het niet. Ter plekke worden op internet nog even de laatste weersberichten voor ons opgezocht, die aankondigen dat de regenzone gevolgd zal worden door opklaringen en daarna zal het 's middags gaan onweren.

De afrekening hakt wel in ons budget want naast de betaling voor de overnachting hier moeten we ook nog betalen voor het verbruik in de cabane van eergisteren. Maar morgen kunnen we op onze rustdag dat weer bijpinnen. Terwijl de gardien het geld voor de cabane Courtal Marti opbergt in weer een ander potje bedank ik hem uitgebreid voor die speciale service daar op de verlaten vlakte. Na het afscheid zie ik als ik terugkom in de eetruimte dat de weersberichten kloppen. Buiten is een heftige regenbui losgebroken en Frank heeft onze rugzakken die al buiten stonden snel onder de overkapping gezet. We blijven dus nog even hangen. Van een Belgische, die met haar man in tien dagen van de Middellandse Zee tot hier is gekomen, horen we over de mooie gîte in Mérens-les-Vals. Als tegenprestatie vertellen wij aan deze aardige vrouw over de kleine cabane met het bier en de frisdranken die zij over twee dagen zullen passeren. Ook horen we van haar dat het stuk naar de Middellandse Zee er prachtig uitziet. Dat belooft dus nog veel goeds.


Fleece aan, pet kwijt dan maar buff op
De regenzone is blijkbaar smal want om 08.15 kunnen we bij een temperatuur van 13 graden vertrekken. Voor het eerst deze vakantie lopen we in onze fleece jacks. Die hebben we zeker nodig als alle wind op de Col de Calmettes wordt samengeperst en grip op de rugzakken krijgt.






De gisteren al ingezette verandering van het landschap met meer rotspassages breidt zich uit. Na enige oefening loopt het over al die rotsblokken niet eens zo moeilijk hoewel je niet mis moet stappen. Ik gebruik steeds minder mijn stokken en probeer snel achter elkaar een aantal van die keien te nemen. Toch schiet het niet echt hard op.

De omtrekking van een klein meertje, hemelsbreed niet meer dan 200 meter, kost al gauw een kwartier. Ter hoogte van het Étang Blue stijgen we over de rotsblokken weer verder en boven deze zone gaat het steil door naar de Crête de la Lhasse (2439m). Al rustend genieten we van daaruit van het uitzicht en van onze prestaties van gisteren als we terugkijken op de Crête des Isards die zich scherp tegen de horizon aftekent.

Top van de Crête de la Lhasse

Na de rust dalen we lang af waarbij het in de diepte liggende meer, het Étang de Comte, steeds groter wordt. Het ziet er verleidelijk uit nu we ook zwemmers kunnen ontwaren. Maar als zo vaak in de bergen bedriegt de afstand. Weer tientallen minuten verder merken we definitief dat ons pad niet even omgelegd kan worden in de richting van dit meer. We zullen er nooit langs komen.

Het aansluitende panorama is minstens zo aantrekkelijk. In de diepte meandert prachtig de Ruisseau de Mourguillou; een schitterend gezicht. De lange afdaling die nog verder zal gaan geeft wel een eenzijdige belasting voor onze knieën. Frank doet bewust rustig aan en ikzelf moet extra rechtop lopen om mijn linker knie te ontlasten. Voordat we verder trekken rusten we daarom uit in de zonnige, aangename omgeving van het kleine Estagnol de Comte (1538m), zetten koffie en eten wat; ik wat droge muesli en Frank een pakje vermicelli.
Lekker vermicelli?
Tijdens onze rust kletsen we nog wat met een Nederlands gezin met twee jonge kinderen die op eigen kracht vanaf de drie kilometer lager gelegen parkeerplaats omhoog gewandeld zijn, knap.
Bij onze rustplaats is er natuurlijk ook weer een paardenvergaderplaats. Dit keer van de bekende Merens paarden
Eenmaal op pad gaat het tot aan de brug 'Pont des Pierres' geleidelijk naar beneden. We willen de brug oversteken omdat er draad staat gespannen over het pad maar tekens en passanten wijzen ons toch op de voortzetting over de noordelijke oever van de beek. Vanaf dat punt gaat het steiler naar beneden. Tijdens de afdaling glijdt Frank nog twee keer over los grind onderuit wat zijn pijnlijke knie geen goed doet.

We krijgen nog een schrikmoment als ik ter hoogte van de parkeerplaats op de kaart kijk en zie dat de GR10 daar ten zuiden van de beek loopt. We zullen toch niet op het ook bewijzerde wandelpad 'Tour des montagnes d'Ax' zitten? We overwegen terug te klimmen want zo'n fout heeft ons vorig jaar twee uur extra wandelen opgeleverd. Na een controle met het kompas en de hoogtemeter en wat heen en weer geredeneer kan dat niet het geval kan zijn. We besluiten door te gaan met de afdaling. Het is een juiste beslissing want na nog twee kilometer kunnen we via een andere stenen brug, de Pont Gazeil, naar de zuidzijde en komen zo weer op het gemarkeerde pad.

Binnenkomst in Merens-les-Vals
De verdere neergang verloopt voorspoedig en om 16.00 installeren we ons op het terras van het enige café van Mérens-les-Vals (1055m). Het is nog steeds lekker warm en zonnig en van onweer is hier in het dal niets te bekennen. Ondanks de mooie verhalen over de gîte hebben we geen zin meer in een extra klim. Verder lijkt het aantrekkelijker om de komende twee rustdagen op de camping door te brengen. En ofschoon ik tevoren niet op internet de kwaliteiten van de camping heb gecontroleerd nemen we de gok en wandelen de anderhalve kilometer in zuidelijke richting.

Onderweg er naar toe roep ik nog stoer dat er goed sanitair zal zijn met hete douches, een winkel, een restaurant en een zwembad. Tot onze blijde verrassing is het nog waar ook. Met uitzondering van het zwembad is de rest er allemaal op deze keurige camping municipal. Hoewel, later blijkt dat we een beetje verblind waren door al het comfort omdat wat wij voor een restaurant aanzagen eigenlijk alleen een bar-lokaal blijkt te zijn waar men bij uitzondering kant en klaar maaltijden opwarmt. Maar who cares?
We mogen eerst de tenten opzetten en schrijven ons vervolgens in voor twee dagen. Daarna genieten we van de super hete douche in het goed afgewerkte en complete sanitairgebouw waar je geen douchemunten nodig hebt en niet hoeft te knoeien met een zaklamp. Alweer luxe, het gaat maar door!

In het campingwinkeltje kopen we bier, ravioli, boerenleverpaté en een ijsje en daarom begint de maaltijd aansluitend met het voorgerecht bestaande uit een magnum classic, het hoofdgerecht uit ieder een half blik ravioli en ieder een half blik boerenpaté als nagerecht. Al dit gekook wordt aan de bar van de camping afgesloten met koffie die zowaar in van Houten kopjes wordt geserveerd.

'S nachts lig ik enige tijd wakker. Ik mijmer nog wat over thuis en er kruipen nog wat afwisselende gevoelens omhoog als ik terugdenk aan sommige momenten tijdens de afgelopen dagen. Ik voeg het toe aan mijn aantekeningen om ze daarna te verdringen.

Zo te horen is Frank weer met een nachtelijke sudoku bezig. Hij heeft er 's nachts reeds zoveel gemaakt dat hij gisterenavond al de batterijen van kleppetledlampje moest vervangen. In de stilte van de nacht klimt door het dal een trein omhoog naar het laatste grensstation Latour de Carol. Het gestamp van de treinstellen op de rails klinkt als het geklop van paardenhoeven, maar deze paarden achtervolgen je tenminste niet. Daarna val ik weer in slaap. Het is al dik licht als ik om 07.30 op mijn horloge kijk. Mijn benen gloeien nog steeds en ik draai me nog een keer om in een ontspannen positie. Toch lekker om een keer niet te mogen lopen. Ons bestelde brood kan ook wel later bij het winkeltje worden afgehaald.




Rustdag 1; Ax-Les-Thermes

Vrijdag 26 augustus
Camping municipal van Mérens-les-Vals

Dit is een niet geplande extra rustdag die we door de langere etappes van de afgelopen paar dagen bij elkaar hebben gelopen. Het komt goed uit voor onze knieën die rust nodig hebben. We hebben nog geen plan en blijven liggen tot 08.30. Als ik opsta jeukt mijn huid van de muggenbulten en van de steken door het het stugge, gepunte gras van de afgelopen dagen. Het kost me moeite om het niet open te krabben. Ten lange leste smeer ik er maar anti-ouderdomscreme op, wellicht helpt dat. Daarna lekker douchen, misschien is dat ook een oplossing. Dat is weer een weldaad na dagen zonder douche of onder lullige refuge-straaltjes met kapotte douchekoppen. Alle complimenten voor deze camping municipal. Frank was al eerder op en is nu bezig met zijn was.

Er stopt van alles in Merens behalve de trein
Na het verlate ontbijt besluiten we naar Ax-Les-Thermes te gaan, maar hebben niet bedacht dat in een gehucht als Mérens-les-Vals de trein maar één keer per vier uur stopt. Voor de zekerheid vragen we het nog na bij de kruidenier en bij het postkantoor maar dat verandert de dienstregeling niet.


Een van de mooie zaken in Ax-les Thermes
Dan maar liften proberen, iets wat we sinds mensenheugenis niet meer hebben gedaan. Maar het werkt wel. Binnen dertig seconden zijn we happy onderweg. Dat is dan ook direct het hoogtepunt van de dag want Ax stelt teleur. Het is een wintersportstadje dat nog meer op zijn retour is dan bijvoorbeeld Cauterets. We nemen uitgebreid de tijd voor een omeletlunch op een zonnig terras, ik koop nog een nieuw kleppetje en na drie uur zijn we liftend al weer terug op de camping. Dus nog eerder dan de vertrektijdstip van de eerst volgende trein naar Ax.

We rommelen nog wat op de camping, laten een kant-en-klaar maaltijd in de bar opwarmen, die daar in alle leegte niet minder smaakt, terwijl het buiten af en toe regent. Hopelijk is het Andorra-programma voor morgen beter. Frank heeft de liftbordjes al klaar.
Stilleven van een opgewarmde maaltijd





Rustdag 2; Andorra
Zaterdag 27 augustus
Camping municipal van Mérens-les-Vals

Na een nacht met korte waakmomenten staan we al om 08.00 op. We willen er dit keer op tijd bij zijn en staan daarom al om 10.00 uur langs de weg naar Andorra. Maar of het komt omdat het zaterdag is of dat het de bestemming is die we omhoog houden, niemand stopt. Na een half uur geven we ons nog tot 11.00 uur. Hoe we ook vriendelijk lachen, petje op-, petje afzetten, het lukt niet. Om 11.15 zitten we weer koffie te drinken aan de bar van de steeds legere camping.

Lang wachten op het
station van Merens les Vals
Om toch iets te doen te hebben gaan we maar naar het station. Daar hangen we een uur rond en verplaatsen ons tenslotte met een mooie, moderne trein naar het elf kilometer verder gelegen gehucht L'Hospitalet-près-l'Andórre. Daar stappen we samen met een jonge, zwarte vrouw uit. Gedrieën informeren we bij de incrowd hoe we het beste naar Andorra kunnen komen. We wisten het eigenlijk al, liftend. Ik raad de jonge vrouw aan niet vlak bij ons te gaan staan omdat je alleen meer kans hebt dan met zijn drieën. Terwijl ik dit net gedaan heb stopt er bij Frank en mij een ruime Citroën maar zit zij opeens toch als eerste achterin. Gelukkig mogen we allemaal mee.


Met ervaring scheurt onze van origine Portugese chauffeur over de haarspeldbochten op de 27 km naar de Andorrese grensplaats Pas de la Casa. Hij komt net als onze chauffeur van gisteren helemaal uit het 170 km verder gelegen Toulouse om volgens zijn zeggen twee sloffen sigaretten te halen. Een slof sigaretten kost hier weliswaar slechts €19, maar dit lijkt ons toch een erg grote inspanning voor deze korting. Er zijn echter van die momenten dat je niet door moet vragen, maar EO-blij voor je uit moet kijken.

Pas de la Casa is een stadje met gigantisch veel winkels en parkeerflats, waar alles draait om sigaretten, alcohol en andere belastingvrije artikelen. Aan de drukte te oordelen niet zonder succes.

Ons oorspronkelijke doel was de hoofdstad Andorra la Vella en hoewel het al 14.00 is en we nog niet weten hoe we terug zullen komen besluiten we toch door te reizen. Vanuit de mini-bus die de verbinding verzorgt zien we een bergachtig landschap met skipistes en vele, goed onderhouden, moderne hotels die vrijwel allemaal 'en pierre' gebouwd zijn (buitenmuren van natuursteen). Ze zien er zonder uitzondering een stuk beter uit dan de hotels aan de Franse kant van de grens. Over de 33 km bergweg doen we 50 minuten. We dalen door verschillende modern uitziende stadjes en passeren vele schitterende moderne villa's op prachtige locaties tegen de hellingen.
Pont de Paris in Andorra la Vella

Vella valt tegen. Het is een kopie van Pas de la Casa met maar dan luxer. Vanuit de bus zien we een onafzienbaar aantal winkelstraten. De ene nog luxer dan de andere. We worden in het oude centrum afgezet, waar we welgeteld nog 1 oud gebouw kunnen vinden; de kerk.
Na horlogezaak nummer twintig en parfumeriewinkel dertig is de nieuwigheid eraf en hebben wij het gezien. Op een van de weinige stukjes natuur, een streepje kunstgras, strijken we neer op een pizzeriaterras waar geen pizza's verkocht worden, eten en drinken wat en gaan op zoek naar de bushalte om niet de laatste bus terug naar de grens te missen. Daar staan we een tijd te wachten op een mini-bus. Als de vertrektijd ruim voorbij is bekruipt ons een vervelend gevoel, zeker omdat we net ervoor nog een mini-bus zagen wegrijden. We vragen het maar bij toeval aan een wachtende dame, die ons wijst op een naderende grote bus. Hij was gelukkig te laat en gaat inderdaad naar de grens. Onze dank is groot.

ons niet werkend bordje
Terug in Pas de la Casa horen we van een paar Britten op doorreis dat de volgende bus richting Ax over ruim een uur vertrekt. Genoeg tijd dus om te gaan liften. Het bordje Ax gaat vele malen omhoog maar waarschijnlijk vanwege de controles van de Franse douane neemt niemand lifters mee. We willen net terug naar de bushalte gaan als een Moslimgezin ons een lift aanbied. Ze zijn hier goedkoop voor de hele familie fruit aan het kopen om de ramadan beter door te komen. We moeten even wachten tot de handel met de fruitkraam is afgerond. Daarna wordt de kleine auto volgeladen met dozen meloenen. Opa mag voorin zitten en wij zitten met verpletterende tussenruimte tevreden naast oma op de achterbank. Daar vernemen we dat ze al veertien keer oma is en al heel lang in Frankrijk woont. Terwijl de bus nog moet vertrekken uit Pas de la Casa staan wij 45 minuten later alweer in Mérens-les-Vals. Niet slecht voor een paar oude amateurs.






Thermische beek
Zondag 28 augustus
Camping Mérens-les-Vals – Refuge des Bésines
(7 uur incl rust, ± 1240m klimmen, ± 260m dalen, ± 10,5 km)

Als we om 08.00 opstaan onder een staalblauwe hemel is het nog zo koud dat we direct vluchten voor een laatste hete douche. Tijdens het afbreken van de natte tent en het inpakken van de rugzak moeten we regelmatig de handen opwarmen. Bij controle op Frank's weerstation is de temperatuur 6,7 graden! Pas wanneer de zon over de bergen heen komt warmt het lekker op.

Voor de laatste keer lopen we de anderhalve kilometer van de camping naar Mérens-les-Vals. Daar gaan we meteen over een keientrottoir omhoog langs de Ruisseau de Nabre. We willen nog een blik werpen op de veel geprezen gîte, maar zien daar van af als bij het passeren van het Romaanse kerkje blijkt dat we dan toch weer een stukje terug moeten.





(deze foto heb ik gegoogeld van internet)
De route vandaag is grotendeels stijgend. Als we in gedachte door het bos voortklimmen stoten we ineens op een paar mensen die in zwemkleding in paar beekpoelen liggen. Het blijken zwavelhoudende warm waterbronnen te zijn. Uit beleefdheid maak ik geen foto's maar het is een komisch gezicht om 11.00 uur in de ochtend zo in een bosbeek halverwege een helling.
Watervalletje vlakbij L'Estagnas
Het groene meertje L'Estagnas
Door maar weer bij een betere temperatuur dan vorige week; 26 in plaats van 34 graden. De rest van de klim is mooi en gaat langs bekende zaken als wilde paarden, meertjes en rotsplateaus. Over zo'n plateau bereiken we tenslotte het hoogste punt, de Porteille des Bésines (2333m). Daarna volgde nog een klein uur dalen waarbij het laatste stuk door een mooi open naaldbomenstrook ging.

het laatste stukje naar de Porteille de Besines

De Refuge des Bésines ziet er schoon uit en wordt strak maar zeer vriendelijk geleid door een ouder echtpaar. Kamperen rond de refuge is niet toegestaan dus boeken wij demi-pension. We komen terecht op een kamer in dezelfde stijl als in de Refuge de Rulhe, alleen liggen er nu tweemaal vier matrassen. Op 'onze' kamer ligt Michel, een vriendelijke Fransman van onze leeftijd, die van 20 juli tot nu vanaf Hendaye aan de Atlantische Oceaan naar hier gelopen is. Niet gering. Gelukkig is het rustig in de refuge. In totaal zijn er maar ongeveer vijftien gasten, de meeste van onze leeftijd.

Op de veranda waar inmiddels onze was te drogen hangt zit ik aantekeningen te maken als Frank komt vertellen dat hij in de douche is uitgegleden en nu een dikke vinger heeft. Ik zie dat als een straf voor zijn eeuwige gezeur over het merkje van mijn Odlo shirt dat volgens hem verkeerd bevestigd is. 'En waarom wordt jij dan niet gestraft?'. 'Dat komt omdat ik elk levend wezen respecteer, zelfs jou'. Een hoger filosofisch niveau krijgt de discussie niet en ik ga over op een sudoku, ook moeilijk.
Voor de maaltijd heb ik nog een gesprek met een gepensioneerde Fransman die hier een rondtoer maakt met twee nichten. Hij woont in Massat, een oord niet ver van onze startplaats Aulus les Bains. Het is een gemeente zoals hij uitlegt die in tegenstelling tot veel andere afstervende dorpen en communes wel groeit door de toestroom van kunstenaars en handwerklieden (artisans) die daarmee het verzorgingsniveau op peil hebben gehouden. Hijzelf heeft als meubelmaker voldoende werk gehad met de herinrichting van de vele tweede huizen die je hier in de Pyreneeën aantreft.




Mooie cols, schitterende valleien, bezadigd hotel

Maandag 29 augustus
Refuge des Bésines – Lac des Bouillouses
(8 uur incl rusten, ± 700m klimmen, ± 800m dalen, ± 17 km)

We zitten in Les Bones Hores. Aan het einde van het Lac des Bouillouses hebben we niet gekozen voor de gelijknamige Refuge maar voor de luxe van dit hôtel de montagne aan de west kant van de stuwdam. Kamperen leek ons hier geen prettig idee in deze wat meer toeristische omgeving en is zelfs op de meeste plekken verboden. Maar de echte reden is dat we aan het eind van deze vakantie, morgen is de laatste wandeldag, kiezen voor nog meer comfort dan in een refuge. Nou zullen vele Nederlanders niet echt geestdriftig worden van onze oude kamer, met het los zittende toilet, in dit gedateerde hotel met achterstallig onderhoud. Maar dat is het voordeel van dagen lang rondrennen in de bergen, dan worden basiszaken al snel luxe. Er is licht in de gangen, je hebt geen jeton nodig voor de douche, die na verloop van tijd heet wordt, je mag je schoenen aanhouden, er liggen lakens op je matras, er zijn maar twee bedden in plaats van acht en je mag ook je rugzak en je stokken meenemen naar je kamer. Als klap op de vuurpijl hebben we een eigen tafel in het restaurant. Voor €50 p.p. is dit te overzien. Het is trouwens niet veel duurder dan de Refuge des Bésines waar de rekening eindigde op €120. Dat kwam o.a. door de lunchpakketten van €9 per stuk. Maar na het betalen in de keuken kon ik de gardien daar wel complimenteren; het zag er strak en schoon uit.

De route van vandaag was lang; 17,5 km waarbij op het laatste stuk langs het Lac des Bouillouses het tempo er een beetje uitging. Het was een prachtige route met twee mooie cols, verschillende mooie meren en meertjes en door de prachtige vallei van de Ruisseau de la Grava. We moeten op deze een na laatste dag oppassen dat we nog oog houden voor al dit schoons.
vlak bij de Col de Coume d'Aniel met in diepte het meertje Besineilles

Om 08.00 vertrokken we bij 15 graden richting de Col de la Coume d'Aniel. Deze col is met zijn 2470m het hoogste punt voor dit jaar. Bij het vertrek worden we nog achterna geschreeuwd door Michel die ons de juiste weg wijst. Op weg naar de col stijgen we eerst geleidelijk langs langs een mooi beekje, daarna volgt een strook verspreide dennen en tenslotte begint een echte rotsblokkenklim, waar je goed je weg moet zoeken en waar enkele meters 'apekooien' is inbegrepen. Onderweg worden we ingehaald door Michel en twee andere lopers uit de refuge.
Terwijl Frank boven al de hele omgeving fotografisch heeft vastgelegd trek ik langzaam bij. Daarna passeren wij de andere rustende lopers onder het uitroepen van het toch wel een beetje professionele 'à tout à l'heure'.

Het uitzicht aan de oostzijde van de col is schitterend. Een kilometers brede grassige vallei bezaaid met rotsblokken tekent zich af, in het midden opgevuld met het grote Étang de Lanoux en enkele nevenmeertjes. Bij de doorgang tussen de twee meren rusten en eten we. Daarbij worden we weer gepasseerd door de collega-wandelaars.

Als we doortrekken raken we verward door markeringen die niet in de goede richting gaan. Hier kruisen drie paden elkaar; de GR10, de GR7 en de GR107. Welke markering we nu voor ons hebben is niet duidelijk. Alert geworden door onnodige inspanningen in het verleden maken we een extra kaartstudie waarbij de volgende col, de Porteille de la Grava ons houvast wordt. Door deze col in de gaten te houden maken we met succes een doorsteek om een kleine heuvelrug heen en komen via een drooggevallen meer weer op het juiste pad.
Vlak bij Porteille de la Grava met een terugblik op het Etang de Lanoux

Vallei van de Ruisseau de la Grava
Allerlei stroompjes in het laatste deel van de vallei van de Ruisseau de la Grava
Eenmaal over de Porteille slingeren we de lange vallei van de Ruisseau de la Grava in. Het loopt er lekker naar beneden en mondt uit in een grote vlakte met bij allerlei vertakkingen van de beek.

Tenslotte gaat het pal zuid langs de oevers van het Lac des Bouillouses. Vlak voor het meertraject rusten we nog even met Michel die we ergens ongemerkt hebben ingehaald. Wijs geworden door eerdere ervaringen heb ik er al rekening meegehouden dat het pad dat op de kaart langs het water is getekend in werkelijkheid voortdurend klimt en stijgt. Maar niet zeuren, het zicht op het stuwmeer vergoedt veel. Wat ooit verhogingen in een vallei zijn geweest steken nu als eilandjes boven het water uit.


Voor het diner gaan we nog op zoek naar het vervolg van de GR10 zodat we morgen direct van start kunnen gaan. We zijn blijkbaar toch moe want het lukt ons niet echt. We kijken ook nog even aan de andere kant van de stuwdam waar we Michel en de andere wandelaars van vandaag op het terras van de refuge treffen. Ze wachten op een ouder echtpaar dat vanochtend na ons uit de Refuge des Bésines is vertrokken. Als we terug slenteren wordt nog eens bevestigd dat kaartstudie op het juiste moment niet overbodig is. Terwijl wij al lang en breed gedoucht hebben en buiten het hotel alles verkenden trekt het echtpaar vermoeid langs. Na de begroeting horen we dat ze tweeënhalf uur zijn kwijt geraakt op de GR7. We kunnen ze de goede richting over de stuw wijzen en melden dat aan de overzijde op het terras de andere drie op ze wachten. Wij gaan nog wat drinken en kijken uit naar de maaltijd.




Vervroegd slotdiner

Dinsdag 30 augustus
Lac des Bouillouses – Gare Mont Louis/Cabannasse,
(± 100m klimmen, ± 600m dalen, ±16 km)

Een laatste blik op het Lac des Bouillouses
Gisterenavond ook de eerste herinnering aan de terugreis gekregen. Van onze collega-wandelaars gehoord dat de Train Jaune juist sinds gisteren een andere dienstregeling heeft waarmee net de door ons gekozen trein van 16.52 is komen te vervallen. De eerst volgende komt nu 18.42 op het station Bolquère-Eyne langs. We moeten vandaag die trein wel nemen om morgenochtend op tijd vanuit Latour de Carol-Enveitg de verbinding richting Toulouse en het vliegveld zeker te stellen. Dat wordt vanavond dus een late aankomst op de camping in Enveitg. Hopelijk is hij dan nog open.

Pla de Bones Hores
Maar eerst nog mooi een dag wandelen. We verlaten het hotel om 08.30 in onze fleece truien. De gelijkmatige afdaling naar Bolquère start met een omweg over de stuw waar we nu wel de markering ontdekken. Na een kort stuk door het bos gaat het prachtig over de flanken van een grote open vlakte waarop we ons hotel langzaam kleiner zien worden.


We passeren aan het eind van het open stuk de eerste skilift en pauzeren nog een laatste keer bij zo'n mooi bergmeer. (Étang de Pradeille). Daarna gaat het langdurig door dennenbossen naar beneden waar regelmatig paarden en koeien onverwacht vanuit het bos opduiken.
Bij een rust maken we een laatste gesprek met de bekende wandelaars van de afgelopen twee dagen. Michel heeft last van zijn bovenbenen maar hoopt toch over elf dagen aan de Middellandse Zee te staan. Als we aan het koffiezetten zijn duikt er een stier op die langzaam onze kant op stapt (afstand 6 meter). Misschien omdat hij mank loopt zoekt hij geen confrontatie. Ik sta alvast achter een paar boomstammen en daarvoor staat nog de Wit. Of dat laatste geholpen zou hebben is overigens niet duidelijk geworden.

Kerk van Bloquere
Op het lange pad door het bos passeren we nog enkele stille skiliften en het chaletdorpje Pyrénées 2000 bestaande uit robuuste, luxe houten huizen waarvan enkele opgetrokken uit boomstammen. Daarna verlaten we de natuur definitief en lopen over een asfaltweg langs een tweede chaletdorp, Superbolquère, om voor de slotlunch te eindigen bij de Ancienne Auberge in het oude Bolquère.



Versting stad Mont Louis onder het militaire deel en bovenin, ook binnen de muren, het stadje

Ook al nemen we tijdens de maaltijd uitgebreid de tijd, er blijft nog veel te veel middag over. Ik stel voor om naar de citadel 'Mont Louis' te gaan en het einddoel voor vandaag te verleggen naar het station Mont Louis/Cabanasse dat daar vlak bij ligt. Tegen drieën arriveren we bij deze door de bekende zeventiende-eeuwse vestingarchitect Vauban ontworpen en gebouwde citadel. Het ziet er imposant en goed onderhouden uit.
Op het niet toegankelijke deel is een Centre National d'Entrainement voor paracommando's gehuisvest die net bezig zijn met het oefenen van de touwafdaling uit een helikopter. Fast roping down volgens Frank met zijn luchtmobiele ervaring. Wat het is en hoe het heet weet ik zelf natuurlijk ook. Mijn puriteinse vraag waarom dat down er achter moet en of je dan ook fast roping up hebt wordt niet op waarde geschat. Het is ook bedoeld als een tegenhanger voor het Odlo-merkje gezeur.

Via een tweetal toegangspoorten komen we in het deel van de vesting waar zich zowaar een klein stadje bevindt met onder andere mairie, kerk, school en cafe's. Er schijnen nog ongeveer 220 mensen te wonen. We kijken rond, drinken wat en een uur later hebben we het gezien en lopen het laatste stuk naar het station.
Waar we gelukkig direct kaartjes kopen naar het eindstation Latour de Carol-Enveitg aan de Spaanse grens. Als we om 18.00 nog een keer in het stationsgebouw willen is alles zonder verdere aankondiging afgesloten. Op het perron wordt het kintikken slechts onderbroken door kijken naar de samenklontering van veel dagjesmensen die nog net in de twee treintjes in de richting van Villefrance/Perpignan passen. Eindelijk komt ons volle toeristentreintje om 18. 40 aan. We kunnen er met nog enkele andere passagiers nog net bij.


Het gele treintje is een aardige toeristische belevenis waarbij je in een traag tempo over een soort smalspoor door de uitgestrekte Cerdagne vallei kronkelt. Het treinstel telt zes wagonnetjes waarvan er twee open zijn en je in de buitenlucht van het landschap kunt genieten. Het lijntje gebruikt zo nu en dan de volle breedte van de vallei om te klimmen of te dalen en slingert zich over bruggen en door tunnels langs een serie van dorpen en stadjes.
Langzamerhand verlaten alle toeristen het treinstel en als we in Latour de Carol/Enveitg stoppen stappen er om 20.30 met ons alleen nog enkele backpackers uit. Op de 800 meter verder gelegen camping moest de beheerder van boven komen om ons in te schrijven. Net voor de inval van de duisternis stonden onze tenten en bij het licht van een campingstraatlantaarn eten we onze Salade Parisienne uit blik. De super hete douches daarna vormen een weldadige afsluiting. Einde loopvakantie, over naar de reismodus.




Terugreis

Woensdag 31 augustus

Thuis heb ik op internet al uitgezocht dat voor ons de ideale verbinding met Toulouse start met een bus naar Ax-Les-Thermes die om 09.13 vertrekt. Door de ervaringen met de Train Jaune wijs geworden hebben we dit gisterenavond direct bij aankomst op het station gecontroleerd. We mogen ook deze aansluiting niet missen anders halen we de vertrektijd van het vliegtuig niet. Daarom staan we om 08.00 uur op het station, kopen meteen de kaartjes tot aan Toulouse en hangen daarna wat rond in de verdere troosteloze omgeving van het ooit glorievolle gebouw.


Het is een station waar een redelijke stad in Nederland dik tevreden mee zou zijn, maar het heeft een treinaanbod van het Friese Stavoren. De spoorwegen gebruiken een klein tussenstuk en voor het overige staat het leeg. We kijken nog wat naar het vertrek van de gele trein en de trein naar Barcelona maar daarna is alles weer uitgestorven. Tegen 09.00 worden er per auto steeds meer passagiers op het plein afgezet. De auto is hier in de periferie van Frankrijk duidelijk het snelste, het betrouwbaarste en vaak het enige opstartvervoer om aansluiting te krijgen met het spaarzame openbaar vervoer.


De bus vertrekt op tijd. Tijdens de busrit vangen we nog een glimp op van de Camping Municipal van Mérens-les-Vals waar nog meer plaats is dan een paar dagen geleden. In Ax worden we op het stationsplein afgezet en starten we de gang naar de aansluitende trein. Veel passagiers duiken het eerste het beste treinstel in. Wij lopen door naar voren en zien en passant dat het twee treinstellen zijn. Het voorste waarin wij belanden gaat inderdaad naar Toulouse. Het is een luxueuze stoptrein die eenmaal uit de bergen flink doorblaast. De gang van zaken in Toulouse is voor ons een herhaling en binnen de tijd staan we op Blagnac. Daar is het nog even een gezoek om naar de aangegeven gate te komen. Zonder verdere aanwijzing is de toegangscontrole van Gate A naar Gate B verplaatst en zie je verschillende passagiers voor Düsseldorf ronddwalen.

Met een klein vliegtuig keren we terug. Binnen tien minuten hebben we onze bagage van de band en ruim voor het door ons ingeschatte tijdstip van 17.30 rijden we al op de Autobahn richting Nederland. We worden wel weer direct geconfronteerd met de vreemde trilling van de Seat. Na een paar kilometer begint het gehobbel en getril van de Seat ons toch te verontrusten. Omdat we in een vervelende file zitten kunnen we zonder op te vallen letterlijk langzaam blijven meehobbelen op zoek naar een parkeerplaats. Als we die na een kilometer of vijfentwintig hebben gevonden vinden we in eerste instantie niks. Alle wielen zitten goed vast. Ik inspecteer het linker achterwiel dat wij het meest verdenken nog een keer. Tot mijn ontzetting zie ik een duidelijke verdikking op het loopvlak. Dat ziet er niet goed uit. Misschien zijn we wel ontsnapt aan een klapband.
Het verwisselen van de band geeft nog even de verrassing dat er uit de achterbak een zogenaamde thuisbrenger komt waarmee je niet harder dan 80 km per uur mag. Met regelmatige doodsverachting vervolgen wij onze weg over de Autobahn. Ik ben redelijk blij als ik in Nederland tussen wat minder hard rijdend verkeer verder kan kruipen. De rest verloopt gelukkig zonder problemen en tegen 20.00 kan ik Frank veilig weer bij Linda afzetten en spoed ik mij naar Hoevelaken voor een blijde hereniging.



Naar de finale

Dit vierde jaar op de GR10 leverde zoals verwacht weer een traject op met prachtige wandelingen. Een verschil met vorig jaar vormde de toenemende rotsigheid van het landschap waarbij verschillende rotsgroepen moesten worden 'getraverseerd'. In veel gevallen is dat makkelijker dan je zou verwachten maar een enkele keer moesten de handen meehelpen. Omdat we dit jaar al midden augustus van start gingen verzwaarden de temperaturen van boven de 30 graden in de eerste week het klimmen en klauteren aanmerkelijk. Nog een geluk vormden daarom de vele bossen tot aan Mérens-les-Vals. Verder hebben we dit jaar geen last gehad van watertekort omdat het in de voorgaande maanden doortastend had geregend en de beken tot hoog in de bergen nog water afvoerden.



De conclusie van vorig jaar om kortere etappes te plannen werkte goed totdat we aan het vroege einde van zo'n etappe besloten door te lopen en daarmee diezelfde planning overboord gooiden. Dit leidde tot niet verwachtte bevoorrading en verrassende overnachtingsplekken. De langere etappes die hier weer het gevolg van waren misten hun uitwerking op de knieën niet, maar de daarmee gecreëerde extra rustdag bracht voldoende herstel. Die extra rustdag met andere activiteiten haalde echter bij mij het trekgevoel er een beetje uit. Toch bevielen de kortere etappes goed door de extra tijd om je aan het eind van de dag in te richten en te oriënteren op de omgeving. Of zoals bij ons om de verloren tijd door verkeerd lopen te compenseren.



Aan het eind van het traject dachten we al een glimp op te vangen van de Canigou, de bekendste berg van Les Pyrénées Orientales. We hebben op het station Mont Louis-La Cabanasse in ieder geval meer dan voldoende tijd gehad om alvast te genieten van wat ons volgend jaar te wachten staat. Ook de route naar de volgende gîte in Planès hebben we al in ons hoofd dus dat is geen probleem. Daarnaast werden we onderweg al door een tegemoetlopende aardige Belgische aangespoord tot het vervolg. Vol enthousiasme sprak ze over haar eerste deel. Volgend jaar dus het laatste deel met de zwembroek gereed om onze lichamen door het zoute water van de Middellandse Zee te laten masseren.

Nog meer beesten? Wat staat ons volgend jaar te wachten?
Ik zal dit boek nog niet lezen want ik wil er weer een leuk verhaal van maken, tot dan!

2 opmerkingen:

  1. Dag Frans,
    Wederom een feest van herkenning inclusief het verkeerd lopen bij Izouart. En wij hadden wel en kaart van 1:25.000 bij ons dus jullie hoeven je niet te schamen. Uit het verslag bleek dat wij 2 dagen achter jullie aan liepen tot aan Siguer waar wij ivm de hitte zijn gestopt. Volgend jaar het laatste deel dus misschien tot dan.
    Groetjes, Ingrid.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ingrid bedankt voor je reactie leuk om je herkenning te vernemen. En inderdaad misschien tot volgend jaar! Groet Frans

    BeantwoordenVerwijderen