Welkom


Welkom op mijn trektochten- en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

dinsdag 25 september 2018

Trektocht Tiroler Höhenweg 2018: van Schneeberghütte via Grosser Timmler Schwarzsee naar Gasthaus Hochfirst

 Woensdag 15 augustus, wandeldag 10
van de Schneeberghütte (2355) via de Karlscharte (2691) en
de Grosser Timmler Schwarzsee (2514) naar Gasthaus Hochfirst (1763)
Zuid-Tirol, Italië
± 6 uur inclusief pauzes,
± 11 km, ± 530 m klimmen en ± 1070 m dalen

Grosser Timmler Schwarzsee

Keteldal

Mariahemelvaart is het vandaag. Het schijnt zelfs hier in St. Martin am Schneeberg met een mis in het kleine kapelletje gevierd te worden. Dat ga ik niet meemaken. Na een nacht met bijna dertig slapende mensen om mij heen is het om zes uur tijd voor frisse lucht. Bovendien had ik last van een verstopte neus, waardoor je al helemaal moeilijk ademhaalt. Van Duitse wandelaars hoorde ik dat zoiets veel voor komt op grotere hoogte als gevolg van de droge lucht. Behalve lichamelijke reacties door de grote dagelijkse inspanning, merk ik verder geen bijzonderheden.

Als eerste zat ik in de gezellige eetruimte om halfzeven aan het ontbijt. Voor een schappelijke 60 euro voor half pension en enkele drankjes kreeg ik de bewerkte kopie van mijn paspoort-bladzijde terug en mocht ik om zeven uur vertrekken.

Karlscharte
Het is half bewolkt en fris. Ik hou mijn fleece voorlopig nog mooi aan. Na de oversteek naar de tegenoverliggende helling krijg ik zicht op de afgravingen onder St. Martin am Schneeberg (2300 m). Afgegraven etages steken grauw af tegen het omringende groen van de weides en het wit van de hut. Om zeven uur loop ik hier nog alleen. Rustig ga ik in dit tijdelijke niemandsland omhoog en dring een ruime slenk binnen waarbinnen ik met grote bogen klim naar de nauwe doorgang naar het volgende dal, de Karlscharte (2691 m).
Karlscharte
Timmelsdal

Het Timmelsdal aan de andere kant laat zich etagegewijs ontdekken. Het is een zogenaamd keteldal, een dal dat komvormig eindigt. De Tiroler Höhenweg volgt deze ronding. Als eerste de afdaling vanaf de Karlscharte naar de bodem van het bovenste Timmelalm. De bergrug waar ik net de overstap naar deze vallei maakte vormt dan weer hoge flanken aan de rechterhand. Het pad voert door het witte erosiepuin van de berg Schneeberger Weissen. 
Eenmaal in het weidegebied is het geriefelijk lopen langs kleine meertjes en over snel stromende beken. Volgens mijn kaart schijnt dit dal de oorsprong van de rivier de Passer te vormen, de naamgever aan verschillende dalen en dorpen hier. Het water waar ik over stap zal sneller in Meran zijn dan ik. Het stroomt ook alleen maar laf naar beneden. Geen karakter. De beken hier in de bovenste alm lozen hun water naar het middelste almenplateau, dat doorsneden is van meanderende stromen die zich tenslotte verenigen om zich als Passer naar beneden te storten. Van boven ziet het er prachtig uit, misschien zelfs wel wunderschön.





Oberkrumpwasser begin van de Passer
Ik omtrek nog wat koeien die denken hier het alleenrecht te hebben en begin weer te stijgen terwijl ik nog steeds geen zicht heb op de alom geprezen Grosser Timmler Schwarzsee. De ruime boog die het pad op mijn kaart naar de overkant van het dal maakt heb ik duidelijk onderschat. Dat grote meer moet wel snel verschijnen anders weet ik niet of ik het wel zo mooi vind. Dat is stoer gedacht, maar er is geen ander pad. 
Grosser Timmler Schwarzsee
Tegemoetkomende wandelaars nemen in aantal toe. Zij omlaag, ik omhoog. Eindelijk bereik ik met een ferme laatste overstap de oeverrug waarbinnen het meer ligt. Het is de moeite waard geweest. Mooi blauw tekent het af tegen de groen-grijze achtergrond. Enkele vissers zijn actief aan de overkant, hier en daar rusten mensen langs de oevers, sommige wandelaars trekken door naar het gletsjergebied hogerop. Na de oversteek van de uitstroom van het meer over keurige stapstenen pauzeer ik op het achterliggende bergje en geniet van dit panorama. 


Uitstroom van de Grosser Timmler Schwarzsee
Je zou hier zo een uur kunnen pauzeren. Bij een trektochtwandelaar ontstaat er echter na een kwartier een soort autonome handelingstroom. Rugzak dicht, omhangen, rondkijken of je niets vergeten bent, blik op de kaart, waar gaat het pad verder, en gaan. Terug in die vreemd genoeg rustgevende cadans. De kunst is al wandelend te genieten van de beweging, de voortgang en het landschap. En zo nu en dan ontmoet je ook nog mensen. Dat is op deze feestdag geen enkel probleem. Velen hebben het meer vandaag als wandeldoel. Het is er op de route er naar toe druk als op een zondag. Gezinnen, honden, alles gaat op deze feestdag ter ere van Maria omhoog. Als ik ze al dalend van boven bekijk zullen vele van deze mensen ook de hemel bereiken, maar  zeker niet allemaal de Grosser Timmler Schwarzsee.
Laatste stuk van de afdaling naar de Timmelsalm Gastwirtschaft (foto van internet)
(foto van internet)
Omdat het feest is pauzeer ik nog een keer op het terras van de Gastwirtschaft op de onderste Timmelsalm voordat ik afdaal naar de Timmelsbrücke. Daar eindigt het dal bij de Timmelsjochhochstrasse die het domein is van motorrijders, sportauto's, auto's met open dak en daartussen wielrenners. Oh, ja en ik. Als een schichtig hert loop ik langs de kant van de weg in de richting van de pijl die zegt dat het Gasthaus Hochfirst twintig minuten verder ligt. Regelmatig kijk ik in het dal onder me of er weer verkeer aankomt om zo tijdig een veilig plekje in de berm te vinden. Anders wordt dat bij de tunnel vlak voor het hotelletje. Na een gedegen controle of het achter voorlopig veilig blijft ga ik voor het eerst met mijn zak op de rug in de looppas voorwaarts. Het moet al niet zo zijn dat je tijdens een hoge bergtrektocht verongelukt, maar het is helemaal sneu als je bent plat gereden in een tunnel.
Timmelsbrucke met de Timmelsjochstrasse (foto van internet). het Gasthaus Hochfirst ligt rechts om de hoek.
Mijn vrees voor een vol Gasthaus was ongegrond. Om 13.00 uur was ik met succes en opluchting een van de eersten voor een kamer. Niet zo heel verwonderlijk want de kamers sluiten goed aan op het berghuttenniveau. Maar ik ben er weer blij mee op deze Maria ten hemelopneming. Positief is dat ook de prijs gelijke tred heeft gehouden, 40 euro. Eerst even naar huis bellen en naar de verontrustende medische berichten informeren. Die blijken gelukkig minder alarmerend dan gisteren. Dan nu meteen voor de eerste keer mijn wandelbroek wassen. Dan zit ik er bij het avondeten weer kek in een schone broek bij. Dat ie dan ook droog is maakt het nog feestelijker.


De dagberichten worden aaneengeregen in een totaalverslag. 
Klik op onderstaande link: 

zaterdag 22 september 2018

Trektocht Tiroler Höhenweg 2018: van Maiern im Ridnauntal naar de Schneeberghütte

 Dinsdag 14 augustus, wandeldag 9
van Maiern im Ridnauntal (1370) via de Schneebergscharte (2726)
naar de Schneeberghütte (2355)
Zuid-Tirol, Italië
± 6,5 uur inclusief pauzes,
± 10,5 km, ± 1350 m klimmen en ± 370 m dalen

St. Martin mijnschacht

Mijnbouw op hoogte

foto van internet
Wat ben ik blij dat ik geen mijnwerker was in de eerste helft van de vorige eeuw op een hoogte van ruim 2300 meter. In een door hoge bergen omgeven dal ondergronds of in dagbouw als een mol op zoek naar erts. In je waarschijnlijk spaarzame vrije tijd alleen dezelfde kleine gemeenschap om je heen zonder contacten met de buitenwereld. Even naar een iets groter dorp lopen lager in het dal duurde minstens twee uur. Toen ik de foto's in het museum van St. Martin am Schneeberg zag was ik weer even terug in de tijd van mijn grootouders. 
foto van museumwebsite
Wat een beperkte wereld met veel harde lichamelijke arbeid. Veel rokende mensen, die in die beperkte vrije tijd met muziek en gezang hun leven opvrolijkten. En alles natuurlijk onder het minzame toezicht van de geestelijkheid. Een katholieke kerk die zelf mede-eigenaar werd van deze mijnbouw. De museum-medewerker vertelde dat vanaf dat moment werken op zondag was toegestaan.
foto van internet
Indrukwekkend hoe de aanwezigheid van zink, lood, zilver, hier een hele gemeen-schap vormde met een eigen kerkje, slagerij, café, en drie verdiepingen hoge legeringsgebouwen. Voor de afvoer van het erts werd van alles bedacht; treintjes, kabelbanen, afwisselend met paardenkracht en waterkracht voortgedreven. Maar voor de arbeiders was dat beperkt. De doden mochten niet lokaal worden begraven. Dat moest natuurlijk in "gewijde aarde". Die werden daarom onder andere naar Dorf Tirol gedragen, zeker twee of drie dagen lopen. Als je in de winter overleed dan werd je in de vrieskou bewaard en was je in het voorjaar aan de beurt.

Ontbijt
Mijn dag begon met de zoektocht naar het ontbijtadres van de gastvrouw. Door familiare omstandigheden lag dat buiten de boerderij. Gisteren dacht ik hundert Meter weiter an der Ecke nog goed begrepen te hebben. Bij dat huis zag ik niets dat op ontbijt leek. Dan maar weer even terug naar de boerderij. Misschien zijn ze in de stal. Na de passage van de mestvaalt vond ik de ingang en stelde wel vast dat ze vijf koeien met opgebonden staarten nog op stal hadden staan en ook een koppel kippen bezaten, maar waar de ontbijtplek was bleef duister. Dan maar een buurvrouw aanschieten. Ik moest op de bovenverdieping zijn van het huis op de hoek. Okéee.

Het ontbijt was prima geregeld en met de gastvrouw heb ik gezellig gekletst over de lokale verhoudingen. Zo hoorde ik dat de boer van de Prischeralm van gisteren toch minder koeien had dan hij mij liet geloven. Dat telt in deze omgeving natuurlijk mee. Ze kon er hartelijk om lachen. Het meeste vee stond momenteel niet op stal maar liep boven in de bergen. Ze hadden daar ook nog duizend schapen op hun almen lopen. Meteen krijgt zo'n boerderij dan andere dimensies.

Route
Met uitzondering van een aardige klimmetje net na het Ridnaun-mijnmuseum gingen de eerste zes kilometers rustig stijgend door het Lazzacherdal omhoog. Wirtschaft Stadalm werd om halftien vruchteloos gepasseerd. De gastvrouw was nog bezig met het afnemen van de tafels en de koffie was nog niet klaar. 

Ridnaun mijnmuseum

Ridnaun mijnmuseum

Laatste terugblik in het Ridnauntal

Lazzacherdal

Halverwege het dal dwong een kapotte overstap over de Moaer Bach nog tot geconcentreerde steensprongen die mij in een doorgaande beweging zonder brokken aan de overkant bracht. De Duitse jongens, die ik gisteren al leerde kennen stonden verderop aanmerkelijk moeilijker te wankelen. Gelukkig bereikten ook zij zonder ongelukken de overkant. 
De rest van het pad door het dal tot aan Gasthof Poschalm liep langs allerlei overblijfselen uit de mijnbouwtijd; kabelbanen, verbindingsweggetjes en een uitgang van een ondergrondse transportgang naar de andere kant van de berg. Alles in handen van mensen die dit industrieel erfgoed willen bewaren. 
Gasthaus Poschhaus
Vlak voor de afslag naar het Poschhaus moest ik nog slalommend door een kudde geiten, die dit terrein toch echt als hun gebied beschouwen en niet voor je opstaan.



Een echt Scharte
Vanaf het terras van het Poschhaus had ik de eerste twee honderd meter stijging van de ruim zeshonderd al op mijn gemak kunnen bekijken. Recht omhoog. Dat moesten we maar eens heel rustig gaan doen om zonder gehijg boven te komen. Dat lukte dit keer wonderwel. 'Mijn krachten nemen na acht dagen zelfs toe' fluister ik mezelf in, terwijl ik bezig ben met het laatste stuk, dat zigzaggend in de wolken tegen een grijze helling omhoog gaat. Tot mijn tevredenheid gaat het benutten van de kleine steentjes en keitjes bij het klimmen en afdalen steeds beter. Ach, als je langzaam leert heb je lang plezier van je vorderingen. 
De vertaling van Scharte is inkeping. Boven op een bergrug is het beter te vertalen met nauwe doorgang. Daar waar het bij een Joch echt ruim is, beperkt zich dat bij een Scharte tot de breedte van het pad. De Schneebergscharte (2726 m) was er een mooi voorbeeld van. Je wipt met een paar stappen van het ene in het andere dal.
St. Martin am Schneeberg
Als eenmaal aan de andere kant in de Schneebergvallei de wolkenlaag is gepasseerd tekent zich een compleet omgewoeld landschap af. Resultaat van de dagbouw op zoek naar erts.  Overal lagen hopen mijnafval opgestapeld. 



Schneebergmuseum
Later leer ik in het museum naast de Schneeberghütte, dat de bergen waar ik over liep ondergraven zijn met een wirwar van mijngangen. Meer dan 150 km.



Verrast ben ik als ik de laatste heuvels passeer waarna ik zicht krijg op de verschillende gebouwen die samen St. Martin am Schneeberg vormen. Zulke mooie gebouwen had ik hierboven niet verwacht. Het is duidelijk meer dan een hut. 

Het gebouw waarin de hut is gevestigd blijkt het oorspronkelijke directie gebouw van de hoge heren van de mijnbouw. Het legeringsgebouw van de mijnwerkers is in 1967 afgebrand en betekende het einde van de activiteiten. Verder is er een kapelletje en enkele andere gebouwen, waaronder het huidige museum en de oude smederij. 
Schneeberghütte

mijn schoenen op verwarmde dragers
De hut zelf is een luxe gebouw dat met de oude indeling en de warm aangeklede barruimte, de Stube, een aangename indruk maakt. Jaren geleden is het omgebouwd van het directiegebouw naar een hut met een ruim aanbod aan kamers, goede keuken, goed sanitair, een prima droogkamer en een ruim Lager
de Stube (foto van de website van de hut)
Voor avonturiers als ik, die niet gereserveerd hebben, is er dat Lager, de ruimte op zolder met dertig bedden. Ik ben al lang blij dat ik hier zonder reserveren een bed krijg. Een geluk dat ik om drie uur een van de eersten ben en een bed in een nis uit kan zoeken. Dat is wel een voordeel van de stillere Tiroler Höhenweg dat je zonder reserveren altijd een slaapplaats hebt, denk ik dan nog. Als ik na het eten rond acht uur 's avonds terugkeer op zolder is er geen bed meer vrij. Mariahemelvaart wordt massaal met wandelen gevierd en waarom zou je daar dan niet een nachtje op hoogte aan vastknopen.
Lagerraum Schneeberghütte
Mijn geitenbokmenu heb ik dan net gegeten aan tafel met de nieuwe bekenden. De twee Duitse jongens die bij nadere kennismaking jurist en klinisch verpleger blijken te zijn. Beroepen die voldoende gespreksstof bieden om de oude geit op mijn bord te waarderen en langzaam om te zetten in energie voor morgen. Als die geit vannacht maar niet begint terug te trappen.

De dagberichten worden aaneengeregen in een totaalverslag. 
Klik op onderstaande link: