Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Verslag GR 128 Vlaanderenroute 2014-2015-2016-2017

De Vlaanderenroute achterstevoren

6 juni 2014
Eijsden - Gravenvoeren - St-Martens-Voeren -Teuven - Epen


Kruizenweg
'Ik ga hier weg, het is de waarheid en ik ben nog in leven'
Het zal wel niet helemaal netjes zijn, maar als je moe wordt kom je tot dit soort oprispingen bij een van de vele overdenkingen. Want goede aanwijzingen krijg je onderweg regelmatig. Er is filosofisch en lang over nagedacht en er is vaak een bank bij gezet om er verder over te peinzen. Ik heb het over de kruizen, die we onderweg tegenkwamen op het oostelijk deel van ons nieuwe wandelproject, de Vlaanderenroute. Eerste try-out werd het grensgebied tussen Maastricht en Aken.

Aanleiding daartoe vormde een wandelverslag door Nanda Raaphorst vorig jaar in het outdoormagazine OP Pad over haar wandeling door de Voerstreek, net over de grens in het noordoosten van België. Daardoor kwam ik terecht op de Belgische website 'Grote Routepaden' 
(www.groteroutepaden.be/). 
Een nog onverkende wereld aan wandelroutes, 'dagstappers' en 'stationstappers' opende zich. Uren later had ik alles bekeken en was de keuze gevallen op de Vlaanderenroute.
Op de website las ik de volgende beschrijving;
De GR 128 - Vlaanderenroute - is een bewegwijzerd wandelpad dwars door Vlaanderen. Van Wissant (Pas-de Calais) naar Aken.  Het pad heeft een totale lengte van ongeveer 700 km en staat beschreven in drie topogidsen. 
De 'GR 128 - Oost' loopt van Aalst tot Aken over 293 km. Als je de beeldende uitleg leest ben je verkocht;
'We vertrekken in de karnavalstad Aalst en door een golvend landschap trekken we Vlaams-Brabant binnen. Ten zuiden van Mechelen zien we de Zenne en de Dijle. In Leuven is een lus gemaakt op de GR 128, om zo de hele stad te kunnen bewonderen. Voorbij Leuven vinden we de grote akkers en de vierkantshoeven van Haspengouw. Hoegaarden laat ons van iets anders dromen en in Tienen smaakt alles veel zoeter. In Op- en Neerheylissem zijn we al over de taalgrens, maar in Landen en Zoutleeuw zitten we weer volop in Vlaanderen. Sint-Truiden en Borgloon doen ons aan fruit denken. Wat verder stappen we Tongeren en Voeren binnen, om tenslotte in Maastricht een tijdje de Maas te volgen en uiteindelijk te landen in Aken.'  



Aan de bak in God's land
Wel even wat anders, dat Limburgse land. Liep ik in mijn laatste blogbericht nog blij in de gereformeerde omgeving van de Noord-Veluwe, nu liepen Frank en ik op de vrijdag en zaterdag voor Pinksteren onder toezicht van vele Christusbeelden op de grens van Nederland en België. Gelukkig werd het voor ons geen kruisweg, maar een kruizenweg. Het weer was schitterend, het landschap glooiend en het klimmende en dalende pad een prima aanlooptraining voor de Tour de Mont Blanc later dit jaar.

Lang was de reis naar Eijsden. Eerst met twee intercity treinen naar Maastricht en het laatste stukje met een Belgische stoptrein tot Eijsden. Half twaalf is het al als we eindelijk buiten staan. We besluiten direct aan de wandeling te beginnen, omdat er nog 23 warme kilometers wachten. Dit keer, voor het eerst dit jaar, met de grote rugzak. Alles gepakt om te kunnen overnachten. De keuze voor de overnachting is gevallen op een mini-camping vlakbij Epen.

Omdat de topogids is uitverkocht en de vereniging Grote Routepaden werkt aan een nieuwe uitgave, maken we gebruik van een routebeschrijving en een hele grove screenprint van de kaart.  Het is even wennen aan de denkstijl van de schrijvers, maar met behulp van de goede markering kunnen we al snel een horeca-stop houden in Mariadorp. Daarna maken we kennis met het landschap met zijn glooiingen, holle wegen en verscholen dorpen. 

Op de Ezelsweg (lees ik later thuis op Google satelliet) lopen we nog wat om, maar na een beetje analytisch zoeken vinden we toch grenspaal 29. 


Alleenstaande lindebomen worden wat later in de tekst gebruikt als bakens om ons naar Gravenvoeren te leiden. We blijven aan de noordzijde van het dorp en zien van het zogenaamde 'onderdorp' alleen de daken van de huizen. 

Ook al lopen we min of meer op de dorpsrand, toch maken we kennis met een aangename eigenschap van deze streek. Binnen een kilometer passeren we zeker vier mooie cafe's en restaurants. Aan het eind van het dorp kunnen we er niet meer tegen en zitten even later in de achtertuin van zo'n gelegenheid bij te komen met cola en tosti's. Jammer dat we nog verder mogen.


Een Mariaverering en een holle weg brengen ons terug op het pad. Volgens de beschrijving moeten we daarna bij een merkwaardig huis links af. Voor een Nederlander in België is dat een uitdagende puzzel, we zien alleen maar merkwaardige huizen. Maar het huis met de gevelsteen 'Meulenberg' voldoet aan alle kwalificaties. De Voer is het volgende doel in de tekst. Ik had me bij deze naamgever van de streek iets wilders voorgesteld. Met een beetje moeite plas je zo over deze beek heen. Nou oké, dertig jaar terug was me dat gelukt, for sure!

Vlakbij het gehucht Schophem verzinnen de routeuitzetters iets waarmee ze ons daarna tot morgenmiddag regelmatig laten hijgen en zweten. We werken ons door het mooie bos van de Schophemerheide omhoog, slaan eenmaal boven in oostelijke richting af en twee kilometer verder mogen we weer over een smal pad door hetzelfde bos afdalen. 'Dit flikken ze met me niet meer', zou je normaal denken. Maar nu vindt je het mooi. Ze laten je toch lekker genieten. Genieten door inspanning, vonkt het nog door mijn rode hoofd. Genieten van een panorama naar het Nederlandse Noorbeek. Genieten van het afdalen in een uitgesleten spoor, totdat je beneden weer op een asfaltweggetje eindigt en even later St-Martens-Voeren binnenloopt. 

In St Martens-Voeren bewonderen we vanaf een bank de geslaagde herstelwerkzaamheden aan de kerk en verbazen ons over de arbo-loze voegenreiniger. Geen mond- en neusbescherming, geen oogbescherming, geen beschermende handschoenen. Zijn wij Nederlanders nou van die beschermmutsen of worden Belgische bouwvakkers gewoon minder oud? Wat ik nou weer wel bewonderenswaardig vind, is dat deze mensen maar mooi op zaterdag doorwerken. Zouden het vrijwilligers zijn? Dan leveren ze goed vakwerk! Frank kijkt mij vragend aan en zegt 'het is vandaag vrijdag, gewoon een werkdag. De enige ongewonen, dat zijn wij'. Weer een illusie armer en een goed gevoel rijker kijk ik nog eens kritisch naar de werkers. Daarna lopen we luxe verder.
Het blijft afwisselen met weides en stukken door het bos. We lopen langs het gehucht Krindaal. Daar moeten we 'bij een vervallen huis rechts af'. Maar in werkelijkheid staat er inmiddels een knap gerestaureerd huis met Nederlandse auto's op het erf. Een beeld dat je hier wel meer ziet. 

De zon en de temperatuur stijgen en onze conversatie neemt af. In de beschrijving lezen we dat we op het punt staan de langste tunnel van de Montzenlijn te passeren. Wij zijn direct onder de indruk en leren het volgende;
De Montzenlijn is een spoorlijn die de haven van Antwerpen met Aken in Duitsland verbindt via Aarschot, Hasselt, de Voerstreek en Montzen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog behield Nederland zijn neutraliteit waardoor het treinverkeer tussen Duitsland en België via Nederland werd beperkt. Duitsland, dat België had bezet, bouwde een alternatieve verbinding ten zuiden van Limburg via de Voerstreek, die in februari 1917 werd geopend voor militair verkeer. 
Het is dat er een trein passeerde anders waren we zonder opzien straal over deze tunnel gelopen. Na de tunnel ging het weer omhoog en konden we boven eindelijk weer terugkijken op een rustgevend panorama, ditmaal over het gebied de Veurs. Vroeger kon je dit zien vanaf het bankje boven bij het Konenbos. Nu staat er een nieuwe vierkante bungalow die het gat afsluit. Een jammerlijk, mooi gekozen plek.

verscholen in een valleitje ligt Teuven-Dorp, de kerk komt nog net boven het maaiveld uit

de kerk van Teuven dichtbij
Langs bossen en tussen weides slingert het traject verder naar Teuven-Dorp. Terrassen vormen daar verleidelijke rustlocaties. Stug en stoer lopen we echter door. Zes uur is het al geweest en we willen naar de camping. Daarom komen we onszelf even later tegen bij de bestijging van het Bovenste Bos. Het duurt even voordat we boven zijn. We komen ook weer terug op Nederlandse bodem. Slingeren en dalen laat het pad ons nog een kwartier door het bos, voordat we de mooie vallei van de gemeente Epen betreden. Betoverend mooi liggen de boerderijen en gehuchten er bij in de late middagzon. 


We kunnen al verschillende campings zien liggen. Welke wordt de onze? Dat is eenvoudig; de eerste die we tegen komen. Na een flinke omtrekkende beweging is dat camping het Bovenste Bos. Bij nadere kennismaking blijkt dit zelfs de geplande mini-camping. Wel moeten we even ons verouderde idee van een mini-camping naar boven bijstellen. Het ziet er prima uit, met genoeg ruimte en super sanitair.  

De avond levert zoals vaak na dit soort tochten nog een extra 2 x 2 km op. Wel zonder bepakking, maar toch met tegenstribbelende voeten. Maar, allez hé, het heerlijke diner bij De Vier Jaargetijden in Epen compenseerde alles na de eerste 23 km rugzaklopen van dit jaar.


7 juni 2014
Epen - Vijlenerbos - Drielandenpunt - Aken


Het hoogste bos van Nederland

(dit is een vervolg op het voorgaande dagverslag)


Je moet er wat voor doen, maar je loopt dan wel even mooi door het hoogste bos van Nederland. Het staat uitbundig op de informatieborden in het Vijlenerbos. Al gauw een paar uur loop je door deze aaneengesloten bossen. Om je toch wat afwisseling te bieden laten ze je vanuit het zuiden bij Camerig naar boven klimmen, waarna je enige afstand op gelijke hoogte mag blijven, om vervolgens aan de noordelijke kant bij Holset af te dalen. En om tenslotte zeker te stellen dat je alles ziet, gaat het weer met een scherpe bocht naar het zuiden teneinde aan de Belgische kant van het bos de zonnestand te controleren. Aan beide kanten zie je dan wel mooie stille akkers, brave boerderijen en verzonken dorpen met karakteristieke vakwerkhuizen. Prachtige beelden.


ontbijt op de straatstenen
Frank wilde eigenlijk al tussen half acht en acht op pad zijn. Na het ontbijt op een geleende bank bij de receptie bleek half negen de definitieve keuze. 
Jezus in Terziet
Nog een laatste blik op het gehucht Terziet en even later stonden we de volmolen van Epen te bewonderen. Een energiek gebruik van het Gulpwater, ooit besteedt voor de vervaardiging van vilt. Snel door, anders leer je nog teveel.



Bij Camerig werd de bestijging van het Vijlenerbos serieus. Gadegeslagen door limbo-koeien kropen we door een nauwe gang omhoog. Daarna volgde een lang stuk door het bos. 
Net als je het een beetje zat wordt, loop je tegen de gisteren al waargenomen attractieve gewoonte. Zelfs midden in het bos zetten ze hier een café. Bij dit Hijgend Hert doen ze ook niet lullig over de openingstijden. Al gaan ze pas om elf uur open, de koffiemachine doet het ook om tien uur. 



Het is naast een café ook een soort kleutersafaripark. Geiten en hangbuikzwijnen gaan hun eigen gang en wij krijgen nog bezoek van een lokale haan, die zijn deel van de tolheffing voor zijn rekening komt nemen.

