Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Verslag Kungsleden 2015; Wandelen in Zweeds Lapland


Zweten boven de Poolcirkel



Terug in het frisse Nederland
Terug in het frisse Nederland? Als je net uit Lapland komt? Ja zeker. Het was toch een beetje fris toen wij donderdagavond 27 augustus net na middernacht van Schiphol terugreden naar huis. Verrassend? In de twee weken daarvoor hebben wij ons ook regelmatig verwonderd. Van de lokale bevolking hoorden we dat het tot begin augustus koud en nat was geweest in Lapland, met temperaturen van rond de 14 graden. De sneeuw was dit jaar laat weggesmolten. Maar net toen wij aan het Kungsleden (Koningspad) begonnen brak in Lapland de lang verwachte zomer uit. Eerst nog met temperaturen van rond de 20, maar al snel richting de 25 graden en zelfs drie dagen rond de 28 graden. Het was voor ons even wennen al dat zweten boven de Poolcirkel. We hadden meer gerekend op kou; een dikkere broek en handschoenen zaten in onze rugzak, maar die zijn er nooit uitgekomen.

Wat ook niet volgens de verwachtingen was, betrof de aankondiging op diverse websites, dat er in de tweede helft van augustus weinig last zou zijn van muggen. Dit was zelfs een van redenen geweest waarom Frank toch besloten had mee te gaan. Maar de muggen waren ook verlaat en dus nog volop actief. Naast een bruine kop zijn de vele bulten het zichtbare resultaat.
Evenals jeuk hebben we weer allerlei indrukken opgedaan in dat lege, stille en groene land met zijn enorme valleien, vele beken, moerassen en meren. 





Kungsleden
Wandelen in Zweeds Lapland

Gisteren hebben ze me blijkbaar toch weer te pakken gehad. Of zijn het nog bulten van twee dagen geleden op die vlakte met lage bessenstruiken tussen Alesjaure en Abiskojaure? Ik weet het niet meer en krab nog maar een keer aan mijn jeukende kuiten. Terwijl ik om zes uur 's ochtends vanuit mijn slaapzak kijk naar de vele muggenlijken op de vitrage van mijn binnentent, gisterenavond en de avonden daarvoor weggemept als voorbereiding op de nacht, denk ik na over de opzet van dit verslag. Er is nu uitgebreid de tijd voor. 
Frank en ik staan op de 'Tältplats' van het 'Abisko Turiststation' van de 'Svenska Turistföreningen' (STF), want we hebben de vorige middag 'onze' Kungsleden van Kvikkjokk naar Abisko afgerond. Zoals je merkt heeft ons Zweeds een enorme boost gekregen. Laat ik daarom eerst maar uitleggen wat Kungsleden betekent.

De toegangspoort in Abisko was onze finish

Kungsleden
Kungsleden betekent Koningspad, in het Engels King's Trail. De Zweedse Toeristenvereniging heeft dit pad ontwikkeld in het begin van de vorige eeuw om de mensen kennis te laten maken met de prachtige natuur in het lege, weidse Lapland.
Een land dat bestaat uit een aaneenschakeling van grote valleien, veelal open en in de lagere regionen begroeid met lage, open bossen van iele berken, sparren en dennen. Beeldbepalend en kenmerkend in dit landschap zijn de moerassige stroken met doordrenkt mos en veengrassen, de vele stroompjes, beekjes en meren. Met ontelbare loopplanken en bruggetjes zoekt het Kungsleden zich een weg over deze zachte, blubberige passages. En dan zijn er nog de vele rotsblokken. Talloze zul je er tegenkomen. Tussen, en over nog meer keien moet je regelmatig jezelf een weg zoeken. Een vermoeiende bezigheid in een verder niet extreem moeilijk pad. 
De grote meren vormen een attractie op zich. Schitterend spiegelen ze de omringende bergen. Verschillende meren worden verbonden door sterk meanderende beken, die zich wringen langs grote en kleine eilanden. Later in mijn verslag een uitleg hoe je naar de andere kant van zo'n meer komt om de route te vervolgen.


Locatie, Trajecten en Afstanden
Het totale pad van ongeveer 425 kilometer loopt tussen Abisko in het noorden en Hemavan in het zuiden. Het grootste gedeelte ligt boven de poolcirkel. Het zuidelijke deel is meer bebost. Het noordelijk deel herbergt de meeste meren en enorme groene valleien omgeven door bergen met restanten sneeuw. Er zijn ook andere startplaatsen waar vanuit je een verkorte route kunt beginnen zoals Nikkaluokta, Saltoluokta, Kvikkjokk en Ammarnäs. 
Het pad is in Zweden erg populair. Het drukst belopen deel is het traject tussen Abisko en Nikkaluokta, dat onder meer voert langs de Kebnekaise, de hoogste berg van Zweden. 
Het hoogste punt van het pad ligt met 1150 meter op de Tjäktjapas. Lang niet zo hoog als de cols in de Alpen of de Pyreneeën. De moeilijkheidsgraad van het pad is dan ook gemiddeld. 
onze oversteek over restanten sneeuw op de Tjäktjapas op 1150 meter

In de eerste helft van augustus wordt jaarlijks de Fjällräven Classic gelopen tussen Nikkaluokta en Abisko. Ooit begonnen als een rustig wandelevenement is het inmiddels uitgegroeid tot een massale verplaatsing van meer dan tweeduizend wandelaars, waarbij volgens enkele Zweden, die wij spraken, het snelheidselement ook zijn intrede heeft gedaan. 
Ga je voor een rustige wandeling dan moet je dit evenement vermijden en zeker niet van noord naar zuid, tegen de stroom in wandelen. Niet alleen kom je dan nauwelijks vooruit, je zult ook slecht scoren voor de populariteitsprijs. De vele loopplanken over de moerassige stukken zijn tenslotte maar 1 persoon breed!


Wij zijn gestart in Kvikkjokk en hebben het pad in noordelijke richting naar Abisko gelopen, een afstand van ongeveer 190 km. Dit is een meer belopen traject dan het zuidelijke beboste deel richting Hemavan. De voordelen en nadelen van deze keuze zal ik later verzamelen in een blogbericht met tips en ervaringen.
de hutten bij Kaitum
Langs de gehele route bevinden zich op dagmarsafstand hutten van de STF. Afwisselend zijn ze voorzien van een winkeltje voor de verkoop van proviand. Bij enkele kun je ook gebruik maken een sauna. Pas bij de tweede sauna drong het tot ons door dat je die ook kunt gebruiken om jezelf te wassen. Weer een stuk aangenamer dan een koude beek. Douchen in de sauna is ook mogelijk volgens een van de huttenbeheerders. Daarbij maakte hij de gebaren hoe je een wasbak over je hoofd leeg gooit. Hij had wel gelijk want het heerlijke warme water is na een inspannende dag een weldadige massage voor je huid en spieren.

Periode en weer
Volgens de Svenska Turistföreningen loopt het zomerwandelseizoen van eind juni tot midden september. Wat betreft het weer geven de meeste websites aan dat je binnen de poolcirkel rekening moet houden met snelle wisselingen tussen zon, regen en zelfs sneeuw. Bij kou en wind moet je ook nog rekening houden met de chill factor. 
Van onze elf wandeldagen waren er twee bewolkt met temperaturen rond de 20 graden. De rest van de dagen scheen de zon volop met temperaturen tussen de 23 en 28 graden. Van de dikkere kleding die we extra hadden meegenomen hebben we nooit gebruik gemaakt. We hebben alleen maar meer gezweet van het extra gewicht. Maar dat hadden we er graag voor over. We telden onze zegeningen, want in de weken voor onze komst had het alleen maar geregend en was het onaangenaam koud geweest. Een Belgisch tweetal gaf aan dat de moraal in de constante regen met de dalende temperatuur mee was gezakt toen zij in die periode op een ander pad, het Padjelantaleden, voortploeterden. Des te sterker kwamen hij en zij weer boven water door na drie weken over te steken naar het Kungsleden om nu eindelijk met lekker weer te genieten van de natuur. Echte Vlaamse doordouwers, zoals je ze kent van de fietsklassiekers over de kasseien. 

Reis
Over de heenreis gaat mijn volgend bericht. Hink-stap-sprong is een betere omschrijving voor onze verplaatsing naar Lapland. Maar we praten dan ook over beduidend grotere afstanden dan bijvoorbeeld naar de Pyreneeën. En de leegte van het land met de beperkte bevolking leidt ook tot andere oplossingen dan in Nederland of Frankrijk. Door onze lange busreis en bestudering van de medepassagiers kan ik nu wel uitrekenen hoeveel tijd je moet uittrekken voor een verloskundig onderzoek in Lapland. Met enig geluk ben je nog net niet bevallen.
wachten op de bus, die eerst goederen aan het beladen is




Via München en een Engelse pub naar Kvikkjokk in Lapland


woensdag en donderdag 12 en 13 augustus, 
Een paar duizend kilometer vliegen en driehonderd kilometer met de bus


de avond van de eerste reisdag in de gezellige pub The Bishops Arms

Bezwaar had hij er niet tegen om een taxi te delen. Australisch bleek de man, die ik had aangesproken. Net als wij had hij rondgelopen op zoek naar de bushalte. Nu ben je op Kiruna Airport in noord Zweden snel uitgezocht en zie je direct dat de verwachte bus er niet staat. De Australiër moest weliswaar naar het treinstation, maar voor hetzelfde geld wilde de chauffeur ons afzetten bij hotel The Bishops Arms in centrum Kiruna en daarna hem naar het buiten de stad gelegen station brengen om zijn trein naar Abisko te halen. Dan dus maar met een taxi voor SEK 350 (Zweedse Kronen). Over de duim gerekend met de waarde van 1 SEK van ongeveer 10 eurocent, betekende dat onze eerste uitgave in Zweden ter waarde van €35. Als je die kunt delen is dat mooi meegenomen. Us bent Nederlander, dachten wij nog. 
Net op het moment dat wij met de taxi het aankomst/vertrekgebouw verlieten arriveerde de iets verlate bus. Daar hadden we in kunnen zitten voor SEK 100 pp. Oke, iets te slim geweest, maar nu werden we wel afgezet voor ons hotel. 

Stokholm, Kiruna?
Oorspronkelijk zou ik de Kungsleden alleen lopen. Frank wilde niet mee vanwege de voorspelde muggen en het lage comfortniveau. Dat veranderde toen ik hem op een ander weblog liet lezen dat de kans op muggen in de tweede helft van augustus gering is. Vooraf was ik tot de keuze gekomen te vliegen naar vliegveld Arlanda bij Stockholm om daarna met de nachttrein in een klein etmaal te verplaatsen naar Lapland. Daar zou ik bij het station van Murjek de bus pakken naar startplaats Kvikkjokk.
Bij die puzzel had ik al ontdekt dat de reis minimaal twee dagen ging duren: de eerste dag vliegen, waarbij de aangeboden reistijden varieerden van 5 tot 12 uur. Daaropvolgend 's nachts en de volgende ochtend de treinreis naar het noorden en tenslotte in de middag van de tweede dag met de bus naar Kvikkjokk. Tot dit 'arrangement' was ik gekomen, omdat ik geen zin had in mijn eentje in Kiruna in een hotel te zitten of te kamperen op het stacarvanpark, dat ik met google-satelliet had bestudeerd en afgewezen. De nacht en ochtend in de trein leek mij een goede oplossing om zowel 'onderdak te zijn' als te verplaatsen en misschien nog iets van het land te zien.

De genoemde reistijden laten je meteen beseffen dat Zweden een groot land is. Met een maximale lengte van 1572 km en een breedte van plm 500 km betekent het ook dat het grootste deel van je reis zich afspeelt boven en in Zweden
Voor de beeldvorming: 1572 km is hemelsbreed van Amsterdam tot dik voorbij Madrid of ruim ten zuiden van Napels. Zweden is 11 keer zo groot als Nederland en 15 keer zo groot als België. 

Onderstaande kaart geeft ook een beeld van de afstanden in Lapland en het beperkte aantal wegen. Lapland beperkt zich overigens niet tot noord Zweden, maar strekt zich ook uit naar noord Noorwegen en noord Finland.

München, Stokholm, Kiruna
Toen Frank eind vorig jaar toch besloot mee te gaan, werd mijn plan overboord gegooid en kozen we voor een vliegreis naar Kiruna op de eerste dag en de busrit naar Kvikkjokk op de tweede dag. Alles op één dag lukt niet omdat er op het moment van aankomst in Kiruna geen busaansluiting meer is. De keuze van de vliegreis werd een compromis tussen reistijd en prijs.
Het leverde een vliegreis op met Lufthansa en Scandinavian Airlines van zevenenhalf uur. Waarbij we eerst naar München mochten, waar het met 28 graden klef warm was. Na wat rondhangen en een Weissbier volgde de vlucht naar Stockholm. Gelukkig was het daar 20 graden, want er wachtte daar een racepartij tussen de terminals, onze rugzakken ophalen en daarmee de douane passeren, een sloot Zweedse Kronen pinnen uit een onwillige automaat, rugzakken weer afgeven bij de juiste balie, opnieuw inchecken, tweede veiligheidscontrole en doorrennen naar de gate waar we konden aansluiten bij het boarden.
In onze fantasie zouden we verder vliegen met een klein propellervliegtuig naar het verre afgelegen noorden. Naïef natuurlijk want Kiruna Airport bedient een gebied van honderden kilometers in het rond. Het was dus een volle Boeing 737 waaruit we anderhalf uur later bij 12 graden met trui aan naar de kleine aankomsthal liepen. Ze hadden er nog wel een kleine bagageloopband en vandaar liepen we eenvoudig tien meter verder een deur uit en stonden we verbaasd buiten.

Stadhuis Kiruna

Kiruna
De rit van het vliegveld naar het centrum van Kiruna (± 20.000 inwoners) van ongeveer 10 kilometer voerde eerst door een bos met wijd uit elkaar staande lage dunne berken. Daarna volgden bedrijventerreinen en buitenwijken met een mix van houten huizen en drie etage hoge flats. 
Het maakte een koude indruk. Dat lag niet alleen aan de buitentemperatuur. Door de ruimte die men hier ter beschikking heeft staan de huizen verder uit elkaar dan in Nederland. Het gaf ons hier en daar het gevoel van een Duitse kazerne met van die blokvormige gebouwen. Verder is het duidelijk een industriestad, waar afgegraven bergen van de ertsmijnen de horizon tekenen. Voor het eerst in weken heb ik mijn fleece aan, misschien helpt dat tegen deze indrukken.


Centrum Kiruna, links The Bishops Arms,
op de achtergrond de bergen met de mijnbouw

The Bishops Arms
Dat een slimme Zweed gekozen heeft voor de inrichting als een Engelse pub is een goede zet geweest. Het was de gezelligste en warmste horeca, die we tijdens onze rondwandeling zagen. Voor onze rondgang in downtown Kiruna namen we eerst nog een lokaal bier en konden daarmee wennen aan de lokale prijzen van 132 SEK voor 2 bier (plm 13,50).
Daarna snel gastankjes kopen bij de Intersport, de route naar het busstation verkennen voor morgenochtend, de mooie kerk bekijken en op zoek naar een goed restaurant. Toen we dat gevonden hadden bleek het volgeboekt en op het eind van de zoektocht vormde onze eigen Bishops Arms een veel betere oplossing.
houten kerk van Kiruna

Bussgods
Er zijn slechts twee vertrektijden per dag voor de bus richting Kvikkjokk. Na een prima Engels ontbijt stonden wij daarom de volgende morgen ruim voor halfacht klaar op het busstation. Maar samen met onze medepassagiers waren we nog niet aan de beurt. Eerst nog even een paar pallets laden bij het laademplacement en dan zijn de passagiers bij de halte aan de beurt. Onze eerste kennismaking met het Laplandse busvervoer. 

Naast dat de bussen van de firma Bussgods zijn uitgebouwd met een goederendeel, zien het onderstel en de banden er robuuster uit dan de Nederlandse bussen. Dat heb je wel nodig omdat er bij stukken opgebroken weg kilometers lang over aangewalste grindwegen wordt gereden. En natuurlijk hebben de bussen hier ook meer te lijden tijdens de lange winterperiode. 

Gällivare-Jokkmokk-Kvikkjokk
De rit ging door een landschap met open bossen en nog meer open bossen, verder moerassige stukken met lage ondergroei en bossen met open stukken. En dat ongeveer 100 kilometer lang. Mooi, maar op den duur eentonig. Onderweg bij haltes werden zowel de passagiers als goederen gewisseld. De stops duurden daarmee wat langer. Dat stoorde niet omdat er weinig stops waren. Op de 100 km naar Gällivare slechts enkele normale haltes in Kiruna en een kleine zijsprong naar een dorpje. Dat schiet dus lekker op met buslijn 10 op de tweebaansweg E10. Er zijn hier zo weinig doorgaande wegen dat de buslijnen de nummers van de wegen hebben.


ingang ziekenhuis Gällivare
Wat de uitgestrektheid en leegte ook accentueerde waren enkele van onze passagiers. Hoewel Kiruna een eigen 'sjukhus' heeft worden blijkbaar niet alle specialismen afgedekt. In Gällivare, stapten een aantal mensen uit Kiruna bij het ziekenhuis uit. Zo zagen we, dat als je hier zwanger bent of met de voet in het gips loopt, je een dag moet uittrekken voor een consult. Eerst ruim een uur en een kwartier in de bus, daarna je doktersbezoek en dan met de middagbus weer terug. Iemand verzekerde ons, dat men daar aan gewend is. Zo is het hier nu eenmaal, we weten niet beter. Kortom andere dimensies in dit lege land. Want leeg is het zeker voor onze begrippen. Ik zag nog een ingang voor acute gevallen. Acuut zal hier dan ook wel een ruimere uitleg hebben?

Door al het laden van de goederen en de vele wegopbrekingen was de bus minstens een kwartier te laat. Maar omdat de bussen hier zo een beperkt aantal vertrektijden hebben, wordt er onderweg onderling gecommuniceerd.  De bus naar Jokkmokk stond op ons te wachten en zonder benenstretch moesten we direct overstappen op lijn 45 voor onze rit over de E45. 
Eenmaal onderweg naar Jokkmokk heb ik eerst nog wat gesmst met de eigen familie elders in de wereld. Wat mij het meest geruststelde en blij maakte, was het bericht dat Maxime het in Lloret de Mar geweldig naar haar zin heeft en zelfs heeft besloten dat het vandaag maar een rustdag moet worden! Ja, Ja? Judith bewaakt vanuit thuis trouw de ontwikkelingen in Spanje en Zweden. Gelukkig is ze weer aan het werk, anders maakt ze zich alleen maar zorgen.

Op weg naar Jokkmokk, ± 90 km, passeerden we diverse meren van behoorlijke omvang. In Nederland zou je er van op kijken, maar in Zweden zijn er zoveel dat de aandacht verslapt. Er gebeurt ook bijna niets op die meren. Geen zwemmers, geen zeilboten, geen overig watertoerisme. Hier en daar een visser in een bootje dan is het al druk. Meer aandacht trok een kleine kudde rendieren op de tweebaans hoofdweg. De bus moest er voor stoppen omdat hij blijkbaar geen enkele indruk maakte. Later tijdens onze wandeling hoorden we van een Saam dat Jokkmokk 's winters de verzamelregio is voor de rendieren uit een uitgestrekt gebied. Een Saam is een oorspronkelijke inwoner van Lapland, er wonen daar geen 'Lappen', maar Sami. De benaming 'Lappen' schijnt als beledigend ervaren te worden. Nu we toch in het Samisch bezig zijn, jokk betekent stroom of rivier. Mokk moet ik nog uitzoeken.

in Jokkmokk zagen we in een etalage een muggenjas,
onheilspellend voor Frank
In Jokkmokk hadden we meer tijd voor de tweede overstap. We verkenden het stille dorp in diverse grote stappen, maakten een inventarisatie van het winkelbestand, zagen een etalage met een onheilspellend uitziende anti-muggenjas, dronken een koffie in een Sami eethuisje met bediening uit de alternatieve scene en slenterden terug naar het busstation. Langzaam wordt je er gaar van. Op het busstation, want zo heten de drie haltes hier, troffen we ook nog een jonge Zweedse. Ze had net drie dagen met een rugzak hardgelopen over het Padjepantaleden wandelpad. Erg onder de indruk van haar prestatie leek ze niet. Enigszins begrijpelijk vonden wij na onze aanvankelijke verbazing, want het was maar een kleine rugzak met een hele lichte slaapzak en dito tentje. Verder was ze in opleiding voor gymlerares. Eigenlijk dus een beroepsverplichting. Bij het verleggen van grenzen van anderen passen wij ons snel aan.

De snelle stroom bij Kvikkjokk
Op naar Kvikkjokk. Kvikk betekent snel zoals het Engelse quick. 120 km in twee uur? Dat klopt de wegen worden smaller en de bus hobbelt en bonkt bij tijden ook meer. Tientallen kilometers rijden we langs een meer. De temperatuur is van vanochtend 6 graden lekker opgelopen naar 13 graden. We rijden weer door een verlaten land met hier en daar een kleine 'nederzetting'. In de bus nu nog alleen hikers, het moet gezegd, van alle leeftijden. Halve Zweedse gezinnen stappen soms uit in mooie toepasselijke Fjällräven kleding en uitrusting. Op naar? Geen idee. Een tweede huis, een eigen wandeling? De bus rijdt alweer en ze zijn uit beeld.

houten kerk van Kvikkjokk
Kvikkjokk
klokkentoren Kvikkjokk
Om 13.50, exact op tijd, stroomt de bus leeg bij het mooie houten kerkje van Kvikkjokk. Er zou hier iets van een camping moeten zijn? In een flits zien we een bordje en 500 meter verder, na een lichte stijging staan we bij twee vage veldjes waar al een tentje staat. De kantine van de 'Turistenservice' is op slot. 




welkom op de camping, met op de achtergrond het servicegebouw
We lopen naar de man van het tentje en vragen in het Engels wat hier de bedoeling is? In perfect Engels horen wij dat hij hier sinds gisterenavond staat. Als hij hoort dat wij gekozen hebben om van hieruit naar Abisko te lopen beaamt hij onze keuze voor de zuid-noord benadering; 
'You made the right choice. The last four days of your walk will be the best. The two starting days from here are a little bit boring, due to the forest'. 
'Oke thank you. By the way, where are you from'. 
'I am from Holland'. 
'Oke we too'. 
Daarna horen we dat hij al jaren sinds zijn tienertijd in dit gebied wandelt en inmiddels ook behoorlijk Zweeds spreekt. Dat merken we 's avonds in het restaurant van het fjällstation, waar hij zich uitgebreid met een Zweedse woudloper onderhoudt. Morgen gaat hij alleen op pad in het ruige nationale park Sarek. Hij wil daarbij de route volgen die ooit Carl von Liné verkende bij zijn onderzoek. Na wat doorvragen komen we er achter dat dit de bij ons bekende Linnaeus is van de gelijknamige straat. De botanicus die, wordt ons door de woudloper duidelijk gemaakt, geen Duitser, maar een Zweed is. Nu hij het zegt wisten wij dat ook wel.


Bij het opzetten van onze tenten beleven we de eerste kennismaking met de Zweedse muggen. Het zijn gelukkig geen agressief bijtende midgets zoals ik op de West Highland Way in Schotland meemaakte, maar hinderlijk zijn ze wel. Dus pet op, smeren met deet en handschoenen aan. Dat laatste was een overdreven en onhandige reactie. De handschoenen zijn de rest van de wandeling niet meer aangegaan. Zolang je in beweging blijft valt het mee. Maar het valt niet mee al bewegend een tent op te zetten.

Als onze tent staat gaan wij op verkenning. Eerst de startplaats van morgen. Dat blijkt een grote parkeerplaats aan het einde van Kvikkjokk. Naast veel Zweedse auto's staan er enkele Duitse kentekens, eentje uit Oostenrijk en zelfs een uit Nederland. Die hebben dus een dag of drie gereden om hier te komen. 

Daarna gaan we op zoek naar het fjällstation, de belangrijkste werkgever van Kvikkjokk horen we later. In de zomer althans, want het gehucht schijnt 's winters bijna uitgestorven te zijn, hoewel we bij diverse huizen sneeuwscooters zien staan.

Eerst iets over de hutten (stuga'svan de STF. Op de route heb je drie soorten hutten; hutten met bedden, hutten met bedden en een winkeltje en soms een sauna, en de fjällstations. De fjällstations zijn de meest luxe van de drie. Op onze wandeling troffen we fjällstations in Kvikkjokk, Saltoluokta en Abisko. 
hoofdgebouw fjällstation Kvikkjokk
Tot onze verbazing ziet het fjällstation er onverwacht luxueus uit. 60 bedden staan er in de diverse slaapgebouwen. In het hoofdgebouw is een zitkamer, een goed gesorteerd winkeltje met crisisprijzen en zelfs een nette restauranteetzaal waar je het dagmenu kunt bestellen of zelfs van de kaart kunt eten. Dat hadden we niet verwacht. Prima. 
Voor de Nederlanders nog even de prijzen. Even schrikken, de gedroogde maaltijden waren twee maal duurder dan de al dure Beversport in Nederland en bijna drie keer duurder dan de Intersport in Kiruna. Later blijkt elk winkeltje zijn eigen prijzen te hanteren. Soms zijn de producten ver weg in de bergvalleien veel goedkoper dan bij de luxere fjällstations.
We reserveren voor het avonddiner. We gaan er vanavond lekker entrecote eten. Verder kopen we vier blikken waar een mooie salade op staat afgebeeld, voor de lunch van morgen en overmorgen. 


We lopen nog door een paar honderd meter Kvikkjokk, bekijken de kerk en zien dat even verderop een voormalige camper- en caravancamping ter ziele is en maken als laatste contact met Nederland voor de dagelijkse debriefing. Einde inventarisatie Kvikkjokk.
Terug bij de 'camping' inspecteren we de faciliteiten van de barak van de Turistenservice. Alles wat er door de ramen mooi uitziet, zoals een toonbank met winkeltje en een gezellige zitkamer is afgesloten. Een benauwd toilethokje met douche is gelukkig open. Als service is er wel toiletpapier. Daarmee wordt de naam Turistenservice toch recht gedaan. Benauwd is het ook bij de afvalbakken. Frank ontdekt een jonge eekhoorn, die gelokt door weggegooide maiskolven zichzelf heeft opgesloten in een van de bakken. Die zullen wij eens even fijn gaan redden. Mogen we aan het einde van deze reis voor een goed doel lekker een afvalbak omkieperen. Toch nog fun in Kvikkjokk!

























Alternatieve wandelroute en wandeltijden

Vrijdag 14 augustus, wandeldag 1
Gepland: van Kvikkjokk naar Pårte in ± 6,5 uur, incl rusten, ± 450 klimmen,± 260m dalen, ± 16 km. 
Daadwerkelijk: voorbij Pårte tot boven de boomgrens bij de berg Huomnasj: ± 11 uur incl rusten, ± 850m klimmen,± 260m dalen, ± 23,5 km.


Eigen route
Ze kwamen uit de tegengestelde richting en schrokken dat ze in het Nederlands met 'goedemorgen' werden begroet. Door zijn vrijwel complete militaire tenue en uitrusting had ik de voorste al van verre als Nederlander herkend. De andere van de twee liep in burgerkleding. Ze zagen er nog zo jong uit, dat ik ze eerder inschatte als leerlingen van een vooropleiding voor Defensie dan als werkelijke soldaten. Stoppen deden ze echter niet. Ze hadden blijkbaar haast en bleven strak voor zich uit kijken, mompelden iets van een groet en hadden geen tijd voor een praatje.  
Wij waren pas een uur verwijderd van het fjällstation van Kvikkjokk en vonden het vreemd dat ze al om halftien 's morgens zo dicht bij een gebruikelijk eindpunt waren. Meestal loop je de avond tevoren dan wel door. Toen dachten we nog dat ze in het wild gekampeerd hadden op een van de vele mooie plekken bij een beek of een meertje.
Vier dagen later kregen we van Anneleen de uitleg. Zij en Evert hadden ze onderweg wel gesproken. De twee jongens hadden in overmoed of juist door ondernemingszin enkele dagen daarvoor besloten het pad te verlaten en, denken wij, als een soort echte woudlopers hun eigen cross country route willen zoeken. Dat was ze slecht bekomen. Ze waren hun oriëntatie kwijtgeraakt en aan het dwalen geslagen, iets dat in deze waterige bossen, doorsneden met beken en moerassige stukken een hele uitdaging kan worden. Daarnaast waren ze door hun eten heen geraakt. Vannacht waren ze weer op de route gekomen en daarom als een speer op weg naar het fjällstation om dit avontuur zo snel mogelijk achter zich te laten. Daar hebben wij beeld bij. 

Wie Anneleen en Evert waren wisten wij toen nog niet want, die liepen een half uur voor ons uit. Later die dag spraken we ze kort bij de hut van Pårte (spreek uit Poarte), maar onze eerste vragen waren toen niet 'hé jij, hoe heet jij, waar kom jij vandaan en waarom ben jij hier'. Frank had wel gehoord dat ze Nederlands waren, maar de conversatie bij de doorgaans vluchtige contacten bij een hut beperkt zich meestal tot sterk praktische informatie van direct belang van het niveau 'waar kun je hier water halen' en 'waar zit hier de beheerder'. Dat wijkt overigens weer af van sommige tegenliggers onderweg, die, juist omdat er geen naam en registratienummer worden uitgewisseld en je elkaar na die tien minuten waarschijnlijk nooit meer zult zien, er in slagen je in korte tijd hele delen van hun leven te vertellen. Meestal ook hun zorgen.


Stadswandeling
We waren vanochtend om acht uur gestart met zwaardere rugzakken dan gewenst. Door de enthousiast gekochte blikken voor de lunch van de komende dagen en het noodzakelijke water ging het naar de 18 kilo. Daarbij hadden we vanuit Nederland al voor dagen ontbijt en enkele Adventure food avondmaaltijden bij ons. Het water hadden we wel beperkt. Navraag bij de ervaren Nederlandse campinggenoot had nogmaals bevestigd dat je hier zonder problemen water kunt drinken uit beken en meren. Een hele geruststelling en duidelijk anders dan op eerdere wandelingen in Frankrijk. 
Kaartstudie op de 1 op 100.000 kaart had voorspeld dat de eerste twee kilometers ons de grootste stijging van de dag zouden bezorgen. Met de GR 10 in de Pyreneeën en de Tour du Mont Blanc in herinnering waren we er mentaal klaar voor. Dat bleek in de praktijk niet zo nodig want de stijging ging geleidelijker dan verwacht. Zo zelfs dat Frank begon te oreren over een stadswandeling. 

Aan het einde van de dag moesten we deze beginnerseuforie snel inslikken. Later op de dag werd het lopen namelijk toch vermoeiend en traag door het langdurig manoeuvreren tussen en over keien.  Hoe moeier je wordt, hoe meer je ook net even tegen zo'n kei aanschopt of er half van afglijdt. Verder liepen we deze hele dag door het bos en dat betekende ook nog het uitkienen van je stappen tussen de boomwortels. Ook was het veel warmer dan verwacht, misschien wel 20 graden. 
Wij liepen ondanks de muggen in een nylon shirt met korte mouwen. Vreemd genoeg liepen de Zweden en een enkele Duitser in dikke fleece jassen en truien te zweten. Dat zij zweetten vonden wij niet erg, maar dat ze niet op het idee kwamen om zo'n jas uit te doen deed onze wenkbrauwen fronsen. Zagen wij iets over het hoofd? Of bleven deze mensen volhouden dat het hier koud hoort te zijn?
het begint met een k en eindigt op pad: ...nee, bijna goed ......een keienpad

Een ander verschijnsel waarmee we vanaf de eerste meters mee kennis maakten waren de loopplanken. Zweden is hier met al dat moeras net een spons, waar je met planken over heen loopt. Tientallen kwamen we er tegen. Het zou tijdens de vakantie oplopen naar duizenden planken. Je moet op die planken wel rechtuit blijven lopen en niet er naast, anders kun je op sommige plekken leuk wegzakken. De volgende dag zagen we een demonstratie van een tegenligger, die onvrijwillig een moerasdieptemeting deed tot aan zijn knie.
Boszicht op het zomerspoor
Het bos bestond uit een mix van dunne, lage berken en iele, cypresvormige sparren. Een schrale uitstraling verkregen door het gure klimaat met lange maanden met sneeuw en lage temperaturen. Op de drassige stukken groeien veel lage wilgenstuiken, moerasgrassen en veenpluis. 
Het is mooi en rustgevend om door deze stille entourage te lopen. De stilte werd helaas niet verstoord door veel fauna. Enkele hazen kruisten ons pad, vijf vogels waaronder drie kraaien lieten zich zien en ook de dode hamster, die bij latere determinatie een lemming bleek te zijn, maakte geen geluid. Geluid is er alleen als je een stroomversnelling nadert. Dat ruizen draagt verder dan je denkt. Schitterend zijn die vele stroompjes en beken. De eerste te overschrijden over verhoogde planken en de wat bredere beken over bruggen met leuningen. 
Sommige van die bruggen zijn opgehangen aan staalkabels en bestaan uit een loopvlak van meebewegende roosters. Dat geeft een soort kermisgevoel. Zeker als je met z'n tweeën tegelijk passeert. De bruggen vormen ook goede oriëntatiepunten in deze verder groene wereld waar je niet voortdurend kunt vaststellen hoever je vorderingen zijn.


Waar we vlak na het begin ook tegen aanliepen waren de twee soorten bewijzering. Gelukkig had ik thuis op de kaart al iets gelezen over een zomer- en een winterspoor. Het zomerspoor wordt aangegeven met vette verfstrepen op bomen en stenen. Dat is toch maar voor die wandelaars. Het winterspoor voor de eigen bevolking, vooral de Sami, is keurig met houten en aluminium palen met een andreaskruis te volgen. Het belang is in de barre winteromstandigheden natuurlijk ook groter. Verdwalen kan dan fataal zijn.  Een try-out van ons over het ogenschijnlijk makkelijkere winterspoor werd snel opgegeven omdat de plassen te diep werden. Het winterspoor gaat duidelijk over een tracé dat in de winter bevroren is. Dan racen hier de sneeuwscooters zoveel mogelijk in de luwte en zo snel en makkelijk mogelijk naar hun bestemming. Hele stukken zijn op de kaart ingetekend op meren. In de wintertijd schiet je daar natuurlijk prima op.



Meerzicht
Door het lopen in zoveel bos ontstaat er op den duur ook een zekere eentonigheid. Een mooie onderbreking vormt daarom het Stuor Dahta, een meer op driekwart van de tocht naar de Pårtehut.  We hebben er gerust en de omgeving op ons in laten werken. Daar krijg je het gevoel, hier doe ik het voor, dit is natuur, rust, weidsheid. 

We dachten daarna door te steken naar het meer waaraan de Pårtehut ligt, maar het zomerspoor bleef te ver van de oevers om er van te genieten. Het water zagen we pas weer terug bij de paar hutten van Pårte die op een klein schiereiland zijn gebouwd.


Een prima gelegenheid om naar het toilet te gaan, dacht Frank. Dat was ook zo, maar je moet even wennen aan het oude poepdozenconcept. Verder ziet het er keurig uit, met toiletpapier, toiletzeep en zelfs handpompjes met ontsmettingsvloeistof. De geuren, die van de doelproducten gemengd met die van de latrine-ontsmettingsvloeistoffen, blijven een indicator dat je op de juiste plek zit.
Voor drinkwater hoef je hier ook niet te zoeken naar een kraan. Dat leidden we af van de pijl met de tekst 'Drinking water in the lake'.
drinking water in the lake


Van Anneleen en Evert, die we daar voor het eerst kort spraken, hoorden we dat de stugwärd, de huttenbeheerder, er niet was en pas tegen zes uur zou terugkeren. Het stond op een briefje bij zijn hut. Waar je in deze afzondering naar toe moet weten wij niet. Zeker vissen of jagen. Naast zorg voor de hutten en de toiletten kan hij niet veel te doen hebben, temeer omdat Pårte ook geen winkeltje of sauna heeft. We zijn het hem niet gaan vragen. Voor de beperkte voorzieningen hoefden we hier niet te blijven en met onze tent konden wij overal overnachten. Het was pas vier uur en we hadden het idee dat het aantal muggen boven de boomgrens minder zou zijn. Daarmee zouden we ook alvast iets afschaven van de geplande 24,5 km van morgen naar Aktse.
Bij een hut van Pårte op een bank denk je jezelf op de kaart zo boven de boomgrens

Bivak 
Op de 1 op 100.000 kaart was je met je vinger zo boven de boomgrens. In de dagen daarna werd mijn schatten met de vinger steeds nauwkeuriger en terughoudender. Drie uur deden we uiteindelijk over de ongeveer zes kilometer. Het pad werd steeds steniger en de verdere stijging haalde ook het tempo flink naar beneden. Bovendien moet je op het einde ook nog even afwegen waar je nu exact met je tent gaat staan. Is het vlak, is er voldoende wind tegen de muggen, is er water? Ik was het aardig zat toen we om zeven uur 's avonds onze rugzakken afhingen en een stukje grond met lage bessenstruiken tot horizontaal verklaarden. Een grotere steen kreeg een dubbel functie toebedeeld van zitplaats en keuken, een soort zitkeuken dus. Maar die functie kreeg hij pas nadat ik er eerst even languit op had gerust en de muggen op afstand hield met mijn net.

Een avond op zo'n afgelegen plek verloopt verder rustig. Na de poedermaaltijden, curry met rijst en pasta bolognaise, in de heerlijke zon om half negen, heb je nog genoeg tijd voor ... even rondlopen, even een eigen latrine verkennen, even teruglopen en veel genieten van het panorama. We keken uit op bergen, sommige bedekt met sneeuw, andere met bossen en er tussen een meer. Mooi, zo in de ondergaande zon. 
Nu was er ook tijd om te lezen en een sudoku te maken op de e-reader. Eindelijk werd nu het extra gewicht dat ik daarvoor had meegesleept omgezet in genoegen. 
En bellen naar huis! Ik deed eigenlijk zonder veel hoop mijn mobiel aan en tot mijn verbazing hadden we op deze hogere plek bij de berg Huomnasj verbinding. Een extra beloning voor het verder lopen om hier boven de stem van Judith te horen en meteen te vernemen dat alles thuis en in Spanje goed gaat. Even later hoorde ik in de tent van hier naast ook geluid. Daarna kwam de melding dat ook Linda zich prima vermaakt.

Eigen wandeltijden
Ondanks het latere tijdstip komen er nog enkele wandelaars voorbij. Na het echtpaar waarvan de man niet gecharmeerd was, dat de vrouw aan ons vroeg of het naar Pårte nog ver was, kwamen er om halftien twee jongens vrolijk voorbij. Op mijn vraag waar ze zo laat nog naar toe gingen werd doodleuk 'Kvikkjokk' geantwoord, het traject waar wij net de hele dag mee bezig waren geweest. 
'Maar dat is nog 23,5 kilometer!' 
'Oh mooi, dan is het nog 2 km korter dan we dachten'.
Daarna volgde er een verhaal dat ze vorig jaar dit al een keer voor de grap hadden gedaan en dat de wandeling in de 'nacht' toen goed was bevallen. Vanwege de aangename herinnering aan die tocht deden ze hem nu weer voor de gein over. Opgeruimd vervolgden ze hun weg. 
We snapten de gein nog niet helemaal, maar vervolgens drong het pas goed tot ons door dat je hier natuurlijk prima in 'de nacht' kunt lopen. Tot elf uur is het licht, daarna een paar uur schemer en dan komt de zon weer op. De volgende dagen merkten we dat vele Zweden ook een ander ritme hadden. Geinige lui.

Frank op de kermisbrug





Bootje komt zo

Zaterdag 15 augustus, wandeldag 2
Gepland: van Pårte naar Aktse: ± 10,5 uur incl rusten, ± 650m klimmen,± 570m dalen, ± 24,5 km, waarvan 3 met de boot.
Daadwerkelijk: van voorbij Pårte bij de berg Huomnasj naar Aktse: ± 10 uur, incl rusten en 2 uur wachten op de boot, ± 350m klimmen,± 570m dalen, ± 19 km, waarvan 3 met de boot.



Licht boven de poolcirkel
Op mijn horloge is het pas zes uur, maar onder mijn licht groen tentdoek lijkt het al volop dag. Dat is mooi. Vorige maand in Italië hadden we ook mooi weer gehad met temperaturen van 33 graden. Bij terugkeer in Nederland ging dat door met veel zon en 28 graden. Je denkt prima, laat maar komen die vroege zon op zo'n lange dag boven de poolcirkel. Als ik de tent open doe is het bewolkt en de temperatuur zijn ze ook vergeten; 6 graden. Gauw de tent weer dicht.




De inspanningen van gisteren worden nu beloond met een start in het open terrein. Spoedig na ons vertrek krijgen we zicht op het Tjaktjajaure meer in de diepte. Een enorme watermassa van wel 30 bij 3 km. 

Schitterend zijn de eilandjes in de diepte. Miniboompjes lijken het vanuit de verte, de groene plukken op die eilandjes. De weidsheid is indrukwekkend en niet goed te beschrijven of te fotograferen.


Bij een nieuwe hangbrug rusten we en maken foto's. We filosoferen wat over de hoogte van de brug. Die zal wel niet zonder reden zo hoog zijn. Maar dan moet het hier bij dooi geweldig te keer gaan. We zijn het later vergeten te vragen aan de beheerder van de Aktse hut. 


Links en rechts passeren we op korte afstand restanten sneeuw en in dezelfde omgeving tegelijkertijd bloemen die volop bloeien en in de korte zomer met zoveel daglicht alles uit kast halen voor hun voortbestaan. 

Bij een schuilhut is er voor Frank weer een poepdozenmoment. Zo'n schuilhut is onbemand en als je er wilt slapen of door het weer wordt gedwongen te overnachten zijn er britsen en is er gereedschap om hout te hakken of te zagen om de kachel te stoken. In een tweede hutje troffen we tot onze verbazing geen extra britsen aan, maar een afvalsysteem waar je keurig midden in deze wildernis werd uitgenodigd je afval te deponeren. Milieubescherming heeft hier een hoge prioriteit. Zo te zien aan de sporen vonden de muizen het ook een goed initiatief. 

Op het laatste open terrein voordat we weer gingen afdalen naar het bos richting het Laitaure meer, troffen we vele wildkampeerders. Nu pas, om tien uur, waren sommige aan het opbreken. Andere tenten waren nog gesloten en daar lagen de mensen blijkbaar nog te slapen. Ze staan hier gewoon later op. Wachten er wellicht op dat de zon wat meer kracht krijgt. Of misschien zijn ze gisterenavond langer doorgelopen. We hoorden later dat de Zweden sowieso een meer ontspannen manier zouden hebben van wandelen en trekken. Als het ergens mooi is zouden ze stoppen en morgen wel weer verder gaan. We hebben het vergeten te controleren. In ieder geval is het een stuk relaxter dan Corsica, waar velen al om vijf uur in het donker opstaan om juist weer de hitte van de dag voor te zijn. Dan heeft zo'n lange pooldag toch wel zijn voordelen. 


Acht kilometer door het bos is normaal een heel eind zonder veel afwisseling. Dit prachtige bos bood regelmatig variatie met beekovergangen of het zicht op mooie open plekken.


Ondanks die schoonheid vormde het bereiken van de oever van het Laitaure meer een welkome stop. Hier zou dus het systeem van de drie roeiboten beginnen, waarover ik in de gids en op websites had gelezen. Er moet er altijd minstens 1 liggen. Als je pech hebt en er ligt er nog maar 1 aan deze kant, dan kun je die wel nemen om naar de overkant te roeien, maar daarna moet je weer terug roeien met een tweede boot op sleeptouw, deze achterlaten op deze oever en voor derde keer oversteken om eindelijk uit te stappen op de gewenste overkant. Die pech hadden wij dus; er lag er nog maar 1 en er zaten al twee wandelaars te wachten op de roeiboot die er in de verte zigzaggend aan kwam. Nu is roeien best leuk, maar het meer was 3 km breed en 9 km roeien was boven ons energiebudget. Dan maar met de motorboot, dan is het in 15 minuten gepiept. 
Wat ik vooraf in de gids over het hoofd heb gezien was dat die alleen 's morgens rond negen uur vaart en een keer aan het eind van de dag. We lazen het nu op een informatiebord; ca 9.15 en ca 17.15. Het was pas drie uur 's middags, maar drie keer roeien zou nog langer duren. Wachten dan maar en zoals gevraagd de witte vlag hijsen zodat ze aan de overkant kunnen zien dat er mensen over willen.  
Wat ook nog niet goed doordrong was de prijs van SEK 200, iets meer dan 20 euro pp. 
Om het wachten te veraangenamen bouwden we de brander op en zetten koffie. Anneleen en Evert voegden zich een half uur later getooid met muggennet bij ons, maar dorsten ons brouwsel niet aan. Ook zij zagen geen heil in 9 km roeien. De verkenning in de omgeving liet zien dat er regelmatig wordt gekampeerd om te wachten op de aankomst van een volgende roei- of motorboot. Het overnachten kan ook in een schuilhut. 
Tegen de tijd dat we dat allemaal bekeken hadden kwam er een Zweeds koppel met twee honden aan. Ze dachten niet lang na en kozen voor low budget. Ze vulden de boot met rugzakken, trokken de honden aan boord, hij nam plaats achter de riemen en zij duwde af en sprong er behendig nog net op tijd in. Het is een gok. Maar ze hadden goed gegokt, want om half vijf legde er toch weer een roeiboot aan. Ai, dat hadden wij dus ook kunnen doen in plaats van wachten. Nu was het te laat. 
In no time werden we een half uur later met ons vieren naar de overkant gebracht. Halverwege passeerden we het Zweedse koppel, dat aardig uit koers was geraakt. De witte borden waar je volgens de aanwijzingen naar toe moest roeien waren ook moeilijk te zien. Het roeitempo was ondanks zijn fitte uitstraling beduidend gedaald, maar voor 40 Euro besparing moet je wat overhebben. Graag hadden we zelf geroeid.

Aan de andere oever kregen we van de veerman/annex hutbeheerder de aanwijzing de houten planken te volgen en later bij de hut te betalen. Hij moest met zijn motorvlet nog een ander vrachtje ophalen. 


Het houten plankentraject kende dit keer geen einde. Na achthonderd meter planken door het bos stonden we bij een prachtige bloemenweide, met zicht op wereldstad Aktse; vier privé hutten en vier hutten van de Zweedse Toeristenvereniging.

In front van de hutten zijn op een lichte helling tussen het doorgeschoten gras en hoge bloemen diverse semi vlakke plekken te vinden, waarvan we er na een proef-lig twee uitkozen. 

Inkopen was het volgende programmaonderdeel; 1 cola, 2 bier, een blik vruchten op sap, kortom genoeg voor een prima maaltijd, die wij dit keer gaan genieten in de keuken voor de kampeerders en de mensen met honden. Want dat mag nadat wij pp 150 SEK hebben betaald. Het liefst zag de dame van de Toeristenvereniging, dat we met credit card gingen betalen. Trots vertelde ze dat deze service het sinds kort goed deed met de speciale internetverbinding hier in deze afgelegen hut. De aardige mevrouw gaf ons als afronding een keurige uitleg hoe je hier naar de poepdozen met gescheiden opvang mag, waar je water haalt voor gebruik in de keuken, waar je vervuild water, slask in het Zweeds, daarna weer weggooit en hoe je achter het gordijn jezelf kunt douchen met van de beek afgetapt water. 


Dat laatste bewaren we tot vanavond, eerst maar eens eten. In de keurige en goed uitgeruste, gemeenschappelijke keuken warmden wij water op voor twee volgende Adventure food zakken. We pakken dit keer uit met een saté babi en een macaronimaaltijd. Omdat we gezien hebben dat ze in de winkeltjes overal gevriesdroogde maaltijden verkopen gaan we eerst onze maaltijden opeten, zodat het gewicht van de rugzak afneemt. 1 maaltijd houden we dan als reserve en daarna kopen we gewoon in de winkeltjes.


Luxe zitten we hier aan een gewone tafel, op een bank en stoel. Eten van borden was ook mogelijk geweest, maar dat doen we niet, anders wordt de overgang zo groot. Van de moeder van het Duitse gezinnetje naast ons krijgen we het advies om een nabijgelegen panorama te gaan bezichtigen. Schitterend moet het zijn. Ze zijn er net van terug en ze is zeer enthousiast. We nemen de voorstellen dankbaar in ontvangst, terwijl we weten dat we morgen gewoon onze weg zullen vervolgen. Ze had wel een punt zien we de volgende dag als we boven de boomgrens terugblikken. Als je googled op 'laitaure lake sarek national park sweden' en bij de afbeeldingen kijkt, snap je waarom. Hieronder een foto die ik van internet 'geleend' heb met een beeld van de rivierdelta in het Rapadal, uitmondend in het Laitaure meer.

Frank waagt zich later op de avond aan een bezoek achter het gordijn van de koude buitendouche. Uit zijn verhaal maak ik op dat het zeer snel heeft plaatsgevonden met lokaal effect. Ik beperk mij tot een verlate scheerbeurt en een gezichtsreinigende wasbeurt bij de buitenwaskom naast de toilethokken. Veel inspanningen worden ook hier gepleegd voor het behoud van het milieu. Het is de moeite waard besef je als je weer naar je tent terug loopt en geniet van het avonduitzicht over het meer waarover wij vanmiddag zelf nog voeren. Ook Frank heeft zich laten ontvallen dat het hier wel mooi is.

Tien voor negen, behalve een enkele laatste lach uit de verspreide tentjes, is het immens stil en dompel je onder in een stressloze rust.  Nog wat laatste aantekeningen voor dit verslag en een sudoku en wat staren naar het meer. Een prima dag.






De Veerman


Zondag 16 augustus, wandeldag 3
Gepland: van Aktse naar Sitojaure: ± 5 uur, ± 450m klimmen,± 380m dalen, ± 12,5 km, waarvan 4 met de boot.
Daadwerkelijk: van Akste naar ergens halverwege Sitojaure en Saltoluokta: ± 11 uur, incl rusten en 2 uur wachten op de boot, ± 590m klimmen,± 380m dalen, ± 21 km, waarvan 4 met de boot.

Veerman Lars kijkt stoer vooruit

Nadat hij ons bij de Sitojaure-hut heeft afgezet scheurt Lars Blind weer weg met zijn snelle motorboot om via de nauwe route tussen de boeien weer het open water te bereiken. Met een grote bocht verdwijnt hij uit het zicht om vier kilometer terug de rest van de wachtenden en zijn vrouw op te halen. Zijn Sami-vrouw was uit de boot gestapt om plaats voor ons te maken. Anneleen, Evert, Frank en ik waren de eerste van de groep die mee konden. Dat dankten we aan de voorbereiding van Anneleen, die wist dat je Lars al op de hoogvlakte na Aktse moest bellen, omdat je anders geen telefoonverbinding meer kreeg. 

Toen wij twee uur geleden bij de steiger van het Laitaure meer waren aangekomen lag er wel een roeiboot, maar wachtten er ook al twee Duitse jongens. We waren dus niet aan de beurt en het was gelet op de sterke wind niet te verwachten dat er nog een boot uit de tegenovergestelde richting zou komen. Die kans was sowieso klein, omdat de ochtendstarters van de overkant al lang en breed naar deze kant van het meer waren gevaren. Onderweg hier naar toe hadden we verschillende keren van de tegenliggers te horen gekregen dat je voor een overtocht met de motorboot al op de hoogvlakte moest bellen. We hadden boven het informatiebordje wel gezien, maar we willen helemaal niet met de motorboot. Dit keer wilden we zelf roeien. Dat moet toch kunnen denken we nog, zelf roeien en 40 euro uitsparen.
wachten op de boot van Lars. Anneleen en Evert op de voorgrond.

Eenmaal aan de oever van het meer, moesten we ons er bij neerleggen dat het niet ging lukken. 3 x 4 km roeien, waarvan 1 keer tegen de sterke wind in, ging hem niet worden. Dan maar wachten en de tijd doden met de e-reader. We hadden geluk met de komst van Anneleen en Evert. Anneleen had zich beter ingelezen in de aanwijzingen in de gids en heeft het bordje 5 km terug, op de hoogvlakte niet genegeerd. Ze heeft met Lars de afspraak gemaakt, dat hij hun om 1 uur komt ophalen.
Overtocht over Laitaure meer (foto van een ander weblog: jeremiasschneider.blogspot.com)
Kwart over 1 komt Lars aangestoven. We hebben onze regenjassen al aangetrokken tegen wind en opspattend water. Dat was een tip geweest, die ik al in Nederland in een verslag op een ander weblog had gelezen.
goed dat Anneleen wel gebeld had
We varen met een behoorlijke snelheid, maar omdat we de wind mee hebben, spat er geen water op. Veerman Lars houdt zich aan de boeien, want het meer is hier en daar ondiep, met zelfs boven de waterlijn uitstekende rotsen. Het laatste stuk naar de oever gaat het slalommend tussen twee rijen markante plastic stokken. Aan de rotsblokken die ik onderwater zie is deze markering geen overbodige luxe.
Sitojaure hut (jeremiasschneider.blogspot.com)

Eenmaal aan wal gaan Anneleen en Evert mee met de vrouwelijke beheerder  van de Sitojaure-hut. Ons stuurt ze met een armzwaai naar een plek waar het huis van Lars en zijn gezin zou moeten staan.
Als wij 500 meter in de richting van de armzwaai geblubberd hebben stuiten we op een nieuw, blauw houten huis met een voorraadschuur en een sauna. Er zijn nog andere wandelaars die op het punt staan te vertrekken. Even later arriveert Lars alweer. Dit keer met zijn vrouw en het Vlaamse koppel. De Duitse jongens zijn niet mee gekomen. Die gaan low budget en blijven wachten tot er toch een boot naar hun kant komt geroeid. 
het nieuwe huis van de familie Blind (jeremiasschneider.blogspot.com)

Leven in Sitojaure
De assistent van Lars weet na herhaalde aanwijzingen ergens cola's en een oude doos met chocolade repen te vinden. Zijn we dus niet voor niets hier naar toe gekomen. 
Geïntrigeerd door de eenzame ligging van de paar huizen van Sitojaure vragen we al drinkend aan Lars hoe het is om hier te wonen. Lars en zijn vrouw zijn Sami. Met hun twee jonge kinderen van twee en vier, zijn zij hier van het begin van het wandelseizoen tot medio oktober. Het wandelseizoen eindigt rond 15 september. Ze verdienen dan de kost met het overzetten van wandelaars, de verkoop van een beperkt assortiment aan etenswaar en de visvangst. In de winter zijn 'alle' inwoners van Sitojaure vertrokken. De omstandigheden zijn dan te hard. Het gezin Blind woont dan in Jokkmokk ± 165 km hier vandaan. 
Quad van Lars (jeremiasschneider.blogspot.com)
Van die 165 km gaan er 120 over de weg tussen Jokkmokk en Kvikkjokk en de rest naar hier met een quad (ATV) of de sneeuwscooter. Onderhoud aan zijn huis in Sitojaure doet hij voornamelijk in de lente wanneer hij met de sneeuwscooter voorraden mee kan nemen.

Voor de beeldvorming: Sitojaure valt binnen de gemeente Jokkmokk. Wij waren een paar dagen geleden nog in het Sami-stadje Jokkmokk. Het was er duidelijk minder 'hectisch' dan in Hoevelaken, om maar een Nederlands dorp te noemen. Het stadje zelf, het 'bestuurscentrum' van de gemeente, heeft ongeveer 3000 inwoners. De hele gemeente herbergt plusminus 6000 mensen, iets meer dan de helft van Hoevelaken, maar het grondgebied van de commune komt overeen met de helft van Nederland. 
Zoals Frank het onderweg al een paar keer typeerde; een leeg land. Zeker als je in de uitgestrekte valleien door de afstanden en de weidsheid verloren om je heen kijkt. Hele Nederlandse dorpen zouden in zo'n vallei verdwijnen.

Elandenjacht
Tussen het einde van het wandelseizoen en het vertrek naar Jokkmokk houdt Lars zich bezig met de jacht op elanden, vertelt hij met glimmende ogen. Daarom woont hij ook hier en niet aan de overkant van het meer. Dat is het gebied van een andere Sami-'clan', die van zijn vrouw. Hier kan hij zijn gang gaan, leid ik hier uit af.
'Wat doe je dan in de winter?'. 'Dan let ik op de rendieren.' Die worden dan samengedreven naar de dalen in de omgeving van Jokkmokk'. Op het weblog van Jeremias Schneider uit Zwitserland, die tijdens onze wandelperiode enige tijd bij de familie Blind verbleef, zie ik aan de foto's dat de rendieren met helikopters worden samengedreven.
(http://jeremiasschneider.blogspot.nl/)
Heilkopter en quad drijven kudde bijeen



Rendieren ook op ons pad
Eerste blik van Frank in een nieuwe dag
Om bij het Sitojaure meer te komen waren wij vanochtend om 06.30 opgestaan. Niet zo vroeg dachten we. Om 08.15 waren we nog steeds de eersten, nu om te vertrekken. Echt een ander ritme op de Kungsleden. Niks vroeg op.
ontbijt met alle ruimte voor ons zelf
Het eerste half uur ging het flink omhoog door het bos. Zowel in het bos als in het open gebied boven de boomgrens zien we verschillende wildkampeerders, waarvan de meeste rond negen uur nog slapen. Ook op de open vlakte stijgt het pad nog geleidelijk. De wind hierboven maakt het behoorlijk fris en de gevoelstemperatuur reikt tot 5 graden. 
Tijdens de rust in de luwte van een groot rotsblok nemen we tijd om het nieuwe landschap op ons in te laten werken. Voor ons ontvouwt zich een kilometers grote vlakte bezaaid met rotsblokken. We werpen nog een laatste blik op het gisteren gepasseerde Laitaure meer. Nu zien we ook de prachtige rivierdelta waar de Duitse moeder het over had. Prachtig. 
Het Laitaure met rechts de rivierdelta aan het eind van het Rapadal
Na onze eerste rust zien we in de verte de eerste kleine kudde. Wat zijn het? Rendieren. Nu we beter kijken zien we er steeds meer. Ze komen dichter bij ons en kruizen het pad. Mooi moment voor het maken van foto's. 



We steken de enorme keienvlakte over van rode stip naar rode stip, de markering op de keien en de steenmannetjes. Vlak voordat we weer van de hoogvlakte gaan afdalen naar het Sitojaure meer, zien we een aantal rendierbokken met grote geweien, die scherp afsteken tegen de achtergrond.
Afstekend tegen de hemel een rendier bok. Het Sitojaure meer op de achtergond.


Grote gletsjergeulen 
We bereiken het Sitojaure en maken de al beschreven overtocht met veerman Lars. Onder de leerplicht zullen de kinderen van Lars en Anna Blind pas vallen als ze zeven jaar worden. Tot die tijd houden ze het hier met de familie prima vol. Laat Lars maar schuiven, straalt hij aan alle kanten uit. 
We nemen afscheid van Lars en vervolgen onze weg. Het is pas vier uur en net als twee dagen geleden willen we de wat langere etappe van morgen naar het Fjallstation Saltoluokta bekorten om daar vroeger aan te komen en tijd over te houden voor het wassen van ons zelf en de stinkende sokken. Die hebben we voor ons eigen comfort hermetisch opgeborgen in plastic zakken. 

Langzaam dringen we weer een nieuwe vallei binnen. Deze is nog uitgestrekter dan de vorige en opvallend doorsneden met brede gletsjergeulen waarin bij de meeste nog een beek stroomt. De wind blaast ons vooruit. Dat is tijdens het lopen prettig, maar tijdens de rust zoeken we dekking en steun achter onze rugzak. 
We wilden naar de schuilhut halverwege naar Saltoluokta. Als we er zicht op krijgen zien we dat die helemaal onbeschut in de vlakte staat. Daar hebben we geen zin in en besluiten in de luwte van een van de gletsjergeulen onze tenten op te zetten. De luwte vonden we en daarmee helaas ook de muggen. 
Een afleiding vormde een marter. Van alle kanten kwam hij ons begluren. Mooi om die nieuwsgierige ogen onze richting te zien spieden. En snel zijn ze ook. Gisteren had ik er samen met Evert bij de steiger van de veerboot naar Akste ook al twee gezien die vlak voor onze neus achter elkaar aanrenden en zich totaal niets van ons aantrokken. 
Ik ga op zoek naar water en we bereiden ons derde poeder diner. Terwijl de muggen in de laatste zonnestralen lijken te ontwaken en bij duizenden de wereld in bezit nemen, eten we in onze gesloten binnententen. Met een net om je hoofd eet het zo lastig. Het wordt een lange nacht. Zeker voor Frank, die normaal al niet zo lang slaapt. Ik leen hem mijn e-reader dan heeft hij voorlopig voldoende sudoku's.





Relaxdag

Maandag 17 augustus, wandeldag 4
Gepland: van Sitojaure naar Saltoluokta: ± 8 uur, ± 400m klimmen,± 590m dalen, ± 20 km.
Daadwerkelijk: van ergens halverwege Sitojaure en Saltoluokta naar Saltoluokta: ± 4,5 uur, incl rusten, ± 200m klimmen, ± 570m dalen, ± 14 km.


Rustig werd deze dag. Rustig zoals gedacht en gehoopt. Vannacht was het nog koud geweest, maar sinds halfacht scheen de zon weer voluit. Zo warm dat we om kwart voor acht met fleece aan en met muggennet op, onze tenten uit kropen. Natuurlijk nadat we ons in de tent al hadden aangekleed om het aantal muggenbeten te beperken. 
De muggen waren zo aanwezig, dat we al binnen een uur klaar waren met het ontbijt en alles hadden afgebroken en ingepakt. Kwart voor negen werden wij weer een bewegend doel en die zijn nu eenmaal moeilijker te raken. Smerige bijters.
prachtige lage hei in volle bloei, net nadat wij onze overnachtingsplek verlaten

terugblik op de schuilhut midden in de open vlakte
Voort ging het weer over de open vlakte die deze vallei vormt. We stegen nog licht, passeerden de schuilhutten, staken een beek over en trotseerden met gemak stukjes moeras over de bekende planken.

het einde van de vallei met zicht op het Saltoluokta meer


Met het schitterend vergezicht op het nieuwe meer, het Saltoluokta, hielden we rond het midden van de dag, nog een laatste rust voordat we aan de afdaling door het lage berkenbos begonnen. Tegen de tijd dat we bij het gelijknamige fjällstation aankwamen waren we zoveel gedaald, dat er ook een enkele den tussen stond. 
hoofdgebouw fjällstation Saltoluokta
receptie fjällstation Saltoluokta
Bij de receptie boekten we ons om 13.00 uur als niet leden van de 'Svenska Turistföreningen' in voor een plek op het kampeergedeelte in het bos voor het hoofdgebouw. Helaas betaal je dan 50% meer dan als lid: SEK 150 in plaats van SEK 100. Dat wisten we van tevoren, maar we hadden niet gedacht dat we zoveel van de faciliteiten van de STF gebruik zouden maken, penny wise, pound foolish. Later die avond zouden we van Anneleen horen hoe dat nog veel makkelijker kan. Met een stayokay kortingkaart van slechts 17,50 krijg je in Zweden ook de STF-lidmaatschapskorting! Ai, wat leer je onderweg veel. Gelukkig mag je voor dat geld hier wel lekker onder een echte hete douche bij de sauna. Nu we toch aan het uitgeven waren reserveerden we ook voor het diner in het restaurant. Voor SEK 1300 waren we alles bij elkaar de bink. Inclusief ontbijt, dus eigenlijk nog goed te overzien voor twee personen.

Vervolgens vergaapten we ons aan het uitgebreide assortiment in de winkel van dit station. Niet alleen allerlei voeding, maar ook een brede sortering outdooruitrusting tot en met een redelijke keuze uit kleding aan toe. Wij beperkten ons tot een bier op het terras. Vreemd genoeg is dat hier weer 50% goedkoper dan in Kvikkjokk. Oké, voldoende over prijzen, eerst lekker genieten in de zon, het is minstens 25 graden.
Verscholen tussen de lage berken staan onze tenten. De andere tenten zie je nauwelijks. Toch komen we er verschillende tegen als we later die middag een ronde langs het lange kiezelstrand lopen. Eerder hebben we lekker gedoucht, heerlijk na vier dagen. Voor onze was konden we niet zo gauw wasbakken vinden. Dan maar voor een keer lui en onze was bij de receptie aanbieden. Niet alleen lekker lui, maar ook lekker dom. Ik dacht dat elektriciteit in Zweden met al die waterkrachtcentrales goedkoop zou zijn. Blijkbaar moeten ze de elektriciteit met een bootje het meer over varen. SEK 150 voor de was en toen we die aan eind van de middag kwamen ophalen was het niet gedroogd. Dat kon ook. De volgende morgen was het SEK 250. Meer dan 25 euro? Maar dat hebben ze ons gisterenmiddag niet verteld. Blijkbaar keken we of teleurgesteld of enigszins agressief. Ik denk het laatste. Het bleef bij SEK 150. Oh ja, genoeg over prijzen.


de veerboot van Kebnats naar Saltoluokta
Terug naar vanmiddag. Aan het strand waren zowaar kinderen in het water aan het spelen en lagen enkele badgasten te zonnen. Meer aan het zicht onttrokken waren twee jonge vrouwen in FKK-modus aan het baden. Dapper. Niet de FKK-modus, maar het baden in dit water. We hebben het niet uitgeprobeerd, maar echt warm kan het niet zijn geweest. Teruggekeerd bij de tenten slapen we wat in de gefilterde zon, maken een sudoku en staren wat om ons heen. Een grijze muis loopt om mijn tent. We hebben er de afgelopen dagen al meer gezien. Leuk grijs bolletje denk ik nog. Op een paar kinderstemmen na is alles stil. Een hoge kinderlach galmt van het strand tot hier. Ze maken al uren plezier. Plezier kent geen tijd. Alles is hier heerlijk, heerlijk loom. 
In de hal van de receptie is het druk als wij ons tegen zessen melden voor het diner. Gedurende de middag zijn verschillende groepen 'ouderen' aangekomen, die de hele bovenverdieping van het hoofdgebouw in beslag hebben genomen. Met de bus en de middagboot zijn ze met hun nette, schone broeken en hun rolkoffers op de kade beland. Het klimmetje naar het fjällstation moet voor verschillende een serieuze inspanning zijn geweest. 
Blijkbaar trekt dit fjällstation door de aanwezigheid van een doorgaande asfaltweg aan de overkant van het meer, en met de extra luxe van een goede keuken en twee nette eetzalen ook dit soort groepen. Een mooie aanvulling of zo gewild, een mooie afwisseling met die backpackers, die lang niet allemaal geld overhebben voor een diner. Zo ook niet de twee Duitse jongens, die wij nog herkennen van het wachten op de boot van Lars Blind. Ze gingen niet mee om 40 euro uit te sparen. 
Hun hoop op een boot werd tegen middernacht beloond. Wellicht omdat het tegen middernacht niet meer heeft gewaaid hebben wandelaars de oversteek gewaagd. Het is dan nog licht genoeg om je te oriënteren, dus dat is geen probleem. De jongens hadden de boot in bezit genomen en waren er vroeg in de ochtend mee overgestoken. Nu zitten hier op het terras houden ze het bij grote blikken Norlands bier, lekker fris bij dit warme weer.

De enigszins ongeduldig wachtende mix van enkele hikers, verschillende netjes geklede lichtgewicht trekkers en de beetje zenuwachtige ouderengroep lacht als Frank met een luid 'hier' meldt dat hij er is. Het is een soort militair appèl, waarbij je na het afroepen van je naam de eetzaal in mag. Wij zitten naast twee Zweedse echtparen uit Jönköping aan de ene kant en Anneleen en Evert aan de andere kant. Jammer genoeg spreekt mijn Zweedse tafeldame beperkt Engels. Meestal is dat in Zweden juist erg goed verzorgd. In ons gesprek beland ik in een Jönköpings ziekenhuis of iets in de  Zuid-Zweedse thuiszorg. Daarna bereik ik het niveau dat ik overga naar vriendelijk glimlachen en knikken, maar raak ik toch langzaam de weg in Jönköping kwijt. 
Jonköping links en Anneleen rechts van mij, Evert en profil midden voor
Nu we elkaar al bijna dagelijks hebben ontmoet, stelt Frank voor onze namen uit te wisselen. Vandaar dat we vanaf dat moment weten, dat Anneleen en Evert naast ons aan tafel zitten. Ze hebben beide psychologie gestudeerd. Evert is ook als zodanig werkzaam. Anneleen versterkt inmiddels het analytisch vermogen van een zorgverzekeraar. Tussen de rondes langs de buffettafel door bespreken we hiaten in de zorg en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. Dat is toch niet zo makkelijk. Nog maar een ronde langs de buffettafel dan maar, het rendiervlees smaakt prima. Of zal ik nu kiezen voor gerookte zalm? 
ondergaande zon bij het Saltoluokta meer
Het is gezellig. Binnen branden de kaarsen net zo fel als buiten de zon. Dit heeft wel wat. Als we later op de avond buiten komen is de zon net achter de bergruggen in het westen verdwenen, maar donker is het nog lang niet. Nog een laatste ronde langs het strand en op een grote rots even naar thuis bellen voordat we naar bed gaan. In Nederland wordt alweer driftig aan een quilt gewerkt en in Spanje heeft Maxime de zee onveilig gemaakt met een 'banaan'. Dat was volgens de sms 'vet gaaf'. Voor haar begint in de loop van de avond weer een nieuwe nacht. Verschillende plekken, verschillende tempo's. Voorlopig geef ik even de voorkeur aan het relaxte tempo van de Kungsleden.





Eindelijk roeien

Dinsdag 18 augustus, wandeldag 5
Gepland: van Saltoluokta naar Teusajaure: ± 6 uur, ± 630m klimmen, ± 560m dalen, ± 18 km, waarvan 3 met de boot. (Busrit van ± 30 km, 1,15 uur)
Daadwerkelijk: ± 10 uur, incl rusten, 2,5 uur wachten op de bus, 1,15 busrit en 1/2 uur wachten op de boten.




Muizen
de keurige ronde reparatie is
uitgevoerd te velde door Frank
Gisteren vond ik het nog van die leuke bolle, pluizige, grijze muisjes. Of zij het zijn geweest of gewone muizen weten we niet, maar vannacht hebben die schattige knagers zich een weg gevreten door onze rugzakken op zoek naar ons ontbijt. Bij mij zelfs eerst door een spanband en daarna door het dikke Cordura weefsel van het bovenste vak. Bij Frank dwars door de polyester buitenkant van het hoofdvak, op een plek waar druk op komt te staan in bepakte toestand. Die reparatie kon dus niet wachten. Nu kwamen zijn nauwkeurig ingepakte voorraaddoosjes eindelijk tot hun recht. Met de reparatieset van zijn tent en naaigerei heeft hij het netjes hersteld. Zelfs nog mooier dan een eerdere herstelronde door Judith. Nu is Judith pragmatisch en Frank heel secuur. Hij was trots op zijn werk en heeft dat ook gedeeld met zijn vrienden op facebook. Vanaf vandaag halen we 's avonds onze etenszakken uit de rugzakken en hangen ze op in een boom.
Frank trots dat het mooier gerepareerd is dan door quiltster Judith

Reuzenontbijt
Na het heerlijke diner van gisterenavond hebben we ook vanochtend aan calorieëncompensatie gedaan. Niet om af te vallen, maar om zoveel mogelijk te eten en de energiebalans, na vier dagen van Adventure poeder-food weer te herstellen. Twee broodjes ei, twee broodjes leverpastei, een stukje brie, een broodje brie, vier glazen jus, en omdat dit ontbijt SEK 150 kost, op eigen initiatief een lunchpakket met 4 boterhammen en appel. Oké, laat maar komen die dag. 
bepakking beladen op de motorboot Langas voor de overvaart naar Kebnats

Verkeersloos liften
Daarna wilden we weg. Want voordat we vandaag kunnen wandelen presenteert het Kungsleden na de overtocht over het meer, heel vreemd, eerst een busrit naar de kleine hut Vakkotavare, ongeveer 30 kilometer naar het westen. Daar trekt het pad weer verder de natuur in. Tot onze teleurstelling hadden we gisteren van de receptioniste begrepen dat sinds 1 augustus de eerste bus pas rond 13.45 vertrekt. 
Kwart voor twee? Dat duurt ons te lang. Een halve dag rondhangen. We besluiten al rond elf uur met de  eerste overtocht van de motorboot 'Langas' naar de bushalte aan de overkant bij Kebnats te varen. Om kwart voor elf staan we op de steiger met veertig anderen, voornamelijk de groep ouderen en verder de hikers, die hier hun wandeltocht beëindigen.
het rustige meer na onze overtocht van Saltoluokta naar Kebnats
Als we aan de noordkant van het meer zijn, stel ik voor te gaan liften. Je weet nooit. Dat klopt. Tegen beter weten in hou ik het langer vol dan Frank. Maar met een gemiddelde passage van 1 auto in 4 minuten, neemt je enthousiasme snel af. Frank vertrekt als eerste terug naar de kade waar de bus straks zal komen. Tenslotte sleep ik mij met rugzak ook maar weer 500 meter terug en ga uit de felle zon wat in de schaduw op een picknicktafel in het bos liggen. De tafel-lig verruil ik voor een tafelzit en vul de tijd met aantekeningen maken, lezen en sudoku's verknoeien.
Met de volgende bootovertocht komen om halftwee de geduldigere trekkers, waaronder Anneleen en Evert. En zo zal onze start niet eerder zijn dan de rest. Bijna stappen we nog in een bus die helemaal niet naar Vakkotavare gaat. De hele dag zie je nauwelijks een bus en dan komen er twee vlak achter elkaar. We waren de eersten, als we nu maar niet de laatsten worden.
klim bij Vakkotavare met op de achtergrond het Suorvajaure meer



Eland on the run
De rit met de bus naar Vakkotavarre voerde langs de blauwe lucht weerkaatsende meren Saltoluokta en Suorvajaure. Hoewel het laatste als stuwmeer wordt gebruikt vond ik het toch wel mooi. Met zon wordt alles mooier. En lekker warm met 23 graden.


Bij de hut van Vakkotavare hebben we niets meer gekocht en zijn we vrij vlot achter Anneleen en Evert begonnen aan de korte steile klim langs de watervallen van een kleine beek. Eenmaal boven zagen we ze met hun veel lichtere rugzakken net uit het zicht verdwijnen. 
Wat zij niet zagen was de eland, die voor ons langs in hun richting draafde en waarschijnlijk van hen schrok. Daarop draaide hij, om opnieuw weer in front van ons met hoog optillende benen door een drassig stuk met lage wilgenstruiken weg te rennen. Imposant om te zien en ook uitzonderlijk omdat het schuwe beesten zijn. 
zoek de eland



Spons
Vol met grassen en lage bessenstruiken begroeid ontvouwde zich de vallei die wij naar het Teusajaure meer doorkruisten. Net als die van de vorige dag bezaaid met kleine en grote rotsblokken. Hier en daar liepen we vlak langs mooie moerasmossen, die dreven op het water, dat er van de hoger gelegen hellingen naar toe vloeide en daar het begin van een beek vormde. Lapland is net een grote spons, die langzaam leegloopt uit ontelbare moerassen en nog meer beken, uitmondend in enorme meren. Als je geluk hebt in je vakantie loopt de spons alleen maar leeg. Heb je pech zoals in de afgelopen maand juli dan wordt de spons ook weer gevuld. Omdat wij het verdienden, liep de spons alleen maar leeg.


Hoewel we ze niet hebben gezien moeten hier ook rendieren zijn, want aan de horizon zien we de hut, die op de kaart aangeduid wordt als 'renvaktarstuga'. Een hut om de rendieren te bewaken, een soort herdershut, die in de buurt stond van een grote ronde draadomheining, waarin de rendieren samengedreven worden om ze bijvoorbeeld te tellen. 
renvaktarstuga
Op driekwart van de afstand gokten we juist, door niet een omweg van een kilometer te maken via een hangbrug, maar rechtdoor naar een diepe geul in het terrein te lopen en een brede beek te doorwaden. Hij was ondiep genoeg om met je schoenen op het breedste stuk te passeren. Dat had ik onderweg weer ergens gelezen op de binnenkant van een toiletdeur; nooit een beek doorwaden op het smalste stuk, daar is het diep en stroomt het het snelst. Logisch klinkt het, maar toch heb je de neiging in eerste instantie naar het smalste stuk te gaan. Doorwaden als het snel stroomt kan riskant zijn in dit koude water. Slim van die Zweden om dit soort lessen in het toilet op te hangen.
vergelijk de grote van twee wandelaars in de rode cirkel voor een indruk van de diepte en breedte  van de geul
in de rode cirkel een achteropkomer


Nachtbraken
Kwart voor acht. Aangekomen bij de oever van Teusajaure ligt er geen roeiboot. Dat was niet de bedoeling. Midden op het ongeveer 850 meter brede meer, zien we een roeiboot regelmatig heen en weer varen. Soms met de boeg in onze richting en dan weer met de achterkant. Zeker kinderen aan het spelen. Toch komt de boot langzaam via een toeristische route onze kant op. In de verte zien we een figuur desperate pogingen doen dat drijfding met die twee planken vooruit te krijgen en iedere keer ligt de oever weer anders dan hij wilde. De laatste 100 meter moedig ik hem aan. Het waren waarschijnlijk de verkeerde complimenten, want pas na drie landingspogingen slaagt de jongen er in de boot op de oever te roeien. 'Es war meine erste Fahrt in einem Ruderboot'. Hij was blij dat hij er was. 


Frank maakte met zijn mobiel deze prachtige foto van het Teusajaure tijdens de overtocht

Gelukkig hebben zowel Frank als ik in onze jeugd veel in dit soort boten geroeid. Binnen een kwartier zijn we aan de overkant, Frank als richtingaangever en ik aan de riemen. Een gesmeerd roeiteam.
Bij aankomst aan de overkant van het meer, bij de Teusajaure hutten, lag er maar 1 boot en met die van ons er bij dus 2. Voor mij was dat voldoende, want ik zag geen derde. Hadden er al 2 gelegen, dan zouden we nog een keer heen en weer moeten varen om er weer 1 op de andere oever te krijgen. Frank voelde zich toch schuldig en informeerde de beheerder. Net op het moment dat die kwam kijken, zagen we in de verte aan de overkant de derde boot uit een totaal andere richting naar de steiger varen. Roeien is blijkbaar een onderontwikkelde sport, die hier voor velen een grensverleggende activiteit vormt. In ieder geval hoefden wij niet meer te roeien. Meteen dan maar inschrijven en onze tenten opzetten.

De beheerder vond ons wel aardige mensen, ook al kwamen we pas om kwart over acht vanavond aan. Hij vroeg of wij Dutch waren. Had ie al gehoord aan 'the weird language'. Het antwoord dat dat visa versa is kon hij wel waarderen. Hij opende speciaal voor ons zijn beperkte winkeltje. Eenmaal met blikken soep en drank onder de arm, mochten we van hem eten in de lege slaapkamer met keuken voor de trekkers met honden. Die waren er vandaag toch niet en in de eigenlijke keuken voor kampeerders was het druk. 
Het eten bij kaarslicht had wel wat. Niet dat het buiten donker was, maar het licht in de lege slaapkamer liet te wensen over. Elektrisch licht was er niet, maar kaarsen wel. Leuk, en dan ook alweer eten van een bord in plaats vanuit een zak. En soep maken op een fornuis. Als we uitgegeten zijn lopen we nog even langs de sauna, maar het is te laat. Dan maar stinkend de slaapzak in. Verder is het stil tussen de paar hutten en de paar tentjes. Kan ook niet anders. Zo laat zijn we nog niet eerder naar bed gegaan, het is al over tienen! Een lange dag, maar toch een luxe einde.





Stones without an end

Woensdag 19 augustus, wandeldag 6
Gepland: van Teusajaure naar Singi: ± 9 uur, ± 400m klimmen, ± 190m dalen, ± 22 km, 
Daadwerkelijk: tot 2 km voor Singi


'Stones without an end', ik had de titel ook gisteren of eergisteren kunnen gebruiken. Vandaag kwam dit antwoord van een Canadese vrouw op mijn opmerking 'walking is hard here with all those stones'. Ze kwam in haar eentje uit de tegenovergestelde richting, het Canadese vlaggetje als herkenningsteken op haar rugzak. Geheel in overeenstemming met de natuur versteende de conversatie ook direct, er werd niet ingehouden en ieder vervolgde zijn weg. We zien hier trouwens regelmatig vrouwen alleen op pad, opvallend meer dan op Corsica of in de Pyreneeën.

Vanochtend vroeg stonden we al om halfacht op om ons een beetje uit het zicht in het meer te wassen. Je weet nooit of er weer een of andere freak vindt dat je je niet met een beetje zeep in een meer mag wassen en scheren. Puur milieutechnisch hebben ze natuurlijk gelijk, maar soms slaan we door. 
het meer en strandje bij de Teusajaure hut

Drama's
Om te ontbijten zijn we weer gaan zitten in de 'de trekkers-met-honden-hut'. Bij gebrek aan honden vullen wij graag deze leemte. Lekker makkelijk deze hut met tafels, stoelen en gasfornuis, pannen, borden en bestek. Tijdens het eten hadden we zicht op grotere en kleinere drama's. Er werd eerst een meisje met een helikopter opgehaald. Ze kan nauwelijks meer lopen. Zo te zien een behoorlijk verzwikte enkel. Met ondersteuning van haar vriend bereikt ze de heli. Gisterenavond had ik haar vriend al zwaar teleurgesteld de tent zien inpakken, met gebaren als 'het zal niet waar zijn' of 'dit hebben wij weer'. Ze hebben de nacht in de drukke hut door gebracht. 
een soortgelijke helikopter landde op het kieselstrand bij Teusajaure
Het doet je beseffen dat een trektocht een lichamelijke vakantie is, die zeker geen flinke blessures aan je voeten en benen verdraagt. En dat een afvoer vanuit dit soort afgelegen plekken met een betrekkelijk gewone blessure weer net anders opgelost wordt dan in de bewoonde wereld. Voor SEK 3600 (meer dan 360 euro) worden ze naar een dichtstbijzijnde plek met bushalte gevlogen vanwaar ze verder met de bus hun reis kunnen voortzetten. Aldus een Duitse jongeman, die hier een aantal maanden zijn zinnen komt verzetten als hulp van de beheerder. Voor dat geld mochten haar vriend en hun twee rugzakken gelukkig ook mee. Einde trekvakantie. Triest. Hopelijk zijn ze goed verzekerd.
Over blessures gesproken, vandaag had Frank geluk dat hij een rugzak als vangkussen had, toen hij op een natte gladde plank lelijk onderuit ging. Naast een natte broek was het grootste probleem weer overeind te komen. 
Als een schildpad lig je dan te krioelen. Toen hij al een beetje zijn schild had omgedraaid, haalde ik hem bijna weer onderuit, want toen ik naderde bleek die plank nog steeds glad. Gek hè. Gelukkig stoot een schildpad zich niet twee keer aan dezelfde plank.

Na het ontbijt, tegen negenen, zien we wandelaars drie keer over het meer roeien om aan de '1 boot aan elke kant-eis' te voldoen. Anderen laten zich gemotoriseerd overvaren door de beheerder. Een echtpaar wil ook gaan roeien en wacht op een boot. Hoopvol kijken ze naar roeibewegingen op het meer. Daar zien ze hoe een familie met de gewenste boot een soort kermisroute aflegt. Ze laten de kleine kinderen roeien en hebben blijkbaar geen haast. Na drie kwartier zijn ze nog niet aan de overkant. Het echtpaar geeft het op en laat zich alsnog overvaren.

Time flies, when ...
Wij hoeven niet meer over het meer en doen rustig aan. Het is wel een langere etappe vandaag, maar wat maakt het uit hoe laat we aankomen, het blijft toch licht. Verder is het weer prachtig met een stralende zon. Slechts met een enkel shirt aan gaan we om tien uur beginnen aan de korte klim naar de volgende open vlakte.
terugblik op het Teusajaure meer
Dik zweten we alweer terwijl we pas anderhalf uur onderweg zijn. Het moet nog voor twaalf uur al tegen de 25 graden zijn geweest. Als we de stenige vallei gepasseerd zijn stuiten we op een brede, wilde beek, de Kaitumjakka, die we al fotograferend volgen richting het Kaitumjaure meer.
terugblik langs de Kaitumjakka
Kaitumjakka

Kaitumjakka

kaitumjakka
Tegen de tijd dat we de brug bereiken is het een aaneenschakeling van stroomversnellingen en enkele watervallen. Prachtig, die kracht die er vanaf spat. Ter hoogte van de brug over de sleurende beek, passeren ons ook weer de lichtvoetige Anneleen en Evert. Die bereiken de paar Kaitum-hutten eerder dan wij, maar rond tweeën kunnen wij ook de welkomstlimonade in ontvangst nemen van de vrouwelijke beheerder. 
zicht vanaf de Kaitumhutten op het Kaitumjaure meer




We raakten met haar in gesprek. Twee maanden zit ze hier als vrijwilliger, voordat ze weer terug gaat naar de omgeving van Stockholm waar ze woont. Ze zit niet altijd in dezelfde hut. In een voorgaand jaar heeft ze nog noordelijker gezeten op het drielandenpunt Noorwegen, Zweden, Finland. Beleefd als wij zijn, bedankten we uitvoerig voor de limonade en maken vervolgens duidelijk dat we niet bij haar blijven kamperen. Het drong niet goed tot haar door. Dan eerst maar wat in haar winkeltje kopen. Bewapend met een pak roggebrood, een tube rendierpasta en twee blikken koud bier verlaten we haar. 
Je hebt de drie B's: bed-bad-brood en je hebt de twee B's. Wij gaan voor de twee B's en nemen in de schaduw van een van de hutten een lange rust met brood en bier. Die calorieën pikken we toch weer aangenaam mee. We nemen nog een afstandsfoto van Anneleen en Evert en vragen of ze een foto van ons maken. Lopen hier is leuk, rusten in de schaduw bij ruim 26 graden moet ook gevierd worden.
Annaleen en Evert

Tjäktjajåkka-vallei
Drie uur, hoog tijd om door te gaan. We beginnen nu aan een bijna driedaags traject stroomopwaarts langs de rivier Tjäktjajåkka. Hier vlakbij de rotsige doorgang naar het Kaitumjaure meer is het een wild riviertje. Na de passage van de hangbrug komen we in een veel vlakkere omgeving waar de rivier meer ruimte krijgt breed uit te waaieren. Kilometers kunnen we de smalle vallei in kijken voordat we er in afdalen. 
de Tjäktjajåkka vlakbij Kaitumjaure


Tjäktjajåkka-vallei
Frank in de Tjäktjajåkka-vallei
Het lopen op de aarden paden zonder veel stenen gaat snel. Slechts de uitgesleten geulen van een vijftal beekjes waar het pad dwars door heen ging haalden het tempo iets naar beneden. Vreemd om te zien was een alleen lopende vader, die zijn gezin achterliet en terug of doorliep richting Kaitumjaure. De twee achterblijvers, moeder en zoon, begonnen ogenschijnlijk onberoerd met het opzetten van de tent. Die vader heeft ongetwijfeld iets verloren of vergeten. Ik herken dat direct. Met enige zelfgenoegzaamheid kan ik nu zeggen, dat ik voor het eerst in jaren, deze trektocht niet heb hoeven teruglopen om een verloren pet te zoeken.

Ook al waren we pas om tien uur vanochtend gestart en hadden we een ruime lunchtijd uitgetrokken, tegen zeven uur vond ik het niet erg dat Frank het overnachten bij Singi niet zo noodzakelijk vond. Twee keer 150 SEK voor kamperen bij een hut zonder winkel en andere voorzieningen voegt niet veel toe aan alle mogelijkheden die we onderweg zien. Dan maar een openbaar natuurtoilet. Daarom zoeken we een plek op ongeveer anderhalve kilometer voor de Singihut. Na wat heen en weer gescharrel eindigen we op een wat hoger heuveltje met zicht op de Tjäktjajåkka, die daar als de vingers van een hand breed beslag legt op de vallei. Aan de andere kant hebben we zicht op de vallei met de route naar het fjällstation Kebnekaise, genoemd naar de hoogste berg van Zweden, die hier hemelsbreed tien kilometer vandaan ligt en een must is voor vele Zweden. Een soort Vaalserberg, maar dan zes keer hoger, met meer sneeuw en geen restaurants.
bivak langs de Tjäktjajåkka ongeveer 2 km voor Singi
De een zoekt wat en de ander vindt wat. Ik had me een uur geleden nog herkend in die vader zonder bepakking op zoek naar zijn gemis. Nu was het zelfs mijn beurt om iets te vinden. Op zo'n heuveltje begroeid met lage bessenstruiken en dwergberken verwacht je niets te vinden. Toch zijn wij blijkbaar niet zo origineel in onze plaatskeuze. Bij het rotsblok dat onze brander uit de wind moet houden, heeft een ander dat ook al gedacht. 
Alleen heeft die ander te lang nagedacht en is zonder omkijken weggegaan, waardoor wij nu over een prima drievoet voor onze brander beschikken en als toegift het bezit krijgen van een doosje watervaste lucifers. Je blijft een kind. Wat je weer blij kunt worden van zulke cadeautjes. Hadden ze niet hoeven doen. De Adventure Food Goulash smaakte ineens een stuk vrolijker. Helaas in de tent, om de muggen niet van ons te laten eten.






Sauna binnen en buiten

Donderdag 20 augustus, wandeldag 7
Gepland: van Singi naar Sälka : ± 5 uur, ± 160m klimmen, ± 100m dalen, ± 12,5 km, 
Daadwerkelijk: 2 km voor Singi naar Sälka: : ± 6 uur inclusief rusten, ± 14,5 km

weerbericht bij de Singi-hut


Schoonzweten
Man, man, man, wat een warmte in zo'n sauna. Eerst maar eens gekeken hoe die Zweden dat deden. In het voorvertrekje van de saunahut wasten ze zich met behulp van een wasbak. Het water kwam uit verchroomde emmers, die je moest vullen in de beek. Er kwam veel vuile en vette huid te voorschijn, vuil dat al een paar dagen plakkend meeliftte. Ook de muggenbulten bleken groter in aantal dan gevoeld. Nu begrepen we eindelijk wat de beheerder van Teusajaure drie avonden geleden had bedoeld met douchen in de sauna, waarbij hij het gebaar maakte van het uitstorten van water over je hoofd. Toen dachten we nog aan koud water en verdrongen meteen dat voorstel. 
Nu zagen we iedereen bij de kachel in de sauna heet water aftappen en na de wasbeurt het water uit het wasbakje over zich heen gooien.
Het was een behoorlijk geplens in dat hokje. Maar in Zweden is alles tot diep in de natuur keurig geregeld. Met een vinylen vloerbedekking werd al het water opgevangen. Drie keer zijn we in de sauna gaan zitten zweten. Elke keer
gevolgd door een gang naar de koude beek, wat ons slechts kort kon bekoren. Keurig weer een gevulde emmer mee terugnemend vervulden we het onuitgesproken corvee. Na de eerste cyclus hebben we nog een wasbeurt uitgevoerd om enkele rebellerende muggenbulten te lijf te gaan. Opgieten gebeurde regelmatig al naar gelang de nationaliteit dat nodig achtte, afwisselend een Duitse en een Zweedse plens water op de saunastenen boven op de houtgestookte kachelEen internationale hitte. 
Een aanrader zo'n sauna na drie dagen zonder douche. Foto's hebben we niet kunnen maken in de nevel van de Sälka-sauna. Voor een impressie de foto's van de lege sauna bij de Abiksojaure hut, drie dagen later.

Korte broekenweer
Het was vandaag een lekker korte etappe. Na aankomst bij de Sälka-hut dus voldoende tijd voor de noodzakelijke was.
Nog voordat we vanochtend vertrokken waren kwam er uit de richting van Singi een man zonder bepakking met zoekende blik op het pad. Duidelijk weer een man op zoek naar verloren uitrusting. Vervelend. 
Kort na ons vertrek richting Singi maakte Frank nog enkele mooie opnames van de meertjes en de omgevende bergen.


Jan Kaas stoer in korte broek
bij 28 graden boven de poolcirkel
De Singi-hutten hebben geen winkeltje, dus reden om contact te maken was er niet. Nadat we het verbazende weerbericht hadden gelezen zijn we in de schaduw van een hut gaan pauzeren om onze broeken af te ritsen. Het was pas tien uur en toch al warm. Dat vonden ook de moeraskorhoenders (willow grouses), die onder de hut vandaan kwamen. De hutten staan op 'poten' om ze mooi horizontaal te krijgen en bieden daarmee schaduw en bescherming voor deze hoenders.

Na het verlaten van Singi passeren we een leeg Samidorp en pakken de draad weer op langs de Tjäktjajåkka, die breed bezit neemt van de vallei met verschillende beddingen. Door de lage waterstand en de brede spreiding komen ondieptes bloot te liggen als gladgestreken kiezelstrandjes.
Tjäktjajåkka tussen Singi en Sälka


Ook hier weer stenige paden, met een aaneenschakeling van moerassige stukjes, beken, planken en bruggetjes.





Kort nadat we de enige echte gletsjer, die we gezien hebben, hadden gepasseerd, bereikten we Sälka. Aanmelden bij de pensionado's die de hutten en het winkeltje runnen was een aangename uitwisseling van vriendelijkheden en geld. En daarna in de schaduw van de winkelhut eerst een koud blik bier. Heerlijk met deze warmte.
de Sälka-hutten

receptie en 'butik'


Huttenleven
We hadden nog niet eens onze tent goed opgezet of daar kwamen om vier uur Evert en Annaleen al aangewandeld. Dat hadden ze weer verbazend snel gedaan die 26 km vanuit Kaitumjaure. Ze hadden net als wij genoten van de Tjäktja vallei en beek


Wij kopen nog een bier en controleren of onze was al droogt in de krachtige zon. We lopen wat rond en ontmoeten bij de toiletten een koppel moeraskorhoenders. Ze hebben het prima naar hun zin bij de toilethokken en wentelen zich in een zandbad. Of ze voor schaduw en koelte ook onder het toilethok zitten heb ik niet gecontroleerd. Nog wat lui liggen in de zon, lezen van een e-book, overwinnen van een sudoku van medium categorie, kortom een echte rustmiddag. 

Van halfzeven tot halfacht beleven we de Zweedse sauna en daarna willen we gebruik maken van de hut met keukenfaciliteiten voor de kampeerders. Waarschijnlijk is het druk geweest met lopers zonder tent, want ook deze hut zat behoorlijk vol. In ieder geval werd onze enigszins luidruchtige binnenkomst niet erg op prijs gesteld door een viertal nuffige mutsen. Helaas kwamen ze nog uit Nederland ook. Ongelooflijk wat mensen zich zelf tekort kunnen doen door zich te distantiëren. Het valt ook niet mee als je zonder internet niet via je smartphone contact kan onderhouden met de rest van de wereld en aangewezen bent op die andere wezens om je heen.

interieur van een Sälka-hut (foto van internet)
in zo'n ruimte kun je niet ontsnappen aan je medemens
een tent is daarom niet verkeerd
Wij hebben na de chili con carne uit blik gezellig met Anneleen en Evert terug gekeken op de afgelopen dagen met mediterraan weer. Het was hen ook opgevallen dat het vanaf Singi een stuk drukker is geworden met wandelaars. Die 'nieuwe' wandelaars zijn dan gestart in Nikkaluokta, dat slechts 70 km van Kiruna ligt. Ze lopen vandaar via het fjällstation Kebnakaise naar Singi en vervolgens net als wij richting Abisko, ongeveer 105 km. Verder blijven we bij onze keuze voor de noord-zuid wandeling van de Kungsleden, want; de zon schijnt niet in je ogen, de zon op de rugzak is minder warm, je hebt meer tegenliggers en kans op een praatje. Die troela's naast ons dan niet meegerekend. We wensen Anneleen en Evert een goede nacht en gaan naar onze eigen tent met een beter uitzicht.







Opvallende wandelaars

Vrijdag 21 augustus, wandeldag 8
Gepland: van Sälka naar Tjäktja: ± 5 uur, ± 630m klimmen, ± 300m dalen, ± 13 km, 
Daadwerkelijk: van Sälka naar de hangbrug over de Bossosjohka halverwege Tjäktja en Alesjaure: ± 8 uur inclusief rusten,± 680m klimmen, ± 560m dalen ± 21 km



Prothese
Echt warm kan zijn onderbeenprothese het niet gehad hebben. Toch liep hij in korte broek. Hij zal het wel voor zijn gezonde been hebben gedaan, deze Amerikaan op leeftijd. Misschien gaf het ook meer bewegingsvrijheid op de 'rocky stage' zoals zijn vrouw het treffend omschreef. En het was 'hot, unususal hot. but we can't complain'We beaamden het and felt net als zij luckyIn onze korte broeken gingen ook wij verder. Achterom kijkend zag ik dat hij met behulp van zijn stok toch nog voorspoedig over het rotsveld voortploeterde. Ploeteren was het vandaag namelijk lange tijd over verschillende keienvelden voor en na de Tjäktjapas. 


Bende bij het uitruimen van de tent bij Sälka
Tien uur was het al toen we vertrokken. Het wordt steeds later, maar dit Kungsleden ritme bevalt ons wel. Eerst tot na achten uitgeslapen en alleen opgestaan omdat de zon het te warm maakte in de tent. Daarna op het gemak wat eten, extra inkopen doen en dan maar eens kijken. Anneleen en Evert waren al ruim een uur eerder vertrokken. Met een zwaai verdwenen ze uit het zicht. Zij zouden in de Tjäktjahut overnachten. Volgens ons plan zouden wij daar slechts rusten en vervolgens verderop kamperen om 30 euro uit te sparen.


Halverwege het rotsige stuk richting de Tjäktjapas verhoogden we onze ornithologische waarnemingen met ongeveer honderd procent; twee verdwaalde meeuwen en twee steltloperachtige vogels. 


Links en rechts meertjes omtrekkend liep het pad langzaam stijgend naar de bovenloop van de Tjäktjajåkka en daarmee richting de pas. De stijging viel lang mee. Pas de laatste driehonderd meter moest er weer fysiek gewerkt worden.
terugblik in de Tjäktjavallei
Boven was het te winderig om lang te pauzeren. Jammer, maar toch nog voldoende warm om van het pad af te stappen en in een sneeuwveld te poseren. Simpel en toch leuk.


Pain in the ass
Er volgde nog een korte passage door een ander sneeuwveld naast de schuilhut op de pas.  Voor het eerst in tweeënhalve dag liepen we daarna een ander dal in. De afdaling was goed te doen, maar duidelijk anders van karakter dan de klim. Geen pad in het groen, maar aanvankelijk een aaneenschakeling van keienvelden. 
Beneden zagen we een druk gebarend groepje, dat er onderling niet uitkwam of ze nu gingen rusten of doorgaan met ploegen. Dichterbij gekomen zagen we dat een jongen een eenwiels karretje trok. Niet dat zijn bagage daarin zat. Wat er wel in zat weten we niet, maar alle vier hadden ze bovendien goed gevulde rugzakken. Verder hadden ze zo aan de inspanning te zien er ook de balen van dat ze dat karretje moeizaam over die rotsen omhoog moesten trekken en duwen. Zo'n beetje over elke behoorlijk kei moest hij half optillend verder geloodst worden. 
experiment van de Ruhr Universität Bochum

Tien minuten verder kwamen we weer zo'n groepje van vier tegen, ook met zo'n eenwiels karretje. Nieuwsgierig geworden vroeg ik in het Engels 'is that for the beer'. Humor kent geen grenzen.
'No this is an experiment. We are students of the Ruhr-university from Bochum, Germany'. 
'But is this an easy way of transporting your luggage?'
'No, not at all, in fact the axle has broken. We tried to repair it. But to be honest, it is a pain in the ass'.
'Oke, I wish you good luck with your experiment'.
Ja, wat moet je ze anders toewensen? En voort gingen ze weer. Net als wij. 

Weer tien minuten later naderde een alleen lopende vrouw van middelbare leeftijd in korte broek en licht gekleurd fleece jack. Opvallend was al dat ze om haar rechterbeen rond haar knie een metalen frame droeg. Nog verbazender was dat ze in haar eentje net zo'n karretje trok als de vorige groepen. Ter compensatie droeg ze geen rugzak. In een gestaag tempo kwam ze op ons af. Ze moet onze verwondering van verre hebben gezien, want al zonder vraag kwam de mededeling dat dit een experiment van de Ruhr-universiteit uit Bochum was. Ze keek nauwelijks op of om, hield haar pas niet in, keek vooruit. Waarnaar? Met dat ijzeren frame om haar been en haar gelijke pas leek het een soort Robocop, die orde op zaken gaat stellen bei diesen scheiss Studenten. Ach ik fantaseer maar wat. Het zal wel een heel aardige Frau Professor zijn geweest. Maar we hebben toch maar geen foto's genomen. Je weet maar nooit. Als ik nu, eind september, op de site van de universiteit zoek, vind ik als een van de eerste artikelen 'Die Verschmelzung von Mensch und Machine.' Dat kan geen toeval zijn. (Kevin Liggieri, Felix Hüttemann, Ruhr-Universität Bochum, Mercator Forschergruppe „Räume anthropologischen Wissens“, 25-09-2015) 
rechts op de foto de Tjäktjahutten. bij het sneeuwveld aan de rechterzijde een aardige waterval

Geen water?
Verrast waren we een beetje. Ja, als je vooraf de kaart niet goed bestudeert dan zie je pas wanneer je nadert, dat de Tjäktjahut niet direct aan de route ligt, maar zelfs aan de andere kant van de rivier. Die halve kilometer hebben we er niet voor over. We kijken wel of we Anneleen en Evert (A&E) nog zien. Op goed geluk zwaaien we in het luchtledige. Dan maar meteen door richting Alesjaure. Als we achterom kijken zien we de waterval en het sneeuwveld bij de brug naar de Tjäktjahut. Twee dagen later horen van A&E dat ze in een kom bij die waterval hebben gezwommen, brrr.
We spreken af door te lopen tot ongeveer vijf uur en dan een mooie overnachtingsplek te zoeken. Na een paar kilometer steken we ter hoogte van een herdershut een beek over en zien hoe een groep wandelaars zonder veel bepakking moeizaam op het smalste stuk waaghalzend over het sneller stromende water springt en wankelt. Minuten zijn ze er mee bezig, terwijl ze niet zien hoe wij vijftig meter verder over het bredere en dus ondiepere deel gewoon zonder veel omhaal doorlopen. Vreemd genoeg lopen ze onder leiding van een gids. 

Naarmate we vorderen in de vallei van de Alisseatnu maken we voor het eerst op deze Kungsleden mee dat er in de beken geen water staat. Door de warmte zonder neerslag van de afgelopen week is er een eind aan de toevoer gekomen. Blijkbaar zijn hier geen sneeuwvelden hogerop om deze beken te voeden. Bovendien loopt het pad hier op een iets hogere rug midden in de vallei waardoor er sowieso geen water naar het midden stroomt. Doorlopen dan maar.
Pas toen we de brug over de Bossosjohka bereikten, waren er plekken voor onze tenten en toegang tot water. Deze beek kreeg duidelijk wel het water van de smeltende sneeuwvelden. Grijs was het water vol met meestromend zand. Dat deert verder niet, want het schuurt je maag toch niet. Ik loop nog wat rond aan de overkant van de rivier, maak wat foto's van Frank bij de tenten en verken een latrine uit het zicht, want nu onze tenten er eenmaal staan trekt dat weer anderen. Er staan na een uur verspreid over een paar honderd meter vier andere tenten. 
bivak vlakbij de brug over de Bossosjohka
Na het eten van onze Spagetteria en de dagsluiting met koffie liggen we vanwege de muggen in onze tent. Dat is minder leuk. Het geeft wel rust.
De afstand naar Alesjaure is nu nog maar een kilometer of zes. Dan passen we het plan voor morgen toch soepel aan! Gaan we morgen niet overnachten bij Alesjaure, maar uitgebreid lunchen. We kamperen dan opnieuw ergens onderweg. Scheelt alweer 30 euro kampeergeld. Je kunt hier van elke actie een voordeel maken. Goed pad.






Even zitten

Zaterdag 22 augustus, wandeldag 9
Gepland: van Tjäktja naar Alesjaure: ± 6 uur, ± 180m klimmen, ± 400m dalen, ± 13 km, 
Daadwerkelijk: van de hangbrug over de Bossosjohka halverwege Tjäktja en Alesjaure naar de omgeving van verlaten samihutten ten zuiden van de berg Garddenvarri : ± 9 uur inclusief alle rusten,± 100m klimmen, ± 100m dalen ± 18 km




Uitgerekte rust
Nadat ik gisterenavond nog tot een uur of halftien had gelezen, werd ik vanochtend om halfzeven wakker van de zon op de tent. De rest ging snel. Het ontbijt bestaat uit de laatste meusli van thuis gemengd met hier gekochte meusli, een eerste signaal dat we ruim over de helft van deze trektocht zijn. Met het overschrijden van de hangbrug over de Bossosjohka start om tien over acht een nieuwe wandeldag. En het schiet meteen goed op over het makkelijk lopende aarden pad richting Alesjaure. Al kilometers voordat je bij die hutten bent kun je ze zien liggen op een hogere uitloper aan de andere kant van de rivier.
Alesjaure hutten
terugblik in de Aliseatnuvallei
Twee uur later liepen we al over de tweede hangbrug van vandaag. Na een korte klim stonden we in het eigenlijk 'kamp', een soort plateau omringd met verschillende hutten voor in totaal 86 bedden. Je kunt er ver in twee valleien kijken; naar het zuiden waar we vandaan kwamen en naar het noorden het grillige Alesjaure meer, met op de oostelijke oever een vrij groot Samidorp. 

uitzicht vanaf de Alesjaure hutten in de Aliseatnuvallei
Samidorp Alsijavri
De grootste aantrekkingskracht ging echter uit van de netjes ingerichte hoofdhut met de receptie, het winkeltje en de gemeenschappelijke ruimte. In deze ruimte stonden zelfs enkele vitrines met informatie over de omgeving. Zo kwamen we er achter dat onze hamsters die wij onderweg vooral onder de loopplanken zagen wegschieten lemmingen waren. Verder was er de opgezette witte winterversie te zien van de moeraskorhoenders.



Tevoren hadden we al bedacht hier geruime tijd te blijven voor inkopen en een lange lunchrust. Helaas was in de 'butik' alle frisdrank op. De bevoorrading werd pas overmorgen verwacht. We zijn flauw van al het water drinken. Dan maar een bier, mijn vroegste bier ooit. Lekker met deze warmte, maar dat gaat geen gewoonte worden. 
We blijven wat hangen in de muggenvrije zitkamer tot de winkel voor de tweede keer open gaat. Tussendoor lopen we even rond om foto's te maken van levende korhoenders, die we buiten zagen genieten in de zon. Een soort korhoenders aan het strand. Nauwelijks onder de indruk van onze aanwezigheid laten ze zich van dichtbij vastleggen. 


Mjölk choklad doet wonderen
Tegen twaalf uur trekken we verder met nieuwe voorraden: twee pakken roggebrood, een tube hambeleg, twee tabletten chocolade en twee muesli-ontbijten. Met een aangenaam, rustig tempo gaat het langs de strandjes en oevers aan de westzijde van het spiegelgladde Alesjaure meer. We nemen wat foto's van het dorp aan de overkant en passeren een schuilhut waar je ook radiografisch kunt bellen om met een boot opgehaald te worden richting Alesjaure. 


Gaandeweg, een mooi woord in deze context, heb ik steeds meer moeite om Frank bij te houden. Dat lukt normaal al niet niet, maar nu van geen kanten. Trager en moeizamer ging het. We zouden weer tot een uur of vijf doorlopen, maar met nog een uur te gaan ging het licht langzaam uit. Frank had er een paar dagen geleden ook last van gehad. Het was geen hongerklop, maar een langzaam leeglopen van de ballon. Ik wilde niet meer verder en moest eerst 'even' rusten. Ik stop. 
De karige muesli-ontbijten en de geïmproviseerde lunches en poederdiners hebben voor een energietekort gezorgd. Frank maakt het blik goulashsoep, dat hij al dagen meesjouwt, warm. Als dat op is, eet ik in één beweging mijn hele chocolade tablet op. Heerlijk. Vooral de chocola zorgt voor een snel herstel.
We lopen door, vullen onderweg onze waterzakken, passeren een kilometerslange rendierenafrastering en slaan op een lichte verhoging in de vlakte ons bivak op. In de verte bestaat het uitzicht uit enkele verlaten Samihutten, maar er is weinig rust om er uitgebreid naar te kijken. 
De hoop dat het beetje wind de muggen weg houdt blijkt een illusie. Hoewel ik nog geen muggen met een tamtam heb gezien, weet binnen een paar minuten de hele lokale muskietenbevolking, dat we zijn gearriveerd. Dan maar weer achter de veilige vitrage van de binnentent. Voor mijn rug zal het niet zoveel uitmaken. Volgens Frank lijkt die op een geval van rode hond of waterpokken. Een voordeel is dat je op je rug niet kunt krabben en er daarom nauwelijks last van hebt. 
Misschien komt er straks toch iets meer wind, want voor het eerst in zes dagen hebben we enkele wolken gezien. Bah, moeten we weer wennen aan temperaturen beneden de 25 graden.






Rivierbad

Zondag 23 augustus, wandeldag 10
Gepland: van Alesjaure naar Abiskojaure: ± 8 uur, ± 180m klimmen, ± 400m dalen, ± 21 km
Daadwerkelijk: van de omgeving van verlaten samihutten ten zuiden van de berg Garddenvarri naar Abiskojaure : ± 3 uur inclusief alle rusten, ± 40m klimmen, ± 400m dalen ± 9 km
Pootje baaien
Frank steekt steeds beter in zijn vel. Hij moppert op van alles en nog wat. Zijn het niet de keien op het pad, dan zijn die ellendige muggen wel een prima aanleiding. Kortom een teken dat alles goed met hem gaat. De stemming wordt nog beter als we vroeg in de middag gaan baden in de rivier bij Abiskojaure. Baden is een groot woord, pootje baaien, dekt de lading beter. Na een verlate scheerbeurt aan de oever van het meer, glij ik uit op een tree van het oevertrapje en ben ik in een keer door. Gelukkig bezeer ik mij niet. Via een ondiepe route loop ik naar een zandbank en daarna de rivier in. Tegen die tijd zijn mijn kuiten van de kou wel voldoende doorbloed. Op de weg terug nog een keer helemaal onder in een diepere kom, dat moet voldoende zijn om het zweet en de lagen anti-insecten spray met 40% deet weg te spoelen. Frank houdt het iets langer vol en laat zich met doodsverachting nog een keer volledig in het water drijven. Een frisse bezigheid, maar toch een mooi hoogtepunt van deze dag.

Afstomping?

Vanochtend vroeg om 06.15 toen we nog bij de berg Gardenvarri bivakkeerden speelden mijn darmen op. Dan maar muggenland in en naar het ruime natuurtoilet. Daarna ontbijten. Dit keer geen gebruikelijke mueslipap warm maken op de brander, maar muggenvrij in de tent roggebrood met rendierpasta verorberen. We hebben het brood en de tubes gisterenavond met vooruitziende blik verdeeld, zodat ieder alles binnen in de tent kan doen.

Rond half acht gaan we al op pad. Met uitzondering van kleine klimmetjes bij riviertjes, gaat het vanaf hier voor ons alleen maar naar beneden. Open terrein is het alleen nog op de eerste kilometers.  We kijken uit over de beboste vallei van het nationale park. Het zijn mooie panorama's. Niet voor niets zijn daar de met bordjes aangegeven meditatieplaatsen. 
blik in het Abisko National Park


Het is duidelijk weekend. Niet alleen komen we echte trekkers tegen, maar ook groepen Zweedse ouderen en families met hier en daar zelfs jonge kinderen. Ze zijn aan hun lichte bepakking te zien waarschijnlijk met een korte weekendtocht bezig.

Het laatste stuk van het open terrein dalen we snel af van 800 naar 560 meter. Ondertussen zwoegende tegenliggers gedag zeggend, zigzaggen we naar beneden. We zijn zo in de doorloop-mood en gewend aan alle mooie beelden van beken en hangbruggen, dat we in één doorgaande run alles passeren en vergeten te fotograferen. Zou dit afstomping zijn? 

Pas in het Abisko National Park wordt het aantal wandelaars minder. Vijftig zijn we er zeker tegen gekomen op de 9 kilometer naar de Abiskojaure hutten. 
In het park gaat het snel over verschillende plankentrajecten. We passeren een hoger punt waar in de oorlog de Zweedse verdediging was ingericht tegen een eventuele inbraak van de Duitsers vanuit bezet Noorwegen. Die plek was niet voor niets gekozen want het ziet uit over de paden vanuit Abisko, inclusief de brug over de brede rivier Kamajakka, die hier uitmondt in het Abiskojaure meer. 


Rustig kamp
Als je maar vroeg genoeg aankomt, dan heb je het rijk voor jezelf. Hoewel, half elf 's morgens is misschien wat overdreven. De laatste wandelaars van de vorige nacht stonden nog op het punt van vertrek. Of het waren mensen die een korte rust namen?
De beheerders hadden alle tijd voor ons. In hun winkeltje zijn we verschillende keren geweest. We hebben nu ook een zoet, zwart brood ontdekt. Op het kampeergedeelte in het bos achter de hutten hadden wij de eerste keus. Rustig je tent opzetten, de was doen, beetje drinken, wat eten. Relax.
Daarna baden. We zijn na vijf dagen zonder echte douche weer redelijk schoon. 

In de kantinehut voor de kampeerders nemen we de tijd voor onze lunch en 's avonds eten we mee met een Zweedse gedragstherapeute, die teveel heeft gekookt. Het was een mix van ondefinieerbare groente en stukjes vlees, waarschijnlijk therapeutisch verantwoord. In ieder geval een goede aanvulling op onze eigen soep met brood. Haar partner lag een beetje ziek op bed en had geen zin in eten. We hadden hem vanmiddag gezien met zijn geschaafde knie. Volgens ons heeft hij last van PHPD maar dat vertellen we haar niet. (Pijntje Hier, Pijntje Daar). Zij maakte een stoerdere indruk dan hij. Jankert.
de keurige eethut voor de kampeerders
Om halfvier verschijnen ook Anneleen en Evert in Abiskojaure. We hebben ze tweeënhalve dag niet gezien, dus er wordt kort bijgekletst. Verbazingwekkend was hun ervaring in de  Tjäktjahut. Dit is een hut met slechts twintig bedden. Nu is het devies van de 'Svenska Turistföreningen' (STF), dat ze niemand 'in de kou laten staan' en altijd een oplossing zoeken. Wat doe je dan als er veel meer mensen komen dan het aantal bedden; simpel, dan slaap je met z'n tweeën in één bed. A&E waren wat minder enthousiast over deze oplossing. Ik heb ze ook niet gehoord over korting. Geef ons maar een tent.



de lessen hoe je je moet gedragen in de natuur
 hangen op het toilet

's Avonds werd het ook in Abiskojaure een stuk drukker. Maar hier zijn verschillende hutten met voldoende bedden, zodat er geen noodopvang nodig was. Wij hebben de avond gebruikt om wat opnames te maken van de diverse faciliteiten. Gewoon voor de beeldvorming. De toiletopnames spreken voor zich. Die van de sauna heb ik al gebruikt in mijn bericht over onze ervaringen in de Sälka-sauna
Het winkeltje was de moeite waard, evenals de opname van de muesli automaten, waar je per draai een bedrag voor moet betalen. Voor het geval je in dit verhaal en op het kamp de weg kwijt raakt zijn er nog verschillende richtingwijzers naar alle kanten.
De peiler aan de Abiskojaureoever staat op een krokodil die het water in kruipt

De entree van de verhoging waar de Abiskojaure hutten op liggen is schitterend. De rivier is breed en stroomt mooi in een bocht. Met een lange hangbrug kom je aan de overkant. De rotspunt waar een van de peilers op staat lijkt net de kop van een krokodil die het water in kruipt, loerend naar een prooi. Vanmiddag hadden we al snel wat foto's genomen, maar vanavond hebben we wat meer rust voor dit soort waarnemingen. Of wordt het dan tijd dat je naar huis gaat?

Opvallend is ook de rode bus met een propeller die ronddraait op de kracht van de stroming. Hij is zo geconstrueerd dat hij door het draaien water oppompt naar de tonnen midden op het open terrein tussen de hutten een paar honderd meter verder. Op een of ander manier levert die draaiing een behoorlijk kracht op, want het water moet ook nog omhoog gedrukt worden. Ingenieus en gratis.

Hoe zou het thuis zijn?
In het gesprek met A&E wordt ook enkele keren het einde van de tocht aangeroerd. Morgen wordt de laatste wandeldag. Nog even dertien kilometer naar het Abiksko Touriststation. Een afscheid van de natuur en van de muggen. Jammer. Hopelijk betekent dat ook weer contact met thuis. Al zes dagen hebben we geen telefoonverbinding. Vroeger vond je dat heel normaal, maar nu ben je gewend om overal en nergens even met de rest van de wereld te praten. Dit keer vind ik het wel jammer, want ik had graag gehoord hoe het einde van Maximes vakantie en de terugreis is geweest. Ook voor Judith en Linda is het niet leuk zo'n lange tijd zonder teken van leven. Gelukkig hadden we het tevoren al verteld dat die kans er in zou zitten. Hopelijk morgen weer contact. Altijd goed om elkaars stemmen te horen. Op naar morgen.
uitmonding van de rivier Kamajakka in het Abiskojaure
Morgen gaan wij door het bos aan de andere oever naar Abisko, het eindpunt van onze tocht







Abiskojåkka

Maandag 24 augustus, wandeldag 11
Van Abiskojaure naar Abisko Turiststation: ± 4,5 uur inclusief rusten, ± 130m klimmen, ± 320m dalen, ±14 km



Beginnend als de uitstroom van het Abiskojaure meer maakt de Abiskojåkka nog niet direct een bijzondere indruk. Halverwege wordt hij al wat breder. Leuk om enkele foto's van te maken. 
het meer gaat over in de Abiskojåkka
de Abiskojåkka halverwege Abiskojaure en Abisko Turiststation
Maar de apotheose voor ons, die in Abisko de wandeltocht beëindigen, zit in de laatste zeshonderd meter. Het water heeft zich er in de loop der tijden door een rotsformatie heen gevreten. Daar perst het zich met geweld tussen rotswanden door. Wit van de luchtbellen snelt het water beneden aan je voorbij. De finale driehonderd meter heb je er niet voortdurend zicht op, omdat het wandelpad om rotsen en door bossages wordt geleid. Vlakbij de eindpoort van het Kungsleden zie je hoe al dat water door een rotsgat onder de tweebaansweg en de spoorlijn getrechterd wordt. Waar het water kilometers terug nog veertig tot vijftig meter uitdijde, raast het daar kolkend samengedrukt voorbij.


Een dag later, op onze reservedag, zagen we dat het water aan de andere kant nog honderden meters tussen de rotsen klieft om daarna weer langzaam uit te waaieren en tenslotte als een ondiepe, honderd meter brede stroom langs verschillende takken in het enorme Torneträsk meer uit te monden. Goed dat wij hier eindigden en nog een reservedag hadden om alles nog een keer op ons gemak te bekijken. Schitterend. Niet verwonderlijk dat al in het begin van de vorige eeuw hier toeristen naar toe kwamen om van deze natuur te genieten. En met recht. Nog steeds is dit een grote trekpleister. 


Frank langs de Abiskojåkka met op de achtergrond het Abisko Touriststation

uitstroom van de Abiskojåkka in het Torneträsk meer

Parfum en shampoo
Om dit alles te zien was ik vanochtend al om halfzes wakker en uitgeslapen. Niet vreemd als je de avond tevoren om negen uur bent gaan slapen, nadat je uitgekeken bent op de zoveelste sudoku. Het bezoek aan het supertoilet was net op tijd. Frank en ik moeten iets verkeerds gegeten of gedronken hebben. Daarna voor de laatste keer een wasbeurt in de natuur, dit keer aan de oevers van het meer. En na een rustig ontbijt in de eetkeuken voor de kampeerders zijn we klaar voor de laatste etappe. 
vertrek vanaf Abiskojaure
We zijn de eersten als we kwart over acht het kamp verlaten. Eerst weer over de hangbrug waarover we zijn binnengekomen en daarna links af langs de zuidelijke oever van het Abiskojaure.
aan de rechterkant zijn we begonnen aan het stuk langs het Abiskojaure

Het pad zit mee, lekker vlak, weinig keien, en daalt geleidelijk richting Abisko. We hebben er zin in. Al na een uur bereiken we de enkele hutjes ter hoogte van de uitstroom van het meer, waar de Abiskojåkka begint.

Tot dat moment hebben we nog geen wandelaar gezien. Na een rust gaat het in hetzelfde tempo verder in deze ontvolkte wereld. Zou het maandag-effect zo groot zijn? 
Dat is niet zo. De starters aan het Kungsleden pad vanuit Abisko beginnen alleen later. Vanaf halftien worden we door steeds meer mensen tegemoet gelopen, die nog heerlijk ruikend naar parfum en shampoo aan hun eerste kilometers zijn begonnen. Die luchtjes zullen ze de komende dagen wel kwijt raken, schat ik in.

Vijf kilometer voor het Abisko Turiststation (ATS) ligt voor de kampeerders, die niet bij het ATS willen slapen een bivakplaats in een stukje bos dicht bij de rivier. Als wij er tegen  elfen passeren worden de laatste tenten afgebroken. Het kost blijkbaar moeite om op gang te komen. Misschien hebben ze gisteren een vermoeiende aanreisdag gehad?

Volgens de beheerder van Abiskojaure moet je van hier weer contact met een telefoonnetwerk kunnen krijgen. Mijn G3 telefoon doet een dappere poging, maar blijft op mijn display steken in een kaal antenneteken; geen verbinding.  Frank daarentegen met zijn G4 smartphone, het woord zegt het al, kon na zeven dagen een blije Linda vertellen dat hij nog in leven was. Het had haar doen denken aan oude tijden, toen Frank tijdens oefeningen uitging van het principe 'geen bericht, goed bericht'. Maar naar mate je ouder wordt, wordt je ook smarter.  
Bij een van de laatste stroomversnellingen halen Anneleen en Evert ons weer eens een keer in. Het laatste natuurnieuws wordt uitgewisseld. Nauwelijks geslapen hebben ze de afgelopen nacht door de snurkers in hun hut. Ze kijken uit naar de tweepersoonskamer, die ze inmiddels hebben gereserveerd in het ATS. Eindelijk weer een beetje privacy.

Powerlunch
Op het laatste stuk langs de Abiskojåkka genieten we van het natuurgeweld. Wennen is het daarna aan het geluid van auto's als we de tweebaansweg naderen. Ook al komen er maar weinig voorbij, dit is het eerste teken dat de bewoonde wereld naderbij komt. Het houten poorthuisje vormt tenslotte een markant punt ter bevestiging van de voltooiing van onze Kungsleden.

Het Abisko Turiststation, vernoemd naar het nabijgelegen treinstation, blijkt een aaneenschakeling van drieverdieping hoge, stenen hotelgebouwen met centraal een groot grasveld met picknickbanken. Alles ademt de focus op de sportieve vakantie. Overal wandelaars, wandelstokken, rugzakken en zelfs een standaard met een groot weeghaak waarmee je het gewicht van je rugzak kunt vaststellen. Verderop in de richting van Abisko staan nog een aantal vakantiehuisjes en daar achter, weggestopt in een berkenbos, is de 'Tältplats'. Om langzaam te ontwennen schrijven wij ons later die middag in voor de laatste overnachtingsmogelijkheid.

Anneleen en Evert zitten al aan een picknicktafel. Van hen horen we dat de trein de komende dagen niet rijdt. Daar zijn we echter nog niet echt mee bezig. Eerst ga ik eindelijk controleren of er na zeven dagen de beloofde verbinding is met een telefoonnet. Hè, Hè, het werkt. Daar blijft het dan ook bij, want zowel op de mobiele telefoon als op de vaste telefoon wordt niet opgenomen. Zo erg zitten ze dus niet op mij te wachten. Als troost ontvang ik nu wel een verlate sms van Maxime van twee dagen geleden. In ieder geval weet ik zo dat ze weer heelhuids en tevreden terug is uit Spanje en zelfs alweer gewerkt heeft tijdens een festival in Apeldoorn. De wereld is gelukkig gewoon doorgegaan, alleen hebben wij van alles gemist in onze natuurcocon. Even later gaat de telefoon en meldt Judith zich alsnog. Heerlijk om na al die dagen haar stem weer te horen en te kunnen melden dat alles oké is en we elkaar toch wel gemist hebben.
We gaan het restaurant van het ATS binnen. Beiden hadden we na al dat poedervoer een enorme omelet in gedachte. Het werd een virtuele omelet, maar in plaats van die omelet was er een lopend buffet als lunch voor SEK 110. Niet een paar Nederlandse broodjes maar een echt warm buffet, met heerlijk vlees, gebakken aardappelen, tomaten met feta, cous-cous, sla, kool, boontjes. Wauw. Of zeggen ze in Zweden wow?
Je mocht ook eten van een bord en er was bestek. Er waren tafels in plaats van platte stenen en je hoefde niet op een zeiltje op de grond te zitten. We hebben twee rondes langs het buffet gemaakt. Pas een uur later en een kilo zwaarder zijn we aan de verdere verkenning van dit mooi ingerichte gebouw begonnen. We zien een bibliotheek, twee zitkamers, een ruime lounge en flinke winkel met alle outdoorbenodigdheden die je maar wenst. 






Drie kwartier later komen we eindelijk weer buiten om aan A&E verslag te doen. Ze vermaken zich nog steeds op het grasveld, omdat ze pas vanaf drie uur vanmiddag op hun kamer mogen.

'Tältplats'
De wandeling zit er op en onze lichamen voelen dat. Diverse spieren, die zich tot nu toe wel gemeld hadden, beginnen nu te protesteren. Dat mag. We slenteren richting 'Tältplats', passeren daarbij het museum over de lokale Samicultuur. Na twee parkeerplaatsen en een slingerpad bereiken we een, naar onze veranderde maatstaven, keurig sanitairgebouw met daarachter een dun berkenbos met vele kleine open plekken. Het is er nog niet druk als wij arriveren. 
We bouwen de tent weer op. Dit keer voor de laatste twee dagen. Het volgende hoogtepunt volgt in de vorm van een douche met een regelbare knop, waar echt heet water uitkomt. Een weldaad voor een onwillige spier in mijn rug, die steeds rebelser wordt. Ik gebruik ook een geparfumeerde douchegel van een voorganger. Met tevredenheid spoel ik nu al een stuk van de natuurlijke geur weg. De ban is gebroken.



Een laatste oprisping

Reservedag, Dinsdag 25 augustus


Torneträsk
Wat ga je op je reservedag doen als je net tweehonderd kilometer hebt gewandeld? Natuurlijk, wandelen. En niet zo'n klein beetje ook. Zoals ik al in het vorige bericht beschreef verkenden we eerst de laatste kilometer van de Abiskojåkka. Lekker zonder rugzak over een soort leerpad naar de oever, waarbij we onderweg leerden op wat voor begroeiing we de afgelopen weken hebben geslapen; dwergberken en verschillende soorten lage bessenstruiken.


Met gevaar voor natte voeten hebben we nog paar oversteken gemaakt naar eilandjes bij de monding van de Abiskojåkka in het Torneträsk meer. Een gigantisch meer van meer dan zeventig kilometer lang. 

Daarna zijn we langs de oevers van dat meer richting het dorpje Abisko gelopen. Op onze weg door de bush terug naar de bebouwde kom passeerden we allerlei onderzoeksvelden van het nabijgelegen wetenschappelijk onderzoekscentrum. 
Ook stuitten we vlakbij het instituut nog op een oude Samihut. Misschien een replica om de wetenschappers enthousiast te houden tijdens hun onderzoek naar de invloed van de milieuveranderingen door de mens. 

Willy Wonka in Abisko


Eerst maar koffie drinken in het lokale wegrestaurant bij het tankstation. In hetzelfde gebouw zit een snoepwinkel, waar we ons vergaapten aan grote bakken vol snoep. En als ik zeg snoep dan bedoel ik ook snoep. Verder stond het vol met pallets met zoete frisdranken, veel Amerikaanse lekkernijen en nog twee hoeken met outdoorspullen en gereedschap. Een winkel van sinkel rondom snoep. Volgens de verkoper zijn Zweden enorme zoetekauwen. Dat moet wel met zulke voorraden. Willy Wonka is er niets bij.
foto's van deze winkel van internet gehaald

Te grote gebouwen
In het dorp zagen we ook een vreemd, hoog robuust gebouw bij het station, dat totaal niet past bij de overige houten huizen. Een oude man legde ons uit dat het dorp vroeger zijn eigen stroomfabriek had om de treinen van elektriciteit te voorzien. 



Waar we ons ook over verbaasden was de omvang van het schoolgebouw.
Waar moeten al die leerlingen vandaan komen? We zijn dat niet gaan vragen, maar naar de supermarkt gegaan om ons ook daar weer te verwonderen over het vele snoepgoed en de grote stukken vlees, waaronder natuurlijk rendier, in de verschillende vriezers. Beladen met veel goedkoper eten dan in de winkeltjes onderweg op het Kungsleden zijn we de drie kilometer teruggelopen naar het Abisko Turiststation (ATS) voor het lopende warme lunchbuffet. Dit keer vis met salade en aardappelen. Weer twee rondes gelopen natuurlijk.

Njulla
Die energie hadden we ook weer nodig voor het middag programma; met de skilift omhoog naar de berg Njulla ten westen van het ATS (1164m hoog). 's Winters is het hier een druk skigebied, maar nu viel het aantal wandelaars mee. Wij zijn niet blijven hangen bij het restaurantterras boven bij het einde van de lift op 900 meter. Het was al drie uur en om vier uur sloot de lift. Toch wilden we nog 'even' naar de top van de Njulla om onze energie kwijt te raken en te kijken wat daar het panorama zou zijn.

In vijfendertig minuten waren we boven, 260 meter hoger. Een mooie afkicker om zonder bepakking lekker snel omhoog te lopen. Boven hadden we schitterend uitzicht op de Noorse bergen ten noorden van het Torneträsk meer en in zuidelijke richting op de E10 autoweg, die zich samen met de spoorlijn langs het ATS en Abisko slingert. 
ingezoomde opname vanuit de skilift van het Abisko Touriststation

Onder dreiging van naderende donkere regenwolken zijn we niet te lang op de top gebleven. De afdaling moesten we zoals al gepland helemaal naar beneden maken, omdat de lift al was gestopt. In een ruk liepen we in vijf kwartier van de top naar beneden tot het basisstation van de lift. Daarmee hadden we onze dagelijkse dertig minuten bewegen weer ruimschoots gehaald op deze reservedag.

Afscheid
De avond van de reservedag sloten we gezellig af met Anneleen en Evert in een mooie zitkamer op de tweede etage van het Abisko Turiststation. Een kamer die geheel in het teken staat van Samikunst. Hij is mooi aangekleed met Sami-wandkleden, oude foto-opnames van de Samibevolking en Sami-tekeningen Het mooist was echter het uitzicht naar buiten. Een laatste avond met een drankje in de hand, zittend in luie stoelen, een goed gesprek met een terugblik op de wandeling en zo nu en dan een blik naar die ondergaande zon die de lucht roze kleurt. Een mooie afsluiting.
Het Torneträsk meer vanuit het Abisko Turiststation




Terugreis: te laat en te lang

Woensdag en donderdag 26 en 27 augustus

Ruimbagage op je rug en handbagage in de hand zo hoort het als je vertrekt

Te laat
De volgende twee dagen was van alles te laat. Wij niet. Wij stonden om halfelf ruim op tijd bij de bushalte. Maar de bus uit Narvik stond met pech bij de Noors-Zweedse grensplaats Riksgränsen. Sommige mensen begonnen te liften om nog op tijd vanmiddag te kunnen vliegen vanaf Kiruna Airport. Een wel heel krappe en risicovolle tijdsplanning. Tegen halfeen kwam de vervangende bus. De trein, die we vermeden hadden om in Kiruna niet zo'n eind naar het hotel te hoeven lopen was al lang weg. 
de karakteristieke skyline ten zuid oosten van Abisko
De Abiskovallei is bekend om zijn wolkenvrije luchten had ik ergens gelezen. Het maakte zijn naam waar. We waren de vallei nog niet uit of de zon was verdwenen en al tijdens de lange rit langs het Torneträsk meer begon het licht te regenen. Ook nu bleek weer de flexibele aanpak van de buschauffeurs. De bus stopte niet in het centrum van Kiruna maar reed eerst door naar het vliegveld om enkele passagiers daar af te zetten in de hoop nog een aansluiting mogelijk te maken.

Te lang
In Kiruna wachtte ons de teleurstelling dat het Bishops Arms Hotel was vol geboekt. We werden doorverwezen naar het nabij gelegen Hotell City, een combinatie van een hotel en hostel. In het hotel was geen plaats meer, maar gelukkig nog wel in het hostel-deel, waar de prijzen ook nog beduidend lager waren. Van dat geld zijn we weer gaan eten in de Bishops Arms.
Op de tweede reisdag liepen we het ontbijt mis en zijn we een beetje gaan rondzwerven door downtown Kiruna. Het kleine winkelcentrum bij de Bishops Arms was nog gesloten en alle overige horeca ook. Tenslotte hebben we in het 'Folkets Hus' met de lokale bioscoop, VVV en congrescentrum, een eerste koffie met een klein broodje kunnen vinden. Toen de congreszaal leeg liep vonden we ons niet meer zo passen in het publiek en zijn we maar de rugzakken in het hotel gaan ophalen. 
Kortom het gebruikelijke gehang om de tijd te doden tot het vertrek van de bus naar het vliegveld. Tussen elf en twaalf hebben we ten leste nog iets meer ontbeten in het restaurantje, dat ook als wachtlokaal dienst doet voor het busstation. Het is verder een goede dag om te vertrekken. Het is koud en bewolkt in Kiruna.

Te laat en te lang
De speciale bus naar het vliegveld vertrekt natuurlijk niet van het busstation. Dat is te simpel. Hij vertrekt aan de overkant tegenover het stadhuis. Als we vertrekken naar het vliegveld begint het buiten te regenen. We moeten hier echt weg. Ook op het vliegveld hebben we weer ruim de tijd. Het inchecken gaat snel en het vliegtuig komt te laat. Maar dat maakt het vliegveldpersoneel voor een deel goed door snel in en uit te laden. 
Dit keer hadden we de vervolgreis naar Schiphol geboekt via Stockholm en Zurich. Anders komt de dag niet vol. In Stockholm waren geen echte bijzonderheden. Drie uur later loop je daarom door luxe vliegveldgangen, met reclame voor dure horloges en Emmertalerkaas en eet je een Zwitsers menu. Om in stijl te blijven vertrekt dit vliegtuig ook weer een kwartier te laat, maar tenslotte bereiken we bijna op tijd om 22.45 Schiphol. 
We bellen al vast naar huis dat alles goed gaat. Een uur later bellen we weer dat het niet zo goed gaat met onze bagage. Alle passagiers staan ongeduldig te wachten tot de transportband nu eindelijk iets gaat uitbraken. Passagiers van andere vliegtuigen zijn al weer weg. Vlak voor middernacht zitten we tenslotte in de trein en kunnen we deze reisexercitie afsluiten. Op naar huis met een prachtige ervaring rijker.

Alle dagberichten zijn in deze pagina aaneengeregen. Het verslag is afgesloten
voor tips en ervaringen ga naar mijn Review

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen