Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Westerborkpad 2013-2016

www.westerborkpad.nl

Dat zoiets in Schotland gebeurt op de West Highland Way kun je niet van tevoren bedenken. Maar vier jaar geleden vond ik al dat ik tegen twee interessante mensen aangelopen was.
In mijn beschrijving van die tocht kon ik uitweiden over de imponerende inspanningen van Herman en Jan (West Highland Way 2007). In het contact dat daarna via internet intact bleef werd ik vrijwel ieder jaar weer verrast door een volgende onderneming. In 2008 liep de inmiddels 73 jarige Jan, samen met een andere, nog iets krassere wandelcompagnon Kees, honderden kilometers met volledige uitrusting over de Appalachian Trail. Twee jaar later bedwongen Herman en Jan zelfs de Kilimanjaro.

Begin 2011 wist Jan mij opnieuw te verbazen. Per mail kondigde hij aan dat hij in 2008 ter nagedachtenis aan zijn in de oorlog gedeporteerde familieleden van Amsterdam naar Westerbork was gewandeld en dat dit initiatief was opgepakt door de KNBLO Wandelorganisatie Nederland om er een langeafstandspad van te maken. Gelet op het karakter van de tocht heeft deze organisatie er in de afgelopen jaren met veel inzet een themapad van gemaakt.

Gisteren (27-01-2012) heb ik zowel Jan als Herman weer opnieuw in levende lijve ontmoet. Ongewis van de achterliggende projectorganisatie werd ik in het Herinneringscentrum Westerbork verrast door de grote opkomst voor de opening en de persaandacht die daar, en tijdens de eerdere openingsdagen, bereikt was. Apart om daar onverwacht oud-collegae in een totaal andere, mooie rol weer te ontmoeten. Nog indrukwekkender om in deze historische omgeving aanwezig te mogen zijn bij de opening van dit 'bezinningspad' zoals Jan Dokter het noemt. Mooi ook om met Herman en Jan even kort terug te kijken op onze gezamenlijke wandelkilometers. Gemengde gevoelens echter bij de respectvolle opening om daarna al lopend over het voormalige kamp samen met Herman vast te stellen dat het goed is dat er op deze wijze aandacht blijft voor iets dat onvoorstelbaar lijkt, maar toch is gebeurd.

Het pad begint in Amsterdam en loopt onder meer via Weesp, Bussum, Amersfoort, Putten, Harderwijk, Zwolle, Meppel en Hoogeveen naar Westerbork. In de omgeving van Putten en Harderwijk is een start gemaakt met een uitbreiding in de vorm van een 'luisterpad'. Met behulp van je eigen mobiele telefoon kun je luisteren naar verhalen van ooggetuigen. Verhalen die gisteren ook te horen waren. Verhalen die wisselen tussen ontzag voor verzet en beklemming over nu nog te voelen machteloosheid.

Uit de tekst van projectleider Hans Schumacher een korte citaat over het karakter van het pad;
'336 kilometer, langs de spoorlijn, 70 historische sporen, 90% rolstoel toegankelijk, ondersteund door een wandelgids, aanvulling vanuit een website met talloze wetenswaardigheden, daarnaast een aanzet voor gebruik van apps. Een unieke combinatie van toevoegingen aan een wandelpad dat daarmee een bijzonder pad genoemd mag worden'






De onderstaande dagverslagen zijn in volgorde van het pad en niet op datum gesorteerd.


Amsterdam Centraal-Anna Frankhuis-
Rembrandtplein-Hollandse Schouwburg
15 december 2014


beeldengroep van bekende Jordanese zangers en muzikanten

Terug in de tijd

'Oh, sjonnie, zing een liedje voor mijn alleen' en dat dan op z'n Amsterdams gezongen door Tante Leen. Ik moest er aan terugdenken toen ik vandaag over het Johnny Jordaanplein liep. Mooie beelden van Johnny Jordaan, Tante Leen, Bolle Jan, Manke Nelis. Ik hoor het mijn ouders, ooms en tantes nog zingen op bruiloften en partijen. De hits uit de jaren vijftig. Ik moest er toen niet zo veel van hebben, maar betrap me erop dat ik ze tegenwoordig stiekem nog neurie. 

Het was in meer opzichten een terug in de tijd. Ruim veertig jaar geleden zwierf ik verschillende keren hele dagen door het centrum van Amsterdam. Op de brommer, met de trein of liftend ging ik er naar toe. Naar een nieuwe wereld vol andere bioscopen, theaters, musea, kerken, markten en pleinen. In de tijd dat Paradiso nog een alternatieve muziektempel was. Niet dat ik bij die alternatieve wereld hoorde, maar je vergaapte je er wel aan. Ik leerde zo te voet aardig mijn weg kennen in Centrum Amsterdam. Later heb ik er nog verschillende keren profijt van gehad. Een enkele keer nog te voet, maar steeds meer met de auto of het openbaar vervoer. Zwerven door de straten van Amsterdam had ik tot gisteren al decennia niet meer gedaan. Daar heb je rust en tijd voor nodig om er ouderwets van te genieten.

Vandaag 15 december vormden wandelkaarten voor de zomertrektocht een mooie aanleiding. Bij Pieà Terre, de reisboekenhandel op de Overtoom, wilde ik ze bemachtigen voor de Kungsleden wandeling in Zweden. Dit wandelpad ruim boven de poolcirkel wordt de nieuwe uitdaging voor 2015.
Ik heb het gecombineerd met het Westerborkpad. Vele etappes van het pad heb ik al gelopen, maar het beginstuk nog niet. Deze zogenaamde proloog gaat van het Centraal Station via een aantal 'historische sporen' naar het eigenlijke startpunt van het pad, de Hollandse Schouwburg. Ook in die zin ging de wandeling terug in de tijd. Het werd een aaneenschakeling van déjà vues met hier en daar verrassende veranderingen.

Reizen in Holland
'Denkend aan reizen in Holland, zie ik traag stromend verkeer door oneindig laagland gaan'. 
Knap die groeipotentie in het gedicht van Marsman. Je krijgt er dan ook alle tijd voor om een variant te bedenken.
Om nog efficiënter met mijn tijd om te gaan had ik ook nog bedacht op de heenweg sportwinkel Decathlon bij de station Bijlmer-Arena te bezoeken. Naast kaarten moesten nog enkele outdoor spullen worden vervangen. Voor creativiteit gaf ik mijzelf aan het eind van de dag nog steeds een ruime voldoende maar voor uitvoering zakte ik door het ijs. 

Vooraf had ik op de NS-site gekeken wat de beste verbinding was. Normaal zou ik via Hilversum rechtstreeks naar Amsterdam-Centraal zijn gereisd. Voor station Bijlmer-Arena kwam daar echter de route via Utrecht uit. Oké, daar zat wat in. Dus op naar Utrecht. 
Van Amersfoort naar Utrecht was geen probleem. Verder dan Utrecht wel. Volgens de officiële bekendmaking via de geluidsinstallatie had er 'een aanrijding met een persoon' plaats gevonden. Ik krijg altijd visioenen bij dat soort omschrijvingen.
Waar werd mij niet direct duidelijk, wel dat er geen treinen richting Amsterdam gingen. Bij een volgende omroepboodschap gaf de speaker de aanwijzing over Amersfoort naar Amsterdam te reizen. Op zo'n moment verarmt je woordenschat tot drieletterwoorden en ontstaat er inwendige weerstand. Ik zag op het andere perron een sprinter naar Breukelen staan. In een opwelling besloot ik die te pakken onder het motto 'iedere kilometer helpt'. Hoewel ik vooraf wist dat Breukelen het eindstation zou zijn, ging ik er van uit dat er vanuit Breukelen ook wel een trein naar Amsterdam zou moeten gaan. Op zichzelf een aardige gedachte, ware het niet dat ik in Breukelen vernam dat de aanrijding bij Abcoude had plaats gevonden en de bekende stem uit de speaker mij nu een kopje koffie aanbod bij het nabij gelegen van der Valkhotel. Aardige mensen bij de spoorwegen. 

Wij zijn echter niet voor één gat te vangen en twee minuten later zat ik na een korte sprint in de bus met eindbestemming Station Bijlmer-Arena. De buschauffeur was zo aardig de al sluitende deur weer te openen. Eenmaal binnen zag ik op het digitale trajectoverzicht dat het een toeristische route werd. Na 59 minuten zou ik aankomen op het eindpunt. Ach, aan alles zit een voordeel. Ik kon nu verder rustig en warm zitten en achtereenvolgens onder meer Nieuwersluis, Loenen aan de Vecht, Baambrugge en Abcoude bekijken. Waar het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum ligt weet ik nu toch ook maar mooi. Bij Decathlon heb ik de planning anderhalf uur bijgesteld en vanaf dat moment klopte alles weer. Het inkopen ging goed en het treinritje naar Centraal was te kort voor nieuwe vertragingen. Om kwart over twaalf begon ik eindelijk aan mijn wandeling.

langs de Herengracht
Blik op de Blauwburgwal


Gevels kijken
Vanaf Centraal werd het de verwachte zwerftocht. Bij het station rechts af en even later liep ik via de Singel en de Brouwersgracht naar de Herengracht. Toen de grachtenpanden gebouwd werden moet de stad rijk zijn geweest. En als ik kijk naar de prachtige staat van onderhoud, dan gaat het nu ook niet slecht. Het blijft schitterend om er langs te trekken. Gevels blijven mooi, zeker in Amsterdam. Je kunt wel blijven fotograferen. 





Via de Herenstraat volgde een doorsteek naar de Keizersgracht. Je loopt langs de Rode Hoed en even later stuit je op het uit de toon springende gebouw Astoria. Maar dit Jugendstilgebouw heeft ook zijn charme. 
Een blok verder zit je op de Westermarkt bij de Westertoren en het Anna Frank-huis. Nu was ik al niet van plan om dat huis te bezoeken, maar ook al was ik dat, dan had ik het niet gedaan. Er stond de bekende rij van wel dertig meter wachtende toeristen. Blauwbekkend van de kou, voetje voor voetje verder. Een foto van de rij vond ik de beste impressie. 

Het was daarmee ook weer tijd voor een plensbui. In de looppas daarom snel naar een droge portiek. Het was er wel droog, maar portiek was te kleinerend, ik stond in de ingang van de Westerkerk. Kijk en daar was ik nog nooit geweest. De rondleiders maakten geen misbaar toen ik de dubbele schuifdeuren passeerde en even later stond ik al schuilend de Westerkerk van binnen te bestuderen. Aardig, niet super bijzonder. Duidelijk een protestantse kerk zonder veel opsmuk. Je loopt op de gangbare grafstenen van rijke stinkerds, krijgt een indruk van de kerkhiërarchie, maakt een foto van het orgel en even later als je buiten komt is het droog. Zo makkelijk kan schuilen zijn.





Van plein naar plein
Op mijn doorsteek door de Jordaan naar de Overtoom werd ik dus nog even staande gehouden door Tante Leen en Johnny Jordaan. Zij bleven staan op hun eigen pleintje, ik ging verder over de Elandsgracht richting de Lijnbaansgracht. Na het aftellen van drie Helmersstraten was het nog een paar honderd meter naar Pied à Terre. 

Echt een winkel om op je gemak rond te snuffelen in alles wat met reizen te maken heeft. En als je dan je kaarten hebt gevonden kun je direct nog in de winkel onder het genot van koffie en gebak wegdromen in je aanwinsten. Tegen tweeën ontwaakte ik weer. 
Stadsschouwburg
Van de Overtoom naar het Leidseplein is maar een klein stukje. Op het eerste gezicht lijkt er niet veel veranderd. De Stadsschouwburg ligt er nog en het plein is nog steeds omzoomd met cafés

Wat langer rondkijken laat natuurlijk wel degelijk verschillen zien. Al is het maar het veranderde winkelaanbod. Over de Leidsestraat en Herengracht ging het verder langs verstopte banken in statige herenhuizen naar het Thorbeckeplein. Sommige van die banken melden in kleine letters op koperen platen bij de voordeuren dat ze aan wealth management doen. Met hun eigen behuizing zijn ze al aardig op weg.