Na de rust volgt er een mooie passage naar de bosrand ter hoogte van het dorpje Holset, waar je ver Limburg in kunt kijken. 180 graden keren en doorsteken naar de Belgische kant is de volgende slag door het bos. Tenslotte is er de bosnadering naar Wolfhaag. Een dorp waar een vriendelijke Griekse god Pan je welkom heet. Of was het een smerig lachende duivel met bokkenpoten, die wist dat de weg door Wolfhaag langer en steiler is dan je denkt?  
Bosuitgang valkbij Holset
Nadering van Wolfhaag



Onderwijl krijg je al regelmatig zicht op de uitkijktoren van het Drielandenpunt. Vlak voorbij Wolfhaag ziet dit hoogste punt van Nederland er inderdaad nog hoog uit. Na een rust bij een kruisbeeld met meditatiebank starten we de klim.
Een half uur later valt het Drielandenpunt wat tegen. Het is er toeristisch met terrassen, doolhof, verschillende 'hoogste punten' en een uitkijktoren met lift. Bij een bier en een cola met appelgebak hoor je ons echter nauwelijks klagen.



We steken achteloos wat grenzen over en met het passeren van een Belgisch monument voor een gevallen soldaat beginnen we aan het laatste deel van de GR 128. Ook het enige Duitse deel. Modderig is het pad, dat lang over de Belgisch-Duitse grens loopt. De markering is eveneens van kleur veranderd, weer het internationaal erkende wit/rood en niet langer het Limburgse geel/rood. Het volgen van deze markering gaat door de bossen als vanouds. Zo vanouds dat we op de drempel van Aken nog wel over een mooi bospad lopen, maar niet meer op de route. Op gevoel bereiken we de stadsrand en besluiten ons plan aan te passen. Het bedoelde eindpunt in de vorm van een jeugdherberg geven wij op en vervangen dat voor de eerste de beste bushalte naar het Hauptbahnhof

Grote stappen snel thuis
Daarna gaat het snel. We hebben dit daadkrachtige besluit nog niet genomen of er staat een bus naast ons die van plan is af te buigen naar de Lütticher Straße, waarvan wij weten dat deze naar het centrum loopt. De bushalte is niet ver weg en we rennen met onze rugzakken die straat in. Honderd meter later zitten we hijgend in de bus en zijn een Duitse les openbaar vervoer verder. Hij gaat niet naar het Hauptbahnhof
Drie haltes later staan we weer buiten en twee minuten daarna zijn we alsnog op weg naar de trein. Zelfs de trein naar Heerlen denken we met enig geluk nog te halen. Die rijdt maar 1 keer per uur. Aangekomen bij het station nemen we geen tijd om automaten te bestuderen, maar gaan direct door naar een kassa, waar Frank een nummertje mag trekken en ik ondertussen uitzoek waar de juiste Gleis is. Met nog twee minuten te gaan heeft Frank de kaartjes en ook de mededeling dat er wel een trein gaat, maar niet naar Heerlen. Er zijn Bauarbeiten. De trein gaat maar tot Herzogenrath. Een plaats die wij op dat moment nog niet kennen. Er zal verder met een bus vervoerd worden naar Heerlen.


Toch maar snel naar perron 1. Daar staan al aardig wat Duitse en Nederlandse grensbewoners en een handjevol toeristen te wachten. Bij binnenkomst van de korte grensregiotrein is het zaak snel te handelen om een behoorlijke plek te veroveren voor ons beiden en de rugzakken. Dat vinden de anderen ook. Maar we zitten even later klaar om te vertrekken. Helaas zal dat niet zijn van spoor 1. Omgeroepen wordt dat deze trein wordt vervangen door die van spoor 3. Ineens zitten we comfortabel in een lege trein. Uiteindelijk zitten we een paar trappen verder weer in een Duitse coupe en wordt dit ook de trein waarmee wij de buitenwijken van Aken zullen bekijken.

Ongeveer tien voor drie arriveren we in Herzogenrath. Buiten het station staat keurig een Nederlandse bus gereed. Met ons leggen diverse passagiers hun koffer en rugzak onder in de bus, terwijl de bagagelozen al naar binnen gaan. We sluiten aan in de rij en als we bijna binnen zijn stokt de rij. De bus is vol. De volgende bus komt zo. Maar, wordt er aan toegevoegd, die vertrekt pas over een uur. Dat schiet lekker op. Wel snel de rugzakken uit de bagageruimte halen, anders zijn we helemaal de Sjaak. 
Een nieuwe afweging van mogelijkheden volgt. Taxi? andere bus? hoe ver is Heerlen hiervandaan? De enige taxi zit snel vol. Andere taxi's hebben ineens andere opdrachten en stoppen niet. Andere bussen, die we zien blijven in Duitsland. Na wat heen en weer geloop arriveert ondertussen de volgende bus voor de gestrande treinreizigers. 
Bahnhof Herzogenrath the place to be
Een aardige jonge dame voert de regie over de bus, maar niet over de vertrektijd. Dat gebeurt weer door een slimbo in een fluoriserend jack. Met de toename van het fluor is het communicatieniveau gedaald. Een half uur later komt het verlossende woord; we gaan niet eerder weg. 'We vertrekken op het eerder aangekondigde tijdstip van vijf voor vier. U heeft nog tijd om een stukje rond te lopen.' De Arabische familie voor ons, met kleine kinderen op schoot, kunnen wij geruststellen als zij vragend wijzen naar de bestemming Heerlen op hun routeplanning. Ja, u zit goed, dit is de bus naar Heerlen. Daarop lopen wij naar de dichtstbijzijnde supermarkt voor een afkoeler. Wel lekker bij een temperatuur van tegen de dertig graden. 
Als we ruim op tijd terugkomen besluit ik nog even buiten de bus te blijven zitten. Fluorman raadt mij dat echter af; 'ik zou dat niet doen, want we gaan weg'. Twee minuten later rijdt de bijna lege bus weg. Verbijsterd vragen wij ons af waar alle passagiers zijn gebleven en hoe het zit met de bagage van deze mensen onder in de bus. De chauffeuse reageert onaangedaan. Iedereen is volgens haar al weg met gratis? taxi's. Soms gaat het achter je rug toch ineens anders dan gedacht. Een geluk dat wij niet te lang zijn blijven hangen in die supermarkt. De Arabische familie kunnen wij wederom geruststellen; Ja, we gaan nu echt naar Heerlen. 
Vanwege de drukte van Pinkpop maken we een toeristische route naar station Heerlen. Weer controleert de Arabische familie of we goed zitten. Nee, alles lijkt goed te gaan. Hou vol. 
Bij aankomst blijkt de bagageruimte inderdaad alleen nog gevuld met onze twee rugzakken. 
Met nog 1 minuut te gaan, stappen we in de trein, die we een uur geleden hadden willen hebben. Maar na de hectiek van de laatste anderhalf uur zijn we blij dat we zitten. Zuid-Limburg, je zult er maar wonen of wandelen.



26 juni 2014
Bilzen - Alden Biessen - Grote Spouwen naar Vroenhoven bij Maastricht



Contrast

Voor een Nederlander van boven de rivieren geeft dit landschap een ander vredig gevoel dan thuis. Geen vlakke vierkante groene weiden afgebakend met rechte sloten, maar een licht glooiende wereld, bekleed met akkers van verschillende kleuren. Het okergeel van de bijna rijpe gerst naast de nog groene velden van de tarwe, hier en daar weer onderbroken door het donkere groen van bietenvelden en maispercelen. Een mooi mozaïek met op de achtergrond het silhouet van een dorp met kalkstenen kerktoren, soms hoger uitstekend boven de omringende velden en soms half verscholen. 


golvende akkers vanaf de Spouwstraat met op de achtergrond Rosmeer



België telt tien provincies; vijf in Vlaanderen en vijf in Wallonië. Wij liepen vandaag (26 juni) in de Belgische provincie Limburg. Het gebied ten zuiden van Eindhoven en ten westen van Maastricht.

Naast de vele nationale 'rode duivel' WK-voetbalvlaggen die overal uit de ramen hingen, zagen wij hier en daar ook de vlag van de provincie Limburg. Op een of andere manier was dat ook weer niet geheel afdekkend, want we bevonden ons blijkbaar ook nog in Haspengouw. 

Ooit hebben wij in ons vorige leven een oefening gehad met die naam. Ik kan mij herinneren dat die naam werd verbasterd tot 'hapsegouw' omdat je steeds te weinig tijd had om de opdrachten af te maken en dat daardoor de etenstijd er bij inschoot. Dus wat is nou weer Haspengouw als we al in Limburg lopen? Een Wikipediavraag dan maar;

Haspengouw is een landstreek die zich uitspreidt over de Belgische provincies Limburg, Luik, Namen, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Deze regio wordt gekenmerkt door een glooiend landschap van zeer vruchtbare gronden die gebruikt worden voor landbouw en veeteelt. Het is een deel van de Leemstreek (löss). In het Limburgse deel bevinden zich de steden Bilzen, Borgloon, St Truiden en Tongeren. Enkele van de meest noordelijk gelegen wijngaarden van Belgie bevinden zich in deze streek. Ook Maastricht ligt eigenlijk in de Hapsengouw, echter omdat deze stad in Nederland ligt wordt ze niet tot dit gebied gerekend.

Als een pelgrim door Haspengouw
De bus van 'De Lijn' naar Hasselt hadden we nodig. Eenmaal uit de trein op station Maastricht was ik zo gefocust op het vinden van die bus, dat ik vergat uit te checken. Die OV-kaart is een prima systeem, maar als je even niet oplet vergeet je weer wat. Dertig minuten later stapten we uit bij bus- en treinstation Bilzen, ons startpunt. Met houvast aan de spoorlijn en de A-13 liepen wij ondanks de grove screenprint van de kaart vrij vlot naar de rand van de bebouwde kom, om even verder het beekje de Demer te bereiken. Daar kwamen we weer echt op de Vlaanderenroute en kon het betere wandelen beginnen.
De Demer bij Bilzen


En het werd meteen beter. Einde asfalt en meteen een mooi plankenpad door een moerassig stukje rond de beek. Daarna volgde er een paar zeer afwisselende kilometers naar Kasteel Alden Biesen. Kruipdoor-sluipdoor paadjes langs kleine weilanden, boomgaarden, hier en daar omgeven door struikenschermen, leidde ons naar het wachtgebouw van het kasteel. 





Vanaf het achter de wacht gelegen horecaterras kun je dit omvangrijke kasteel al op je in laten werken. Ooit in de 13e eeuw opgericht door de Duitse Ridderorde als 'landcommanderij', een administratief centrum van waar uit de clerus hun omvangrijke bezittingen en landerijen beheerden. Religie ging toen nog duidelijk gepaard met wereldlijke macht. 

Interessant is dat in de gebruikelijke bijgebouwen ook een gasthuis verrees voor passanten op weg naar Santiago de Compostella. Biesen lag op een kruising van wegen en was onder andere gelegen op een belangrijke handelsroute van het Maas-Rijnland via Belgisch Brabant naar Vlaanderen. De pelgrims werden verzorgd met ondersteuning door de ridders en priesters van de Duitse Orde. De zompige omgeving waar men hier toen door heen moest was begroeid met biezen, wat de aanleiding vormde voor de naam van het kasteel. Tegenwoordig is het een erfgoedsite en een internationale ontmoetingsplaats onder auspiciën van de Vlaamse overheid. 





Aan de verschillende stickers met de Jakobsschelp konden we zien dat ook nu nog pelgrims vanuit Oost-Nederland en Noordoost-België langs deze route worden geleid. Zo hadden wij toch nog even het gevoel dat we met een enorme onderneming bezig waren, totdat we de Jacobsschelptekens in het Weert weer kwijt raakten. Op weg naar dat gehucht schreden wij, na een korte uitstap op het kasteelterrein, prachtig over de lange lindelaan. Deze 'Maastrichterallee' eindigt (of begint) bij het echte toegangsgebouw tot het terrein, voorzien van een poorttoren en een bijgebouw, het zogenaamde Apostelhuis. 



