Welkom


Welkom op mijn trektochten- en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Zuiderzeepad: wandelen rond het natte hart van Nederland 2018-?

Pimpelpaars hart van Nederland

Van Enkhuizen naar Hoorn
Woensdag 24 januari 2018
29 kilometer

In de inleiding van de wandelgids lees ik woorden als waterbekken, visserijgebied, voormalige zee, strijd tegen het water, dijken, afsluiting in 1932, polders, internationaal vogelgebied. Je hart schiet alle kanten op, wordt er pimpelpaars van, maar het leert je in een paar bladzijden dat het Zuiderzeepad rondom de oude Zuiderzee trekt, dat je vele oude havenplaatsen zult doorkruisen, kilometers over dijken gaat en dat water een centraal thema is. En het kan er ook waaien. Alles kwam al meteen de eerste dag uit.
"Wandelen rond het gouden hart van Nederland" is de ondertitel van de Zuiderzeepadgids, die wordt uitgegeven door Wandelnet. Het deed mij direct denken aan Het Groene Hart van Nederland waar we met het Floris V-pad waren door getrokken. Groen begrepen we toen, maar goud roept niet direct associaties op. In de wandelgids wordt een relatie gezocht met gouden tijden die de Zuiderzeehavens in het verleden hebben gekend. Zelf dacht ik meer aan Het Blauwe Hart van Nederland. Alleen is dat ook al niet origineel, omdat hierachter op internet een coalitie tevoorschijn komt die "...staat voor het versterken van van de kwaliteit van het IJsselmeergebied en het stimuleren van de samenhang in het gebied." Toemaar.
Wat dan te denken van Het Natte Hart van Nederland. Dat blijkt weer de titel van een boek van Eric Leijenaar te zijn waarin hij "De geschiedenis van de vroegere Zuiderzee en de stadjes aan de oever ervan vanaf de ijstijd tot heden" beschrijft. Het Hart van Nederland slaat helemaal nergens op, omdat dan iedereen denkt aan het nieuws- en actualiteiten-programma van SBS6. 
Dan maar het pimpelpaarse hart van Nederland. Ok, genoeg theorie: "let's go and see for ourselves"
zelfs de cameralens was betraand door de wind
Fotomomenten 
Wil je deze etappe snel lopen dan moet je je ogen dicht doen en je camera thuis laten. Doodzonde. En dat hebben wij dus ook niet gedaan. Nog voordat we vanaf Station Enkhuizen bij het officiële startpunt bij het Zuiderzeemuseum waren was het een aaneenschakeling van havens, mooie oude gebouwen en schilderachtige straatjes. Deze dagbeschrijving is daarom meer een fotoreportage. Achtereenvolgens passeerden we de Buitenhaven, het oude vestingbolwerk de Dromedaris en de brug over de Oude Haven. We slingerden door nauwe straatjes, een volgende ophaalbrug hielp ons over de Oosterhaven en bracht ons op de Wierdijk, met een eerste blik op het IJsselmeer. De Wierdijk bood opnieuw schitterende oude koopmanshuizen en pakhuizen. Tot we aankwamen bij het Zuiderzeemuseum.
Buitenhaven
Dromedaris vlak bij de Oude Haven

dubbele ophaalbrug over de Oude Haven

Oude Haven

Dijk langs de Oude Haven


op de Wierdijk met rechts het water richting het IJsselmeer

prachtige oude woningen op de Wierdijk

Het Zuiderzeemuseum op de Wierdijk
Friezen
Staverse Poortje
Vandaag gaat het door West-Friesland. De naam van het Staverse Poortje duidt al op de verbinding met het echte Friesland. Onderweg bespreken we nog even waarom de Groningers geen Friezen zijn, want als je in Wikepedia kijkt dan vormen de Friezen ...een volk dat aan de Noordzeekust van Nederland en Duitsland leeft, waarvan het etnische besef tot het volk der Friezen te behoren in vroegere tijden groter was dan tegenwoordig. In Nederland rekent zich in het algemeen alleen dat deel van de bevolking van de provincie Friesland dat Fries spreekt zich nog tot het Friese volk. In mindere mate geldt dat ook voor de bewoners van de regio West-Friesland in de provincie Noord-Holland.
Ik kreeg altijd al de indruk dat Groningers zich geen Friezen voelen. Vreemd, maar als Hollander maak je daar geen punt van. 

Stadswandeling
Voor ons vormde het Staverse Poortje het startpunt van het Zuiderzeepad en een vervolg van de stadswandeling. Dat ging door straten met mooie en simpele namen. Over de Compagniesbrug en door de Zwaanstraat ging het, om even later kort te onderbreken bij het statige stadhuis, dat gesierd wordt met een gedicht van Joost van den Vondel. Een ode aan het moedige optreden van een Enkhuizer kapitein tegen een Duinkerker kaper. Bij het ontploffen van de kaper werd een kanon naar het Enkhuizer schip geblazen. En daar staan wij nu nietsvermoedend naast. 
Je wilt verder kijken, maar dit gaat helemaal verkeerd. We moeten, nee, we mogen nog ruim zevenentwintig kilometer en kunnen niet stoppen bij elk gedicht. Je komt ogen te kort, maar we moeten verder en sluipen door de Zuiderkerksteeg. 
Zuiderkerksteeg
Zuiderkerktoren
In de ban van de zeventiende eeuwse uitstraling dwalen we verder. Die ban krijgt een flinke knauw bij het betreden van de Enkhuizer Westerstraat, de lokale topwinkelstraat. Oude, karakteristieke gevels met standaard winkelketennamen erop geramd. Het blijft iedere keer weer een afknapper. Maar ook een Enkhuizer heeft recht op zijn HEMA, Scapino en Zeeman. Gelardeerd met verschillende restaurants en koffiehuizen is het er toch wel gezellig, zeker met de drukte van de woensdagmarkt. 
Helaas nog te vroeg om nu al te pauzeren en daarom treffen we ons zelf even later langs de Oude Gracht. Via enkele loopbruggen bereiken we bij een waterpoort de buitengracht, die om de vesting heen loopt. 
langs de Oude Gracht

langs de vestinggracht
Langs verschillende bastions gaat het naar de uitgang van de stad. Het mooie van Enkhuizen is dat er nog een echte grote stadspoort staat die vroeger de toegang de stad vormde. Imposant en blokkerend staat de Koepoort nog steeds te waken op alles wat passeert. Net als een statische voetballer wordt hij tegenwoordig wel uitgespeeld en links en rechts nonchalant gepasseerd door moderne burgers. Opeens sta je 'buiten'. Jammer, nog maar een keer terugkomen om het nog eens rustig rond te kijken. 
Buiten
Het dorp Westeinde vormt de verbinding tussen Enkhuizen en de achterliggende dorpen als Bovenkarspel, Grootebroek en Lutjebroek. Aan de lintbebouwing van het dorp is te zien dat 'Buiten' vroeger waarschijnlijk een boerenomgeving was. Aan de diverse bouwstijlen af te leiden zijn daarna in de vorige eeuw alle ruimtes tussen de oorspronkelijke boerderijen en landarbeidershuizen volgebouwd. Het is een ratjetoe van vooroorlogse huizen, jaren vijftig woningen en latere stuiptrekkingen. Kijk je dan weer tussen de huizen door dan staan er achter die linten enorm uitgestrekte moderne zaadfabrieken van Monsanto en Syngenta. Geen reden dus om te vertragen. Door gaat het naar de afslag in Bovenkarspel die ons terug zal brengen naar het water van het Markermeer.
Dijk
Dijk, een van de kenmerkende woorden van Nederland. Alles wat hier een beetje wil overleven zit achter een dijk. Het begon vanochtend al in Enkhuizen met De dijk en de Wierdijk. Vanaf de kaart hadden we al gezien dat het een dijkentocht zou worden. De volgende dijk op het programma is de Zuiderdijk. Vijftien kilometer tot aan Schellinkhout, net voor Hoorn. De toeristische banken leren je dat je met deze dijk op een onderdeel van de West-Friese Omringdijk loopt, ooit een echte zeedijk. Dat je het maar weet. 
Deze dijk scoorde direct met de aanwezigheid van  restaurant De Woeste Hoogte. De hoogte zal wel met de plek op de dijk te maken hebben en het woeste met de wind. Het appelgebak ging er in ieder geval woest in. Voortreffelijk. Ouderwets van de lokale warme bakker werd er bij verteld. Dat hadden we ook nodig want meer horeca was er in de enkele dijkdorpen en gehuchten niet geopend op deze woensdag in januari. Meer wandelaars waren er trouwens ook niet. Gek. Wind en ruimte genoeg.
Lange slagen
Op zo een hoge dijk heb je een mooi uitzicht over het water en het land. Maar ook naar de volgende hoek. Niets blokkeert het zicht. Het lijkt dichtbij terwijl ik op kaart zie dat het ieder keer weer om honderden meters tot een kilometer gaat en voorbij Oosterleek zelfs om een stuk van enkele kilometers. Even snel naar de volgende hoek lopen is er hier niet bij. Wel even mentaal volhouden tot die hoek echt bereikt is. 
vlak voor Oosterleek
na Oosterleek kijk je zo drie kilometer verder
Ondertussen stormde het maar door en spatten de hoge golven op de basaltkeien uiteen. Om de tijd te vullen maak je links een foto van een dichtregel op een baken en even later achter je een foto van Frank die schuin tegen de wind in oploeft. 



In het dorp Schellinkhout zoeken we benedendijks de luwte op in de hoop het café te vinden dat op onze kaart staat. Het café is weggewaaid of onze waarneming is vertroebeld. Even later staan we net zo nuchter als voor Schellinkhout weer vol in de wind bij de molen en ijsbaan gelijk buiten het dorp. Met deze temperaturen geen koek en zopie, wel wind. 
Schellinkhout

ijsbaan van Schellinkhout
De laatste kilometer naar Hoorn wordt er nog een schep wind bovenop gegooid als we pal tegen de wind naar de havens worden geleid. Alle lokale wandelaars lopen met de wind mee en gaan zeker weer binnendoor terug. Zo een routebeschrijving is toch wel dwingend of wij doen iets fout.




Hoorn
Hoorn maakt al het gestoemp en het doorwaden van diepe plassen meer dan goed. Ook hier eerst van de ene naar de andere haven. Van de Buitenhaven, naar de Vluchthaven en met een kleine slinger naar de Binnenhaven met op de kop de markante Hoofdtoren. 
Hoofdtoren van Hoorn

Hoofdtoren vanaf de Vluchthaven
Tijd om in havenkroeg 't Sneeker Veerhuys de betraande ogen te wissen en eindelijk een colaatje te drinken. Daarna gaat het over de Bierkade weer dieper Hoorn in. 
naar de Bierkade
Vochtig zijn niet alleen onze ogen. De straten en pleinen schitteren nu door de motregen, maar stralen toch de VOC-grandeur uit. Zeker de gevel van het West-Friesmuseum waar ooit in de zeventiende eeuw het statencollege, het bestuur, van West-Friesland resideerde. Daar tegenover de vierkante Waag. Al is het nu verlaten en nat, het heeft toch wel wat. 
plein Rode Steen met het West-Friesmuseum

Waag
Wij volgen als altijd trouw het pad en krijgen een indruk van de huidige middenstand. Achter een prachtige art decogevel waar ooit tabak, snuif en sigaren werden verkocht leiden de etalages nu een zieltogend bestaan. Dichter bij het station heeft Judith de stad verblijd met een handel in kroketten, snack en ijs. Zakenvrouwtjes, die Judiths, laat maar schuiven. Wij schuiven niet veel later de trein in. Even zitten en staren naar West-Friesland in januarigrijs. 


Etappeplanning 
Het mooie van het traject Enkhuizen-Hoorn is dat je start en eindigt in een mooie oude havenstad, met prima horeca en, aantrekkelijk, beide een treinstation. Een uitdaging vormt wel het ruime aantal kilometers; bijna achtentwintig over het pad. Met de aanlooproute van station Enkhuizen naar de start bij het Zuiderzeemuseum en de aflooproute in Hoorn erbij haal je zeker de negenentwintig. Moet je daarbij lang tegen de wind in douwen zonder voldoende rustmomenten dan neem je een dag later even een sportvrije dag. 
Er zijn daarbij twee records gesneuveld. Als eerste was het de warmste 24 januari sinds de metingen in 1901 zijn begonnen: 14,4 graden in De Bilt. Als tweede hebben wij vandaag bijna 18 km achter elkaar opgebokst tegen windkracht zeven met uitschieters naar acht. Onze bovenbenen deden er op het eind zeer van. De volgende wandeling maar een tandje minder. Anders is het Zuiderzeepad ook zo snel op.





Buitendijkse winterwandeling

Van Hoorn naar Edam
Woensdag 7 februari 2018
22 kilometer

Wat is het mooi om op een zonnige winterdag direct langs de oevers van het Markermeer te wandelen. Met voldoende kleding aan en een goede muts op was het ondanks de vorst zelfs aangenaam om in de zon te lopen. Bijna niet te geloven dat het 's morgens bij vertrek nog vier graden vroor en onderweg net iets boven nul kroop. Maar de spiegelende ijskunstwerken en het laagje ijs op de ondiepe waterplassen en basaltblokken aan de oever lieten er geen twijfel over bestaan; vandaag was het echt winter. Zon, lichte vorst, schitterend aangevroren takken, onverhard dijkenpad, koog, Edam; dat waren de trefwoorden van deze wandeling.

Hoorn bleef kleven
Kunstwerk in het meer bij schouwburg Het Park
Als een hardnekkige wielrenner bleef Hoorn kleven. Tot vlak voor Edam konden we de grote witte hal van de schouwburg van Hoorn aan de oever van het Hoornse Hop zien blinken in de zon.  Zeventien kilometer lang bleef Hoorn ons zichtbaar baken totdat we eindelijk bij Edam landinwaarts liepen. De vergelijking met wielrenners is niet eens zo gek, want de hele dag zagen we op het asfalt beneden naast de dijk dik aangeklede renners van middelbare leeftijd met neopreen overschoenen en handschoenen de kou trotseren en hun kilometers maken. Wandelaars daarentegen waren schaars. Gemiste kans.
silhouet van Hoorn met links de schouwburg in de zon
Onverhard dijkpad
Meteen al vanaf Hoorn liep het pad boven op de dijk. Over het gras ging het, soms redelijk egaal, maar ook lange stukken vermoeiend over pollen en hardbevroren ondergrond. Alles heeft een positieve kant, we zakten nu niet weg in blubber of venige ondergrond in de buitendijkse passages. Tussen Hoorn en Scharwoude ligt voor het buurtschap De Hulk een mooie kleine strook buitendijks gebied waar vandaag bruine schapen hun domein hadden. Deze schapen lieten ons nog keurig met rust.

Het kleine Scharwoude hebben we niet echt bezocht, maar vanaf de dijk geïnspecteerd. Ter hoogte van dit kleine dorp liepen we op dakniveau van de kerk en zagen dat het geen kerk meer is, maar een woning met een prachtig dakterras met 'zicht op zee'. Goed gebruik van een karakteristiek gebouw, dat zo toch behouden blijft en het dorpsaanzicht blijft bepalen. Een alternatief soort vastigheid en eigen baken voor de Scharwouers. 
Dat is het mooie van het lopen op de dijk, je kijk over alles heen. Je loopt, in tegenstelling tot de wielrenners beneden, in twee werelden. Aan de ene kant het land en de nog lagere polders die zich als een badkuip aftekenen en aan de andere kant zie je het eindeloze water met hier en daar een schip. 

Buitendijks
Verder ging het over de IJsselmeerdijk richting Schardam. We passeerden een gedenkteken en leerden dat honderden jaren geleden dit stuk Markermeer, toen nog Zuiderzee, land was. In de dertiende eeuw liep de dijk vanaf Schardam rechtstreeks naar Hoorn. Dijkdoorbraken hebben het gat bij Hoorn laten ontstaan. De verschillende 'wielen', waterkommen achter de dijk, zijn daar nog getuigenissen van. 

Echt buitendijks waagden we ons voor de eerste keer in de Floriskoog, net noord van Schardam. Hobbelig ging het langs een lage kade met bevroren graspollen. We dachten snel af te steken en strompelden daarna over uitgetrapte koeien sporen en liepen dood op niet waargenomen sloten. Het ijs was te dun voor een eenvoudige overtocht. Ouderwets springen was nodig om de uitgang van dit gebied te vinden en tenslotte over een loopbrug de veilige dijk te bereiken. Jan Kaas op wintersafari.



Wapen van Schardam bij de sluis
Schardam bood geen gehoopte horeca. Daarvoor hadden we een zoektocht op een uitgebreid campingterrein moeten ondernemen, met dan nog de kans dat ze op woensdag in februari gesloten zijn.  Die zoektocht hebben we voorbij laten gaan en bleven op eigen water en brood ons verder vergapen aan dit Noord-Hollandse gehucht aan het water, met een eigen haventje, een eigen wapen en een eigen sluis. Waarschijnlijk is dat de dam geweest in de Schar? Of is dit onzin door cafeïnegebrek. 
buitendijks jachthaventje bij Schardam
Koog
Het woord Koog kom je veel tegen in West-Friesland. We vroegen ons af wat het precies betekende. Kijkend naar de namen op onze kaart gokten we onderweg al op polder. Thuis op Wikipedia waren er nog meer betekenissen: Buitendijks, Buitendijks aangeslibd land, Ingedijkt land, Oude naam voor polder.  Wij waren er nu toch en hebben daarom verschillende varianten uitgeprobeerd. Na Schardam doken we het ondergelopen en bevroren lage buitendijkse land van de Oosterkoog in. Schitterend. Het mooiste stuk van de dag. Kijk even mee en geniet.


Het wandelpad gaat over de lage kade die het buitendijkse land scheidt van het Markermeer. Het moet hier niet hard gaan waaien anders loop je als het ware in overslaand buiswater. Nu is dat overslaande water de afgelopen dagen vastgevroren op taken en hekken. Prachtig. Hier en daar was het glad door bevroren plassen. Verderweg klonterden grote groepen koeten, eenden en een enkele gans samen rond een laatste wak. 
Warder stootram
Bij Gemaal Warder hebben Frank en ik in de zon toch een poging tot een rust gedaan. Met onze benen los over de betonnen beschoeiing gaf het een heerlijke ontspanning. Je koelt meteen ook lekker af. Het trekt zo vanaf je bovenbenen naar je ruggengraat omhoog. Opstaan maar weer voor we hier vastvriezen.

Ook het dorp Warder hebben wij slechts vanaf de dijk op architectonische waarde becommentarieerd. Er is net een nieuw zijstraatje met moderne huizen in allerlei stijlen aan het lintdorp toegevoegd. De huizen variëren van retroboerderijen tot retro hooibergen waar planken omheen getimmerd zijn. Op die manier heeft Warder naast de hoofdstraat toch al mooi drie zijstraten. Tussen die straten liggen gewoon nog drassige weilanden om de orde niet teveel te verstoren. 

de foto hebben we genomen nadat we weer achter het hek stonden
Wij zorgden wel voor verstoring van de orde en rust. Althans dat was de mening van een loslopende ram op de dijk. Met zijn dikke rammenkop meende hij toch wel recht te hebben op een eetbare gift. Bij onze terughoudenheid ging hij over tot de aanval en begon nog echt te stoten ook. Waar hij niet zo goed tegen kon was het trekken aan zijn oor om hem wat af te remmen. Het zijn net kinderen. Maar ook een man-schaap met een anti-autoritaire opvoeding moet zijn plaats weten. Dit laatste bedacht ik vooral toen ik weer aan de veilige kant van het hek stond.

Voort ging het over de dijk. Hek over, hek af. Rechts een oude stolp-boerderij met daarnaast een omgebouwde hooiberg. Er zouden in Amsterdam makkelijk tien appartementen van gemaakt kunnen worden. Links hier en daar stukken schelpenstrandjes, een aantal recreatiestroken en tenslotte de jachthaven van Edam.
mooie schelpstrandjes als bewijs van de oorspronkelijke zoute Zuiderzee
Edam
Eenmaal van de dijk af begint er in Edam weer een nieuwe wereld. Na een laatste korte blik over de jachthaven en de sluis, starten we met onze ontdekkingstocht in dit stadje. We lopen parallel aan het langgerekte kanaal naar het Centrum; dichtbij het IJsselmeer nog Oorgat geheten en halverwege naar het centrum wordt dat de Voorhaven. De oudheid van de huizen loopt naar het centrum toe op en de schilderachtigheid en fotowaarde stijgt mee. Links en rechts van deze gracht trap- klok- en andere gevels. Je komt ogen te kort en slentert al kijkend verder. 




Eenmaal op het Damplein houden we kort pauze. Het plein is niet groot, maar is omringd door het statige raadhuis, de voormalige Boterhal en een kerk. De eigenlijke dam is een soort bultrug over het water, waaronder zich de sluizen bevinden die het water afsloten. Niet verwonderlijk dat de naam van de straat veranderd in Spui. De naam Edam komt van het afsluiten van de E schat ik in. Op de kaart staat IJe, maar die loopt weer niet onder het Damplein. Lastig als je niet uit Edam komt en ze alles veranderd hebben zonder het door te geven. 
Raadhuis Edam, op de voorgrond de overkoepeling van de damsluizen

damsluizen Edam
We vervolgen over het Spui richting de Kaasmarkt. Op deze dag geen markt en daarom laten we ons direct via de routebeschrijving met een omweg naar de Grote Kerk leiden. Groot is in dit geval niet overdreven. Van ver hadden we eerder al vanaf de IJsselmeerdijk gezien dat het een bescheiden toren was met een enorm schip. Van dichtbij zien we dat het schip zelfs drie hallen breed is. Je vraagt je af hoe en waarom zo een klein stadje in het verleden zo een grote kerk nodig had. Dat gaan we de volgende keer zeker uitzoeken als we van hier starten voor de vervolgetappe. Voor dit moment is ons opnamevermogen voldoende bevredigd. Je moet niet alles in een keer willen weten. 


Reigerkolonie in een boom naast de kerk

Langs een smalle gracht slenteren we richting het busstation. Thuis zie ik op Google-maps dat die smalle gracht het riviertje de IJe is, dat door loopt richting Volendam en niet via de Edammer Voorhaven naar zee. Waar zit dan die dam in de IJe? Nu al twee vragen voor de volgende wandeling. We komen nooit meer weg uit Edam.
ophaalbrug over de IJe met op de achtergrond de Kleine Kerk met de carillontoren




Waterland

Van Edam, via Volendam en Monnickendam naar Uitdam
Donderdag 22 maart 2018
23 kilometer


Tussen water en land hebben we gelopen. Over dijken trokken we, zochten naar oude dammen en genoten van watervogels. We waren in Waterland. Het is zowel de naam van de gemeente waarin we lange tijd liepen als een goede omschrijving van het land. Een venig weidegebied doorsneden met brede sloten, waar het land het hoofd net boven water houdt en de huizen buiten de oude stadjes en dorpen hun best doen niet te verzakken. Sommige worden keurig onderhouden en andere worden aan hun lot overgelaten en laten je door het pannendak naar binnen gluren. Lopen over water was slechts weinigen in de geschiedenis gegeven. Maar als je beseft dat dit land als het ware op het water drijft waren we toch al aardig op weg.

Het dagplan
Auto parkeren in Uitdam, met de buurtbus naar Monnickendam, daar een overstap en dan naar het eindpunt van de vorige keer, het busstation van Edam. Daarna teruglopen naar de auto. Simpel plan. Je moet wel op tijd bij de enige bushalte in Uitdam zijn, want de volgende komt over anderhalf uur. Daarom op eind wat harder gereden op de gevaarlijk slingerende dijkweg, de Uitdammerdijk. Parkeren is moeilijker dan gedacht in dit waterland. Uitdam is een lintdorp strak ingeklemd tussen de oude zeedijk en een groot meer, de Uitdammer Die, aan de andere kant. Veel ruimte is er dus niet. Waar de dam zit zoeken we volgende keer uit.
Uitdam van de achterkant


Dam
Voor een Nederlander, en zeker eentje uit Holland, is een dam geen ongewoon woord. Vandaag was het een aaneenschakeling van dammen; Edam, Volendam, Monnickendam, Uitdam. Meestal zijn die plaatsen genoemd naar de dam of afsluiting van de rivier of waterloop met die naam. Bij een dam denk je vaak aan een soort dijk waarmee iets afgesloten wordt zoals in Zeeland met de Deltawerken. In de etappes vanaf Enkhuizen zijn we er achtergekomen dat je water ook met stuwen en sluizen kunt afsluiten. In Amsterdam is nogal redelijk makkelijk uit te dokteren waar die dam lag, maar dat geldt zeker niet voor al die andere dam-plaatsen. In Edam sluit de dam het gegraven Oorgat af en niet de IJe of E. Die stroomt richting Volendam. Ooit lag daar de echte dam in de E. Het Oorgat vormde een kortere en bredere route naar de Zuiderzee. Later hebben ze de haven bij de oude dam dicht of vol gegooid en dan krijg je een volendam. 
Damsluis van Monnickendam
In Monnickendam vonden we nog de Damsluis. Op de vraag aan de bediening van de brasserie in de Waag bij de Damsluis hoe het water heet dat er onderdoor loopt bleef het stil. Het meisje had een goed excuus, ze kwam uit Volendam. Ze keek er trots bij. De kennelijk eigenaar van de brasserie wist wel hoe de straten heten maar niet de naam van het water. Ook hij was trots, maar dan op Monnickendam, want in Volendam was alles nep. Hoe je met een eenvoudige vraag gevoeligheden bloot legt. 
Spuistraat Edam
Nep of authentiek
Edam en Monnickendam zijn in het centrum echt nog oude stadjes met vele mooie oude of gerestaureerde gevels en gebouwen. Verder lijken deze plaatsen nog het bezit van de lokale bewoners en zijn wandelaars en toeristen een gewaardeerde aanvulling in het straatbeeld. 
Nieuwe Haven Edam
Hoe anders is dat in Volendam. Er zijn weinig echte mooie oude gebouwen te ontdekken. Lopend over de dijk tref je bij  binnenkomst vanuit de richting Edam als eerste een winkel die allerlei koeienhuiden verkoopt in kleuren die je hier nauwelijks in de wei ziet lopen. Aan de andere kant van de straat grijnzen je de tulpen, klompen en molens toe. Gelukkig blijven de plastic tulpen dit voorjaar lang goed. Op de dijk lopen ook nog verdwaalde Nederlanders zoals wij tussen de vele Aziatische toeristen. Volendammers zie je niet, die werken binnen in de winkels en restaurants. Of het moest die verklede man zijn in een oud-Volendams visserspak, die een schare toehoorders over de dijk gidste. Je zou maar eens de weg kwijt raken.
in het Doolhof
Doolhof
Op aanraden van onze wandelboekje verlaten wij de dijk en dalen af naar Het Doolhof. Hier heeft men ooit bij gebrek aan stevige ondergrond een grote hoeveelheid kleine huizen op, tussen en naast elkaar gebouwd. Het is leuk om er kort doorheen te struinen. Toeristen kom je er nauwelijks tegen, hoewel het hemelsbreed veertig meter achter de dijk ligt. 
op de dijk

Terug op de dijk pauzeren we ter hoogte van de haven. Ook hier het fenomeen dat het ene restaurant en terras stampvol zit en wij tien meter verder met enkele lokale bewoners rustig onze koffie drinken. Waar komt dat verschil in aantrekkingskracht vandaan? Knap dat dit dorp zo op de wereldkaart is gezet dat er busladingen vol dag in dag uit naar toe komen. 
haven van Volendam
Na het toeristische deel van de dijk wordt het abrupt rustig en loop je in een straat met nieuwe huizen met retro-oude gevels. Nog stiller is het in een complete vakantiewijk aan de zuidzijde van het dorp; het totaal verlaten Roompot Vakanties Marinapark. Maart is waarschijnlijk niet de geëigende maand om in zo'n park te zitten. Welke maand dat wel is weten wij ook niet in deze wijk met quasi oud-Hollandse gevels. Snel verder richting Monnickendam. 
terugblik op Volendam vanuit zuidelijke richting

Monnickendam
Over het water worden in de middagzon nu ook de kleuren van de huizen van Marken zichtbaar. Dat er een dijk loopt naar het eiland is alleen te zien aan de bussen en auto's die schijnbaar over het water naar de overkant rijden.
Marken aan de andere kant van de Gouwzee
Het loopt lekker door over de Hoogedijk tussen Volendam en Monnickendam. Inmiddels wandelen we in westelijke richting langs het Monnickendammer-gat. We passeren het tweehonderdmeter-brede dijkgehucht Katwoude, dat je als local uitspreekt als Katwou leren wij in Brasserie De Waegh, met de klemtoon op de 'ou'. 
Silhouet van Monnickendam met de grote loodsen van Hakvoort achter de jachthaven
De route in Monnickendam voert je langs de jachthavens, de grote werfloodsen van luxejachtenbouwer Hakvoort en een gracht die ooit haven is geweest en de contacten met Het Gooi zekerstelde. Dat mag je tenminste aannemen op basis van de belendende straatnamen Haven en Gooise Kaai. 

Het loont de moeite om hier het pad tijdelijk te verlaten en een korte verkenning door de omringende oude straten te maken. Na de pauze in Brasserie De Waegh doen wij dat en zien op het Noordeinde het oude stadhuis en de kerktoren waarin het Waterlandsmuseum De Speeltoren is gevestigd.
De waag in Monnickendam en daar achter de Speeltoren



Het oude stadhuis van Monnickendam op het Noordeinde

Waterland
Om Monnickendam te verlaten leidt het pad ons eerst nog om de Grote Kerk om ons daarna weer terug te brengen naar de Gouwzee waar we over de Waterlandse Zeedijk verder naar het zuiden lopen. Langzaam tekent zich het silhouet van een dorp boven de dijk uit. We vragen ons af of dit al Uitdam is. Maar vanochtend had Uitdam toch veel minder huizen? Thuis op internet blijkt het weer een van de fake-dorpen te zijn: EuroParcs Resort 'Poort van Amsterdam'. Hoe verzin je het.
vogels op de Gouwzee

ganzen boven Waterland
Waterland vanaf het Dijkseinde

Waterland omgeving Zuiderwoude
We komen er niet langs want het pad voert ons abrupt nu echt het waterland in via het Dijkeinde. Op deze weg naar Zuiderwoude passeren we trieste grauwe bouwsels waar vrijgevochten lieden een vaag bestaan lijken te lijden. Je denkt ook echt naar het einde van de beschaving te lopen. Verrast zijn we dan ook in Zuiderwoude waar ineens echt leven is in keurig onderhouden huizen, met zelfs nog een school waar ook kinderen buitenspelen. Hier is duidelijk nieuw leven. 

kerk van Zuiderwoude

Einde
De kerk markeert hier niet het centrum van het dorp maar het begin of het einde. Symbolischer kan haast niet. Voor ons het einde als we scherp links afslaan en aan de laatste kilometers tussen 'drijvend' grasland beginnen. We passeren nog een bekende straat uit het Trekvogelpad en bereiken Uitdam via de achterkant. 
terug in Uitdam
De auto staat nog onbeschadigd op de smalle rand van de Dorpstraat. Met de late middagzon verlaten we het dorp en zien hoe lang de Uitdammer Die doorloopt in zuidelijke richting. Langs de Uitdammerdijk scheurt de auto langs erven en campings opgesloten tussen sloten en meren. Het maakt een rommelige, armoedige indruk in de nog bruingele weides, vol met mestinjectiesporen. Volgende wandeling maar eens bekijken hoe dat er uit ziet als het gras begint te groeien.
in Waterland heb je brede banden nodig om te blijven drijven






Dorpen in de stad

Van Uitdam via Durgerdam en Nieuwendam naar Amsterdam CS
Woensdag 11 april 2018
20 kilometer

Vandaag liepen we onder andere in Schellingwoude en Nieuwendam. Nou leuk zul je denken, geen idee waar het ligt. Ouderen herinneren zich misschien nog de Schellingwouderbrug. Daar ging je vroeger over als je naar Noord wilde of naar het noorden van Noord-Holland. Dat was een andere wereld. Boerenland in het water. 
Schellingwoude en Nieuwendam zijn tegenwoordig verscholen dorpen in Amsterdam-Noord. Ze hebben dezelfde stijl als al die dijkdorpen waar we langs kwamen, zoals eerder Schardam en vandaag Uitdam en Durgerdam. Huizen met houten driehoek- en klokgevels, gebouwd op en tegen de dijk. De rest van het lage en natte polderland er achter is grotendeels leeg. Maar niet achter Schellingwoude en Nieuwendam. Daaromheen zijn nieuwere wijken van Amsterdam geplakt en de jongste versies bestaan uit hoge torenflats. Als in een oase loop je erdoor, met hier en daar nog stukjes weiland en kleine havens. Heel aangenaam, alleen is de cultuuromslag wel groot als je de IJ-oevers nadert langs industrie en moderne mensenpakhuizen.
ergens op de Schellingwouderdijk of de Nieuwendammerdijk
De Aanloop
De vorige keer waren we snel met de auto in het afgelegen Uitdam. Met het eindpunt voor vandaag bij Amsterdam-Centraal kozen we dit keer voor het openbaar vervoer. Ik wil niet zeggen dat wandelen vlugger gaat, maar een reis met twee treinen, een regiobus en een buurtbus vergt duidelijk meer tijd. En meer gepuzzel. Omdat de buurtbus maar 1 keer per anderhalf uur rondtoert is dat wel bepalend. Dat minibusje dreigden we nog te missen door vertraging op het spoor. Na een verstandige keuze, ik geef het toe, van Frank voor een vroegere, ook vertraagde trein konden we met enig geluk in Monnickendam de geplande buurtbus bereiken en de dienstwissel bijwonen:
"Had je er veel?". "Neeh, alleen vanochtend acht. Daarna heb ik twee keer leeg rondgereden". "De computer hapert soms". "Ja dat had ik vorige week ook al". 
Daarmee was de overdracht afgerond. De vriendelijke nieuwe chauffeur schatte ons in voor halte Euro Parc Ressort bij Uitdam. We passen blijkbaar in het beeld van die populatie en zien er dus niet onderscheidend genoeg uit in onze wandelkleding. Iets om aan te werken. Gelukkig vond hij halte Uitdam-Dorpstraat ook goed en wenste ons een prettige wandeling.
Uitdam
Uitdam Dorpstraat
Uitdam en zijn dijk
Het zeshonderdmeter lange Uitdam waren we door voor we het wisten. Het is een afwisselende aaneenschakeling van houten en stenen huizen in allerlei vormen op de smalle strook tussen de dijk en het langgerekte water van de Uitdammer Die. Je moet hier mooie schaatstochten kunnen maken. Mooi glijden over de Die, die Uitdam verbindt met Holysloot en daarna kun je zelfs met allerlei sloten door naar Ransdorp om tenslotte via andere meren en kanalen terug te keren. Ik zie het helemaal voor me. Maar dan moet je wel ijs hebben en dat wordt steeds moeilijker. Vandaag in ieder geval even niet, want de lente is uitgebroken. Het armoedige, bruine gras van de vorige maand, heeft zich aan de mestinjectiescheuren ontworsteld en wuift alternatief groen naar links.  Na de volgende hoek in de dijk wenkt het plots ook naar rechts. Zou het raaigras zijn?
Uitdammer Die
Uitdammer Die met het dorp Uitdam aan de oever
Ben je Uitdam voorbij en kijk je vanaf de dijk terug dan zie je dat het echt een dijkdorp is. Als soldaten achter hun dekking liggen de huizen verscholen tegen de dijk. Alleen de geveltop kijkt uit naar de vijand, het water, de oude Zuiderzee.
Uitdam in de verdediging
Uitdammerdijk
Met een kilometer of negen bepaalde de Uitdammerdijk bijna de helft van onze wandeling. Deze dijk ligt er niet voor niets. Overstromingen hebben dit land gevormd en de diverse meren zoals het Barnegat en het grote Kinselmeer herinneren daar nog aan. De dijk is hier je houvast. Dat zie je al aan de dorpen die steevast aan en op dijken zijn gebouwd en zich daaraan vastklampen. 
Het wandelen mag boven op de dijk over het fietspad. Tezamen met fietsers gaat goed, maar je krijgt wel achtervolgingsangst van de achteropkomende fietsgroepen. Groepen, die je na twee vriendelijke passages al teruggroet in blijkbaar het lokale dialect, "noch einen schönen Tag".
Dijkdoorbraak, nu Barnemeer
onderhoud aan de dijk?

Kinselmeer
Het Kinselmeer met op de achtergrond Ransdorp  en daarachter de contouren van Amsterdam
Durgerdam
We zijn er al een keer geweest, in 2011 op het Trekvogelpad. Delen komen nog bekend voor, zoals het buitendijkse land met het staketsel van de vuurtoren en de lintbebouwing langs de Dijk. Er is ook de verrassing van nieuwe gebouwen. Sommige zijn al zo oud, dat ze er ook in 2011 moeten hebben gestaan. Dat mag je tenminste aannemen bij de kapel uit 1687. Er moeten gaten zijn gevallen in ons geheugen. Dat hoeft niet alarmerend te zijn als je het meteen verdringt.
Kapel van Durgerdam
Wat inmiddels wel vaste vorm heeft gekregen is de nieuwe skyline aan de overkant van het Buiten-IJ. Opgewonden wordt je niet van de contouren van IJ-burg. De Durgerdammers zeker niet. Die hadden zich dat jaren terug heel anders voorgesteld. Rustig voort dommelen op de dijk en kijken over het water. Nu wil het hoogheemraadschap ook nog hun eigen dijk gaan verzwaren en de kades ophogen. Angstige actiepamfletten roepen 'Nee' vanachter de ramen en laten je een artist-impressie zien met een gereduceerd uitzicht.
We kunnen er niet bij stil blijven staan en willen na tien kilometer eindelijk koffie. Op naar het enige café. We komen niet verder dan het terras van De Oude Taveerne. Ze zijn op vakantie en gaan, wat denk je, morgen weer open. Dat rustig voort dommelen nemen ze hier wel erg letterlijk. Verder maar weer.
IJ, IJ, wat drijft er op het Buiten-IJ
Het IJ biedt voldoende afleiding om rustig rondkijkend verder te wandelen. Vlakbij de Zeeburgertunnel en de Schellingwouderbrug zie je weer een hele andere vorm van wonen. Het zijn enclaves van woonboten of wat daar op lijkt. Vreemdsoortige verbouwingen van vrachtschepen en zelfs kleine coasters waar een alternatieve samenleving zijn onderkomen vindt. Je moet niet gedronken hebben als je 's avonds in het donker naar het zesde schip in de rij moet. Opmerkelijk zijn ook de zo te zien zelfgemaakte pontons, die niet alleen voor het afmeren van de boot dienen, maar ook woonkamers op zich vormen. Je moet er van houden om half onder water je residentie te vinden.


Dorpen in de stad
Wij lopen verder naar het volgende koffieteken op onze kaart en passeren Schellingwoude op weg naar Nieuwendam. Mooi om eerst de Schellingwouderdijk en daarna de Nieuwendammerdijk af te lopen en je te verbazen. Je weet dat je al in Amsterdam loopt, want dat stond kilometers geleden al op het gemeentebord van Durgerdam. Maar als je niet teveel achter de huizen omhoog kijkt dan waan je je toch echt nog in een Zuiderzeedorp. Ook het verkeer is aangenaam, voornamelijk fietsers en een enkele scootmobiel moeten wij ontwijken.



Cafe 't Sluisje is wel open en we installeren ons met andere dagjesmensen op het buitenterras. Driftig wordt er om ons heen gewerkt aan oude houten huizen en aan de muren van de sluis.  Zelfs het geluid van boren en beitelen heeft hier iets kleinschaligs. Daar past een getapt bier bij.


Net voor vertrek een bezoek aan het minitoilet. Boven de ingang hangt een grote foto van de watersnoodramp van 1916. Dan weet je waarom dit café op de dijk staat.

Vogelstraten
Buiten Nieuwendam volgt nog een ontspannen stuk door het zogenaamde Vliegenbos en daarna is het gedaan met de landelijkheid van de dijkdorpen. We passeren een chemische fabriek en een onduidelijk bedrijventerrein met startups en 'Garage Ruimzicht' die omgeven is door lelijke eenden, deux chevaux. Toch hebben de route planners nog een aantal interessante vogelstraten weten te vinden om je te leiden naar het IJ bij het Centraal Station. 
Eerst het Vogeldorp met de minihuisjes. Goed onderhouden drijven ze letterlijk op de ondergrond lezen we in onze gids. Ze drijven op een betonnen plaat en staan niet op heipalen. Ze zien er goed onderhouden uit en vormen met de Vogelstraten 1 t/m 6, hun Vogelplantsoen en Vogelplein inderdaad een klein dorp.

voormalig gemeente badhuis van Vogeldorp
Daarna volgt een zigzag door de Vogelbuurt uit het begin van de vorige eeuw. Meeuwenlaan en Koekoekstraat worden gepasseerd. Van het Zwanenplein gaat het door de Sijsjesstraat, de Leeuwerikstraat en Havikslaan. Mocht je als stadskind niet weten hoe zo een vogel eruit ziet, geen probleem, er hangen mooi geschilderde afbeeldingen bij de straatnaamborden. Moderne verheffing van het volk. 
De mensen waren een eeuw geleden zo te zien niet claustrofobisch.  Daar waar je tegenwoordig 1 voordeur verwacht staan er hier twee, sterker, vier naast elkaar. De tweede verdieping is niet voor slaapkamers, maar voor een andere woning. Maar het staat er goed onderhouden bij en de straten stralen zelfs geborgenheid uit.

IJ
De noordoever van het IJ tegenover het Java-eiland heeft niet direct meegedaan aan een architectenprijsvraag, maar wandelen in de zon langs het water is altijd leuk. We passeren genietende en zonnende Amsterdammers op hun IJ-boulevard. Er valt voldoende te zien om hier uren op je bankje te zitten. 


Vrachtschepen en cruiseschepen bewegen langzaam voorbij tegen de achtergrond van de koepel van de Sint Nikolaaskerk aan de andere kant. Wij schuiven mee met de stroom fietsers de pont op en laten ons de laatste meters van deze wandeling naar de overkant drijven. Links en rechts nog gauw wat foto's schietend tot het licht op groen springt als einde van deze ontspannen dag.








Zeedijk met en zonder water

Van Amsterdam CS, tussen Diemen en IJburg door, via Muiden en Muiderberg naar het Naarderbos Donderdag 10 mei 2018
27 kilometer

Oudezijds Kolk met bruggen en fietsen zover je kunt kijken
Vol afwisseling was de wandeling. We trokken over verschillende soorten Zeedijk, langs giraffen, en met worteltaart versterkt door de Indische Buurt. Amsterdamse buurten met allen hun eigen karakteristiek, maar wel met een positieve overeenkomst. Kende ik die buurten nog van grauwe, verwaarloosde beelden uit het verleden, nu viel op hoe veel er aan onderhoud is gedaan. Opgeknapte gevels, betere bestrating, ander gebruik, een genot om naar te kijken. Voor de rest is Amsterdam één grote fietsenstalling. Alles zit vast; onze lieve heer op zolder en de fiets aan de ketting, het liefst aan een brugleuning.
Eenmaal buiten Amsterdam ging het over een echte oude zeedijk met water richting Muiden. Ook oud, maar met een rustigere dynamiek. Hoewel het in de sluizen toch nog druk was. Het forteiland Pampus in de verte hielden we al die tijd aan onze linker hand. Eenmaal in Muiderberg daalden we af naar het strand, en bewonderden de springende kitesurfers. Muiderberg ooit aan zee, nu aan de oever van het IJmeer.  

Wortelentaart
Bij Bar Botanique in de Eerste van Swindenstraat hadden ze vandaag twee soorten taart; iets dat op brownies leek en een ondefinieerbare taartvorm met witte toplaag. Appeltaart doen ze niet aan. Waarschijnlijk niet hip genoeg. 
"Wat is dat voor een taart?"
"Worteltaart".
''Worteltaart?" Het deed me denken aan een mop van lang geleden, waarbij dat heel vies was. Mijn gezicht liet blijkbaar zien wat ik er bij dacht. 
"Het smaakt echt heel lekker", prees het meisje aan.
Je moet in je leven veel proberen, dus worteltaart kan daar ook wel bij. Brr. Maar ze had gelijk. Binnen een zucht was de kruimelige worteltaart verdwenen. Mijn biologische gesteldheid leek met de minuut te verbeteren. 
Amsterdam Centraal

Nicolaaskerk vanaf de brug over het Damrak
Zeedijk en Nieuw Markt
Al om halftien ging het vanochtend van het Centraal Station rechtstreeks naar de Amsterdamse Zeedijk. Was deze dijk vroeger nog bekend door de prostitutie, nu lijkt het richting de Waag steeds meer op een deel van China Town met zowaar een eigen Chinese Tempel. Zelfs de straatnamen zijn ondertiteld met Chinese tekens. Dat deze straat ook echt op een oude zeedijk ligt heb ik al eens beschreven in een blog over het Floris V-pad.
De mooie Waag ontnam mij de concentratie die je nodig hebt als kaartlezer en daardoor bleven we te lang op de Kloveniersburgwal. Met een omweg bereikten we tenslotte de Oude Schans. Ach, in Amsterdam niet echt vervelend. Overal wordt je omringd door mooie gevels en natuurlijk gespecialiseerde winkels die je hier met enige regelmaat passeert. 

Montelbaanstoren
Op de Oude Schans wist ik Frank te vertellen dat we naar de Schreierstoren liepen, die bij nadere inspectie de Montelbaanstoren bleek te zijn. Slechts een paar straten ernaast, maar zijn geloof in mijn Amsterdamkennis was definitief gedeukt. 
je eigen buitentuin in hartje Amsterdam

Entrepot-dok
"Hee, kijk, giraffen. Er lopen nog jonge bij ook. En daar een olifant". 
Je kijkt even flink op als je langs een Amsterdamse gracht loopt. Het kost enkele flitsten van seconden om te bedenken dat dit de achterkant van Artis moet zijn. De goede kaartlezer had het ook kunnen lezen op zijn kaart. 
We waren van het oude centrum aanbeland in het mooi gerenoveerde Entrepot-dok, oorspronkelijk uit 1830 en bedoeld voor belastingvrije opslag van doorvoer-goederen. Honderden meters pakhuizen, die nu dienen als woonhuizen, allen benoemd met een eigen havennaam.
Oude buurten
We keken nog even naar de giraffen en olifanten van Artis. Daarna mochten we door de poort van de Oranje-Nassaukazerne, waar ik in een diep verleden goedgekeurd werd voor een dienstplichtig leven als soldaat. Weinig bewaking en militairen hier te bekennen sinds de kazernegebouwen omgebouwd zijn tot woningen. Dan maar door naar de Dapperbuurt. Vandaag op Hemelvaart geen markt, maar gelukkig wel Bar Botanique met de worteltaart. Biologisch opgeladen waren we klaar om de gang door de Indische Buurt aan te vangen. Kijken wat we daar weer voor maaltijden tegenkomen.
toegangspoort van de voormalige Oranje-Nassaukazerne aan de Sarfatistraat


De buurt heet wel Indisch, maar het zijn alleen nog de straatnamen die herinneren aan het koloniale verleden. In de Javastraat kun je waarschijnlijk net zo goed Turks inkopen en eten als in Istanboel. Het maakt de boel wel afwisselend en je struikelt hier niet over bekende ketenwinkels. Een straat zonder last van leegstand. Hier leeft alles tierig. Deze straten zijn ook goed onderhouden met opgeknapte en gezandstraalde gevels. Daar knap je zelf ook van op.


Buiten
Met het passeren van het Javaplantsoen en de Insulindeweg namen we afscheid van de Indische Buurt en werd het met het betreden van het Flevopark groener en open. Dat voorziet blijkbaar in een grote behoefte. Het is één groot vrouwen-joggingpark. Niet vervelend om door dit park te lopen.
Nog opener werd het met de passage van de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Dat ging over de Zuiderzeeweg. Daarmee waren we weer echt terug bij het thema van dit pad. Het is een vierkante kilometer met allerlei oeververbindingen die opvallen, zoals de Enneüs Heermabrug en de Nesciobrug. Zelfs de onderdoorgang van de A-10 geeft mooie effecten.
Enneüs Heermabrug

In stijl volgden we vervolgens kilometers lang de Diemerzeedijk. Afwisselend langs oude, al lang bestaande opbouw, zoals bij het het Gemeenlandshuis en Fort Diemerdam. Op internet lees ik:
In 2008 werd het Gemeenlandshuis aan de Diemerzeedijk overgedragen aan Vereniging Hendrick de Keyser nadat het bijna 275 jaar het statige onderkomen was geweest van het 'Hoogheemraadschap van den Zeeburg en Diemerdijk' en haar rechtsopvolgers. Dit waterschap beheerde de dijk van de Zuiderzee tussen Amsterdam en Muiden. In 1727 verrees het gebouw op de plaats van de oude herberg 'daar de jager uithangt', waar al sinds 1609 door het hoogheemraadschap werd vergaderd. Het Gemeenlandshuis, dat vrij uitzicht had op de Zuiderzee, werd door het bestuur van het waterschap gebruikt als vergaderruimte en uitvalsbasis bij dijkbewaking. 
Fort Diemerdam met een bijpassende moderne fortwoning
Tussen het Gemeenlandshuis en Fort Diemerdam heeft de Diemerdijk een gedaanteverandering ondergaan. Aan de dijk is nieuwe natuur geplakt met sportvelden en ligweides als buffer tussen Diemen-Noord en het nieuwe IJburg. Je kunt je er nu ook mooi zwemmen. 
Vanaf de dijk kijk je naar de zogenaamde Rieteilanden van IJburg. Letterlijk wonen aan het water in mooie moderne villa's. Niet slecht gekozen om daar te gaan wonen. Waarschijnlijk moet je ook enige munten meebrengen om er te mogen bivakkeren op je eiland. 
Eenmaal weer echt op de dijk na het fort ging het snel. Tussen de schapen struinden we langs de elektriciteitscentrale en ging het in één ruk door naar het terras van Ome Ko in Muiden. 
Pampus
Westbatterij bij de monding van de Vecht
Links zagen we de eerste contouren van het forteiland Pampus en rechts hoe Muiden uitbreidt op het terrein dat vroeger bij de kruitfabriek hoorde. Het zal best mooi worden, maar weer een stuk natuur minder. 
De volkstuinbezitters hebben zo te zien hun protest opgegeven. Desolaat liggen de hutjes, hokken en terrassen er bij. Hier en daar worden bouwmaterialen nog snel ingeladen voor een tweede leven. Hopelijk met toestemming van de eigenaar.
Vechtsluizen bij Muiden

Zitten op een terras na ruim zestien kilometer doet het altijd goed, maar bij Ome Ko heb je bovendien nog het uitzicht op de Vechtsluizen. Altijd mooi om te zien hoe de bemanningen hun schip er met en zonder stress in en uit krijgen. Op deze Hemelvaartdag gingen de meesten naar buiten. Eerst langs het Muiderslot en na de lange landhoofden door de vaargeul naar open water, ruim om Pampus heen. Wij konden het een half uur later van dichterbij volgen toen we aan de vijfenhalve kilometer dijk naar Muiderberg bezig waren. 
Muiderslot 
binnenkomende platbodem 
Buiten op het IJmeer bij Muiden met op de achtergrond Pampus


Prachtige beelden op een water waar de wind aardig toenam. Die wind was aanleiding voor meer vermaak. Bij
 Muiderberg daalden we af naar het strand, en bewonderden de springende kitesurfers. Jammer dat die sport pas de laatste twintig jaar zo'n vlucht heeft genomen. Was het er eerder geweest dan had ik het zeker beoefend. 
Eerst nog wat pauzeren in de lokale strandtent en kijken naar de voelbare nadering van Het Gooi. De mensen in Muiderberg hebben al een andere uitstraling. Het glimt allemaal net even meer dan in de Indische Buurt. De brillen en kettingen hebben wat meer design. De hele outfit, hoe kijken we de wereld in, krijgt hier al meer allure, misschien zelfs hoogachting. We ruiken Het Gooi. Voorlopig stoppen wij bij het Naarderbos. Volgende keer echt ruiken. 


 




Gooise villa's kijken


Van station Naarden-Bussum, via Naarden, Bikbergen, Blaricum en Eemnes naar Eembrugge
Maandag 21 mei 2018
27 kilometer

Groot landgoed omgeving Bikbergen, Naarden
"Je moet wel een tuinman in vaste dienst hebben, anders is het niet meer leuk. En ik zou ook regelmatig terugvallen op een klusbedrijf. Waarschijnlijk kan het er financieel wel vanaf". Zomaar onze analyse en ons commentaar bij een groot Naardens landgoed. Geen moment hebben we de oude Zuiderzee gezien tijdens deze wandeling. Maar ter afwisseling hebben we ons vergaapt aan de Gooise villa's. Hou je van mooie tuinen en van schitterend verbouwde boerderijen en echte landhuizen dan zit je met deze mooie bos- en heide-etappe op een ereplaats. 

Spontane NS-wandeling
Ook al wil je helemaal geen NS-wandeling maken, de Nederlandse Spoorwegen doen hun uiterste best je tegemoet te komen. Binnen drie kwartier zouden we vanuit Amersfoort op het eindpunt van de vorige wandeling staan; bushalte Gooimeer vlakbij de Jachthaven van Naarden. Voor het overstappen van de trein op de bus bij station Naarden-Bussum hadden we vier minuten. Alles ging prima tot de sprinter vergat waarvoor hij bedoeld was en veranderde in een kruiper. Harder dan veertig lukte niet meer, wel even stoppen en uitrusten. 
Zodra het duidelijk was dat wij onze bus niet meer gingen halen begon de trein weer te rijden en slechts vijf minuten te laat stonden we bij een verlaten busstation. Op Tweede Pinksterdag rijdt dit soort bussen slechts 1 keer per uur. Een uur kintikken en wachten op een volgende bus scoorde laag binnen de mogelijkheden. Dan maar het plan veranderen. Net als onlangs in het Belgische Dendermonde kozen we voor een aanlooproute te voet. Naarden zou nu niet genaderd worden vanuit het westen, maar vanuit het zuiden. 
Vesting Naarden
Direct vanuit het station maakten we al kennis met het centrale thema voor vandaag, Gooise villa's. Op onze gang naar de vesting passeerden we al lanen vol aantrekkelijke en ruime huizen. Voor mij bekende lanen waarover ik in mijn jeugd fietste naar school. 
De vesting blijft een fotogenieke aaneenschakeling van bastions met kazematten en gangen waarin ik lang geleden menige ontdekkingstocht maakte. In de zon liepen we boven op de buitenwallen en overzagen zowel de buiten- als de binnengrachten met hun ravelijnen. Gebouwd als militaire verdedigingslijnen, doen ze nu dienst als jogging parcours voor de Naardernezen.
de vlag in top bij het Vestingmuseum



Het ravelijn bij de Utrechtse Poort


Oostbeer van de vesting Naarden
Bikbergen
Na de "Oostbeer" stonden we in een keer "buiten" met zicht op de A-1 en zijn verkeersgeluid. Snel onderdoor passeren en het genieten weer oppakken. Valkeveen diende zich aan. In die bosrand met zicht op de weilanden heb je aan de Naardense Meentweg een vorstelijke woonlocatie. 
Dat majesteitelijke gevoel nam alleen maar toe. Het ene landhuis na het andere werd aan ons oordeel onderworpen. Niet in elk huis zouden we willen wonen, soms te groot, soms te veel tuin. Toch willen wij best naar deze lanen in Bikbergen verhuizen.
Bikbergen op de grens van Huizen en Naarden heeft al een ruime opzet met veel groen. Eenmaal landgoed Oud-Bussum gepasseerd wordt het voornamelijk bos, afgewisseld door enkele akkers. Het aantal villa's neemt gaandeweg af. Hier en daar wordt een akker geflankeerd door een alleenstaand landhuis. Wij rusten uit, genieten van het uitzicht over opschietend koren met aan de overkant van de vlakte de enorme rododendrons in de villatuin. Het paars van de bloemen spat er vanaf. Samen met de Nederlandse vlag die bij dit soort tuinen verplicht is, straalt alles hier rust uit op deze zonnige, windstille dag. 
Tafelbergheide
Het volgende doel wordt restaurant Tafelberg, genoemd naar de verhoging in de omliggende heide. Voor west-Nederlandse begrippen is het een enorme uitgestrektheid. Hemelsbreed is het niet meer dan een kilometer. De verhoging in het midden van de heide, de "berg", deelt het open  terrein in tweeën. 



Nadat we de kam hebben genomen letten we niet meer op markeringen van het pad. Het terras is het nieuwe baken. Eindelijk na tien kilometer koffie. Stampvol is het er met prille gezinnen en veel jonge Gooijers begeleid door de bijbehorende opa's en oma's. Het Gooi heeft hier een soort ontmoetingsplaats voor lokale villabewoners. 
De tafel is al gereserveerd, maar wij gaan er vanuit dat die mensen het eerste kwartier nog niet komen. Onder de parasol smaakt het appelgebak aan de gekraakte dis meer dan voortreffelijk. In het Gooi met echte slagroom. Geen spuitslagroom. Dat geeft hier geen pas.

Blaricum
Bij een eerdere fietstocht had ik gezien dat de ijssalon op de viersprong van de belangrijkste wegen in Blaricum goede zaken deed. Daar wilde ik nu daadwerkelijk wel eens polshoogte nemen. Frank had ik volledig geïnformeerd dat hij waarschijnlijk van een kwaliteitsijs zou gaan smullen. Ver ernaast zat ik niet. Het moet zonder twijfel van uitstekende kwaliteit zijn. Maar aansluiten aan een twintig meter lange rij overschreed onze trek in ijs. We weten nu wel dat de ijssalon "De Hoop" heet. Met zo'n rij mensen weten wij waarom. Blijven hopen, wij gaan door.
Al aardig wat decennia geleden was Blaricum nog een boerendorp. Een klein dorp op de zandgronden van het Gooi met allerlei nauwe straatjes. Het zal er toen wel rustig zijn geweest met hier en daar een paardenwagen. Nou, paardenkrachten zijn er nog wel, maar boeren zie je hier niet meer, of het moet een hobbyboer zijn met een gehuurde koe om het uitzicht op te leuken. Zonder uitzondering zijn de oude boerderijen prachtig gerestaureerd en staan er nu Porsches naast de hooiberg. In sommige straten doe je niet mee als je geen Range Rover achter je hek hebt. Natuurlijk 4-wiel aangedreven in deze oerwouden van het Gooi. We zagen nog een Bentley staan glimmen onder een oude overkapping. In de wat simpelere straatjes moeten ze het doen met slechts twee of drie Audi's en BMW's. Omdat het de grotere types zijn is het een beetje krap in de tuin. Het is een harde onderlinge competitie in zulke agrarische gemeentes.
terugblik op Eemnes
Eemnes
Het dorp stelde ons teleur op deze prachtige zonnige Pinksterdag. Van de drie horecalocaties op onze kaart was er een open en dat was het volle terras dat we aan het begin van het dorp voorbij waren gelopen. Het café op de Wakkerendijk, vlakbij de vaart, ging pas om drie uur open. Het was kwart over twee. Aan teruglopen doen we niet. Dan maar met een tweetal oudere dames gewoon wat rusten op het terras en hoopvol voor ons uitkijken. Maar als je als passant op een warme dag vier mensen op een terras ziet zitten dan moet het wel open zijn. Nadat we een fietser en een moeizaam geparkeerde auto teleurgesteld weer op pad hadden moeten sturen zijn we zelf ook maar opgestapt. De dames informeerden nog naar onze wandelafstand en waarvoor we aan het trainen waren. Ze waren onder de indruk. Zelf begonnen ze niet aan dat soort wandelingen. Ze leken ook meer van het zittende type. De opening van het café zullen ze zeker meegemaakt hebben. 

Met google maps zie ik nu dat ik te hard ben geweest in mijn oordeel over Eemnes. Anderhalf uur later zaten we alsnog op een terras. Dit keer met echt bier op het terras van polderrestaurant 'De Haven van Eemnes'.  Daarmee waren we wel vier kilometer verder en zaten we in Eembrugge dat bij de Gemeente Eemnes hoort. Nooit geweten. Van die vier kilometer gingen er twee langs de Eemnesservaart door de vlakke en uitgestrekte Eempolder. Gelukkig dat het een beetje waaide anders waren we er verschroeid. 
Druk was het er. Fietsers en vogels hielden ons voortdurend bezig. Vogels om van je weg te vliegen en fietsers om je van achteren aan te vallen. In deze polder zie je nog ouderwetse weidevogels, die steeds zeldzamer worden; tureluurs, grutto's, kievieten. Wat daarentegen weer minder zeldzaam wordt zijn de ooievaars. Frank heeft er een goed oog voor. Hij herkent ze direct aan hun vlucht. Grutto's en tureluurs hebben pech. Ze zijn te klein en vallen buiten zijn ornithologische waarneming. 
Met wat opnames van de terrasooievaars bij het polderrestaurant namen we voor vandaag afscheid van Eemnes. Om deze zelfgemaakte NS-wandeling compleet te maken verlieten we bij de brug over de Eem het Zuiderzeepad en liepen vandaar tweeënhalve kilometer naar station Baarn. Als dank reed de NS meteen een sprinter voor en tien minuten later stonden we dit keer echt op het eindpunt. 
de Haven van Eemnes




Eemland

Van station Baarn, via Eembrugge, Eemdijk, Spakenburg naar station Nijkerk
Donderdag 19 juli 2018
26 kilometer

De Eem ten zuiden van Eemdijk
De Jager
"Ik heb een kikker gevangen". Onaangekondigd kwam deze mededeling van een jongetje met grote oranje kleppet en twee schepnetten. Hij was duidelijk met een vakantie-activiteit bezig in deze sloot in de smalle uiterwaarde van de Eem vlak voor Eemdijk.
"En wat doe je er mee"? vroeg Frank geïnteresseerd.
"Ik doe hem in mijn emmertje". Hij wees op de rest van zijn uitrusting.
"Je zet hem toch wel weer terug in de sloot"?
"Dat hoeft niet want hij is er al uitgesprongen".
Wij konden die kikker geen ongelijk geven. Terug naar je vrijheid. Terug naar een sloot waar nog water in zit in deze hete zomer zonder regen. Het gesprek ging nog spontaan door zonder dat hij zijn blik van het water af wendde. Een jager moet tenslotte altijd paraat en geconcentreerd blijven. Elk moment kan er zich een prooi aandienen. Wij wensten hem veel succes met de jacht en kuierden verder. 
Groene savannes
Al weken hoor je geluiden over watertekort in dit warme jaar. De warmte begon vroeg in het voorjaar en gaat maar door. Alles droogt uit. Gele golfbanen heb ik al op foto's gezien en veel gemeenteplantsoenen zijn verworden tot bruine vlaktes waarin alleen hondenpoep en onkruid nog eilandjes met een afwijkende kleur vormen. Ook vandaag is het opnieuw prachtig zonnig weer en verwacht ik gele savannes in de Eempolders. Maar zo erg is hier niet. De overheersende kleur is nog groen hoewel het gras niet echt meer groeit en toch veel bruine onderkleur heeft.
Eemdijk
Bij Eembrugge waren we vanochtend vroeg weer op de route gekomen na een aanloop vanaf station Baarn. Een aanloop, die zonder gebruik van Google maps, onverwachte delen van dit dorp aan ons openbaarde. 
Het pad voerde langs de oostelijke dijk van de Eem naar, jazeker, Eemdijk. Een aardig dorpje dat zich als een lint vastklampt aan die dijk en waarbij de stoep van het veer zo ongeveer het centrum van het dorp vormt. Met uitzondering op de gereformeerde zondag verkort deze rustig varende zwarte bak met gele opbouw de route door de polder tussen Bunschoten en Eemnes aanzienlijk. 
Ootje Eppie zelf
Tijdens de rust bij café 'Ootje Eppie' tegenover de veerstoep vielen de zwaluwen van het dak. Niet van de warmte. Een puber-zwaluw met te weinig veren had teveel over de rand van het nest gekeken. Frank toonde zijn grote hart en ontfermde zich over het hoopje veren. Het terras kon dit waarderen en moedigde Frank aan. Daarna stond Frank nog steeds met het hoopje in zijn handen. Ja, en toen? Het terras leefde mee. Vooral met Frank. Bij de leiding van het café werd een soort asielaanvraag ingediend, die met het oog op de klandizie werd goedgekeurd. Frank droeg hem over aan de stevige knuisten van de barman. Wij gingen door, de zwaluw hopelijk ook.
Eemmeer
Eemmeer
De uitgaande weg van Eemdijk naar het Eemmeer was niet schokkend van aard. Eenmaal op de dijk langs het meer opende zich het zicht op de Flevopolder met zijn woud aan windmolens. Daar zit onze energie.
Op weg naar Spakenburg lieten we ons door een aanwijzing in de gids en een informatiebord verleiden een kijkje te nemen bij een replica van een palendijk. 

Prent uit 1702 van een palendijk in de Diemerzeedijk
tussen Amsterdam en Muiden. Bron Wikipedia
We leerden dat dit voor de 18e eeuw de methode in het Zuiderzeegebied was om dijken te beschermen. Dat ging goed totdat de paalwormen deze dijkbescherming ontdekten en zich op dit feestmaal stortten. Daarna ging Nederland over op basalt en keien.
havenhoofden van haven Spakenburg
Spakenburg
Met Spakenburg brengt het pad je weer echt in een Zuiderzeehaven van weleer. Via het strand kom je bij de bescheiden havenhoofden om daarna vanuit de 'zeekant' langs de havenvaart te lopen tot de havenkom met de oude werf. Het is tegenwoordig een museumhaven met botters uit een rij van oude vissershavens. De herkomst van de botters is aan de afkortingen af te leiden zoals BU voor Bunschoten, HK voor Harderwijk, HZ voor Huizen. 
Het toerisme in Spakenburg doet het goed maar heeft gelukkig nog geen benauwende proporties aangenomen. Je kunt er op je gemak langs de botters lopen en daarna vis gaan eten op een terras. Als je dat doet maak je Spakenburgers gelukkig, want visverkopen is hier tot kunst verheven. Hadden ze vroeger een visvloot die uitvoer, nu hebben ze een kraamvloot, die door heel Nederland uitrijdt. Overal kom je ze tegen. Tot in Duitsland aan toe. Vishandel zit hier in het bloed.
Nijkerkernauw
Een wandelaar kan nooit te lang blijven plakken anders verliest hij zijn identiteit. Kronkelende havenstraatjes brachten ons naar een tweede haven en tenslotte via de Zuiderzeeboulevard met de duurdere nieuwbouw, naar de Oostdijk langs het Nijkerkernauw.
Net als het Eemmeer is dit het domein van de vogels. Zowel op het meer als in de Arkemheensepolder aan de andere kant van de dijk. Doordat de pleziervaart ingeklemd blijft in de vaargeul resteert voor zwanen, meeuwen, eenden, meerkoeten en aalscholvers een paradijs van rust.

Alles laat elkaar met rust op deze warme dag op de Oostdijk. De seniore e-bikers, de wielrenners zonder bel en twee wandelaars, ze gunnen elkaar ruimte op weg naar het Nijkerker strand, of nog preciezer Strandhuys Nijkerk. Het is veel te warm om elkaar in de wielen te rijden. Het is zelfs te warm om aan het strand te liggen. Slechts een handvol zonaanbidders belijden hun geloof. Zijn we misschien blasé geworden van al die zon? Of is iedereen in Frankrijk? Of willen we niet op een zonneweide liggen die net zo geel is als het strand? Op het terras bij een bier maar eens diep over nadenken.
Dat nadenken kan voortgezet worden langs de Arkervaart richting Nijkerk. Tot aan de A28 wordt je nog een beetje afgeleid door de vaart en de weilanden, maar eenmaal in het bedrijventerrein is er niet veel meer om je met iets anders bezig te houden. Waar zit of ligt Nederland in deze warmte? Is er nog leven tijdens en na de komende hittegolf? Let maar op, de komende week wordt je door de nieuwsindustrie voortdurend met deze vragen bekogeld. Wij weten dan het antwoord al.






Agrarische omweg


Van station Nijkerk, langs Putten en Ermelo naar station Harderwijk
Woensdag  3 oktober 2018
24 kilometer

Zonder water
Zuiderzeepad is een prachtige naam voor een wandelroute, maar wel een met een uitdaging als er geen Zuiderzee meer is. Veel oude kernen van vissersplaatsen herinneren nog wel aan die tijd en op de Noord-Hollandse dijk zie je ook nog grote wateroppervlakten die enig beeld bieden bij die vergane tijd. Moeilijker moet het voor de routeplanners zijn geworden bij het bereiken van de randmeren ten zuiden van Flevoland. Het beeld van een zee bereikt hier niet eens het niveau van 'zeetje'. Nog problematischer is het tussen Nijkerk en Harderwijk waar de A-28 rustig lopen langs het water verstoort.

Oldenaller tussen Nijkerk en Putten
Als oplossing is gekozen voor een agrarische uitstap wat meer landinwaarts. Een gebied waar je anders niet zo snel terecht komt. Dat maakt het toch interessant. We liepen langs verschillende onverwachte landgoederen met grote landhuizen. Kenmerkend bij dit soort bezittingen zijn de statige beuken en eikenlanen met de soms driedubbele rijen hoog opgeschoten bomen. Oldenaller tussen Nijkerk en Putten en Vanenburg ter hoogte van Putten zijn hier mooie voorbeelden van.

Herfst en Halloween
Met afwisselende opklaringen en negentien graden was het prima lopen tussen al die weilanden en bosranden. Fleurig waren de bloemenakkerranden vlak buiten Nijkerk. Dat vrolijkt het landschap niet alleen voor de insecten op. 
De herfst maakte zich niet alleen kenbaar door de vele eikels en beukennoten op de paden. Hier en daar hingen verlate appels als kerstballen te glanzen en wachtten trossen peren op de pluk. Een veld pompoenen in allerlei kleuren en afmetingen keek met vrees uit naar Halloween. Het land staat aan de rand van de overgang. Nu nog aangenaam en rustig zonnig, over een paar weken zal het langzaam natter en guurder worden. 


Groene long
In Ermelo wurmde het pad zich door het uitgestrekte terrein van het zorgdorp van 's Heerenloo voor mensen met een verstandelijke beperking. In dit dorp gelukkig geen hoge hekken, maar wegen en fietspaden die gewoon aansluiten op de rest van de omgeving. Het groen van 's Heerenloo wordt in Harderwijk drastisch teruggebracht. In de jongste wijken is er zelfs geen groen meer. Jonge mensen in jonge wijken hebben geen tijd meer voor groen. Alles is bestraat, betegeld of in het gunstigste geval met grijze keitjes afgedekt en elk leven eruit gestampt. Met z'n tweeën verdien je wel meer, maar wordt je toch armer.
Afbeeldingsresultaat voor fietsbrug harderwijk
foto van internet
het Wolderwijd gaat schuil achter riet
Over een mooie fiets- en voetgangersbrug, hangend aan de tuidraden van twee grote masten, steekt het pad over de A-28 naar de oudere delen van Harderwijk. Daarmee bereik je weer de oever van het randmeer, het Wolderwijd. De brede rietkraag wordt hier en daar doorsneden met kleine strandjes, die er nu verlaten bij liggen. 
Het Zuiderzeepad klemt zich vast aan de buitenste huizenrij. Deze woonwijk is al verschillende decennia oud en wordt doorsneden door toen gangbare zogenaamde groene longen. Dat geeft letterlijk meer ruimte en lucht. Alleen is het een heel gepuzzel om de long te vinden die je naar het station leidt. Op onze vraag naar de weg trok een lokale grapjas al zijn registers open en kwam tot het geniale antwoord "door vooral door te lopen". In tweede instantie sputterde hij er toch nog een routebeschrijving uit op ons niveau. Via de geschetste hoge gebouwen en de kinderboerderij als herkenningspunt kwam het station in zicht. Zo bleef het tot het eind agrarisch op het Zuiderzeepad. 
Het buitengebied is tegenwoordig ook net een kinderboerderij




Zuiderzeeblauw

Van station Harderwijk via Hierden en Hulshorsterzand naar station Nunspeet
Woensdag  28 oktober 2018
22 kilometer

Het Wolderwijd bij een van de strandjes van Harderwijk
Wolderwijd
Zuiderzeeblauw was de lucht op deze schitterende oktoberdag. Die blauwe lucht zou ons de hele dag omringen en daarmee de verbinding vormen met het water. Zuiderzeewater dat we na Harderwijk inwisselden voor rommelige weilanden, maar vooral prachtige bos-, heide- en zandstroken.
Vanaf station Harderwijk liepen we op gevoel dwars door de wijk Stadsweiden door stegen en straatjes naar de oevers van het Wolderwijd. Prachtig om daar op het blauw weerkaatsende water overal waar je kijkt witte stippen te zien drijven: de kleine zwaan. Volgens de wandelgids de IJsselmeerzwaan bij uitstek die vanuit zijn broedgebieden in Noord-Rusland in oktober en november massaal naar de randmeren en de Gouwzee komt om te overwinteren.
Het Blokhuis
Oud Harderwijk
Linnaeustoren
Langs de kleine Harderwijkse strandjes naderen we het oude stadscentrum. We trekken bij het zogenaamde Blokhuis, vroeger een versterkt huis in de stadsmuur, de stad binnen. De route verlaat hier tijdelijk het water en leidt ons door de mooie straatjes langs oude gebouwen. Na de Grote kerk lopen we door een steeg, de Korte Kerkstraat en over de Academiestraat naar het voormalige universitaire deel van Harderwijk. Jazeker, in de zeventiende en achttiende eeuw kon je hier studeren en promoveren. Blijkbaar gingen de rijken naar Leiden en de minder draagkrachtige lieden naar Harderwijk:
Harderwijk is een stadje van negotie,
men koopt er bokking en bullen van promotie
De bekende Zweedse botanicus Carl Linnaeus promoveerde hier en naar hem is de toren bij de botanische tuin genoemd.
kerksteeg

Frank troonde mij kort mee naar het Marius van Dokkummuseum. Mooie humoristische schilderijen maakt die man. Als je er bent moet je zeker naar binnen gaan. Niet voor niets is dit museum geopend door André van Duin. “Hij creëert verhalen, vrolijke taferelen en neemt ons met een knipoog mee naar de realiteit die hij zo graag op de hak neemt.”  schrijft Ruud Spruit in het boek met afbeeldingen van de schilderijen. Op de website van het museum krijg je een goede indruk en ik weet zeker dat je enkele schilderijen zult herkennen. 
 startpagina Museum Marius van Dokkum
startpagina museumwebsite
Door het Hortuspark liepen we naar de Markt met het imposante gebouw van de Muziekschool. Er hing nu op 28 oktober al kerstversiering aan de gevel. Beetje over de top. Daar zullen al de roetveegpieten zich binnenkort groen, geel en zwart aan ergeren. Geen respect meer voor de loop der dingen. Dan maar verder naar de Vischmarkt. Een mooi plein met zowel grote patriciërshuizen als kleine arbeiderswoningen. 


Met de onderdoorgang van de Vischpoort verlieten we de binnenstad. De oude Zuiderzeekust en de huidige boulevard liggen al decennia niet meer echt aan het water. Je kijkt tegen het Dolfinarium en allerlei nieuwe bouwprojecten aan. Tussen het dolfinarium en de boulevard is nu wel een aantrekkelijk gracht aangelegd die doorloopt in de richting van een nieuwe wijk met jachthaven en allerlei huizen met retrogevels. Het geheel wordt gedomineerd en, afhankelijk van je smaak, verprutst door hoogbouw in de vorm van een vuurtoren. Onze mening zwalkt tussen mooi en kitsch. Langs de oude visafslag met molen verlaten we even later het oude deel van Harderwijk.

Hierdens buitengebied
Woningnoodwijken van na de oorlog moeten doorgeworsteld worden om Harderwijk achter ons te laten. Het zal nog een paar eeuwen duren voor deze huizen op de monumentenlijst prijken. Om in Hierden te komen voert de route zo goed en zo kwaad als het gaat door semi-agrarisch gebied dat een rommelige indruk maakt door vele huizen en loodsen. Toch weet ook hier de natuur te boeien als we er kort stilstaan en genieten van een zwerm spreeuwen die om onduidelijke reden om de haverklap opvliegt en landt op een van de kleine weilandjes tussen de bebouwing.  
Ook Hierden wordt zonder cultuurshock gepasseerd. Onze blik richt zich inmiddels op de eerste pauze na tien kilometer bij kasteel De Essenburgh.
Heerlijk genieten we in de zon op het buitenterras en prijzen ons gelukkig dat we niet horen bij die serieus kijkende dames en heren met aantekeningenboekjes in hun hand. Ze hebben blijkbaar ook pauze, maar het luchten wordt gecombineerd met zwaar ogende gesprekken. Met moeite zie ik hier en daar een glimlach. Het straalt zo'n trainingsweek uit waarin gesproken wordt over modern leiderschap of over beter functioneren van het team of over een missie. Natuurlijk gelardeerd door rollenspellen en evaluaties. Brr.
Hei, zand, bos
Na het kasteel werd de omgeving groener en mooier. Eerst het afwisselende bos bij landgoed Hulshorst en vervolgens het zandpad ten zuiden van het dorp met de open velden. Maar vooral stijgt het wandelplezier na het passeren van de A28 op het oostelijk deel van het Hulshorsterzand. 




Het pittige lopen in het zand wordt geheel gecompenseerd door de speciale weidse atmosfeer. Wij stoomden recht af op de hoek van het stuifgebied om daar een dwarsdoorsteek door het bos te maken en goed uit te komen op een volgende heidestrook. Heerlijk in open natuur met een mooie herfstzon. Onbetaalbaar genieten.


De laatste vier kilometer bleven gaan langs mooie paden door bos en over heide. Zelfs na de terugkeer ten noorden van de A-28 liep het tot vlakbij station Nunspeet door het bos. Dat de laatste honderden meters door een kabouterbos gingen accepteerden wij ook. Zuiderzeeblauw, kerstversiering in oktober, bos, heide, kabouters, alles is tenslotte mogelijk op het Zuiderzeepad. 





Adventswandeling


Van station Nunspeet via  Doornspijk en Elburg naar Oosterwolde (gemeente Oldebroek)
Donderdag 13 december 2018
19 kilometer

via de Vischpoort naar de Vischpoortstraat
Aanloop
Advent is de periode in aanloop naar Kerstmis. Voor het christendom is het de tijd voor de komst, 'adventus', de geboorte van Jezus. Onze wandeling van Nunspeet via Doornspijk en Elburg naar Oosterwolde had iets weg van de advent. Niet alleen omdat hij middenin de adventsperiode viel, maar ook gezien de opbouw van de tocht. Een soort Jozef en Maria op weg naar Oosterwolde. 


Zoals dat hoort in deze periode was het koud. Mutsen en handschoenenweer. Als je tenminste je handschoenen niet vergeten bent of niet meer terug kan vinden in je rugzak. Dan maar diep in de jaszakken. Goochem.
De eerste zes kilometer gingen aangenaam door de bossen ten noordoosten van Nunspeet, langs de rand van de Veluwe. Daarna werd in de richting van Doornspijk het landschap opener, de begroeiing dunner en de wind kouder. Prachtig om langs en tussen deze bomenrijen voort te trekken. Zeker in park Klarenberg met de karakteristieke houten weilandomrasteringen, die door het tekort aan onderhoud het beeld sfeervol passend maken bij deze tijd van het jaar. Mooi om het kroos voor het eerst dit jaar licht ingevroren op de brede sloot te zien drijven.
Omgeving Park Klarenbeek bij Doornspijk

Halfweg
Na negen kilometer was het afwachten en hopen dat het horecateken op de kaart in Doornspijk daadwerkelijk op donderdag twaalf uur bestond en open was. Cafe Restaurant Halfweg deed zijn naam eer aan, halverwege deze dag, halverwege de tocht en dat halverwege de advent. Een prima rustplek met warme koffie, appelgebak en een uitleg van de eigenaar over de verschillende tochten die hier langs komen; NS-wandelingen, klompenpaden en dus ook het Zuiderzeepad. Hij hield van wandelaars. Dat brengt een beetje reuring overdag.
hongerige geiten wachten ons op
Op naar Elburg
Onze reuring hield niet lang stand, want buiten het kleine Doornspijk wachtte het open poldergebied Het Goor. Nu geen enkele boom meer om de wind te stoppen. Kil, maar wel in een heldere winterzon, ging het verder over de Kerkdijk. Een open weidelandschap tot aan de oevers van het Veluwemeer. Eindelijk weer contact met restanten van de voormalige Zuiderzee. 
over de kerkdijk naar de boerderijengroep Oudekerk vlakbij het Veluwemeer

het meer is witbespikkeld met kleine zwanen
We passeerden de boederijengroep Oudekerk vlakbij de oevers van het meer. In deze vlakte trotseren de rieten daken hier weer en wind. Sommige daken zijn verweerd en begroeid met mos. Er groeien zelfs kleine paddenstoelen op. Snel een foto. 

Te koud om hier lang rond te hangen. Door naar Elburg. Daar moet binnen de vestingwallen en muren meer beschutting te vinden zijn. Bij nadering van de vesting leidt de route ons eerst over een deel van de wallen. 
nadering van de vesting

op de Noordwal met een touwslagerij aan de rechterkant

Huizengroep vlakbij de Vischpoort
Havenstraat, een vreemde plek voor een waslijn
Pas bij de haven mogen we door de Vischpoort, een soort vurentorenpoort, het stadje in. Ook in Elburg zijn de winkeliers bezig met de voorbereiding op de laatste weken voor Kerstmis. Overal worden voor de winkels stalletjes opgebouwd. Niet om in te bevallen, maar waarschijnlijk om in te verkopen en in te nemen. Het christelijke wordt hier met het aardse verbonden. Het ziet er gezellig uit. Om onduidelijke redenen heeft men als versiering overal lijnen met wit wasgoed opgehangen. De relatie met Kerst ontgaat ons. Wij zijn wellicht in niet zo goed in de leer. 
Het mooie van deze vesting is dat hij maar een paar honderd meter diep is. Je bent zo aan de andere kant. Wij liepen over de kinderkoppen van de drukke Vischpoortstraat, de centrale winkelstraat. Mooie oude gevels. Het blijft wel wennen om daar dan ineens een lichtbak te zien hangen van de Zeeman. Bij het oude klooster aan de andere kant sloegen we links af naar de Nicolaaskerk. We passeerden de voormalige synagoge, met het museum Sjoel Elburg. Via het Westerborkpad had ik daar al eerder kennis mee gemaakt en Elburg al uitgebreid bewonderd en beschreven.
Bij de kerk weer terug in de richting van de Beekstraat en via de oostelijke Mheenpoortstraat stonden we ineens weer buiten. Bij al dat heen en weer gewandel kom je ogen te kort om alle oude huizen, muurversieringen, kerststalletjes goed te bekijken en natuurlijk zo nodig van commentaar te voorzien. 
de Beekstraat vlak voor het verlaten van de vesting via de  Mheenpoortstraat
Buurtbus
In een tweede rust hebben we vandaag geen zin, want de buurtbus bij de begraafplaats van Oosterwolde gaat maar een keer in het uur. Als we direct doorlopen halen we die zonder te haasten. Dan zijn we ruim voor het invallen van de duisternis veilig op het eindpunt. 
silhouet  van de Nicolaaskerk
Direct buiten Elburg ging het onverwacht dwars door de weilanden. Dat is weer mooi lekker vrij rondbanjeren. Over verschillende handige overstap-planken werden de sloten en drassige stukken genomen. Zwanen in virtuele gele hesjes werden veiligheidshalve ruim omtrokken om er daarna snel nog een foto van te nemen. 

We passeren het grote Oostendorp langs de randen van de bebouwde kom en doorkruisen daarna het landelijke gebied richting Oosterwolde. De bushalte bij de begraafplaats wordt ons eindpunt. Maar dat einde schrikt ons niet af en werkt eerder als een magneet. Goed onderhouden boerderijen worden gepasseerd zonder ze te bestuderen. Theeschenkerij 'Boerengoed' laten we rechts liggen en slaan links af voor het laatste stuk op het Kerkpad. We ruiken als het ware de stal en stampen goed door, want je moet bij een landelijke bushalte altijd ruim op tijd zijn. 
Bij de meeste haltes tussen weilanden staan bij drie graden boven nul geen passagiers en dan scheuren de vrijwillige chauffeurs versneld over hun traject zonder te stoppen. Zeker als je er niet echt als Jozef en Maria uitziet. Maar alles klopt op deze adventsdag. Een paar minuten later mogen we mee en pakken onze rust in de minibus op weg naar 't Harde. Volgend jaar komen wel terug. Eerst maar even Kerstmis vieren in onze eigen stal.






Watermanagement


Van Oosterwolde bij Oldebroek via het buurtschap Noordeinde naar Kampen
Woensdag 16 januari 2019
22 kilometer

Busrit
Wij willen het hele jaar de wandelconditie bijhouden en Nederland in alle jaargetijden beleven. Je hebt dan meteen een reden om erop uit te trekken in periodes waarin je veel binnen leeft. Uitwaaien, rode kop onder een wollen muts, handen diep in je zakken. Tot zover de stoere uitdaging, die zich vooral na afloop van zo een wandeling goed laat opschrijven. Op deze woensdag in januari was het weer zoals je dat verwacht; bewolkt, grauw, koude wind, zes graden boven nul. 


Er zijn daarnaast ook nog doe-het-zelf uitdagingen. Op de kaart had ik thuis al gezien dat er tussen Oosterwolde en Kampen geen horeca is. Aan Frank had ik doorgegeven een goed lunchpakket en voldoende drinken mee te nemen. Dat had ik zelf ook nauwgezet voorbereid. De uitvoering liet echter te wensen over. Halverwege de rit met de buurtbus 514 van station Wezep naar Oosterwolde viel mijn bidon uit het buitenvak van de rugzak. Normaal geen probleem, maar bij deze gelegenheid sprong spontaan de draaidop eraf. De bestuurder keek wat vreemd naar de natte bodem toen hij ons afzette. Geen goeie start voor een etappe zonder cafés. 
Met wat zoeken heeft toch alles een voordeel. Mijn rugzak was in ieder geval een stuk lichter en kans op uitdroging is met dit type weer niet echt groot. Het watermanagement is minder kritisch
De busrit had ons sowieso verrast. De route ging door een gebied waar je niet snel verzeild raakt. Buurtschappen als Het Loo en Mullegen en de dorpen Oldenbroek en Oosterwolde trokken aan ons voorbij. Als je op de A-28 van Amersfoort naar Zwolle rijdt zie je er niks van. Het is een voornamelijk agrarisch gebied waar de wisselde kwaliteit van de woningen ons opviel. Het loopt er sterk uiteen. Van mooi onderhouden voormalige boerderijen tot rommelige erven met vergane glorie. Naar onze inschatting zullen sommige lokale bewoners hun onderkomen graag ruilen voor de luxe vakantiebungalows op het prachtig gelegen recreatiepark Het Loo. Maar dat zijn wellicht verknipte waarnemingen door westerse ogen.
Huize Morren
Eindelijk wandelen 
Deze lange inleiding bracht ons naar het startpunt bij de Begraafplaats van Oosterwolde. De eerste wandelkilometer gaf nog voldoende afleiding met het landhuis Morren. Een mooi huis  omgeven door smalle met dubbele beukenrijen omzoomde paden. Prachtig, zelfs in januari. Morren is een landhuis zonder megalomane afmetingen, waarin het goed toeven moet zijn en je elkaar ook nog regelmatig tegen kunt komen. Na Morren volgden nog enkele oude boerderijen om ons aan te vergapen. Aan de kleuren van de raamluiken te zien behoren ze bij het landgoed.

Allengs verschraalde het aanbod aan kunstwerken om te becommentariëren. Er restte tot aan de Winterdijk nog slechts enige verbazing over achterstallig onderhoud links en rechts, enkele golvende nokken en teveel treurig weggezakte en gescheurde muren. 
Eenmaal op de dijk hield de wereld op en bleef er niets meer over dan een groene vlakte met links de contouren van Elburg en voor ons in de verte, in het noordwesten, een bomenrand. Ergens bij die verre bruine lijn moest ook het randmeer zijn. 
Met de wind in de rug ging het met lange slagen over asfalt door de lege groene zee tussen de Winter- en de Zomerdijk. Hier en daar in de verte de koplichten van een auto. Midden op de wegen liepen we en slechts twee keer moesten we een passant tolereren. 
Een klein oponthoud bij een herinneringsbord met de geschiedenis van jongemannen die in 1944 voor ons hun leven gaven toen hun Lancaster zich hier de grond in boorde. Zwijgend vervolgende wij door het groen, tranen van de wind in de ogen. Eindelijk de Zomerdijk. Wat zal er achter zitten? Zijn we nu eindelijk bij het randmeer?
Het Drontermeer in de omgeving van het eiland Eekt
Drontermeer
Het randmeer zit gelukkig echt achter de Zomerdijk, die we in oostelijke richting oplopen. Het Drontermeer is hier slechts een vaargeul omgeven door een paar honderd meter water en omzoomd met dunne rietkragen. Hier en daar is het water in tweeën gedeeld door een met riet en elzen begroeid eiland. Het eiland in de omgeving van het dorpje Noordeinde is omringd door een wirwar van nog kleinere rieteilandjes. Het moet er in de zomer mooi kanoën zijn. Zelfs nu ziet het er aantrekkelijk uit. 
Merken
Het groene lege land waar we liepen heeft bij naslag meer geschiedenis dan gedacht. Al in de dertiende eeuw werd dit gebied door de Bisschop van Utrecht en de Hertog van Gelderland uitgegeven ter ontginning. Deze stroken werden 'merken' genoemd. Wij merkten er niets van toen we op de Driemerkenweg liepen. Thuis zie ik bij betere bestudering van de kaart dat we van de Eektermerk, via de Lummermerk en Bolsmerk naar de Noordermerk zijn verwaaid. 
De wegen waarover de route gaat zijn vaak kades die een rol speelden in de opzet van de ontginning. Wat we ook veel zagen waren huizen op terpen. Door de inklinking van het veen zakte het land en moesten de huizen op verhoogde plaatsen worden gebouwd om bij de veelvuldige dijkdoorbraken de voeten droog te houden. Keer op keer moesten de mensen deze heuveltjes verder ophogen om de natuur voor te blijven. 
het stoomgemaal bij de Bolswerksluis
De afwatering via sloten, kanalen en grachten speelde hierbij een belangrijke rol. Met de verdergaande  inklink in de loop der eeuwen werden molens en gemalen noodzakelijk om het water naar de Zuiderzee te lozen. Op weg naar het buurtschap Noordeinde passeerden we een mooi verbouwde groep gebouwen rondom het voormalige Stoomgemaal bij de Bolswerksluis. Weliswaar een eenzame plek, maar zo te zien met voldoende luxe ruimte voor meer dan één familie.
Noordeinde veilig op de Zomerdijk
Moderne afwatering
Halverwege Noordeinde verlaat de route voor het eerst het asfalt en volgt de oevers van een van de afwateringskanalen. Aan onze linkerhand, ten noorden van ons, zien we een hoge dijk. Daarnet liepen wij nog op een weg in Noordeinde die de Zomerdijk heette. Dan zal dit wel de hoge winterdijk zijn roep ik nog. Op mijn kaart staat deze dijk niet en ligt er helemaal geen water tussen Noordeinde en Kampen. Vreemd. Zeker een slapende dijk.
Deze dijk stond niet op mijn kaart
Als je niet alle tekst in de gids leest heb je nog wat te raden of gewoon wat te verzinnen om de werkelijkheid te laten kloppen met de kaart. Twee kilometer verder lijdt deze methode echter schipbreuk als we voor een brede watervlakte staan die met een splinternieuwe, honderden meters lange brug wordt gepasseerd. 
Frank komt met een aannemelijke conclusie dat dit een waterbergingsproject moet zijn. Dan maar even googelen. Dat leert dat Rijkswaterstaat in de afgelopen jaren een immense afwateringsgeul ten zuiden van Kampen heeft laten graven. Die berichten hebben het midden van het land blijkbaar niet bereikt. Aan beide zijden van de geul is een breed gebied vrij gelaten om bij hoge waterstand van de IJssel extra water op te nemen. Het vormt een van de projecten van 'Ruimte voor de Rivier'. Met deze bypass om Kampen kan er water van de IJssel naar het Drontermeer worden afgevoerd. Het droog houden van de voeten gaat dus onverdroten voort, de eeuwige strijd tegen het water in een delta. Kampen komt nu echt op een eiland te liggen.

Gevoelig
Na het onverwachte water zitten we met behulp van de markeringstickers wel snel weer op de route, maar het duurt toch nog een kilometer voordat ik met zicht op het station Kampen-Zuid exact kan bepalen waar we op de kaart zitten. Het hele gebied is door de aanleg van het nieuwe Reevediep totaal op zijn kop gezet. Voor mensen die hier zijn geboren en getogen moet de wereld in een paar jaar tijd volledig veranderd zijn. We zien lege boerderijen langs de Zwartendijk met achter hen de nieuwe hoge dijken van het Reevediep en in het voorterrein de nog niet zo oude Hanzespoorlijn. Die twee zullen flinke happen uit het weidebezit van een aantal boeren hebben genomen.
De Zwartendijk heeft ook in het verleden veel indringende gebeurtenissen gekend. De dijk loopt niet recht. Hij slingert als een dronken zeeman. Om de paar honderd meter is er wel een kolk, een kom met water als overblijfsel van een dijkdoorbraak, waar de dijk later omheen gelegd is. Maar ik kan mij voorstellen dat de bewoners van de oude dijkhuizen en boerderijen met gemengde gevoelens naar de nieuwe hoge dijk van het Reevediep kijken. Nieuwe zekerheid ten koste van veel boerenland. Maar volgens Rijkswaterstaat gaat er een prachtig natuurgebied ontstaan in het ondiepe water buiten de vaargeul. Een nieuw recreatiegebied en zelfs ruimte om nieuwe wijken aan het water te bouwen. We gaan het zien in de komende jaren. 

Na achttien kilometer zonder rust wordt het lopen op het asfalt van de Zwartendijk ook voor ons gevoelig. Op de kaart staat een horecateken aan de rand van Kampen. Dat wordt het doel. Van veraf zien we een grote M. Maakt niet uit. Na deze afstand zijn we niet kritisch. We willen zitten. En dat lukt beter dan gedacht. Als je al jaren niet meer in een Mac Donalds bent geweest wordt je verrast door het veranderde aanbod, het vergroende interieur en als klap op onze vuurpijl de bediening: de bestelling wordt naar onze tafel gebracht. Niet meer dat massale gehang voor de bestelbalie. En zo zitten we even later tussen scholieren die hun eerste schreden op het liefdespad maken en enkele die de Mac als een soort naschoolse opvang gebruiken en de ene hamburger na de andere milkshake naar binnen schuiven. Kortom we zaten op ons gemak in goed gezelschap uit te rusten.
De Koggewerf net buiten het centrum van Kampen
Kampen
Wat ik van Kampen moest verwachten wist ik niet. Ooit ben ik er snel over de IJsselkade langs gefietst. De indruk van die buitenrand van het centrum was toen niet slecht. Vandaag maken de buitenwijken net als elders in Nederland weinig architectonische bewondering los. Via de St. Nikolaasdijk dringen we verder de stad binnen. Ook geen weg waar je direct van je geloof valt. Of is die uitdrukking in theologisch Kampen vloeken in de kerk? De dijk is zeker lang genoeg om er over na te denken. Pas bij de Koggewerf en de Buitenhaven laat Kampen haar eigen gezicht zien. Met de IJssel aan onze linkerhand lopen we over de Oudestraat richting de Stadsbrug over de rivier. 
Stadskazerne

verschillende bouwstijlen naast elkaar


Het is een mooie straat vol met oude gebouwen in verschillende bouwstijlen. We passeren de oude Stadskazerne in goed onderhouden staat en aantrekkelijk uitgebaat, verderop de prachtige art deco  broodwinkel naast de oude kerktoren, uitnodigende cafés, winkels en restaurants, een mooi stadsmuseumgebouw en tenslotte bij de IJssel het zicht op een rij grote driemasters. 
Kampen scoort. Het nodigt uit om nog een keer terug te komen en verder te verkennen. Na eenentwintig kilometer stellen we dat uit. We passeren de brug naar het direct aan de overkant gelegen station, wurmen ons door het verkeer en stappen honderd meter verder pardoes de wachtende trein binnen die dertig seconden later vertrekt. Een abrupt einde, maar wij komen hier terug, dat is zeker.


 





IJsseldelta

Woensdag 20 februari 2019
19 kilometer

over de Slaperdijk langs de Goot richting Genemuiden
Dijkenmars
Dijkenmars, een begrip dat in mijn verre verleden gekoppeld was een afknijpoefening. Nu beleefden we een rustige aaneenschakeling van kilometers over de Nederlandse vorm van een berggraat in het landschap. Branderdijk, Kamperzeedijk, kilometers Slaperdijk en ten slotte een stille omgang van zeven kilometer rond de Zuiderzeepolder over grasdijk nummer 104 langs de Veneriete, het Zwarte Meer en het Zwarte Water tot in Genemuiden. Meters hoog verheven boven het groene vlak keken we weg, om ons te verdrinken in de leegheid van deze delta doorsneden met vaag bekende en onbekende waters. Het is dat we foto's hebben genomen en toch nog hier en daar een vraag uit het landschap peurden anders zou deze verbindingsroute tussen Kampen-IJsselmuiden en het Weerribben en Wiedengebied nu al uit ons geheugen zijn gespoeld.
op weg naar Grafhorst over de Branderdijk
Seniorenstraat
De rit naar de parkeerplaats bij Station Kampen verliep probleemloos. In de planning hadden we afgezien van openbaar vervoer, omdat de terugreis van Genemuiden naar huis de nodige tijdslurpende overstappen met zich mee zou brengen. De busreis terug naar de auto bij Station-Kampen zou slechts twintig minuten vergen. Zou, omdat je dan wel de goede vertrektijd gegoogeld moet hebben. 
Direct na de start was het even aftasten om op de route te komen. Een keurig gemarkeerde route, die wij zoals gewoonlijk snel kwijtraakten door onze weidse blik. Wij zijn van de grote lijnen en zien pijltjes naar steegjes over het hoofd. 
Dorpskerk van IJsselmuiden
IJsselmuiden-centrum bereikten we via de dorpskerk aan de Dorpsweg. Vermoedelijk is dit ook het oudste deel van het dorp, want daarna daalden we letterlijk af naar na-oorlogse wijken. Opvallend was dat de routekeuze ons leidde door een straat met honderden meters seniorenwoningen en wellicht hier en daar zelfs ouden-van-dagenappartementen. Tweehoog en aan beide zijden van de straat. Onze passage was voor een enkele bewoner het hoogtepunt van de ochtend.
Dat deze weg eindigde bij een ruim begraafplaatsencomplex was voor ons geen bezwaar, maar dat kan afhankelijk van de stemming anders worden ervaren. Je kunt er trouwens naar geloof gescheiden kiezen voor een rustplaats. Zo passeerden wij ook een Joodse begraafplaats. Opbeurend, zo lazen wij boven de ingang, is de gedachte dat wij nog tijd hebben om ons te bekeren. Maar eerst nog even Genemuiden zien.
Eilandbrug Kampen
We wurmden ons via allerlei binnendoorstraatjes IJsselmuiden uit en belandden met wat geslinger op de Banderdijk richting het dorpje Grafhorst, dat ook stadsrechten schijnt te hebben. Vanaf deze dijk doemde onze eerste landschapsvraag op. Wat is die tuidraadbrug in de verte en over welk water gaat die? De brug lijkt op de Erasmusbrug, maar die werd niet bij de mogelijke oplossingen betrokken. Een van de gokken was een brug in de N50. Maar over welk water? De afstand en richting verschillenden te veel van een brug over het randmeer. Al lopend kwamen wij er niet uit. 
Grafhorst aan het Ganzendiep
Grafhorst bood ons een variëteit aan woonhuizen, die niet allen zouden leiden tot een woningruil. In Wikipedia wordt vermeld dat het stadje in 1849 vrijwel geheel is verwoest door een brand. Dat kan een verklaring zijn. 

Op naar Pet-Tea
Wat ik tevoren ook onvoldoende nauwkeurig op internet had uitgezocht waren de openingstijden van Theetuin Bet-tea. Vanaf tien uur verwachte ik een welkomscomité, maar zie nu dat ze pas vanaf 1 mei wakker zijn. Een ja-neetje: het bestaat wel, maar is niet open. Ook al roept een bordje naar binnen, de deur bleef dicht. Mooi pet.
Leven bij zorgboerderij de Pieperhoeve
Na de rust op het buitenverblijf van Bet-tea vervolgen we nog kort over het fietspad langs de drukke Kamperzeedijk tot we bij het gehucht Lutterzijl deze dijk inwisselen voor de Slaperdijk. Een toepasselijke naam voor een dijk die er niet meer zo toe doet, maar nog wel stoer het land in tweeën splijt. Het waterschap Drents Overijsselse Delta vindt hem blijkbaar belangrijk genoeg om er om de tweehonderd meter keurige afstandsbordjes op te zetten. Je zou maar eens verdwalen of niet goed kunnen uitleggen waar de dijk het begeven heeft.
Langs de Veneriete
Wij banjerden kilometer na kilometer verder door het korte hobbelige wintergras. Eindelijk bij zorgboerderij de Pieperhoeve een bank. Een tweede rust. Maar er was meer bij de Pieperhoeve. Tot op dat moment hadden we zelf hier en daar wel mensen gedag gezegd, maar veel respons bleef uit. Hier echter zagen we jonge mensen, al dan niet op een tandemfiets, die ondanks of misschien juist door hun handicap, nog plezier in het leven hebben en je spontaan gedag zeggen en er bij lachen. 
Met een glimlach op ons gezicht liepen we even later over de sluis van het Veneriete afwater-ingskanaal, dat contactmoment zat weer in de pocket. Een wandelhand is snel gevuld. 
Over de grasdijk langs de Veneriete trekken we verder. We staan even stil bij dijkcrocussen. Ze zijn vroeg dit jaar.
aan de boorden van het Zwarte Meer rechts af
Vermoeiend lopen
Nog zeven kilometer terwijl je de buitenrand van Genemuiden bijna kon aanraken. Met een grote boog nemen we weer afstand van ons einddoel en gaan eindelijk weer een keer naar de oude Zuiderzeekust. En dit keer ook met een plas water: het Zwarte Meer. Bij het meer buigen we af in noordoostelijke richting. Het tempo wordt rustig op het hobbelige gras. Een keer rusten op een echte stoel wordt aanlokkelijk. 
Door een maalstroom van kleine meeuwen die laag over de dijk van water naar land vliegen lopen we naar de monding van het Zwarte Water. Waarom gaan die beesten allemaal op een kluit zitten? En wie geeft het commando waarop ze allemaal tegelijk verkassen? Er komt geen antwoord terwijl het dijkgras korter wordt en de ganzenpoep toeneemt.
vlakbij de monding van het Zwarte Water in het Zwarte Meer
Genemuiden
De laatste kilometer langs het Zwarte Water naar de rand van Genemuiden passeren we modern uitgeruste boerderijen, waar de wintertijd gebruikt wordt om de erfbeplanting driftig te snoeien. In tien seconden verdwijnen dikke boomstammen in de schredder. Het moet zacht populierenhout zijn of die schredder is enorm sterk, of beiden. Wij lopen door, hier moet je niet tussen komen.
In Genemuiden wordt zo te zien niet slecht geboerd. Achter de dijk van het Zwarte Water liggen gigantische villa's. Je kunt in elk huis met gemak een compleet elftal van Sportclub Genemuiden laten bivakkeren en dan heeft elke speler een eigen kamer. Misschien kunnen alle elftallen hier wel ondergebracht worden. Ruimte genoeg. Er zal weinig deining ontstaan want nergens zien we enig leven in deze bakbeesten, bij een aantal zijn zelfs alle luiken gesloten. Tot zover onze korte taxatie en wijzigingsvoorstel voor het bestemmingsplan.
Bij de veerpont over het Zwarte Water verlaten wij de route en gaan op zoek naar de bushalte op de Overtoom. Verlaten ligt de jachthaven erbij, die wij in één doorgaande beweging passeren. We nemen geen pauze voor koffie, want de bus gaat maar eenmaal per uur. Na wat omzwervingen bereiken we de straat van de bushalte. Maar die straat heet helemaal geen Overtoom. Wat nu? Waar is de Overtoom? Geintje van Genemuiden, de bushalte is vernoemd naar het gebouw 'D'overtoom' waar we op uitkijken. Voor de rest was de haast overbodig, want de bus gaat pas over twintig minuten. 
We praten nog even met skatende meisjes van een jaar of tien, die naar deze vreemdelingen komen kijken. Het gesprek krijgt geen diepgang. Laat die bus alsjeblieft maar komen.
westrand van Genemuiden







Tegenstribbelende lente


Van Genemuiden via Sint Jansklooster en Vollenhove naar Blokzijl
Maandag 18 maart 2019
23 kilometer

Wisselend weer
In de trein zat ik met mijn ogen te knijpen tegen de zon. Dat beloofde een prima dag. Dat werd het ook, alleen vooral ten zuiden van Zwolle. Eenmaal in de bus in noordelijke richting, van Zwolle naar Genemuiden, verschenen de eerste grauwe randen in de lucht. De overstap in Hasselt verliep nog net droog, maar daarna kletterde de hagel tegen de voorruit. Op de grens van blauwe gaten in het lichtgrijze wolkendek en opeengedrongen donkere luchten reden we voort. Voorlopig zaten we nog droog en als amateur-meteorologen inschattend naar buiten te speuren. Als de wind nu maar flink naar het noorden blijft waaien, dan moet het goed komen, toch?
Met enige huiver ging deze wandeling tien minuten later in een buitenwijk van Genemuiden van start op een fris gewassen straat. Mentale weerstand bouwde zich versneld op tegen de wispelturige noordelijke weersgrillen tijdens onze eerste stappen naar Genemuiden down town.


Het Hoedenkabinet
Genemuiden in, Genemuiden uit
Genemuiden heeft voor ons steeds minder geheimen. Vanaf de Kamperdijk drongen wij het oude hart binnen via de Langestraat, een soort Amsterdamse P.C. Hoofdstraat met een iets rustiger entourage. Opvallend was de etalage van Het Hoedenkabinet, met een aanbod van stemmig zwarte, mooi gestileerde dameshoeden, dat je niet direct verwacht in een klein dorp, maar toch kenmerkend is voor een serieus protestantse omgeving, waar de kerkgang dit vraagt.
Op deze maandagochtend konden wij midden op straat onze wandeling voortzetten naar de veerpont over het Zwarte Water, waar het beeld van de Oude Veerman blijft uitkijken naar passanten en kruisende schepen.
Opstampend tegen de wind gaat het aan de overkant scherp links over de kade langs datzelfde Zwarte Water. Het afval en afgewaaide riet ligt hoog tegen de lage helling. Je kunt er de waterstand van de afgelopen dagen aan aflezen. Veel hoger moet het niet komen. Frank hoopte nog iets leuks tussen ons welvaartsplastic te vinden, maar alle portemonnees waren al weg. Tuinstoelen, jerrycans, laarzen, petflessen en boodschappen-tassen blijven nog in de aanbieding.


over de kade langs het Zwarte Water
Barse lente
Na het vlakke van de buitendijkse weides en de binnendijkse polder achter de Oppen Swolledijkstraat valt bij de Barsbeek op dat er langzamerhand een lichte glooiing in het terrein is waar te nemen.
Op een geschiedenis website over Noordwest Overijssel lees ik:
Barsbeek is een dorp ten zuid-oosten van Vollenhove, op een keileemverhoging in het landschap. Eigenlijk is het geen dorp in de zin van een dichte bebouwing langs een weg of in een dorpskom. Het betreft verspreid staande huizen en boerderijen op de keileemverhoging die vrij uitgestrekt is. In het noorden van die keileemverhoging ligt het gehucht Heetveld. In onze tijd heet de gehele weg van St Jansklooster naar het zuid-oosten langs de uitgeveende gebieden rond het Beulakerwijde 'Barsbeek'.
De genoemde verspreide bebouwing gaf qua onderhoudstoestand een opmerkelijk wisselend aanbod aan boerderijen en huizen, variërend van verwaarloosde onderkomens, tot prachtig herstelde en tot woningen omgebouwde boerderijen. Hier en daar nog een echt boerenerf met gigantische kuilgrassilo's en grote loopstallen. Waarschijnlijk hebben deze veehouders het land van de uitgeboerde collega's opgekocht of gehuurd.
Sommige ouder wordende ex-boeren hebben blijkbaar geen energie of geld meer om al die schuren en stallen te onderhouden. Bij enkele triest wegkwijnende opstallen, met treurig gesloten gordijnen, klapperen openstaande deuren in de gure wind en vallen de gaten in de asbestdaken of staan alleen de kale dakbalken nog overeind, te wachten op instorten of omvallen.

Dit schaap kon het niet meer aanzien en is er op de Barsbeek mee gestopt.
Behalve in Poepershoek vlakbij Sint Jansklooster. Daar poepen ze zeker geld. De meeste huizen staan er daar prima onderhouden bij en staan te genieten van hun uitzicht op de prachtige rietkragen van de Wieden.
Toch zijn er links en rechts de eerste tekenen van lente. Voorzichtig is een waas van lentebloesem te zien en op verschillende nesten bespreken ooievaars het opknapschema van de behuizing. Zij wel.



alle horeca was gesloten in Sint Jansklooster, misschien hadden we toch hier moeten stoppen
Sint Jansklooster
Zou Evert van Benthem hier hebben leren schaatsen vragen we ons af als we de lokale schaatsbaan passeren. Hij ligt er nu droog en kaal bij. Net zo kaal als de rietvelden erachter. Je kunt zelfs flitsen zien van de Beulakerwijde zo pril en onbevangen is het voorjaar nog. 
Veel zal er ook dit jaar weer niet zijn geschaatst. Misschien heeft Evert daarom Sint Jansklooster ingeruild voor Canada. Jammer. Of was hij uitgekeken op Sint Jansklooster? Wij wel. Met een onbedoelde overstap op het Havenzatenpad, dat dezelfde markering gebruikt als het Zuiderzeepad, zagen we nog meer dan verwacht. Voor de afleiding maakte Frank nog een fotostudie van een dakmosegel en van een tuin met klompen. 'Zeker een vergadering van het regionale waterschapsbestuur' ontspruit mijn platgetreden fantasie. Geen horeca geopend, een ongemakkelijke korte rust buiten bij de supermarkt op zakken met potaarde, daarna een koude tweede onderbreking bij de mooie Monnikenmolen naast de gesloten ontvangstruimte en voorbij was Sint Jansklooster. 
Hoge land van Vollenhove
De monniken van Sint Jansklooster hebben in het verleden hier niet bij toeval hun klooster gebouwd. Het gebied tot aan Vollenhove bestaat uit hogere en lagere keileembulten die meters boven de zeespiegel uitkomen. Op sommige plekken tot zelfs tien meter. Ook het voormalige eiland Urk meer naar het westen was zo een keileembult.
Op weg naar de oude Zuiderzeekust zagen we dat het ook direct een andere uitstraling heeft dan het veengebied bij Genemuiden. Mooi wandelen in de luwte van kleine bospercelen en eindigen bij het door bos en prachtige tuin omgeven landhuis Den Oldenhof . Een prachtig stuk.
Om bij Vollenhove te komen liepen we langs de oude Zuiderzeekust. Van die zee is nu niet veel meer over dan een smal randmeer, het Kadoelermeer, dat aan de zijde van de Noordoostpolder de passende naam van Vollenhoverkanaal krijgt. Onderweg op de dijk heb je niet zoveel met elkaar te bespreken. Daarom hebben ze hier een kunstwerk neergezet waar chronisch geïnteresseerde geesten als wij van ver af al beginnen te bepalen wat voor object of onzin we nu weer naderen. Het leek op een de uitbeelding van een overslaande golf. Alleen sloeg de golf dan vanuit het achterliggende land terug in zee. Waarschijnlijk toch iets anders.
Er zijn blijkbaar nog inventievere brainstormers dan wij. Het moeten de staartveren voorstellen van een onderduikende watervogel. Toen we er bij stonden zagen we het ook. Vooral die traptreden tussen die staartveren maakte de vergelijking compleet. Watervogels, schitterende beesten. 
Tot vlak voor Vollenhove liep het regelmatig aangenaam in de zon. Maar zoals het spreekwoord zegt 'na zon komt hagel'. Frank vond hagel niet zo erg, want die valt van je af. Onze hagel was van een tweeslachtig type en bij het binnen lopen van Vollenhove drong het diep door in mijn broek. Tijd voor koffie. Maar dan niet in Vollenhove maar nog even vijfenhalve kilometer doorlopen naar Blokzijl. Vollenhove was op deze maandagmiddag in maart wel mooi, maar ook mooi gesloten. 

Blokzijl
Het prettige van alsmaar doorlopen is dat je warm blijft. En zo loop je in een natte broek verder langs het oostelijke deel van het Vollenhoverkanaal waar we afwisselend in hagel en zonneschijn, vijfenhalve kilometer over het fietspad ongestoord voortsnelden met de wind half op de kop. Dit keer wel mooi tussen echte watervogels.

Langzaam werd de kerktoren van Blokzijl groter tot we eindelijk voor de haveningang stonden. Nieuwsgierig traden we de stad binnen en werden aangenaam verrast door de ruime binnenhaven omgeven door strak en rijk onderhouden oude handelshuizen. Een genot om in maart rond deze nog stille passantenhaven omgeven door prachtige gevels te lopen. 




We liepen door tot aan de sluis. Bij restaurant Kaatje aan de Sluis herinnerde Frank zich nog een genoeglijk diner ter gelegenheid van de vijfde huwelijksdag. Een prachtige avond, die na uitval van de auto eindigde met een berging door vrienden en een thuiskomst met gezakte stemming in de late nanacht. Ze hebben het er thuis nog over merkte ik. 
Kaatje aan de Sluis was geheel in stijl gesloten. Maar bij het Mauritshuis hadden we voor het eerst vandaag horecageluk. Heerlijke appeltaart en vriendelijke bediening sloten deze dag op een prettige manier af. Lekker zitten en de spieren laten verstijven om zo dadelijk met met versteende tred naar de bushalte te kreunen. Voorlopig hebben we weer zelf onze wandelspieren goed aan de tand gevoeld voordat de tand des tijds ze afbreekt. Dat doen we zelf wel.







Rietwereld


Woensdag 24 april 2019
25 kilometer

TAK
Henk had er als nieuwe chauffeur flink de sokken in gezet na de wisseling met zijn collega. De vorige chauffeur van deze buurtbus in Zuid-oost Friesland had ons met een rustige rijstijl van de Oldelamerbrug (halverwege Munnekeburen en Oldelamer) naar Wolvega gebracht. Het zijn waarschijnlijk allemaal vrijwilligers. Sommige al iets ouder. Maar voor chauffeur Henk geen aanleiding om met het stijgen der jaren gas te minderen. Bij de verkeersdrempels hield ik mij stevig vast aan de stoelleuning voor mij. 
TAK. Het was een vinnige tik. De grote spiegel van de Arriva buurtbus 108 zat strak naar binnen geslagen tegen de enige deur. Wat door onze bus getroffen was kwamen we niet te weten, want Henk had het niet gehoord of wilde het niet horen en zien. Hij racete verder door de nauwe straten van Wolvega-centrum naar het NS-station. 'Wilt u even wachten met uitstappen, dan zal ik eerst de spiegel weghalen'. Wij wachtten graag op het openen van deze ontsnappingsroute. De spiegelstang werd even later naar buiten getrokken, ongeveer in zijn organieke stand. Terwijl Henk verwoede pogingen deed de loshangende spiegel weer in zijn houder te prutsen verlieten wij snel deze racebus. De veiligheidsriemen in de bus waren inderdaad voor zelfbescherming. 
Kerk van Scherpenzeel later op de dag vanaf het rustige schelpenpad
Just in time
We waren enigszins coulant in onze houding naar Henk. Zelf scheurden we eerder die ochtend met een te hoge snelheid door de Friese dorpjes Scherpenzeel en Munnekeburen. Snelheid was niet ons doel, maar wel het halen van de 'een-keer-per-uur-buurtbus'. 
Terwijl Frank na aankomst op het parkeerterrein zijn wandelschoenen wilde aantrekken rende ik direct in de richting van de honderd meter verder gelegen bushalte. Na twintig meter zag ik de bus al aankomen, die ik ruim voorbij de eigenlijke bushalte met armzwaaien kon stoppen. In deze rustige streken stopt een bus dan ook. Prima instelling. Twee minuten na aankomst waren we al onderweg naar Wolvega. De schoenen werden onder het rijden aangetrokken. Hoe nauwkeurig kun je je reisschema afstellen? 
deze bushalte had het moeten zijn
Daar bleef het niet bij. Na de treinrit van Wolvega naar Steenwijk was ik via internet in de veronderstelling dat er tien minuten overstaptijd was op de bus. Frank nam de tijd om zijn OV-kaart in de stationshal op te laden terwijl ik naar buiten slenterde. 'He, onze bus staat er al'. Frank sloot aan en op ons gemak liepen we naar de bus. Bij de halte zagen we op de monitor dat de bus over 1 minuut zou vertrekken. Wat ik verkeerd uit het reisadvies hadden begrepen drong tot deze onnozele wandelaar niet door. Verbaasd  zaten wij net binnen om ons heen te kijken toen de bus direct weg reed. Als geslaagde wereldreizigers stapten we een halfuur later uit bij Busstation Blokzijl. Onze auto stond immers zoals gewenst op het eindpunt van de wandeling en wij konden op het geplande tijdstip beginnen met lopen. Eitje.
Nederlandse luchten vlakbij Nederland
In deze rustige streken heb je echt een reisschema nodig om, zoals wij, van het eindpunt van je wandeling bij de Oldelamerbrug naar het beginpunt in Blokzijl te komen. 
Na de uiterst doeltreffende heenreis zette deze wandeldag zich briljant voort. De hele dag zon, een flinke wind in de rug en bovenal een prachtig decor om doorheen te lopen. Eerst langs de moerasbossen en rietvelden van de Weerribben in de Kop van Overijssel en als afsluiting van de dag nog een kilometer of vier over schelpenpaden langs de oude legakkers, petgaten en veenmosrietlanden van de Friese Rottige Meente. 
Nederland
Nederland
De aanloop naar de Weerribben liep door de weilanden naar Nederland. Dat is geen staat in de staat, maar een klein gehucht van twee rijtjes oude boerderijtjes langs een smalle vaart. Hoewel, de afwijkende oranje kleur op het 'gehuchtbord' kan naast een innige  verbondenheid met ons koningshuis misschien ook slaan op het idee van de Oranje Vrijstaat. Dat was ooit een onafhankelijk land in Zuid-Afrika, bestuurd door Nederlandstalige Boeren. Net als dat land vormen de woonkernen in deze rietlanden ook werelden op zichzelf. 

In de wandelgids wordt geschreven dat vanuit dit punt in de achttiende eeuw een begin werd gemaakt met de turfwinning. Dat is goed te merken aan het gebied dat we binnenwandelen. Overal om ons heen riet. Riet dat meewaait met de wind, riet dat het loodje heeft gelegd en riet dat echt is gesneden en opgebonden in schoven staat te drogen. 
De ribben, de smalle stroken waar de turf te drogen werd gelegd, zijn hier niet zo goed te onderscheiden. Veel van de uitgebaggerde stroken staan droog door de weinige regen van de laatste weken. Daarnaast groeien de stroken weer dicht, ze 'verlanden' opnieuw. Heerlijk om hier op een boerenpad doorheen te kuieren. Het is een echt wandelgebied. Voor het eerst in maanden ontmoeten we met enige regelmaat andere wandelaars genietend in de voorjaarszon.




Waterstreeekdorpen of Vaardorpen
Alle boerderijen en voormalige arbeidershuisjes staan in dit gebied met de kop naar de vaarten en grachten. Dat waren hier in voorbije eeuwen de verbindingswegen. Daarmee werd de turf afgevoerd naar Ossenzijl en Blokzijl. Een paar kilometer naar het zuiden ligt het gehucht met de veelzeggende naam Muggenbeet waar er aansluiting is met het Giethoornsche Meer. 
Normaal denk je bij een wetering aan een brede sloot, hier heeft de lintbebouwing langs de vaart de naam van het water gekregen. Achterlangs de huizen van Wetering lopen we over het een stukje waar nog auto's kunnen komen. Eenmaal bij de zogenaamde Heuvengracht ten noorden van het gehucht stopt al het autoverkeer. Alleen wandelaars en fietsers kunnen verder. 
Tussen de druk bevaren gracht en het groen ontloken moerasbos wandelen we naar het volgende dorp Kalenberg. Hier wordt de betekenis van de naam vaardorp duidelijk: een klein dorp dat alleen via het water te bereiken is. Wonen in Kalenberg-west moet een hobby zijn. Even naar de supermarkt is er niet bij. Je moet van fietsen houden of met een beetje snelle boot naar Ossenzijl varen om in de enig overgebleven 'buurtsuper' inkopen te doen. Wil je verder weg dan ga je met een vlot, roeiboot of punter naar de overkant van de Kalenbergergracht. Aan die overkant ligt achter de oostelijke bebouwing een landweg die aansluiting geeft met de rest van de wereld. Hou je van rust en natuur dan woon je hier schitterend in dit met sloten doorsneden moerasland.




De huizen zien er goed onderhouden uit. Je zou er zo willen gaan wonen. Dat is zeker niet altijd zo geweest. In de gids lees ik:
... Langs de Kaalbergergracht staan nog veel vervenershuisjes. De meeste zijn opgekocht en 'opgeknapt' door stedelingen en in gebruik als tweede huis. De bewoners van de Weerribben hadden vroeger een armoedig bestaan. Kinderarbeid was heel gewoon. De vervenershuisjes waren klein, niet langer dan acht meter, waarvan het achterste deel als stal in gebruik was voor wat geiten en de opslag van hooi en gereedschap. Het voorste deel was het woongedeelte met een woonkamer, een fornuis of kachel, opbergruimte en slaapgelegenheden in de vorm van bedsteden. Soms woonden er gezinnen tot acht personen in zo'n huisje. Zulke huisjes stonden veelal op een 'kragge', een drijvend eiland van rietresten en wortels. Ze mochten daarom niet te zwaar zijn. Steen kwam er nauwelijks aan te pas. De fundering was van turf, wat als voordeel had dat met hoog water het huisje mee omhoog dreef. Wanneer een veenarbeider boer werd, bouwde hij een wat hogere schuur achter zijn huis. 

Drinken in de kerk
Op en af gaat het over de vele verhoogde bruggetjes over de sloten en weteringen die afwateren op de gracht. De sloten zijn er niet alleen als vaarweg naar de rietlanden en voor de afwatering, maar ook om het eigen wooneiland te begrenzen. We hobbelen zo aangenaam verder in verwachting van de eerste geopende horeca na tien kilometer. In de verte zien we de enige brug over de gracht die de Weerribben van noord naar zuid in tweeën splijt. Natuurlijk wel een loopbrug. Vanzelfsprekend een brug die omhoog kan want scheepvaart is hier belangrijker dan een wandelaar. Trouwens ook belangrijker als bijverdienste. Elke boot mag 2,20 euro in de klomp aan de hengel doen, anders kom je er niet langs.
Van verre zien we verlekkerd uit naar het terras. Nog belangrijker, er zitten echt mensen op. Dus geopend. Wat we nog niet zien is de kerk die schuil gaat achter een bloeiende wilde kastanje, een kleine groene en een fiere bruine beukenboom. In de kerk van Kalenberg weten ze het aangename met het nuttige te verenigen. Je mag er natuurlijk niet vloeken, maar drinken blijkbaar wel.  Wij vinden het niet erg om niet te vloeken. Dit zijn de betere kerken.

Fedde
Na de pauze hoeven we dit keer geen kaartstudie te doen om weer op de route te komen. Gewoon de brug weer over en verder langs het fietspad. Nog ruim vier kilometer naar Ossenzijl. Je loopt wel de hele tijd langs de gracht, maar het wordt niet saai. De kleine huizen blijven verbazen als je bedenkt dat daar acht mensen woonden. Wat verder bewonderen we grootbladige planten die mooie bloemen tonen. 





Halverwege komen we bij een schuur, die volgens het informatiebord van Fedde is. Er is een man bezig de schuur af te sluiten dus dat moet Fedde zijn. Alles klopt als je de rest van de informatie niet leest. Deze Fedde ziet er agressief stoer uit en loopt monter naar zijn vervoermiddel: een vlet met buitenboordmotor en daarvoor een ponton. Met de rug recht en de blik strak vooruit staart hij mijlen ver de gracht over om even later weer af te meren bij de volgende huizen. Het levensritme en de levensruimte van de Weerribben.

Kort daarna zien we aan de overkant zelfs een man aan het rietsnijden. Met de telelens stellen we tevreden vast dat hij goed bezig is. Ook aan deze kant van de gracht is hij of zijn collega actief geweest. Keurig in bundels ligt het riet op de akker. Eigenlijk is iedereen hier goed bezig. Wij ook, vinden we zelf. Doorlopen maar.


Horecaoverstap
Met Ossenzijl zijn we snel klaar. Een colaglas gevuld met veel ijsblokken en weinig cola roept niet op tot een lang verblijf op het terras van de Tiroler bierhut. We beginnen aan de drie kilometer oversteek naar het gebied dat de Rottige Meente heet. Dat klinkt onheilspellend. Maar vlak daarvoor moet er volgens de kaart nog een café zijn. Een mooi moment voor een laatste rust voor het eindpunt. Het moment is inderdaad mooi, maar de staat van onderhoud van café De Veehandel is voor verbetering vatbaar. Het biedt uitdagende mogelijkheden voor vele klussers. Of ziet een sloper hier brood? Misschien zijn er ook in Zuid-oost Friesland aardbevingen? Wat een scheuren! Maar een wandelaar telt zijn zegeningen en zijn bier. Dat was net als de cola heerlijk koud.

Rottige Meente
De laatste vijfenhalve kilometer van deze wandeldag was het weer super genieten. De zon hield vol en wij ook. Over een knarsend schelpenpad liepen we net ten oosten van Scherpenzeel richting Munnekeburen. De vervening in dit gebied is van latere datum dan de Weerribben. De zogenaamde petgaten zijn hier nog echt als blauwoplichtende waterplassen te zien.



kerk van Munnekeburen
Eenmaal Munnekeburen gepasseerd duikt het pad echt de moerassen in. Langs De Scheene, de brede afwateringssloot, krijg je echt gevoel hoe het wonen hier in afzondering en armoede moet zijn geweest. Nu ziet het er een stuk beter uit en zijn de enkele huisjes en boerderijen redelijk onderhouden.



Bij een informatiehut lezen we hoe het hier was om te werken en te wonen. Hieronder foto's die daar hangen en beeld geven van het harde fysieke werk in het verleden en hoe hier de mechanisering voor verlichting zorgt.


Landschaps- en landenwissel
Opeens zien we een oer-Nederlands beeld en is het gebied voorbij. We staan voor de oude Scheenesluis met op de achtergrond een molen. Hier wordt de waterstand geregeld, die zo belangrijk is voor de instandhouding van dit gebied. Ik lees er op een plaquette in het gedicht van Ria Westerhuis over de turfschepen die vroeger zwaarbeladen voorbij voeren, de kromgebogen mannen en taaie vrouwen, die hier destijds zwoegden in de Rottige Meente. 

De laatste anderhalve kilometer lopen we langs de rand van het veengebied naar de parkeerplaats bij de Oldelamerbrug. De brug over de Helomavaart waar we in het najaar verder zullen gaan. Geschetter van vogels lokt onze blik nog een laatste maal naar het moerasbos. In de groene wirwar van elzen, berken en wilgen zijn ze niet te ontdekken. We zagen sowieso weinig vogels vandaag. Weidevogels waren hier niet, maar gelukkig aan ooievaars geen gebrek. Die zijn inmiddels zo gewoon dat we geen foto's meer nemen. Hopelijk zijn er nog een paar tureluurs en grutto's over als we terugkomen en Friesland verder binnendringen. Je moet iets te wensen hebben om terug te komen. Terug naar de oude Zuiderzeekust, maar eerst in mei en juni wandelen over de Vlaanderenroute en dan in juli naar IJsland. Wensen en dromen genoeg. 


iedere keer als wij weer een etappe hebben gewandeld groeit dit verslag

Geen opmerkingen:

Een reactie posten