Thorbecke op zijn eigen plein

Bij de entree op het kleine Thorbeckeplein nog een laatste blik op de grachtengordel en daarna door naar voor mij iets nieuws; de wat sneue aanblik van een soort kerstmarkt in Duitse stijl op het Rembrandtplein. Dat hebben ze in de oorlog vast niet zien aankomen. Wat ik wel een verrijking vind is de beeldengroep van de schutters rondom het standbeeld van Rembrandt. Ze lijken zo van de Nachtwacht weggelopen. De toeristen laten er zich voortdurend door hun metgezellen vereeuwigen. De uitgestoken hand van Kapitein Banninck Cocq is zo uitnodigend, dat velen hem beetpakken. Zijn luitenant Willem van Ruytenburgh staat wat jaloers naar die glimmende koperen hand te kijken.
Kapitein Banninck Cocq nodigt tegenwoordig toeristen uit

Jodenbuurten
Langs de Amstel gaat het weer een stukje terug en via de Halvemaansbrug kom je meer in het Joods historisch deel van de wandeling. Moeilijk voor te stellen dat hier tussen 1940 en 1943 zoveel duizenden Joden vanuit heel Nederland zijn samengedreven in het gebied van de oude Joden buurten. 
gevel van het Doelen Hotel
Kloveniersburgwal
Zuiderkerk


Met een kleine omweg via de Oudemanhuispoort gaat het over de Raamgracht en de Zwanenburgwal naar de Stopera. Ik hang nog even rond op de Blauwbrug en fotografeer wat richting de Magere brug en het Waterlooplein. Het plein, waar ik vroeger nog weleens kwam met mijn vader, laat ik verder links liggen. Via de Mozes en Aaronkerk en het Joods Historisch museum loop ik weer terug naar de Amstel en pak de draad weer op langs de Nieuwe Herengracht met aan de overkant de Hermitage en andere statige huizen. Na de oversteek van de Weesperstraat sta ik nog even oog in oog met de Dokwerker met op de achtergrond de Portugese Synagoge. 
blik over de Amstel vanaf de Blauwbrug richting Magere brug
lantaarn op de Blauwbrug
Mozes en Aaronkerk
Ingang Joods Historisch Museum

De dokwerker op het Jonas Daniel Meijerplein

De luchten trekken weer samen. Met de zon in de rug vormt de Nederlandse Filmacademie onder de donkere lucht een vreemd beeld om halfvier 's middags. Snel verder over de Muiderstraat. In het voorbij gaan nog een korte verwondering over een kunstzinnige beeldengroep. 

De Jodenvervolging

Hollandse Schouwburg
Langs de Hortus wandel ik door over de Plantage Middenlaan tot aan de Hollandse Schouwburg. De plek die 'als verzamel- en deportatieplaats voor de joden functioneerde' zoals ik op de website lees. Ik ben er binnen gegaan en heb de kleine permanente tentoonstelling bekeken over de Jodenvervolging. Je wordt er stil als je met foto's, videobeelden en objecten een beeld krijgt hoe successievelijk de rechten en vrijheden van de joden werden ingeperkt. Met verbazing heb ik staan kijken naar de overzichtskaart hoeveel joden er in 1941 in Amsterdam leefden. Meer dan honderdduizend, waarvan er slechts weinige zijn teruggekeerd.

Eenmaal buiten duurt het weer even om om te schakelen naar het nu. Ik passeer Artis, de flamingo's achter de tralies, de Muiderpoort. Bij het Tropenmuseum sla ik links af richting de Dappermarkt. Op weg naar station Muiderpoort vormt de markt altijd weer een leuke afleiding. Wat opvalt is dat de markt meer multicultureel is geworden dan in 1999 toen ik een talencursus volgde in het Tropenmuseum. Nu zag ik ook weer autochtonen op de markt. Na de herinneringen in de Hollandse Schouwburg een opbeurende waarneming. Voordat ik mij weer in het kansspel van het openbaar vervoer stort laat ik mij nog kort opvrolijken door een muurmozaïek vlakbij het station. Je weet tenslotte nooit hoe lang het duurt. Maar anders dan 72 jaar geleden weet je dat je weer thuis komt.





Amsterdam Muiderpoort 
Transvaalbuurt - Indische Buurt 
Diemen-Weesp
3 februari 2015


Terug in de tijd deel twee

Wie heeft er niet eens gefantaseerd hoe het zou zijn om je ouders of een geëmigreerd familielid, desnoods die verschrikkelijke oom Piet uit Amerika, weer eens terug te toveren en er dan mee rond te gaan rijden in het Nederland van nu? Hoe snel zouden ze de weg kwijt zijn en waar zouden ze van schrikken en wat zouden ze mooi vinden? Nou vandaag heb ik al een beetje een idee gekregen hoe dat zou zijn. Als je zelf maar lang genoeg ergens niet bent geweest, dan loop je ongeveer net zo rond. 

De vorige wandeling in Amsterdam was nog een behoorlijke déjà vu (zie mijn verslag van vorige maand). In het centrum van Amsterdam is natuurlijk ook van alles veranderd in dertig, veertig jaar, maar de grachten en vele markante gebouwen en huizen staan er nog. Vandaag 3 februari liep ik vanaf Amsterdam Muiderpoort eerst een ronde door Amsterdam om tenslotte via Diemen in Weesp te eindigen. Totaal met een omleiding erbij een kilometer of 19. De ronde in Amsterdam ging via de Dappermarkt en het Oosterpark naar de Transvaalbuurt en weer terug naar de Indische Buurt aan de andere kant van station Muiderpoort. Daar had ik geen echte oude herinneringen aan. 

Eerst in Diemen overviel het mij, dat ik niet de weg kwijt was, maar pas na minuten in de gaten had, dat ik er jaren geleden vele keren was geweest. Omdat Jack niet mee naar binnen mocht zat ik bij brasserie 'Beanthere' in de winterzon op het terras en keek ik uit op een water. De ophaalbrug kwam me na enige tijd bekend voor. En, ja, die oude kerk met die vreemde klok, even verderop, herkende ik ook. 

Langzaam drong het tot me door waar ik was. Ik zat langs de weg waarover je vroeger met de auto of je brommer naar Amsterdam ging. Vanaf het Gooi reed je tot aan Diemen door weides en polders. Diemen was het sein dat je er bijna was. Nog een klein stukje langs de Weespertrekvaart en dan kon je de drukke autoweg verlaten bij de afslag naar de Middenweg. Ik zat aan de Muiderstraatweg, alleen een heel andere. Nu is het weer een tweebaansweg met zelfs een tramrails en het is er niet eens echt druk. De drukte gaat nu over de A1 ten noorden van het oude Diemen. De weg waar ik al jaren over rij en daarom nooit meer op deze oude route kom.
Waar eens weilanden waren zijn nu grote bossen. Aan de Muiderstraatweg is nog goed te ziend dat hij vroeger de weg vanuit Muiden en 't Gooi was.
Als ik verder over de Muiderstraatweg in oostelijke richting loop zie ik nog nauwelijks weides. Eerst een kilometer bedrijventerrein aan de andere kant van het water en in de weides groeien nu nieuwe huizen en verderop zijn het bossen geworden, het Penbos, het Diemerbos en zelfs een Telegraafbos. Waarom zag ik deze opvallende verschillen niet eerder? Was ik al die jaren ingeslapen? Nee, niet echt. Alleen even enkele decennia niet opgelet, ergens anders geweest. Dus toch een soort ome Piet? Ja, maar dan in Nederland. Verontrustend? Neuh, maar je moet het niet dagelijks hebben.

Dappermarkt in de winterzon
Natuur in de stad
Ondanks de zon is de Dappermarkt nog niet echt op gang gekomen als ik daar om een uur of half elf over loop. Het zal de lage temperatuur wel zijn. Ik moet volgens de beschrijving in de gids naar de kerk tegenover de ingangspoort van het Oosterpark. Ik kies op gevoel voor de Eerste van Swindenstraat en kom goed uit bij de Muiderkerk. 
Muiderkert-toren
Ik had achteraf ook de Tweede kunnen nemen, maar het is te koud om lang na te denken waarom er in Amsterdam van sommige straten twee of drie uitvoeringen zijn. Waren de namen op?
Voor de Muiderkerk waren blijkbaar de gelovigen op. Het is geen kerk meer. De toren vormt nu de ingang van een appartementencomplex. Dat schijnt het meest gunstige voorland van menige kerk te zijn. In ieder geval behoudt je zo wel de beeldbepalende gebouwen in je stad. 


vijver in het Oosterpark
Na de oversteek over de Linnaeusstraat glij ik het Oosterpark in. Zo'n park in het centrum van de stad heeft een hele andere uitstraling dan de groenstroken elders in het land. Hier is van alles te zien en te horen. Samen met de joggers en hondenuitlaters glibber ik over de gladde wandelpaden dieper het park in. Gekrijs trekt mijn aandacht naar de bomen, waar ik kennis maak met de schreeuwende parkieten. Niet van die kleintjes uit een volière maar van het formaat van een doorgeschoten merel. Door de vorst zie je overal vogels op zoek naar water. Kraaien die een klein wakje in een plas open pikken en drommen eenden en ganzen samengeklonterd op de eilandjes in de vijver. De reigers zijn daar op gepaste afstand ook te vinden. De mens doet zijn eigen ding. Zoals Chinese ochtendgymnastiek of was het misschien Tai-chi? 

Vlak voor het verlaten van het park stuit ik op een grote beeldengroep. Eerst denk ik dat dit ook over gymnastiek gaat, waarbij de voorste figuur opspringt om door de anderen te worden opgevangen. Als ik naderbij kom moet het iets anders zijn want de derde groep beelden loopt aan elkaar geketend.


Het blijkt een beelden groep van het Nationaal Monument Slavernijverleden van Surinaams kunstenaar Erwin de Vries. Ineens krijgt zo'n groep een minder levenslustige sfeer. Op internet kan je lezen hoe dit monument in 2002 op een omstreden manier geopend werd.
http://melandlangeveld.com/tag/sculpturen/

Twee gezichten
Met het thema jodendeportatie weet je dat het Westerborkpad langs joods historische plekken gaat. Vaak confronterend en leidend tot de beoogde bezinning. De confrontatie had ik deze keer eigenlijk gisterenavond al gevoeld tijdens de voorbereiding. Lezend in de gids zag ik dat je beelden van Joods Amsterdam uit de oorlog ook kunt vinden op www.beeldbankwo2.nl. Ik zag er hoe de mensen verzamelden bij station Muiderpoort. Wachtend in de volle zon op een trein waar ze natuurlijk niet in wilden, maar moesten. Wat zou je denken en voelen als je daar zit? Geen opbeurende beelden.

foto's van internet:
schravendeelr.files.wordpress.com
en www.oorlogsbronnen.nl

Tijdens de hongerwinter uitgesloopte
Joodse woning Transvaalbuurt,
Amsterdam, begin 1947. 
fotograaf G.H Kruger.
foto van beeldbankwo2
De mensen van de foto's kwamen onder andere uit de Transvaalbuurt. Ook daarvan vond ik foto's. Foto's van de leegstaande huizen van gedeporteerde Joden. Totaal gesloopt tijdens de hongerwinter om alles wat brandbaar was er uit te halen; vloeren, deuren, kozijnen, alles. Een trieste aanblik. Met die beelden in mijn hoofd liep ik naar de Transvaalbuurt. Slechts ten dele kwamen ze weer terug. Ik meende op de hoek van een straat aan het Krugerplein de gesloopte woning van de foto te herkennen. 

Op het Transvaalplein zie je op dit moment de geschiedenis van deze buurt afgebeeld op grote foto's die tegen de gevel van de huizen zijn gevestigd. Op de begeleidende tekst lees ik over de ideeën van Berlage bij het ontwerp van deze wijk. Huisvesting was volgens Berlage meer dan een woning bieden. Het was ook vormgeven aan een gemeenschap. Hij ontwierp het Transvaalplein als een dorp. Dat geld misschien wel een beetje voor het plein maar bij de rest van de straten krijg ik weinig dorpsgevoel. 



Op een ander bord lees ik dat er vele joodse diamantbewerkers woonden. Zij waren overtuigd van het socialistische ideaal. 'Er is maar één land: onze aarde. Er is maar één volk: de mensheid.' Stichtelijke woorden en mooie gedachten uit het begin van deze wijk, die rond 1911 werd gebouwd. Slechts dertig jaar had de mensheid er voor nodig om deze woorden volledig af te breken.





Als je om je heen kijkt en de geschiedenis in gedachte neemt dan realiseer ik me dat het een getrapte geschiedenis is geworden, die nog steeds wordt geschreven. Na de oorlog was er van de Joodse bevolking niets meer over. Het werd een wijk van niet Joodse Amsterdammers. En als je er nu komt dan zijn ook die Amsterdammers voor een groot deel weer opgevolgd door nieuwe Amsterdammers. Dit keer met een brede internationale afkomst. Veel huizen in de Transvaalstraat hebben tegenwoordig telescoopantennes. De heimwee, een Duits woord, waart nog steeds rond. Nu naar Turkije, Marokko, India, Suriname. Een breed palet aan nationaliteiten. Weerstand tegen sloop is er ook weer, maar van recenter datum. Voor een goed kraakadvies kun je elke dinsdagavond naar het 'Kraakspreekuur Oost' in de Pretoriusstraat. Ik was vandaag te vroeg en liep door. Ook een eigentijdse Glutenvrije winkel tref je er nu. Dat zullen ze hier in de oorlog niet hebben gehad.


De stad uit
Op de weg terug naar station Muiderpoort stuitte ik nog even op een aanhouding door vijf agenten die een auto op een voetgangerseiland hebben gedwongen. Daarmee ben je echt weer terug in het heden. 
Bij Muiderpoort valt op dat het huidige station niet veel verschilt van de foto's die ik gisterenavond bekeek. Op het Oosterspoorplein moeten de mensen van de foto hebben gelopen. Sommige zaken gaan langer mee dan mensen.
www.oorlogsbronnen.nl
Langs het spoor gaat het in oostelijke richting en ik besef dat hier het eigenlijke Westerborkpad begint. Vele keren tijdens mijn eerdere etappes heb ik al kennis gemaakt met deze spoorlijn, het richtsnoer van dit wandelpad. 

De graffiti bij de spooronderdoorgang is van hoge kwaliteit. Een pluspunt voor de entree naar de Indische Buurt. Het pad vervolgt op de rand van deze buurt richting het Sience Park. Onderweg passeer je nog een oude Joodse begraafplaats waar begraven een drassige aangelegenheid moet zijn geweest. 
Het gevoel buiten Amsterdam te zijn wordt pas echt tastbaar bij het bereiken van het Amsterdam-Rijnkanaal. Met de wandeling over het Trekvogelpad ben ik hier al met Frank geweest. 
Terugblik op de Zeeburgerbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal richting Amsterdam
De slanke Nesciobrug voor de fietsers en wandelaars naar IJburg
Complimenten aan de routeplanners want het Westerborkpad heeft een andere weg uitgestippeld om bij het Diemerbos te komen. Ook door dat bos gaat het Trekvogelpad, maar ook hier volg ik een andere route. Het Westerborkpad gaat, hoe kan het ook anders, naar de spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Dat was althans de bedoeling. Door de enorme werkzaamheden aan de nieuwe A9 is de fietstunnel gesloten en kom ik alsnog op het Trekvogelpad om de Weesper kant van de snelweg te bereiken. 
Met een ruime omleiding loop ik over half bevroren paden door nooit eerder bezochte delen van het Diemerbos. Vlak voor de Gaaspermolen liet de markering mij linksaf slaan en kwam ik tenslotte bij de Spoorbrug. Vanaf die hoge plek heb je een prachtig panorama. Je ziet goed hoe de A9 op de A1 wordt aangesloten. 
werkzaamheden voor de nieuwe brug in de A9 over het Amsterdam-Rijnkanaal
Verder in noordelijke richting zie je zelfs glimpen van het IJmeer met het eiland Pampus. Meer naar het oosten tekent zich een horizon af met de toren van Muiden en heel in de verte de toren van de grote kerk van Naarden. Bekend terrein. Conform de weersverwachting houdt de zon het steeds meer voor gezien. Het begint te hagelen. Een duidelijker teken om door te lopen naar station Weesp kan er niet zijn.









Station Weesp - Station Naarden-Bussum
8 maart 2015

Wandelen met je dochter

Vandaag liep ik niet alleen over het Westerborkpad. Ook niet met Frank. Ik liep met Maxime, mijn dochter. Voor het eerst met mijn eigen dochter een lange wandeling over een Lange Afstand Wandelpad. Leuk om met zijn tweeën zoiets te ondernemen en samen te genieten van de weilanden in het prille voorjaarszonlicht. Voor haar een nieuwe omgeving, voor mij grotendeels bekend terrein. Vanuit mijn jeugd en van eerdere wandelingen zoals het Waterliniepad en eigen wandelingen tussen Naarden en Weesp.
Ze had zich stoer omgehangen met een rugzak van bijna 12 kilo. Omdat ik het meeste al een keer eerder liep, had ik mijn rugzakje beperkt tot iets meer dan 2 kilo. Ergens moet het leeftijdsverschil toch in tot uiting komen. Maar Maxime wil ook eerder 'pieken' dan ik. Zij gaat in mei een paar dagen er flink tegen aan, terwijl ik pas in augustus mijn topvorm wil bereiken. Zo heeft ieder zijn eigen opwerktraject en overlapt vandaag onze training. Tot beider tevredenheid en hartstikke leuk. 
de Vecht bij Weesp met op de achtergrond de Lange Brug
In Weesp liepen we even langs de Vecht en daarna via enkele leuke oude winkelstraatjes langs de voormalige synagoge, de protestantse St Laurenskerk en het voorname stadhuis, een uit zijn krachten gegroeid mini-paleis op de dam. Tenslotte komen we weer bij de schilderachtige Lange Vechtbrug bij het water uit. 

Daarna ging het langs het Fort aan de Ossenmarkt verder. Over dat fort en het stuk langs de Vecht naar Muiden heb ik al eerder geschreven tijdens de wandeling over het Waterliniepad: Weesp-Muiden-Naarden-Weesp.

Heel anders is nu het deel vlak voor Muiden. Daar wordt de A-1 verlegd en gaat hij binnenkort onder de Vecht door. Net als op de vorige etappe van het Westerborkpad, bij de overgang over het Amsterdam-Rijnkanaal, is het één grote bouwplaat met nieuwe en tijdelijke wegen en verschoven fietspaden. Het betekent aardig wat extra meters om de onderdoorgang van de oude A1 bij de Vechtbrug te bereiken.
In Muiden gaan we regelrecht naar Ome Ko voor een eerste rust met koffie en appeltaart. Lekker. Als altijd is het er druk. Ook op zondagochtend om halftwaalf. Ik kan vertellen hoe ik hier vroeger kwam op zaterdagavond. Maar ik bedenk me dat je niet teveel over vroeger moet vertellen anders wordt het een ouwe-doos wandeling.
dijkje langs de vestinggracht richting het Muiderslot
Langs het Muizenfort verlaten we Muiden en volgen een dijkje richting het Muiderslot dat aan de andere kant van het water ligt. Elke keer is het weer mooi de contouren van dit aansprekende slot aan de monding van de Vecht te zien afsteken tegen een blauwe lucht. 
Havenhoofden bij Muiden met aan de horizon Pampus
Ik vertel Maxime hoe het water hier veranderde van Zuiderzee, via IJsselmeer naar IJmeer en waar de uitdrukking 'voor Pampus liggen' vandaan komt. En hoe ik een keer met mijn surfplank vastliep op een onderwatermuur rondom Pampus en daarbij leuk werd gelanceerd. En..., stoppen met vroeger. 


De verschillende schelpenstrandjes bevestigen in ieder geval mijn verhaal. We marcheren hoog op de oude zeedijk met een schitterend zicht op de 'Noordpolder beoosten Muiden'. Nooit geweten dat grote groepen ganzen net zo synchroon kunnen vliegen als groepen spreeuwen in de herfst. Eerst geloofde ik het niet, totdat ze massaal over ons heen trokken.
Noordpolder met vele ganzen
Bij Muiderberg verlaten we kort het pad voor een bezoek aan het Echobos. Met de hulp van de betonnen schotels kunnen we elkaar op afstand prima verstaan. Er staan nog meer attributen om je gehoor op uit te leven, maar we willen verder voor een volgende rust en een dringend toilet bezoek. Dit keer net na de passage van de Muiderbergse Brink in restaurant het Rechthuis, ook ooit het Tramstation. 'Ja, vroeger, voor de oorlog, reed er een tram door het Gooi; de Gooise Moordenaar' Oeps, ik zou niet teveel over vroeger vertellen. Snel twee cola bestellen en water voor Jack regelen. 

Even verder lopen we langs de grote Joodse begraafplaats aan de Googweg. Het schijnt de grootste van Nederland te zijn. Vlakbij de Hakelaarsbrug weet ik te melden dat mijn vader hier bij manege Any Dale vroeger ging paardrijden. Op zijn eigen paard? Ja. Oh ja? Ja. 
We passeren weer allerlei bouwactiviteiten. Nu de verbreding van de aansluiting van de A6 op de A1. Die hele operatie tot aan Schiphol moet miljarden kosten. Hopelijk zullen we er straks makkelijker mee vooruit komen. Voorlopig komen wij nauwelijks vooruit en slingeren we over nieuwe tijdelijke wegen. Een kwartier later zijn we hemelsbreed krap 400 meter verder aan de andere kant van de spoorlijn. Met het bereiken van de Meerkade, een dijkje langs het Naardermeer, ontstaat er weer de broodnodige rust. Door de blubber baggerend passeren we nog twee dames op hoog gehakte laarzen. Altijd vermakelijk om verkenningstochten van dit soort zondagwandelaars te bespieden. Regelmatig stoppen ze om hun eenvoudig kaartje te bestuderen en de laarsjes weer tot de orde te roepen. Ach gut.
op de Meerkade richting De Machine

Bij de zogenaamde Machine, een voormalig stoomgemaal, heb je een prachtig zicht over de grootste plas van het Naardermeer. 'ik ging hier altijd schaatsen'. Ai, alweer.
Het  Groote Meer van het Naardermeer
Op de lange Meerkade willen we niet meer rusten, ook al beginnen de voeten gevoelig te worden. Niet die van mij natuurlijk. We zien de Zeeptoren en de kerktoren van Naarden. Bekende torens, ook voor Maxime. 
einde Overscheense Polder met op de horizon de toren van Naarden
Voorbij de torenflat gaat het over de Juliana van Stolberglaan richting station Naarden-Bussum. 'Vroeger ging ik over deze laan naar school. Het is nu een stuk rustiger'. Het blijft moeilijk dat geneuzel over vroeger te onderdrukken. Even later zie ik waarom het een stuk rustiger is geworden. De laan is aan het einde afgesloten voor autoverkeer. Weer iets dat zonder mijn toestemming is gedaan. Of ben ik jaren te ver weg geweest. Met een laatste uitleg over het station waar ik als jong rekruut ooit naar angstige oorden vertrok, is de wandeling echt ten einde. Maxime ziet een bekende en loopt weg en Jack kijkt halsstarrig de andere kant op. Niemand meer om iets uit te leggen over toen.




Station Naarden-Bussum -
Station Hilversum Sportpark
4 mei 2015

Dodenherdenking

Ongepland was het. Eerst zouden we zondag 3 mei gaan, maar vanwege de regen werd het een dag later. Ik spreek hier wel van wij, maar op de ochtend van 4 mei, gaf dochterlief aan dat ze niet meeging, omdat haar wandelschoenen nog op school stonden. Ik heb slechtere gehoord. Toen heb ik meteen besloten om Jack ook maar thuis te laten. Veel van de route zou door de bebouwde kom gaan en dan wordt de halve dag aan de riem een straf. Ach, alleen is ook niet slecht. Kan ik in Bussum op mijn gemak stilstaan bij alle bekende plekken van vroeger.

Halverwege de Bussumerheide drong het pas goed tot mij door dat het vandaag 4 mei was. Erg traag, want ik had enkele dagen geleden voor vanavond al een afspraak gemaakt om samen met Maxime naar de dodenherdenking te gaan bij het monument ter nagedachtenis aan Private Walther Strang.




Drie maal dodenherdenking
Uiteindelijk zouden het vandaag drie vormen van dodenherdenking worden. Naast momenten van stilte bij de verschillende joodse begraafplaatsen en monumenten ter herinnering aan de slachtoffers van de holocaust, ook een onverwachte 'ontmoeting' met overleden bekenden uit voorbije jaren.
Hal station Naarden-Bussum

Vanaf het station Naarden-Bussum gaat het via de nabijgelegen synagoge, over de Generaal de la Reijlaan en de Brediusweg langs vele schitterende villa's uit het begin van de vorige eeuw. Aan het eind trof ik een begraafplaats waarvan ik het bestaan niet kende: de oude begraafplaats van Naarden uit 1830, met erachter gelegen de even oude Joodse begraafplaats. Al lezend op de oude en soms scheve graven ga je terug naar een ver verleden. Bij de ingang las ik dat deze begraafplaats zover weg ligt van Naarden, ja zelfs op Bussums grondgebied, omdat de schootsvelden van de vesting vrij moesten blijven van bebouwing.
Oude begraafplaats van Naarden uit 1830


Dat even verder de R.K. begraafplaats van Naarden ligt had ik ooit van mijn vader gehoord. Nu ik toch aan het graven bewonderen was, ben ik daar ook naar binnen gegaan. Ook een beetje nieuwsgierig of ik nog bekende namen zou lezen. Ik zag er vele, maar stond er bij een aantal speciaal stil, zoals bij mijn oude hoofd van de lagere school, meester van Luyn. En bij het graf van de altijd gastvrije moeder Vrakking, waarbij wij na een waterpolowedstrijd regelmatig gingen kaarten en tv-kijken. En het graf van Coby. Je loopt rond in je eigen verleden en denkt terug.



Het Westerborkpad gaat met een slinger weer helemaal terug naar het centrum van Bussum. Op de Huizerweg passeerde ik nog het huis van een naamgenoot. Ik wilde er na al die decennia zonder contact niet aankloppen. Het huis stond ook al te koop. De route voerde nog langs mijn eerste middelbare school. Het plein van de Vitusschool lag er nog, het gebouw was weg. Daarna wordt je over de lange Laarderweg langzaam maar zeker het dorp uitgeloodst. Vlak voor de hei nog een laatste blik op de Lange Heul waar ik regelmatig mijn vader hielp in zijn melkwijk. Tja, das war einmal.





Op de vergrasde Bussumerheide worden de herinneringen vager. Over welke paden heb ik er niet hardgelopen? Moet het binnenkort weer een keer doen.

Hilversum roept op
Toepasselijk op deze dag laat de gids je in Hilversum over de Laan 1940-1945 lopen om daarmee uit te komen bij de bekende spoorlijn die ooit voerde naar Westerbork. Ik passeer het mooie museum voor Beeld en Geluid en zie bij het Centraal Station een nieuw monument dat oproept tot tolerantie. Niks te vroeg in deze tijd van onthoofdingen en massa-verdrinkingen. 

Na de rust op de Groest volgt een bezoek aan de oude begraafplaats van Hilversum. Ook hier herinneringen aan de Jodenvervolging. Zoals een steen uit de groeve van Mauthausen, meegenomen door een overlever. Lang gaat het door de bebouwde kom van Hilversum en langs de randen van Loosdrecht naar het lokale oorlogsmonument en een plaquette ter nagedachtenis aan Joodse jongeren. 



Oorlogsmonument in Loosdrecht
De bezinning na al deze monumenten en begraafplaatsen vindt zijn weg in de kilometers die volgen door de Loosdrechtse bossen en uitgestrekte Hoorneboegse Heide. Via de Holleweg worden opnieuw de buitenwijken van Hilversum bereikt, waar het aantal vlaggen halfstok toeneemt. Ik loop door naar station Hilversum Sportpark, want ik moet op tijd terug naar huis voor de laatste dodenherdenking van vandaag. Een herdenking in het teken van een Canadese jonge soldaat die stierf voor onze vrijheid.
Holleweg




Hilversum - Amersfoort

Maandag 19 oktober 2015

Opa, oma en de kabouters

Maandag, mooie dag om te wandelen. Zeker als je na negen uur met de trein reist. Velen zijn al weer uren aan het werk. De eerste sigaretten worden tijdens een korte pauze buiten voor het gebouw de herfstlucht in geblazen als Jack en ik passeren. Hun uitgeademde sigarettenrook blijft hangen boven hun hoofd. Het is verder rustig op weg van Hilversum Centraal naar station Hilversum Sportpark waar ik in mei van dit jaar was gestopt. Toen in de zon, nu in bewolkte rust. 

EO
De kilometer tussen Hilversum Centraal en station Sportpark gaat te voet sneller dan wachten op een trein. Eenmaal bij het station bevestigt een snelle scan van de omgeving dat we goed zitten. Er is weer een rood-blauwe sticker met het prikkeldraadteken en verder lopen we op de 'Oude Amersfoortseweg'. Dat moet goed zijn, als je naar Amersfoort wil. Verbaasd loop ik even later langs een kloosterachtig gebouw waar de Evangelische Omroep haar studio en kantoor blijkt te hebben. Er is ook een kapel bij het complex. Niet iets wat je bij een protestantse organisatie verwacht. De 'E' staat misschien ook een beetje voor eucumenisch. En als je dat met een 'O' schrijft dan klopt EO ook nog. Op internet lees ik dat het de voormalige St Ludgerus kweekschool is. Oorspronkelijk met een internaat, leslokalen, kapel, fraterhuis, eet- en recreatiezalen. Allemaal opgericht door het aartsbisdom Utrecht. De tijden zijn veranderd. Katholiek bolwerk verdwenen, ander zuiltje erin.


Wandelen langs het spoor
Het traject tussen Hilversum en Amersfoort valt uiteen in het omhullende bos tot aan Baarn met vlak na Hilversum de Waschmeren, en na Baarn de open Eempolder met de vergezichten en de skyline van Amersfoort. Als je geluk hebt zie je achter de lage Eemdijk nog een schip varen. Op die afstand lijkt het wel of het zich een weg ploegt door het land.


De makers van het pad hebben zich op dit traject wel heel goed aan het spoor vast kunnen houden. De momenten dat je er niet vlakbij loopt zijn spaarzaam. Vele treinpassagiers zullen je zien als die gelukkige wandelaar, die daar op een werkdag maar mooi met zijn rugzakje vrij rondloopt. Zouden zij ook wel willen.




De Generaal
Bij het Baarnse station rusten Jack en ik bij Eethuys-café 'De Generaal'. Ze zijn gelukkig open op maandag. Sterker nog ze blijken elke dag open te zijn vanaf tien uur. Het is er veel drukker dan ik verwachtte. Veel pensionado's, een oude oma's groep, die zichzelf waarschijnlijk nog steeds een damesclub noemt, een wielrenner op leeftijd en dan nog veel kabouteropa's, oma's en moeders. Ik realiseer me weer dat het herfstvakantie is. De reden dat ik ben gaan wandelen en niet ben gaan schaatsen. De schaatsbaan is nu te druk met schoolkinderen.
Bij De Generaal zijn ze met succes ingesprongen op deze week. Opa's en oma's en de kleinkinderen trekken met verstrekte knapzak en kaboutermuts het bos in, op zoek naar antwoorden. Als ik even later zelf door dit bos omloop om verderop weer op de route te komen, loopt opa met de muts en vult oma de antwoordenlijst in. Het nageslacht rent vooruit naar de volgende kabouter. 



spoorlijntalud bied ook kansen aan andere planten. vlak na Baarn een woud aan reuze Berenklauw in aftakeling

Oogstmaand
Langs de randen van de Eempolder stop ik nog voor een foto van een doe-het-zelf koe op een boerderij ingangszuil. Langer sta ik stil bij het maken van een kuil met gehakselde snijmais. Vol geladen zelflossende aanhangwagens worden de een na de ander de kuil opgereden. Daarna begint een zware trekker met dubbele banden en een egaliseer raamwerk alles weer uit te spreiden en aan te persen. Je kunt er tijden naar kijken. Alleen schiet de wandeling dan niet zo erg op. En tot nu toe gingen de kilometers ongemerkt vlot voorbij. Zo zijn we nog lekker vroeg weer thuis ook. Doorlopen maar, want in Amersfoort moeten we ook nog een flink eind door de bebouwde kom naar het station. 





Amersfoort-Nijkerk
6 en 9 december 2015


De Stenen Man


Zondag 6 december 2015

Het was een winderige grauwe dag. 's Morgens had de zon nog een kwartier vaal geel geschenen, maar daar bleef het bij. Passend weer bij een wandeling die indringend langs oorlogsherinneringen ging. Kamp Amersfoort, ik was er al meer geweest. Dertig jaar geleden, toen er nog geen golfbaan in de buurt was aangelegd. Je kon er toen nog hardlopen door het bos en tijdens een training stond ik onverwacht voor een vreemde geul in het terrein. Even later stond ik tegenover de Stenen Man. Een vermagerde man op klompen. Ik weet nog dat het indruk op mij maakte. Net als nu. Het besef dat je daar midden in het bos aan het einde van die, door de gevangenen uitgegraven schietbaan, op de plaats staat waar mensen zijn gefusilleerd is een vreemde gewaarwording. Als je achter het beeld gaat staan zie je de lange schietgang, hun laatste blikveld. Een macabere plek. Het maakt stil, keer op keer. 

Eigenzinnige huizen
Om er te komen was ik vanaf station Amersfoort gelopen over de mooie lanen van het Amersfoortse Bergkwartier. Een wijk voor de meer draagkrachtigen onder ons. Toch blijft het mooi om huizen te bekijken die een eigen karakter uitstralen. Ook op het laantje tussen de Watertoren boven op de berg richting het viaduct vlakbij de Stichtse Rotonde staan een paar eigenzinnige villa's van ruim bemeten formaat. Hoe zouden de mensen in sommige van die huizen contact met elkaar onderhouden? Met intercom of met hun mobiel? Of worden grote delen van dat soort woningen nauwelijks gebruikt? Die gedachten waren snel weg toen ik even later het terrein van Kamp Amersfoort via een achteringang betrad en rechtstreeks naar de Stenen Man werd geleid. 
Kamp Amersfoort
Voordat je via een trap de verdiepte schietbaan betreedt passeer je nog een loopgravenstelsel dat weer is gereconstrueerd. Ooit begonnen door de Nederlanders en echt in gebruik genomen door de Duitsers.  Je kunt het allemaal lezen op een reeks van informatieborden. Het museum ben ik dit keer niet in gegaan. Wel heb ik in het bos naast de schietbaan een afbeelding bekeken van de oorspronkelijke opzet van het kamp waar zovelen een ellendig levenseinde vonden omdat zij anders dachten en handelden dan toegestaan.

De informatieborden blijven je nog een kilometer richting Leusden informeren wat er op diverse plekken rond het Kamp in en na de oorlog heeft plaats gevonden. Pas tegen de tijd dat je via de voetgangersloopbrug over de A28 via het bos Nimmerdor terug Amersfoort in gaat, glijdt de schaduw van de oorlogsherinneringen van je af. Deze route heb ik gevolgd via de markeringsstickers. In mijn gids liep de route anders. 
Eenmaal op de Leusderweg gaat het langs steeds meer zondagse shoppers naar de Langestraat in de oude binnenstad. Een korte omleiding leidt naar de synagoge in een verborgen straatje. De speciale bewakingscamera's maken je bewust dat ook tegenwoordig, nog steeds, speciale veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Waren het vroeger kampbewaarders vanaf torens, nu dus alles elektronisch. Niet om binnen, maar om buiten te houden. 
Korte gracht richting Muurhuizen
Korte gracht

Terug naar het spoor
Na de synagoge gaat het met de stroom van het water mee langs de smalle grachten dwars door de oude binnenstad. Een eeuwenoude stadskern die de moeite van het bewonderen meer dan waard is. Aan de westzijde van het centrum bereik je de gracht bij het Spui. Het water, dat onder de schitterende Koppelpoort de stad verlaat vormt samen met het water dat via de buitenste singel daar bijeenkomt het begin van de rivier de Eem.
Spui richting binnenstad

Stadzijde Koppelpoort, een combinatie van water- en landpoort

Buitenzijde Koppelpoort
Helaas volgt er dan een weinig inspirerend, kilometers lang stuk langs het spoor richting station Amersfoort-Schothorst. De uitbreidingsgeschiedenis van de stad trekt aan je voorbij. Als je wilt kun je bij de Ikea tussen Schothorst en Vathorst nog even bijkomen in het restaurant voor dat je door loopt richting Nijkerk. Dat doe ik niet want bij Schothorst verlaat ik vandaag de route en buig ik in de vroeg invallende schemering af naar Hoevelaken. 

Dag twee
Woensdag 9 december hebben Jack en ik het deel tussen Hoevelaken en Nijkerk gelopen. Anders dan afgelopen zondag is het vandaag schitterend weer. De zon schijnt volop en het is 12 graden. Dat wordt een korte ontspannen wandeling. Omdat we ons begeven in een bekende omgeving hebben we er een aangepaste route van gemaakt. De route in de gids gaat vanaf station Schothorst voornamelijk over het fietspad langs het spoor naar station Vathorst. Pas na de wijk Vathorst, voorbij het ingekapselde dorp Hooglanderveen, begint er weer iets van landelijkheid te dagen bij de kern van Holkerveen. Dit fietspad laten wij daarom voor wat het is. Wij gaan via het Hoevelakense Bos naar Holkerveen. Ondanks de bekende paden vormt de afwisseling tussen het park bij Huize Hoevelaken en de mooie bospaden erachter iedere keer weer een aangename aanleiding om hier rond te lopen.
paadje bij het Hoevelakense Bos op onze terugweg
 van station Vathorst naar huis
Na een kort stuk langs de Amersfoortseweg slaan we bij Holkerveen links af. Er volgt een gebied met kleine en soms rommelige huizen en oude boerderijtjes van voormalige keuterboeren in het veen. Aan het eind van de straat 't Dijkje verzetten we ons opnieuw tegen de gemarkeerde route en gaan op de Domstraat links in plaats van rechts af. Zo wordt de drukke Amersfoortsestraatweg vermeden en gaan we via de Fliersteeg parallel aan het spoor naar Nijkerk. Langs de scholengemeenschap Corlaer komen we weer terug op de route. 
Eenmaal in het centrum van het oude Nijkerk valt er weer iets te zien om bij stil te staan, zoals de mooie kerktoren. Op zoek naar een geopend café dwalen we af naar het centraal gelegen Plein waar kindergelag ons tegemoet klatert. Het plezier komt van de kleine kunstijsbaan waar een basisschoolklas de meester volgt. Het is ook meer de meester die schaatst en het goede voorbeeld geeft. Vanavond zal hij waarschijnlijk als enige voelen dat hij geschaatst heeft.

Na de rust in eetcafé Old Niekark volgen we een slinger in de route die we twee jaar geleden oversloegen toen we rechtstreeks langs het spoor richting Putten liepen. Zo zien we zelfs nog bedrijvigheid in de haven van Nijkerk waar een schip wordt leeggezogen. Op de terugweg naar het station kijk ik hoe een 'bomenkapper' als een soort bergbeklimmer hangend in zijn tuig een hoge boom tak voor tak ontdoet van zijn kruin. Na een halfuur rest er slechts een kale stam. Jack heeft het tegen die tijd wel bekeken en begint te janken. Hij kan straks toch niet meer tegen die boom plassen, dus waarom dit getreuzel. Hij heeft gelijk. We gaan naar het station en naar huis.




Nijkerk-Putten-Ermelo-
Harderwijk-Nunspeet
Eind 2013- 5 januari 2014



Karakter
Het Westerborkpad heeft een dualistisch karakter. Dat bespeurde ik al bij de opening in januari 2012. Enerzijds was er de plezierige hernieuwde kennismaking met initiatiefnemer Jan Dokter en de onverwachte ontmoeting met oud-collegae, anderzijds was er de omgeving van kamp Westerbork. Ik was daar nog nooit geweest en dwaalde voorafgaande aan de presentatie door de historische verzameling. Dan wordt je met beelden en teksten indringend herinnerd aan wat zich daar heeft afgespeeld. Je hebt er vroeger op school al van gehoord en het vele malen in documentaires gezien. En iedere keer blijft het moeilijk deze uitroeiing van medemensen te bevatten. Op zo'n plek als Westerbork dringt ook nog eens het planmatige erachter tot je door, dat maakt het helemaal macaber.

Jan Dokter bij de Hollandse Schouwburg
Tegen dat tweeslachtige loop je ook aan tijdens de wandelingen. Jan Dokter heeft de spoorlijn van Amsterdam naar Westerbork, waarover zijn familie is weggevoerd, als richtsnoer voor zijn wandeling genomen. Het lopen langs die spoorlijn heeft het grote voordeel dat je op grote delen van het pad eenvoudig met de trein naar het laatst bereikte punt kunt reizen. De andere kant van de medaille is dat stations in de bebouwde kom liggen waardoor je iedere keer aan het begin en einde van de etappe door buitenwijken en soms ook bedrijventerreinen loopt.

Landschapsimpressies
Op de verschillende etappes die ik de laatste maanden tussen Nijkerk en Harderwijk heb gelopen vond ik het deel ter hoogte van Oldenaller bij Nijkerk mooi. Ook het stuk tussen Putten en Ermelo is de moeite waard, met onder andere de Groevenbeekse Heide.
Vandaag, 5 januari, liep ik van Harderwijk naar Nunspeet. Omdat ik het traject door de mooie oude binnenstad al eerder had gelopen, liep ik rechtstreeks parallel aan de spoorlijn naar het oosten. De eerste kilometers wordt je niet opgewonden. De Al Muhsinin moskee is het enige opvallende gebouw.

twee typisch Nederlandse struisvogels waren
de enige levende wezens buiten de stallen
Buiten Harderwijk op het grondgebied van Hierden wordt het nog erger. Daar is een wedstrijd geweest wie de meeste en grootste stallen op zijn land kan zetten. Dat is echt Nederland; kleine oude, vervallen stallen rondom het woonhuis. Grotere uit de jaren zeventig-tachtig er achter en daarna de nieuwere joekels van stallen waar het moderne leven zich afspeelt. Of er wel leven is blijft onduidelijk, want wat er in die stallen zit of wat er binnen gebeurt zie je totaal niet. Opvallend bij zo'n complex aan stallen is de vaak bescheiden en weinig fraaie woning die er voor staat. Mijn devies; met versnelde pas doorlopen en recht vooruit kijken.

Qua natuur wordt de wandeling aangenaam na het overschrijden van de spoorlijn naar het Leuvenemse Bos. Daar is het heerlijk lopen en langzaam sterven de geluiden van de A28 weg. Onbekommerd liep ik er en verloor daardoor de markeringsstickers uit het oog. Met de kaart en op gevoel heb ik een aantal kilometers mijn eigen weg gezocht. Daardoor, en met enig geluk, liep ik tegen de Hierdense beek op. Het lopen langs deze beek was weer een onverwacht geluk. Prachtig om deze kronkelende beek te volgen.
Het Hulshorster Zand gezien vanaf het uitkijkpunt
Bij de bosvilla het 'Witte Zand' kon ik weer vaststellen waar ik was. Een kwartier later zat ik, en weer op de route, en op het mooiste stuk van de dag; het Hulshorsterzand. Schitterend deze zandvlakte, zeker bij het overvloedige winterzonlicht op deze zondag.
Na een korte pauze op het uitkijkpunt zijn Jack en ik de vlakte op gegaan om te ontdekken wat die betonnen paal midden op het zand betekende.
Vanaf de noordkant naderend leek het een Rijksdriehoekspunt van het kadaster, althans zulke zgn. trangulation points heb ik in Groot Brittannië verscheidene keren gezien. Het bleek echter een kunstwerk met aan de zuidkant de verrassing van een muntjespers, waarmee je 5-centstukken een andere opdruk kan geven!
Jack was er niet van onder de indruk. Hij zag er slechts de noodzaak van een geurvlag.
Verder sjokten we over de zandvlakte in oostelijke richting naar de bosrand van het zand. De laatste paar kilometers gingen door de meer bewoonde bosrand ten zuiden van Hulshorst. Niet vervelend, maar minder spectaculair dan de zandvlakte. Tenslotte de reeds beschreven noodzakelijkheid van de gang door buitenwijken om bij het station te komen. Dit keer ook nog langs een bedrijventerrein langs het spoor. Ach, je kunt niet alles hebben.

Bezinning
Wandelen is een aangename bezigheid. Maar het is voor Jan Dokter ook een doel geweest om momenten van bezinning te bieden. Op bijna alle wandeltrajecten wordt op een of twee punten uitgelegd wat daar tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Punten om letterlijk even bij stil te staan en te overdenken. Zo liep ik in december van Ermelo naar Harderwijk door een straat in de bosrijke buitenwijken van Ermelo waar de wandelgids wees op het onderduikadres van Eva en Bram Beem en waarbij de volgende beschrijving stond;

'De familie Hillebrandt bood tussen 1942 en 1944 onderdak aan twee evacueetjes; Jan en Lini de Witt. In werkelijkheid waren zij Joodse onderduikers, namelijk Eva en Bram Beem uit Leeuwarden. Zij zaten aanvankelijk met hun ouders, Hartog en Rosette Beem, ondergedoken in een tussenwoning in Leeuwarden. Omdat de bewegingsruimte er zeer beperkt was, werd besloten de kinderen onder te brengen op de Veluwe, waar ze zich vrij konden bewegen. Eva en Bram namen in Ermelo actief deel aan het dagelijkse leven. Ze gingen naar school en speelden er met leeftijdgenootjes. Door verraad werden ze eind februari 1944 toch gepakt. Ondanks pogingen van de familie Hillebrandt om de kinderen vrij te krijgen, werden Eva en Bram via kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze op 6 maart 1944 zijn vermoord. Hun ouders overleefden de oorlog, maar zijn het verlies van hun kinderen nooit te boven gekomen: "We lachen slechts van buiten met ons gezicht, maar niet meer van binnen met ons hart", zo schreef Hartog Beem.'





Nunspeet-Vierhouten-'t Harde
13 en 20 april 2014
Op weg naar het Hendrik Mouwenveld






Lange paden

Vennenpad, Eibertjespad, Elfhonderdmeterweg, Ossenkolk, Henderik Mouwenveld, Pas-Opweg,het zijn mooie namen van plekken die je onderweg passeert. In april hebben terrier Jack en ik de omgeving van Nunspeet verkend. Een karakteristiek; veel lange rechte fiets- en bospaden.


voormalig gemeentehuis van Nunspeet

Tussen Nunspeet en 't Harde liepen wij op 13 april. Niet opzienbarend. De eerste anderhalve kilometer gaat door het dorp Nunspeet. Wat is blijven hangen op mijn netvlies zijn de goed onderhouden huizen en de verschillende art nouveau woningen van rond het begin van de vorige eeuw. Zoals bijvoorbeeld het voormalig gemeentehuis. 'Laan' heet de weg waar je loopt. Het moet in die tijd ook echt een statige laan zijn geweest. Verder ging het voornamelijk over lange bospaden met een mooie onderbreking op het stuifzandgebied De Zoom.

De Zoom

Verscholen Dorp
Op 20 april spanden wij ons in op een zijlus van het Westerborkpad. Doel en keerpunt op deze mooie Paasochtend was het Verscholen Dorp. Het ligt ongeveer op de helft van de lus, die start en eindigt op station Nunspeet.

op naar het Eibertjespad
Je bent snel buiten de bebouwde kom van Nunspeet en loopt de ruim zes kilometer bijna constant door het bos naar Vierhouten. Onderweg passeer je bij de Elfhonderdmeterweg nog het indrukwekkend grote landgoed bij de villa De Rode Stee. Verder ging het langs het bosven De Ossenkolk. Waar vroeger de ossen dronken leste nu Jack zijn dorst. De ossen waren vervangen door een ganzenechtpaar met gele plukjes jonge ganzen, die snel de veiligheid van de plas zochten toen Jack en ik naderden.
Ossenkolk
Vierhouten is een klein dorp omgeven door uitgestrekte bossen. En grote bossen trekken campings, bungalowparken, en fietsers, en racefietsers, en wandelaars. En die willen lekker in zon op een terras zitten. Die zijn er dan ook in voldoende mate. Heerlijk op deze voorjaarsdag. Niet te lang natuurlijk, want Jack wil verder.

Hendrik Mouwenveld
uitlopende bosbessenstruiken tussen de nog vrijwel kale bomen bij het Hendrik Mouwenveld
We stonden zo weer buiten het dorp en kozen voor het pad langs twee mooie huizen, de Pauwenhof en de Klinkenberg, beide omgeven door ruime tuinen. Dit voerde naar de zuidzijde van het Hendrik Mouwenveld.


Met de kaart in de hand nog wat zig-zaggen over de bospaden en je staat bij het Verscholen Dorp. Een onderduik-schuilplaats uit de oorlogsjaren 1943-1944. Van de ooit negen hutten zijn er drie nagemaakt. Zij geven een indruk hoe hier onder leiding van tante Cor en opa Bakker 80 tot 120 onderduikers, joden, ondergedoken agenten, geallieerde piloten, hebben moeten leven. Helaas zijn ze bij toeval door jagende Duitse soldaten in 1944 ontdekt. De meeste onderduikers wisten te ontkomen, maar een achttal werd ter plekke geëxecuteerd, nadat ze eerst hun eigen graf hadden moeten graven.
http://www.4en5mei.nl/herinneren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/43


op een informatiebord enkele afbeeldingen van de oorspronkelijke hutten
Oppassen
Het was vroeger in deze omgeving waarschijnlijk ook al een afgelegen gebied, buiten controle van de overheid. De weg waar je lang over loopt, heet 'Pas-Opweg'. Je moest er oppassen voor struikrovers. Tegenwoordig moet je oppassen voor elektrische fietsen. Na deze lange asfalt bosweg, gingen de laatste vijf kilometers over een betonnen fietspad, dat prachtig slingert door het bos. Daar moet ik nog een keer naar terug om te skeeleren.
Jack en ik moesten regelmatig de berm in om plaats te maken voor fietsers. Ter hoogte van het mooie ven Waschkolk maakten wij daarom een doorsteek door het bos en kon Jack weer afkoelen tussen de dikkopjes die er in grote getallen rondkrioelden.

Jack beneden in de Zandenplas
Verder weer over het fietspad. Het gaat wel snel, maar je moet voortdurend achterom kijken of er geen aanvallende fietsen naderen.
Op de kaart zie je dat Jack na het passeren van de A28 zijn dorst zou moeten kunnen lessen in een meer. Daartoe wordt je afgeremd door informatieborden, die beweren dat honden niet in dit water mogen. Gelukkig mag dat voor 1 mei nog net. Bovendien kan Jack niet lezen. On-Nederlands blauw ziet het water van de Zandenplas eruit als we over de natuurlijke heuvels klimmen die deze plas omzomen. Aanlokkelijk.
Jack ontmoette nog wat soortgenoten, die ook ongeletterd te water sprongen.
Zandenplas

Voort ging het over de boorden van deze vakantieomgeving richting de golfbaan. Ook daar vermaakten mensen zich in de Paaszon. Dichterbij station Nunspeet passeerden we nog een echtpaar, zij in grijze rok, keurig jasje, donker gekleurde kousen, grijs knotje. Hij in een combinatie, wel frivool zonder stropdas. Alles trekt er op uit. De Paaszon is heerlijk voor iedereen.




't Harde-Elburg-'t Harde
6 mei 2014

Sprekende gevels

de Joodse familie Moos en Diena Vecht uit Elburg met hun kleindochter Ilona
Ze lijken zo de wereld in te stappen, de Joodse familie Moos en Diena Vecht uit Elburg met hun kleindochter Ilona. Dat kan natuurlijk niet want ze staan als foto in het raam van het museum Sjoel Elburg.
Museum voor de geschiedenis van Joods leven in de provincie
Op de website van dat museum lees ik;

Ilona Ptasznik (1918-2007) – het meisje met de krullen - is het beeldmerk van het museum geworden. 
De keuze viel na het bestuderen van honderden historische foto's van de Joodse bewoners van Elburg. Een van de blikvangers van museum Sjoel Elburg is de foto waarop een klein meisje met krullend haar tussen haar grootouders loopt. Met nieuwsgierige ogen kijkt het meisje in de lens van de fotograaf. Wie is toch dat kleine meisje dat zo braaf tussen haar grootvader en grootmoeder loopt? 
Oude foto
De foto moet omstreeks 1922 ergens in Amsterdam zijn gemaakt. Daar woonden grootvader Mozes Vecht en grootmoeder Diena van Hamberg sinds 1904. Ze waren in dat jaar verhuisd van Elburg naar Amsterdam. Mozes was aanvankelijk handelaar in vee in Elburg, in Amsterdam maakte hij de overstap naar de handel in antiek.

Er is nog een reden waarom je geen Elburgse joden zult tegenkomen. Ze zijn er namelijk niet meer. In de wandelgids lees ik dat van de gedeporteerde Elburgse joden niemand terugkeerde, '... met als gevolg dat de Joodse gemeente Elburg in 1947 formeel werd opgeheven. Sinds 2008 huist het museum Sjoel Elburg in de voormalige synagoge.'

Landelijk
Gisteren 6 mei heb ik de tweede lus op het Westerborkpad gelopen, van station 't Harde naar Elburg en via een andere route weer terug. Een afstand van ongeveer 20km, als je in Elburg niet zoals ik alles wil bekijken. Na het passeren van de bebouwde kom van 't Harde volgde een aardige route door de bossen en lanen van het Landgoed Zwaluwenburg met het gelijknamige kasteel. 


Ouderwets boerenbedrijf
Biologische tuinen

Afwisselend is het landelijke gebied vanaf Zwaluwenburg tot aan Elburg. Keurig wordt je via smalle paadjes buitenom de bebouwing van Oostendorp geleid naar de vesting Elburg. Halverwege heb ik de tijd genomen om verbaasd te kijken hoe snel tegenwoordig het bijeen geharkte gras van een weiland opgeraapt wordt. Met een snelheid van zo'n 20km per uur scheurde een zware trekker met een zogenaamde grasopraper over het land en 10 minuten later was het hele weiland leeg en kaal. Waar vroeger maaien, schudden, wiersen en binnenhalen dagen duurde, reken je tegenwoordig bij al deze activiteiten in minuten. Het enige wat nog ouderwets gaat is het groeien van het gras. Denk ik?

Blik vanaf de Jukweg

Vesting Elburg

Hanzestadje Elburg was een bezoek meer dan waard. Het is een kleine vesting, met smalle straatjes, stegen, oude huizen, een klooster, een poort aan de noordzijde, de Vischpoort, en daarachter de haven met een verzameling historische botters. De gids leidt je via een beschreven route door verschillende straten en doet daarbij ook enkele punten met joodse historie aan. 


Zuidelijke stadsingang met het klooster


Binnentuin van het voormalige Agnietenklooster, nu gemeentemuseum
toegang tot de Feithhof


Dat het er druk was met toeristen is niet verwonderlijk in dit mooi bewaarde stadje. Langs de centrale straat, de Jufferenstraat en de Vischpoortstraat kan je prima op terrassen bijkomen van de wandeling en al het moois op je in laten werken. In het centrum is een klein pleintje op de kruising met de Beekstraat. Als oud vestingbewoner had ik het smalle water ingedeeld als een gracht, maar oké, als ze het een beek willen noemen, kan ik er ook mee leven. 
Jufferenstraat
Beekstraat
Nicolaaskerk
Ellestraat
Rozenmarijnsteeg
De inwoners doen hun best de oude huizen er mooi uit te laten zien. Sommige smalle stegen en straten zijn opgefleurd met bloembakken in allerlei crea-thea vormen. 


Vermeldenswaard zijn ook de diverse uithangborden en gevelteksten. Ze zeggen iets over de historie van het gebouw en de oorspronkelijke bewoner, en in sommige gevallen ook van de huidige bewoner.


Ingang naast het Arent thoe Boecophuis
Stadskasteel Elburg, Arent thoe Boecophuis



Van Kinsbergenhuis, ooit een weeshuis
Na de passage langs het museum Sjoel Elburg heb ik als afsluiting een ronde gemaakt over de vestingwal. Daarbij passeer je de Joodse begraafplaats met zijn monument voor de gedeporteerden. 




Aan de noordzijde heb ik een korte uitstap naar de haven gemaakt voordat ik bij de Vischpoort nog foto's maakte van de werkende touwslagerij. 
Vischpoort




Touwslagerij vlakbij de Vischpoort
Tenslotte leidt de route je via de westuitgang naar de buitenwijk en begint de terugtocht naar het 't Harde. Ook dat deel gaat door een agrarische omgeving. Dan weer over asfaltweggetjes en dan weer over grindpaadjes. 
Westelijke ingang van Elburg

Gebied de Stoopschaar



Trauma?



Voor Jack was de terugweg het minste deel van de dag, misschien was het zelfs traumatiserend. Terwijl hij zich er nog zo veel van had voorgesteld in zijn nieuw getrimde outfit. 

Tot Elburg ging alles prima, maar het ging al mis toen hij in de buitenwijk werd genegeerd door een verstilde angsthond. 
De klap kwam pas in de weides van het gebied de Stoopschaar en langs de Nagelhoudsweg. In het eerste gebied wisten we het nog niet zeker, toen de schapen naar hem blaten. Maar langs de Nagelhoudsweg werd het duidelijk dat hij door de vele ooien aangezien werd voor een pasgeboren lam en opgeroepen werd terug te komen in de wei. Dan zak je als hond toch door je knieën en rest er slechts een gebogen vervolg van je route. 



Eenmaal uit deze landelijke omgeving denk je van deze vernedering verlost te zijn en probeer je weer monter om je heen te kijken. Tot je op een gevel in de laatste straat van 't Harde de waarschuwing krijgt door te lopen. Dan rest er slechts nog één conclusie;

weg wezen hier.





't Harde, via Wezep en Hattem, naar Zwolle
21 mei 2014

Geen spectaculaire wandeling,
maar wel blij

Als je 't Harde binnenkomt, dan staat er vlakbij het welkomstbord ook een bord met kerkdiensten. Het is zo te lezen in deze omgeving heel protestant. Er zijn hier niet alleen nazaten van de protesterenden tegen de Katholieke Kerk, maar er is zo te zien daarna ook redelijk geprotesteerd tegen elkaar. Je kunt naar de dienst van Nederlands Hervormde Kerk, de Protestantse Gemeente of de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. En als je daar niet voldoende aan hebt, kun je bijvoorbeeld in het nabijgelegen Oldebroek naar de Hersteld Hervormde Kerk, of de Gereformeerde kerk, of de Vrij Oud Gereformeerde Gemeente, of de Oud Gereformeerde Gemeente Nederland (Rehoboth). Dit is zo maar een greep uit de Weekkrant. In Wezep en Hattem, waar ik vandaag ook doorheen trok zijn weer andere keuzes. 


Als passant is dit een onbekende wereld. Een wereld waar de uitleg van de Bijbel blijkbaar grote gevolgen kan hebben. Des te mooier is het om te merken dat je in een blijde omgeving loopt en langs de weg naar Wezep uitgenodigd wordt voor een bijeenkomst van het Nederlands Bijbelstudie Centrum. Hoewel, nu ik de foto beter bestudeer, blij is nog niet helemaal zeker, want er staat een vraagteken achter.

Zekerheid heb ik wel over de afstand van vandaag, 21 mei. Met hier en daar wat extra lopen haalden Jack en ik de 29 kilometer. Terugkijkend was het geen verkeerde beslissing om dit traject in een keer te lopen. Want hoewel niet onaangenaam, ontbraken er echte hoogtepunten om lang naar te kijken. Daarbij moet ik wel toegeven dat we Hattem al een jaar geleden hadden bekeken tijdens een etappe op het Maarten van Rossumpad. Een groot deel van de tocht ging over asfalt, afgewisseld met stukken door bos en enkele kleine heides. 
Het mooie open veld bij Mullegen vanaf het pad door de bosrand
Rood bloeiende paardenkastanje langs de weg naar Wezep


Nadat we in 't Harde het goede pad hadden gevonden liepen we in ééruk door naar het Landal Park 't Loo bij het gelijknamige dorpje. Zo'n park heeft altijd een restaurant en daarom zijn we verkennend voorwaarts gegaan en zaten even later voorzien van koffie en taart vanaf het terras naar het mooie zandmeer en de eerste voorzichtige zwemmers te kijken.



Wezep werd vier kilometer verder zonder ophef gepasseerd en pas bij de Wezepse Heide hebben we voor de tweede maal gepauzeerd om in die mooie ambiance te rusten en rond te kijken. Een kleine maar schitterende heide, die er in augustus, in bloei, magnifiek moet uitzien. 


Enkele kilometers verder, vlak voor Hattem, diende zich weer een prachtig stukje aan bij het Huis Molecaten. Dit statige huis dankt zijn naam aan de molen die je tweehonderd meter verder bereikt. 
Huis Molecaten
Molecatense Molen
Daarachter is ook een prima herberg voor een rust. Dat hebben wij niet gedaan, om de gasten het 'avontuurlijke' aanzien van Jack te besparen. Op deze warme dag liet ik hem net voor Huis Molecaten zijn dorst lessen in iets wat, naar ik nu lees, de bovenloop moet zijn geweest van de Molecatense Beek. Veel loop zat er op die plek in de beek nog niet, bladeren en modder des te meer.
Na terugkeer uit het water was Jack minder wit
Via de Elisalaan en de uiterwaarden langs de IJssel bereikten we het oude centrum van Hattum.




IJs is een prima aanleiding voor een stop. Op het terras in het centrum van Hattem had de slecht opgedroogde Jack nog voldoende bekijks en zag ik aan de blikken, dat wij waren afgedaald tot het niveau landloper. Maar de landloper liet zich het ijs goed smaken en dacht er het zijne van. Het was overigens goed toeven op dat kerkpleintje in Hattem. Lekkere temperatuur, mooie gebouwen om te bekijken en regelmatig kwamen er ook mooie dames voorbij. Jammer dat zo'n ijsje snel op is.



Na een rondwandeling door diverse straten verlieten wij Hattem via de stadspoort, liepen nog even om door het park om de stellingmolen 'De Fortuin' te bekijken en stampten vervolgens door naar de bruggen over de IJssel. 

Vlak er voor waren we nog bijna getuige van een kop-staartbotsing, toen een groepje losgebroken ooien met hun lammeren afwisselend links en rechts van de drukke Gelderse Dijk lekkerder gras zagen.




Eenmaal aan de Zwolse kant van de IJssel is het mooi om over de uiterwaarden naar de silhouetten van de rivierbruggen te kijken. Prachtige beelden, die ook een aanwezige, schilderende kunstenaar inspireerden. 

Na het oude sluizencomplex Katerveer liepen we via een 'groene long' langs de Willemsvaart richting het centrum. Ooit was deze vaart de scheepvaartverbinding tussen de IJssel en het centrum van Zwolle. 
ophaalbruggen over de kleine sluis van het Katerveer
Op de laatste kilometer passeerden wij niet alleen het oude gebouw van het Gymnasium Celeanum, maar ook een aantal kunstwerken rondom vrouwenbenen. Het zijn beelden van de kunstenares Iris Le Rütte.





Over het oude gebouw van het Gymnasium Celeanum lees ik in de Westerborkpadgids; 
Op 2 en 3 oktober 1942 werden de Joodse werkkampen in Nederland gesloten. Behalve de Joodse dwangarbeiders werden, onder de noemer 'gezinshereniging', ook hun gezinnen naar kamp Westerbork overgebracht. Om die reden diende een grote groep Joodse vrouwen en kinderen en een groep achtergebleven mannen uit Zwolle zich te melden in het gymlokaal van het gymnasium Celeanum aan de Veerallee. Vanuit dit gebouw zijn ze op 3 oktober naar het station gebracht, vanwaar de trein naar Westerbork vertrok. De meerderheid zou korte tijd later doorgestuurd worden naar Auschwitz.

Het kunstwerk 'Rozenboom werd in 2008 ter nagedachtenis aan de Jodenvervolging
in de tuin van het voormalig gymnasium geplaatst

Ook op het einde van deze lange wandeling blij. Blij om hier in vrijheid rond te lopen. Morgen toch maar stemmen om de Europese samenwerking in stand te houden.





Van Zwolle
via Lichtmis en Staphorst naar Meppel
17 juni 2014

De spoorlijn
Als ik nu thuis mijn foto's terugkijk, zie ik dat deze extra lange wandeling in verschillende delen uiteenvalt. Allereerst Zwolle met zijn middeleeuwse kern en helaas, daarna kilometers buitenwijken en bedrijventerreinen. Vervolgens een landelijk weidegebied ingeklemd tussen de A28 en de spoorlijn richting Meppel. Tenslotte Staphorst, de A28 en Meppel. De kern van Zwolle was mooi en het weidegebied richting Staphorst was niet verkeerd. De overige kilometers zie ik als een goede training voor de bergtocht later dit jaar. Totaal bijna 33 km. Onderweg bedacht ik dat je deze etappe ook goed kunt gebruiken voor een vierdaagse training; veel asfalt, met in het centrale deel ook lekkere stukken over onverharde weideweggetjes. Als je niet zo'n lange afstand wilt lopen is de tweedeling in de gids met het tussengelegen Lichtmis als eind- en startpunt ook een goede indeling.

Zwolle
weelde aan de stationsweg
mooie panden aan de Burgemeester van Rooijensingel
Mooie panden aan de Burgemeester van Rooijensingel
Direct na het verlaten van het station loop je langs statige huizen aan de Stationsweg en de Burgemeester van Rooijensingel. Een lust voor het oog, die van de Stationsweg een indrukwekkende entree van Zwolle maken. 


Kort gaat het verder langs de van Rooijensingel met een blik op de Sassenpoort, die er ook van dichtbij imponerend uitziet. 


De fontein vlakbij de Sassenpoort
In de gids gaat de route slechts kort door de binnenstad. Ik was nog nooit in de binnenstad van Zwolle geweest en heb daarom op dit rustig ochtenduur een omweg gemaakt om wat meer te zien. 
Het zogenaamde Karel de Grote huis


De ingang van de St Michaelskerk en de glazen engel St Michael op de Grote Markt
Via de Sassenstraat ging het naar het Grote Kerkplein en de Grote Markt. Middeleeuwse indrukken deed ik daarbij op met oude gebouwen, verschillende pleinen en kerken; zoals het Karel de Grote Huis, de Bethlehemkerk en plein en de Grote of Michaelskerk met de in glas uitgevoerde engel St Michael. Het deed mij denken aan Breda waar ik verschillende jaren heb kunnen rondkijken. Hier ga ik nog een keer naar terug om wat langer rond te dwalen. 


Op de zoekweg naar de westelijk stadsuitgang kwam ik weer op de route en daarmee ook langs de synagoge aan de Samuel Hirschstraat. Ooit, zo lees ik op de muursteen, bezocht door een beduidend grotere geloofsgemeenschap. 
Op een hogere gevelsteen is in Hebreeuwse letters het laatste deel van Jesaja 56:7 is aangebracht: "Want mijn huis, een huis van gebed wordt het genoemd voor alle volken" (zie foto) http://www.synagoge-zwolle.nl/




Oorlogsmonument net buiten de binnenstad
Er volgt nog een aardig stuk met enkele bruggen over grachten, het Almelose Kanaal en langs de Nieuwe Vecht. De bedrijventerreinen die volgen zijn minder aantrekkelijk om door te lopen maar de afmetingen van de hallen in het gebied de Hessenpoort zijn groots en geven aan dat er gelukkig veel dynamiek en ondernemingszin is. 


Begeleid door A28 en spoorlijn
In het centrale deel kom je terug bij de oorsprong van dit pad. Kilometers lang loop je langs, of heb je zicht op de spoorlijn waar het Westerborkpad zich aan vasthoudt. De spoorlijn waarover ooit de transporten gingen richting Westerbork. Met slagen van ongeveer 500 meter zigzag je door dit gebied over landweggetjes naar de Lichtmis. 


Van veraf zie je de oude watertoren al staan. Een toren, die tegenwoordig functioneert als restaurant. Jack en ik bereikten die toren net niet omdat hij aan de andere kant van de A28 staat. Het pad gaat net voor de onderdoorgang van de A28 weer naar het oosten en vervolgt door het weidegebied. Je loopt echter geen horeca mis want aan deze kant van de A28 is ook voldoende keus.

Eenmaal weer bij de spoorlijn loop je er dit keer een hele tijd langs. Even onderbroken door een rondgang door het bos bij de 't Wiede Gat, waar tijdens de oorlog een werkkamp was. Joodse dwangarbeiders werden van daaruit ingezet bij de ontginning van het heidegebied en de aanleg van de nabij gelegen staatsbossen De Zwarte Dennen. Jack en ik hebben het Wiede Gat gebruikt om er bij een vreemde bospoel te rusten en pootje te baden. Kort daarna bereik je Staphorst.
de Grube Poel in 't Wiede Gat

Staphorst - A28 - Meppel station
Metaalbedrijven en oude boerderijen bij Boni en Zeeman zijn de trefwoorden die zijn blijven hangen bij de passage van Staphorst. Door onoplettendheid duurde het even voordat ik de door de gids bedoelde dijk bereikte. Tot die tijd liep ik door een bedrijventerrein met een opvallende concentratie van metaalbewerkingsbedrijven. Een nijver ambachtsvolk blijkbaar daar in Staphorst. De dijk die een scheiding vormt tussen het bedrijventerrein en de nieuwbouwwijken voert je ontspannen en groen tot diep in het langgerekte Staphorst. Het zijn ook de hoofdbestanddelen van deze gemeente. Bijna alles wat ik zag waren wijken van na 1960 en dito bedrijventerreinen. In het centrum kun je prima rusten bij Hillies snackbar, met de vriendelijke bediening of inkopen bij de verschillende winkels en supermarkten. 
Voor dat laatste kwamen wij niet en gingen dan ook snel verder langs de dorpskerk en de mooie tegenovergelegen pastorie. Daarna volgde de Museumboerderij, omzoomt door enkele andere boerderijen. Een landelijk historisch beeld ontstaat daarbij niet, omdat je afwisselend zicht hebt op bijvoorbeeld de Zeeman en de Boni. 
Ook Staphorst is dus meegegaan in het moderne uniforme winkelaanbod. Niet echt een verrijking van de eigenheid van een dorp of stad. 


Na Staphorst is het een kwestie van stevig doorlopen naar Meppel, omringd door het verkeerslawaai van de A-28. Zo hebt je toch een tumultueus einde van deze wandeldag.





Van Meppel naar Hoogeveen
10 juni 2015


Tussen spoorlijn en vaart

De spoorlijn vlakbij Koekange
De Hoogeveensche vaart bij Hoogeveen
Vrijdag 10 juli.
Vroeg was ik al met Jack de trein in gestapt richting Meppel. Het zou mooi weer worden en om een beetje op tijd terug te keren uit Drenthe wilde ik deze 27 kilometer in de middag afronden. Je bent even onderweg, maar zulke loopafstanden maken wel de reistijd waard. Zigzaggend zouden we ons binnen de twee kilometer tussen de spoorlijn en vaart in oostelijke richting naar Hoogeveen verplaatsen. 

winkelraam in de Hoofdstraat

Gestileerde bloemen
woning aan de Stationsweg
Als je van kunstzinnige bloemen houdt dan moet je deze wandeling zeker doen. Je begint in Meppel op de Stationsweg al met prachtige bloemmotieven op de verschillende jugendstil / art nouveau huizen. Dat zet zich op weg naar de binnenstad voort op het Zuideinde en in de Hoofdstraat. Als je een beetje om je heen kijkt zie je overal sierlijk smeedwerk, glas in lood ramen en kenmerkende tegeltableau's. 
Van dat laatste is zelfs een webpagina gemaakt, waar je een aantal tegels terugvindt, die je onderweg kunt ontdekken. Schitterend.










Het is Meppel rond 1900 blijkbaar redelijk voor de wind gegaan want de toen dominante architectuur zie je op vele plekken, tot aan de lagere school uit 1908 aan toe. 

De wandeling eindigt in dezelfde trant als je niet ver voor het station in Hoogeveen langs een voormalige distilleerderij loopt met twee opvallende tegelafbeeldingen, een over de fabricage van advocaat en de andere over de aankondiging dat dit het adres is voor wijn en likeur. Achter deze gevel van geglazuurde stenen zit geheel in stijl nog steeds een slijterij.




Naast deze kunstzinnig gemaakte bloemen liepen we ook regelmatig langs volop bloeiende bermen. Koesteren moeten we deze trend van de laatste tien jaar, je gaat er blijer van lopen.

Hoogte- en dieptepunten wisselen elkaar af
Kilometer 1 voerde door de binnenstad van Meppel. Langzaam lopend, kijkend en fotograferend liep ik langs de gevels op zoek naar de volgende ornamenten. Je passeert een ophaalbrug, komt in het nog oudere deel en voordat je het in de gaten hebt sta je midden in de stad bij de kerk. 
Helaas voor ons werd rusten op het gezellige plein met zijn terrassen onmogelijk gemaakt door een vette dikbuikige Tokkie met twee langharige herdershonden die met opengesperde bekken vol aan hun ijzeren kettingen begonnen te trekken toen Jack op het terras verscheen. Het vet raadde ons aan naar een ander terras te gaan. 'Ik zit net zelf. Ze hebben me ook al van een ander terras weggestuurd.' Gek hè. Ik verspilde er geen tijd aan en met instemming van Jack vertrokken we weer. Terug naar de route door de winkelstraten. 
De Wheen
Via het mooie plein De Wheen kwamen we uit bij het Slotplantsoen met het monument ter nagedachtenis aan de Meppelse Joden. Even een moment van overdenking, de klik naar het thema van dit pad.

Kookt op gas
Langs de voormalige lagere school en de achterkant van oude gasfabriek gaat het richting de Gasgracht. Bij het passeren van fabriek zie je nog vaag op de muur de oproep 'Kookt op Gas'. Net als de spelling is de fabriek achterhaald. In 2008 heeft architectenbureau B+O het gebouw in ere hersteld en er een werk en ontmoetingsplek van gemaakt voor ondernemers en particulieren. De Gasgracht leidt je ongemerkt de stad uit. 
open zicht richting Broekhuizen

Voorbij de wijk Oosterboer opent zich het land en is de gracht overgegaan in De Wetering. Ooit was dit de waterverbinding richting Hoogeveen. Nu is hij afgedamd. Dat er betaald moest worden voor het passeren van de wegen lees je bij het Tolhuis De Knijpe. Voor alle mogelijke combinaties van mens, dier en voertuig was een prijs, tot op de halve cent nauwkeurig.


Van vaart naar spoorlijn en weer terug
Aan het eind van de Wetering gaan we over naar de oevers van de huidige waterverbinding naar Hoogeveen, de Hoogeveensche Vaart. Een rustig water, waar vandaag alleen een enkel motorjacht wachtte op de bediening van de Rogatsluis. Na deze sluis volgt het gebied Broekhuizen dat ik al eerder beschreef na onze wandeling over het Maarten van Rossumpad richting Ruinerwold. Anders dan toen werden we niet opgejaagd door mestinjecterende tractoren. Alles was rustig en er was uitgebreid de tijd om een foto te maken van tegen vliegen gecamoufleerde paarden. 

Slingerend door dit boerenland passeren we vers gemaaide weiden, waar grote schudders het gras keren. Overmorgen gaat het regenen, dus er moet nu weer geracet worden om het gras op tijd in de kuil te krijgen. Eigenlijk wordt er bijna altijd geracet om het weer voor te blijven. Ooievaars zien het aan en proberen van deze race wat mee te pikken.
aardappelveld in bloei met erachter trekkers aan het gras schudden

kanten maaien van de Koekanger Aa


Ooievaars controleren of er nog wat te eten is

Deadline
Door de route iets aan te passen konden we ontspannen bij Café Brouwmeester in Koekange. Prima koffie en vriendelijke bediening. 
Aan de leestafel wordt ik geïnformeerd over de zoveelste laatste deadline aan de Grieken. 
De regering Tsipras schijnt eindelijk wat te dimmen. Komen erachter dat je beter wat vriendelijk kunt zijn als je van een ander wilt lenen. Ben blij dat ik geen Griek ben.


Echten
Parallel aan de spoorlijn volgen na Koekange kilometers zonnig en rustig agrarisch gebied totdat het dorpje Echten wordt bereikt; een verzameling mooie oude boeren gebouwen die helaas de laatste jaren weinig onderhoud heeft gehad. Hier en daar zitten de gaten in de strooien daken die rijk bemost zijn. Jammer. 

Maar het dorp biedt meer. Er is een replica van een plaggenhut te bewonderen, een mooie plattelandswinkel, een galerie met beelden rondom en de prachtige havezate 'Huize Echten'. 



In de plaggenhut is het moeilijk voor te stellen dat ooit gezinnen in deze bouwsels hebben geleefd. Voor Jack was nog net ruimte in de drie meter stal, de helft van de hut. Hij wilde er snel uit. 
Over de mooie oprijlaan gaat het vervolgens naar de havezate, waar je getoond wordt hoe het eeuwen geleden ook anders kon.

Nagestaard door het vee trekken wij verder. Het laatste stuk naar Hoogeveen gaat grotendeels langs de gelijknamige vaart. 


Bij het fotograferen van een herdenkingsplaquette langs het fietspad werd ik nog opgeschrikt door een vloekende wielrenner toen ik een stap achterwaarts deed om de compositie te verbeteren. Hij uitte zijn schrik in drieletterwoorden en ik de mijne in een nageschreeuwde verontschuldiging. De rest van de wandeling hebben we over de dijk gelopen.


Hoogeveen
Na de onderdoorgang van de A-28 begon de onvermijdelijke afronding door de bebouwde kom. Niet altijd plezierig, maar in Hoogeveen veraangenaamd door een groenstrook tot aan de begraafplaats. Het oorlogsmonument nodigde uit tot een kort bezoek aan dit kerkhof met zijn symbolisch middenpad dat eindigt in een natuurlijke poort in een hoge beukenhaag. 
middenpad van de begraafplaats Hoogeveen
Verderop passeerden we nog een Joodse begraafplaats met monument. Daarna nader je het centrum. Het laatste stuk ben ik van de route afgeweken en heb ik gewandeld over de brede, mooi ingerichte winkelboulevard, die mogelijk werd door na de Tweede Wereldoorlog de vaart langs de Hoofdstraat te dempen. In Meppel denkt men er over oude gedempte grachten weer in ere te herstellen, in Hoogeveen heeft men dit gedempte gebied opnieuw ingedeeld als wandel- en winkel gebied. Voor beide valt wat te zeggen.
Maar mijn mening wordt niet gevraagd en na 27 kilometer heb ik ook niet zo veel meer te zeggen. We gaan naar het station om in de trein terug vele stukken van onze wandeling voorbij te zien schieten. Al het gras op de weilanden is inmiddels gekeerd en ligt klaar om morgen opgeraapt te worden. Dat gaat zonder ons goed lukken. Ze zijn goed bezig hier. 





Van Hoogeveen naar Beilen
6 mei 2016


Rust, bedrijvigheid, survival

'Even wachten voor de foto Jack'Maar Jack wachtte niet en sprong zijn baas achterna. Althans, dat probeerde hij. Mensenstapstenen zijn het, die de oversteek van water op het terrein van de VAM mogelijk maken, geen hondenstapstenen Jack. Hoe Jack zich ook probeerde op te drukken, het bleven mensenstenen, net te hoog voor een kleine hond. En maar volhouden, totdat hij met zachte hand gedwongen wordt een paar meter verfrissend te zwemmen. 


Hij vind het maar niks, ook al is nu verlost van de drap in zijn vacht, opgedaan bij het drinken uit het Oude Diep eerder vanmiddag. Eenmaal aan de overkant keert de rust. De baas vindt dat hij weer mooi schoon is. Jack heeft daar geen boodschap aan, schudt zich mistroostig droog, sjokt verder en denkt 'Waardeloze fitness. Het lijkt wel een survival-run. We zouden alleen maar tweeëntwintig kilometer wandelen. Idioot'.

Rust en bedrijvigheid
Wat Jack toen nog niet wist, was dat het achtentwintig kilometers zouden worden. Tot zijn zwempartij hadden we sinds vanochtend halfelf bijna twintig kilometer rustig door de landerijen ten noorden van Hoogeveen gelopen. Over de Secteweg liepen we, het dorp Stuifzand werd gepasseerd, een tijdje ging het in de richting van Siberië en daarna volgde Zwartschaap. Prachtige namen van gehuchten en boederijengroepen, die de fantasie uitdagen hoe het hier vroeger is geweest. Nu in het voorjaar is alles groen en schijnt de zon overvloedig. Hoe het hier in de herfst en de winter is wil ik niet weten.



Meivakantie; heel Nederland lijkt na Bevrijdingsdag uit te rusten in afgeschermde tuinen of zit elders op een camping bij te komen. Niemand komen we tegen. Heerlijk, die rust. We banjeren op ons gemak afwisselend over bospaden en landbouwweggetjes. De meeste verhard, maar regelmatig ook over zandpaden. De ene kilometer kijken we naar kleine vennen in het bos en de volgende kilometer turen we over enorme akkers. Op die akkers is overal beweging en bedrijvigheid. Daar is geen vakantie. Het blijft een paar dagen droog en zonnig, dus nu moet er van alles in deze paar dagen gebeuren.  
Grote tractoren ploegen de grond. Driewielige rode strontmonsters lossen hun last en eggen het direct achter zich onder de oppervlakte. Mesttankwagens ter grootte van tankwagens, die je normaal bij benzinestations ziet, rijden af en aan om de driewielige monsters aan het werk te houden. 
Even verder worden weilanden in sneltreinvaart gemaaid. Nog sneller wordt het gras geschud en gekeerd met roterende vorken, die gemakkelijk een baan van tien meter breed bestrijken. Toch heeft deze bedrijvigheid niet de hectiek van stadsverkeer. Het is geïsoleerde haast, eilanden van dynamiek, letterlijk van veraf te overzien. 

Oude Diep met nieuwe natuurlijke oevers
Oude Diep en VAM-berg
Wat deze streek verbindt is het stroompje het Oude Diep. Al direct na het verlaten van Hoogeveen passeerden we het voor de eerste keer. De tweede keer, bij de Secteweg, vlak voor Zwartschaap, kon Jack er zijn dorst lessen. De derde keer, na vijftien kilometer, hebben we er bij de brug in de Diepweg gerust. Een vredig stroompje van een paar meter breed, dat door natuurbeheerders weer natuurlijke oevers heeft gekregen. Op weg naar de dominante afvalberg van de VAM lopen we er nog kilometers parallel aan. 

Over brede velden vol bloeiende paardenbloemen en madelieven naderen we de VAM-berg. De berg van de Vuil Afvoer Maatschappij is niet een eenvoudig bergje maar een compleet bergplateau van minstens een vierkante kilometer groot. Omgeven door een breed natuurgebied doemt hij van veraf op en je krijgt het gevoel of je even in Zuid-Limburg loopt. Zeker als je even later de helling neemt naar negenenveertig meter hoogte. Want wij moesten natuurlijk wel weten hoe het uitzicht is. Schitterend als je boven bij het informatiecentrum naar het zuiden en het westen kijkt. Prachtig die groene hellingen met de kuddes schapen. 

Als je naar het oosten kijkt wordt je er wreed aan herinnerd dat je op een vuilnisberg loopt. Sinds 1929 wordt hier afval gestort. In het informatiecentrum wordt dat keurig uitgelegd. Gas wint de VAM er tegenwoordig uit. 
dit is de opbouw van de berg; afval afgedekt met een weinig doorlatende dikke laag aarde

Nu de nieuwsgierigheid is weggeëbd dalen we weer af naar de werkelijk bodem van Drenthe en verlaten het VAM-gebied met het passeren van Jack's vervloekte stapstenen en pauzeren bij de kleine horeca De Blinkerd. Recuperatie voor de laatste twee kilometer naar de geplande bushalte, de bushalte van Wijster, die aan de Kampsweg staat en daarom halte Meester Haddersstraat heet.

Wijster by daylight
Beeld heb ik er wel bij. Je bent buschauffeur op zo'n kleine bus en rijdt voor de duizendste keer je ritje naar station Hoogeveen. Van ver af zie je het al; zoals gebruikelijk staat er weer geen mens bij de halte. Gas blijven houden en de hoek om. Geen notie van die wandelaar, die met nog twintig meter te gaan in een vlaag van helderheid beseft dat dit zijn busje wel eens zou kunnen zijn. Een slappe zwaai is al wat hij zo snel weet te verzinnen. De chauffeur houdt zijn blik keurig op de verkeersloze weg. Zijn dode hoek is al voorbij de wandelaar. Kansloos. De volgende komt over een uur.
De halte aan de overkant van de weg dan maar bestuderen. Misschien gaat die naar Beilen? Dat ligt hier maar zes kilometer vandaan. Er komen veel namen voor op het traject, maar Beilen niet. Eerst maar eens van de dorst een deugd maken en mijn geluk proberen aan de overkant bij Café Pot. Er zitten al twee mannen op het terras, dat geeft hoop. Als ik naar binnen ga, blijkt vijftig procent van het terrasvolk tot de bediening te horen. Het maakt niet uit, het bier is koel en nu zit er al een menigte van drie onder de grote parasol. Dat trekt aan en binnen no time komen er twee lokale hangmannen bij. Dat wordt teveel en ik besluit het dorp te verkennen. 
Meester Hadders:
uit Historie Beilen
Dat gaat sneller dan gedacht. Ondanks mijn studie van de ontstaansgeschiedenis van de lokale raiffeisenbank, waarbij hoofd van de school meester Hadders rond 1906 een belangrijke rol speelde, sta ik tien minuten later aan de andere oordrand. Hier hebben de vakantievierende acht hangjongeren zich verzameld bij het jeugdhonk. Ongehinderd bereiken we het einde van de Meester Haddersstraat. Kwart voor vijf, nog een half uur te overbruggen. We kunnen ook gewoon doorlopen.


Kransen
Jack is niet echt enthousiast meer, maar sputtert niet tegen. Even later lopen we langs de kaarsrechte spoorlijn richting Beilen. Spoorlijn, we zijn hem vandaag al twee keer eerder overgestoken. Voor initiatiefnemer van dit pad Jan Dokter was dit de leidslijn van zijn herinneringstocht naar voormalig Kamp Westerbork. Bij de uitwerking van het pad zijn geschiedkundige locaties toegevoegd. Vanochtend stond ik stil bij een beeldengroep in het Spaarbankbos waar de Duitsers vijf Hoogeveeners doodschoten. De achtergebleven krans verlengde  de dodenherdenking van twee dagen geleden.
Niet veel verder stonden we stil bij een herdenkingsplaquette voor negentien burgers die door een vergeldingsactie van de Duitsers in april 1945, vlak voor het einde van de oorlog werden omgebracht voor hun hulp aan Franse parachutisten.
Aan de weg Kremboong een gedenksteen ter nagedachtenis aan Joodse dwangarbeiders uit het werkkamp Kremboong. Na beëindiging van het kamp werden ze in 1942 alsnog via Westerbork naar Auschwitz afgevoerd.
Jack en ik gaan door richting Beilen. De vaart is er bij Jack een beetje uit. Regelmatig even kijken of hij nog volgt. Het maakt niet zoveel uit. In Beilen is een treinstation en daarmee is een terugtocht naar het midden van het land verzekerd. Gelukkig geen eenrichtingsverkeer naar Westerbork.







Van Beilen naar Kamp Westerbrok

25 juli 2016


Eindstation

Voor ons was station Beilen het laatste station. Voor de gedeporteerde Joden was dat station Hooghalen. Te voet gingen ze verder naar het kamp. Een treurniswekkende stoet moet dat zijn geweest. Later werd er een spoor naar het kamp aangelegd. Dat maakte de organisatie van alle transporten makkelijker en waarschijnlijk ook minder zichtbaar. Efficiency, aan alles werd gedacht.
Voor ons een afsluitende etappe van slechts een wandelpad. Voor hen een tussenstop naar een ellendig einde.  Op het pad waarover in de oorlog tienduizenden Joden met hun laatste bagage ongewis voortgingen lopen wij naar het herinneringscentrum. Nu spelen er kinderen. De gillen komen je tegemoet uit het junglebos van het vakantiepark. De aarde draait door. Hooghalen heeft allang geen station meer.
Monument van de 102.000 stenen


Druk is het bij het herinneringscentrum. Het is volop vakantietijd en korte broeken komen groepsgewijs aan. Goed dat ook nu nog veel gezinnen hier naar dit trieste deel uit de oorlogsgeschiedenis komen kijken. Maxime blijft drie kwartier binnen en komt met het verhaal terug over een ontsnapping uit een wagon. Onder de indruk is ze van de abrupte scheidingen van gezinnen. Gezinnen waarvan slechts een enkeling na de oorlog terugkeerde en in gemis verder leefde.
Ik heb de ongelofelijke  beelden en teksten al eerder uitgebreid bekeken bij de opening van het pad en de presentatie van de wandelgids in 2012. Een project van onder andere projectleider Hans Schuhmacher en initiatiefnemer Jan Dokter. Een bezinningsroute hadden ze voor ogen. De projectgroep is erin geslaagd. Niet altijd een mooi traject, maar bij dit pad werkt dat versterkend. Naast het traject rondom de spoorlijn geeft de gids op gepaste momenten herinneringen uit een zwart verleden, dat langzaam wegglijdt in de tijd.  Een onwaarachtig verleden, maar daarmee helaas niet minder waar. 


Met de laatste aanvulling over het traject tussen station Beilen en het Kamp Westerbork op 25 juli 2016 is het verslag afgesloten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen