Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Verslag GR 20 - CORSICA 2013

Grens van de Wens

Keuzeproces
'Wie heeft dit voorgesteld?' vroeg Frank hijgend op dag 2. 'Dit is grensverleggend. Hier ligt mijn grens, anders ga ik niet meer met je mee'.
Ik meende nog dat Frank als eerste Corsica had genoemd, maar hij ontkende dit heftig. Toegegeven, ik was er vorig jaar al mee bezig geweest tijdens de laatste etappes van de GR10 in de Pyreneeën. Toen vroeg ik een tafelgenoot naar de zwaarte en het karakter van de GR 20. Het antwoord klonk zo eenvoudig dat ik het niet vertrouwde. Twintig jaar geleden hadden oud-collega's Ton en Peter toch niet voor niets twee pogingen nodig gehad om deze wandeling te bedwingen. Onlangs in de wandelgangen van een symposium had Ton nog verteld dat Peter de eerste keer geblesseerd was uitgevallen en hij adviseerde nog om een koord mee te nemen voor de moeilijke stukken.

Na vele wandelingen in Groot-Brittannië en vijf jaar in de Pyreneeën was het gewoon tijd voor een nieuwe wandeling, een nieuw land, een nieuw volk, een nieuwe cultuur. Gevoelsmatig voldeed de naam Corsica en het kleine beetje dat ik ooit over de GR 20 had gehoord aan deze behoefte. Keuzeproces is dan ook wel een groot woord. Je neust wat rond bij Beversport en al bladerend in de Franstalige gids 'A travers la Montagne Corse' zie je op de overzichtskaart mooie namen van plaatsten als Calvi, Bastia, Ajaccio. Je stelt vast dat het om een te overziene afstand gaat. Ongeveer 200 km is een mooi aantal kilometers voor een trekkingvakantie. Daar ga je niet twee jaar over doen, dat doe je in een keer. Dat vond Frank toen ook.

Omschrijving
Naar mate ik meer in die gids ging lezen en op allerlei internetfora keek veranderde dat beeld. Volgens de gids had je voor die 200 km van Calenzana naar Conca (spreek uit Konka) 16 dagen nodig. Toen hadden de alarmbellen al moeten gaan rinkelen. Later rond de jaarwisseling maakte ik een etappeoverzicht. Er kwamen dagen in voor waar je netto, zonder te rusten, tussen de zes en zeven uur mee bezig zou zijn en slechts 6 tot 7 kilometer zou afleggen. Nog een keer nakijken op de bijgevoegde kaart liet inderdaad niet meer voortgang zien. Het aantal vermelde stijg- en daalmeters en de vele hoogtelijnen op de kaart gaven de voorlopige verklaring voor deze beperkte progressie.

Overzichtskaart GR20



Op Wikipedia las ik dat de GR 20 een zwaar wandelpad was op Corisca. Dat had ik inmiddels wel door. Op de hikers website voor Corsica werd dit met de titel 'GR 20 - the toughest long distance trail in Europe' nog verder aangescherpt. Als omschrijving voor de naam vermeldt men: GR stands for Grande Randonnée, which means big excursion in French. It is a network of long-distance footpaths in Europe, mostly in France, Belgium, the Netherlands and Spain. GR20 is considered to be the most difficult of all the GR routes. Its Corsican name is Fra li monti (sometimes spelled wrong as Fra li monte), what means "across the mountains" in Corsican.

Op, onder andere, Franse websites en weblogs las ik weer dat de zwaarte van de GR 20 overdreven werd en dat sommigen het in veel minder dagen deden. Twaalf en veertien dagen las ik. Maar dat waren mensen die sneller liepen dan de 'netto-tijden' die genoemd werden in de gids. Ik kan hier al verklappen dat wij tijdens onze laatste etappe een vreemde vogel tegenkwamen die er 8 dagen over had gedaan. Hij had soms drie etappes afgelegd in 1 dag. We hebben niet gevraagd of hij ook foto's had gemaakt en had rondgekeken. Hij keek weliswaar nog vrolijk en enthousiast maar of zijn werkgever de komende tijd nog energie uit zijn magere lijf kan verwachten wagen wij te betwijfelen.
Het rennen van de GR 20 is ook mogelijk. Onderweg lazen wij op een prikbord dat het mannelijk record rond de 35 uur ligt en het vrouwelijk record rond de 41 uur! Kortom voor elke ambitie is er een bijpassend tempo mogelijk.

Voorbereiding
vanaf het eerste moment mag er geklommen worden
In mijn weblogbericht waarin ik ons vertrek nog stoer aankondigde met 'Corsica here we come' vertelde ik al dat wij voor de fysieke voorbereiding tussen november 2012 en juli 2013 310 kilometer getraind hebben over het Maarten van Rossumpad. Verder hebben we de conditie zoals altijd met sport op peil gehouden. Want een goede conditie is voor de GR 20 een vereiste. Ik heb de eerste dagen helaas verschillende droevige gezichten gezien waar het 'wat doe ik hier' van afdroop. Vaak vrouwengezichten; 'Een leuke bergwandeling riep ie nog. Hij ook altijd met zijn stomme ideeën'. Teleurstellend en niet relatiebevorderend. Wat je jammer genoeg in Nederland niet goed kan trainen zijn de stijg- en daalspieren en die heb je juist zo nodig.
Veel praktische informatie staat in de diverse gidsen. Denk hierbij aan mogelijke etappeindeling, uitrusting, voeding, overnachting. Naast de Franse gids zijn er ook goede in het Duits en het Engels. Meer recente en ontbrekende informatie heb ik gehaald van de website http://corsica.forhikers.com/gr20. Daarin vindt je veel aanvullende details over de reis, de overnachtingsmogelijkheden, de prijzen e.d.. In de vervolgberichten zal ik daar meer over vertellen. 

Nu al kan ik zeggen dat het geen goedkope wandeling is geworden. Bij de refuges kostte bijvoorbeeld een blik bier E 6,50. En ik kan je vertellen dat je na een dag ploeteren in de bergen best een biertje lust.






Opstarten in Calenzana
14 augustus


Feest in startplaats Calenzana
In Calenzana werden altijd al wilde feesten gegeven. Dat wist ik uit de verhalen van Anthony van Kampen, die ik begin van dit jaar las. Toen ik in de lente oud-buurvrouw Ida vertelde over onze wandelplannen op Corsica wees zij mij direct op dit boek uit eind vijftiger, begin zestiger jaren van de vorige eeuw. Ik zou er volgens haar veel over de cultuur van Corsica in kunnen lezen.

Eerder had ik nog nooit van deze Anthony gehoord. In drie verhalen, 'Incident op Corsica', 'Terug naar Calvi' en 'De wrede Madonna' in één band, beschrijft hij de geschiedenis van een Amsterdams meisje, Mary Kingma, dat naar Corsica gaat en daar trouwt met een herder uit de bergen. Ida had er wel bij moeten vertellen dat het romantische begin wordt gevolgd door een erg trieste afloop. Maar natuurlijk wist ze daarom nog zo goed de naam van de schrijver. Een beetje triest-romantische vrouwenroman misschien? Het aardige van het boek is dat je ondertussen een beeld krijgt van de Corsicaanse cultuur, de verschillende dorpen en de natuur in de bergen. Voor wat betreft de cultuur zijn de verhalen wellicht gedateerd, maar de natuur is nog hetzelfde gebleven. Dat kan ik nu uit eigen ervaring beweren.

Terugblik op Calenzana met op de achtergrond de Middellandse Zee

Anthony van Kampen mag zijn feest in Calenzana misschien verzonnen hebben, maar tijdens onze eerste nacht was het toch echt weer raak. Ik had het kunnen weten want morgen is het Maria Hemelvaart. Om half elf werd ik wakker uit mijn eerste slaap door de muziek. De ene jaren 60 en 70 meezinghit na de andere werd aaneengeregen. Wat te denken van een luidkeels 'Quantanamera' om half een 's nachts als je de volgende morgen om zes uur wilt opstaan. Alles werd begeleid door een drummer die een mattenklopper als slaghout gebruikte. En maar zingen om die Maria vrolijk de hemel in te krijgen. Tegen half drie was ze blijkbaar voldoende geprezen en keerde de rust weer, om daarna drie uur later weer gewekt te worden door de eerste wandelaars, die zich al fluisterend voorbereiden op een vroege start. Welkom op Corsica, welkom bij het verbluffende dagritme van de GR 20.

Propellervliegtuig van Air Corisca met het nationale symbool, de morenkop, op de motor

De reis
Voordat we in onze slaapzak mochten luisteren naar de Mariaverering in Calenzana waren wij die ochtend met de trein naar Schiphol gegaan en na twee uur vliegen om 11.45 in Nice aangekomen. Tenslotte na uren rondhangen de wip van een half uur naar Aéroport Calvi-'Sainte Catherine' op Corisca. Een reis zoals gepland en betaald.

Met de taxi hadden wij ons eerste 'geluk'. Via de internetinformatie hadden we ons geestelijk voorbereid op een bedrag van € 45 voor de 13 km naar Calenzana. Onze chauffeur deed het zonder gebruik van de teller voor € 30. Yes!
Voor dat bedrag bracht hij ons ook nog rechtstreeks naar de Spar, want hij was bang dat die anders gesloten zou zijn. Vreemd vond ik dat eerst nog. Maar het bleek dat ik de les van vorig jaar alweer ruim vergeten was. Toen liep ik vruchteloos in Toulouse rond op zoek naar een gastankje. Net als in 2012 draait in 2013 in Frankrijk op 15 augustus alles om Maria bij haar hemelvaart. In Frankrijk is het zelfs een wettelijke feestdag. Nu staan de Corsicanen niet bekend om wettelijke volgzaamheid maar op dit punt doen ze zeker mee. In ieder geval hadden wij ons campinggaz-tankje en daarmee een zorg minder.

Na het opzetten van de tent naast de nabijgelegen gite d'etape municipal was er ook nog net tijd om de voorraden voor morgen aan te vullen met een tweede bezoek aan de Spar. Helaas was bij terugkeer de bemensing van de 'Maison du GR 20', dat bij de ingang van het kampeerterreintje ligt, al begonnen met de feestvoorbereiding thuis. Dit informatiehuisje wordt bemand door personeel van http://www.parc-naturel-corse.com/. Je schijnt er onder meer de weersverwachting te kunnen vragen. Echter niet door ons dus.
Gite d'etape municipal in Calenzana
's Avonds hebben we in een van de verschillende restaurants ons eerste GR20 menu uitgeprobeerd. De ober en kok waren met hun gedachten al bij het feest. Na een prima assiette charcuterie, verscheen de tweede gang in de vorm van drie stukjes kalfsvlees met een hoopje flauwe tagliatelle. Het desert bestond uit een gateau corse met slagroom of te wel een soort ontbijtkoek met spuitslagroom. De slagroom was overigens van hoge kwaliteit.


Maria Tenhemelopneming door Titiaan
In de wikipedia staat nog vermeld dat het in de volksmond gebruikte "Maria Hemelvaart" volgens het katholieke geloof niet correct is omdat Maria niet zelf ten hemel opsteeg maar door God in de hemel werd opgenomen. Maria Tenhemelopneming dus. Zo had ik mij dat ook voorgesteld. Verder wordt opgetekend dat aan de viering een voorbereidende vasten en een voorfeest op 14 augustus vooraf gaat. Van het vasten hebben wij niets gemerkt, of het moet het GR20 menu zijn geweest, maar van het feest des te meer.



Calenzana - Refuge Ortu di u Piobbu

Donderdag 15 augustus,
wandeldag Gite d'etape Calenzana
(9 uur incl rusten, 1360m klimmen, ± 60m dalen, ± 11.5 km)


Het nieuwe ritme
Gewekt door geloop en het afbreken van tenten verklaar ik mijzelf om 05.30 uitgeslapen en sta ik op in de ochtendschemer. Frank is ook al op. Gisteren wisten we nog niet of de verhalen klopten dat veel wandelaars al om vijf uur en soms nog eerder opstaan. Ze zouden dat doen om zoveel mogelijk de hitte later op de dag te vermijden. En ook om als een van de eersten bij de volgende refuge aan te komen en zo letterlijk een plaatsje in de herberg zeker te stellen. Wij hebben gelukkig onze eigen tent en hebben die laatste druk niet echt. Anders dan bij vele andere bergwandelingen mag je bij de GR20 omwille van natuurbescherming niet vrij kamperen. Overnachten is alleen toegestaan in of direct rond de refuges.


Wij hadden onderling de concessie bedongen niet zonder directe noodzaak al 's morgenvroeg met zo'n lamp op je kop te gaan lopen martelen en gewoon te wachten tot het licht was. Naast ons lag het jonge Franse koppel nog vredig te slapen. En even verderop lagen nog drie jongens die niet eens hun tentje hadden opgezet. We waren dus niet de eersten maar ook zeker niet de laatsten.
Op naar de nieuwe dag, de eerste wandeldag!

Zweten in eigen tempo
22 graden al om 07.30 als we door stijgend Calenzana lopen. Voordat ik in het bos loop net buiten Calenzana, vallen de eerste druppels op de binnenkant van mijn brillenglazen. Bij Frank komen de gebruikelijke plekken te voorschijn aan alle kanten van zijn shirt en nu ook zijn short. Dat gaat wat worden.
We hebben ons mentaal voorbereid op deze dag. De eerste dag is altijd een zware dag, de inloopdag. Verder weten we uit de gids dat het bijna alleen maar omhoog gaat; 1360 meter.
De rugzakken zijn extra zwaar. Er is vanochtend slechts 1 zakje van de 6 meuslipapzakjes gebruikt. De overige 6 avondmaaltijden zijn nog onaangeroerd. Bang voor de hitte hebben we de waterzakken volledig gevuld, ik 2 liter en Frank 3. Bij de enige bron wil hij dat nog verder opvoeren naar 4. Ik schat dat ik met 17 kg loop en Frank met 19.

Blik richting de Golf van Calvi
Al klimmend over een muildierenpad naar de eerste col, bocca in het Corsicaans, verschijnt er steeds meer Middellandse Zee. Een prachtig panorama. Calvi komt in beeld en de hoge citadel is een duidelijk baken. Even later zien we ook het vliegveld in de andere vallei, waar we gisteren zijn geland. Je wilt er lang naar kijken en mooi even uitrusten, maar we moeten ook verder. Doorlopen dus.

Een paar honderd meter voor de Bocca Corsu wordt het pad vochtig en even later nat. Links in de wand van het pad is de bron eenvoudig te vinden. Hoewel wij later horen dat anderen hem weer niet zagen. Vreemd. Terwijl Frank zijn extra waterzak vult passeren met ferme pas twee Duitse jonge meiden. Ze gaan snel. We zien ze niet meer terug. Waarschijnlijk overgestoken naar het andere wandelpad dat hier kruist; de Mare e Monti. Naast de GR 20 die noord-zuid loopt kruizen er nog verschillende paden in de oost-west richting zoals de Mare a mare nord, Mare a mare centre en de Mare a mare sud. Allemaal van de zee naar de zee, dwars over het eiland.

relatief vlak
Even later passeren we de eerste 'echte' col; Bocca di u Ravalente (616m). We kijken nog een laatste keer in de vallei van Calenzana en vervolgen in een nieuwe vallei, een nieuwe wereld. Mijn bestudering van de kaart is wat grof als ik tegen Frank zeg dat het voorlopig relatief gelijk blijft. Daarmee introduceer ik een eufemisme dat de rest van de wandeling regelmatig cynisch oprispt. Naar het volgende punt waar een steiler stuk begint is het ongeveer twee kilometer, maar in die afstand stijgt het toch nog 200 meter en dat gaat ook gepaard met kleine dalinkjes en overstapjes over rotsblokken en beekjes. Een beeld dat zich daarna regelmatig zal herhalen, alleen worden de 'overstapjes' in de de volgende dagen steeds heftiger.

Rondkijken vanaf de Bocca a u Saltu

Le professeur en de Berlijn karavaan
Voor de beklimming naar de Bocca a u Saltu (1250m) worden we ingehaald door een Duitser met zware bergschoenen. Even later halen we hem weer in en dat gaat zo door tot boven op de Col. Als wij rusten en genieten van het uitzicht arriveert kort daarna een Frans echtpaar, hij als eerste en vijf minuten later zijn vrouw. Het is een enthousiaste vent en voordat zijn vrouw er is weet ik dat hij de GR20 al 8 keer heeft gelopen en zijn vrouw 3 keer. Hij toont trots een zelf getekende schets van de hoogteverschillen op de verschillende dagen. Ik doe een duit in de zak en vertel dat ik de GR 10 heb gelopen. Dat schept een band want hij komt uit de Pyreneeën in de buurt van Lary Soulan. Daarmee is hij echt opgang gekomen en wil uitleggen waarom zijn vrouw het volgende rotsige stuk met de eerste kabels zo vervelend vind. Ik wil dat helemaal niet weten en pers er lachend gauw uit 'Je ne le veux pas savoir' (ik wil het niet weten). Aardige man. Hij lacht terug en gaat gelukkig naar zijn vrouw, onze professeur.
Voordat we verder gaan komen drie jonge jongens boven. Het zijn de jongens die we vanmorgen nog zonder tent zagen slapen. Die hebben dan flink doorgelopen! Maar dat deert niet want ze rennen fit heen en weer om foto's te nemen. Het mooiste is hun uitrusting. Daar waar wij alles keurig in de rugzak hebben, hangt er bij hun van alles buiten. Matje, slaapzak, drinkbeker, twee petflessen als watercontainer, een aan de zijkant van de rugzak en een in de hand. En alles hangt ook nog schots en scheef. Ze lopen ook niet in echte wandelbroeken. Twee dragen sportbroeken en een derde een spijkerbroek. Ze genieten met volle teugen. Het blijken Duitsers. We noemen ze daarom maar de Berlijn karavaan.
Wanneer we aanstalten maken om op te stappen arriveren op de col ook nog het vredig slapende Franse koppel van vanochtend. Die moeten toch ook snel hebben gewandeld. Later op de dag zal het meisje ons bijna rennend passeren. We staan weer met de voeten op de grond. Velen zullen ons passeren. Maar ook wij zullen boven komen.

De eerste kabel
De eerste honderden meters na de Bocca a u Saltu gaan aardig omhoog maar vormen in tegenstelling tot de berichten van de professeur geen probleem. Wel neemt het aantal rotsige passages toe. Maar niet om ons druk over te maken. De Duitser met de zware bergschoenen, hij blijkt overmorgen Klaus te heten, komt gestaag dichterbij maar blijft in ons spoor volgen. Ook le professeur en zijn vrouw komen in het zicht.

Le professeur en zijn vrouw komen snel dichterbij
Ineens is daar de kabel waarop je in de gids kort tussen haakjes aan wordt herinnerd om een rotsachtige hindernis te passeren; a travers une barre rocheuse. Met de aanblik van deze rotsige richel zonder veel houvast weten we nu meteen wat de vertaling van deze zin is. Aan de ketting te zien moeten we dit keer in de breedte klimmen om daarmee aan de andere kant van deze hindernis te komen. Zeg dat dan meteen. Geen probleem. Toch?

Frank gaat, zoals meestal, voor. Zelf kom ik erachter dat ik iets te gretig ben en teveel aan mijn armen hang. Met een rugzak van 16 kg extra is dat bij verrassing heel anders dan de gebruikelijke 63 kilo. Met een versneld leerproces ervaar ik dat je normaal moet blijven lopen op alles dat ondersteuning biedt en daarmee je benen gewoon het normale werk moet laten doen. De kabel is meer voor de balans en de momenten dat je net even te weinig houvast hebt. Op die momenten kunnen je handen en armen bijspringen. Weet ik nu. 

Le professeur vindt onze ervaringscurve blijkbaar wat te langzaam. Als een kat klimt hij onder mij en Frank door en zit dan pontificaal en behulpzaam voor ons aan het einde van de kabel. Hij biedt aan om onze stokken aan te pakken. We zouden er zonder zijn hulp ook wel zijn gekomen, maar het is vriendelijk bedoeld en zonder de stokken bungelend aan je polsen gaat het inderdaad net iets beter. Daarna moeten we weer in allerlei talen om de stokken vragen want hij is inmiddels bezig zijn vrouw over de passage te praten.
Langzaam betrekt vanaf twee uur de lucht en de temperatuur stijgt niet verder dan een graad of 26. Het zweten is inmiddels een stuk minder geworden. Het vocht is zeker op?

een beetje relatief vlak na de Col a u Bazzichellu
De rest van de route naar de volgende col, de Bocca a u Bazzichellu (1486m) verloopt zonder interrupties. Het volgende stuk naar de refuge kondig ik nog een keer onschuldig aan als 'relatief vlak'. Daarmee scoor ik weer niet bij Frank. Het is ook de laatste keer dat ik het durf te gebruiken zonder understatement. We ploeteren wat af met voortdurend aan de andere kant van de vallei de refuge in het zicht. Vooral het laatste stukje lekker 'vlak' omhoog, waarbij je op enkele stukjes beter je handen dan je stokken kunt gebruiken. Onder handbereik en toch nog een uur lopen. Maar tegen vijf uur naderen we de helikopterlandingsplaats naast de refuge. Even zitten. Even lekker een bier en een cola. 'C'est dix euro'. Oh ja, andere prijzen. Wel ontzettend lekker.


Refuge d'Ortu di u Piobbu

Refuge
Dit is onze eerste kennismaking met de refuges van de GR 20. Als eerste, complimenten voor de mevrouw die de tent runt. Ze was vriendelijk. Dat zal daarna niet meer altijd vanzelfsprekend zijn. Het gebouwtje ziet er aardig uit, maar het houdt niet over. De douches zijn koud. Later springen we wat heen en weer onder het straaltje om ons toch wat op te frissen. We struinen wat rond op het terrein buiten. Op een aantal plekken zijn pogingen gedaan een horizontaal vlak te creëren. Een deel van deze plaatsen is inmiddels bezet. Ik kies er een niet te ver van en niet te dicht bij de refuge. Niet zo veel lopen en toch weer niet teveel last van de lachende kaartspelers op het terras.
Frank keurt kritisch de mogelijkheden en raakt niet geestdriftig. Tenslotte kiest hij ervoor in de slaapzaal te overnachten. Deze beslissingen gaan wij delen met de leiding en mogen daarom € 11 voor Frank, € 7 voor mij, en € 40 voor het avondeten betalen. Gauw nog even de was doen. Dan kan het nog iets drogen in de laatste zon.
slaapzaal voor de mannen in refuge d'Ortu di u Piobbu
De avondmaaltijd bestaat uit een lekkere soep van pompoensmurrie, een soort haloweensoep, gevolgd door krachtige linzen waarin twee plakjes worst zijn te ontdekken en een heerlijk dikke plak cake na. Zelf hebben we na afloop nog afgesloten met eigengemaakte koffie op de zitplank bij mijn tent. Om negen uur wordt het donker. De kaarters op het terras gaan nog even door. Er is zelfs een gitaarspeler opgestaan. De andere lopers gaan in een vlot tempo naar bed. Wij ook. We zijn toch nog aardig moe geworden van deze eerste dag, met nu al meer klauteren met je handen dan vijf jaar in de Pyreneeën.



Refuge Ortu di u Piobbu - Refuge Carrozzu
Vrijdag 16 augustus, wandeldag 2
Refuge d'Ortu di u Piobbu – Refuge Carrozzo,
(10 uur incl rusten en schuilen, 780m klimmen, 917m dalen, ± 7 km)



Klauteren met je handen gaat regelmatig handiger dan met de stokken
Angst?
Deze aantekeningen maak ik om 01.30 van een nieuwe dag. Een dag waar ik nog lang niet aan wil beginnen. Een uur geleden werd ik wakker door het angstige geroep uit een tent tien meter verder. Wat de man, die daar slaapt, beleeft, weet ik niet, maar hij moet gisteren toch erge dingen hebben meegemaakt. Of droomt hij over de komende dag? Dat hoop ik niet. Voorlopig ligt hij allang weer te snurken en kom ik niet meer in slaap. Eikel. De linzen van de afgelopen avond werken ook niet mee, ze staan recht op in mijn maag. Laat ik nog maar een sudoku maken.
Terugblik op refuge d'Ortu di u Piobbu.
Bijna alle tenten van gisterenavond zijn al weg.

Om vijf uur is er blijkbaar een silent wake-up call geweest, want buiten wordt er weer druk gelopen en flitsen de hoofdlampstralen als schijnwerpers in het rond. Om 05.45 geef ik mij over en voeg mij bij deze actievelingen. Niet lang daarna gaan de eersten al op pad. Sommigen met de schijnwerper op hun hoofd. Niet onze benadering van wandelen.
Als ik mij sta te scheren bij een aparte sanitair-hut met twee buitenwasbakken komt ook le professeur langs om zijn waterzak te vullen. Hij steekt bemoedigend zijn duim omhoog. Hij vindt zeker dat wij het ook goed doen. Sympathieke man.
Frank is inmiddels afgedaald uit het dortoire, waar hij met tussenpozen niet wakker is geweest. We verlagen het gewicht van onze rugzakken door het tweede muesliontbijt op te eten en drinken gezamenlijk thee. Om 07.10 vinden wij het ook laat genoeg om te starten. Er staan nog slechts enkele tentjes. Het wordt stiller rond de refuge.


relatief vlak
Relatief vlak
Dit zou weer een duchtige dag worden. 8,5 uur hadden we al ingeschat. Het werden er tien, van 07.10 tot 17.30.

Op de kaart lijkt het of het pad de eerste kilometer de hoogtelijnen volgt. Als ik om mij heen kijk zie ik niets vlaks en kan het eigenlijk niet anders dan dat we weer over een flinke heuvel moeten. Als kaartlezer durf ik de termen 'op hoogte blijven' en 'relatief vlak' al niet meer te gebruiken, dus blijft het bij een onzeker 'volgens mij gaan we toch eerst verder omhoog'. Laat dat nou kloppen. Even later kijken we alweer neer op de refuge (1520m) en een half uur later staan we boven op le point côté (1627m). Hij is blijkbaar niet steil genoeg voor een eigen naam.


De Berlijn karavaan in rust boven op de Bocca di Pisciaghja
Na deze col zonder naam daalt het naar 1460 meter om vervolgens weer te stijgen naar de eerste echte col; La Bocca di Pisciaghja (1950m). Onderweg daar naartoe worden we natuurlijk weer regelmatig ingehaald. Als we boven op de col aankomen zit daar ook al pontificaal de 'Berlijn karavaan' en een tweetal dat we nog lang tegen zullen komen; een Duitse American football player, die volgende week pas Thomas gaat heten, en een soort Amerikaan die zegt dat hij Brits is.
Terugblik van de Bocca di Pisciaghja. Zo kwamen we omhoog.


Het nieuwe uitzicht

De rest van de dag gaat het col op col af; achtereenvolgens dus La Bocca di Pisciaghja (1950m), La Bocca d'Avartoli (1898m), La Bocca di L'Innominata (1912m) om tenslotte lang af te dalen naar de refuge de Carrozzu (1270m). Maar wat valt hier bij op? Allereerst problemen met het uitspreken van de Corsicaanse namen van deze bocca's. Op de tweede plaats valt op dat al de cols zo rond de 1900 meter liggen. Natuurlijk je moet eerst zwoegen om de eerste col te bereiken. Maar daarna zou het best mee kunnen vallen op de passages tussen die cols.

Rotsformatie tussen de Bocca di Pisciaghja en de Capu Ladrunellu

We hadden echter wat nauwkeuriger de Franse tekst moeten analyseren. Dat valt sowieso al niet mee en boven op een berg, waar je gewoon door wilt lopen, neem je onvoldoende tijd. Maar nu thuis met de computer erbij lukt het vertalen een stuk beter, want tussen de eerste col en de laatste gebeurt volgens de gids het volgende ... dans un immense perrier, puis en courbe de niveau légèrement montante, traverse des éboulis et une succesion de petits collets….
Ja kijk, nu klopt het. We zouden dus over steenslag gaan, nou zeg maar gerust grote rotsblokken, verder eerst nog - légèrement montante- licht omhoog, en daarna klim je op gelijke hoogte over weer rotsblokken en een aaneenschakeling van kleine colletjes - de petits collets. In het Frans klinkt het best aanstekelijk, maar die petieterige collets betekenden tien meter met handen en voeten omhoog klauteren en weer geconcentreerd naar beneden en weer omhoog en weer naar beneden, enzovoorts. Niet alles in detail bestuderen heeft het voordeel van de verrassing. Het was echt uitdagend, inspannend en toch leuk, dat geklauter met je handen. Nieuw en pittig voor een stel laaglanders. Alleen opschieten in kilometers is er natuurlijk niet bij. Hieronder wat impressies;

Omhoog
omlaag

tussendoor
Omhoog

Omlaag
Schuilen
Deze eerste twee dagen op de GR20 zijn zwaarder dan mijn ervaringen op de GR10 in de Pyreneeën. Ook de laatste afdaling van vandaag, van de Bocca di L'Innominata naar de refuge Carrozzu, past in het verschil. Hij is lang en steil; ongeveer 640 meter. Het is niet alleen een tijdvreter door zijn steilheid in het begin, maar ook door de vele stukken met rulle steentjes.
Het weer is ook anders dan in de oostelijke Pyreneeën waar ik vorig jaar liep. Daar ging het elke dag zwetend vooruit met temperaturen boven de 30 graden. Het bewaken van de watervoorraad had toen een hoge prioriteit. Ook voor dit jaar hadden we ons ingesteld op een heet en droog Corsica. Maar vandaag hebben we een heerlijke wandeltemperatuur gehad van rond de 23 graden.

Voorafgaande aan de afdaling was de lucht net als gisteren langzaam betrokken. Als we het steilste deel hebben gehad, gaat het dit keer ook regenen. Eerst nog inleidend en niet om meteen een regenjack aan te trekken. Daarna afstraffend en langdurig.
Tot ons geluk bevinden we ons net op een punt waar je kunt schuilen onder een overhangende rots. Een groep jonge Fransen is ons al voor gegaan. Na een half uur zijn zij het zat en bij een lichte opklaring wagen zij zich weer op pad. Wij bekijken meteen hoe zij zich staande houden op de gladdere rotsen. Het valt zo te zien gelukkig mee. Ze zijn nog niet uit het zicht of de regen zet weer krachtig door. Die zullen als verzopen katten aankomen. Nog leuk even wachten.
Om ons heen ontstaan in no time allerlei beken en watervallen. Nooit gerealiseerd dat het zo snel gaat. Interessant om een keer mee te maken. Na 45 minuten schuilen houden wij het ook voor gezien. Hoewel de regen kort daarna stopt worden we nog wel een beetje vochtig.

Holbewoner
De gladheid van de rotsen viel wonderwel mee. Nog een stuk doorploeteren over keien en slingeren tussen natte bomen en bosjes, en dan staan we eindelijk op ... ja, op wat? Een hoop plassen, overal tussen de bomen natte tentjes met tussenruimtes van slechts enkele meters, waterleidingen links en rechts, huurtentjes tussen en in plassen dichter bij het hoofdgebouw, er tussenin nog wc's op een verhoogd platform en ten slotte nog een klein sanitairgebouwje met een wasbak binnen en buiten en twee douches.
De refuge zelf staat stampvol met schuilende mensen op natte sokken en slippers in een vochtige ruimte. Alle schoenen staan in het voorportaal. Schuivelend tussen de schoenen bereiken we een soort loket. We mogen blijven voor een bivouac met eigen tent a raison van 7 euro p.p.
We zetten onze tenten er maar ergens tussen en in de laatste zonnestralen proberen we nog wat te drogen. Voor het eventueel mee-eten in de refuge zijn we te laat. Daarvoor moet je je al voor 17.00 hebben opgegeven. Het wordt een maaltijd uit een adventurezak, dat scheelt ook weer gewicht. Voor mij een gehaktschotel en voor Frank een pasta bolognaise. Tijdens het eten moet ik mijn vork steeds opnieuw vastpakken omdat ik kramp in mijn linker onderarm krijg. Overgehouden van de klauterpartijen van vandaag en het verkeerd beetpakken van de kabel gisteren.

In de sociale rondgang over de camping ontmoet ik weer Le professeur. Hij steekt wel drie keer zijn duim op. Hij heeft er schik in en is zeker tevreden over ons. De Duitser (Klaus) die ons gisteren slechts moeizaam passeerde had vandaag een revival. Hij was al voor de regen binnen. De Berlijn karavaan is ook al breed geinstalleerd op een paar pallets. Slim.
Een Zweeds stel vertelt me op het terras over hun eerdere ervaringen op de GR 20. Van het verhaal over de etappe van overmorgen door de cirque de la solitude wordt ik niet echt gerust. Ik krijg een beeld van loodrechte wanden. Even nog maar apart zetten. We zien het wel als we er zijn.

Als ik verder om mij heen kijk ontwaar ik ook nog een solitaire Fransman in een grot. Hij heeft zich onder rotsblokken helemaal ingericht en overziet de wereld met zijn hoofdlamp in positie. Zijn slaapzak ligt op een pallet in een soort bivakzak. Het is weer iets anders dan een tent. Het ligt wel droog en dat moeten wij nog maar zien.

de holbewoner



Refuge Carrozzu - Refuge d'Ascu Stagnu

Zaterdag 17 augustus, wandeldag 3
Refuge Carrozzu - Refuge d'Ascu Stagnu
(8,5 uur incl rusten en zonnen, 790m klimmen, 638m dalen, ± 6 km)

Baden?
'Si il fait beau et que vous avez encore un peu de force pour marcher, vous pouvez aller passer l'après midi aux vasques de la passerelle de Spasimata en continuant sur le sentier du GR20 (celui de l'étape suivante). En une vingtaine de minutes, on peut se baigner dans la rivière qui ne sera de toute façon pas plus froide que la douche du refuge.'
('Als het weer mooi is en u hebt nog een beetje kracht om te lopen, dan kunt u door verder te gaan over het pad van de GR20 de middag doorbrengen in de poelen bij de brug over de Spasimata. Op een afstand van twintig minuten kun je baden in de rivier die in ieder geval niet kouder zal zijn dan de douche van de refuge.')

Deze zin uit een Franstalige weblog had ik in juli gekopieerd naar de kolom bijzonderheden van onze etappeplanning. Het was een aanmoedigend weblogverhaal, waarin veel harder gelopen werd dan wij, maar waarin ook mooie suggesties stonden voor mensen die daardoor tijd overhielden. Zoals hierboven het voorstel om bij mooi weer en bij voldoende resterende energie door te lopen naar de brug over de Spasimata en daar in een van de poelen lekker te gaan baden.


poelen in de Spasimata

Nu waren wij gisterenmiddag bij aankomst al nat genoeg en blij dat we een plek voor onze tent vonden. Tien uur na vertrek hadden wij maar afgezien van verdere uitspattingen. Verder was het helemaal niet warm. Corsica was anders dan het beeld dat wij vooraf gevormd hadden. Wij dachten dat het heet en droog zou worden. Maar tot nu toe is het niet echt heet, er zijn voldoende beken en hier en daar is er zelfs een bron. En ook nog mooie poelen waarin je bij heet weer lekker kunt afkoelen. Feit is dat wij de hele GR20 geregeld over en langs beken hebben gelopen waarin je zo zou willen springen. Die poelen moeten bij echt heet weer werkelijk een verademing zijn. Een aanrader, maar niet voor ons, want wij hadden soms zelfs een fleece aan.

Ochtendcorvee en apenkooien
Vanochtend was ook op de natte, beperkte camping van Refuge Carrozzu weer om 5 uur nog in het donker de wandelonrust begonnen. Door de kleine onderlinge afstanden flitsten de koplampen nu door je tent alsof het buiten onweerde. Om 6 uur stonden ook wij op en deden alle ochtendhandelingen. Hierbij meegerekend een bezoek aan de wc's op het platform. Het zijn 'droge' wc's waarin keurig met tekeningen staat uitgelegd dat je aan het einde van je bezoek door minimaal 5 pedaaltrappen de lopende band onder het toilet moet verder draaien om daarmee je prestaties in de onderliggende put te deponeren. Gelukkig had ik dit de avond tevoren al bestudeerd, want 's morgens wordt het lichamelijke corvee van wassen, scheren, tandenpoetsen en toilet met beperkt geestelijk vermogen afgewerkt. Daarmee gaat het ook sneller. Al om 07.10 gingen we op pad voor een dagmars van slechts ongeveer 6 km, waarvoor de gids, zonder rust, al 6 uur en 10 minuten uittrekt. Dat zal niet voor niets zijn. Let's see!

Heliplatform

Na het heliplatform kort zoeken naar de juiste richting en dertig minuten later stonden we bij de hangbrug over de Spasimata. Lekker even apenkooien om kwart voor acht 's morgens. Aan de overkant ging dat verder. We gingen over een serie van schuin aflopende vlakke rotsplaten. Om daar vooral bij nat weer niet van af te glijden zijn er een reeks van kabels en enkele kettingen aangebracht. Het was daardoor, maar ook door de beken en watervallen, de eerste keer dat wij de omgeving echt mooi en anders vonden. Prachtig.
Hangbrug over de Spasimata


Na de mooie aanloop gaat het steiler omhoog naar Lac de la Muvrella (1860m). Hogerop kregen we zelfs zicht op de westkust van Corsica.

We  lopen niet veel achter op het tijdschema van de gids als we 3,5 uur na de start het rotsige plateau bereiken waarachter het kleine meer in een teleurstellende kom is verscholen. Tijd voor een zonnebad. Heerlijk voor je spieren. Er liggen verschillende groepen wandelaars die het er van nemen. De kaarters en de gitaarspeler van het refugeterras van Piobbu, twee dagen geleden, wurmen zich naar de oevers van het meertje en trotseren spiernaakt de waterkou.


Wissenlende contacten
Is dit wat ik zoek?
Het Italiaanse echtpaar van ergens tussen de vijftig en de zestig, lag er al toen we aankwamen. Ze zijn hier samen met hun kinderen, die de tocht in eigen tempo lopen. 's Avonds verzamelen ze weer bij de refuge. We hebben ze bij de eerste refuge, d'Ortu di u Piobbu, voor het eerst gezien en zijn ze daarna verschillende keren tegengekomen. Bij herhaling hebben we met bewondering gewacht wanneer hij haar met veel geduld en rustig pratend over korte steile klimmetjes heen probeerde te loodsen. Of ze het dat nou echt leuk vond betwijfel ik. Eenmaal er voorbij dan gingen ze weer sneller dan wij met hun lichtere dagrugzakken. Tot ze weer vastzaten bij de volgende hindernis.

Terugblik op Lac de la Muvrella
Ze  verlaten het meer eerder dan wij maar dit keer halen we ze kort daarna in, omdat ze verkeerd zijn gelopen op een van de weinige plekken waar de bewijzering slecht te zien is. Wij maken gebruik van hun fout en gaan voor hun uit tot halverwege de klim naar het hoogste punt van de dag, Bocca di Stagnu (2010m). Ze halen ons weer in. Op de col zien we ze nog kort terug. Ook daar rusten wij weer. Het tijdschema in het boek kunnen we in de middag niet meer bijbenen.
Ook de Berlijn Karavaan arriveert. Ze komen overigens bij nadere kennismaking uit de omgeving van Stuttgart. De karavaan loopt niet meer zo soepel als voorheen. De jongste van de drie protesteert als de andere twee weer door willen denderen. Solidair wordt er gewacht. Maar kort daarna gaan ze toch verder. De jongste houdt zijn hand beschermend op zijn bovenbeen. Op de vraag of hij problemen heeft en het nog leuk vindt, wordt zuur ontkennend geglimlacht. En weg zijn ze weer.
Afdaling naar Refuge d'Ascu Stagnu heel ver in de diepte
Dat hadden wij ook eerder moeten doen. Op het eind van de lange afdaling naar de refuge bij het skistation Haut-Asco wordt de lucht rond 15.00 donker en dit keer zijn er geen schuilmogelijkheden. Met bakken komt het uit de hemel. Ondanks onze regenjacks zijn we binnen de kortste keren flink nat en omdat we geen regenbroek aantrekken loopt het water ook langzaam onze schoenen in. Je koelt er aardig van af. Zeker het laatste stuk door het bos met enorme dennen, waar de regen ook lang uit de bomen blijft vallen. Gelukkig was het bij het begin van de afdaling nog droog want er zaten weer enkele tricky klauterpartijtjes in, waarbij je goed moest opletten waar je je handen en voeten plaatste. Afdalend is dat een stuk lastiger dan klimmend.

Totaal verzopen besluiten we niet in de regen en op de modderige ondergrond onze tenten op te zetten. We passeren de refuge en de tentjes en nemen onze intrek in Chalet-Hotel d'Asco Stagnu.
In de bar nemen we eerst tijd voor een bier. We geven ons na het eerste bier ook op voor de avondmaaltijd. Daarna verplaatsen we naar de hotelkamer en veranderen deze in een camping.
Kamer bij binnenkomst

Kamer na in gebruikname

's Avonds zijn we in de gezellige eetzaal ingedeeld naast Duitser Klaus. Hij heeft na de eerste moeizame dag zijn ritme te pakken en was vandaag al voor de regen binnen. Hij blijkt vroeger gediend te hebben bij de militaire elite-eenheid van de Gebirgsjäger. Daar bestond de fysieke training uit de hele winter skiën en in de zomer bergbeklimmen en bergmarsen. Nu is hij bedrijfsleider bij een It-bedrijf. Ook al in de buurt van Stuttgart. Het blijkt dat Stuttgart en omgeving nog in de vakantieperiode zitten. Hij mocht van zijn vrouw er even tussenuit. Dat herken ik.

We genieten van de maaltijd en van het zitten op normale stoelen. Dat ontspant meer dan op een grote kei. Frank herinnert de nukkige en ongeïnteresseerde bedienster met een dodelijke blik en bijbehorende stem aan haar taak. En wonderwel krijgen we ook bestek. Klaus vraagt naar onze namen en leeftijd waarna we het 'Sie' verwisselen voor 'Du'. Later stelt hij voor gezamenlijk wijn te bestellen. Het wordt een inlandse wijn met de naam 'Patrimonio'. Bij het afrekenen nemen wij de kosten voor onze rekening onder het afweren van Klaus wens om te delen in de kosten. 'Binnenkort ontmoeten we elkaar wel weer en dan komt dat wel goed'. Maar dat zal niet meer gebeuren want Klaus heeft eerder nog vertelt dat hij morgen wil doorlopen naar een bergerie voorbij de officiële refuge. We hebben hem nooit meer ingehaald.
Eetzaal van Hotel d'Asco Stagnu
In de eetzaal zit ook de Italiaanse familie. Volgens Frank is het de mama hier allemaal om te doen, hier geniet ze. We hebben ze daarna niet meer gezien. Wellicht waren de verhalen over de Cirque de la solitude te afschrikwekkend. Ook de Berlijn-Stuttgart karavaan zit ondanks hun jeugdige leeftijd leuk mee te eten. Ze nemen het er van. Ze zijn de volgende ochtend erg vroeg vertrokken of ze hebben rust moeten nemen voor de blessure van de jongste. Wij denken het laatste. We hebben ze niet meer gezien. Zo vallen er langzaam gaten in onze fluctuerende kennissenkring.





Hotel d'Ascu Stagnu - Refuge Tighjettu,
Cirque da la Solitude

Zondag 18 augustus, wandeldag 4
Chalet Hotel d'Ascu Stagnu - Refuge Tighjettu
(9,5 uur incl rusten en zonnen, 1059m klimmen, 798m dalen, ± 7,5 km)


Het is gelukt!
'godver de godver'. Hoe krijg ik mijn voet los? Het is niet mijn normale taalgebruik, maar nu flapt het er net zo makkelijk uit. ‘Met je linker voet nog een stuk doorzakken’ zegt Frank. Ja, dat wil ik wel, maar ik sta juist met mijn gewicht op mijn linker voet en heb nog geen goed houvast met mijn rechterhand. ‘Shit’. Op de tast en met mijn ogen zoekend naar een betere grip lukt het me een ander richeltje voor mijn hand te vinden. Daarna kan ik mijn linker voet los wurmen en het gewicht op mijn rechter voet overhevelen. Op aanwijzingen van Frank zak ik langzaam naar beneden tot ik weer op een volgend smal plateautje sta. Even ontspannen voordat we aan de volgende truc beginnen. Toch niet verkeerd dat Frank voorgaat. Hij moet de oplossingen zelf uitdokteren.
Dit was niet het boven beschreven moment. Toen hadden we even geen tijd voor een foto. Jammer. Op deze foto zitten we alweer wat lager en gaat het beter.


sommige steile stukken van de afdaling
in de Cirque de la Solitude zijn voorzien
van een ketting
'Dit stond niet in de advertentie’ zouden ze op mijn oude werk zeggen. ‘Maar jullie hebben het zelf gewild’ zou er meteen aan worden toegevoegd. Dat krijg je als je met drie dagen klauterervaring aan de ‘Cirque de la Solitude’ begint. Sommige andere klauteraars met meer ervaring passeren ons links en rechts zonder gebruikmaking van de ketting. Een sportieve Duitse vrouw die omhoog gaat, roept al passerend ons bemoedigend toe dat afdalen altijd moeilijker is dan klimmen. Met drie danslessen klauterervaring stemmen wij direct in.

Maar de meesten doen net zo rustig aan en voorzichtig als wij. Ook al zijn ze net iets sneller, ze wachten keurig af tot wij weer een ‘etage’ lager zijn en de ketting ‘vrij’ is.
Als we na bijna drie uur de Bocca Minuta bereiken (2218m) en de ‘Cirque’ helemaal achter ons laten feliciteren we elkaar. Het is toch mooi zonder kleerscheuren gelukt deze grootste uitdaging van de GR 20 te passeren. We hebben er allebei toch met enige vrees naar uitgezien. Het zou een teleurstelling zijn geweest als het niet was gelukt. Maar voorlopig hebben we dit weer gedaan.


Een opgeluchte lach na het moeilijkste deel van de afdaling

Aanloop
Vanochtend waren we, na een goed ontbijt in de bar van het hotel d'Ascu Stagnu, bij een temperatuur van 14 graden om 07.10 vertrokken. Op weg naar de Bocca Tumasginesca, de toegang tot de Cirque de la Solitude, stijgen we van 1422 naar 2183 meter. Kort gaat het gestaag omhoog over een skipiste, daarna stijgt en slingert het door een dennenbos. Eenmaal boven de bomengrens opent zich een prachtige vallei waarin het geleidelijk over een keienpad verder gaat. Een mooie start.
Bergweide in de Stranciacone vallei


Terugblik op Lava d'Altore
Na een korte rust halverwege lopen we door naar het einde van de vallei waar het klimmen ernstiger wordt. Het gaat over grotere rotsblokken en langs het Lavu d'Altore, een klein bergmeertje. Hier en daar passeren we nog plakken sneeuw. Ook al schijnt inmiddels de zon, toch daalt de temperatuur langzaam naar 12 graden als we bijna boven zijn. Eenmaal boven is het tijd voor een rust met onze fleecevesten aan en hebben we tijd om over de rand te kijken. Is dit nu echt de Cirque da la Solitude?
Ingang van de Cirque de la Solitude
Cirque de la Solitude
Al in Nederland hadden we verhalen over deze steile afdaling en klim gehoord. Dat zou wat zijn. Op internet werd het steevast het moeilijkste stuk van de hele wandeling genoemd. En nu staan we er. Bij het etappegedeelte dat ook een deel van de aantrekkingskracht van de GR20 vormt.
Eigenlijk gaat het om het overbruggen van een afstand van hemelsbreed slechts 750 meter om een hoge puntvormige rots te omtrekken. Alleen ga je eerst langs een steile rotswand 200 meter naar beneden tot de bodem van een half cirkelvormig dal. Hier en daar zijn er kettingen aangebracht om de stukken met weinig houvast te vergemakkelijken. Vervolgens mag je tegen de andere wand weer 240 meter omhoog. Met hier en daar kettingen, afgewisseld met passages over richels en behoorlijk schuine plateaus.
In de gids geven ze toe dat de cirque het meest indrukwekkende deel van het pad is. Subtiel wordt er aan toegevoegd; ...sur lesquelles un randoneur non aguerri à la montagne peut être impressioné. (waar een wandelaar die niet 'gehard/gewend' is aan de bergen van onder de indruk kan raken). Waarna er direct bij wordt vermeld, dat er geen moeilijke technische passages zijn, alleen enkele klauterstukken. Ja, Ja.
Even vanaf de col taxerend naar beneden kijken. (foto van een ander weblog)
stokken maar inkorten en opruimen
Zoals eerder gezegd behoren wij niet tot de ervaren klauteraars. Wij keken het dal in en zagen inderdaad een steile afdaling. Als je de markering met je ogen volgde zag je iets van een spoor. Er kwamen enkele mensen omhoog en dat zag er toch nog niet zo lastig uit.

Laten we onze stokken maar opbergen. Die zullen waarschijnlijk toch maar in de weg zitten. Voldoende uitgerust? Ok, laten we dan maar beginnen. Aan Frank de eer.
Hé, als je met je brede rugzak op zo'n richel staat met die diepte onder je, dan wordt je toch iets voorzichtiger. Het is niet direct beangstigend, maar op je gemak staan is anders. De eerste korte lusjes heen en weer gaan nog wel. Daarna komen er wat klauterpartijtjes die ik aan het begin van dit bericht verwoordde. Soms geworstel met een ketting. Het idee van de tijd verdwijnt. Je bent volledig geconcentreerd om gecontroleerd met je rug naar het dal en je gezicht naar de wand naar beneden te schuiven en te stappen.

(De twee bovenstaande foto's komen van een ander weblog)
Frank gaat voor in de Cirque de la Solitude

Na de 75 meter dalen wordt het iets minder steil en geven de richels en treden wat meer houvast. Ik vind het daar prettiger om met met mijn rug naar de rotswand te dalen. Je ziet veel beter waar je voeten kunt neerzetten. Misschien had ik dat eerder moeten doen. Maar dat gaan we niet meer uitzoeken. Langzaam maar zeker bereiken we de bodem van het dal.
Terugblik naar boven in de Cirque da la Solitude
Na een oversteek naar de andere kant zien we aan andere klimmers waar we weer omhoog mogen. Kijken wat dat weer wordt.

Zo dus hier mogen we weer omhoog. Frank heeft deze foto gemaakt terwijl ik nog 'beneden' sta.


Het is waar, het klimmen gaat makkelijker. Met de ervaring van de vorige dagen weet ik dat ik zoveel mogelijk de benen het werk moet laten doen en niet teveel aan de kettingen moet hangen. Ook hier worden we gepasseerd door meer ervaren klimmers met lichtere rugzakken. Zij gebruiken slechts zo nu en dan de kettingen en zijn binnen korte tijd uit het zicht. De amateurs zoals wij vormen voor hen de enige hindernissen.

Het blijft werken en zoeken naar het juiste spoor en de goede steun voor je voeten en je handen, maar het gaat vooruit. Als ik ver voorover buig, om mij op een volgende richel of plateau te trekken, schuift mijn rugzak naar voren en drukt tegen mijn achterhoofd. Als ik de horde genomen heb moet ik mij eerst zonder wilde bewegingen oprichten om die zak weer op zijn goede plek te krijgen. Eenmaal opnieuw in balans kan het verder. Na een uur of twee rusten we een honderd meter onder de top van de Bocca Minuta. Tijd voor een lunch, tijd voor een diepe zucht. De rest van de klim is weer normaal pittig, maar goed te doen.
We zijn bijna uit de Cirque de la Solitude. Even pauzeren.
Later vraag ik aan andere wandelaars of er nooit ongelukken gebeuren. Dat schijnt helaas wel het geval te zijn. Het verhaal luidde dat er Britten, die de oversteek door een besneeuwde Cirque uitvoerden, om het leven zijn gekomen. Wij hebben het waarschijnlijk niet flitsend uitgevoerd, maar zijn blij en ook een beetje trots, dat we het achter de rug hebben en zonder kleerscheuren verder kunnen.


Bij de Bocca Minuta kijken we niet lang rond en beginnen vrij snel aan de ruim 500m afdaling naar ons geplande eindpunt, de refuge de Tighettu (1683m). De temperatuur is inmiddels gestegen naar een geriefelijke 23 graden. Om de knie van Frank niet te forceren dalen we ingehouden af. Rond 16.30 bezetten we twee plekken vlakbij de refuge.




Palletkeuken
'Dit is wat ik er mij van voorgesteld had' zegt Frank tevreden. 'Een biertje, lekker zitten, kokkerellen, schitterend uitzicht en een voldaan gevoel en dus niet dat geknoei zoals bij de overnachting van eergisteren en op de eerste dag.'
Hij heeft er zin in sinds hij na het opzetten van zijn tent op een mooi horizontaal plekje ook nog met behulp van twee pallets een zitkeuken met werkblad heeft geknutseld. Onze Ed Bever. Maar eerlijk is eerlijk, het bereiden van de poedermaaltijd gaat een stuk makkelijker. En een keertje niet staand eten verhoogt de stemming. Dinerend met een pasta bolognaise uit de zak, kijken we terug op vandaag, de koninginne-etappe, en maak ik mijn aantekeningen voor dit weblogbericht.


Na de maaltijd koelt het snel af. Ik heb geen zin meer in een koude douche. Na deze succesvolle dag mag dat. Steeds meer truien gaan aan en voor het eerst doe ik ook mijn buff op. We gaan naar bed.
In mijn slaapzak maak ik nog een sudoku en wat laatste aantekeningen. Door het open keukenraam hoor ik de gardien meezingen met oude Corsicaanse muziek en vanuit mijn tent geniet ik van het uitzicht. Hoe zal het morgen zijn? Zal het geklauter dan afgelopen zijn? Het begrip wandeling heeft door de GR 20 inmiddels toch een andere dimensie gekregen. We zullen het morgen wel merken.

Heldere maan bij refuge Tighjettu




Refuge Tighjettu - Refuge Ciottulu di i Mori

Maandag 19 augustus, wandeldag 5
Refuge Tighjettu - Refuge Ciottulu di i Mori
(6,15 uur incl rusten en tweede ontbijt, 620m klimmen, 78m dalen, ± 7,5 km)


tenten in de avondschermering bij refuge Ciottulu di i Mori
Verloren gezichten
Buiten is het 10 graden. Het is 20.00 uur en ik doe net mijn tent dicht tegen de kou. Zojuist liep ik nog rond in mijn wandeltrui met daaroverheen mijn fleece en mijn regenjack. De buff is ook weer in in gebruik. Wij hebben deze uitmonstering direct na de avondmaaltijd in refuge Ciottulu di i Mori aangedaan. Hier op 1991 meter hoogte en de zon reeds achter de bergkam is het wederom koud. Het geeft wel voldoening dat we deze kleding dit keer tenminste niet voor niets hebben meegenomen.


De maaltijd in de stille refuge bestond uit een soort soep met resten van gisteren, pasta met kaasbedekking en kaas toe. Alles voor de gebruikelijke E 20. We zaten slechts met z'n vieren aan tafel in de uiterst schone refuge. Naast ons beide, de Duitse American footballplayer Thomas en de Britse Amerikaan uit de buurt van Manchester. De eerste zei niet al te veel. Hij heeft al dagen last van blaren en beleeft zo te zien weinig plezier aan deze wandeling. Onze Brit lacht voortdurend zeer aanwezig. Waarom hij lacht is niet altijd duidelijk. Er is ons wel meer niet duidelijk. Wanneer wij vragen waarom hij een zware verrekijker meetorst, komt het begrijpelijke antwoord 'om vogels te bekijken'. Als hij er daarna aan toegevoegd dat hij het rondlopen met een rugzak van 22 kilo ook wel zwaar vond en daarom na de eerste twee dagen het gewicht heeft verminderd door zijn truien en gasbrander achter te laten, haken wij af.

Deze twee worden in de resterende dagen niet onze eerste aanspreekpunten. Jammer, want het zijn zo langzamerhand wel de laatste bekende gezichten. Zoals al eerder beschreven zijn we een aantal gezichten kwijt geraakt in Haut Asco. Verder zijn we een aantal bekenden verloren door onze overnachting bij refuge Tighjettu. Onder andere Klaus is gisteren door gelopen naar Bergerie d'u Vallone (ook wel als Ballone geschreven). Door die keuze hebben zij vandaag de sprong gemaakt naar of Bergerie d'E Radule of het nog verder gelegen ski-station Castel de Vergio. Wij blijven bij onze geplande etappe-indeling.


gisteren van boven afgedaald naar refuge Tighjettu en nu net na de start alweer een stuk lager.

Corsicaanse dennen
Vanochtend bij refuge Tighettu hebben wij uitgeslapen tot 7 uur. Het traject naar refuge Ciottulu di i Mori kost volgens de gids maar 4 uur netto. Voor ons wordt dat natuurlijk meer. Na vier lange dagen kan een korte etappe geen kwaad.


De dag start door de mooie vallei naar de Bergerie Ballone. Onderweg lopen we langs de majestueuze, hoge Corsicaanse dennen, die kenmerkend zijn voor de noordelijke bergregio 'Corse Haut'. Het is een wonder dat ze op de boomgrens houvast vinden in de rotsen. En in Corsica mogen bomen ook nog gewoon dood gaan. Je ziet overal de meest fraaie karkassen van dode bomen. Even later passeren we de beek Crucetta. Die beken blijven prachtig. Even wat foto's maken en genieten.



Obermeister
Na 45 minuten bereiken we Bergerie Ballone. Het is een verzameling van stalletjes en een sanitairhokje voor kampeerders. Want overnachten in je eigen tent of een huurtent is hier ook mogelijk. Je kunt er zelfs dichtbij baden in een poel van de beek. In de ochtendzon ziet het er aantrekkelijk uit.
En je kunt er ook eten! Bij de aanblik van het terras is het voor ons hoogtijd voor een tweede ontbijt Als Frank binnenkomt roept de kok direct 'Ah, Obermeister'. Niet de begroeting die je direct verwacht in de bergen van Corsica. Zijn 'ommelettes fromage et jambon' zijn evenwel van super kwaliteit. Dat is weer wat anders dan meuslipap.


De ochtend schiet na deze ruime rust lekker op. We vervolgen ons pad door schitterende open bossen en dit keer blijven we echt lange tijd op gelijke hoogte. Dit doet ons wat meer aan wandelen herinneren.
Voordat we weer aan een echt klim beginnen, naar de Bocca di Fuciale, rusten we nog een keer in de schaduw onder een uitstekende rots van waar we uitkijken over de mooie vallei met in de verte het meer van Albertacce. Het is inmiddels met 28 graden al aardig warm. Tot onze verrassing hebben we vanaf deze wat hogere locatie ook contact met onze mobiels. Bij de refuges was dat de afgelopen dagen niet gelukt. Vanaf dit moment zullen we steeds telefoneren op de hoogste plekken. Thuis in Nederland gaat gelukkig alles goed. Waar wij nu pas onze eerste warme dag meemaken, is het in Nederland nog heter dan op Corsica en worden warmterecords gebroken tijdens een hittegolf. Lekker die klimaatverandering.

Bij de klim naar Bocca di Fuciale passeren we weer mooie beken en poelen, waarin enkele wandelaars zich afkoelen. Maar je kunt niet blijven rusten. Ook bij de klim zit weer een rotspartij waar je de handen mag gebruiken. Het valt ons op dat we nu met meer zekerheid over stukken rotswand naar boven lopen, over richels waar we dat een week geleden niet gewaagd zouden hebben.

Eerste blik op refuge Ciottulu di i Mori

14.45 bereiken we refuge Ciottulu di i Mori waar we net het einde van de bevoorrading meemaken. De 'cowboys' vertrekken even later naar hun kudde en naar hun dorp? We boeken in bij de matig geïnteresseerde 'gardiens' en beginnen aan de routine van tent opzetten, wassen, douchen. Alles dit keer in relax-tempo, want dit is een van onze geplande herstelmiddagen en daar moet je zuinig mee omgaan.





Refuge Ciottulu di i Mori - Skistation Castel de Vergio
Dinsdag 20 augustus, wandeldag 6
Refuge Ciottulu di i Mori - Skistation Castel de Vergio
(4,5 uur incl rusten, ±80m klimmen, ±645m dalen, ± 9 km)


Tussentijdse GR20-observaties en overpeinzingen
We zijn bijna een week onder weg. In de vijf voorgaande dagen hebben we na vele uren inspanning slechts 38 kilometer afgelegd!
Deze Francaise zagen we elke dag,
maar zei nooit een woord.
Ze leefde in haar E-reader.
Na eerdere waarnemingen over de zwaarte en het weer, zijn ons inmiddels nog enkele zaken opgevallen. Het eerste betreft de leeftijd van de wandelaars. Niet geheel onverwacht ligt die duidelijk lager dan je elders op langeafstandswandelingen tegenkomt. Ook Klaus had het al eerder opgemerkt. Er is hier geen 'grijze golf' zoals in Duitsland en Nederland. Hoogstens een mini-golfje, waar wij aan bijdragen. De verhalen over de sportieve uitdaging en de fysieke prestatie trekken duidelijk meer jeugdige mensen.
Dat is overigens niet altijd een garantie voor gedegen voorbereiding. Op een van onze laatste dagen kwamen we twee meisjes en een jongen uit Duitsland tegen, die nog nooit eerder een trektocht hadden gelopen. Of het de roem van de GR20 is geweest die de keuze heeft beïnvloed, of het naïeve idee van leuk op vakantie-eiland Corsica een beetje rondwandelen, wilden we niet vragen. Ze wisten al na twee dagen niet meer of ze nog verder zouden gaan en stonden al meer dan twee dagen op een achenebbisj veldje bij een refuge waarvoor ze ook geen geld hadden. Maar ze hadden wel plezier. Dat is ook een talent.

Het tweede wat opvalt is het grote aantal Duitse wandelaars en de afwezigheid van Nederlanders. Op het hele GR20-traject zullen we uiteindelijk slechts twee koppels Nederlanders tegenkomen. Daarentegen kon je passanten beter met Guten Tag begroeten dan met Bonjour. Dat deden we natuurlijk niet want iedereen heeft recht op een taaldrempel.
Tenslotte een punt van karakteristiek. De route biedt naast de bergen en de natuur geen elementen van Corsicaanse cultuur. Hij loopt bijvoorbeeld niet door dorpen zoals de GR 10. Buiten een paar nukkige gardiens hebben we nog geen Corsicaan gezien.

Hersteldag
Onze gids beschrijft de GR20 in 16 etappes. Bij de 6e etappe van refuge Ciottulu di i Mori naar Refuge Manganu constateren de schrijvers echter dat dit een erg lange etappe is die zonder te rusten al acht uur vergt. Onze snelheid en ambities kennende, hebben wij al in Nederland, bij het maken van de etappeplanning, het voorstel overgenomen dit traject te splitsen. Daarom gaan wij vandaag slechts naar skistation Castel de Vergio.


'Makkie' dachten we nog. Maar we zijn toch blij dat we nu bij een heerlijk temperatuur van 26 graden op het terras van het skistation zitten met 'une bierre grande, un sandwich fromage et un sandwich jambon Corse'. En bestellen bij de vriendelijk dame daarna nog een tweede ronde met sandwich en daarna weer iets. Na een uur bleken we dit voor € 47 te hebben volgehouden. Heerlijk.

Het zou netto maar 2 uur en 20 minuten duren. Volgens ons hebben ze zich daarin vergist of men heeft een snelwandeltijd gemeten. Wij deden er uiteindelijk 4,5 uur over. Daar zit ook een langere rust in bij Bergerie d'E Radule en 30 minuten fout lopen na deze bergerie. De enige keer op deze GR dat we niet juist liepen. Toch is vandaag onze gemiddelde snelheid in vergelijking met de voorgaande dagen gestegen van 1 naar 2 km per uur. Niet onverdienstelijk.


Na vertrek bij de refuge Ciottulu ging het met een lange omtrekkende beweging langzaam naar beneden. Na ongeveer een uur bereikten we de bodem van de eerste grote, groene vallei sinds de start in Calenzana. Hier lopen dan ook echte kuddes koeien en geiten. Het is de Golu-vallei. Vanochtend stonden we met onze tenten nog direct naast de drassige plekken die de bron van de Golu vormen. Deze rivier is met zijn lengte van 90 km de langste van het eiland. In het begin van de ochtend liepen we langs deze stroom waar hij nog de omvang van een beek heeft. Een prachtige opeenvolging van poelen en kleine watervalletjes maken van deze afdaling een heerlijke wandeling.


Ezel en dagtoeristen
Na de houten brug, passerelle, naar de noordkant van de Golu vernauwde de vallei zich en werd het alom rotsig met de daarbij behorende keienpassages. Tenslotte bereikten we een tweede brug om weer naar de zuidzijde te verplaatsen.

Daar zagen we dat de oversteek van een brug voor een ezel, net als voor een paard, een angstige, onnatuurlijke activiteit is. Pas na herhaalde pogingen van trekken en duwen gaf het onwillige beest zich gewonnen. Om daarna aan de andere kant weer met grote tegenzin zijn vakantiebaasjes te volgen. Je moet er maar zin in hebben om je vakantie met zo'n ezel door te brengen. Je bent drukker met die ezel dan met de rest van je gezin. Het schept wel een band, want iedereen moet meetrekken en duwen.

Na de brug wordt het ineens drukker met niet-wandeltoeristen. Dagjesmensen, die eens sportief gaan doen. Op allerlei alternatieve schoenen, slippers en bijpassende kleding gaan ze de wilde natuur in. Op een enkele familie na, niet te ver voorbij het veilige terras van de bergerie natuurlijk. Toch respect voor deze pioniers van alle leeftijden, die toch maar even twee kilometer van de parkeerplaats verwijderd zijn. Brr, spannend.

Wij zijn zo overtuigd van onze wandelsuperioriteit, dat wij prompt de markeringen uit het oog verliezen en ergens in een nietszeggend bos stoppen door gebrek aan een pad. Ja, zonder markeringen wordt het ineens een stuk moeilijker. Goed voor de nederigheid. Na een aanvullende kaartstudie en een portie geluk belanden we weer op de route. Om 13.15 bereiken we het skistation.

Camping bij het skistation Castel de Vergio

De rest van de middag besteden we naast tent opzetten, wassen en zonnen, aan het aanvullen van onze etensvoorraden bij het campingwinkeltje. En het opnemen van nieuwe gezichten. Hier komen wandelaars van verschillende paden bij elkaar. Verder voegen zich nieuwe mensen bij het gezelschap, de snellopers die een, misschien wel twee dagen na ons zijn vertrokken uit Calenzana. Racers.

camping droogrek
Ter afsluiting van de dag overschreiden we met plezier ons dagbudget in het restaurant door de verobering van twee GR 20 menu's met voldoende drank. De gewrichten moeten tenslotte gesmeerd blijven.




Skistation Castel de Vergio - Refuge Manganu
Woensdag 21 augustus, wandeldag 7
Refuge Skistation Castel de Vergio - Refuge Manganu
(7 uur incl rusten, ±560m klimmen, ±390m dalen, ± 16 km)


Aangepaste bomen
Vlak na het verlaten van het skistation ging het een paar kilometer rustig vooruit over een lekker pad door een bos met hoge dennen. Bomen die in de luwte van de helling rustig een enorme hoogte kunnen bereiken. Even later net na dit bos, op de Bocca San Petru, een paar bomen die zich totaal van de wind hebben afgewend en zich gedeisd houden. En tussen het meer Lac de Nino en Bergerie de Vaccaghja een open beukenbos, waar brand en droogte hebben bijgedragen aan afgestorven houten trollen. Want afsterven is hier nog getolereerd. Mooi om te zien hoe je op een traject van 16 km allerlei verschillende boomvormen passeert die zich aanpassen aan het weer en de bodem.
Beuken gevormd door de wind

beuken geteisterd voor droogte en brand




kapelletje waarin de helige Petrus
staat opgeborgen achter tralies
Tot aan de beklimming van de Bocca San Petru (1452m) ging het snel voorwaarts. De beklimming zelf ging ook nog redelijk vlug. Eenmaal boven zochten we snel de luwte van een rostblok op. Wat een wind. Alleen niet in de gebruikelijke richting te oordelen naar de vorm van enkele bomen.
Daarna ging het gestaag met grote lussen omhoog, optornend tegen harde windvlagen. Als eerste orientatiepunt naar de hoogspanningslijn en daarna aan de winderige kant van de kam verder en verder omhoog. Je krijgt dan een mooi uitzicht op het skistation waar je vandaan komt.

Lavu di Ninu
Na de Bocca a Reta (1883m) gaat het geleidelijk naar beneden naar het eerste echte grote bergmeer, Lac de Nino (Lavu di Ninu). Eerst loop je door en boven een prachtig smal, groen plateau waar allerlei beekjes kronkelen, die het meer voeden. Daarna volgt het meer omringd door groene weide. Na het meer verbreedt de vallei zich en kronkelen er opnieuw enkele beken door het kortgegraasde gras. Een schitterende vallei, met paarden, muildieren en koeien. Een genot om er ontspannen te wandelen en op je gemak om je heen te kijken.

Er komen hier verschillende wandelpaden samen en aan alle zijden van het meer waren veel dagwandelaars actief of lagen lekker in de zon bij een temperatuur van 21 graden. Wij genoten van een picknick uit blik. Dit keer salade nicoise en als toetje plakken gedroogde worst. Lekker.
Bergerie de Vaccaghja; boerenbedrijf op traditionele wijze

de kaasmakerij op de achtergrond

Een luxe overdekt terras
Als we de vallei verlaten en ook het vreemde bos met de surrealistische bomen gepasseerd zijn, bereiken we Bergerie de Vaccaghja. In een paar oude gebouwtjes wordt nog geleefd op de oude wijze zonder al te veel comfort. Op onze vraag naar de locatie van het toilet maakte de boerin een wijde armbeweging richting de vallei. Maar met het nieuwe, overdekte terras en een stellage met allerlei bussen en kuipen om kaas te maken, en daar omheen een aantal huurtentjes maakte het een gezellige indruk. Vriendelijke mensen, die met moderne GR20-prijzen een boterham verdienen met de verkoop van drank en kaas.
In de verte refuge Manganu

refuge Manganu
Terugkijkend hadden we misschien bij de bergerie moeten blijven. Maar we gingen door omdat we ons door de gids lieten leiden. Wellicht achteraf niet overal nodig of handig. Dus door naar refuge Manganu aan het einde van de nieuwe weide-vallei. Bij aankomst rond 3 uur vinden wij daar nog vrij snel twee plekken voor onze tenten. Om 6 uur staat het stampvol met trekkerstentjes, inbegrepen een koe die al uren van geen wijken weet. De laatkomers vinden geen plaats meer en verdwijnen in de vele huurtentjes.
Ik hang mijn zak met eten in een struik omdat ik op een weblog heb gelezen dat er hier vossen zitten die je spullen stelen. Op het afgesproken tijdstip gaan we naar de refuge voor het diner waar we ons voor hebben opgegeven. Het zou een pastamaaltijd worden wisten we al. Voor €13 in plaats van de gebruikelijke €20. Dat paste goed omdat we iets meer op onze uitgaven moeten letten om binnen het budget te blijven. Het hele budget moet je namelijk in contanten meenemen vanaf dag 0. Onderweg geld tanken is er niet bij, omdat er simpelweg nergens geldautomaten zijn. Dus je moet wel opletten dat je wat overhoudt voor de rest van de wandeling.

Aangekomen in het eetzaaltje van de refuge waren daar verschillende mensen zelf aan het eten koken. Niets wees op een tafel die gedekt zou worden zoals bij eerdere refuges. Dan maar weer naar buiten naar de plank die de keuken afsluit. Ik hoefde mijn vraag niet meer te stellen. De penne al la carbonara werd daar op plastic borden uitgereikt. Waar je het opat mocht je blijkbaar zelf weten. Alle service naar zijn geld. Aan de picknicktafel op het terras smaakte het overigens prima. Temeer omdat we nog €5 in een fles wijn investeerden.


Terras van Manangu

Reeds tijdens de maaltijd koelde het af. We lagen al tegen achten in onze slaapzak. Ik heb lichte hoofdpijn. Waarschijnlijk heb ik vanochtend te lang in een dun T-shirt in de koude wind gelopen. Hopelijk is het morgen over. Je moet hier natuurlijk niet ziek worden. In dat verband zien wij elke dag meer verband. Maar dan vooral in de vorm van sporttape en pleisters. Naast Frank ligt een meisje, in haar eigen tent, dat vanmiddag hinkend binnenkwam met aardig wat tape op haar enkel en kuit. Ze is weliswaar met vrienden, maar hoe zij hier morgen weg moet komen? Het lijkt mij niet dat je hiervoor een heli gaat aanvragen. Misschien regelen ze een paard of een muildier. Of wordt het gewoon erg afzien. Ik vrees het laatste. Laat ik eerst maar eens een sudoku gaan maken.

wie was nier nou eerder? Jij of ik?



Refuge Manganu - Refuge Petra Piana

Donderdag 22 augustus, wandeldag 8
Refuge Manganu - Refuge Petra Piana
(8 uur incl rusten, 830m klimmen, 589m dalen, ± 10 km)



File lopen
Nog voor dat wij om 07.40 vertrekken hebben al vele lopers de camping verlaten. Desondanks zijn wij in eerste instantie nog omringd door collega-wandelaars. Binnen korte tijd weten we ze van ons af te schudden door ze te laten passeren. We zijn nog fit en op het tussenstuk langs enkele kleine weitjes schiet het goed op. Voor ons uit, op de stevige beklimming naar de Breche de Capitello (2225m), tekent zich tegen de opkomende zon een slinger af van steeds kleiner wordende zwoegers. Het laatste deel naar de nauwe opening op de berggraat gaat weer over flinke rotspartijen.
Breche de Capitello, een nauwe doorgang over de bergkam
Eenmaal boven opent zich een schitterend panorama met beneden in de diepte het zicht op twee mooie meren, Lac de Capitello en Lac de Melo. Aan de rechterhand het blik op het vervolgpad dat zich wringt langs een scherpe rotskam en daarbij verschillende doorgangen passeert. Dat wordt weer werken en zo te zien ook je handen gebruiken. Bij de breche (de nauwe doorgang) is weinig ruimte door de wandelconcurrenten die ons voor waren. Een korte rust dus.

Met uitzicht op Lac de Melo houden we vlakbij de Bocca a Soglia een wat langere tweede rust, waarbij we ook weer bellen met thuis. Daar is inmiddels gebleken, dat als ik er niet ben je een heleboel huishoudelijke klussen zelf moet doen. Na aanvankelijk wat ontwijkingsgedrag draagt ook Maxime naar tevredenheid bij. Goed om te horen. Er wordt verder nog niet echt naar mijn terugkeer uitgekeken. En dat is maar goed ook want we zijn pas negen dagen weg.

Na Bocca a Soglia (2052m) volgt een lastiger stuk op de noord flank van de bergkam Punta Muzzella. Ondanks beperkt hoogteverschil vragen de passages over grote rotsblokken de nodige tijd. Het wordt tenslotte afgesloten met een steiler stuk omhoog naar de Col de Rinoso (2170m) en Bocca Muzella (2210m).

Onderweg is er een kort schisma met een gescheiden rust. Allebei een eigen grasveldje tussen de rotsen, waar hier en daar nog sneeuwijs ligt.
Ergens onderweg naar Bocca Muzella breekt Frank een wandelstok. Vanaf dat moment gaat hij dus 'gehandicapt' verder. Niet echt een lastige handicap. Op sommige stukken gaat hij zelfs sneller. Maar bij het afdalen betekent het wel een grotere belasting voor zijn onwillige knie. Zeker op de afdaling naar Refuge Petra Piana met vervelende losse keien.

Vriendelijkheid
Met uitzondering van de eerste refuge, Ortu di u Piobbu, waren de gardiens tot nu toe niet opgevallen door grote betrokkenheid. Bij Petra Piana was dat heel anders. In het stenen huisje, dat diende als receptie, winkeltje en een soort keukentje, heerste echte gezelligheid. De baas speelde op zijn gitaar en zijn twee gezellinnen hielpen ons vriendelijk met al de aankopen. Complimenten. De blikken drank mochten we zelf uit de koelkast pakken.

voorbereiding voor de avondmaaltijd van de refugegasten die hebben 'ingetekend'

Het winkelrek in dezelfde ruimte
Bij het tweede bezoek mochten we uitgebreid foto's maken en gingen we weg met een groot stuk kaas en een kasserolgerecht uit een blik en blikjes paté de campagne. Het eerste voor onderweg en het tweede voor de avondmaaltijd.


Voor de verdere beeldvorming nog een rondleiding in deze kleine wereld. Het slaapvertrek is een klein gebouw dat spoedig vol zit en verschillende wandelaars zonder eigen tent noopt tot de huur van een klein tentje.


Verder dit keer wat inzicht in het sanitair; achtereenvolgens een beeld van het toilet/douchegebouwtje, de wasbak en het enige drinkwaterpunt.


de enige bron


onze keuken, goede ventilatie
en bijna windvrij
Na het eten ben ik weer bezig met de aantekeningen voor het weblogverslag. Ik herinner me daarbij dat we vandaag ter hoogte van de Bocca a Soglia de eerste twee Nederlandse wandelaars zijn tegengekomen! Het waren echter een soort fantasie-wandelaars met een eigen invulling van de GR20. Ze liepen van zuid naar noord. Ze waren niet begonnen in Conca maar in Bavella, al 1 dagtraject voorbij het startpunt. 'Dat scheelt een hoop klimmen'. En verder dachten ze in vier dagen naar Calenzana te lopen, ons beginpunt zeven dagen geleden. We hebben ze niet tegengesproken en ze veel succes gewenst. Je moet een ander ook wat gunnen.






 Refuge Petra Piana - Refuge de L'Onda

Vrijdag 23 augustus, wandeldag 9
Refuge Petra Piana - Refuge de L'Onda
(6 uur incl rusten, 490m klimmen, 902m dalen, ± 12 km)


is dit een beek of een wandelpad?

Routine
Vandaag een dag die niet speciaal bleef hangen. Kilometers lang naar beneden langs de beek Le Manganello met een oversteek en ondiepe doorwading. Geen enkel probleem. Meer naar het dal ging het aangenaam door het bos met regelmatig prachtige poelen om bij te rusten of te baden.



Halverwege een rust bij de bergerie de Tolla waar je kunt eten en drinken. De eigenaar had nu wat minder tijd, want er werd druk aan de bergerie gewerkt. Tussen de klanten door was hij aan het timmeren en boren, terwijl twee andere bouwlieden bezig waren een muur op te zetten van natuursteen.
Kort voorbij de bergerie eindigt de afdaling bij het bruggetje over de beek, de passerelle de Tola. Daarna wordt het één lange klim door het bos. Eerst nog over brede paden maar allengs meer stijgend over smalle kronkelende sporen slingerend tussen de bomen.
kamperen bij refuge de L'Onda
Tenslotte doemt toch nog onverwacht de kampeerplek op die bij refuge de L'Onda hoort. Je ziet het pas zo laat omdat je gefocust bent op een hoger gelegen huis, waarbij je denkt 'nog verder omhoog?' De tenten staan binnen een paardenkoraal. Het is de omgekeerde wereld. De paarden en muilezels buiten en de kampeerders binnen de omheining. De lastdieren mogen het mooi zelf uitzoeken als ze niet meer hoeven te werken. Je moet ook niet het toegangshek open laten staan want dan staan ze snel binnen.

En wie ontmoeten wij binnen de omheining; Le professeur! Sinds dag twee waren we hem en zijn vrouw al niet meer tegengekomen. Wij dachten dat die twee al veel verder waren. Maar het blijkt dat ze onderweg ook enkele andere bergen tussendoor hebben beklommen. Hij stak als vanouds zijn duim omhoog. Ik neem aan omdat hij ook trots was op onze vorderingen.
Op de 'paardencamping' staan ook Paul en Rachel naast ons. We hebben vandaag nog niet met ze gesproken, maar dat zullen we de komende dagen goedmaken.

Tafelschikking en tafelgesprek
We hebben de avondmaaltijd weer een keer gebruikt in de refuge. De tafelschikking is voor sommige vrijgevochten hikers een intelligentietest. Bij elke stoel was op de tafel met viltstift een nummer ingegraveerd. Als je dan zomaar ergens gaat zitten, ontstaan er problemen tussen degene die de test met goed gevolg hebben afgelegd en de minder nauwkeurigen. Op het briefje van je bestelling staat toch een nummer. Snap dat dan en ga bij je nummer zitten. Oh, is dat nummer daarvoor.
De maaltijd was prima, pastasoep vooraf, een zware, zelfgemaakte groentelasagna als hoofdgerecht en zelfgemaakte kaas toe. Door de tafelschikking zaten we tegenover een sportief Oostenrijks echtpaar van rond de 45. Zij lerares Engels, hij werkzaam in de duurzame milieutechnologie en bosbouw. Beiden waren vroeger skileraar geweest en nog steeds getrainde alpinisten. Tijdens het gezellige gesprek kwamen we er achter dat ze in slechts vijf dagen naar hier waren gelopen. Wow. De man gaf zijn vrouw de schuld. 'Ja', zei ze als toelichting, 'als ik eenmaal begin dan wil ik verder en verder, het is een soort drug'.
Ze zouden morgen in Vizzavona hun wandeling beëindigen en richting Calenzana terugkeren waar hun auto stond. Met de twee jongere kinderen en oma zou de rest van de vakantie worden doorgebracht. Zij waren een week geleden zelf via Livorno met de veerboot naar het eiland gekomen. Oma en de kinderen mochten dit weekend soepel naar Corsica vliegen.
Dat bergbeklimmen voor Oostenrijkers iets is als schaatsen voor ons, bleek wel uit het verhaal over hun oudste dochter van een jaar of tien. Ze hield een logboekje bij welke bergtoppen ze had beklommen. Ze zat nu op rond de zeventig. Ze was altijd chagrijnig als haar ouders zonder haar een berg beklommen hadden, die zij nog niet had afgevinkt. Ze keek nu uit naar de mogelijkheden op Corsica.




Refuge de L'Onda - Vizzavona

Zaterdag 24 augustus, wandeldag 10
Refuge de L'Onda - Vizzavona
(7 uur,45min incl rusten, 711m klimmen, 1221m dalen, ± 12 km)


Het lopen in de bergen van Corsica is niet zonder gevaar


Rustverschil
omhoog tussen de struiken naar Punta Muratello
Direct vanaf de refuge de L'Onda (1430m) ging het via een korte aanloop flink omhoog naar de heuvelkam boven de refuge. Eenmaal op de kam volgenden we deze verder omhoog in zuidelijke richting naar de top op 2141 meter, de Punta Muratello, Daar namen we een tweede rust. Ons tempo lag duidelijk lager dan dat van Paul en Rachel, maar was niet veel trager dan dat van het Oostenrijkse echtpaar, dat we gisterenavond leerden kennen. Het verschil zat in de rusten. Zij rustten niet en gingen in het zelfde tempo door. Voordat we de top bereikten waren ze daardoor uit het zicht.

Zwempoelen niet voor ons
De afdaling van de Punta Muratellu wordt niet meer onderbroken en gaat in één doorgaande beweging naar beneden door de vallei van de l'Agnone. Wederom zo'n aanlokkelijke beek.
Aanvankelijk ging het over een opeenvolging van barres rocheuses, de schuine rotsplateaus die we steeds makkelijker weten te passeren.
Halverwege de vallei steekt het pad via bruggetjes, passerelles, enkele keren over de beek. Bij de passerelle de Turtettu hebben we een tijdje gekeken naar een aantal jonge Italiaanse wandelaars die zich vermaakten met springen in poelen vanaf een meter of tien hoog. Een heerlijke bezigheid bij een aangename temperatuur van 24 graden.

Weer een uur verder en lager bereikten we een aaneenschakeling van poelen en watervalletjes, de reeds gisteren tijdens het diner aangeprezen Cascades des Anglais. De Oostenrijker, Ohne Namen, had niet overdreven. Het is een schitterend gezicht en nodigt uit om eens languit in een van die poelen te gaan liggen. Helaas waren er enorm veel toeristen, die alle poelen al bezet hadden en waartussen wij als rugzakwandelaars volledig uit de toon zouden vallen. De naam dankt de cascade aan de Britse rijken en edelen die zich daar al aan het eind van de negentiende eeuw vermaakten. Die hadden een goede neus om met hun geld de uithoeken in de wereld te vinden waar het goed toeven was. In Vizzavona staat nog een ruïne van een monumentaal hotel uit die tijd.
Een meevaller voor ons was het terras aan de voet van de Cascade. Gisterenavond had Ohne Namen er al met enthousiasme over gesproken. Ik dacht dat hij mij een beetje gek zat te maken toen hij ook nog vertelde dat ze er een koffieautomaat hadden. De afgelopen tien dagen waren we, met uitzondering van het terras bij skistation Castel de Vergio, zoiets luxe niet tegengekomen. Tot mijn blijde verrassing was de vrolijke Oostenrijker dus toch serieus geweest, want ze hadden er echt een.

Cultuurschok
Het laatste stuk naar de kleine harde camping bij het station gaat een beetje eentonig door het bos. Het is een camping met een harde ondergrond omdat onder de dunne bosgrond het betonnen dak ligt van een oude ijsopslag uit de beginjaren van de spoorlijn. Het ijs werd tijdens de winter opgeslagen en kon dan via de nieuwe spoorlijn in de zomer naar de kust worden afgevoerd. Je slaat je haringen er in ieder geval op krom als je ze recht naar beneden slaat. Op de camping zien we Paul en Rachel, de Française die nooit iets zegt en alleen maar leest, en ook weer le professeur. Deze nacht voor het laatst want hij en zijn vrouw beëindigen hier hun vakantie.


Vizzavona is duidelijk een draai- of breekpunt in de GR20. Er sprongen vanuit alle hoeken en gaten hikers en gewone toeristen het perron op toen de trein een uur na onze aankomst bij het station verscheen.
Ook wandelaars die wij de laatste dagen nog tegengekomen waren. Sommige hadden wij vandaag nog tijdens de afdaling gezien. Een tweetal was zelfs pas een kwartier geleden gearriveerd en stapte zo kort na aankomst in een luxe trein vol toeristen. Een vermoedelijke cultuurschok na dagen in de natuur met een koude douche als hoogste vorm van geriefelijkheid. Een abrupt einde van een cadans van inspanning. Ineens van genieten van het landschap naar de hogere alertheid van het reizen. Dat is wat anders dan het dagelijkse wandelritme, met de start weliswaar tussen vijf en zes uur 's morgens, maar verder met de stressloze focus op het volgen van markeringen tot een volgende refuge.

Site seeing
Op de camping praten we voor het eerst met Paul en Rachel. Twee zeer ervaren mountaineers, die in veel landen, in het bijzonder in Azië, ervaring hebben opgedaan. Paul heeft zelfs meegedaan aan expedities in de Himalaya. Hij wordt gesponsord door een outdoormerk. Aardige mensen. Ze blijven op de camping wanneer wij Vizzavona gaan verkennen.

In Vizzavona draait alles om het station. Daar zijn in de vroegere bijgebouwen nu een restaurant en een etenswinkeltje gevestigd. Tegenover het station ligt nog een restaurant met terras. Ook vlakbij het station ligt de refuge. Als ik mijn best doe tel ik verder rondom het station tot aan de grens van de bebouwde kom wel twintig huizen. Het is er nog redelijk druk ook. Een soort multiculturele mengeling van enkele toeristen, een handjevol wandelaars en wat lokale bewoners. Waar de toeristen vandaan komen is niet echt duidelijk. Het gros van de toeristen die wij vanmiddag bij de Cascade des Anglais zagen is allang weer gevlucht met de auto of de trein.

Wij starten bij het stationsrestaurant. Daar sluiten we de middag af met het Oostenrijkse echtpaar, dat ons informeert over hun afdaling van vandaag en hun bezoeken aan Nederland. Onder het genot van een bier vernemen we met bewondering dat ze vandaag helemaal niet hebben gerust en al rond het middaguur in Vizzavona bij hun hotel aanklopten. Ja, het moet wel een soort drug zijn, denk ik nog. Na onze dank voor de gezelligheid en het afscheid verplaatsen we naar het restaurant met het terras.

Binnen treffen we daar de Duitse American football player en de lachende Brit. Ze zijn in opperbeste alcoholstemming, want ze stoppen met wandelen en gaan morgen ergens naar een strand. En dat moet gevierd worden. Vooral doorgaan, zonder ons.

Na dit tafereel leek het ons leuker om buiten te eten. De bediening heeft het echter erg druk met zichzelf en de overige gasten. Ze zijn slechts met hun tweeën. Ik zou er ook stress van krijgen. Een kwartier later verplaatsen we onverrichter zaken weer terug naar de andere kant van het vermaakcentrum, het stationsrestaurant.
Le professeur
Daar zit nu ook le professeur, die, hoe kan het ook anders, in druk gesprek is met mede-lopers. Wij hebben dit keer geen verdere gasten aan tafel. Terwijl de avond invalt stromen er Corsicaanse families binnen. Ze komen voor een Corsicaanse zanger, die met veel passie en dramatiek oude liederen ten gehore brengt. Het is mooi en het klinkt ook een beetje rebels. Wij genieten van de maaltijd en gaan om tien uur rebels laat naar bed.



Vizzavona - Capannelle - de Prati

Zondag 25 augustus, wandeldag 11
Vizzavona - Refuge d'E Capannelle
(6 uur, 15 min incl rusten, 890m klimmen, 224m dalen, ± 14 km)

Afhakers en doorbijters
De Italiaanse groep poelspringers van gisteren gaat niet meer verder. Van de Duitse football player en de Brit hebben we gisterenavond al afscheid genomen. Het Duitse meisje met haar kleppetvriend, die we vanaf dag twee hebben ontmoet, staan niet meer met ons op. Le professeur gaat naar huis. Paul en Rachel liggen nog te slapen. Wellicht zijn dat de enigen die we nog terug zullen zien. Het wordt stil.
tweede doorgaande asfaltweg na de start 11 dagen geleden
Maar wij willen door. Wij willen de hele GR20. We geven le professeur een hand als we de camping verlaten.
We bezoeken nog even het winkeltje en gaan daarna met nieuwe voorraden om acht uur op pad. Een pad waarop we niet meer ingehaald worden door vlugge wandelaars. Het blijft de rest van de dag rustig.


Ook het landschap lijkt veranderd. Lang stijgt het door beukenbossen over een goed begaanbaar pad. Pas boven de boomgrens wordt het weer een keienpad richting Bocca Palmente (1640m). Wat vandaag echt anders is, is de felle koude wind. Bij een graad of 14 voelt dat onaangenaam. Daarom rusten we pas na de col in de beperkte beschutting van enkele rotsen. Nieuwe, oudere Duitse gezichten passeren ons gehuld in de capuchon van hun windbreaker. 'This looks like the North Sea wind, so etwas do we have in Hamburg as well'. We lopen in twee lagen kleding met onze fleece aan verder tot we in een volgende vallei zijn. De bergeries zijn geen reden meer voor een pauze. Ze zijn allemaal gesloten of onbewoond.

gesloten bergeries met nieuwe gezichten aus Deutschland
Prima refuge
in het bos Sambuco tussen de wortels omhoog
Lang gaat het ook na de Bocca Palmente door bossen met indrukwekkende naaldbomen. Het venijn zit dit keer in de laatste anderhalve kilometer met een steile klim en een geitenpad naar de refuge.

De refuge maakt de faam waar. Hij ziet er echt modern en schoon uit. Met warme douches en normale toiletten, die echter  voorbehouden zijn voor de binnenslapers. Dus niet voor ons. Het is eigenlijk meer een combinatie tussen een skistation en een refuge. Vriendelijke mensen met vriendelijke prijzen, die duidelijk lager zijn dan in het noordelijk deel van de GR.



In een schone, aangename kantine maak ik mijn aantekeningen en drinken we nog wat. 's Avonds blijkt tijdens een goede maaltijd dat de verhalen over de kok ook kloppen. Paul en Rachel eten niet mee, maar bereiden hun eigen maaltijd. Ze moeten hun budget bewaken. Na afloop spreken we bij de koffie over de gevolgen van de crises. Een thema dat tijdens een wandeling niet zo veel wordt aangesneden, maar waarmee je internationaal, behalve bij de Duitsers, steevast een gelijkgevoelde zorg bespeurt. Paul noemt de gedaalde waarde van het pond. Dit soort wandelingen is voor hen duidelijk duurder geworden dan een jaar of tien geleden.


Maandag 26 augustus, wandeldag 12
Refuge d'E Capannelle - Refuge de Prati (7.45 - 15.45)
(8 uur, incl rusten, 890m klimmen, 590m dalen, ± 16 km)


Andere wandelaars
De wandeldagen rijgen zich aaneen. We vertrekken inmiddels niet meer zo vroeg als in het begin. Zo heet is het tenslotte niet ook weer niet, met 's morgens zon', 's middags bewolking en 19 tot 24 graden. En of we nu om drie uur of om vier uur aankomen maakt ook niet zoveel uit. Desondanks waren wij als een van de eersten op pad. Deze wandelaars zijn minder fanatiek en hectisch als in het noordelijk deel boven Vizzavona.

Het is echt een andere wandelpopulatie geworden na Vizzavona. Slechts drie zijn er nog over uit de beginperiode. Naast minder wandelaars zijn de meesten blijkbaar net begonnen. De nieuwe wandelaars zijn nog niet zo bruin en nog niet zo snel. We zijn voor het eerst niet ingehaald en hebben zelfs twee koppels gepasseerd. Als hoogtepunt in de bevestiging van onze toegenomen ervaring konden we onbedoeld een beginnend Duits stelletje de weg wijzen. Ze stonden bij een beekovergang als in een roestig horloge te staren. Hoe kom je daar nu overheen? Hun aarzeling beseften wij pas op het moment dat wij enkele meters verder in één doorgaande beweging over een aantal keien naar de overkant liepen en zij daarna braaf achter ons aan sloten. Ja, je bent er van of niet.

Lang bos, lang brood
Het was vandaag voor 80 procent een bergboswandeling. Wel makkelijk lopen maar ook een beetje eentonig. Of dat ook komt omdat we mentaal naar het einde toe aan het lopen zijn, weet ik niet.
vlakbij plateau du Ghjalgone
Een mooie onderbreking vormde het open stuk bij het plateau du Ghjalgone, waar je je goed voor kunt stellen dat daar vroeger geboerd is. De verdwaalde koeien die je er links en rechts tegen komt getuigen daar nog van, maar waar die bij horen hebben we niet kunnen ontdekken.





Hup, weer het bos in op weg naar de Col de Verde. Een Fransman vertelde ons gisteren dat daar een hotel is. We hebben er enkele keren heen en weer gelopen maar geen hotel gevonden. Geen probleem want er is wel een keurig eettentje met een terras. Je kunt er zelfs kamperen als je zou willen.

broodje Col de Verde
Wij wilden elk een sandwich. En met ons Nederlandse beeld van een broodje kaas, dachten we deze nog te moeten aanvullen met een vleesschotel. De eigenaar keek verbaasd en zei dat de sandwiches wel groot waren. Goed dat we even hebben gewacht. Met de belegde halve broden die even later verschenen konden we de rest van de dag vooruit.
Vanaf de Col de Verde ging het flink omhoog. Wat er in het brood heeft gezeten weet ik niet, maar aan de voet van de finale klim naar de Bocca d'Oru keek ik omhoog en riep ik stoer 'half uurtje dan zijn we boven'. Frank keek me ongelovig en hoofdschuddend aan. Het gevolg was dat hij in een half uur boven was en bij mij voornamelijk mijn hartslag omhoog ging en de rest achterbleef. Eindelijk boven zagen we voor het eerst vaag de oostkust van Corsica. Een vlakke kuststrook met enkele binnenmeren. Het eerste overtuigende beeld dat we in de laatste fase van de wandeling komen.

eerste blik op refuge de Prati
Ontluikende kou
Nog een kort stukje en dan staan we bij refuge de Prati. De refuge straalt geen echte gezelligheid uit. Als je iets wilt kopen sta je door een luikje te praten. Misschien kwam het ook omdat het buiten koud was en je voor het enige toilet honderd meter moest lopen en daarna weer honderd meter een andere kant op voor het enige waterpunt en twee douches. De douches zijn erg koud en hebben geen douchekop maar een slang. Daar is natuurlijk over nagedacht, want het is zo koud dat je lichaamsdeel voor lichaamsdeel afspoelt.
kil bij Refuge de Prati
Met alle truien weer aan hebben we dit keer onze eigen ravioli uit blik in de refuge opgewarmd. Normaal mogen kampeerders geen gebruik maken van de binnenfaciliteiten, maar als je jezelf breed maakt zien ze niet wat je aan het doen bent. Trouwens we waren regelmatig al klant bij het luikje. Om de beurt bestelden we verscheidene plastic bekertjes wijn voor bij de ravioli en daarna weer enkele grote tabletten Milka chocola voor het dessert. Dan hoor je er toch wel een beetje bij.

De avond hebben we gezellig met Paul en Rachel afgesloten. Uit de wind achter een paar lage struiken, koffie drinken met koffie van ons, aangevuld met chocoladerepen van hun. Rachel is kunstenares. Op een abstracte wijze schildert ze composities over gevoelens en impressies. http://www.lightmove.co.uk/. Om bij te dragen aan de huishoudpot geeft ze ook les op een school. Als Paul niet aan het klimmen is, of op expeditie, houdt hij zich bezig met het snoeien van bomen die de Britse bovengrondse elektriciteitsdraden dreigen te beschadigen. Rachel is van nog meer markten thuis. Sinds jaren verbouwt ze hun huis uit 1722 in het centrum van Gunnerside in het Yorkshire Swaledale. Werk genoeg dus. Om de gedachten te verzetten, maken ze daarom deze wandeling. Wij gaan ook onze gedachten verzetten, maar dan in onze tent. Tot morgen.


kil bij refuge de Prati



Refuge de Prati - Refuge d'Usciolu

Dinsdag 27 augustus, wandeldag 13
Refuge de Prati - Refuge d'Usciolu (08.00 - 14.45)
(6 uur, 45 min incl rusten, 697m klimmen, 747m dalen, ± 13,5 km)


Zonsopgang boven de wolken bij refuge de Prati

Regenjack on the run
'Heb jij vannacht nog gehoord dat ik er uit ben geweest?' Ik heb niks gehoord, ik slaap 's nachts. Frank wel. Frank is weer spannend bezig geweest. Net als bij de refuge de L'Onda, toen hij achter paarden aanzat, is hij ook nu weer actief geweest. 'Ik hoorde krr, krr, krr of iets dat leek op een knaaggeluid. Het was bij een plastic zak in het voorcompartiment van mijn tent'. Daar ligt bij Frank alles keurig naar rechts uitgericht. 'Ik dacht dat het een muis was of een egel. Maar toen ik ging kijken keek ik in de lichtgevende ogen van een vos, man'. 'En wat heb je gedaan?' 'Schrikken natuurlijk en meteen wegjagen'.
Deze vos was daar blijkbaar maar tijdelijk van onder de indruk geweest. Even later was er weer geluid. Dit keer zeer kort, want de vos ging er met Frank zijn dure regenjack van door. En dan heb je aan Frank een verkeerde. Want dat regenjack heeft hij deze wandeling echt nodig, en het is een hele dure, en niet onbelangrijk; zijn spullen lagen nu niet meer netjes. 'En toen?'. 'Ik ben er keihard achteraangerend. En toen liet ie die plastic zak met mijn regenjack gelukkig vallen. Klote beest'.

Zo geeft ieder zijn eigen invulling aan de nacht. Is het geen nachtsudoku dan is het wel een fox hunt. Maar het zou wel balen zijn geweest als dat regenjack verdwenen of kapotgebeten zou zijn. Dus voor toekomstige wandelaars; de waarschuwing voor vossen is nu ook uitgebreid naar refuge de Prati.

Dit hoor ik allemaal om half zeven terwijl we naar een prachtige zonsopgang kijken. Boven het dal waar we gisterenavond nog de lichten van de dorpen zagen en de glinstering van de Middellandse Zee, hangt nu een dikke wolkenlaag, die tot vlakbij onze hoogte reikt. Uit het niets duiken verschillende fotografen op die dit vanuit allerlei standen willen fotograferen. Wij klikken ook wat mee met onze mini-apparaten. Daarna beginnen we aan onze laatste meuslipap. Voor de lunch en de rest van de dagen moeten we nog wat verzinnen. Bij de volgende refuge moet ik ook wassen, want mijn kleren beginnen te stinken. Misschien had ik daarom geen last van die vos.


Toen net lagen we daar nog. Terugblik op refuge de Prati.

Als we rond acht uur vertrekken zijn Paul en Rachel nog bezig. Het gaat eerst kort over een weide en daarna toont de GR20 weer haar werkelijke gezicht. Na twee bosetappes gaat het vandaag weer over rotsen waar regelmatig geklauterd mag worden. Het gaat nu een stuk sneller, omdat we beter de randjes en rotsblokken gebruiken. Maar blijkbaar zijn we dan nog niet zo vlug, want Paul en Rachel staan na een uur alweer naast ons en zijn niet zo lang daarna weer uit het zicht. Ieder zijn eigen tempo maar weer.
op weg naar de Bocca de Laparo

Er volgde een klim naar de Punta di a Cappella (2041m) waarna we lang over een bergkam afdaalden tot op een col, de Bocca de Laparo (1525m). Daar staat een zendmast. En inderdaad konden wij daar ook weer een keer Nederland bereiken. Alles gaat thuis goed, maar onze afwezigheid wordt gevoeld. Op zich is dat maar goed ook. Maar de gevoelens van gemis komen nu ook van onze kant. Dat wordt nog versterkt doordat we nu mentaal in de fase zijn beland van het uitlopen van de tocht. Lopen in een mooi landschap, dat natuurlijk wel, maar zonder speciale onvergetelijke hoogtepunten of attracties. Hoge punten zijn er in fysieke zin nog voldoende. Aan de hoogtelijnen op de kaart te zien de komende kilometers weer met de nodige inspanning. Daarom nemen we eerst de tijd voor een lunch met de halve kilo Corsicaans brood die we op de valreep bij de Prati hebben gekocht, tezamen met fromage brebis et paté de fois. Het gewicht verplaatst zich daarmee van je rug naar je maag.

Ik kwam mij op die hoogtelijnen kort daarna goed tegen. Ik keek naar boven en dacht even in één keer twee cols te nemen, de Punta Mozza (1800m) en de Punta Bianca (1954m). Frank had al een rust voorgesteld. 'Nee, laten we maar doorlopen'. Als die Frans zo nodig door wil dan zal hij het weten ook, moet hij gedacht hebben. Hij zat al tien minuten boven, toen ik eindelijk arriveerde. Er moet iets in dat Corsicaanse brood zitten denk ik. Gisteren had ik ook al last van die overmoed.

eerste blikken op refuge d'Usciolu

Tegen drieën daalden we af naar de refuge d'Usciolu. Deze refuge onderscheidt zich niet van de andere spartaanse refuges. Er is de laatste dagen wel een trend dat je steeds verder moet lopen en klimmen naar het toilet en de douche.

Voor de tenten is het hier behelpen op rotsige plekken. We denken dat we een mooie plek hebben gevonden tussen de rotsen, op gelijke hoogte van de refuge. We kunnen de haringen natuurlijk niet in de grond slaan. Dan maken we de scheerlijnen wel rond grote keien vast. Dat werkte al eerder goed. We hebben ook geen zin om twintig meter lager de tent op te zetten. Al dat heen en weer gesjouw. Bijvoorbeeld naar het winkeltje. Een soort container, op de grond en tegen de wanden volgepropt met heerlijk eten en drinken en er tussenin bewegend de verkoper/refugebeheerder. Nee, wij hebben mooi een eigen plekkie, daar tussen die rotsen.
bagagevervoer te paard passeert de bijbehorende wandelaars

Er staan veel blauwe huurtentjes rondom deze refuge. Die zijn ook nodig als even later een hele karavaan wandelaars binnenkomt die voorafgegaan wordt door het bagagevervoer te paard.
Deze wandelaars hebben bij gebrek aan gewicht enorme camera's bij zich en gaan na aankomst geestdriftig alle uitzichten fotograferen. Ze zijn echt enthousiast zoals mensen kunnen zijn die nog maar net in de bergen rondlopen. Ze moeten zo te zien nog wel even wennen aan het aantal toiletten en douches, van elk 1. Regelmatig staat er een rij.

Wij gaan dit keer voor een van onze laatste poedermaaltijden. Dat ruimt mooi op. We kletsen 's avonds nog wat met Rachel en Paul. Dit keer vormen de cultuurverschillen tussen de diverse West-Europese landen een dankbaar onderwerp. Daarna nemen we afscheid van ze, want zij lopen morgen via een oude route in één run naar refuge d'Asinau. Wij hebben daar via de nieuwe route twee dagen voor gepland en blijven bij ons plan. Na mijn overmoed van vandaag en gisteren lijkt dat ook een correcte beslissing.





Refuge d'Usciolu - Refuge Matalza

Woensdag 28 augustus, wandeldag 14
Refuge d'Usciolu - d'A Matalza (08.00 - 13.30)
(5,5 uur, incl rusten, 380m klimmen, 640m dalen, ± 12 km)

'Ooit met je dunne Odlo ondergoed en een lamp op je voorhoofd in een koude nachtwind bezig geweest?' 'Nee? Nou, ik nu wel.'
Wij dachten gisterenmiddag een goed plekje gevonden te hebben tussen de rotsen. Lekker windvrij dachten we nog. Dat viel even goed tegen.
Vannacht rond twee uur waaide het vanuit het niets ineens met harde vlagen. De zijkant van mijn tentje kwam steeds dichterbij en de voorkant begon voortdurend te klapperen. Je wordt wakker en blijft het eerst nog een tijdje vanuit je warme slaapzak aanzien en aanhoren. Misschien gaat het vanzelf over. Totdat het zo erg wordt dat het tot je slaperige hoofd doordringt dat dit ten koste gaat van je tent. Een risico dat je niet kunt lopen. Een korte inspectie leerde dat een scheerlijn van een rotsblok was losgeschoten.

dagfoto van mijn tent, lijkt net nacht met fotobewerking
Dan maar balend naar buiten in je onderbroek bij 10 graden in een harde wind. Eerst de scheerlijnen goed bevestigen en daarna in het donker op zoek naar nog meer zware rotsblokken om daarmee de resterende lijnen te zekeren en de zijkanten enigszins af te dichten. Je wordt overigens bij die temperatuur wel snel. Tien minuten later lag ik wederom in mijn slaapzak. Waarschijnlijk waren de weergoden tevreden over mijn doortastend optreden. Kort daarna ging de wind liggen. Overigens een hele geruststelling. De volgende ochtend bleek dat ook Frank actief was geweest. Maar die is daar inmiddels aan gewend. Paarden, vos, stormwind, het maakt niet uit, Frank vecht terug bij nacht en ontij. Helaas had hij de volgende ochtend wel lichte schade aan een tentstokbevestiging. Gelukkig niet desastreus.

blauwe huurtentjes rond refuge d'Usciolu
Tegen achten verlaten we Usciolu. Via een korte klim bereiken we de berggraat die we kilometers lang zullen volgen. Het is daar winderig en koud. Het meest lopen en klauteren we aan de iets warmere, luwe zuid-oost zijde en gelukkig slechts een paar maal aan de koude winderige westzijde, (10 graden). Voortdurend gaat het kort op en neer en wisselen we van bergzijde door gaten in de kam. Het lijken net een soort vensters waardoor je in de andere vallei kunt kijken. Een enkele keer lopen we in koude wolken en dan met opluchting even later weer aan de zonzijde om op te warmen.



even uit de wind en uit de wolken

Op de crête (berggraat) bestaat het tegemoetkomend wandelpubliek uit verschillende groepen wandelaars met lichte rugzakken die aangevoerd worden door een gids. Eenmaal van de crête af, dalen we verder heerlijk in een windvrij bos. Daar ontmoeten we nog ons tweede Nederlandse koppel tot nu toe. Dit maal een echtpaar van rond de vijftig. De vrouw vraagt mij of het eng is op de crête? 'Neuh' roep ik automatisch. Als ik er even later aan terugdenk weet ik het eigenlijk nog niet zo net. Maar ze ging lachend verder en dat is ook wat waard.
een nieuw weidegebeid Padulelli

overgang over de Partuso
Het bos gaat over in een mooi, licht golvend weidelandschap waar we ontspannen rusten bij de overgang over de beek Partuso. Stroomopwaarts gaat het verder langs de prachtige oevers van de beek Veraculoncu. Totdat we bij verschillende richtingsbordjes komen die alle hun best doen ons over te halen hun kant op te gaan. Blijkbaar is er een strijd gaande tussen Bergerie d'A Basseta en refuge d' A Matalza. De laatste probeert je te verleiden langs de mooie oevers van de beek te vervolgen en de bergerie rechts te laten liggen.
Wij willen de route volgens de markering volgen en duiken dus een minder belopen stuk tussen hoge varens in. Om op het goede pad te blijven moet je er voortdurend opletten en actief naar markeringen zoeken. Tenslotte bereiken we de bergerie. Het is er stil. De aanwezige andere gasten blijken de bediening te zijn.
Bergerie A Basseta

Het is aardig om er rond te lopen en de verschillende oude foto's te bekijken. Op een tweetal wordt misschien een tip opgelicht van de Corsicaanse cultuur. Pontificaal hangt de oude 'roi des bandits' Antoine Bellascoscia aan de muur, compleet met zijn bewapening. Rondom deze bandieten of struikrovers, want ze leefden in het dichte struikgewas in de bergen, hangt een waas van verering. Begrippen als eer en wraak speelden een belangrijke rol. Vaak schijnt strijd om vrouwen de aanleiding voor de wraak geweest te zijn. In hun verzet tegen de autoriteiten werden ze gesteund door de lokale boerenbevolking. Deze Antoine had het overigens niet van een vreemde. Zijn vader en zijn broer Jacques beoefenden dezelfde sport. Maar Antoine heeft het blijkbaar ongeveer veertig jaar vol gehouden. Denk even in, veertig jaar on the run, in deze harde bergen. Wij mogen nog drie dagen. Dat is beter te overzien.

dieren rond Matalza
Voort gaat het weer voor het laatste stuk naar refuge d' A Matalza. Als we er om half twee aankomen treffen we een soort mensentuin. Een omheind veldje om de dieren buiten te houden. Helemaal niet onnodig want regelmatig worden visitatiepogingen gedaan door koeien en zwarte varkens.
Er is wel iets van comfort met een koude douche en een redelijk net toilet, terwijl je de gastoestellen in de feesttenten mag gebruiken voor het opwarmen van je maaltijd.
Er staat slechts 1 tentje. We zijn blijkbaar het contact met de wandelgemeenschap kwijt geraakt. Geen bekende gezichten meer. Die zijn vermoedelijk doorgelopen naar de bergerie d' I Croci of via de alternatieve oude route naar refuge d'Asinau.
Wel zitten er enkele dagjesmensen en lokale bekenden op het terras. Je kunt namelijk met de auto tot bij de refuge komen. Was er geen omheining geweest dan stonden de auto's waarschijnlijk tussen onze tenten in. Al dat lopen is voor die domme wandelaars.

Ze hebben bij Matalza weinig te koop en wat ze aanbieden is overdreven duur. Een pakje meuslirepen bijvoorbeeld voor 6,50. Bij Albert Hein krijg je ze voor minder dan 2. Maar die kennen ze hier niet. Toch schrijven we ons in voor de avondmaaltijd. De eigenaresse gaat direct beginnen aan de voorbereidingen en al gauw ruikt het verrukkelijk. We verheugen ons al om in de gezellige eetruimte straks aan te schuiven.
refuge d'A Matalza
Ook hier blijkt weer onze naïeve voorstelling van de Corsicaanse gastvrijheid. Tegen half zeven wordt er gedekt op de picknicktafels op het buitenterras en daarmee worden we onderdeel van een kinderfeestje. Tussen het gegil door eten we de lekkere maaltijd terwijl we steeds meer truien aandoen. We wisselen nog een enkele gedachte met een vreemd Duits echtpaar en overbruggen tenslotte de twintig meter naar onze tenten.

Alle signalen wijzen er op dat we het om 20.30 zelf mogen bekijken. Eerst vertrekken de laatste gasten. Daarna verlaat de kokkin het pand. Direct daarna sluit de achterblijvende bewaker alle metalen luiken en sluit zichzelf vervolgens in door als laatste de metalen deur achter zich dicht te trekken. Of de bewaking er is voor noodgevallen bij ons weet ik niet. Wellicht dient het meer voor de bescherming van de refuge tegen moderne bandieten. De kogelgaten in de deur zullen er niet spontaan in zijn gekomen. Misschien van de concullega's van Bergerie de Basseta? Net voordat hij zichzelf insloot bevrijdde hij de twee honden die de hele middag zonder verzorging aan een kort touw vastzaten. Zij mogen de mensentuin beveiligen. En inderdaad, al jankend houden ze van alles op een afstand. Welterusten, tot morgen.




Matalza - Asinau - Paliri

Donderdag 29 augustus, wandeldag 15
Refuge d'A Matalza - refuge d'Asinau (08.15 - 13.15)
(5 uur, incl rusten, 650m klimmen, 545m dalen, ± 11 km)


Een heerlijke etappe vandaag. Aanvankelijk door een schitterende, parkachtige vallei met bossages, weides, beken en dat alles met een lichte stijging. We lopen op het zogenaamde plateau Du Cuscionu.



 



Daarna gaat het verder over een Engelsachtig heuvellandschap via de Bergerie I Croci (1550m) naar de Bocca di Chiralba. Bij de bergerie konden we rond 09.15 koffie drinken voor € 3,50 per kom van ongeveer een halve liter. Van daar een geleidelijke klim tussen rotsblokken en struikgewas naar het hoogste punt de Bocca Stazzunara (2025m), waar je een prachtig uitzicht hebt in twee dalen. Het oude dal met in de verte de Middellandse Zee. Het nieuwe dal met de steile afdaling naar de refuge.

De afdaling verliep zonder veel problemen en vijf kwartier later wilden we ons melden bij de gardien. In eerste instantie moesten we eerst maar onze tent gaan opzetten. In tweede instantie had hij geen tijd, vanwege een reparatie aan de waterleiding. Of ik vijf minuten later terug wilde komen. Toen ik mij tien minuten later alsnog wilde aanmelden, raakte hij gepikeerd. Dat werd nog erger toen ik goed bedoeld 'doucement' antwoordde en hij vanonder een aanrecht 'vous, vous faites doucement' terugriep. Ik dacht te zeggen 'rustig aan, neem je tijd', maar blijkbaar betekende het in deze situatie 'doe een beetje rustig', waarvan hij niet gediend was. Hoe je elkaar kunt misverstaan. Alles is bij de derde poging weer goed gekomen.

presteren op niveau
Na de stilte van gisteren bij Maltalza, is het bij Asinau weer extreem druk. Alle plekken zijn bezet met tussenruimten van slechts enkele meters. Je moet je tussen de tenten door manoeuvreren naar de douches en de toiletten, die weer net als bij Carrozzu op een verhoging staan. We kletsen op het terras nog wat met een Australiër, die overal is geweest en deze wandeling even tussendoor doet. Voor het diner maken we de een na laatste poedermaaltijd op, dit keer slechts in 1 trui. Voor het ontbijt en de lunch van morgen moeten we nog wat verzinnen. Hopelijk biedt het dorpje Bavella uitkomst.

Vrijdag 30 augustus, wandeldag 16
Refuge d'Asinau - refuge d'I Paliri (08.00 - 16.15)
(8 uur 15 min, incl rusten, 429m klimmen, 910m dalen, ± 15 km)



een laatste blik op refuge d'Asinau
Het ontbijt werd opgelost met brood en plakken worst. Met deze energie ging het naar beneden de vallei in richting Bavella. Voor het bos werden we nog opgehouden door een viertal oude Britten van rond de zeventig, die in een gelijkmatig tempo langzaam doorstapten. Bij de bosingang mochten we passeren. We lieten een uur later de alternatieve route, de zogenaamde variante alpine, links liggen, ook al geeft de gids aan dat deze route een uur korter duurt naar de Col de Bavella. Er is in de afgelopen weken voldoende geklommen.
even slalommen

Urenlang slingert het zuid en oostwaarts door het bos op de flank van de vallei. Later gaat het bos over in dicht struikgewas. Bij dit maquis krijg je beeld bij het woord struikrover. Het is ook niet verwonderlijk dat het Franse verzet in de oorlog 'le maquis' werd genoemd, je ziet op het pad al geen hand voor ogen. Ok, iets overdreven, maximaal een paar meter.

Na een rust in de schaduw tussen koele rotsblokken vervolgen we weer omhoog over een rotsblokkenpad om tenslotte te eindigen bij de parkeerplaats van de Col de Bavella. Het is er druk. Hier loopt weer een doorgaande asfaltweg met veel verkeer. Het natuurschoon in deze omgeving schijnt erg mooi te zijn met onder andere poelen en watervalletjes.
Wij volgen de markering, bewijzen kort onze eerbied aan de heilige maagd Maria, maar zijn eigenlijk alleen maar gefixeerd op het woord restaurant. Dat lezen we vanaf de bosrand en vanaf de parkeerplaats. Het wordt meteen het lunchdoel. We zoeken ook niet verder en even later is het op het eerste terras direct raak.


Verbazing en een kort moment van ontnuchtering overvalt ons als de vier oude Britten daar al zitten. En ze zitten er blijkbaar al wat langer want ze zijn bezig aan hun tweede bier en de maaltijd vordert ook al. Maar met het comfort van echte stoelen, verminderde dat ons genot van een echt driegangendiner niet.



Na de lange rust ging het kort over de asfaltweg langs een barakkendorp en het eigenlijke gehucht Bavella. Een toeristische enclave met de bijhorende winkeltjes en horeca. Tijdens een spontane korte regenbui vulden wij mooi binnen onze etensvoorraden aan. Het vervolg door het bos en de stijging naar de Foce Finosa viel tegen. Dit keer werkte de copieuze maaltijd en het bier niet mee. Eenmaal voorbij deze doorgang naar de nieuwe vallei zitten we opeens weer in een bergachtige omgeving met kale, scherpe bergen om op uit te kijken. Ook zelf mogen we weer over een echt bergpad verder naar refuge d'I Paliri. Naar ons gevoel duurt het lang voordat we er zicht op krijgen. Er naar toe passeren we een bron, waar andere wandelaars hun waterzakken komen vullen. Dus dan is de refuge dichtbij. Het is echter nog zeker driehonderd meter verder. Er is ruimte genoeg. Veel rotsige bodem en veel vreemde gezichten. De tent wordt met rotsblokken vastgezet.
Het is voor ons de laatste refuge en de laatste kampeerplek op de GR20. Of het daar aan ligt weet ik niet, maar het is ook de meest inspannende. Voor de douche mag je tweehonderd meter teruglopen en dertig meter dalen. Daar sluit je bij een klein hutje aan in de rij wachtenden. Als je tenslotte aan de beurt bent knoei je wat onder een klein straaltje om je schoon te spoelen. Daarna weer omhoog om, als je je waterzak niet bent vergeten, deze weer honderd meter verder bij de bron van daarstraks te vullen.
Ach het deert niet. We hebben toch geen verdere afspraken vanavond. De laatste eigen maaltijd gaat op. We maken nog wat afsluitende foto's van een mooie zonsondergang. We kletsen nog wat met een drietal jonge Fransen die in het zuiden vanuit Conca zijn gestart en net hun eerste dag hebben afgesloten. Een van de meisjes heeft al een flinke blaar. Ze krijgt mijn enige plakker second skin die ik al jaren meesleep en gelukkig nog nooit nodig heb gehad. We gaan naar bed. Mijn NeoAir luchtmatras vertoont de laatste nachten een steeds grotere uitstulping, maar ook dat deert niet echt meer. Alles ademt de sfeer van de laatste nacht met morgen de laatste etappe. Op naar morgen. Op naar de laatste kilometers.




Refuge d'I Paliri - Conca

Zaterdag 31 augustus, wandeldag 17
Refuge d'I Paliri - Conca (07.30 - 13.00)
(5,5 uur, incl rusten, 160m klimmen, 963m dalen, ± 18 km)

in de omgeving van Paliri

Laatste verzet van de GR20

De laatste dag, die maar niet wilde dalen. Het zou volgens de gids 963 meter naar beneden gaan. Van 1055 naar 252 meter. Maar het duurde lang voordat het echt ging dalen. Het eerste stuk door het bos was heerlijk ontspannen lopen over een prima zacht, aarden pad. We gingen hard. Maar niet voor lang. De kaart met de stijgmeters werd dit keer al vroeg uitgespeeld. Afwisselend ging het over redelijk vlakke rotsplateaus met een beetje korrelachtige, zanderige tussenstukken. Best mooi en aangenaam op zo'n laatste dag. Het was ook onze warmste dag met een temperatuur van tegen de dertig graden. We zien de mensen die die ochtend vanuit Conca zijn gestart met rode hoofden omhoog zwoegen. We hebben een beetje misplaatst medelijden.
Omdat we deze laatste dag weinig echt de kaart bestuderen, worden we regelmatig verrast door tussenklimmetjes. Zoals na de lunchrust bij een prachtige koele poel van de Ruisseau de Punta Pinzuta. Even leuk weer tientallen meters omhoog. Lang ging het in bochten verder op de flanken van het San Martinu Massief. En bij iedere bocht maar hopen dat je zicht op Conca krijgt. Stom, want we moesten nog een col over, de Bocca d'Usciolu. Ook daar zagen we nog niks want het is een en al bos. Nog een laatste keer flink naar beneden en dan bereiken we een asfaltweg met het richtingsbord naar Radicali.

Trompetters, fanfares, alles staat klaar
We proberen een tijdopname met ons beide op de foto. Het toestel van Frank werkt niet mee en het mijne heeft al enkele dagen geen geheugencapaciteit meer. Frank wordt daarom ook al etmalen lang niet meer gefotografeerd.
Het is ongetwijfeld een veel gefotografeerd bord. Je beleeft er een gevoel van 'hier gaat het echt beginnen' als je vanuit Conca start of zoals wij; 'hé, het is afgelopen, we lopen op asfalt, even een foto maken'. Simpel, maar het is zo'n moment waar je dagen naar toe werkt en ineens is het daar. Dat denk je, totdat je ziet dat de markering gewoon doorgaat en beseft dat dit het einde niet is.

Je mag gewoon nog minstens een kilometer doorlopen tot je bij een bar komt met op de zijkant van het huis het echte? eindbord. Of is het een spontane actie van de eigenaar van de bar om je met complimenten naar binnen te lokken. Bij ons is dat binnen seconden gelukt. Temeer omdat er een bord stond dat de mini-bus hier zou stoppen. Dat is echter pas over ruim twee uur. Het stomme is dat je na dagen lopen dan ineens niet verder meer kijkt en ter plekke gaat zitten wachten. Geen probleem want wij komen de tijd wel etend en drinkend door. Het is ondanks de felicitaties van de barkeeper een wat stil einde. Is hier dan helemaal niks om wat meer fleur te geven aan dit trompettermoment. Nee, niks.

Souvenir, ach stakker
We gingen nog even op zoek naar het bureau van het Parc Naturel Regional. Je hebt echter wandelaars, domme wandelaars en ambtenaren. Wij behoren tot de tweede categorie en ambtenaren werken niet op zaterdag.
Een souvenir scoren waarmee we konden pronken, dat is wat we nog wilden. Onderweg hadden we bij enkele refuges prachtige plastic stickers en vilten afbeeldingen van de Corsicaanse Morenkop gezien met het opschrift 'GR 20'. Even nog kijken bij de lokale refuge. Die had wel eigen mini-bussen, maar souvenirs, nee. Ik werd een beetje zielig aangekeken. Een soort plonseffect was het enige wat ik er aan overhield. Dan maar weer terug naar Frank op het terras en alle bevindingen rapporteren. Hij maakt nog een tweede ronde maar ook een ander café vlak bij het bureau van het park heeft geen souvenirs. De GR20 lost hier gewoon op. It just fades away.

Zoals altijd aan het einde van een trektocht wordt het opschakelen naar het tempo van de gewone wereld. Afstanden waar we tot vandaag een uur over deden worden teruggebracht tot enkele minuten. Een uur later stonden we in Porto-Vecchio bij een camping die ons niet beviel. Opnieuw lopen met onze rugzak en weer een uur later stonden we bij de bushalte voor een vervolg naar Bonufacio. En tenslotte stonden we om halfzes in deze meest zuidelijke plaats van Corsica, klaar om ons te vergapen aan de oneerlijke luxe verdeling tussen ex-wandelaars, blasé recipiërende zeilbootbemanningen en als summum een plezierjacht ter grootte van een oorlogsschip.


Even omschakelen naar een wereld waar we niet echt thuis zijn. Maar het gaat verrassend snel, dat wennen aan het verhoogde luxeniveau van warme douches, gewone toiletten en overal verleidelijke terrassen. Even afkicken. Tijd om terug te kijken en aantekeningen te maken voor een afsluitend bericht.



GR 20: Review in herinneringswaas


Hoe was het?
Dat is de vraag die je kort na terugkeer vaak krijgt. Afhankelijk van mijn beschikbare tijd varieerde het antwoord van 'wel zwaar en hier en daar steil' tot een beknopte weergave van de verhalen uit mijn verslag. Die verhalen ga ik hier niet herhalen, maar een korte terugblik om de wandeling echt af te sluiten is wel op zijn plaats.

'Conclusies en aanbevelingen' leek mij een wat saaie afsluiting van dit wandelverslag. 'Samenvatting' ook. Daarom maar 'Review'. Een veel gebruikte term om campings en hotels te beschrijven en te beoordelen. Vooral voor de dames wordt daarin vaak aandacht besteed aan het sanitair. Voor de GR20 heb ik het sanitair in woord en beeld verschillende keren uitgebeeld in de voorgaande berichten; samenvattend 'basic' of 'behelpen', kies maar.

Enkele observaties
Hieronder in sneltreinvaart nog enkele waarnemingen die ik eerder beschreef.
- Leeftijd van de wandelaars; meer jongeren dan op andere langeafstandwandelingen. Hoewel je er soms toch nog door zeventigjarigen wordt uitgelopen -:).
- Nationaliteit van de wandelaars tijdens onze wandeling; Uit de hele wereld, maar opvallend veel Duitsers en slechts vier Nederlanders. Verder ook wandelaars uit de nieuwere EU-landen zoals Polen en Kroatië. En natuurlijk veel Fransen en Italianen.
- Fysieke prestatie; een centraal thema bij deze wandeling. Een goede conditie is vereist. Zie mijn eerste bericht GR20 - Corsica, Keuzeproces, omschrijving, voorbereiding
- Overnachtingsplaatsen; Vrij kamperen is in het natuurpark verboden. Door de verplichte overnachting in/bij de refuges ontstaat er een kunstmatige drukte. Onderweg hebben we gezien dat je je niet volledig hoeft te laten leiden door de refuges. Je kunt ook een aangepaste etappe-indeling maken door bij bergeries te overnachten. Daar is vaak ook de mogelijkheid te kamperen en te eten.
- Refuges; Door de drukte is er niet altijd plaats in het slaapvertrek (dortoire). Overal zijn echter tentjes te huur. De refugebeheerders (gardiens) stralen niet altijd een grote betrokkenheid naar de lopers uit, maar de overige wandelaars maken dat goed. De prijzen voor eten en drinken zijn vanwege de transportkosten iets hoger dan elders. In 2013: een blik bier 6,50, cola 3,50. Diner 20 euro. Overnachting in eigen tent € 7, in de slaapzaal € 11. Per dag gemiddeld € 50. Alles in contanten meenemen omdat er onderweg geen aanvulmogelijkheden zijn.
- Vertrektijd; veel wandelaars staan al rond 5 uur op. Wil je een wat langere afstand overbruggen dan is dat een aantal keren onoverkomelijk. Wij deden wat rustiger aan. Bij de langere etappes in het begin stonden we rond 6 uur op en vertrokken tussen 7 en 7.30. Gaandeweg werd het later.
- Markering; die is zeer goed.
- Cultuur; als je bergen tot cultuur rekent zit je super goed. Verbindt je cultuur met mensen, dan is kennismaking met de Coriscaanse bevolking beperkt tot de gardiens en een toevallige voorbijganger. Een korte verlenging van de vakantie biedt dan uitkomst.
- Lopen n-z of z-n?; Starten in het zuiden geeft het voordeel van de apotheose van het uitdagendere noordelijke deel in de laatste dagen van je wandeling. Starten in het noorden geeft het voordeel dat je het zwaarste deel hebt gehad tegen de tijd dat je lichamelijk vermoeider wordt. Wat je ook kiest het heeft een voordeel.

Herinnering
Na het teleurstellende reslutaat in Conca liepen we nog een heleboel souvenirwinkels af en vroegen naar herinneringen aan de GR20. Eerst in Bonifaciu en de laatste twee dagen in Calvi. Meestal werden we vragend aangekeken. De GR-wat? Nooit van gehoord. Verbazend. En wij maar denken dat dit een van de hot-items van Corsica was. Bij een tweetal winkels hadden ze wel een zwaar herinneringsboek of een placemat. 'Nee, we zoeken een sticker'. 'Die hebben we niet, is een sleutelhanger dan wat?'

Frank heeft deze steen in de buurt van Bocca di Chiralba gevonden
met het doel er thuis een souvenir van te maken; een echte GR 20-steen!

au memoire
standbeeld in Bonifaciu
We stoppen ermee. We gaan deze prachtige tocht zelf wel invoegen in onze herinneringen en Frank maakt zijn eigen souvenir. Een prachtig avontuur is teneinde. De vele schitterende indrukken gaan we koesteren en met gepaste trots zullen we zo nu en dan laten vallen dat de Cirque de la Solitude wel een behoorlijke uitdaging is, maar terugkijkend toch wel te doen was. 'Ja,' zullen we er stiekem, stoer aan toevoegen, 'je bent nooit te oud om je grenzen te verleggen.'


In Bonifaciu zagen we dat een vroegere inwoner ook zijn grenzen bleef verleggen;

Tot slot een tweetal links naar websites over Corsica. De eerste maakt promotie over van alles op Corsica, inclusief de GR20. De redacteur-websitebeheerder zag in mijn verslag een aangenaam verhaal en maakte er een link naar.
De tweede is speciaal voor hikers.

5 opmerkingen:

  1. prachtig verhaal, ik heb niet alles gelezen want ik vertrek morgen voor hetzelfde avontuur, maar heb wel paar leuke tips gezien, met dank :) paul

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Leuk dat je van het verhalen genoten hebt. Hopelijk heb je wat aan de tips. Veel plezier en laat horen / lezen hoe het was.
      Groet Frans

      Verwijderen
  2. Beste Frans, dankjewel voor je prachtige verhalen. Ook al van de GR10 genoten en nu dan van de GR20. Genoten ook van je humor. Je kunt het mooi vertellen. Wijzelf zijn afgelopen jaar met de GR10 begonnen en vanwege de hitte vrij snel gestopt. Ook zijn wij duidelijk niet zo stoer als jij. Wij vinden sommige stukken doodeng. En temperaturen over de 40 graden is niet gezond. We gaan volgend jaar verder. Ons verhaal is te lezen op onzepassievoordebergen. Toen het verhaal stopte wisten we nog niet dat we verder wilden gaan, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus trainen wij weer volop verder in de sportschool en gaan het volgend jaar weer proberen. Ik ga verder al je andere wandelervaringen lezen. Bedankt! Annemiek.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Beste Anemiek,
    Ik weet niet of je deze mail ontvangen hebt, daarom zal ik het antwoord ook op mijn eigen blog plaatsen.
    Allereerst dank voor je complimenten. Het doet altijd goed om te horen dat mijn verhalen met plezier gelezen zijn.
    Ik heb jullie dagen op de GR10 gelezen. Ach hemel, dat zat niet mee. Wat een temperaturen! Die heb ik zelf pas meegemaakt in de buurt van de Middellandse Zee. Dan hebben jullie flink moeten werken. En de voortdurende aandacht voor voldoende water houdt je ook bezig. De aardigheid gaat er dan af en dat is toch het eerste waarom je het doet. Ik hoop dat de overbelasting ?? van je heup weer herstelt is en je weer rustig kunt trainen. Vwb het slapen op een matje ben ik na een aantal jaren van een dunne inflatable mat over gegaan op Neoair van Thermarest. Kost iets meer tijd (oppompen met een pompzak) maar je ligt veel beter en er zit een isolatieonderzijde onder. Verder is hij beduidend lichter.
    Ben benieuwd hoe het jullie volgend jaar vergaat. Hopelijk aangenaam wandelweer en een aantal kilometers, beter gezegd: in wandeltijd/uren, dat het leuk houdt en wel een succesgevoel geeft.
    Veel plezier,

    Groet Frans

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dank voor je reactie. Leuk! Wij slapen op een Exped UL9 dus best comfortabel. De overbelasting zit in mijn schouder, al jaren een probleem. Druk in de weer met de fysio nu en volop aan het trainen in de sportschool. Ik ga verder met het lezen van al je andere wandelavonturen. We zijn van plan heel vroeg in het jaar weg te gaan en het héééél rustig aan te doen. We werken niet meer en hebben dus alle tijd. Jij ook veel plezier met al je volgende avonturen! Groeten, Annemiek.

    BeantwoordenVerwijderen