Via een echte holle weg en een paar betonnen landbouwweggetjes bereikten wij het stille Weert, waar het enige leven gevormd werd door twee meisjes op een bankje, die in deze stilte al twitterend contact hadden met de wereld en mogelijk ook met elkaar. Tot aan het twee kilometer verder gelegen Groot Spouwen bleef het een schitterende afwisseling van bosstroken en akkers in vlammende kleuren. 






Groot Spouwen bereikten wij door enkele omleidingen vanuit het zuidwesten. Daarmee zagen wij wel verschillende karakteristieke vierkantshoeven, maar geen café met terras. Omdat we te lui waren om het oord in tegenovergestelde richting opnieuw te doorkruisen vervolgden we het pad langs nog meer vierkantshoeven, een enkele zwaar verwaarloosd en andere al mooi gerestaureerd. 

Wat we in Groot Spouwen niet mochten zien werd niet duidelijk, maar na nog een kilometer langs de rand van de bebouwde kom stonden we weer aan de noordrand. Door dan maar en een eigen rustplaats zoeken. Die vonden we halverwege de weg naar Vlijtingen onder een alleenstaande boom met een achter struiken verscholen bank. Een ideale rustplek zou je verwachten. Maar wat doen mensen op een beschut plekje in een open vlakte nog meer? Je moest er voorzichtig lopen en goed uitkijken hoe je ging zitten op de bank. Sommige mensen prefereren blijkbaar het ontlasten op een bank meer dan het hurken in het gras. Verder zit je wel eerste rang met een prachtig panorama in de richting van Rosmeer.


De Spouwstraat met in de verte de eenzame boom

zicht op Rosmeer vanaf de Spouwstraat

Welkom bij Im`s & Wim`s www.imsenwims.eu/
De rest van de route via Vlijtingen en Lafelt bleef gaan door akkers en weides. Op het eind van zo'n wandeling worden die akkers steeds langer. Het was mooi om het Albertkanaal bij Vroenhoven te bereiken en van daaruit meteen door te lopen naar onze B&B 'Ims en Wims'. 
Om kwart over vijf werden wij daar door Im hartelijk welkom geheten met thee en appelgebak. En na de douche ging dat over in een heerlijk Belgisch bier van Wim. Wim had keuze uit wel zes bieren. Die werden steeds sterker en donkerder, maar waren volgens Wim allemaal mooie bieren. Onze bescheiden bierkennis als simpele pilsdrinkers vertaalde Wim tenslotte in een Tripel Karmeliet. Maar dan wel in een bevroren glas! In België is bier iets edels. En in Vroenhoven veredelt men nog veel meer. Heerlijk genietend liet hij ons achter op hun prachtige tuinterras. 
Oude cultuurtempel in Vroenhoven




27 juni 2014
Vroenhoven - Pietersberg - Maastricht - Eijsden


Een deftige blaar

(dit is een vervolg op het verslag van Bilzen naar Vroenhoven)

Op het terras van brasserie Benelux aan de andere kant van het Albertkanaal voelde ik gisterenavond al de irritatie en inspecteerde onder tafel op discrete wijze mijn voet. Ik had een blaar! Jaren loop je zonder blaren en nu had ik er een. En nog deftig ook. Als Nederlander moet je bij 'deftig' niet denken dat ik er statig op liep. Dat sowieso niet. Maar we zijn in Vlaanderen en een Vlaming bedoelt er mee dat het 'ene flinke was'. Misschien zeggen Vlamingen zelfs niet blaar maar blein. Dat weet ik niet want zover gaat mijn pseudo-kennis van het Vlaams niet.


Dat krijg je er ook van. Omdat we vooraf op internet in het gebied ten westen van Maastricht geen camping konden vinden, hadden we een bed & breakfast geboekt. De tent en de slaapzak bleven daarom thuis. Om toch een beetje behoorlijk met de rugzak te trainen voor de bergtrektocht in augustus, kon hij met iets anders op gewicht worden gebracht. Ik kreeg het lumineuze idee om voor de avond een nette spijkerbroek en echte schoenen mee te nemen en eens een keer niet in een wandelbroek en op sandalen uit eten te gaan. Maar nette schoenen zijn meestal zo netjes omdat je er weinig op loopt. Slechts anderhalve kilometer hadden die schoenen er voor nodig om mijn hiel van een blaar te voorzien. Nou ja, ik heb er gisterenavond op die manier zo vlakbij de Belgisch-Nederlandse grens in ieder geval op verschillende manieren deftig bij gezeten.


Het ontbijt was vandaag voor ons vervroegd naar kwart over acht. Als ik mevrouw Im gisterenavond goed had begrepen was ze dan al naar de bakker geweest voor speciale broodjes. Prima en vriendelijk verzorgd allemaal, daar aan de Keelstraat nr. 3 in Vroenhoven. 
Daarbij had België gisterenavond ook nog gewonnen met voetballen. Dus de wereld lachte iedereen toe toen wij om negen uur op pad gingen en in Vroenhoven met ontzag en verwondering keken naar de aankleding van de lokale begraafplaats. We troffen er de opvallende combinatie van een martiaal monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog in front van een zelf geknutselde Mariagrot. Van beide namen we foto's. Of het door deze attentie aan Maria kwam weet ik niet, maar van mijn blaar heb ik geen last meer gehad.

Bij de brug over het Albertkanaal pikten we de GR 128 weer op.
Op verschillende plekken rondom deze moderne, licht ogende brug staan monumenten ter nagedachtenis aan de oorlogshandelingen in mei 1940. De Belgen achtten zich toen veilig achter het diep uitgesneden kanaal en de nabijheid van het sterke fort Eben-Emael. Ter verdediging van de brug was een drietal bunkers gebouwd en de kanonnen van het fort konden vuursteun verlenen. Maar de Duitsers veroverden in de nacht van 9 op 10 mei met een spectaculaire actie zowel het fort als de brug. Het werd de eerste echte luchtmobiele actie. 
Met tien zwart geschilderde zweefvliegtuigen brachten zij speciale infanteristen aan Belgische zijde van het kanaal tot vlakbij de bunkers. De bemanningen van de bunkers werden uitgerookt en de deuren van de bunkers werden met speciale explosieven geopend. Ondanks Belgische tegenaanvallen over de grond en door de lucht om de brug weer in handen te krijgen of te vernietigen, behielden de Duitsers de brug en aan het eind van de dag hadden zij een gebied, een bruggenhoofd, van 1000 bij 600 meter in handen. In de dagen erna rolden de eerste Duitse pantservoertuigen van in totaal twee pantserdivisies over deze kortste verbinding vanuit Duitsland naar Vlaanderen. Naast het psychologisch effect van dit verlies moesten de Belgische, Britse en Franse troepen zich snel terugtrekken in westelijke richting om niet afgesneden te raken. Daardoor was van een georganiseerde verdediging geen sprake meer. 27 mei stonden de Duitsers onder andere bij Duinkerken aan het Kanaal.



Op 27 juni in 2014 gingen wij na de brug direct in zuidelijk richting om ons via het mooie landelijke gebied op het uiterste puntje van Nederland naar de St Pietersberg te laten leiden. Onderwijl heb je daarbij voortdurend oogcontact met de stad Maastricht waar het pad de Maas zal oversteken. Aardig trouwens om in de Belgische routebeschrijving te lezen waarom de grens ten westen van Maastricht zo grillig verloopt en bestaat uit korte rechte lijnstukjes. 'Bij de Belgische revolutie van 1830 koos de stad voor België, maar bij het verdrag van 1838 werd ze toch samen met de rechteroever van de Maas definitief bij Nederland gevoegd. De Belgisch-Nederlandse grens werd hier in onderling overleg bepaald door vanop de vesting 50 kanonschoten over de Maas af te schieten. Op de plaats waar een kanonskogel viel, kwam een grenspaal...'

Na enkele akkers bereikte ons pad de buitenrand van deelgemeente Wolder. Daar ging het nogmaals scherp naar het zuiden en dit keer begon de eerste klim over 'De Dalingsweg' naar de Louwberg waar je bovenop eindigt bij een van de bekendste wijngaarden van Nederland: De Apostelhoeve. 



Je kijkt er schitterend door een smal pad naar beneden het Jekerdal in. En even later zie je al terugkijkend de voor Nederlandse begrippen uitgestrektheid van deze wijngaard op de westkant van het dal. Ik lees in de routebeschrijving dat hier al in de middeleeuwen druiven werden geteeld. Na eeuwen van afwezigheid is wat je nu ziet vanaf 1970 letterlijk weer van de grond getrokken. Er worden alleen witte wijnen geproduceerd. 

Dalend naar de bodem van het dal heb je een mooi zicht op de skyline van Maastricht met de vele kerktorens in allerlei kleuren en vormen. Het dal dankt zijn naam aan het riviertje de Jeker, dat met zijn 55 km door een groot gedeelte van Haspengouw stroomt en bij Maastricht in de Maas eindigt. Aan de andere kant van het dal gaat het nog even verder met de wijngaarden. Dit keer van het wijngoed Nemus, dat wat meer verspreid liggende percelen bestiert.
Fotogeniek is de overgang over de Jeker waar je vanaf het bruggetje de oude watermolen goed kunt bestuderen. 

Omhoog gaat het weer. Niet even, maar zeker een minuut of tien. Tot mijn verbazing staan we aan het eind van de klim bovenop de St Pietersberg. Ik had die meer naar het zuiden ingeschat, maar het moet wel kloppen want er staat een uitgebreide wandelpadenwegwijzer. Die wijst voor de GR5 richting Nice. Voor het Pieterpad richting noord.  En mocht je daar naar toe willen, naar het westen, naar het beginpunt van de GR 5 in Hoek van Holland. Als sluitend bewijs staan er twee hardstenen palen met opschriften die het eindpunt van het Pieterpad bevestigen en de loper op de GR 5 bemoedigen met de aankondiging dat er nog 2512 km te genieten zijn tot het eindpunt Nice. 



Ik moet hier al zijn geweest in 2005 toen ik met Judith en Maxime het Pieterpad afrondde. Maar ik kan mij de beelden van deze palen en wegwijzer niet meer voor de geest halen. Even later bij een doorkijk naar de mergelgroeve van de ENCI, de open wond van de afgekloven Pieterberg, komt iets van de herinnering terug. 
Ook het mooie plateau dat volgt en waar het pad langs de westkant terugblikt op het Jekerdal, geeft weer een herkenning van toen. Het nabij gelegen Fort Sint Pieter daarentegen kan ik niet meer opdiepen. Daar is alles veranderd. Alles is gerestaureerd en ook de toegangsweg, de Luikerweg is veel mooier geworden. Als ik achterom kijk zie ik eindelijk weer een bekend punt, het Chalet Bergrust, waar wij toen een prachtige oorkonde voor Maxime ontvingen.



Gesmeerd gaat het verder tussen de huizen van Maastricht, langs de Tapijnkazerne, het Jekerpark, rechtstreeks naar de oude binnenstad. Tijd voor een rust. Al om half elf zaten we pontificaal op een van de terrassen van het Onze Lieve Vrouwenplein aan een koele cola. Heerlijk om er in de ochtendkoelte op je gemak in deze on-Nederlandse omgeving naar de mensen te kijken.


Voor we voorttrekken bezoek ik nog snel de Mariakapel aan de achterzijde van de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe. Met zoveel Mariacontacten vandaag moet het toch een gezegende wandeling blijven. 

In de bekende Stokstraat genieten we van de gevels en blikken we zo nu en dan ook in een etalage. Niet te lang natuurlijk, want daar komen we niet voor. We passen ons tempo wel iets aan op de Servaesbrug waar mensen in zware winkeltassen hun buit vervoeren. 

Eenmaal aan de westkant van de Maas gaat het rechtsaf naar het zuiden. 
Daar is het lang niet zo mooi meer als in de oude binnenstad. Hier en daar nog een oude gevelsteen, maar snel worden de huizen moderner en niet altijd aantrekkelijker. We passeren het provinciehuis op het Maaseiland, met de onwelkome uitstraling van een lelijk fort Alcatraz. Het wordt minder en minder aantrekkelijk. De routeuitzetters hebben hier dikke problemen gehad om de aansluiting te vinden richting Eijsden. Lang gaat het langs de drukke tweebaansweg. Om het leed te verzachten worden we geleid over een bedrijventerrein in oprichting. Liever hadden we langs de Maasoever gelopen. Maar door verschillende grindgaten, campings, een evenementenpark en enkele jachthavens is daar geen ruimte voor. Pas na Oost-Maarland mogen we weer terug naar de Maas. Restaurant Portofino met het gemoedelijke terras vormt daar een uitstekende rustplaats in de stilte en warmte van de gelijknamige jachthaven.




Het laatste stuk gaat heerlijk door een natuurgebied met enkele plassen waar loslopende koeien verkoeling zoeken. Tenslotte is daar Eijsden. Een plaats die ik alleen maar ken van de borden op de A2 en uit verhalen van een jaargenoot die lang geleden verhaalde over dit voor mij destijds exotisch verre oord. Het blijkt echter een heel gezellig dorp met veel cafés en restaurants, oude mooi onderhouden huizen en sfeervolle straten met kinderkopjes. Jammer dat we onze trein niet wilden missen. Hij stopt hier maar 1 keer per uur. 

Er moet toch nog wel een reden te verzinnen zijn om hier nog een keer naar toe te gaan, al is het maar om te zoeken naar een quiltwinkel.☺.




10 juni 2015
Hoepertingen - Tongeren
(dit is het eerste dag van de tweedaagse wandeling Hoepertingen - Tongeren - Bilzen)
koning Ambiorix

Belgische Betuwe


Onze vorige wandeling ging door het hart van de Nederlandse fruitstreek de Betuwe, langs de Linge naar Tiel. Een mooie tocht. Dan besluit je voor de verandering eens in België te wandelen en loop je nog steeds tussen kilometers peren. Vaag had ik wel over de streek Haspengouw gelezen dat het een vruchtbare lössstreek was met fruitteelt, maar dat de Belgen dat zo massaal aanpakken hebben we nu van dichtbij kunnen bekijken. Je kunt echter geen peren met appels vergelijken. Zo stromen er in Haspengouw geen echte rivieren waar je langs mag lopen, maar daarvoor in de plaats leveren die Belgen wel weer een Romeinse weg waar je lang over stampt. Stampen is wel het goede woord, want aan de kilometers beton, was weinig Romeins te bekennen. 
Romeinse Steenweg

Belgica
Toch zijn de Belgen met recht 'fier' op de Romeinse tijd. Hun naam is er door ontstaan. Haspengouw en omgeving was het hartland van de Noord-Romeinse provincie Gallia Belgica, dat naar het noorden doorliep tot aan 'onze' Rijn en in het zuiden tot de lijn Parijs - Straatsburg. Waar Julius Cesar en de toenmalige bewoners van mening verschilden was wie er woonden en wie er de baas was. Julius sprak over Belgae. Maar de bewoners vonden zichzelf Eburonen, een Keltische stam. Ze hadden dan ook niet zoveel op met Julius en kwamen onder leiding van koning Ambiorix in opstand. Als je zijn standbeeld ziet op het marktplein in Tongeren, moet je direct denken aan dat bekende Gallische dorpje, dat dapper weerstand bood. Alleen de Eburonen hadden het boek niet goed gelezen. Ze werden door de Romeinen compleet uitgemoord. Onder het motto opgestaan, plaats vergaan vestigden zich daarna Germaanse stammen op dit kruispunt van Romeinse Heerwegen. Onder andere van de stam der Tungri. Die zijn blijven plakken en hebben hun dorp uitgebouwd tot het huidige Tongeren.


Volle bus naar Hoepertingen
Van Hoepertingen had ik nog nooit gehoord. Kaartstudie van de route en een bezoek aan de Belgische openbaarvervoerplanner van De Lijn bracht ons bij dit dorp waar de route en buslijn 23a elkaar snijden op de N79. Vandaar bleef er voor ons nog een mooie 20 kilometer te lopen naar Tongeren om daar te overnachten. De tweede dag zouden we nog een keer 20 km door lopen naar Bilzen waar we vorig jaar ook waren geweest bij onze laatste tweedaagse op de Vlaanderenroute. Voor het parkeren had ik via Google satelliet al een goede plek gevonden bij Station Bilzen. 


De busrit naar Tongeren verliep naar verwachting. De rit van station Tongeren naar Hoepertingen daarentegen veranderde bij de derde halte in forensenverkeer. Geen mensen die om 12 uur al van hun werk naar huis gingen, maar scholieren, die door examenroosters eerder naar huis mochten. Verbazend dat zo'n enorme groep die bij de halte aanstalten maakt 'jouw' bus te bevolken er ook echt in past. Hier speelt iets in het voordeel van de Belgische jeugd. Ze zijn veel rustiger, beleefder misschien, gedisciplineerder wellicht, dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten. Mijn vrees om de rest van de rit tussen een lawaai makende bende te overleven bleek geheel onterecht. Maar misschien loop ik wat de Nederlandse jeugd betreft ook wel achter. Tegenwoordig spreken die ook niet meer luid, maar zitten opgesloten in een virtuele wereld op hun mobiel of phablet. Slechts enkele reizigers in het Nederlandse openbaar vervoer, meestal een generatie ouder, al in de twintig, terroriseren nog hun omgeving met privé telefoongesprekken, waarbij analyse van de opgedrongen mededelingen veelal leert dat de toegesprokene gehoorgestoord en mentaal debiel moet zijn. Niets van dit alles in deze regiobus naar Hoepertingen. 

Beton

Gaande de rit naar Hoepertingen nam de regio zijn jeugd op en tegen de tijd dat we onze bushalte naderden konden wij ook weer goed naar buiten kijken. De start werd een half uur verlaat door een eerste koffie bij café De Blokhut. Een goed besluit want meer mogelijkheden zijn we tot aan Tongeren ook niet meer tegengekomen.
Beton, beton. Romeins beton met klinkers en Romeins beton met kinderkopjes, het geeft enige afwisseling. Links peren, rechts andere peren. Gelukkig zijn er nog voldoende doorkijkjes om van de glooiende akkers in de verte te genieten.



Een eerste fotomoment was er bij de zogenaamde Kluiskapel op een plek waar ooit kluizenaars hebben gewoond. Nu een kleine kapel met een gazon waar zo te zien ook buitenmissen op een geïmproviseerd altaar kunnen worden gelezen.








Ten zuiden van Borgloon hielden we onze tweede rust op een heuvel met betonnen banken die op de achterzijde uitleg gaven over de Romeinse tijd met de goed georganiseerde wegen, landbouw en villa's. Onder de indruk van deze geschiedkundige informatie verlieten we deze plek direct in de verkeerde richting. Tegen de tijd dat we weer op de route zaten hadden we de zogenaamde Doorkijk-kerk gemist. Jammer. Daarom maar een foto van internet.
Romein liggend op zijn bank, kijkt uit over de velden

Doorkijk-kerk

Huizenvariatie
kerk van Haren
Eenmaal ten noorden van de N79 werd de route afwisselender. Over onverharde paadjes langs kleinere boomgaarden, langs enkele enorme kassencomplexen van plastic, kleine bospercelen en de dorpjes Haren en Piringen. Dorpen met veel variatie in de huizen; sommige mooi en luxueus, andere zelf geknutseld en verbouwd met voorzet muren en andere vreemde invallen. 
Huis waarschijnlijk gebouwd met onvolledige Ikea-instructie
Tenslotte volgde nog een mooi stuk over een soort verhoogde dijk met een prima uitzicht. Later leerden we dat we gelopen hadden over een oud aquaduct, dat Tongeren ooit van water voorzag. Je kunt ook niet alles weten. Via het mooie natuurpark Beukenberg bereikten we de rand van het oude Tongeren.

jeugdherberg Begeinhof
Bedden genoeg
In en om Tongeren vindt je geen campings. Voor ons reden om de rugzak lichter te maken en te reserveren bij de lokale Jeugdherberg 'Begeinhof'. Het handenschudden met de gevonden dienstdoende barkeeper annex gastenopvanger leidde wel tot een ontspannen sfeer, maar niet tot enige vorm van herkenning. 
Met een aanvullende uitleg van onze aanwezigheid en het tonen van het reserveringsnummer ontstond er toenemend vertrouwen in onze komst en was er wel een kamer te vinden. Zelfs de gewenste comfortkamer met eigen sanitair was mogelijk. Na enige informatie bij een lokale bekende moest dit kamer 10 zijn. Het valt ook niet mee om de juiste kamer te kiezen als er al 4 van de 72 bedden gebruikt worden. Wij lagen dan ook alleen in onze 12-beddenkamer. Prima douche, goed geslapen. De twee andere gasten zouden we de volgende dag bij het ontbijt ontmoeten. 


Onze Lieve Vrouwbasiliek
Stadhuis Tongeren aan de Grote Markt
Tongeren bij nacht
Na een eerste cola op het herbergterras volgde een verkenning van het centrum op zoek naar een restaurant. Stil was het op onze weg naar het centrum van het centrum. Op ons gevoel oriënteerden we door de stille straten. Zou het hier om half acht al afgelopen zijn? Is alles hier op woensdagavond gesloten? Via een omweg bereikten we de achterkant van een grote kerk, met aan de zijkant al een prachtig gehouweelde toegang. Even verder verschenen ook de eerste, nog lege terrassen. We werden warmer. Tenslotte bereikten we de voorzijde van deze basiliek gelegen aan de Grote Markt. Een prachtige kerk met een statige toren. Aan de flanken van deze markt lagen de gezochte terrassen, cafés en restaurants. Niet verpletterend druk, maar wel gezellig bezet, met vriendelijke bediening op het terras van onze keuze. 

Op weg naar de terrassen maakten we ook kennis met de indrukwekkende Ambiorix. Gek dat ze verloren hebben. Ze waren waarschijnlijk met te weinig. 
Wij hebben onze dag hier met een uitstekende maaltijd afgesloten en kwamen er in de duisternis slenterend langs de prachtig verlichte monumenten achter dat de route naar het Begeinhof een stuk korter kan als je gewoon op de toeristenbordjes kijkt.



 





11 juni 2015
Tongeren - Bilzen
(dit is de tweede dag van de tweedaagse wandeling Hoepertingen - Tongeren - Bilzen) 


Eigen koffie


Eigen koffie zegt twee dingen: er was deze wandeling geen horeca onderweg en als dit een van de hoogtepunten was, dan was het een weinig opzienbarende wandeling. Na het ontbijt in de Begeinhof liepen we al om half negen over de markt tussen de kramen.


De naam van de twee aaneengesloten pleinen, Grote Markt, is daarbij niet overdreven. Als je van markten houdt kun je er een hele tijd doorbrengen. Ook bevolkt waren al op dit tijdstip de terrassen. Genietende klanten in de ochtendzon van een eerste koffie of een verlaat ontbijt. 

Kastelen
Kasteel Betho
Eenmaal buiten Tongeren ging het door het mooie Beukenbergbos naar het statige Kasteel Betho, een combinatie van een groot woon gedeelte en de erachter gelegen kasteelhoeve. Even verder volgde het Kasteel van Rooi. Ook hier de combinatie met het boerenbedrijf. 
Kasteel van Rooi

Zegeningen
De kilometers die volgden slingerden over betonnen landwegen door de velden en boomgaarden. Een prettige onderbreking voor de voeten en de geest vormde het onverharde stuk door de Wijngaardbossen waar enkele meters werd geklommen over houten vlonders en trappen.


Maar net als we wilden klagen over het vele beton en de gevoelige voeten die je daarvan krijgt, zagen we grote groepen, waarschijnlijk Oost-Europese, werkers in de boomgaarden. In de warme zon bonden zij boom voor boom de takken op, de mannen op de ladders voor de kruinen en de vrouwen met de voeten in het gras voor de lagere takken. Onze lichamelijke inspanning was weliswaar voelbaar, maar toch van een veel luxueuzere en vrijwillige aard. Een moment van reflectie en tellen van je zegeningen.


In Alt Hoesselt hielden we slechts kort halt bij de zeer grote vierkanthoeve Hof ter Poorten, ooit toebehorend aan de Duitse Ridderorde van Alden Biesen. Helaas was ook deze hof, net als de eerder genoemde kastelen niet te bezichtigen.


Laatste kilometers
Onze hoop op koffie in de gemeente Werm was ijdel zodat we tegen twaalven maar ergens bij de spoorlijn van Bilzen naar Tongeren de nieuwe lichtgewicht Primus brander zijn gaan uitproberen. De brander deed het prima, de koffie kon beter. Eenmaal aangekomen op het eindpunt bij station Bilzen hebben we die koffie en deze wandeling weggespoeld met een cola en een croque monsieur op een echt terras. Daarna snel naar huis en ons voorbereiden op de volgende tweedaagse over veertien dagen.
wat een uitzicht als het gras twee paarden hoog staat





25 juni 2015
Overhespen - Zoutleeuw
(dit is de eerste dag van de tweedaagse wandeling Overhespen - Zoutleeuw - St Truiden - Hoepertingen)

Stadhuis en Lakenhalle van Zoutleeuw

Getevallei

Welkom in Sint Truiden 
'Wilt u naar Hekstraat Dorp of Hekstraat boven?' Ja, daar sta je dan in de bus van Sint Truiden naar Tienen met je Google-kennis van België. Omstanders maakten al direct uit mijn uitleg op dat het 'boven' moest zijn. Ik keek ze bewonderend aan, maar ging toch even nog de gids met de kaart er bij pakken om de buschauffeur de halte aan te wijzen. Het werd definitief bushalte 'Hekstraat boven' langs de N3. En hij had er ook zin in, deze buschauffeur. Alsof het een formule 1 race betrof, loodste hij zijn verlengde bus, een zogenaamde gelede bus voor de kenners, door het verkeer van Sint Truiden. Daar waar hij aan beide zijden nog slechts tien centimeter over had hield hij wel in, maar eenmaal buiten de stad en vooral na het verlaten van de N3, moest er blijkbaar een tijd neergezet worden. Geparkeerde auto's in Neerhespen en Overhespen vormden geen obstakels maar slechts een chicane om zonder merkbare vertraging tussendoor re raggen. Woord hield hij, want binnen de tijd stopte hij bij de beloofde bushalte. Ik stak mijn duim naar hem op. Kijkend in zijn grote achteruitkijkspiegel kon ik zien dat hij tevreden was. Wij ook, toen we buiten stonden.

Stationsplein St-Truiden
Sowieso was het een opwindend begin van een verder rustige wandeling. Na de vlotte autorit uit Nederland naar Hoepertingen, waar wij de vorige tweedaagse waren gestart, en de voorspoedige busrit naar station St Truiden, gingen we in afwachting op onze tweede bus even rustig ontspannen op een terras. We zaten echter voor dat we het wisten eerste rang bij een agressieve verkeersruzie. Moeder en achttienjarige zoon dachten rustig over te steken. Weliswaar niet direct op het zebrapad maar dat zou toch ook moeten kunnen. Nou niet voor een heer op leeftijd (HoL). Ze konden hem nog net ontwijken. Verwensingen waren niet van de lucht. 

De HoL was blijkbaar niet doof, remde abrupt en gooide zijn auto luid protesterend in de achteruit. De achttienjarige raakte evenwel niet onder de indruk en ramde op de passagiersdeur. Daarna maakte HoL een tactische fout. Om zijn agressieve mening te uiten opende hij op afstand het raam van de passagiersdeur. Dom. Even dacht ik dat hij nu verloren was en door dit open raam naar buiten gesleurd zou worden. Hij had geluk, het bleef bij een scheldpartij. Beide partijen dropen uiteindelijk druk gebarend af. En of er niets gebeurd was staarden wij weer over het stille stationsplein. Wij hadden natuurlijk geboeid gekeken, maar realiseerden ons pas daarna dat we volgens de huidige normen eigenlijk met onze mobiel opnames hadden moeten maken. Je weet uiteindelijk nooit hoe dramatisch zo'n confrontatie afloopt en dan moet dat wel zo spoedig mogelijk in de cloud. Ook een beetje HoL. Welkom in België, welkom in Sint Truiden.

kapel ter ere van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis

Onze Lieve Vrouw
1 uur 's middags, eindelijk op pad. De eerste kilometers gingen verrassend snel in een milde zon en bij een aangename 23 graden. Langs licht glooiende akkers, bosranden en populierenrijen bereikten we de eerste van een reeks 'Onze Lieve Vrouwen'-Kapellen. Deze, net buiten Wommersum, was gewijd aan de 'Onbevlekte Ontvangenis'. Mirakels blijven de namen, die aan Maria worden gekoppeld. Enkele kapellen later gaf ze 'eeuwig durende bijstand'. Mooi deze plekken voor hen die bijstand en devotie zoeken. 
Hoewel, niet overal, want later op de dag, vlakbij Helen, kwam ze er wat bekaaid af, in een soort 'kraak-kapelletje', met ingegooide ruiten en enkele afgedankte beeldjes, die zo weggelopen leken van een tweede hands heiligen dump. De heiligen stonden er wat triest en fantasieloos bij.


Grote Gete
Rond half drie liepen we op de oevers van de grote versie van de naamgever van de deze vallei, de Grote Gete. Bij groot moet je denken aan een gekanaliseerde beek van zeven meter breed en een meter diep, vol met langzaam in de stroom wiegend wier. Het is moeilijk voor te stellen dat dit stroompje in de vroege Middeleeuwen zo bepalend is geweest voor de welvaart, die nu nog in de omgeving is af te lezen. Zoutleeuw en Tienen danken er hun prachtige gebouwen en kerken aan. De bekende lakenhandel dreef letterlijk op de mogelijkheid de waar over het water af te voeren. Dat moeten wel kleine ondiepe bootjes zijn geweest, maar op een of andere manier werkte het goed en was het lucratief.
Wij hebben nog een tijdje gekeken of er ook vis was te ontwaren tussen het wier, maar zowel hier als 's avond in de Kleine Gete in Zoutleeuw was er geen leven te bespeuren. 
Dan maar door naar het terras van café De Molenvrienden bij de binnenkomst van het dorpje Drieslinter, waar we de schaduw deelden met drie HoL's op de fiets. Met de trein waren ze vanochtend naar Tienen gegaan om nu door de binnenlanden naar St Truiden terug te keren. En daar hoort een pintje bij en natuurlijk een analyse van de meest recente voetbaltransfers. Tenminste dat dachten wij te begrijpen uit het dialect. Dit keer hebben we de mobiel wel aangezet, zo maar voor de fun, of uit zottigheid omdat we er goesting in hadden. Meer hebben we er niet van begrepen.

Fruitspoorlijnen

Zoekend door Drieslinter kostte het even tijd om het goede pad terug te vinden. Verbaasd waren we over de drukte bij het stationsplein zonder spoor. Alles van het spoor is weg behalve het stationsgebouw en de altijd aanwezige horeca in de vorm van café De Smid. Waarschijnlijk is het er nu een stuk drukker dan vroeger, want over het spoor van toen loopt nu een druk bevolkt fietspad. Ooit (1878-1957) werden de spoorlijnen gebruikt om fruit af te voeren naar de stroopfabrieken in de omgeving. 

Wij liepen over lijn 23 richting Zoutleeuw. Net als je denkt dat je goed opschiet volgt er een omleiding via de dorpjes Melkwezer en Helen naar een zuidelijke entree van Zoutleeuw.

op weg richting Helen
Kerkje van Helen

Vaandels en terrassen
De verkenning van het centrum werd opgehouden door een eerste terrasrust bij ijssalon Het Bolleke dat er uit ziet als de buitenspeelplaats van een kinderdagverblijf. Daarna volgden de mooie gebouwen van Zoutleeuw aan de Grote Markt: de indrukwekkende Leonarduskerk, het schitterende Stadhuis en het Vleeshuis dat tegenwoordig de Lakenhalle wordt genoemd. In alle straten van het oude centrum hangen van die typische Vlaamse vaandels aan de gevels van de huizen. 


Bij het Stadhuis en de Lakenhalle hangen er wel tien van deze kleurige met wapenschilden bedrukte vaandels. Het past goed bij de middeleeuwse sfeer. Vanaf een bierterras hebben wij dit rustig op ons in laten werken. 



ontvangst in Eetcafe De Lakenhalle
'S avonds zijn we vanuit ons B&B terug gegaan. Eerst voor een prima diner op het tuinterras van de Lakenhalle waar wij als echte Ollanders gingen voor het marktmenu vanwege de korting op deze marktdag. Gepelde biefstuk of niet, het smaakte prima, in de avondlucht met merelgezang op de achtergrond.


De verkenning van de stad hebben we afgerond met een rondgang langs de Kleine Gete en het oude Hospital - Gasthuis. Tenslotte hebben we met het passeren van de herdenkingsmonument voor de oorlogslachtoffers de tap voor deze dag toe verklaard.






26 juni 2015
Zoutleeuw - St Truiden - Hoepertingen
(dit is de tweede dag van de tweedaagse wandeling Overhespen - Zoutleeuw - St Truiden - Hoepertingen)

Krieken en Kersen

Kriek is Vlaams voor een zure kers lees ik nu in Wikipedia. Nou, dan hebben wij miljoenen krieken gezien. Verschillende die wij proefden waren aardig zuur. Het kan ook zijn dat ze nog niet rijp genoeg waren. Gelukkig zaten er ook al heerlijke zoete tussen. Vlak voor St-Truiden liepen we door een soort openlucht kersenmuseum waar we op bordjes bij de oude hoogstambomen vragen kregen aangereikt als hoeveel water een kersenboom opneemt, of hoeveel kilo kersen er van die boom zou komen? Wij wisten het niet en liepen bescheiden door.


Wel weten we nu enkele namen van kersensoorten; 'Castor', 'Kraker', 'Late Kraker', 'Franse'. Het zijn waarschijnlijk oude soorten, want hoogstambomen zie je niet veel meer. In de vele echte boomgaarden zagen we lange rijen lage bomen staan onder plastic overkappingen. Dat overkappen is de zogenaamde teeltbescherming.

Het moet een profijtelijke onderneming zijn gelet op de hoge investeringen die een boomgaard vraagt voordat er kersen te oogsten zijn. Bij een boomgaard in opbouw zagen we duizenden nieuwe betonnen palen, kilometers staalkabel en dan nog eens duizenden jonge boompjes. In de lokale krant 'HET BELANG VAN LIMBURG', van onze wandeldag 26 juni, lees ik dat kersenteler Hendrix overweegt om ook aan teeltbescherming te gaan doen:

"Het worden weer slopende dagen want er wordt voor de volgende dagen extra zonnig weer voorspelt. Een prima zaak voor het rijpen van de vruchten maar het is toch uitkijken en bang afwachten of er geen zwaar onweer volgt wat nefast zou zijn voor de teelten. Wie verder wil als professionele teler moet aan teeltbescherming doen.  Op dit ogenblik hebben wij 13 hectaren en dat is een heel kostenplaatje om dat volledig te overkappen.  Ik overweeg nu telkens als er een nieuwe plantage wordt aangelegd deze uit te rusten met teeltbescherming," zegt Henderix.
Teler Bart Nicolai uit Zepperen investeert al volop in teeltbescherming. "De keuzemogelijkheden zijn beperkt. Of je investeert een heel jaar in snoeien, werken, nieuwe bomen planten enz. en dat alles kan met de nodige pech op paar dagen in een nachtmerrie veranderen of je kiest voor overkappingen. Ik kies voor de tweede mogelijkheid en heb mijn constructie  zelf ontwikkeld en in Polen laten construeren en blijft net onder de 30.000 euro per hectare. Dat is nog veel geld maar het risico is zo goed als nihil en opbrengsten kunnen tot 8.000 kg per hectare toenemen," 


Om deze berekeningen en landbouwkundige kennis tijdens het lopen te verifiëren waren wij vanochtend na een goed ontbijt bij onze B&B 'Het Leeuwerveld' (www.hetleeuwerveld.be) om half negen al weer onder weg. Niet zo vroeg als Gust, de echtgenoot van Yvette. Die was allang weg. Yvette runt de B&B en Gust werkt nog steeds op de oude boerderij. De hoeve is nu in handen van de zoons, maar Gust kan het niet laten om daar mee te zaaien en te oogsten. Yvette mist de hoeve niet echt. Op de hoeve moest ze ook nog in de winkel staan. Nu ze in Zoutleeuw wonen heeft ze tijd voor haar gasten en voor eigen vakanties. Dat zat er vroeger niet in.

Korenveld in de omgeving van Wilderen
Wij vonden half negen tijdens deze tweedaagse vroeg genoeg. Ook nog direct in afgeritste broek. Een mannenbeen schijnt geen sieraad te zijn, maar het loopt wel een stuk lichter. Zoals gewoonlijk hadden we weer prachtig zonnig weer. Net als gisteren ging het weer over fietspaden op de voormalige fruitlijn. Nog steeds op lijn 23. In het dorp Wilderen staat bij het voormalig station zelfs nog een wagon.
bekendal vlak voor St Truiden
We hadden daarmee niet gekozen voor de hoofdroute, die ten noorden van St-Truiden loopt, maar voor de variant die deze oude stad wel aandoet. Nu we in Vlaanderen zijn willen we naast het licht glooiende land ook de oude middeleeuwse stadskernen bewonderen. Vlak voor het bereiken van het openluchtkersenmuseum passeerden we een breed dal van een tweetal smalle beken, waar zo te zien zogenaamde nieuwe natuur is aangelegd. De restanten van de oude maisteelt waren duidelijk nog te zien. Prachtig was het dal vol gegroeid met een mix van kamille en klaprozen.

Grote Markt van St Truiden (foto geleend van internet)
Links de OLV-kerk en midden op de markt het stadhuis met eigen carillon.
Op de achtergrond de hoge gevel van de Minderbroederskerk. 
Routestickers brachten ons via stadsparken wel aangenaam de stad in, maar leidde niet naar het echte centrum. Net op tijd verlieten we de route om via de Abdijstraat de Grote Markt te bereiken. Op weg daar naar toe passeer je de abdij, die ooit is gesticht door de Frankische edelman Trudo, de naamgever van de stad. De oude abdijtoren herinnert nog aan die tijden. De Grote Markt wordt wat vreemd verdeeld door er midden op het stadhuis te plaatsen. Daarmee verdwijnt de Onze Lieve Vrouwekerk enigszins uit het zicht. Temeer omdat het stadhuis ook weer een toren heeft. Ook al was het marktplein bij ons bezoek bezet door een speelactiviteit, toch maakten al die torens en oude gebouwen een mooi beeld. Zeker de moeite waard om voor om te lopen.
Bij het verlaten van de stad stopten we nog kort bij de kerk van de Minderbroeders. Wij vonden de gevel wel hoog, maar niet echt mooi. Eenmaal buiten de stad overvalt je weer de stilte van de boomgaarden en akkers. Nog een keer hebben we na het dorpje Burstem gerust en daarna ging het achter elkaar door over betonnen Belgische en Romeinse landweggetjes langs gaarden en akkers naar de auto bij de kerk in Hoepertingen. Althans dat was de bedoeling. Verkeerd waren we vandaag nog niet gelopen dus dat zat in de laatste twee kilometer. Daardoor kwam er minstens nog 1 bij. Verder hadden ze daarna bij het Kasteel Mariagaarde, tegenover de kerk van Hoepertingen, geen cola voor ons. Alleen in het weekend. Het zal wel een straf zijn geweest. Hadden we maar van de Belgische kersen af moeten blijven.
binnenplaats van Kasteel Mariagaarde in Hoepertingen met een terras dat alleen het in weekend open is



Zondag 5 juni 2016
Leuven - Hoegaarden
(dit is de eerste dag van de tweedaagse wandeling Leuven - Hoegaarden - Overhespen)


Glad en nat in Haspengouw

Glad
B&B Klein Paradijs
Slechts een fractie van een seconde haperde ze nadat ze was begonnen over de föhn.  Je zag de flits in haar ogen, maar het was te laat om te stoppen en daarom vertelde ze vlot waar hij lag om onze haren te drogen en ging vriendelijk voort met de verdere uitleg van de kamer. Knap als je zo snel kunt schakelen en niemand voor het gladde hoofd wilt stoten, Een hartelijke en gastvrije ontvangst van de gastvrouw van Bed&Breakfast Klein Paradijs in Hoegaarden na een dag van veelvuldig glijden en soppen over de Haspengouwse lössklei. 

Glad en nat
Tot nu toe hadden we de wateroverlast van Zuid-Nederland, België en Noord-Frankrijk alleen op tv gezien. Nu konden we de nawerking van dichtbij aanschouwen. Bij de beken zag je dat ze kort geleden een meter hoger hadden gestaan. Gelukkig was dat nu niet meer zo, anders hadden we verschillende delen van de route niet kunnen passeren. Maar de veelvuldige stortbuien hadden hun sporen achtergelaten in de vorm van ontelbare plassen en diepe tractorsporen vol met water. Uit een soort onderhoudsdiscipline had ik mijn schoenen onlangs met een nano-spray bespoten. Op je schoenen zie je dan vloeistof in het leer trekken. De beschreven bolletjes zijn zo nano-klein dat je ze niet ziet en maar moet geloven dat ze in de spray zitten en met zijn allen het water gaan tegen houden. Nou, die nano's van mij hadden het goed begrepen. Prima.

Holle wegen
Toen ik 's avonds in bed de route in gedachte terug liep, miste ik grote stukken. Het verbaasde me. Nauwelijks heb je de ruim 22 km afgerond en dan is het alweer verdrongen? Frank kwam met de verklaring: de holle wegen. Lekker lopen is het in die holle wegen alleen je hebt geen idee waar je bent. En hoe de wereld er buiten je beperkte blik uit ziet kun je alleen maar raden. Je hebt dus ook geen herkenningspunten waaraan je die kilometers in je geheugen kunt ophangen.


Start
Normaal willen wij de auto op het eindpunt van de tweedaagse wandeltocht parkeren en met de bus naar het startpunt rijden. Dat voorkomt een hoop wachten en extra vermoeidheid op de tweede dag. Onze heenreis was dit keer echter op zondag en daarmee verviel dat plan, omdat er op zondag veel minder bussen rijden. Bij de verdere verkenning op Google las ik dat er bij het geplande startpunt in Leuven een parkeerbeperking gold. Maar via Google-satelliet diende zich een oplossing aan in de vorm van een parkeerplaats bij een winkelcentrum. Ontspannen reden we dan ook op deze autoluwe zondagochtend via Antwerpen en Brussel naar Leuven. Minder ontspannen was de aankomst. Wij waren waarschijnlijk niet de enigen die de parkeerplaats van het winkelcentrum als alternatief hadden bedacht. Met een groot stalen hek werd aan deze illusie een eind gemaakt. Er volgde een korte rondrit door de wijk en in een rustige straat aan de rand van Leuven vlakbij de route lukte het alsnog.


St-Kamilluskliniek
In een mistige stilte startte de route over de eerste van vele kasseienwegen op weg naar de St-Kamilluskliniek, een psychiatrische inrichting in een groepering monumentale panden. We hadden gelukkig niets te vrezen, want hoge hekken hielden ons buiten. 
nog even doorlopen naar Santiago de Compostella
Over het pad, dat ook als aanloop naar de Camino dienst doet, ging het verder naar Bierbeek. Je verwacht dan een aanlokkelijke lokale beek. De naam van deze gemeente heeft echter volgens Wikipedia niets met bier en veel met mest te maken. Alles wordt verklaard met een verbastering van oude woorden. Oud Nederlands kan soms verwarrend zijn. Teleurstellend. Snel weg.
Meest herkenbaar op de route bij Bierbeek is de watertoren waarvan het waterreservoir is beschilderd als een wereldbol. 
Gadegeslagen door jonge koeien ging het na Bierbeek voorzichtig verder in een hol pad vol met brandnetels. De GR 128 moet duidelijk wat drukker worden, anders groeit hij dicht. We slingerden verder via smalle paden, afwisselend in open en bedekt terrein langs kleine kernen als Molensteen en Honsem. 
waarom gaan die mensen een brandnetelpad in?



Honsem
Gastvrijheid
Gewaarschuwd door de vele plassen kozen we in de vallei van de Jordaanbeek al bij voorbaat voor de zogenaamde wintervariant. Zelfs daar ging het regelmatig glijdend voorwaarts over smalle stroken tussen de wielsporen. 
Sinds vanochtend hadden we geen horeca gezien en volgens de gids zou dit pas oprijzen in Hoegaarden, ons eindpunt voor vandaag. Des te mooier was onze stop in het ontmoetingscentrum van Hoksem. Bijna waren we er voorbij gelopen. Langzaam drong het door dat een bord met 'Welkom' en verschillende echtparen aan tafeltjes toch om een nadere kennismaking vragen. Met onze rugzakken en onbekende gezichten in deze gemeenschap trokken we bij binnenkomst wel de aandacht, maar het werd geen spitsroeden lopen.
We mochten blijven voor één, en zelfs voor twee bier. De vrijwillige barbediening kwam geïnteresseerd naar onze herkomst vragen en enkele mooie ervaringen in Nederland werden ons enthousiast uit de doeken gedaan. We hadden geluk, want deze bijeenkomst werd één keer in de maand georganiseerd. Zoals altijd dwingen wij geluk af.

St Janskerk van Hoksem
St Katarinakapel bij Houtem
Hoegaarden
Onderweg naar het bekende bierstadje liep de route van kapel naar kapel om tenslotte uit te monden bij de brouwerij. Geen verkeerde keuze van de routeplanners; eerst devoot rondwandelen om daarna in een aardse omgeving te herstellen. Op weg naar B&B Klein Paradijs kregen wij meteen een mooie indruk van dit stadje. Vlak bij de brouwerij staat nog een grote boerderij midden in de bebouwing. Het deed mij denken aan de vesting Naarden, waar je dat tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw ook nog had. Maar met de huidige grote loopstallen is het eigenlijk ook minder een probleem, hoewel wij de bijbehorende geuren niet echt meer in onze woonomgeving gewend zijn. Dieper in de kern van Hoegaarden zagen we het gezellige plein omzoomd door enkele terrassen, het gemeentehuis, restaurant 't Kapittelhuys en de dominante St Gorgoniuskerk. 



Voetbal
Ondanks de uitnodigende terrassen op het plein zijn wij 's avonds teruggelopen naar eetcafé De Kouterhof. Dit is het brouwerijcafé van Hoegaarden met een gezellig buitenterras op een cour. Onder dreiging van een dit jaar standaard Belgisch onweer hebben we de maaltijd binnen onder de oude gewelven genoten, met zicht op ontelbare fusten en containers bier. 


De stemming was zonder dat uitzicht toch al goed want het Belgisch elftal had net tevoren met 3-2 van Noorwegen gewonnen. Onderweg hadden we al een enkele Belgische driekleuren uit het raam zien hangen. Het haalt het lang niet bij de Oranjeversieringen die je in Nederland altijd ziet, of altijd zag. Maar het leek ons niet verstandig daar over uit te wijden. Voorlopig doen zij mee en wij zitten hier een beetje jaloers mee te genieten. Even dimmen en morgen vrolijk verder wandelen.




Maandag 6 juni 2016
Hoegaarden - Overhespen
(dit is de tweede dag van de tweedaagse wandeling Leuven - Hoegaarden - Overhespen)

De Taalgrens

Twee keer zijn we de taalgrens gepasseerd. Het deed geen pijn. Even langzaam ging het lopen in Vlaanderen als in Wallonië en Frans hebben we niet hoeven spreken. In de gids lees ik dat er vroeger geen sprake was van een duidelijke grenslijn, maar meer van een gemengd taalgebied. Een overgangsgebied waar alle dorpen een Vlaamse en een Franse naam hebben. Vlakbij het dorp Hélécine zie ik een akker met de naam Le Steenberg. Ach, er zijn al teveel wij-zij grenzen, een tweetalige gedoogzone lijkt mij praktischer. Brulkikkers hebben geen enkel probleem met tweetaligheid. Ze brulden er lustig op los in hun vijver. Of je het een vijver noemde van de abdij van Heylissem of een vijver van de abdij van Hélécine, het maakte ze niks uit.

Mais onder plastic
Als bekende gasten hadden wij vanochtend na een prima ontbijt door de achterdeur onze B&B Klein Paradijs verlaten. Eenmaal terug op de Vlaanderenroute in Hoegaarden leidde deze ons via enkele stegen en achterafpaden de stad uit naar de watermolen langs de Grote Gete. Een hernieuwde kennismaking, want die waren we vorig jaar stroomafwaarts ook al tegengekomen bij Drieslinter. Hij stroomde hard dit jaar. Niet verwonderlijk na al die regen. Mooi om naar te kijken. 
Waar we ook met verbazing naar keken was even verderop bij de snelweg E-40 waar we op de akkers mais onder plastic zagen groeien. Lekker interessant zul je denken. Maar in Nederland heb ik dat niet eerder gezien. Niet een klein beetje plastic, het moeten duizenden vierkante meters zijn geweest. De maisplantjes waren dwars door de plasticfolie heen gegroeid en zeker twintig centimeter hoger dan de mais zonder plastic. Wie verzint dit en waarom? 
Even op Wikipedia de agrarische kennis aanvullen met een citaat uit Boederij.nl: 

Mais telen onder folie geeft voordelen, zoals een hogere opbrengst en telen op moeilijke percelen. De kosten zitten een doorbraak in de weg.

Mais telen onder folie is in Nederland nog weinig bekend. Het fenomeen is acht jaar geleden overgewaaid uit Ierland, waar het al lange tijd op grote schaal wordt toegepast. In dat land wordt ongeveer 40% van de mais onder folie geteeld. Door de folie wordt de teelt met enkele weken vervroegd, waardoor maisteelt ook op moeilijke gronden mogelijk is.

Op de website van de meest genoemde consultant lees ik de aanmoediging:
Maïs onder folie: 1000 kg meer zetmeel per hectare.
Maïs telen onder folie. In Nederland steeds bekender en populairder. Niet zo gek, want de eerste testresultaten zijn zeer positief. Een kleine investering levert snel meer opbrengsten door drie weken eerder zaaien en makkelijker oogsten. 

Zo ook weer opgelost. Het plastic schijnt biologisch afbreekbaar te zijn en verdwijnt na een week of zes. Hopelijk heb je dan na een aantal jaren geen plastic akker.

Omzetstijging in Goetsenhoven
We lopen tevreden verder richting Goetsenhoven op zoek naar de aangekondigde mammoetbomen in de tuin van het Kasteel van Ast, die je volgens de gids 'van ver kan zien uitsteken boven de andere bomen'. Zij zouden familie zijn van de sequoia bomen. Nou dan hadden die bomen zeker een familie-uitje, maar zowel het kasteel als deze mammoets hebben wij niet achter de overige bomen kunnen ontdekken. Jammer. Misschien moeten wij de balk uit onze ogen halen?
Ook in Goetsenhoven was alles rustig op deze maandagochtend. Het is dat er regelmatig helikopters over kwamen, waarschijnlijk van de nabij gelegen vliegbasis, anders kon je er een kanon afschieten. Te zien aan het monument is dat in het verleden voldoende gebeurd. Heerlijk die rust. Tijd voor een pauze op het al even stille Goetsenhovenseplein, nadat we voor 5 euro aan marsen en cola hebben gekocht in de ouderwetse winkel aan het plein. Dat moet een topochtend zijn geweest met zoveel klanten.

Grandeur van weleer
Voort ging het over grote akkers, langs enorme boomkwekerijen en door nauwe holle paden naar het Waalse Domaine Provicale d' Hélécine.




Het Domaine Provicale d' Hélécine; een prachtig ruim park met mooie vijvers bij de imposante abdij. Althans, ooit begonnen als abdij en later omgebouwd tot kasteel. De wereldlijke macht van de clerus vormgegeven in een brede façade. Meer dan de moeite waard om op je gemak voorlangs te lopen en je af te vragen hoe zo iets tegenwoordig een nuttige bestemming krijgt. Want wie wil dit onderhouden? Van veraf lijkt dat prima geregeld, maar dichterbij zien we op de indrukwekkende middenentree plukken gras die uitdagend de huidige bezitters toewuiven.



Na de passage van het park trekken we verder langs opnieuw een oude bekende. Dit keer de Kleine Gete. Meer dan een meter hoger moet hij onlangs nog zijn geweest gelet op de modderige afzettingen op de oevers. We trekken onze broeken op en zakken diep in de modder weg. Ook de akkers even verder hebben veel aarde door zware regenval verloren. Dikke plakkaten klei liggen op het wandelpad. 

Kerk van Neerheylissem
Alles hebben de routeplanners er aan gedaan om de wandelaars niet over de verbindingsweg naar St Truiden te laten lopen. Heen en weer gaat het over de Kleine Gete en via allerlei stegen en nauwe paden zien we vele hoeken en dito zovele kapelletjes van Neerheylissem. Dat is hier niet zo moeilijk, want op elke hoek staat er een waarin de Heilige Maria je vriendelijk toeknikt en je veel succes met je wandeling wenst.

Welkom in Vlaanderen
Zonder dat ik er erg in heb lees ik op de Ardevoorstraat een bordje met 'Kindercrèche', met een bijbehorende truttige naam. Hé, Nederlands, dan zijn we dus weer in Vlaanderen. En inderdaad, op de kaart zie ik dat we letterlijk op de taalgrens lopen. Even later volgt het bord waarmee Vlaanderen ons welkom heet. Alsof je terugkomt in het beloofde land. Of het toeval is weet ik niet, maar driehonderd meter verder stuiten we op een kroeg en zijgen neer voor een koele drank. Die Vlamingen snappen wat een wandelaar verlangt bij dit heerlijke weer.
De finale drie kilometer gaan voor de helft weer blubberend verder vlak langs de Kleine Gete tot we de stuw van de voormalige watermolen 'Koningsmolen' bereiken. Daar beginnen we aan de laatste akkers omzoomd door schitterende randen met de overbekende Vlaamse klaprozen. 

Meedenkende buschauffeur
Bij bushalte De Hekstraat moeten we helaas drie kwartier wachten. Grotendeels spenderen we die tijd bij het nabij gelegen benzinestation waar wij tanken uit de cola-automaat.
Op onze vraag om een kaartje naar Leuven informeert de buschauffeur ons meteen dat we dan bij het station van Tienen moeten overstappen op de lijn 380. Hij zal zijn best doen dat te halen, maar hij is aan de late kant. Halverwege Tienen zien we dat het niet gaat lukken. Dat wordt weer tijd verlummelen voor de overstap. 

Maar niet bij deze chauffeur. Hij weet blijkbaar nog steeds waar wij naar toe moeten en opeens stopt hij bij een halte op een doorgaande weg en geeft aan dat de '380' hier vanaf het station langs zal komen.
Een meedenker, daar moet je zuinig op zijn! Een prima ambassadeur voor zijn land. Dat zie ik in Nederland nog niet zo snel gebeuren. Binnen minuten arriveert de echte '380' en een half uur later staan we weer in Leuven. Zo makkelijk kan het zijn.

Nog anderhalve kilometer lopen naar de auto. We passeren de Abdij van het Park passeren, maar hebben geen zin meer er lang bij stil te staan. Dat doen we de volgende keer wel. Nu willen we naar huis. Je weet dit jaar nooit wanneer het in België weer gaat onweren. Dat hadden we goed gezien, want 's avonds is het in de buurt van Brussel flink te keer gegaan met ondergelopen straten en al. We wachten nu tot het moessonseizoen voorbij is en komen dan terug voor twee volgende dagen om Leuven en omgeving verder te verkennen.




20 juli 2016
Hever - Rotselaar
(dit is de eerste dag van de tweedaagse wandeling Hever - Rotselaar - Leuven)




Warm

Wandelen doe je meestal om rustig door het landschap te trekken. De ene keer gaat het wat meer om de beweging en de andere keer vooral om rustig om je heen te kijken. Deze tweedaagse wandeling van Hever, ten oosten van Mechelen, naar Leuven weet ik het eigenlijk niet. Het kost me moeite om iets terug te roepen in mijn geheugen. Behalve natuurlijk het centrum van Leuven met het mooie stadhuis, dat wis je niet zo maar uit. Maar vaak gebeurt er wel iets of zie je iets dat je direct koppelt aan die wandeling. Dat hadden we de afgelopen twee dagen niet. Of het moet de hitte zijn geweest. De twee heetste dagen van het jaar hadden we uitgezocht. Woensdag was het rond de 32, en donderdag toch nog 30 graden.

Parkabij
Extra vroeg vanwege de aangekondigde warmte waren we van huis vertrokken. Daarom stapten we al om half tien uit op de parkeerplaats bij het de Parkabdij van Leuven, het geplande eindpunt van deze wandeltweedaagse.

Via de binnenplaats van de abdij trokken we richting het station. Binnen een half uur begingen we de tweede wetsovertreding in België; eerst parkeren zonder blauwe parkeerschijf en daarna het overschrijden van de spoorlijn over een geblokkeerde brug. We zakten niet door het wegdek en bereikten via de geplande route zonder omlopen het station. 
terugblik op de abdij met bijgebouwen

Dijleland 
Met een prima gekoelde trein bereikten we station Boortmeerbeek. Daarna waren we aan de beurt en kon de echte wandeling beginnen bij Hever. Eerst nog een aanloop door het bos van de Dambeek en dan door het open veld naar de Dijle, het belangrijkste riviertje in deze streek: het Dijleland. Een diep ingesneden stroom in een met keien verstevigd bed. Mooi om langs te lopen en te kijken naar de koeien die als op een oud schilderij verkoeling zochten in een plas.



Rijmenam werd afgeschermd door de Dijle en bleef een silhouet achter de bomen. We vervolgden via bospaden en landweggetjes door het oostelijk deel van de gemeente Haacht. Kijken naar agrarische activiteiten is altijd een welkome reden voor een rust. Dit keer in de schaduw van huis. En terwijl we ons verbaasden over de enorme lading ingepakt hooi op lange opleggers schrokken we van de vriendelijke stem achter ons, die ons vanuit het raam uitnodigde voor de thee. Dit soort kortstondige ontmoetingen en spontane gestes maakt een wandeling in een ander land nog specialer.

Verder door de velden ging het ten zuiden van Haacht, vruchteloos op zoek naar een café. Kansloos natuurlijk, want op onze kaart stonden geen horecatekens. Des te blijer ben je dan bij de verschijning van een tankstation. Bij de Haacht Motors Garage kan je prima cola tanken in de gekoelde ruimte bij de kassa. Een dorstige kinderhand is snel gevuld.

Avonddoel
Verder langs het spoor bij Wespelaar en door de bossen langs de Leibeek gaat het, om tenslotte in Wakkerzeel aan te kloppen bij het eerste echte café op de route: gesloten. Dan maar in een teug door naar de brug over de Dijle bij Rotselaar. We verlaten de route, struinen dwars door geoogste akkers, banjeren als landlopers langs een drukke tweebaansweg, om eindelijk dorstig bij de besproken B&B aan te komen. 
Maar Greet heeft het nog te druk met haar vriendinnen om open te doen en we verschaffen ons zelf toegang. De vriendinnen verlaten snel het pand en Greet komt alsnog met een welkomstdrank en de uitleg van de luxe van een kamer met douche. Hoe gebruikelijke voorzieningen na een dag wandelen in de hitte weer een begerenswaardige uitstraling krijgen. Net zo luxe zijn we 's avonds opnieuw tweeënhalve kilometer gaan lopen, nu naar restaurant de Torenhoeve.
Onder het mom, dat we alles er al afgelopen hadden, verdween de ene salade na de ander biefstuk, na de volgende bier en de laatste dame blanche. Geheel op oorspronkelijk gewicht liepen we terug naar Greet. In België verhonger en verdorst je niet na een dagje wandelen. Laat dat maar aan ze over.





21 juli 2016

Rotselaar - Leuven
(dit is de tweede dag van de tweedaagse wandeling Hever - Rotselaar - Leuven)



Verdriet, fascinatie, opluchting

Snelle stemmingswisselingen
Huilend hing zij om zijn hals. Frank kon nog net opvangen, dat hij aankondigde dat hij haar ging verlaten. De twee kinderen speelden wat sneu met een bal op onzekere afstand. Een triest gezicht. Het maakt stil en ongemakkelijk. Doorlopen, wat anders. Even later zien we de klimtoestellen en de kleine zwem- en poedelbassins bij de uitgang van het provinciale recreatiedomein. De kindergillen en lachen zijn hier niet van de lucht. Hoe het leven kan verschillen op honderd meter. Wij kijken weer eens op onze kaart en zoeken naar de vervolgmarkering. Verder door de uitgang en naar het tweede hoogtepunt van vandaag; het centrum van Leuven. Dat schijnt mooi te zijn. Snel er naar toe, kijken hoe het er uit ziet.

Kerk van Putkapel met daar achter de lage heuvels richting Leuven
Welke berg?
Al vroeg waren we vanochtend op pad gegaan, de warmte vooruit. Langs de Dijle ging het richting het dorp Putkapel, op naar het eerste, en letterlijke hoogtepunt van de dag, de heuvelrug tussen Putkapel en Leuven. Via een hol wandelpad stijgen we kort om bij een wandelwijzer zeker te weten dat we boven zijn. 

Daarna volgt een slingerpad van berg naar berg; de St. Geertruidisberg, de Lemingberg en tenslotte de Kesselberg. Zoveel bergen, met kronkelpaden en korte klimmetjes en 'afzinken', dat ik tijdelijk het contact tussen kaart en werkelijkheid verlies. Als er geen markeringen waren geweest hadden we nog veel langer gedaan om het uitzichtpunt op de Kesselberg te bereiken.

Leuven
Op de rand van de Kesselberg zien we ons doel van vandaag. Zien gaat overigens sneller dan er naar toe lopen. Eerst nog steile trappen af om op normale-mensen-niveau te komen, daarna bijna een kilometer door nauwe stegen tussen sportvelden en jaloersmakende diepe tuinen, om via het prachtige en drukke provinciale recreatiedomein bijna de binnenstad te bereiken. Het wordt tijd ook, want al dat gewandel over asfalt begint te vervelen.

Er volgt eerst nog een weinig inspirerend stuk langs de spoorlijn en de Stella bierbrouwerijen. Brouwerijen van enorme omvang. Via de oevers van de Dijle dringen we de stad binnen, die haar mooie huizen en gebouwen lang achter de hand houdt. 
Bij de St. Geertruidiskerk komt daar gelukkig verandering in. Na een soort begijnhof volgen mooie winkelstraten en pleinen, die ondanks de nationale feestdag, of wellicht juist vanwege deze dag, nog heerlijk rustig zijn, als was het zondag. Verder dan deze rust en gesloten winkels wijst weinig op een feestdag, geen vlaggen, geen kindermarkten of braderieën. Ieder land doet dat blijkbaar op zijn eigen wijze.

De terrassen nemen toe, het gaat steeds beter. En als we de grote St. Pieterskerk passeren staan we ineens op de Grote Markt oog in oog met het schitterende stadhuis met al de beelden en torens en torentjes. Zou je de tientallen ridders, geleerden en kerkelijke vaders stuk voor stuk willen bewonderen, dan zit je hier nog wel even. Wij worden alweer afgeleid door een ander mooi gebouw, het Tafelrond. Voordat het verschillende keren in de voorbije eeuwen werd vernield ooit bedoelt als vergaderzalen voor de gildes. Nu is het een hotel-restaurant. Beide gebouwen zien er schitterend en stralend uit, een genot om naar te kijken. Dat doen wij vanaf een terras. 

Eenmaal van het terras vertrokken, verkorten we vanwege de warmte de gemarkeerde route en verlaten via de Naamsestraat het centrum. Daar stuiteren we van het ene collegegebouw naar het andere. Hier staan de oude collegegebouwen, want de nieuwe campussen bevinden zich tegenwoordig meer aan de rand van de stad. Er is zelfs een collegeberg, deze wijk moet een soort apenrots van geleerden zijn. We slaan gedecideerd de Parkstraat in, de straat die ons zal brengen naar de Parkabdij, ons eindpunt.
poort van het Heilige Geestcollege
Scenario's
Eerder die dag hadden we alle scenario's proberen op te lijnen voor de auto. Mogelijkheid vier had onze voorkeur; 'hij stond er nog en we hadden geen bekeuring'. De ergste mogelijkheid was; 'hij staat er niet meer', met twee varianten; 'hij is afgesleept door de politie' of 'hij is gestolen'. Deze mogelijkheid verdrongen wij, maar in de Parkstraat, vlakbij de abdij, spookte hij toch rond. Andere mogelijkheden waren 'een bekeuring' of een  'wielklem met een bekeuring'. Voor alle scenario's hadden we ook een reactie bedacht, maar gingen voorlopig van het gewenste scenario nummer vier uit. Wie gaat nou op de nationale feestdag moeilijk doen? Hoopten wij.


Om half drie liepen we de oprijlaan van de abdij op, namen nog een foto en liepen de confrontatie tegemoet. 'Aah', de eerste waarneming tussen de andere auto's door, gaven aan dat hij er nog stond. Prima. Al naderend groeide de geruststelling dat de gewenste mogelijkheid vier bewaarheid werd. Dat bleek bij verdere nadering teveel wishful thinking. Er stak een klein papiertje onder de ruitenwisser. We weten nu dat een parkeerbon in België parkeerretributie heet. Zo leer je voor 27,50 euro weer een nieuw woord. De controleurs hadden er geen gras over laten groeien, want hij zat er al vanaf gisterenmiddag op. Achteraf valt het bedrag dus nog mee. Op een betaalde parkeerplaats was je daarmee waarschijnlijk niet weg gekomen.

Grrr
Verder was het een zeer informatief papiertje in de vorm van een kassabon. Alles stond er op; wie, wat, wanneer, waarom, hoe je kunt betalen, het internationale rekeningnummer en de aanmoediging om dat toch maar snel te doen om 'dossierkosten' te voorkomen. We nemen ons verlies en zijn allang blij dat we weer twee mooie dagen hebben gewandeld in een aardig landschap en door een mooie stad. Maar nu toch snel weg van deze parkeerplaats.








19 en 20 juli 2017

Mollem -  Kapelle op den Bos - Boortmeerbeek

19 en 20 juli 2017


MAG 1 en MAG 2

MAG 
MAG op links en rechts. Vroeger zou ik van die uitdrukking verward raken. De Mag was een Belgische mitrailleur. Moest die mitrailleur nu aan de linkerkant van de groep of aan de rechterkant? Twee hadden we er niet. Of moesten we er een extra mitrailleur meesjouwen? Nee toch!
Frank bedoelde er dit keer iets anders mee. Niet de afkorting van de mitrailleur, maar de korte samenvatting van twee dagen wandelen in Vlaanderen ten noorden van Brussel: Mais, Aardappelen, Graan. Twee dagen, en zowel links als rechts MAG. Dan haal je een hoog tempo. Alles heeft een positieve kant.
Al bij de voorbereiding merkte ik dat dit deel van de route een moeilijk klus werd. Geen overnachting in B&B's te vinden. Slechts eentje in de nabijheid van de route bij Humbeek, maar zonder mogelijkheid van een prettige avondbesteding in een restaurant. Campings vindt je sowieso al nauwelijks in België. Ook het bereiken van het begin- en eindpunt met openbaar vervoer leverde daarmee wat gepuzzel op. Nu is wandelen geen klus, dus moet er ook iets leuks zijn. Dat hebben we gevonden met een overnachting in Mechelen.
Anders dan voorgaande jaren, waarbij we de auto op het eindpunt zetten van twee dagen wandelen en halverwege overnachtten in een B&B of hotel, hebben we er nu twee aparte wandeldagen van gemaakt. Op beide dagen parkeerden we de auto op het eindpunt van die dag. Daarmee beschikten we op de avond van de eerste dag over de auto en hebben onze actieradius vergroot tot Mechelen. Een gelukkige keus.

Kapelle op den Bos - Boortmeerbeek
Dag 1 knalde er direct in met zevenentwintig kilometer, waarvan er vijf niet op de route lagen. De auto werd geparkeerd bij station Boortmeerbeek en na een mentaal gevecht met een ticketautomaat brachten keurige treinen met vriendelijk personeel ons, via een overstap in Mechelen naar het station van Kapelle-op-den-Bos. Treinpersoneel in Nederland is zeker niet onvriendelijk, maar de benadering in België straalt net iets meer. Dat trof ons ook 's avonds bij de receptie van het hotel en met de bediening op het terras. Oprecht vriendelijk bediening. Dat kan voor een deel aan onze communicatieve vaardigheden hebben gelegen, maar we rekenen deze extra warmte en hulpvaardigheid toe aan de Belgische cultuur. Iets om te koesteren.

de drooggevallen beek van Frank
Na vier aanloopkilometers bereikten we bij Ipsvoorde de route. Twee uur later vroeg ik aan Frank of hij zich nog iets opvallends op de route kon herinneren. Enige tijd bleef het stil en toen noemde hij de drooggevallen beek tussen 't Sas en Zemst-Laar. Daar was ik niet opgekomen. 
Hefbrug bij Humbeek
Bij mij waren het 's-Gravenkasteel, de Lourdesgrot en de kruisweg van Humbeek, en de hefbrug over het Zeekanaal Schelde-Brussel. Van het kasteel kregen we slechts een glimp mee, van de grot kregen we ouderwetse katholieke rillingen en op de brug kregen we de zondvloed gehuld in regenkleding. En dat alles bij een temperatuur van 28 graden en een voortdurende onweersdreiging. 
's-Gravenkasteel

Lourdesgrot bij Humbeek

Zeekanaal Schelde - Brussel bij Humbeek
's Middags vervaagden de beelden nog sneller. De streek wemelt van de kastelen, die veelal schuilgaan achter hekken en hagen. Ten zuiden van Mechelen ging het door dorpen als Eppegem, Elewijt en Schiplaken. Schitterende namen voor landelijke plaatsen waar wij via stegen en andere sluipwegen een goed beeld kregen van de Belgische infrastructuur en die al doordouwend direct weer vergaten. Geen rusten bij kroegen. De enkele die we passeerden waren steevast gesloten.
Kasteel 't Steen
Beter ga je hier fietsen over mooie kleine paden waar met behulp van knooppunten een snellere indruk wordt verkregen dan wandelend. Om het wandelen af te leren knopten wij bij Hever het eindpunt van vandaag aan het startpunt van vorig jaar en begonnen aan een aflooproute van anderhalve kilometer naar de auto. Einde wandeldag 1.

Grote Markt van Mechelen met op de achtergrond de toren van de St Romboutskathedraal
Mechelen
Maar daarna kwam het mooiere deel, de avond in Mechelen. Wandelen door het oude centrum, langs de Sint Romboutskathedraal, genieten van de gevels aan de Grote Markt waar net een feest was met Zuid-Amerikaanse muziek, omrand door het paleis van Margaretha van Oostenrijk en het stadhuis met schoon beeldhouwwerk in de gevel. Schitterend.

Vervolgens via het Schepenhuis over de statige keien van de IJzerenleen, naar de Dijlekade en tot half elf met koele drank en heerlijk eten op de vismarkt uitrusten bij nog steeds tropische temperaturen, omringd door flanerende mensen. Een prachtige avond.
IJzerenleen
IJzerenleen

Dijle
Vismarkt


MAG 2
kerk van Mollem
Van Kapelle-op-den-Bos met de trein op de tweede wandeldag via Dendermonde naar Mollem. De forensen gaan door naar Brussel, wij storten ons in het ochtendgewoel van Mollem. Alleen in de hoofdstraat moesten we voor een auto van de rijbaan af. Na passage van de kerk zijn we al snel buiten de bebouwde kom en dus in MAG-gebied. Nu wel mooier dan gisteren met enige glooiingen en betere panorama's, zoals bij de Steenberg. Ook vandaag houdt de horeca het bij 'Ja, Nee'. Ja, ze staan op de beloofde plek en Nee, ze zijn niet open. 
licht glooiiend terrein buiten Mollem

overal de verering van Onze Lieve Vrouw Maria
We passeren zonder veel pauze de oordranden van Wolvertem, Sint-Brixius-Rode en Nieuwenrode. Beroering veroorzaken we niet. Overal genieten we ook deze dag de bescherming van de OLV Maria. En overal mogen we zonder problemen passeren, ook al hebben we vlak voor Nieuwenrode het idee dat onze wandelgids verouderd is en wij inmiddels over privéterrein lopen. 
een van de weinige rusten op de tweede dag
Tien kilometer aan een stuk lopen we door, de bovenbenen verzuren. Net voor station Kapelle-op-den-Bos redt een cola-automaat onze dag en even later staan we bij de auto. Halfdrie, lekker snel gewandeld. Weer vijfentwintig kilometer afgerond. Het waren in ieder geval twee goede trainingen voor de trektocht in Noorwegen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen