Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

GR10 2010 - Pyreneeën centraal: Couserans, Ariège

GRANDE RANDONNÉE NO 10

Deel 3: BOURISP – AULUS LES BAINS
± 220 km hemelsbreed, ± 280 km gelopen

 

Hoe blij kun je zijn

Kermerkend
Voortschrijdend inzicht is blijkbaar een fenomeen van verschillende snelheden. Vorig jaar was mij opgevallen dat het meisje van het Franse tweetal, dat ik toen enkele dagen regelmatig ontmoette, tijdens de afdalingen bevallig met haar heupen draaide. Vrijwel direct realiseerde ik mij toen al dat dit niet voor mij was. Het duurde echter meer dan een jaar om zelf te ontdekken dat dit gedraai tot een geringere belasting van de knieën leidt. Maar ach veel is relatief; ik schaatste mijn hele leven al toen ze op mijn 53ste op de Weissensee steeds riepen dat ik mijn heupen moest inzetten om daarna op mijn 56ste te begrijpen hoe je dat doet. Nu ik de wandelheupinzet eenmaal door had, ben ik die ook veelvuldig gaan toepassen. Zo veel dat mijn wandelgenoot, ex-collega Frank, er een enkele keer tureluurs van werd. Dat kwam gelukkig maar weinig voor omdat hij veel sneller was dan ik en daarom meestal vooruit liep.
Daarmee raak ik ook het eerste kenmerk van deze wandeltrektocht. Voor het eerst sinds 1994 heb ik niet in mijn eentje gelopen maar samen met een ander. En dat is goed bevallen. Naast de praktische zaken als meer veiligheid, verdeling van te dragen last en van werkzaamheden, leverde het gedeelde ervaringen op van de mooie momenten. Natuurlijk momenten in de prachtige natuur, maar veel meer dan voorheen meer gezelligheid bij het gezamenlijk bezoek aan restaurants, hotel en gîtes d’etape.

Een ander kenmerk van dit jaartraject was het overwegend ‘pastorale karakter’ van de omgeving. Meer dan vorige jaren liepen wij door een landschap met kuddes koeien en schapen die begeleid werden door herders. De vele cabanes (herdershutten) die we passeerden waren dan ook voor een deel bewoond met mannen die boven in de bergen weken en maanden bij hun dieren blijven. Klaarblijkelijk veranderen daarmee het uiterlijk en de sociale vaardigheden omgekeerd evenredig met de lengte van het solitaire verblijf.

Verder liepen we regelmatig door dalen waar de restanten van bewoning uit de 19e en 20ste eeuw te zien waren. In nu vrijwel verlaten valleien hebben toen heuse gemeenschappen geleefd. Het beeld van de vervallen Spartaanse huizen, hutten en stalletjes maken het niet moeilijk je voor te stellen dat het verblijf in deze harde natuur geen gemakkelijk leven geweest zal zijn. De leegloop is zeker te begrijpen. Er gaat dan ook enige triestheid van de verlaten, vervallen bouwsels uit. De huidige rust wordt voor een deel ook verklaard uit de andere bestemming die vele opgeknapte optrekjes hebben gekregen; tweede huis van mensen uit de steden die daar slechts een beperkte tijd van het jaar verblijven.
Tot slot een element dat meer voorkwam dan in de voorgaande trajecten; bekorstmoste beukenbossen. Brede zones aan de voet van de bergen en in de dalen. Speciaal daarbij waren de met overvloedige korstmossen behangen beukenbomen in het dal van het riviertje Estours.






Heenreis
(Woensdag 25 augustus)

station Toulouse Matabiau
De reis verliep zo snel en voorspoedig dat je soms alweer te laat was om te genieten van het nu. Via Aéroport de Toulouse – Blagnac, een shuttlebus naar het station en vandaar met de trein arriveerden we sneller dan verwacht in Lannemezan. De vervolgbus naar Bourisp ging echter pas op de geplande tijd. Om de tijd te doden slenterden we in Lannemezan de eerste tien km van deze vakantie om halverwege in het centrum de start van de gezamenlijke onderneming te bekrachtigen met een bier onder het oog van de alom aanwezige monumenten ter herdenking van de eerste wereldoorlog.
aux enfants de Lannemezan


Na aankomst in Bourisp was het noodzakelijke gastankje snel gevonden in de nabijgelegen supermarkt. ’s Avonds werd St Lary verkend en goed gegeten op een buitenterras met o.a. salade au chèvre, een galette à la chef (gevulde pannenkoek) en een crêpe miel-noix.






Even opstarten
(Donderdag 26 augustus, Bourisp-Loudenvielle, 5.30 uur (inclusief alle rusten), ±800m klimmen, ±620m dalen, ±11,5 km)

Om 08.00 uur ging de supermarkt open en waren wij de eerste klanten. De inkopen voor het ontbijt en lunch hadden een stads karakter door de hoeveelheid kant en klare en voorverpakte boterhammen, taartjes, kruidenkaas, muesli- en marsrepen. Daarna zouden we kunnen starten ware het niet dat Frank zijn uitrusting nog moest reorganiseren. Na 10.30 kon er niets meer worden uitgesteld en startte de eerste klim, die voor Frank letterlijk zijn allereerste bergetappe was.


uitzicht bij de tweede rust
Het was de stapsgewijze klim naar de Col d’Azet; van 800 naar 1656 meter via de dorpen Estensan (1000m) en Azet (1237m). Het zal ongetwijfeld aan de hoge temperatuur, 31°, en de hoge luchtdruk hebben gelegen, maar al na drie kwartier voelde Frank wel voor een rust in Estensan waar ik vlot mee instemde. Daar herinnerde ik Frank en mijzelf aan de moeizame eerste dagen tijdens de voorgaande trektochten. Anderhalve kilometer verder net voorbij Azet, de auberge was dicht, volgde de tweede rust en bij de derde rust hebben we zelfs geslapen. Ondertussen wisten we gelukkig wel te genieten van het landschap dat naarmate we hoger kwamen steeds ruimer werd. Na vijf maal rusten arriveerden we uiteindelijk aan het einde van de middag op de camping. De rest van de middag werd besteedt aan de standaard zaken als tenten opzetten, matjes opblazen, kleren wassen e.d..

afdaling naar Loudenvielle
De avond werd begonnen met een wandeling door het dorp waar de eerste dorstlessers werden genoten op het terras bij Chez Roger. Dat hadden we beter niet kunnen doen want we werden vervolgens geconfronteerd met een verschijnsel dat zich deze tocht regelmatig zou herhalen. Het eerste restaurant was ‘tout complet’, voor het tweede restaurant hadden we moeten reserveren en bij de pizzeria tenslotte, zou na twintig minuten een tafel vrijkomen maar bleek bij terugkomst de keuken inmiddels gesloten. In de schemering bij onze tentjes hebben we daarna deze ‘feest’avond afgesloten met wel twee cup-a-soups, kleine worstjes, restanten brood en noodles. Onderwijl dacht Frank na over de etappe van morgen die met twee keer meer klimmen en dalen was gewaardeerd.



Eerste echte klim
(Vrijdag 27 augustus, Loudenvielle-Gîte d’etape Les Granges d’Astau, 9 uur (inclusief ontbijt en alle rusten), ±1150m klimmen, ±1000m dalen, ±15 km)

De dag werd gestart met het aanvullen van onze geslonken etensvoorraad, gevolgd door een ontbijt op een omgevallen boom om 09.30 net buiten het dorp.
Terugblik op Loudenvielle


De klim door het bos naar het dorp Germ was pittig maar verliep vlot. In Germ was om 11.00 de auberge natuurlijk nog gesloten. Bij de volgende rust met een terugblik op het dal hebben we daarom zelf koffie gezet om in deze prachtige omgeving het luxe-gevoel te verstevigen.

 
Cabane d'Ourtiga
Daarna langzaam doorklimmen naar de cabane d’Ourtiga waar eerst omgeven door beekjes werd gerust en de watervoorraad werd aangevuld uit een bron. Na deze rust volgde een echte ouderwetse klim in één ruk naar de col Couret d’Esquierry op 2139m, die Frank bracht tot de verontruste vraag of we dit soort stukken regelmatig tegen zouden komen.

die kant op?

Terugblik op Val d’Aube vanaf de Col d’Esquierry


eerste stuk afdaling naar de Val d’Esquierry

De 1000m afdaling viel mee omdat hij via veel zig-zagbewegingen door het bos minder steil was dan vanaf de kaart ingeschat.
GdE ‘Les Granges d’Astau’


Hoewel de etappe gepland was tot aan het Lac d’Oo vonden we het om 18.30 voldoende en stopten we bij de luxe van de auberge en GdE ‘Les Granges d’Astau’. We hadden geluk want in tegenstelling tot de avond ervoor toen de gîte geheel bezet was hadden wij een keurig twee-stappelbedden kamertje voor ons alleen.

kappelletje bij  GdE ‘Les Granges d’Astau’
bij GdE ‘Les Granges d’Astau’





Wie niet oplet zal weinig eten
(Zaterdag 28 augustus, Gîte d’etape Les Granges d’Astau – Superbagneres, 8 uur (inclusief alle rusten), ±1150m klimmen, ± 480m dalen, ±12 km)

Refuge-Auberge du Lac d'Oo
Na het bekende Franse confiturenontbijt, waar de gemiddelde Nederlander niet ver mee komt, vertrokken wij tegen 09.30 in wederom stralend weer. De klim naar Lac d’Oo verliep voorspoedig over een keienpad dat ooit betere tijden heeft gekend. Na een korte koffiepauze met franse taart (gateau Basque) aan de boorden van het meer met zicht op de hoge waterval, werd de weg omhoog vervolgd richting refuge d’Espingo.



Gedreven door de goede voortgang, onvoldoende kaartstudie en mogelijk een achteruitgang van het grafisch korte termijn geheugen hebben we deze refuge echter nooit gezien. Dat kon ook niet omdat wij te laat in de gaten hadden dat deze refuge niet direct aan de GR 10 ligt maar in de richting waar die anderen daarstraks naar toegingen.

Het langzaam kleiner wordende Lac d'Oo




Geen lunch dus en achteraf goed dat we eerder een stuk taart hadden genomen. Dan maar een stel mueslirepen bij de derde rust om een uur of 2 boven op Hourquette des Hounts-Secs. Een plek waar je prachtig in beide dalen kunt kijken met in het dal van herkomst ook nog eens een aanmerkelijk dieper liggende Lac d’Oo.
Hourquette des Hounts-Secs




Tijdens de lastige traverse naar de Col de Coume de Bourg, waar meer stijging en daling in zat dan ingeschat, ging het tempo er bij mij een beetje uit. Bij de rust op de col werd het gebrek aan voeding bestreden met de voorraad hete Indische pinda’s van Frank.


Traverse naar de Col de Coume de Bourg




In de wolken zonder veel zicht liepen we vervolgens het grootste deel van de route naar Superbagneres over een pad dat blijkbaar risicovol was, zoals wij halverwege concludeerden uit enkele waarschuwingsbordjes. Het is ons gelukkig nooit duidelijk geworden wat er zo gevaarlijk was.



Door werkzaamheden aan de skipiste waren de markeringen dun gezaaid. We waren nog druk aan het zoeken naar het juiste pad toen tegen het einde van de middag het skidorp ineens uit de mist oprees. Omdat we geen zin meer hadden in de nog lange afdaling naar Luchon hadden we inmiddels besloten hier ergens de tenten op te zetten. In de mistroostige stilte vroegen wij tegen beter weten in aan een opdoemende oudere dame of er nog iets open was. Er volgde een rap Frans verhaal dat de indruk wekte dat er toch ergens iets om de hoek omhoog open was. Dan toch maar even kijken.


Uit de mist rees een volle parkeerplaats  op voor een groot ‘belle epoque’ hotel. Na wat zoeken vonden we ook een ingang die allereerst langs een stimulerende bar voerde en uiteindelijk naar een receptie in een ouderwets imponerende lobby. De personele bezetting was echter niet voornaam ouderwets maar van een jonge vakantiewerkers categorie in dienst van een of andere ‘club du soleil’ met zo te zien veel leden voor de goedkopere vakantie. Kortom geheel passend bij ons in onze korte broek en riekend shirt. We pasten daarom ons besluit aan en vroegen om een kamer. Maar helaas die was er niet.


Dan maar nog even naar de bar. Daar werd ons na een kwartier gemeld dat er voor € 57 (half pension) alsnog een kamer vrij was gekomen zodat we twee uur later in onze uitgaanswandelkleding in de grote eetzaal door een regelmeisje werden gedirigeerd naar een tafel met een tweetal benevelde franse mannen, waarvan de meest beoliede onze conversatie inschatte als Duits en vervolgens voortdurend ‘Achtung’ brabbelde. Het voortreffelijke buffet deelden wij, na telling door Frank, met ongeveer 230 andere mensen die onder meer uit verschillende bussen waren toegestroomd.

Na de maaltijd hebben wij ons aan het inschrijven voor de attracties van morgen onttrokken door in een van de kelderzalen vele partijtjes tafeltennis te spelen. Na acht uren klimmen en dalen was het spelniveau minder flitsend dan voorheen. Ook bij ons is de belle epoque niet meer wat hij was.




Onze rustdag: wie niet oplet zal veel lopen
(Zondag 29 augustus, Superbagneres – Bagneres de Luchon, 4.15 uur, ± 1000m dalen, ± 12 km i.p.v. 6 km)

zoals op deze ansichtskaart hebben wij
 het hotel dus nooit gezien
Wat oorspronkelijk gedacht was als een rustdag werd door de vertraging in de voorgaande dagen al teruggebracht naar een rustmiddag. Maar het traject zou kort genoeg zijn om voldoende tijd over te houden om rustig aan te doen en daarna uit te rusten en achterstallige was weg te werken.
Na een supergoed internationaal buffetontbijt liepen wij om 09.00 weer weg uit Le Grand Hotel.
uitzicht ‘s morgens vroeg uit het kamerraam

oud treinviaduct tussen Luchon en Superbagneres
De eerste drie kilometers gingen soepel. Het pad daalde stevig in een mooi bos waarbij ook een oud, niet meer gebruikt spoorwegviaduct werd gepasseerd. Over dit spoor werd de vroegere elite uit eind 19e en begin 20e eeuw naar de pistes en het Grand Hotel gebracht.
Na een korte rust liepen we op gevoel weg en daalden lustig verder over een breed pad. Enige tijd later viel het op dat we geen markeringen meer zagen. Als oud-oriënteerder weet je natuurlijk wel dat je terug moet naar het laatst bekende punt. Maar dat was vroeger dus gingen we eigenwijs verder, want teruglopen daar doen wij niet aan, en al zeker niet omhoog. Dus eerst gewoon lopen, lopen en daarna lopen, lopen op gevoel en tot slot lopen, lopen op een gegokte kaartpositie.
Anderhalf uur later dan gedacht en na zeker twee keer zoveel kilometers als over de officiële route bereikten wij via allerlei alternatieve weggetjes en bospaden vanuit een andere richting Luchon.


Het is nu 13.15 en om een en ander te verwerken en te evalueren zitten we met een bier op een terras in Luchon. Voordat we verder gaan op zoek naar de camping zullen we eerst uitgebreid op zijn Frans lunchen met een diner.


Boulevard in Luchon
Maaltijden lenen zich tijdens de wachtperiodes uitstekend om aantekeningen te maken. Daarom schrijf ik ‘s avonds in een restaurant aan de flaneerboulevard van Luchon tijdens het tweede diner van vandaag hoe wij na de lunch zijn gevaren of liever gezegd zijn gelopen.

Ook de middag werd niet geheel een rustmiddag. Maar dit keer konden we tenminste de kaart de schuld geven. Van ons middagterras liepen we 2 km naar de geplande camping die er niet meer bleek te zijn. Niet getreurd en snel een tweede campingteken op de kaart gekozen. En zo liepen we al over het traject van morgen naar Juzet de Luchon. Daar was blijkbaar eveneens onvoldoende rendement geweest want die camping was inmiddels ook opgeheven. Tijd om ergens aan te bellen en naar recente informatie te vragen. Dat leidde tot 800 meter teruglopen om via een tunnel en weer een kilometer aan de andere kant van het spoor dan echt een camping te vinden. Dit keer een drie sterren camping met zelfs een klein mooi zwembadje waar wij later het driekoppige publiek de vlinderslag hebben gedemonstreerd om vervolgens af te sluiten op de zonnebanken.

Oude thermen van Luchon
Met de avondwandeling van de camping naar Luchon erbij schat ik dat we toch aardig in de buurt van de twintig kilometer komen op deze rustdag. Positief is dat we nu een goede indruk hebben van deze statige vakantieplaats met zijn vele grote oude hotels uit de tweede helft van de 19e eeuw, het vervallen casino, de oude en nieuwe Thermes-gebouwen en de boulevards. Natuurlijk ook goed om de cadans vast te houden, maar de komende dagen zullen we de markeringen toch agressiever zoeken en volgend jaar zullen we de campings vooraf op internet controleren op levensvatbaarheid.
Echter dit alles hebben wij ondergaan in heerlijk warm, zonnig weer en dat is verre te prefereren boven de regenverhalen van Judith in Nederland waar augustus een ware moesson-maand schijnt te zijn en zij en Maxime al bezig zijn met het uitzoeken van winterlaarzen.




Tussen Spaanse hemel en Franse aarde
(Maandag 30 augustus, Bagneres de Luchon – Cabane Courraux, 9,5 uur (inclusief rusten), ±1600m klimmen, ± 570m dalen, ±17 km)

Een Intermarché naast de camping heeft zo zijn voordelen. Om 09.45 konden we daardoor met verse voorraden heerlijk uit het zicht ontbijten op de kinderspeelplaats bij het begin van de camping. Inmiddels hadden we met informatie van het campingpersoneel ook een kortere route gevonden om weer op het GR10-pad te komen.
Daarom liepen we om 10.30 over de bielsen van het spoor om twintig minuten later opnieuw in Juzet de Luchon (620m) rond te lopen. Vandaar werd naar het half vervallen en half herstelde gehucht Sode afwisselend over asfalt en steil bospad gelopen.


tussen Sode en Artique


In het kleine Artigue hadden wij gehoopt in het restaurant te lunchen. Dom want welke restauranthouder opent zijn zaak rond 12 uur in een overwegend agrarisch gebied waar zo nu en dan ook wandelaars voorbij komen. Een lunch te velde dus. Daarna geriefelijk omhoog door weides en bossen naar het gedachte overnachtingspunt in de omgeving van de cabane Peyrehitte (1947m).

Onderweg daar naar toe konden we nog eindeloos kijken naar een paartje synchroon vliegende kraaien, die bezig leken met een verlate balts. Verder werden we meewarig nagestaard door schaduw en koelte zoekende schapen en onverstoorbaar doorgrazende paarden.

Ondertussen stopten wij regelmatig om te genieten van de terugblik op Luchon dat steeds kleiner in de diepte wegzonk en de vergezichten over de velden waar wij een uur tevoren liepen en nu achteropkomers piepklein voortkropen.

Aangekomen bij Peyrehitte lopen daar tientallen schapen rond, is het nog pas 16.30 en schijnt de zon nog weldadig. Bovendien kunnen we er geen water vinden. We besluiten door te lopen en realiseren ons dat we dan door moeten gaan tot voorbij de Col d’Esclot d’Aou. Net zolang tot er weer een bron opborrelt of op natuurlijke wijze gefilterd water uit een bergwand drupt.


Het is een goede keuze want enige tijd later leidt de markering ons naar de Col des Taons de Bacanère waar de route letterlijk over de grens tussen Frankrijk en Spanje loopt met een steeds mooier uitzicht naar beide zijden, culminerend in een spetterend 360° vergezicht boven op de Pic de Bacanère, fantastisch!
een spetterend 360° vergezicht boven op de Pic de Bacanère, fantastisch!


Met een korte verbazing over de klimcapaciteiten van schapen op steile wanden trekken we even na 18.00 verder.







ruggengraat van de Col d’Esclot d’Aou
Na een stuk waar we redelijk op hoogte blijven bereiken we de smalle ruggengraat van de Col d’Esclot d’Aou waar je letterlijk in twee dalen tegelijk kunt zitten. Aan het einde van deze crête lopen we door de wolken het volgende dal in op zoek naar water.
Tegen 20.00, net voor de cabane Courraux, vinden we een plek waar we zowel water hebben als een horizontale veldje om de tenten op te zetten. Als die staan bereiden we in het half donker en bij een temperatuur van 9° onze vriesdroge maaltijd. Het is ruim donker als we na de koffie voldaan gaan slapen.
 

Slaapplek omgeving Cabane Couraux
maaltijd bij schemer
maaltijd bij duisternis



Vertrouw geen restaurants, neem een 5 sterren gîte
(Dinsdag 31 augustus, Cabane Courraux – Fos, 3.30 uur incl rusten, ±200m klimmen, ±1050m dalen, ± 6 km)

zonsopgang omgeving Cabane Couraux

Gisteren zijn we zover doorgelopen dat we met een wandeling van ongeveer drie uur in Fos zouden moeten kunnen zijn om daar de tweede ‘rustmiddag’ te beleven. De nacht op deze hoogte (±1600m) was redelijk fris geweest wat bij het opstaan werd bevestigd door de rijp op het gras (2,4° binnen in de tent).
Gelukkig stonden onze tenten in de ochtendzon zodat we om 07.30 voldoende warmte vermoedden om de dag te starten. Na een mueslipapontbijt met doorgekookt water konden we om 10.15 met droge tenten op pad.

De afdaling naar Fos ging van cabane naar cabane in een aanvankelijk afwisselend pastoraal landschap. Een als gevaarlijk glad aangemerkt traject kon via een omleiding worden vermeden, maar leidde wel tot wat extra klimmen en een eindeloze zig-zaggende afdaling door een volwassen beukenbos.


kerk van Fos
De commune van Fos werd om 13.00 bereikt waar we in de omgeving van de kerk de Nederlandse wandelaar Maarten aantroffen die reeds eerder was begonnen met een inventarisatie; restaurant gesloten, gîte (nog) dicht, epicerie pas later vanmiddag open, morgen alles gesloten.
De campingreceptie was niet bezet maar van voorbijrijders kregen we de aanwijzing gewoon te gaan staan; ’s avonds zou er wel iemand langs komen. Op initiatief van en via Maarten kon voor de avondmaaltijd wel worden gereserveerd bij de locale gîte d’etape. Daarbij ontving hij nog het advies om voor de lunch de auberge in het twee km verder, en ruim 150m hoger gelegen Melles te proberen. Dit advies leidde alleen tot de halvering van de ‘rustmiddag’ omdat we na 4 km klimmen en dalen wisten dat ook die gesloten was. De stemming leed er niet onder want inmiddels zijn we voldoende argwanend bij de aankondiging van faciliteiten.
hoofdpijn van de sudoku's

Toen we om 15.30 in Fos terugkwamen konden we direct door naar het nu wel geopende kruidenierswinkeltje om de voorraden aan te vullen. Op tijd want morgen is deze ook dicht. Bij navraag waarom morgen alles dicht is scheen dat te liggen aan een ‘eind van de maand balansdag’ maar het was ook mogelijk dat het kwam door een reparatie aan de brug. Het lijkt of alles wordt aangegrepen om maar niet te openen. Mogelijk is het seizoen dit jaar eerder voorbij of houden Fransen niet van verdienen. Of misschien valt er ook niet veel te verdienen aan die paar korte-broeken rugzakfiguren.

Gite van Fos
Het einde van de dag werd echter afgesloten met een knaller van een maaltijd. Opgediend door een zeer vriendelijke, spontane jonge vrouw werd gestart met een pastis als aperitief, gevolgd door een gekruide salade, daarna kip met een groenteschotel als hoofdgerecht, vergezeld van een rode wijn, gevolgd door een quichetaart. Vervolgens lokale kaas en ter afsluiting voor de vertering een ijskoude mirabella brandewijn. Tussendoor was er een geanimeerde gedachtenwisseling met de inmiddels energie-consulent Maarten uit Zeist. Dit was duidelijk meer Bourgondisch dan de vriesdroge maaltijd op de tast van gisterenavond.


Franse ‘moors’
(Woensdag 01 september, Fos – Etang d’Araing, 8.30 uur incl rusten, ±1650m klimmen, ±250m dalen, ± 19 km)


Na een goede nachtrust vertrekken wij samen met Maarten, die zich voor vandaag bij ons heeft aangesloten. Drie kwartier later wordt Melles voor een tweede keer verkend. Een fotogeniek klein dorp dat zich de status van toegangspoort tot het berengebied heeft aangemeten. Maar net als de eigenaar van de lokale auberge zijn de beren ook niet thuis.
impressie Melle
Tussen Melles en Labach
Na Melles stijgt de route kilometers lang over een asfaltweggetje in een groen dal. Vlak voordat de weg overgaat in een normaal wandelpad worden wij ingehaald door een vriendelijke, net afgestudeerde franse student die beweert in slechts enkele weken van St Jean de Port tot hier te zijn gevorderd. Hij klinkt oprecht en plaatst zich daarmee bij de groep indrukwekkende sportprestaties. Het spreekt vanzelf dat wij hem niet meer hebben terug gezien.

Omgeving Fontaine de Salieres
In navolging van de student blijft ook Frank gaan als een speer. Als Maarten en ik doorlopen terwijl Frank zijn immer lege waterzak weer uit een bron bijvult, staat hij binnen de kortste keren weer naast ons.
Plateau Marécageux
Na enkele korte rusten en met een afnemend tempo bij Maarten en mij, passeren we omstreeks 16.00 de Cabane d’Uls en bereiken we het Plateau Marécageux (1868m). Het is dat de zon weer overvloedig schijnt anders zou ik mij daar op de Schotse moors wanen; een licht glooiende vlakte begroeid met stug geel gras en hier en daar plukken heide, doorsneden met kleine beekjes en stukken moeras. Een schitterend panorama.
Maarten op de Pas de Bonc
Zo vlak is het bij nader inzien ook weer niet want we werken ons verder omhoog naar de Pas du Bonc (2170m) om eindelijk lekker vlak door te lopen naar de Col d’Auéran en daar weer met een volgende nieuwe wereld kennis te maken met in de diepte het Etang d’Araing.
Etang d’Araing
Heel klein is dan nog de gelijknamige refuge die naast de stuwdam een eenzame pleisterplaats op hoogte vormt. Nu nog hopen dat hij open is. Onze inmiddels stevige reserves verdwijnen spontaan wanneer wij bierdrinkende gasten op het terras zien. Zonder aarzeling sluiten wij ons aan bij deze bezigheid en, om ons niet extra te vermoeien, kiezen wij voor half pension en Maarten voor kamperen met gebruikmaking van de faciliteiten.
Eetzaal van de refuge de l'Etang d'Araing

Uitzicht uit onze kamer in de refuge de l'Etang d'Araing

stapelbed in de refuge de l'Etang d'Araing
Het jonge koppel dat hier de scepter zwaait verblijft hier van april tot begin oktober. Je moet er wel tegen kunnen om hier zo lang ver weg van de bewoonde wereld te werken. Zij hebben er blijkbaar wat op gevonden want de ‘gardienne’ is inmiddels ruim in blijde verwachting. Die blijdschap was ook overgeslagen naar de maaltijd want die verdiende het predicaat goed. Samen met enkele andere Franse wandelaars en enkele arbeiders van de EDF (Electricité de France) lieten wij ons de garbure, de lasagna, de kaas en de kosostaart goed smaken. Het hoogtepunt werd echter gevormd door de groezelige, maar superhete douche die ruim opwoog tegen extra €3, die er voor neergeteld moest worden. Om ons voor het slapen gaan ook geestelijk nog enigszins uit te dagen storten wij ons op een sudoku. Frank heeft van Maarten vanochtend een tien-sterren boekje gekregen dus die is voorlopig niet meer aanspreekbaar.




Mijnbouw met bosbessen
(Donderdag 02 september, Etang d’Araing – Eylie, 5.30 uur incl rusten, ±275m klimmen, 1250m dalen, ±8 km)

Omdat we afgesproken hebben voor een ontbijt om 07.30 moeten we ons nog haasten als we rond 07.15 door het daglicht gewekt worden. Het minibuffet bestaande uit hard brood en jam, en jam, wordt genoten zonder bord met hele grote koffiekommen waaruit wij thee en hete chocolade drinken. Waarom die kommen zo groot zijn leer ik wanneer ik zie dat de Fransen het brood daar in weken zodat ze hun tanden heel houden. Onderwijl stormt het plotseling buiten met een striemende regen. Tijd genoeg dus om € 120 te betalen voor 2x half pension, 2 x sac de picnique, 6 bier, 2 cola, 1 orangina, 1 koffie en 2x douchen (dit voor de statistici).

We vertrekken nog wel in regenjas, maar kort na de start van de klim worden die weer snel uitgetrokken om de warmte kwijt te raken. Na aankomst bovenop de bergkam (Serre d’Araing, 2222m) kijken we voor een laatste keer naar de gîte van afgelopen nacht en naar Maarten onze wandelcompagnon van de afgelopen twee dagen. Hij sluit zich aan bij een Frans tweetal dat we gisteren hebben leren kennen. Daarmee kan hij in gezelschap toch oversteken naar de GR11 in Spanje zoals hij eerder van plan was. Het Franse koppel zullen wij bij verrassing twee dagen later weer ontmoeten op weg naar Pla de la Lau als ze terug keren van hun rondwandeling.

Wij vervolgen onze route via de overblijfselen van de lood- en zinkmijnbouw van rond 1900 in het gebied Bentaillou. Later zullen we in de gîte van Eylie zien en lezen dat deze hele onderneming destijds ontstond uit de gunstige omstandigheden door de industriële revolutie die toen in Frankrijk goed op gang was gekomen. Het schijnt profijtelijk geweest te zijn volgens de annalen. In een afdruk van het bevolkingsregister van het nabij gelegen Seintein valt op te maken dat een groot deel van de bevolking bij deze mijnbouw betrokken was.

omgeving Bentaillou


De foto’s van weleer tonen ook de harde omstandigheden waaronder dat plaats vond. Het heeft slechts twintig jaar geduurd. Het lijkt of er toen een knop omgedraaid is en men, zoals wel meer in de natuur in Frankrijk, alles uit de handen heeft laten vallen. Overal staan nog kabelbaanstanders en regelmatig struikel je nog over kabels en passeer je kabelbaanbakjes. Interessant maar tegelijkertijd ook mistroostig.

Patou
Inmiddels zijn de restanten van de mijnbouwgebouwtjes voor een deel weer in gebruik bij de schapenhouderij. Wij zien bij een telling ook een Patou (het bekende Pyreneeen hondenras) voorbij komen die de hele zomer bij de kudde blijft om beren en vossen af te schrikken.


Voor de start vanochtend hadden we al besloten om de geplande rustdag bij Esbints te gebruiken om het stuk tot daar niet in drie maar in vier dagen te lopen. Daarom gaan we vandaag niet verder dan Eylie. In die wetenschap zakt ook mijn, en daardoor ons, tempo tussen de hoge varens en later over het keienpad waar voortdurend lange slagen heen en weer worden gemaakt.


gîte d'etape van Eylie
14.30 melden we ons bij de gardien die voor de afwisseling niet bij de gîte woont maar hoger in het kleine gehucht waar ook de sfeervolle, als mijnmuseum ingerichte eetzaal is.

Het gehucht bestaat vrijwel alleen uit tweede huizen, met de zo dodelijk dichte raamluiken. Slechts in drie huizen is leven. Het meeste leven maken de gîte eigenaren, die samen met vrienden grote tonnen vol bosbessen met behulp van een eigen gemaakt apparaat zeven op grootte en ontdoen van blaadjes.
Onderweg naar hier waren we hoog boven het dorp al een vrouw tegengekomen die in alle eenzaamheid in een onafzienbaar bosbessenveld gehurkt met een soort kam de bessen aan het oogsten was. De bessen worden bij navraag gebruikt voor de jam van de randonneurs bij het ontbijt. Daar waren wij al bang voor.
De slaapruimte was een kamertje in een oud huis aan het begin van het dorp waar wij bed 11 en 12 kregen toebedeeld. Gelukkig sliepen de andere twee gasten op de bovenverdieping zodat wij onze spullen over meerdere bedden konden uitstallen.



Na een douche en de was verdiepten wij ons in de eetzaal in de mijnbouw en verprutsten nog een sudoku. Om 18.30 bleek dat we een gelukkige keus hadden gemaakt om niet in het vrije veld te kamperen want ik moest snel terug om de was te redden voor een geweldige stort- annex onweersbui. De avondmaaltijd kon zich niet meten met de eerdere ervaringen, maar de gedachte dat linzen met worstjes veel calorieën bevatten was opbeurend. Ter compensatie hadden we een goed gesprek met een Bretonse met politieke achtergrond.





Watergebrek drijft voort
(Vrijdag 03 september, Eylie – Cabane Trapech, 11 uur incl rusten, ±1900m klimmen, ±1250m dalen, ±15km)


bosbessenbeld ten oosten van Eylie

Deze dag is langer geworden dag gedacht. Vanaf Eylie klommen we via veel bosbessen- en heidevelden naar de Col de l’Arech met een schitterend uitzicht.
genieten van het uitzicht vanaf de Col de l'Arech
Bij de gelijknamige cabane zat een nukkige herder zodat we maar bij de verder gelegen drinkbak onze prijzige lupa’s aten. Op de tegenoverliggende berghelling konden we juist boven de bomengrens al de cabane de Besset zien liggen. Die cabane was ons geplande einddoel voor vandaag   Daar dachten we vanmiddag niet te laat aan te komen en met het in de gids aangekondigde water zouden we er dan mooi kunnen overnachten. Dat was ook de reden dat we het mooie valleitje ten noorden van de cabane de Grauillès met spijt voorbij liepen.
Nog in het bos op de helling naar de cabane de Besset kregen we van een passerende groepsleider te horen dat er boven geen water was. 
Omdat wij een hekel hebben aan teruglopen gingen we dus met restanten water omhoog om achtereenvolgens vast te stellen dat het op de kaart aangegeven beekje op het kruisende wandelpad ‘Tour du Biros’ droog stond en er bij Besset totaal geen water was. Dus laat staan boven op de Col du Lac (1821m). Ook niet gek want net als vandaag was het al weken zonnig warm weer.
De klim naar deze Col werd voor mij daarmee de zwaarste van deze vakantie. Maar eenmaal over de col kwamen tijdens de daling de praatjes weer terug en zeker toen we na wat zoeken onze watervoorraad uit een onverdachte bron konden aanvullen, waren alle zorgen weer verdwenen. Pas bij de cabane de Trapech vonden we tegen 20.00 een voldoende horizontale plek tussen de brandnetels om onze tenten op te zetten en net voor de invallende duisternis de pasta bolognese op te warmen.







Middagdiner
(Zaterdag 04 september, Cabane Trapech – Etang d’Ayes, (9 uur incl rusten en dineren), ± 1050m klimmen, 800m dalen, ±11 km)

Na een goede nachtrust met slechts enkele onderbrekingen werd ik vanochtend bij ochtendschemer om 07.00 wakker. Daarna heb ik gewacht met opstaan tot om 08.00 de zon over de toppen van de bergen kwam. Frank is dan al bezig met zijn 6e sudoku. De eerste heeft hij volgens zeggen nog voor het slapen gaan gemaakt en de anderen successievelijk rond middernacht en om 05.00. Veel te veel energie die man.
Om 10.00 starten we met een prettige afdaling richting de parkeerplaats bij Pla de la Lau.


Twee uur later zit Frank daar in zijn zwembroek in de beek om het zweet van gisteren eraf te spoelen. Een niet verwachte weldaad deze parkeerplaats met toiletgebouw, bakken waar we het meegenomen afval in kwijt kunnen, picknick-banken, beekje en zon.

Na deze verfrissende ruime pauze stuiten we 500m verder op een gloednieuwe gîte-restaurant combinatie die nog niet op de kaart stond. Terstond hebben we de plannen weer bijgesteld en zijn we op zijn Frans gaan lunchen met een uitgebreid diner nadat we eerst in korte broek en smerige wandelschoenen de juiste antwoorden op de vriendelijke ondervraging hadden gegeven:
“Wat wensen de heren? Wat wilt u dan eten; een sandwich of een repas? Dat kan nog even duren, wilt u daar op wachten? Wilt u dan buiten uw schoenen uittrekken? Mijn vrouw komt zo.”
Het eerste wat mevrouw deed was ons meenemen naar een hok waar wij onze schoenen konden neer zetten en Frank slippers kreeg en ik roze croqs. Het is hier een hele nette gîte. De gîte-eigenaresse van d’Esbints distantieerde zich er later van; veel te luxe voor een echte gîte. Maar wij zijn flexibel en willen ons voor de gelegenheid wel aanpassen. Voor een 4 gangen diner moet je wat over hebben, zeker als het hoofdgerecht koeienwang is.

Voldaan starten we om 14.30 aan de eerste klim van vandaag die vanaf 926m in eerste instantie door een mooi, bemost beukenbos loopt en vervolgt over een open klim vanaf de cabane Aouen naar de Col de Lauses (1840m). Vandaar gaat het min of meer gelijkmatig naar de Col de Laziès.
Daarna denken wij Etang d’Ayes te zien maar ons pad weigert de kant van het meer op te gaan. Uiteindelijk dringt het tot ons door dat we eerst nog over een ander colletje moeten om dan uiteindelijk het echte Etang te zien waar reeds in de diepte enkele andere tentjes zijn te ontwaren.

Vanaf 19.30 sluiten wij ons daarbij op een eigen plekje aan, vinden gelukkig een bron met water en kunnen i.p.v. een avondmaaltijd nu volstaan met cup-a-soup aangevuld met stukken brood die wij nog bij de uitbundige lunch hebben ingepakt. De afsluitende koffie wordt een duistere drank in een serene omgeving.



Familiair
(Zondag 05 september, Etang d’Ayes – Gîte d’Etape d’Esbints, 4 uur incl rust, ± 50m klimmen, ± 900m dalen, ± 9 km)

Deze zondag begint met een mueslipapontbijt in de koude schaduw van de omringende bergen van het etang. Dit keer is het de wind die ervoor zorgt dat we de tenten droog in kunnen pakken zodat we om 09.30 kunnen vertrekken. Bij de uitstroom van het meer lopen we alweer in de heerlijke zon en kunnen we bij een buis uit een heuvel onze watervoorraad aanvullen.

Bij de Col d’Auédole vinden wij na enige moeite de variant van de GR10 namelijk de GR10-D. Deze is ons aangeraden omdat op de hoofdroute verschillende omgevallen bomen het pad blokkeren en moeilijk zijn te passeren. Op deze route lopen we regelmatig etend tussen de frambozenstruiken; heerlijk.

Vlak voor de Col de la Core raken we verzeild in de sloffende en hinkende achterhoede van een ijshockeyteam dat zo te zien bezig is met een nog niet gelukte teambuilding. De col is een echte verzamelplaats van weekendsporters. Naast de voorhoede van het ijshockeyteam zien we er op deze zondagochtend startende wandelaars, racefietsers, mountainbikers, toer-motorrijders en wij, die snel doorsprinten naar de volgende vallei.

Dat is echt een eentonige boerenvallei waar we ruim een uur bij een temperatuur van tegen de 30° over graslanden en tussen varens lopen. Vlak voor we om 13.30 de gîte bereiken lopen we langs prachtige vol bebloemde hellingen die het pad flankeren.




het eerste zicht op gîte d'Esbints
Bij de gîte zit de familie in hun donkere boerenkamer net aan tafel. In afwachting maken wij buiten onder het genot van een bier ondertussen kennis met de huishonden. De zoon des huizes wijst ons de weg naar de gîte. Dit is een gezellig huisje in een omgebouwde stal met op zolder een aantal zelfgeknutselde stapelbedden. De middag wordt besteed aan de was, luieren en sudoku’s.
’s Avonds schuiven we voor het diner aan bij de familie in hun eigen boerenkamer. Daar maken we ook kennis met Gila de Duitse eigenaresse, haar neef en nicht en hun baby. De echtgenoot van Gila bevindt zich als herder boven in de bergen en komt niet zo vaak meer naar beneden.

Het eten was prima en werd afgesloten met een zelfgemaakte geitenkaas die voor de smaak in kastanjebladeren was gerijpt. Van de neef leren we dat Gila ooit in de wilde jaren zestig via een commune naar deze afgelegen vallei is gekomen om hier met haar partner een bestaan op te bouwen door een bouwval op te knappen, geiten en schapen te gaan houden en een gîte te beheren.



Korstmos
(Maandag 06 september, Gîte d’Etape d’Esbints – Cabane d’Areou, 11 uur incl rusten, ± 1550m klimmen, ± 630m dalen, ± 21 km)

Madame Gila
De tocht van vandaag was gepland tot aan de cabane d’Aula maar eindigde uiteindelijk veel verder bij de cabane d’Areou. Vanochtend startte de dag met het ontbijt in de woonkamer van ‘mevrouw’ Gila met weer van die heerlijke geitenkaas met honing en lekker veel koppen thee. Voor de lunch kochten we bij haar een half eigengebakken brood, paté, sardientjes en appels. Om 09.00 namen we afscheid en schakelden weer over van Duits naar Nederlands en Frans.

De route liep in eerste instantie opnieuw door een boerenomgeving met redelijk wat huizen. Daardoor was er ook weer telefoonbedekking en konden we boven op een klein colletje met de mobiel contact maken met Nederland en onder meer melden dat alles goed met ons was. Verder had de eerste helft van deze etappe, met name in de Vallée d’Estours, een bijzondere atmosfeer door de enorme hangende plukken mos aan vrijwel alle bomen.


  

Deze atmosfeer kreeg nog een speciale lading doordat ik in een modderig stuk pad nog de pootafdruk van beer meende te herkennen. Iets dat ik net de avond tevoren uitgebreid had bestudeerd in een toeristische folder. We zullen het melden aan de Franse vereniging die daarin is geïnteresseerd.

een wanhopige voorganger?
Frank was over het eerste stuk wat minder enthousiast omdat hij net als gisteren voortdurend in gevecht was met uitlopers van bramenstruiken en brandnetels. Ook het smalle, donkere dal van de Estours kon niet echt zijn blijdschap opwekken.
Pas in het wat meer open gedeelte na de cabane de l’Artigue (een artique is een plateau) kon hij de omgeving beter waarderen. Dat was overigens niet besteed aan de zwarte paarden die daar in vereniging bijeen waren en niet alleen ongeïnteresseerd waren in onze richting maar zich ook distantieerden van hun bruine soortgenoten.



Mont Valier
Het plateau zelf is omgeven door mooie bergenhellingen doorsneden met uitgesleten kloven. Verder heb je een prachtig zicht op de Mont Valier die met zijn hoogte van 2838m deze omgeving domineert.


   

Na een rust aan het einde van het plateau begonnen we aan het betere klimwerk met grote slagen door het bos Pech d’Aula tot we op het volgende prachtige plateau kwamen met mooie beekjes en de vele koeien en paarden. Aan het eind van dit plateau arriveerden we bij de cabane d’Aula (1550m) waar tot onze verbazing een aantal stapelbedden stond met keurige schone overtrekken. Daar had inmiddels een oudere Ierse wandelaar van Duitse afkomst, gegevens worden boven op een berg sneller uitgewisseld, reeds zijn intrek genomen.
Wij hadden geen zin om onze intrek in deze cabane zonder water te nemen en vonden de hoeveelheid vee te groot om rustig te kamperen. Daarom besloten we na wat wikken en wegen, het was al 17.30, om door te klimmen naar het door mevrouw Gila geroemde Etang d’Areau. In ruim een uur overbrugden we de extra 450m stijging naar de Col d’Areau onderwijl regelmatig rustend en terugkijkend op het achterliggende panorama met de almaar kleiner wordende cabane, koeien en paarden.

Wat Gila zo ontroerd heeft is ons na een eerste afdaling in de richting van het meer niet duidelijk geworden. Het was een grote vissenkom met nauwelijks plaats om een tent horizontaal neer te zetten. Waarschijnlijk zijn we te moe geweest om de schoonheid te waarderen. Verdere poëtische gedachten werden daarbij ook verdrongen door de aanblik van samentrekkende donkere wolken met van die vette lichtflitsen. Er was wel een gîte in aanbouw maar daar hadden we nu niks aan. Daarom resoluut verder naar beneden. De grote lussen van de afdalende weg afstekend liepen we steeds sneller in de richting van de cabane d’Areou waar we de laatste honderden meters al in de regen zig-zagden.

In een recordtempo stonden de tenten waarna er gelukkig zo’n lange stilte voor de storm viel, die ons de mogelijkheid bood snel water te halen bij de cabane, onze laatste vriesdroge maaltijden in de beperkte luwte van een veewagen te warmen en daarna tegen 20.30 snel te ontsnappen aan de eerste druppels. Zelf ben ik vrij snel in slaap gevallen om slechts bij momenten roffelende regen, wind en donder te registeren. Dat is dan het voordeel van vermoeidheid. Frank met zijn geringere slaapbehoefte heeft mij de volgende ochtend het noodweer geschetst waarbij hij zijn sudoku’s bijna zonder verlichting kon oplossen.
              

cabane d’Areou





























Meter kaasplank
(Dinsdag 07 september, Cabane d’Areou – Gîte d’etape Ronze, 4,5 uur incl rusten, ± 170m klimmen, ± 850m dalen, ±9 km)

Van de verschillende rustmiddagen die we tot nu toe creëerden was dit de enige die ook gepland was. En dat bleek geen verkeerde zaak. Vanochtend zijn we na een nacht met zwaar onweer opgestaan in een rustige omgeving met een door wolken afgedekte ‘onderwereld’.
boven de wolken bij Cabane d'Areou


Vanaf de Col de Pause waar wij direct doorliepen bevonden we ons weer in een boerenomgeving met regelmatig huizengroepen. Voortdurend ingehaald door oplossende wolken liepen we afwisselend over brandnetelpaadjes en asfaltweggetjes.
een 'heuvelwoning' in de omgeving van Raufaste

Eenmaal onder de wolken bereikten we vrij snel het doodse dorp Couflens. De bakken die daar ooit dienden om de was te doen waren inmiddels heringericht tot een soort ouderenhangplek. Voor ons dus ideaal voor de lunch.



Na het dorp ging het langzaam weer brandnetelmeppend omhoog. Ook in deze nauwe vallei kun je aan de vele hazelnotenbomengroepen en vervallen huizen goed zien dat het hier vroeger veel drukker is geweest. Waarschijnlijk waren er toen nauwelijks bomen en toonde het landschap veel opener.



Om 13.30 kwamen wij in de gîte de Ronze aan die tot onze verbazing beheerd wordt door twee Nederlandse mannen, die tevens geitenhouders en geitenkaasmakers zijn. We meldden ons in onze regenjassen omdat het weer was omgeslagen.
De gîte is deze dag geboekt door een Franse wandelclub maar wij mogen er wel bij en in onderling overleg de slaapplaatsen verdelen. De voorhoede, vier mensen, heeft zich al in de gîte geïnstalleerd en laat ons voor een slaapplaats de keuze uit een vliering met onhandige ladder of de twee zitbanken in de gemeenschappelijke ruimte. Wij kiezen voor het laatste zodat we nadat de hoofdmacht (9 personen) doorweekt binnen is, ruim betrokken zijn bij het Franse groepsleven. Er zit bovendien een geëmigreerde Nederlandse bij die ons vertelt dat ze uit de buurt van Sarlat komen en dat het leeftijdspalet zich uitsmeert van 30 tot 80. We waren in eerste instantie verbluft over hun voortgang op GR10 maar bij nadere toetsing bleken ze hier en daar flink af te snijden en lieten ze hun bagage vervoeren. Op dat punt gerustgesteld waren de verdere ervaringen met de groep stimulerend. Al ’s middags deelden wij mee in een heerlijke vin aux noix (walnotenwijn) terwijl Frank zich populair maakte met het omslachtig nemen van groepsfoto’s.
super maaltijd in Gite d'Etape de Rouze
stoofpot van geitenvlees
De avondmaaltijd spande echter de kroon en werd het culinaire hoogtepunt van deze vakantie. Het aperitief bestond naar keuze uit Pastis of rode Vermouth. Opgediend op grote tableaus en dito pannen en schalen deden wij ons achtereenvolgens te goed aan een salade met paté, een stoofpot van geitenvlees in een heerlijke saus en tenslotte een kaasplank van meer dan een meter lang met wel zeven verschillende soorten geitenkazen gecombineerd met perziken en meloen. Alles natuurlijk ondersteund door een goede rode wijn. Dat ieder nieuw gerecht door de Franse groep met applaus werd verwelkomd gaf wel aan dat dit niet alledaags was. Fantastisch!

een meter kaasplank


‘Ouvert’
(Woensdag 8 september, Gîte d’etape Ronze – Camping St Lizier d’Ustou, 3.30 uur, ± 620m klimmen, 810m dalen, ± 8,5 km)

Vandaag zijn we al voor 07.00 opgestaan om de groep dames en heren randonneurs voor te zijn bij de drie wasbakken en de niet afsluitbare toiletten. Om 08.00 gaat het direct vanaf de gîte in vrijwel één rechte lijn door het bos steil omhoog naar de Col de Serre. Daar waren we getuige van een serieuze hegemoniestrijd tussen twee koeien die zich onder het oog van de boer dwars door de kudde in onze richting vochten. Wat kunnen vrouwen toch agressief zijn. Dat was onze indruk maar de boer zag het eerder als amusement en trok daarmee de verhoudingen weer recht. Aan het eind van de afdaling troffen we nog drie leden van de Franse wandelclub die met auto waren omgereden en nu hun clubgenoten tegemoet liepen. Zo kan het dus ook.

kerk van St Lizier d'Ustou
Om 11.30 arriveerden we in St Lizier d’Ustou dat ons meeviel omdat er in dit kleine dorp achtereenvolgens een kerk, een mairie, een restaurant, winkel, publieke wc, camping en zwembadje voorbij kwamen. Na het verorberen van een magnum classic wordt de tent opgezet gevolgd door een picknick met de laatste baguette belegd met verse ham uit de winkel en de sardientjes van madame Gila van d’Esbints. Voor mij verder een cola en voor Frank ‘Artisinale’ bier van hier. Er is daarna op deze een na laatste dag geen noodzaak meer om de was te doen dus is er op deze goed verzorgde camping municipal tijd voor een sudoku in de zon op een geleende stoel van de stacaravan hier tegenover.
De tijd van berentemmers is in St Lizier dÚstou echt voorbij.
Sterker nog overal staat levensgroot ‘NON AUX OURS’ op het wegdek geschilderd.
In de enige straat van het dorp loopt nog een oude inwoonster.
Ze heeft niet de gang maar wel de gelaatsgroeven van een berentemster.
De avondmaaltijd heeft dit keer weer bekende trekken alleen niet zo als gisterenavond. Door de aanwezigheid van een restaurant met het bord ‘ouvert’ voor de deur lijkt een diner gegarandeerd. Om niet als echte NL’s te vroeg voor de poort te staan zijn we om 18.00 eerst het dorp gaan verkennen en en enkele foto’s gaan maken van de smalle straat en de bloemrijke tuinen. Onze verbazing een half uur later na de constatering dat het bord was verdwenen en het restaurant gesloten, kwam niet verder dan een meewarig hoongelach. De gewenning slijt klaarblijkelijk ook de teleurstelling. Daarom snel naar het naburige, twee km verder gelegen dorp Le Trein waar, zoals wij onderweg al hadden gezien, ook een restaurant was. Bij binnenkomst ziet het er in de weliswaar nog lege eetzaal direct gezellig uit met een knapperend haardvuur. Maar na enige tijd wachten bleef dat ook het enige wat er warm was want ze hadden vandaag een rustdag.

De teleurstelling kwam nu niet meer verder dan een schampere schouderophaal. Na een versnelde terugtocht konden we tenslotte nog net voor sluitingstijd in de winkel van onze eigen camping een groot blik ravioli scoren dat na al deze extra inspanning uiteindelijk prima smaakte in de opbeurende entourage van de lege activiteitenruimte, tevens dorpsfeestzaaltje.



Onderuit
(Donderdag 09 september, St Lizier d’Ustou – Aulus les Bains, 8 uur,
± 960m klimmen en ± 930m dalen, ±16 km)

Het heeft vrijwel de hele nacht geregend. We hebben onze spullen versleept naar de activiteitenruimte om ze daar in te pakken. Na een stevig ontbijt (dit keer eens geen meuslipap) gaan we pas na 10.30 op pad. De route naar de Col de Fitté ging in de boszone bij wijlen weer steil omhoog waarbij we enkele keren vertraagd werden door het moeizaam moeten omklimmen van omgevallen bomen op de natte, gladde lösskleibodem.
Vanaf de Col de Fitté waren we verrast door de aanblik van het skidorp Prat-Matau dat eruit ziet alsof het van een modelspoorbaan is gekopieerd, een mooie, on-Franse uitzondering.


Verder gaat het omhoog naar de Col d’Escots (1618m) waarbij halverwege een aantal smerig smalle, glibberige strookjes moeizaam moeten worden gepasseerd. Daarna volgt eerst een meuslirepenrust voor we het skigebied verlaten en op weg gaan in de richting van de bron van de Fouillet.




Ook daar naar toe blijft het oppassen en goed concentreren op het glibberige keienpad. Eenmaal over de beek blijven we deze parallel volgen in de richting van Aulus. Over de lössklei en de halfvergane natte humuslaag is dalen nog uitdagender dan klimmen. Bij mij moest er een keer een broekrem aan te pas komen terwijl Frank in kniehouding trachtte te remmen en daarmee een paar schrammen organiseerde. 

Eenmaal in Aulus kwamen we onderweg naar de camping voor de laatste keer ook nog enkele leden van de Franse wandelclub tegen en een Nederlands koppel dat we al in Esbints hadden ontmoet.






’s Avonds hebben we geen risico genomen en zijn in het eerste de beste restaurant begonnen met een feestelijke afsluitmaaltijd waarbij we geklonken hebben op deze en de volgende gezamenlijke tocht. Ter voltooiing hebben we daarna in het donker in Aulus rondgelopen. Maar donker is in een Frans dorp ook echt donker dus dat doen  we volgend jaar nog maar een keer over.



Terugreis
(Vrijdag 10 september)
De terugreis verliep zonder opzien. Gelukkig hadden we ons gisterenavond geïnformeerd om daarmee te ontdekken dat de minibus toch weer net een kwartier eerder vertrok dan op internet thuis uitgedokterd. Na een laatste papontbijt in het sanitairgebouw stonden we dus op tijd bij de halte om daar met andere lopers en kleine schoolkinderen om 08.45 in te stijgen. Via allerlei omzwervingen kwamen we tenslotte in St-Girons. Daar verbeterden wij op advies van de chauffeur ons plan door niet met de bus naar het station van Boussens te gaan en vandaar met de trein verder, maar het hele traject met de bus naar Toulouse te gaan. Dit verkortte onze overstaptijd in Girons van twee uur naar tien minuten. Dat die busreis daarna weer ontzettend lang duurde en via allerlei buitenplaatsen, waaronder Boussens, naar Toulouse kruiste, stoorde niet. Loom wisselde onze blik van de sudoku naar alweer een platanenplein. Het vliegtuig gaat toch niet eerder dus wat maakt het uit.




Terugblikje
Met veel plezier hebben we ons weer vrijwillig afgemat om al dan niet in hotelbed, stapelbed of op een matje te slapen en afwisselend culinair te dineren en een dag later van armoede met een meuslireep de soep op te peppen. Wat prima is bevallen zijn enkele korte etappes met een soort rustmiddag erna. We zullen volgend jaar daarom geen hele rustdagen meer plannen tenzij het zeker is dat er iets erg interessants is te zien. Verder staat de belangrijkste conclusie al in de inleiding: het samen lopen is goed bevallen en volgend jaar staan we weer in Aulus les Bains.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen