Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Grote Rivierenpad 2014-2016

Van Hoek van Holland naar Maassluis 
19 maart 2014 

Weinig rivier

"Veel kassen hier, !".
"Dat kun je wel zeggen".
"Weet jij nou waar de Nieuwe Waterweg loopt?"
"Het moet ergens aan onze rechterhand zijn, want we lopen naar het oosten. Ik neem aan vlak bij die kranen in de verte".


Kassen van het Westland gezien vanaf de Nieuwlandse Dijk bij Hoek van Holland

Dit is de korte samenvatting van onze gesprekken tijdens deze eerste wandeling op het Grote Rivierenpad. Geen hoogstaande discussie dus. Het is dan ook slechts de weergave van een 360 graden waarneming, die kilometers lang hetzelfde bleef.

We lezen voor de zekerheid nog een keer de korte beschrijving op de achterzijde van de gids

"Het Grote Rivierenpad (276km) volgt de oer-Hollandse rivieren Nieuwe waterweg, Oude Maas, Lek, Linge en Waal. U wandelt langs bedrijvige havens, over kades en dijken, terwijl kolossale schepen statig voorbij 'schuiven'. Struinend door de uiterwaarden gaat het verder naar Duitsland."

Dat sprak ons nog zo aan. Je denkt dus dat je lekker langs rivieren gaat lopen. Maar dat is slechts ten dele zo. Je komt in de buurt van rivieren. Je loopt eigenlijk door een landschap dat sterk door die rivieren is beïnvloed. Met enige regelmaat zie je daarbij ook de rivier.

Dat zien we, nu we de kaartjes wat beter bestuderen. Eigenlijk is het thema van dit pad het rivierenlandschap. Niet alleen de rivier, maar ook het ontstaan en de overlevingsstrijd van generaties op de omringde oevers, zandwallen en polders. Wellicht heeft Jac. P. Thijsse dat ook zo bedoeld. Zijn Verkade-album uit 1938 vormde de inspiratiebron voor de gids. Daarom niet getreurd, wij zullen zeker weer met plezier door dit landschap gaan wandelen en zijn benieuwd wat de routeontwerpers voor ons in petto hebben.



Het Noorderhoofd
Winderig was het op het Noorderhoofd, de lange dam die bij Hoek van Holland de zee in steekt. Om er te komen waren we vanaf station 'Hoek van Holland Strand' er niet rechtstreeks naar toe gewandeld, maar via een omtrekkende beweging door het natuurgebied de Dixhoorndriehoek. Een prachtig binnenduingebied met meertjes, smalle paadjes door het struikgewas en zanderige duinen.


Als je de markering van het Hollands Kustpad in omgekeerde richting volgt klim je tenslotte over de laatste duin om daarna het brede strand bij Hoek van Holland te betreden. Een magnifiek gezicht en voor Jack een eldorado.


Vanaf de duinen stonden we na een kwartier oplopen tegen de sterke wind eindelijk op het Noorderhoofd. Om ons heen een breed panorama. In zuidelijke richting de realiteit van geld verdienen met havens, hijskranen, windmolens en grote schepen. In noordelijke richting het strand met de paviljoens, het gebied om te ontspannen en het geld weer uit te geven. Met deze wind en temperatuur moet het geld uitgeven nog opgang komen. Van het geld verdienen was ook niet veel te merken. Op deze 19e maart hadden de kolossale schepen, die de gids aankondigt, blijkbaar een ruhetag, want in het korte stukje langs de Waterweg zagen we niks voorbij 'schuiven'.
Het Noorderhoofd, beginpunt van het Grote Rivierenpad
Nieuwe Waterweg
Op het Noorderhoofd begint het Grote Rivierenpad. Met de Nieuwe Waterweg aan onze rechterhand starten wij onze eerste kilometers richting de bebouwde kom van Hoek van Holland. Rechts zien we de Maasvlakte met daar de contouren van een afgemeerde tanker met fel rode koepels met vloeibaar gas.

Voor ons uit doemt de nieuwe 'Verkeerscentrale Hoek van Holland' op. Samen met de andere centrale in Rotterdam wordt van daaruit al het scheepvaartverkeer in de Rotterdamse haven aangestuurd. Een gebied dat zich over een lengte van 40 km uitstrekt tot aan Dordrecht.

De verkeerscentrale ligt niet toevallig op deze plek. Van hieruit overzie en beheers je deze belangrijke toegang naar de havens van Rotterdam. Dat zagen de landverdedigers al in vroegere tijden. Voordat we de verkeerscentrale bereiken passeren we eerst het Atlantikwall museum, dat gevestigd is in een Duitse geschutsbunker uit de Tweede Wereldoorlog, ooit bedoeld om een geallieerde invasie te weerstaan.

Even verder volgt het 'Fort aan den Hoek van Holland'. Een voormalig pantserfort lees ik op de website van het daar gevestigde Nederlands Kustverdedigingsmuseum:

Toen in 1872 de Nieuwe Waterweg gereed gekomen was, beschikte de haven van Rotterdam over een korte en open verbinding met de Noordzee. Door deze verbinding nam ook de strategische Waarde van de Rotterdamse haven voor het achterland toe.
Mede hierdoor was het noodzakelijk om de Maasmond te beschermen tegen een vijandelijke vloot die een doorvaart naar Rotterdam zou willen forceren, of tegen een vijandelijke vloot die landingstroepen op het strand nabij de Maasmonding zou afzetten, om op deze wijze de controle over dit vaarwater te krijgen. Daarom ontwierp men een Pantserfort met zwaar kustgeschut, welke verder moest dragen dan het geschut op de toenmalige oorlogsschepen. Deze oorlogsschepen zouden dan tijdens een aanval binnen het bereik van het kustgeschut komen,zodat men ze tot zinken kon brengen.

Wij lopen door en passeren de politie- en loodshaven. Onderweg kijken we even op van de ANWB bewegwijzering naar Engeland. Het is snel duidelijk dat ze leiden naar de terminal van de grote ferry's, die daar beladen worden voor hun tocht naar Harwich.
Trek in koffie krijgen we, maar om die te stillen in 'Het Vispaleis' of bij de 'Hoekse Vishandel' staat ons niet zo aan. Bij het station 'Hoek van Holland Haven' slaan we links af om ons geluk te beproeven in het 'echte' Hoek van Holland. Daarbij kom ik er meteen achter dat Hoek van Holland veel groter is dan het beeld dat ik had bij mijn start voor het Hollands Kustpad, enkele jaren geleden. Ik zie nu dat de bebouwde kom veel groter is dan de paar straatjes bij station 'Strand'. En dan te bedenken dat Hoek van Holland ooit is begonnen als een kamp voor de arbeiders, die tussen 1866 en 1872 de Nieuwe Waterweg door de duinen groeven. Nee, ze hebben hier niet stil gezeten.


Kassen, bos, kassen, polders, kassen

Na onze pauze leidt het pad verder weg van het water en kijken we kilometers lang naar kassen. Eerst pal ten noorden van Hoek v H. We vragen ons af waarom die kassen zo hoog zijn als de meeste planten die we zien niet hoger reiken dan een halve meter. Het antwoord volgt een uur later als we zien hoe de tomaten zich opstuwen tot grote hoogte.
Het is een vreemde onbekende glaswereld, waar bijna alle meters zijn volgebouwd en de laatste vrije ruimte wordt ingenomen door sloten, weteringen en waterbekkens. Als grasmaaier of bewaker signaleren we tot onze verrassing ook een aantal lama's. We fantaseren hoe het is als je 's nachts iets uit deze wereld achterover zou willen drukken. Eerst moet je over een waterhindernis en als je aan de overkant omhoog kruipt spuugt er een lama in je oog. Dat lijkt me leuk schrikken.

een van de vele bunkers (foto geleend van website 'wandelen in beeld'

Deze criminele gedachten worden gelukkig weggedrukt bij het Staelduinse Bos. Een prachtig groot, oud bos waar volgens de beschrijving in de gids de vissers vroeger met stalen pennen hun netten in vastzetten. De rivier die wij al een tijd niet meer zien, heeft hier dus vroeger tot bij dit bos gelopen. Het is trouwens het enige bos in de wijde omtrek. Het verbaast ons daarom dat de Duitsers dit opvallende bos vol geplant hebben met bunkers. Je hoefde alleen maar deze voor de hand liggende plek plat te gooien om hun munitievoorraad te treffen, bijna altijd raak. Maar deze theorie klopt toch weer niet, want de bunkers staan er in het oostelijk deel van het bos nog opvallend stevig bij. Al deze wijdlopende gedachten komen vanzelf op tijdens de 4,5 km kassen als horizon aan onze linkerhand en de eentonige dijk van de Oranjepolder onder onze voeten.

Kerkepad of Klompenpad?
Pas na de passage van de westelijke oordrand van Maassluis wordt het weer mooi op het Dijkpolderpad. Dit kerkepad loopt net als een klompenpad ongeveer 2 km zig-zag dwars door de weilanden. Je loopt over een lange rits tegels en over slootplanken midden in een grote groene vlakte, met aan de horizon twee molens en het silhouet van Maasland. Prachtig. Met nergens in de directe omgeving een weg is het wel duidelijk dat dit de kortste route is naar de kerk van Maasland.


midden in de Dijkpolder met zicht op Maasland

De weg naar de kerk gaat zoals gehoopt over mooie, oude straten, met oude huizen aan weerzijde van het beeldbepalende afvoerkanaaltje 'De Zuidgaag'. Maar voordat je bij de Kerk komt herinnert de dominee je toch nog even aan het eindige van dit bestaan. Je passeert namelijk het sinistere toegangshek van de Oude Algemene Begraafplaats aan de Commandeurskade. Daarmee bereik je even later toch wat ingetogen het Kerkplein.

Toegangshek van de Oude Algemene Begraafplaats

Brug over de Gaag naar de Kerkstraat in Maasland

De Zuidgaag in Maasland

Na de interessante omtrekking van de kerk over het kerkplein, lopen we weer verder langs de Zuidgaag met een korte rust bij taverne De Pynas. De Zuidgaag blijft daarna ons houvast als we aansluiting zoeken naar de Vliet. Die Vliet voert ons namelijk naar het eindpunt in Maassluis.

Noordvliet in Maassluis met op de achtergrond de Montersche Sluis

brug in de Marnixkade in Maassluis

Maassluis, de oude stad met zijn centrum en haven, die ons eindelijk weer terugbrengt bij de Nieuwe Waterweg. Je loopt eerst langs de Zuidvliet, om later via de Noordvliet te eindigen bij de Montersche Sluis. Daar zie je weer even heel goed hoe veel meter wij onder waterspiegel leven. Eigenlijk staan onze huizen al eeuwen onder water, ook zonder hypotheek.
De Kolk in Maassluis met de sleepboten van het Sleepvaart museum

Op het laatste stuk langs de Kolk met de mooie oude sleepboten van het Sleepvaart museum scoren we nog een goede daad bij het aanschouwen van een herkenbaar beeld. Moeder, oma en kind komen net terug van boodschappen doen en parkeren de auto bij de haven. Moeder opent het portier voor oma en kind. Ze loopt vervolgens naar de achterklep om haar armen vol te laden met boodschappen, laat haar sleutels vallen, kijkt hulpbehoevend om zich heen en constateert dat ze de laatste op aarde is; oma en kind zijn allang weg. Dan verschijnt daar die snel reagerende wandelaar, die haar redt. Dankbaar kijkt zij hem aan. Trots loopt hij weer door.
Een windvlaag rukt drie meter verder het kleppetje van het hoofd van mondje wandelaar en dan rent hij wederom, voordat het ding de haven in vliegt. Dan zijn oma en kind natuurlijk net weer terug en hoor ik gelach achter mij.
Laten we maar naar het station gaan.

Pakhuizen langs de Kolk van Maassluis




Van Maassluis naar Rotterdam-Hoogvliet
2 april 2014



Verstilde hectiek

De overtocht
Nee, een aluminium frame was het niet. Gelukkig kon ik nog net uit mijn beperkte fietskennis 'Titanium zeker?' ophoesten. Wij, de fietser en ik, zaten op een boeienbak van het veer over de Nieuwe Waterweg van Maassluis naar Rozenburg. De overtocht duurt niet zo lang, een minuut of acht schat ik nu. Ik weet het niet meer, omdat ik in die acht minuten het medisch dossier van de fietser heb besproken. Hij was nu 65 jaar oud en niet zo lang geleden had hij de knoop doorgehakt. Zal ik die dure titanium fiets nu nog wel of niet meer kopen voor die vijf jaar? Blij was hij, dat hij het had gedaan. Het reed super. Na enkele vragen over het rijgedrag van de superfiets, stelde ik de ietwat naïeve vraag; 'Maar hoezo voor vijf jaar? Wordt er na je zeventigste niet meer gefietst?'.
'Nou, weet je, ik heb al geluk dat ik hier zit. Dus of ik over vijf jaar nog fiets, dat weet ik niet.' Ik kon niet meer terug. Het was ook geen vervelende vent. Daarom vroeg ik; 'Hoezo?'.

Twee jaar geleden was hij op de Calandbrug van zijn fiets gevallen en had een voorbijganger hem gereanimeerd. 'Mijn pacemaker was op hol geslagen.' Daarmee was zijn hartslag naar de driehonderd gestegen en was de circulatie vreemd genoeg niet gestegen, maar afgeknepen. 'De hartkamers slaan dan helemaal leeg.', verduidelijkte hij.
Maar hij had het gered en kon nu weer sporten; fietsen en schaatsen. Met voetballen was hij gestopt, te gevaarlijk voor die pacemaker. 'Maar ze hebben tegenwoordig mooi spul hoor. Ik heb nu een kastje bij me'. Hij wees op een plek ergens boven zijn hart. 'Dat is een pacemakerregulator en een AED (automatische externe defibrillator) ineen. De dokter kan het ook uitlezen op de computer. Hij zag laatst precies wanneer ik tijdens het schaatsen koffie had gedronken'. We waren intussen bij de overkant en ik wenste hem veel fietsplezier. Hoe het er op het water van de Nieuwe Waterweg uitziet, zie ik wel op de foto's van Frank.

Terugblik op Maassluis vanaf Rozenburg

Hectiek
We begonnen aan onze wandeling over de dijk van Rozenburg met de vaststelling dat wij onze zegeningen soms wat meer mogen tellen. Daarna waren we, ongelooflijk bij een dijk, meteen de weg kwijt en liepen we weer vijfhonderd meter te ver door. Zicht op de 7e Petroleumhaven was daarvoor ons loon. Een aaneensluiting van kanalen, bruggen, en havens volgde. Eerst een kilometer langs het Calandkanaal, dan de Calandbrug met aan deze kant zicht op de ertsoverslag in de Brittanniëhaven en aan de overkant de enorme betonnen windbrekers. Al deze namen kende ik nog niet echt, maar met een gids in de hand en Google maps op je computer, wordt je een kenner. 

Eenmaal over de brug zagen we de Neckarhaven, het Hartelkanaal en Europoort met al die olieopslagtanks. Trots meldt Vopak op zo'n tank dat ze er driemiljoendriehonderdduizend kubieke meter kunnen opslaan. Het is een lang woord, dus dat moet wel veel zijn. Vermenigvuldigd met duizend heb je het aantal liters en een nog langer woord.
Tussen al deze industriële activiteiten persen zich ook nog de A15 en de havenspoorlijn die aansluit op de Betuwelijn. Overal actie, lossende en ladende schepen, varende schepen, voorbij trekkende lange goederentreinen, veel vrachtauto's en op de fietsbrug over het Hartelkanaal op dit uur van de dag de grijze golf op scooters en elektrische fietsen. Alles golft hier.


olieopslagtanks langs het Calandkanaal

7e Petroleumhaven

Calandbrug met de betonnen windbrekers op de achtergrond
Calandsbrug
Brittaniehaven
binnenvaart met brandstof op het Hartelkanaal
Blik vanaf de Harmsenbrug op het Hartelkanaal en Europoort
Stilte
Als je eindelijk over de Brielsebrug naar de andere kant van het Brielse Meer bent gelopen duurt het nog een tijd voordat het verkeerslawaai wegsterft. Langzaam komt er meer natuur. Dat wordt al meer bij de naturistencamping, waarvan de dunne struikenstrook eromheen nog niet echt in blad staat.
Je krijgt nu het vreemde beeld dat je in een redelijk stille, groene wereld loopt, maar op de achtergrond achter de dijken aan de overkant van de twee kanalen zie je de bovenkant van opslagtanks, hoogopgestapelde containers en pijpen van de petrochemie. Versterkt wordt die tegengestelde sfeer nog door de kleine rustige dorpen met hun oude kernen. Achtereenvolgens trekken we door Zwartewaal, Heenvliet en Geervliet. In onze gids lezen we over de dagen dat deze dorpen nog aan het open water lagen en leefden van de handel en de visvangst. Tot aan de Doggersbank schijnen ze actief geweest te zijn. Te zien aan de smalle haventjes ging dat in kleine bootjes.
Nu is de bevolking actief tegen windmolens. Overal hangen affiches. Missen wij iets? Alle molens staan er al. Thuis lees ik op internet bij een beschrijving van de protestbijeenkomst begin dit jaar;
De bewoners wisten niks van de bouw tot de eerste assen verschenen en zij op 28 januari tijdens een bijeenkomst in Zwartewaal hoorden dat er maar liefst acht windturbines gebouwd zouden worden.
Het zijn stille, slaperige dorpen. Dat moeten ze zo houden, dat is hun kracht.
Kerk van Zwartewaal
Binnenkomst van Zwartewaal via het Noordeinde
Bij de markt van Heenvliet

Kaaistraat in Geervliet met op de achtergrond het stadhuis
Kerkstraat in Geervliet
De dijken van het Hartelkanaal met het achtergelegen Botlekgebied

Na elf kilometer zijn we blij dat we aan de stille paardenmarkt van Heenvliet koffie mogen drinken in 'Het Hofje van Heenvliet'. Het is een soort leerwinkel waar jonge meisjes hun best doen je zo beleefd mogelijk te bedienen. Alle kleuren van de regenboog hebben de taartjes in deze aandoenlijk roze winkel. De taart van de dag was de monchoutaart. Nou, dan heb je een goeie dag.
Natuur in de stad
Spijkenisse is met zijn ruim 70.000 inwoners duidelijk geen dorp meer. Toch heeft het langs het Hartelkanaal twee mooie bossen. Aangelegde natuur, maar wel aangenaam wandelen. De hectiek keert weer terug bij de Spijkernisserbrug. Een hefbrug over de Oude Maas, die verbindt met Rotterdam Hoogvliet. Als wij aankomen gaat hij net omhoog om een grote coaster stroomopwaarts te laten passeren. Een mooi gezicht. Ook heb je hier weer een goed uitzicht op de Botlekbrug en de achterliggende bedrijvigheid.



Wij staan op het fietspad van de brug. Als de brug weer opengaat wordt er blijkbaar ook een adrenalinekraan opengezet. Om het vege lijf te redden voor de aanstormende scooters, wielrenners, fietsers, stellen wij ons verdekt op achter veilige pilaren. Alles vecht om zo snel mogelijk thuis te komen. Volgens de wegenverkeerswet is dit het zogenaamde 'langzame verkeer'. Als de voorste horde spitsverkeer voorbij is, wagen wij onze eerste sprong. Na twee tussendekkingen bereiken wij de overkant. We gaan aan de noordkant onder de brug door en even later lopen we door de schitterende grienden langs de Oude Maas. En ook al weet je dat de blokkendozen van Hoogvliet vlakbij zijn, je waant je in een wildernis. Prima keuze van de routeplanners en een mooi einde aan deze 24 km.





Als we metrostation Zalmplaat hebben gevonden genieten we ook van deze hoge manier van vervoer. In plaats van onder de grond rijdt je op dijken en palen. Dichter bij het centrum rijdt je ter hoogte van de tweede en derde etage en krijg je inzicht in de Rotterdamse wooninrichting. Je kunt zo volop genieten van het huiselijke leven. Vlak voor je onder de grond gaat zie je nog een glimp van de Erasmusbrug en de Maashaven met zijn binnenvaartschepen. Mooi. Rotterdam doet er alles aan zich te laten zien.




Van Hoogvliet naar Barendrecht
24 november 2014

Hollandse mangroven

Redelijk weer had de weersverwachting al de hele week aangegeven voor deze vrijdag. Koud was het ook niet. Regenachtig wel. Of misschien is miezerweer een beter woord. Het regende niet echt en toch werd je nat. Ook in je jas want omdat het niet koud was ging je nog zweten ook. Echt Nederlands herfstweer dus. Geen helder zicht, weinig wind, een beetje somber. Typisch van dat weer waarbij iedereen binnen blijft hangen. Het grootste deel van de wandeling liepen we dan ook alleen. We hadden nu eenmaal afgesproken, dus dan gaan we. Maar had het thuis hard geregend dan waren we niet vertrokken. 
Met dit enthousiasme en in deze stemming begonnen we aan onze derde wandeling op het Grote Rivierpad van Hoogvliet naar Barendrecht. Met de aanlooproute van Metrostation Zalmplaat naar de Oude Maas en op het einde naar station Barendrecht erbij, zo'n 24 km. Nou lopen maar, terug is geen optie.


Begin dit jaar had we voor het laatst hier gelopen. Aan je rechter hand de rivier en aan je linker hand de flats van Hoogvliet. Vooraf had ik van de kaart de indruk gekregen dat we weer hele stukken met een stedelijke achtergrond zouden afleggen. Dat viel reuze mee. Alleen de eerste kilometer zagen we nog de contouren van de blokkendozen van Hoogvliet, maar daarna loop je weer in het groen. Normaal zouden we boven op de dijk zijn gaan kuieren, maar het hoge natte gras joeg ons terug naar de fietspaden. Minder mooi, maar wel zo aangenaam. Hoogbouw van een ander soort zagen we nu op de rivier. Over de rietkragen zagen we de hoge stuurhutten van binnenvaartschepen en een enkele kustvaarder voorbij komen. Vol met containers, kolen of brandstof tegen de stroom in of snel stroomafwaarts om nieuwe lading op te halen in het Nieuwe Waterweggebied.
Oude en nieuwe scheepvaart op de Oude Maas tussen Rhoon en Barendrecht

Grienden
Het werd geen spectaculaire expeditie door de Hollandse mangroven, de uitgestrekte grienden ten zuiden van Rhoon en Barendrecht. Ze bepalen wel het beeld dat je overhoudt van deze tocht. Je waant je in een zompig labyrint van vreemd gevormde bomen en tenen, de wilgentakken die uit de duizenden kleine stammetjes opschieten en je insluiten in een kleine wereld. Ooit gebruikt voor zinkstukken voor de dijkenaanleg, tegenwoordig meer voor schuttingen, geluidswallen en beschoeiingen. 



vlakbij het Truus Visscherpad
Het loopt wel lekker door als alles vochtig is. Alleen bij het restaurant van de jachthaven De Rhoonse Grienden hebben we na 7 km nog de tijd genomen voor de standaard koffie met appelgebak. Daarna ging het zonder stoppen afwisselend langs de rivier, door de grienden, langs de golfbaan, over het Truus Visscherpad, bij Koedood langs de buitenwijken van Barendrecht, over de Heinenoordtunnel, door Heerjansdam en tenslotte over het meest kunstmatige park in tijden, het plantsoen boven op de tunnelbak over de vele spoorrailsen bij Barendrecht. Mooie namen altijd weer in een onbekend gebied. Bij het Truus Visscherpad lezen we dat ze zich tot 2008 heeft ingespannen voor het behoud van de grienden, maar waar Koedood weer vandaan komt? Gelukkig werkt mijn korte termijn geheugen niet zo lang en vallen deze opkomende vragen in een zwart gat. Doorstappen maar.


Toch levert het lopen langs een rivier altijd weer mooie plaatjes, welk weertype ook. Dit soort somber weer met dat typische Hollandse grauwe beeld van boten die vervagen in de verte. En gisteren ook nog het nostalgische voorbij glijden van twee grote zeilschepen van de bruine vloot. Sfeervolle plaatjes. 







Van Barendrecht naar de Krimpenerhout
5 december 2014
via Rijsoord, Hendrik Ido Ambacht, Alblasserdam, Kinderdijk, Krimpen a/d Lek.


op internet is deze foto te vinden van de grote plezierjachten die er bij oceAnco worden gemaakt


Oink, oink, doenk, doenk,

Oink, oink, doenk, doenk, dat waren de meest opwindende geluiden  van de wandeling op vrijdag 5 december. Geen galop van het paard van Sinterklaas, maar de domme geluiden van een gokkast in 'Eeterij en Tapperij ’t Ambacht’. Een mooie naam voor een best aardig ingericht café-restaurant. Niet alleen heeft het deze samengestelde naam, het had ook de gelijktijdige uitstraling van een café en een restaurant. Voor de café-uitstraling zorgde tante Thea, die ’s middags om half een al bij de toog aan het bier zat. En verder onze gokker, die even in de lunchpauze zijn ongeluk kwam beproeven.
Het restaurant deel werd weer geaccentueerd door de keurige tafeltjes en de mooie wand vol met prachtige wijnen, waaronder de ‘La Linda’. Tijdens onze koffie met de heerlijke noten-appelgebak vroegen we de gokker ‘win je nog wel eens wat?’. ‘Nou, euh,  nee, eigenlijk niet. Meestal moet er geld bij'. En hij stopte weer een briefje van twintig in de gleuf. Het apparaat zoog het verrassend snel naar binnen. Krr, Krr, doenk, doenk.

Voor het overige is er over deze 21 kilometer vanaf station Barendrecht naar de bushalte ten noorden van de Krimpenerhout weinig schokkends te vertellen. We startten over het honderden meters lange plantsoen bovenop de tunnelbak van de spoorlijnen richting  Heerjansdam. Daar kwamen we niet voor een tweede keer omdat het pad vlak ervoor afboog langs de Waal richting Rijsoord. We gingen daar de polder in, maar bleven op asfalt. Asfalt en klinkers dreunden gedurende bijna de hele route onder onze voeten op deze frisse dag met 1 graad boven nul. Niet echt een knaller. Ook al in de polder moesten we op het landbouwweggetje voortdurend uitwijken voor verkeer. 


In Rijsoord en later in Hendrik Ido Ambacht veranderde dat nauwelijks. Voor het genieten van architectuur of pittoreske dorpskernen hoef je hier ook niet echt te lopen. De resterende mooiere huizen zijn de oude boerderijen van begin vorige eeuw en eerder. Daarna is daar van alles aan huizen en loodsen tussen gepropt, waarbij vele eigenaars later op het idee gekomen zijn het oorspronkelijke ontwerp via foeilelijke uitbouwen nog rommeliger te maken. 
De oorspronkelijke toegangspoort tot de begraafplaats in Hendrik Ido Ambacht.
Boven de deur een natuurstenen gevelsteen met opschrift: "Zijt ook gij bereid?"

In HIA stellen ze wel indringende vragen: "Zijt ook gij bereid?". Toen wij de begraafplaats passeerden waren wij dat nog niet. Maar het leidde bij thuiskomst wel via internet naar Mattheus 24:44. Na het lezen ben ik bang dat wij nog steeds niet bereid, en zeker nog niet gereed willen zijn. Hoewel wij wel over van alles en nog wat een oordeel hadden, zagen wij in deze weliswaar sombere dag toch nog geen dag des oordeels. 

Indrukwekkend wordt het weer even bij de Noord, de rivier die de Merwede bij Dordrecht met de Lek bij Kinderdijk verbindt. Daar ben je gevoelsmatig weer echt op ‘Het Grote Rivierenpad’. Je gaat er overheen via het fietspad van, jawel, ‘De Brug over de Noord’. Vanaf de brug kijk je naar echte rivierindustrie; werven, fabrieken, hijskranen, binnenhavens. Niet allemaal even mooi, maar er gaat wel bedrijvigheid vanuit. Ondertussen moest ik Jack strak aan de lijn houden om hem niet onder een brommer te verliezen. 





Eenmaal aan de overkant, in de Alblasserwaard, hebben we een aantal kilometers langs de Noord in noordelijke richting gelopen. In de wind op de dijk werd de pet vervangen door een muts en de isolatie van het bovenlichaam verhoogt met de toevoeging van de regenjas. 
We konden met moeite de verleiding weerstaan in de waterbus te stappen en daarmee met deze snelle catamaran-rompboot naar Krimpen aan de Lek te varen. Nee, we kwamen hier te voet en gingen tegen de wind in verder. En ik maar huilen van de koude wind. Geruststellend zei Frank bij het aanschouwen van dit tranendal, dat het heel normaal is voor oudere mensen. Van je collega wandelaars moet je het bij deze temperaturen dus niet hebben. Oké, het zou waar kunnen zijn, maar ik verzet mij toch tegen deze uitleg.



Het 'huilen' was voor de beleving van de wandeling langs de Noord niet storend. Ook daar hield de architectuur niet echt over. Bij Alblasserdam begon het met een koude mix van hoge moderne werfloodsen van de firma OceAnco en een nieuw seniorenreservaat in een omheinde grote flat. Dat de loodsen van OceAnco zo hoog moeten zijn wordt duidelijk als je op internet ziet wat ze er maken; van die super de luxe jachten voor de iets beter gesitueerde wandelaar. Wel indrukwekkend.

We maakten het ons qua genieten ook niet makkelijk. Vaag wist ik uit de bestudering van de route, dat we langs de molens van Kinderdijk zouden lopen. Een voor de hand liggende keuze, waar wat de zien is en je zonder verkeersgeluiden ook nog in enige natuur voortbeweegt. Maar dan moet je wel de markeringen goed in gaten houden. We hebben ze uiteindelijk toch wel gezien, die molens. Vanaf de Molenstraat in Kinderdijk zelf.



Dichterbij Kinderdijk zijn er helaas ook voorbeelden van werven, die geen aansluiting hebben gevonden bij een veranderende vraag. Treurige lege hallen staan te verkommeren en geven met graffiti alleen nog aan de passanten door, dat Anja 40 jaar is geworden en dat Joris verliefd is op Caroline. Stimulerend is wel dat je direct na deze afbraak weer voor werk terecht kunt bij uitzendbureau Intro Personeel. Misschien wel voor werk bij IHC Merwede. Even verder lopen we namelijk langs het enorme complex van deze baggerschepenbouwer. Daar bruist het weer en zie je buiten de grote onderdelen liggen voor zuigers en baggeraars. Nederlandse expertise, die wereldwijd bekend is. Met geleende trots lopen we het laatste stukje naar het veer over de Lek.





Met een veer over een rivier blijft voor iemand uit het drogere midden van het land altijd weer leuk. Even een rustmoment om deel uit te maken van het scheepvaartverkeer. Deze oppepper heb je ook nodig om aan de over kant niet geestelijk ten onder te gaan. Het stuk over de Rijsdijk tot aan de zeeverkenners van Krimpen aan de Lek heb ik inmiddels al verdrongen. Wat een droefenis. Een aaneenschakeling van ‘opknappertjes’, die zich nog net vastklampen aan de dijk, anders zouden ze allang omgevallen zijn. Gelukkig is een ontwikkelaar op het idee gekomen een behoorlijk stuk plat te gooien en nieuwbouw te plegen. 


Beter wordt het als het pad de dijk afdaalt en je door straatjes voert met mooi gerestaureerde huisjes en enkele bijpassende villa’s. Je wordt verder om Krimpen aan de Lek heen geleid naar de nieuwe natuur van het Weteringbos en de Krimpenerhout. Ooit ongetwijfeld venige weides geweest, maar nu toch een verademing om door te lopen. Voor Jack een laatste stukje waar hij eindelijk vrij mocht rondlopen. Dat mocht niet van de bordjes, maar wel van mij. Na zoveel asfalt en klinkers wil je als hond ook wel een keer alleen op pad. Dat geknoei met die domme hondenlijn moet maar eens afgelopen zijn. Jack vond het een sleepwandeling. Hij reageerde niet eens op mijn inbreng dat je toch wel even op plekken komt waar je nog nooit bent geweest. Een wandeling, die Jack en wij dus niet snel opnieuw zullen doen.





Van Krimpenerhout naar Schoonhoven 
16 januari 2015
via het Loetbos, Zuidbroek, Bergambacht en Ammerstol


Waterland

Wat denkt een buitenlander?
laagste punt van Nederland?
verkeerd uitstappen
het weer
Zuidbroek, energiesysteem van voor de oorlog
jongedame naast mij in de trein 
oh ja, impressie van de route. 

Zomaar een paar zaken die mij te binnenschoten over de wandeling van gisteren, 16 januari, over het Grote Rivierenpad. We liepen gisteren niet alleen 23 km in de Krimpenerwaard, maar ook in de Gemeente Krimpenerwaard. Sinds 1 januari 2015 zijn vrijwel alle dorpen en steden uit deze Zuid-Hollandse waard samengevoegd tot één gemeente. Zo ook bijvoorbeeld Krimpen aan de Lek, Bergambacht en Schoonhoven waar wij vandaag liepen. Zo'n waard is eigenlijk een aaneenschakeling van allemaal verschillende polders met daarom heen grote rivieren. En er binnen een onafzienbaar raster van sloten en weteringen, brede sloten die het water weer afvoeren. In het geval van de Krimpenerwaard loopt in het noorden en westen de rivier de Hollandse IJssel en in het zuiden de Lek. Met deze kennis, vandaag gevonden op internet, ben ik natuurlijk erg tevreden, maar voor het wandelen maakte het geen verschil.
De Gemeente Krimpenerwaard tussen Gouda en de Lek.
Als je de foto vergroot zie je duizenden blauwe lijntjes op een licht groene ondergrond;
duizenden sloten en weteringen in groene weides

Vooraf kijk ik niet zo op internet. Dat beperkt zich meestal tot het vinden van de route en de aansluitingen op het openbaar vervoer. Achteraf wordt het pas echt leuk. Dan moeten alle vragen en de onderlinge twistpunten zo snel mogelijk worden opgelost. Zo was onze impressie van de wandeling; waterig, moerassig, venig, geen gewone sloten maar brede weteringen, diep beneden de nieuwe verhoogde dijken. Dit moet wel een van de laagste delen van Nederland zijn was een van de vragen, die op popten. Gemiddeld ligt het gebied hier 1,5 tot 2 meter onder de zeespiegel, zie ik nu op de kaart van de nieuwe gemeente. Nee, het echte laagste punt ligt hier iets noordwestelijker in de Zuidplaspolder, net ten westen van Gouda. Daar krioelen wij Nederlanders op 5,5 tot 6 meter onder Nieuw Amsterdams Peil door de modder, met het absolute dieptepunt op - 6,76.

Andere ogen
Je hebt het niet eens in de gaten. Over hoger gelegen treinsporen rij je al richting Gouda en daarna naar Rotterdam Alexander. Vandaar met de metro en de bus naar de Krimpenerhout. Ook de metro rijdt hele stukken op verhoogde spoortrajecten ruim boven het maaiveld. Dat is natuurlijk niet voor niets. Eenmaal in de bus merk je niet eens dat je 'onder water' rijdt. Wij vinden het heel normaal. Zo normaal dat je alleen oog hebt voor het uitstappen bij de juiste bushalte. Maar daar begon gisteren de verwondering. 

We stapten uit bij bushalte Krimpenerhout. Dat leek ons logisch omdat we vorige keer ten noorden van het natuurgebied Krimpenerhout waren ingestapt. Alles klopte; een bushalte bij een rotonde met vier wegen, in een natuurgebied. Dus we gingen meteen op weg. Alleen kort daarna liepen we door een wereld, die niet paste bij onze verwachting vanaf de kaart. We zouden door open weilanden lopen met aan onze rechterhand een watertje. 
het verkeerde Loetbos
Als Alice in Wonderland liepen we tussen de bomen. Zo snel kan het Loetbos toch niet zijn uitgedijd? Maar omdat we in de goede windrichting gingen en de richtingbordjes voor de fietsers dit bevestigden, kuierden we maar door. Onderwijl natuurlijk wel ons beklag doend over de oude versie van de kaart die voor de gids was gebruikt. Gek, want de bomen waren zeker twintig jaar oud en de vele hoogspanningsleidingen zagen er ook niet super nieuw uit. Helaas gaf de gids geen kaartoverzicht buiten het pad. Doorlopen maar. 
Het mysterie werd pas opgelost toen we ruim een kilometer verder door een gebied kwamen dat wel overeenkwam met het begin van onze geplande route. Als ervaren woudlopers konden wij terug redeneren dat we een bushalte te vroeg waren uitgestapt. In ons voordeel pleit wel dat beide bushaltes veel op elkaar lijken; allebei aan een rotonde en bij de Krimpenerhout. Omdat de eerste, onze, bushalte 'Krimpenerhout' heet en de juiste bushalte 'De Viersprong', rekenen we deze start slechts gedeeltelijk fout.
op weg naar het echte Loetbos
op weg naar het echte Loetbos

De echte route
Als je verkeerd uitstapt mag je ook eerder rusten.
Hier bij het kanocentrum in het Loetbos.
Weer een kilometer verder liepen we tenslotte wel in het Loetbos. Een tot bos omgetoverd voormalig weidegebied. Wat je er goed ziet is hoe drassig deze bodem is. In de gids lezen we dat eeuwen geleden dit gebied uitgebreid is uitgebaggerd voor de turfwinning en later veranderd is in een weidegebied. Nu staan de sloten door de regen van de afgelopen weken boordevol. Maar vandaag regent het niet. Vandaag is het droog en schijnt de zon zo lenteachtig dat alle ritsen van de jas en truien los gaan.

het riviertje De Loet
moeras in het Loetbos
Na het Loetbos gaat het echt door de weides en de typische lintbebouwing in dit veengebied. Zuidbroek is er een mooi voorbeeld van. Broek in plaatsnamen duidt al op 'moerassig land'. Het is er waarschijnlijk zo moerassig, dat de elektriciteitsleidingen ouderwets bovengronds lopen. Net of je in het buitenland bent. Aan de gastanks op de erven te zien ontbreken er ook gasleidingen. 

Bijna elk huis en boerderij staat op een eigen veeneiland. Om te zorgen dat je grond niet wegglijdt in de sloot wordt al het land zorgvuldig vastgehouden met beschoeiingen. Niet overal is dat gelukt. Hier en daar staan huizen scheef of loopt achter het voorhuis de stal schuin af.  Bijna alle huizen hebben wel ergens een scheur in de muur. Dat heeft vermogende lieden niet weerhouden hier een woning te zoeken. Zo te zien is Zuidbroek nu een rijkeluis dorp met prachtig opgeknapte boerderijen en huizen, met slechts hier en daar nog een echte boer.

Wat al zichtbaar werd in het Loetbos valt nog veel meer op in het open weidegebied. De sloten zijn hier niet zoals in de rest van Nederland. Ze zijn hier drie keer breder. Ze hebben bijna allemaal de breedte van een wetering. Heeft men vroeger zoveel afgeturfd en uitgebaggerd? Je hoort buitenlanders wel eens zeggen dat ze ons land een waterland vinden. Hier krijg je daar zelf ook echt beeld bij. Ook later na Bergambacht versterkt zich dat beeld als je op de verhoogde Lekdijk loopt met aan de ene kant meters lager de brede sloten en polderboerderijen en aan de andere kant het hoge water van de rivier.
blik in de polder Bergambacht vanaf de Lekdijk tussen Ammerstol en Schoonhoven met hieronder het beeld aan je rechter hand
De Lek met op de achtergrond Schoonhoven
Mooi is ook het hoogte verschil bij dit dijkhuis met de bovenverdieping op Dijkhoogte
en de benedenverdiepingen afdalend naar het polderniveau


Bergambacht gaf ons bij de molen een goede gelegenheid voor een koffierust. Keurig bedient door personeel in opleiding heb je daar gelegenheid het asfaltgestamp te onderbreken. Tekort was daarna het stukje door de Hoofdstraat. Na enkele huizen van oudere datum, waaronder die van de artsenpraktijk 'met apotheek' mag je niet lekker verder slenteren door de winkelstraat, maar sla je bij de alom bekende 'Speksnijder bruidsmode' abrupt links af en vervolg je door weinig zeggende straten tot buiten de bebouwde kom. Jammer. 

Eenmaal buiten Bergambacht volgen nog diverse oude boerderijen met de karakteristieke hoger gelegen opkamer. Hoewel mooi om naar te kijken zijn we blij om het autoverkeer te verruilen voor een fietspad door de weides met op de achtergrond al het silhouet van Schoonhoven, de zilverstad. Dat wist ik sinds die ochtend toen Judith dat bij het horen van onze eindbestemming direct aanvulde. Opvallend dat vrouwen zoiets onthouden. 

de veren tussen Schoonhoven en Nieuwpoort
Het laatste stuk over de Lekdijk gaf weer de afleiding van de rivier met regelmatig passerende vrachtvaart, een enkele vakantieboot en tenslotte de veren tussen Schoonhoven en Nieuwpoort.


watertoren van Schoonhoven gezien vanaf de dijk
In Schoonhoven liepen we door de oude binnenstad naar de bushalte. Je passeert de verschillende zilversmeden langs de havengracht, het imposante stadhuis, de Bartholomeuskerk,  de Waag en een kazerne in de bouwstijl van de negentiende eeuw. Al slingerend door de stad bereikten we de halte op het Stationsplein. Waar ooit een trein stopte vertrekken nu de bussen. Deze naam had ik gelukkig wel goed onthouden.




Na deze prima wandeldag duurde zelfs het wachten op bus 195 naar Gouda niet lang. Eenmaal op station Gouda hadden we meteen aansluiting op de intercity naar Groningen. Het werd een stiltecoupé met een eigen dynamiek. 

'Ha, ha, hieh, hieh.' 
'Oh, het is uw hond. Ik dacht al, wat voel ik nu aan mijn been.'
Ik keek de druk computerende jongedame naast mij verbaasd aan.
'Je dacht toch niet dat ik zomaar aan je been ging zitten? En daarna zeker naar mij uithalen?' 
Ik lachte er bij, want je weet maar nooit.
'Nee, nee, natuurlijk niet!' Lachend werkte ze verder. 
Die Jack, dat had ik toch niet gedacht. Je neemt hem mee, maar je moet hem in de gaten blijven houden. 










Van Schoonhoven naar Lexmond 
18 februari 2015
via Nieuwpoort en Ameide


Westermolen op de Gouderiaansekade

Van Kade naar Kade

Schitterend lopen op die kades. Na Nieuwpoort op de Langeraksekade en Goudriaansekade en tussen Ameide en Lexmond over de Zederikkade en de Molenkade. Kilometers lang temidden van een weids weidelandschap in een blauw winter zonlicht, dat zo'n speciale, mooie kille glans aan het landschap geeft. 
Op weg vanuit Langerak naar de Westermolen
Op de Gouderiaansekade
net geknotte wilgen op de Zederikkade

De grote ontginning
Eigenlijk kan ik volstaan met deze fotoserie voor de indruk en daarna iedereen uitnodigen om ons te volgen, ware het niet dat wij ons afvroegen waar die kades voor dienden.
Gouderiaansekade vlakbij de Westermolen
Lange sloten in de richting van Gouderiaan gezien vanaf de Gouderiaansekade
Met de onderstaande link kwam ik er achter dat wij op zeer oude gronden hebben gelopen.
'De ontginning van het Hollandse veengebied begon vaak vanaf de oevers van de rivieren en de vele veenstroompjes. Bij de ontginning ontdeed men het veen van het riet en de biezen die erop groeiden en van een verdwaald elzenboompje. Daarna groeven de 'landmakers' evenwijdig aan elkaar liggende sloten om het water af te voeren. Langs de achterzijde legden ze een dwarssloot of dwarsdijkje aan, waarmee werd voorkomen dat water uit het hoger gelegen en nog onontgonnen veengebied de akkers zou overspoelen. De achterkades zijn onder die naam op verschillende plaatsen nog terug te vinden, zoals de Gouderiaanse Kade en de Overslingelandse Kade. Op de kop van hun kavel bouwde men een boerderij. Rond 1270 was de ontginning van de Alblasserwaard en de Vijfherenlanden grotendeels voltooid.'
http://www.regiocanons.nl/zuid-holland/alblasserwaard-en-vijfheerenlanden/de-grote-ontginning-


Dit wandelkaartje heb ik geleend van de website van eetcafé de Dam in Nieuwpoort 

Vestingen
Gevelsteen in het koren pakhuis
We liepen vandaag eerst door het oude centrum van Schoonhoven naar het veer over de Lek. Ook op die aanlooproute is er voldoende geschiedenis te bewonderen in de vorm van kerken, gevelstenen en de Veerpoort, een van de oorspronkelijke vier stadspoorten. Bij het veer over de Lek kwamen we weer op de route van het Grote Rivierenpad en werd het contact met een echte rivier hersteld. 
De Grote of Bartholomeuskerk van Schoonhoven
Het oude gemeentelijke korenpakhuis van Schoonhoven
De Veerpoort van Schoonhoven
het veer over de Lek

Eenmaal aan de zuidoever van de Lek is het een ruime kilometer naar het oude, kleine vestingstadje Nieuwpoort. Ooit samen met Schoonhoven twee sterke punten langs de Lek om deze te beheersen. Mooi dat de routeplanners je via de wallen en de buiten- en binnenhaven door de vesting leiden. Tenslotte stuit je op het oude stadhuis op de dam. Nog interessanter is het eetcafé aan de dam. Dit oude etablissement is al vanaf 1697 als café in gebruik! Daar moet in al die tijd een flinke sloot bier doorheen zijn gegaan. Daarom gaan wij er niet aan voorbij. Binnen is het weliswaar niet zo oud, maar sfeervol genoeg aangekleed voor, niet een bier, maar een prima kop koffie. De laatste mogelijkheid tot aan Ameide, dertien kilometer verder.
Buitenhaven in Nieuwpoort
Stadhuis op de dam in Nieuwpoort
Eetcafé de Dam 
Eetcafé de Dam
Binnenhaven in Nieuwpoort
'I love my self' boom
De vesting verlaten we aan de zuidzijde en na een kort stuk door de modernere bebouwing van Langerak wordt het echt mooi op de Langeraksekade met aan de horizon de Westermolen, die zwart aftekende in het licht van de laaghangende zon. Tussen de weteringen loop je, met overal om je heen water- en weidevogels; blauwe reigers, zilverreigers, ooievaars in tweetallen, agressieve meerkoeten en een enkele buizerd. Onder onze voeten kraakten de grote zoetwatermosselschelpen die er bij de laatste slotenschoonmaak uit waren gebaggerd. 
Na de molen ging het in oostelijke richting over de Gouderiaansekade. Begeleid door meehoppende mezen en vinken stapten we over een lekker onverhard pad langs de enige bomenstrook in dit open land. En dat gaat maar door. Net als je het een beetje zat wordt, ben je bij de Boonevlietweg meteen weer blij dat het toch weer over zo'n zelfde soort kade verder gaat. Veel prettiger en mooier dan een asfaltweg. 

Voordat je het weet ben je weer twee kilometer verder en bereik je een soort 'I love my self' boom. Een indrukwekkende wilg (of populier) met een opvallende meters lange overhangende dikke tak. Maar het feit dat deze boom zo groot heeft kunnen uitgroeien wordt toegelicht met een aandacht trekkend informatiebordje bij de stam. Ooit in de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft een jongen klimhoutjes in deze boom gespijkerd. Door de spijkers was deze boom niet meer te verkopen aan de klompenmakers en dat was daarmee de redding van deze boom. En wie heeft nu dit informatiebordje hier geplant; jawel, de kwajongen zelf. Het moet voor hem een aardige gedachte zijn dat je na zoveel jaar nog een keer naar 'jouw' boom kunt wandelen.

In 't Wapen van Ameide

Net voor de ook al eeuwenoude eendenkooi slaan we langs een bosrand linksaf richting Ameide. Voordat we dit stadje over enkele asfaltkilometers bereiken, wisselen we nog even van gedachten met een lokale bewoner van het buitengebied die door Jack aan zijn oude Cairn terriër wordt herinnerd. Zijn oude huisje staat op een onmogelijke strookje land, ingeklemd tussen de weg, een sloot en het fietspad. Het aardige van zo'n gesprek is dat je meteen hoort hoe hoog het water hier jaren geleden zijn huis binnenstroomde toen het waterschap te laten begon met malen bij zware regenbuien in mind you de zomer. "Het was nog voorspeld ook", laat hij wel even weten. Ja, waterpeilen zijn van levensbelang in een polder.


In Ameide strijken we neer bij restaurant 'In 't wapen van Ameide', dat binnen veel groter is dan je aan de buitenkant verwacht. De vriendelijke eigenaar bracht water voor Jack en van hem vernemen we welk mooi natuurgebied ons te wachten staat langs de Zederikkade. De grootste kolonie purperreigers in Nederland gaan we passeren. Eenmaal op zijn praatstoel nemen we ook even de balans door van zijn restaurant. Als quasi accountants zijn wij onder de indruk van zijn activiteiten om de zaak succesvol te vullen. Er komen veel wandelaars zoals wij, maar ook grote groepen tot wel 250 mensen kan hij bergen. Ouderengroepen komen hier met bussen en met bruiloften heeft hij ook geen probleem. (De link op zijn website naar paintball en lasergamen wordt mij nu helemaal duidelijk). "Wel even 1000 bussen in 2013, hé". Allerlei groepen, vanuit heel Nederland verkennen vanuit hier de mooie natuur en als ze niet teveel willen lopen heeft hij ook een live show met uilen. 
We leren meteen dat de aanvallende oehoe's die de laatste tijd worden gemeld vermoedelijk alleen hun nest verdedigen. Die zijn daarmee niet agressief. "Trouwens, vervolgt hij, die mensen hadden het kunnen weten want ze vliegen tevoren altijd over je heen voordat ze aanvallen." Niet uitgesproken conclusie: niet zeuren, eigen schuld, dikke bult?

Stadhuis van Ameide
De Voorstraat in Ameide

Belangrijk in deze polderstadjes was natuurlijk de dam. Net als in Nieuwpoort staat ook in Ameide het stadhuis op deze belangrijke plek. Via dit mooie stadhuis lopen wij richting de Lek en zijn eerst verrast door de patriciërshuizen achter het stadhuis. Mooie gevels met op een ervan een schitterend wapenschild met een leeuw op een rood vlak: het wapenschild van het Hoogheemraadschap. Ook uit die grandeur blijkt weer dat de waterhuishouding in een polder een belangrijke zaak is. Die mensen wisten trouwens wel waar ze hun huis moesten bouwen: je hebt er een breed panorama over de rivier en bij een watersnood sta je snel op de dijk.

De Lek bij Ameide
Over die dijk gaat het richting de nauwe doorgang bij Sluis, de sluis in de Zouwe. Het oude kanon staat hier niet voor niets. Als vijand had je vroeger een drassige uitdaging om hier langs te komen.
Even later dalen we de lekdijk af richting het beloofde natuurgebied. De baas van het restaurant heeft niet overdreven. Het is echt een mooi gebied en als je wilt kun je door kijkgaten in waarnemingswanden de vele vogels bewonderen. 

op de Zederikkade richting de Vlietmolen

Wij vervolgen over de Zekerikkade om een paar honderd meter voor de Vlietmolen weer naar het oosten af te buigen en over onze laatste kade, de Molenkade, naar Lexmond te lopen. Omringd door grote zwermen ganzen passeren we smalle lange bospercelen op de oorspronkelijke weilanden. Waterig land waar we nog een tweetal reeën verrasten. Beschermd gewaand door de sloten bleven ze op afstand staan, ons wel voortdurend in de gaten houdend. Verstandige beesten, je weet het maar nooit met die wandelaars.


We rusten nog een kort moment op een verdwaalde bank, maar de zon zakt nu snel en de temperatuur ook. Het geeft zo niet de echte ontspanning om lang om je heen te kijken. Bovendien begint Jack zelfs na twintig kilometer nog te janken dat we weer verder moeten. Ondanks zijn korte pootjes kan hem geen wandeling te lang zijn. Idioot. 
Zederikkade

We verlaten de Molenkade en bereiken via een weilandpad weer de lekdijk met de straat die Achthoven heet, de naam van deze polder. Het laatste stukje naar de bushalte in Lexmond hadden we weer dat wijde beeld over de rivier, waarmee deze etappe afsluit zoals dat hoort bij het Grote Rivierenpad. Het was een mooie dag deze woensdag 18 februari, daarvan kunnen we er meer hebben.




Van Lexmond naar Leerdam 
11 maart 2015
via Schoonrewoerd



Het Dorp

Niet zo hoog als in het lied van Wim Sonneveld en ook niet langs het tuinpad van mijn vader. Maar er stonden wel hoge bomen langs de Dorpsstraat. Het waren leilinden. De pomp voor de kerk, het café De Zwaan, het was er allemaal. En bovendien riepen de oude ansichtkaarten in het café, met de Schoonrewoerdse boeren van weleer, toch het gevoel op van Het Dorp. Vriendelijke bediening, aandacht van de waardin voor Jack, een gesprek over haar eigen veertienjarige terriër, de zon, de jas los, blubberend voorwaarts door de grienden, langs eindeloze groene vlakten, links en rechts ooievaars op schorstenen, kortom een wandeldag op de rand van het Hollandse groene hart.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart
waarop een kerk een kar met paard
een slagerij J. van der Ven.
  Een kroeg, een juffrouw op de fiets
  het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets,
  maar 't is waar ik geboren ben.
  Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
  de boerenkind'ren in de klas,
  een kar die ratelt op de keien,
het raadhuis met een pomp ervoor,
  een zandweg tussen koren door,
  het vee, de boerderijen. 
Kerk aan de Dorpsstraat van Schoonrewoerd
En langs het tuinpad van m'n vader 
zag ik de hoge bomen staan. 
Ik was een kind en wist niet beter, 
dan dat nooit voorbij zou gaan.


(onderaan dit dagverslag staat nog een link naar een sfeervolle ansichtkaarten compilatie met het hele lied van Sonneveld)

Melancholisch is het lied van Sonneveld. Het roept beelden op van toen, van voor mijn tijd. Maar dat was niet onze stemming toen we door Schoonrewoerd liepen. We hadden na 15 kilometer op deze elfde maart hoogstens last van cafeïne -ontwennings- verschijnselen. Vandaar mogelijk deze gevoeligheid voor de omgeving. Al de zintuigen waren gespitst op vondst van het beloofde rustpunt; het getekende koffiekopje op onze kaart. Eindelijk aan het einde van de Dorpsstraat was het dan zo ver. Nog een moment van vertwijfeling, 'is ie dicht?'. Maar dan deed de eigenaar eigenhandig de deur open en ging ons voor.
Cafe De Zwaan in Schoonrewoerd

Mist in Holland
Oké, zo dramatisch was het allemaal niet, maar het schrijft wel lekker weg. Mooi is de Dorpsstraat wel en het was een welkom café. 
dijkhuizen aan de Kortenhoevendijk in Lexmond
Om er te komen waren we vanochtend in dikke mist in Lexmond uit de bus gestapt. Op gevoel liepen we naar de Lekdijk en moeten daarna langs de Lek hebben gelopen. Vanaf de dijk keken we hoogstens tien meter naar beneden en honderd meter in het rond, maar geen rivier te zien. Rivierschaarste was er überhaupt op deze etappe van het Rivierenpad. 

Met zorg gelegde ECO-eieren lieten we links liggen en na ongeveer anderhalve kilometer ten westen van Lexmond verlieten we de rivierdijk om tot het eindpunt bij station Leerdam geen rivier meer te zien. Op de grens van Zuid-Holland en Utrecht werden we geleid over een onverhard wandelpad met vreemde bosschages en dito dieren. Na de brede sloot, de Oude Zekerik, beleefden wij de hoogste aqua-beleving van deze dag bij het Merwedekanaal. 



Oude Zederik op de grens van Zuid-Holland en Utrecht
Merwedekanaal met de Bolgerijensebrug

Het groene hart
Schitterend is het gebied dat wordt bereikt na het overschrijden van de A-27. Ingeklemd tussen de A-27 en de A-2 ligt een aaneenschakeling van percelen met moerasbomen afgewisseld met grienden, verscholen weilandjes en een oude eendenkooi. 


een van de grienden met de geoogste bossen rijshout aan de randen
Echt de moeite waard. Die moeite had je ook nodig om hier en daar door blubber tussen bomen en struiken voorwaarts te soppen. Onderwijl het hoofd brekend hoe de geoogste wilgentakken uit deze grienden worden gehaald. Het zijn behoorlijk zware, samengebonden bossen, die je niet zomaar op je nek neemt. Voor zware tractoren is de ondergrond te slap en afvoer met smalle boten blijkt ook slechts beperkt mogelijk omdat de sloten niet overal bevaarbaar zijn. We zetten die vraag bij deze uit.

Bij het bereiken van de weg naar Zijderveld, de Zijderveldselaan, een kaarsrechte straat met boerderijen aan de rand van een enorme groene vlakte, moesten we onze route aanpassen. Het originele pad gaat dwars door de weides richting Schoonrewoerd. Alleen dit keer waren het verschillende indringende hondenverboden die ons stopten. Tot drie borden aan toe, zowel geschreven als met afbeeldingen, riepen ons een halt toe. Misschien dat wij ons ook lieten beïnvloeden door een drietal mannen verderop in de vlakte, die een hoog BOA-gehalte uitstraalden. Je wilt Jack uiteindelijk niet onnodig op kosten jagen. 


Het wandelen langs de Zijderveldselaan was niet echt een straf. Overal bleef het weidse uitzicht behouden. Wat opviel langs deze laan was het verschil in financiële armslag. Mooi onderhouden boerderijen zijn vaak geen boerenbedrijf meer, maar gefortuneerde buitenlui? Actieve boeren hebben enorme stallen achter het huis en het erf heeft de omvang van een klein bedrijventerrein. En tenslotte staan er nog enkele kleine verwaarloosde oude boerderijtjes tussen, die de aansluiting met de nieuwe economische realiteit uit de handen is gegleden.
Na de rust in Schoonrewoerd passeerden we de Noachschool. Overeenkomstig het Bijbelverhaal zijn ze vast begonnen de ooievaars aan boord te nemen. Maar aan de aanwijzing dat er slechts één tweetal mee mag hebben de ooievaars geen boodschap.
Terugblik op de skyline van Schoonrewoerd met de hoogstamboomgaard langs de Kerkweg
Net buiten de bebouwde kom zagen we nog het aandoenlijke tafereel van vrijwilligers die een hoogstamboomgaard voor de gemeenschap willen behouden. Vandaag was het bij deze milde temperaturen blijkbaar de jaarlijkse snoeidag. Of was het een snoei-uitje? In de boomgaard liepen er wel eens stuk of dertig, waarschijnlijk 55+ amateur-snoeiers, met dertig 'snoezige', kleurige veiligheidshelmen. Zal wel verplicht zijn door de collectieve verzekering, want je weet maar nooit! Vier of vijf helmen bij een boom. 1 voorzichtig op een ladder, 3 veel kijken en om de beurt een takje afvoeren naar het gemeenschappelijke hoopje snoeihout. Het is waanzinnig gevaarlijk en inspannend werk, zo'n snoeidag. 
Even verderop zagen we een oude boer leilinden snoeien. Hij was in z'n eentje ongeveer even ver met zijn arbeid als de vrijwilligers. Hij stond gewoon blootshoofds. Van een helm heeft hij waarschijnlijk nog nooit gehoord. Wij maakten ons direct zorgen want hij mist zo natuurlijk wel de sociale contacten en heeft ook geen tijd om na te denken over zingeving aan je leven boven de 50. Misschien had hij ook wel vrijwilliger willen zijn? We hebben het hem maar niet gevraagd. 

De Diefdijk


Het 'Wiel van Bassa' volgt een kilometer verder. Een wiel is een uitgesleten kom na een dijkdoorbraak, lezen wij op een informatiebordje. Dit wiel schijnt daarbij wel 15 meter diep uitgesleten te zijn. Enorme krachten, die veel ellende hebben veroorzaakt. Los van de oorzaak is het nu een prachtig water met een heerlijk rustige omgeving, waar het mooi wonen moet zijn. De dijk die doorgebroken is heet de Diefdijk. Hij vormt ook een deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze hoge dijk zonder aanwijsbare waterdreiging, is een zogenaamde binnendijk. Hij is al aangelegd in 1277! bij het ontginnen van de Vijfherenlanden en de Alblasserwaard met het doel te beschermen tegen rivierwater vanuit de Betuwe.

huizen hoog op de Diefdijk met in het schild boven de deur de aanwijzing dat je hier Holland en de Alblasserwaard betreedt

Met deze kennis wagen wij ons 'buitendijks', ooit het gevaarlijke gebied. We komen in bekend terrein, want langs de Culemborgse Vliet hebben wij al eerder gelopen (Waterliniepad; Culemborg-Leerdam). Toen met regen, helemaal tot aan het station Leerdam. Nu stellen we in de zon vast dat er flink aan natuurverbetering is gedaan en het nog aantrekkelijker is dan toen. We stellen ook vast dat de Diefdijk ondanks zijn leeftijd blijkbaar nog steeds van groot veiligheidsbelang is. Hij is weer verhoogd en er zijn zware metalen damwanden in geslagen.  Waar tegenwoordig al die waterdreiging vandaan moet komen zien wij niet direct, maar wij zijn ook geen ingezetenen van dit waterschap.
spoorbrug als onderdeel van het verdedigingsfort in  Waterlinie; het zgn. Werk aan het Spoor
Dijkhuisje langs de Diefdijk vlakbij Leerdam
Na twee vorige passages over het stuk naar het station passeren we nu voor het eerst het voormalig poldergemaal De Oude Horn. Volgens de omschrijving ligt dit gemaal aan de Culemborgse Vliet, maar wij hebben die waterverbinding niet gezien. Het lijkt meer of dit stoomgemaal met het scheprad alleen in de eigen vijver bezig is. Ook hier schiet onze kennis van het lokale waterbeheer tekort.  Maar aan het eind van 22 km wandelen moet je niet meer alles willen snappen. Laten we maar naar het station gaan.
voormalig stoomgemaal De Horn bij Leerdam

Onder deze link nog een aardige youtube fotoserie van Het Dorp met het lied gezongen door Wim Sonneveld.





Van Leeram naar Geldermalsen 
15 april 2015
via Asperen, Acquoy, Rumpt en Beesd


Lingedijk

Langs de Linge,
langzaam en laverend, 
liepen wij lang, gelijk jonge halzen
van Leerdam naar Geldermalsen.

Blasé?
Was het omdat we hier al een keer eerder hadden gelopen tijdens onze tocht over het Waterliniepad en bij een Bloesemtocht? Bloeiden de bomen niet mooi genoeg? Rimpelig als het landschap bleef de emotie, hier en daar verhoogd door een dijk. Een hele lange dijk, de Lingedijk.
Lingedijk op weg naar Asperen
Enigszins lamenterende lulkoek, maar wat schrijf je anders over een prachtige lentedag met zomerse temperaturen, waarop je schitterend wandelt in een afwisselende omgeving en er verder eigenlijk niks gebeurt. 
Het was wel een mooie training. Daar kan het dus niet aan gelegen hebben. Ondanks al dat moois ontbrak de onverwachte ontmoeting, er ontvouwde zich geen onverwacht panorama, er speelde zich geen drama af. Het was een gewone, eerste warme dag, deze 15e april. Niet eens een rokjesdag. En Frank had die verwacht en aangekondigd. Misschien was dat het.

Uit frustratie en onverholen genoegen bleef hij volhardend elk grijs fietsechtpaar op het laatste moment afschrikwekkend luid goedemorgen wensen. Met een kleine aanpassing van de tekst hield hij dat bijna de hele dag, 23 km, vol. Het zat dus diep. Maar de reacties zijn dan ook weer vermakelijk in een land waar bijna niemand elkaar meer groet. Variërend van binnensmonds gemompel tot luide lach. Een meewarige vloek zal er ook tussen hebben gezeten, maar die ging verloren in het Dopplereffect van de e-bikes.

Leerdams samenscholingsverbod
Zo blasé als het klinkt was het natuurlijk niet. Het begon al in Leerdam na anderhalve kilometer met een verkwikkende terrasstop, waar wij het samenscholingsverbod trotseerden. Een samenscholingsverbod is ook niet het eerste dat je verwacht in de glasstad.
Temeer bevreemdend, want de gevelteksten in de nabije Kerkstraat getuigen van diepzinnig inzicht in de hogere waarden van ons leven; wat te denken van 'Vriheyt en is om geen gelt te coop'
Gelukkig waren wij met minder dan de verboden drie of meer personen en als je verder niet tot de gevreesde hangjongeren behoort is het hier goed uit te houden. 
Grote Kerk Leerdam

Zuidwal in Leerdam met Glasgallerie
Asperse Ganzen
Over de Leerdamse Lingebrug ging het naar de zuidoever en daarna in de richting van Asperen. Eerst over een druk fietspad en daarna over de Lingedijk. 
ook hier weer een aanwijzing dat wij vandaag goed bezig waren
Noord om het prachtige Galgenwiel liepen we. Een plas met boven het strand aan de overkant, het profiel van Asperen met de dominante kerktoren. Mooi, met aan de Lingekant overal in de drassige oeverweides scharrelende paartjes ganzen, die hier onbedreigd hun voer en elkaars aandacht zochten. 
De Galgenwiel met op de achtergrond Asperen
We hadden dit keer ook geen dispuut over het type gans. Met het meegenomen boek, kwamen we tot de eensluidende uitspraak dat het hier ging om 'gewone grauwe ganzen'. Nu we dat eenmaal wisten werd ook de toevoeging 'gewoon' duidelijk. De rest van de dag zagen we niets anders. Behalve dan ter hoogte van Asperen.
Daar gaf het boek onvoldoende uitkomst. Het waren niet echt Kolganzen, maar wat dan wel?  De uitkomst kwam dit keer van een passerende dame die bijna achteloos meldde dat dit eerder Canadese ganzen waren. Als beginnend ornithologen hebben we dit met enig bedenken geaccepteerd. Maar wikipedia gaf haar bij onze thuiskomst gelijk.
Binnenkomst Asperen
blik op de Lingewal van Asperen
Fort Asperen
Asperen en ook het gelijknamige fort hebben we verder niet meer verkend. In 2012 hadden we hier al met voldoening rondgekeken en bij de lokale bakker koffie gedronken. Ook schilderachtige Acquoy met de scheve toren, lag er nog. (Klik op de link)
binnenkomt van Acquoy
Scheve toren van Acquoy
Je kunt de Linge ook als dorstlesser gebruiken
Zonder te rusten slingerden we mee met de meanders, eerst richting Gellicum en daarna met een ruime bocht langs Renoy naar Rumpt. En maar gaan over die Lingedijk. Storend op deze smalle dijken waren de dagjesmensen die zo'n wandeling per auto doen. Maar allee, ook deze grijze echtparen zullen met voldoening thuis komen. Toch maar mooi buiten geweest. 





Slimbo's!
De mensen in Rumpt hebben het goed voor elkaar met die Linge. Mooi onderhouden dijkhuizen, hier en daar luxueus uitgebouwd en dan voor je deur een steiger met privé zwemtrap. Waarschijnlijk allemaal import, want daar dacht een oer-lokale Rumptse vrouw anders over; 'Keik, ik zeg altijd, ik woon nog gewoon aan de Linge, maar die gasten met die steigers die wonen aan een kanaal'. Jaha, zo is het maar net. En op mijn geïnteresseerde vraag waarom de binnenscheepvaart hier zo langzaam vaart was de analyse ook snel en scherp. 'Dat ken niet vanwege de ondiepteMaar weet je, die figuren van die baggerschepen, die zijn ook niet achterlijk. Eerst hier uitbaggeren en dan half geladen richting Gorkum. Slimbo's. As ze nou eerst eens bij Asperen waren begonnen, want daar is 't het ondiepst. Jaha, wij hebben het nog gezegd! Maar zo kunnen ze natuurlijk langer baggeren. 
Een enkele vraag en je zit bijna in de gemeenteraad.
Blauwe Brug bij Rumpt

Voorhuys in de Voorstraat
Beesd gaf weer iets onbekends; de wandeling door de met leilinden omzoomde Voorstraat. Een honderden meters lange oude klinkerweg met in haagvorm gesnoeide lindes en erachter verscholen mooie oude dorpspanden zoals een monumentale pastorie en enkele oude boerenwoningen. Een prachtige straat waar ze zuinig op moeten zijn.

Toren van de St Pieterskerk
De lindenrij wordt onderbroken bij de stompe toren van de Sint Pieterskerk en de spitse toren van de Heilige Kruisverheffingskerk. Die namen heb ik natuurlijk later opgezocht. De torens kan ik mij nog goed herinneren omdat ik ze kortstondig mooi vond en voortdurend achter de lindenrij op zoek was naar een horeca-uithangbord. Opmerkelijk is wel dat ook deze stompe toren, net als die in Acqoy scheef staat. Wellicht een stil protest tegen de beeldenstorm; je bent uit het lood geslagen maar weigert om te vallen. Op het terras van café 't Voorhuis hadden we voldoende tijd voor deze gedachtes, maar met de komst van het bier waren die direct weer verdwenen.  

Heerlijkheid
Wat ook bij het grondgebied van Beesd hoort is het landgoed Heerlijkheid Marïenwaert. Ik lees dat het circa 900 hectare groot is en voor een groot deel bestaat uit akkers, weiden, boomgaarden en moestuinen. Er zijn ook nog een eendenkooi, meerdere bossen, statige lanen en kronkelende dijkjes. Het mooie is dat het door de eigenaren, de familie Verschuur, voor ons is opengesteld zodat wij eindelijk hele stukken zonder e-bikedreiging over de dijken kunnen lopen. 
Molen De Vlinder aan de Deilse kant van de Linge
Blijkbaar wordt de Bloesemtocht van het Rode Kruis binnenkort weer gelopen want de genisten van Defensie hebben hun materieel al naar de parkeerplaats op Marïenwaert vervoerd om het evenement te ondersteunen. Her en der zijn al taludverstevigingen aangebracht met snel uit te rollen matten. Ook de pontons en de duwboten liggen klaar om de Linge voor 1 dag af te sluiten met deze drijvende bruggen. Natuurlijk zijn ze hier nooit voor gekocht, maar als het in het oefen- en inzetprogramma past, waarom niet. Dan kan de belastingbetaler ook een keer over zijn eigen geld lopen.
Na de Appeldijk verlaten we het landgoed en gaat het over een fietspad verder om na een paar honderd meter alweer over de Lingedijk te lopen. Bij een van de fruitboomgaarden kijken we nog hoe een teler van zijn fruitkarren een eftelingtreintje maakt en met een verjaardagspartijtje door zijn gaard racet. De fotograferende moeders voorin en de uitgelaten kinderen zo ver mogelijk bij ze vandaan met zijn allen in het laatste karretje. Gaaf! Of is het vet cool?


Vanaf hier krijgen we ook zicht op de al aangekondigde 'Slimbo's'. We zien ze druk baggerend op drie pontons met evenzoveel baggermachines en binnenschepen. Het is niet voor niets want elk keer komt de bak vol vaste, zwarte modder omhoog. Daar kan ik normaal best een tijdje naar kijken, kijken naar het werken van anderen, maar we gaan door, want je weet niet hoe lang dit stuk Lingedijk weer is. Even denk ik nog dat het toch snel opschiet, totdat Frank uitlegt dat de kerktoren die ik aanwijs niet van Geldermalsen is, maar van Deil. Teleurgesteld mompel ik dat hij gelijk heeft. Had ik niet moeten doen want dat soort dingen hoort hij altijd. Misschien is het deze zelfbevestiging die hem gunstig stemt, of raakt zijn energie op, want deze laatste Lingedijkkilometers laat hij de fietsers gewoon passeren zonder ze met zijn zijn groet te terroriseren.  
De volgende kerktoren is wel van Geldermalsen en als we even later in de trein naar Utrecht zitten, is hij weer normaal en groet hij gelukkig niemand meer. 
Appeldijk bij de Heerlijkheid Marïenwaert



Van Geldermalsen naar Tiel
20 mei 2015
via Tricht, Buren en Zoelen


Welkom in Tiel


Welkom, kom er in! 
Dat waren de eerste woorden van Mirjam. Wie? Nou, de Bezige Bij. Wat? Wacht even. Mogelijk niet bij iedereen bekend; mijn vrouw Judith doet aan quilten. Judith meldt via haar blog aan quiltland wat zij al quiltend meemaakt. Veel van haar lezeressen doen dat ook. In die quilt-bloggemeenschap zie je de meest wilde blognamen voorbij komen. Zo ook de blog 'BezigeBijMirjam' uit Tiel.
(Voor de gemiddelde wandelaar: quilten is een handwerk techniek waarbij je met allerlei lapjes van verschillende kleuren, dessins en vormen de bovenkant van een deken maakt. Als je er dan een tussenlaag en een achterkant aan vast stikt heb je een complete deken.)

So what, wat heeft dit met wandelen te maken? 
Alles. Mijn blog 'Walk and See' is door mijn vrouw geschikt geacht, dan wel getolereerd, om te 'volgen' en wordt bij haar in de marge getoond bij elk nieuw bericht dat ik maak. Daardoor zien andere quiltsters mijn wandelblog. Vier blogberichten terug schreef ik over een wandeling samen met dochter Maxime van Weesp, via Muiden en Muiderberg naar station Naarden-Bussum. Daarop kreeg ik een enthousiaste reactie van ene Bezige Bij, die vertelde dat ze in Weesp was geboren en zelfs getogen. Nou kende ik geen Bezige Bij in mijn directe omgeving. Normaal klik je dergelijke berichten zonder te openen als spam weg. De vermelding echter dat zij mij via Juud's Quilts had gelezen was voldoende vertrouwenwekkend. Allerlei genoemde plekken in mijn bericht had de Bezige Bij met blijdschap en nostalgie herkend. Als blogger met een reactiegemiddelde van 0,034 schrik je blij. In mijn dankwoord wenste ik haar nog veel plezier bij haar wandelingen in Duitsland. Je moet tenslotte ook iets stimulerends roepen. Daarmee dacht ik over te gaan tot de orde van de dag. 

Mijn reactiegemiddelde zou daarna omhoog gaan. De keer daarop liep ik met Frank over het Grote Rivierenpad van Lexmond naar Leerdam. Ik had mijn verslagje nog niet gepubliceerd of hup daar was weer de Bezige Bij. Wat bleek, zij en haar man hadden vijfentwintig jaar in Leerdam gewoond en zelfs in het beschreven Acqouy hadden zij zich tijdelijk opgehouden. Ook deze omgeving herkende ze uit mijn verhaal. Bezige Bij, inmiddels Mirjam, vond dit teveel toeval. Ja oke, maar wij konden daar niets aan doen, wij hadden het niet gedaan. 'Komen jullie toevallig ook langs Tiel'? Dat moest ik eerst gaan opzoeken in de gids. En jawel, nadat we eerst nog een etappe naar Geldermalsen gingen lopen, zouden wij de keer erop met het Grote Rivierenpad ook door Tiel komen. Nou dan moesten wij maar eens gezellig langs komen. 


ik heb geen foto,
maar ongeveer zo en nog lekkerder
Och, als wandelaar maak je dat niet elke wandeldag mee, dat je via je blog een uitnodiging ontvangt. Weer iets nieuws en de mails waren daarbij nog enthousiast over wandelen ook. Dus hebben we afgelopen woensdag 20 mei het eindpunt van onze wandeling iets verlegd en zaten Frank en ik, na de hartelijk ontvangst, met Mirjam en haar man onder het genot van een bier en heerlijke hapjes uitgebreid te bomen over gemeenschappelijke ervaringen. Over scholen in het Gooi, over fietstochten, over de gedeelde sport waterpolo, over haar wandelingen met de vriendinnen, vakanties. Het enige wat nog niet gemeenschappelijk was, was het quilten (wat ook zo blijft). Kortom we hebben er heerlijk gezeten en de wandeling uitgebreid afgesloten. Een echte aanrader om zo een wandeling te beëindigen  Mirjam hartelijk dank voor je spontane uitnodiging en jullie gastvrijheid. 


Wandelen

We hadden vooraf ook nog gewandeld. Gewandeld door een mooi gebied, met grote rivieren die je er zelf bij moest denken. Heel even in het begin een flits van de Linge, maar dat is niet echt groot. Het was veel meer de Betuwe zoals je dat op school leerde. De hele route werd gekenmerkt door vele fruitboomgaarden. Toch waren er verschillen. Vanaf station Geldermalsen is de route na Tricht nog een afwisseling van boomgaarden en open weidegebied. 
honderden meters diepe boomgaarden vlakbij Tricht

Dat verandert bij de nadering van Buren. Vanaf Buitensport organisatie 'Wilgje' aan de Hennisdijk ga je door een mooi natuurreservaat, de Put genaamd. Voordat je dus begint aan deze strook met afwisselende paadjes door weides en langs kleine meertjes kun je je eerst vergapen aan een moderne speeltuin, met een hoger uitdagingsniveau dan vroeger. 



Je kunt er ook voor kiezen iets op het terras van Wilgje te gaan drinken. Bij het zien van de hindernissen kregen Frank en ik al voldoende mooie herinneringen uit het verleden. Die lieten we dan ook mooi links liggen. En tegen de tijd dat we bij het terras waren regende het. We liepen dus door. Nat was het slechts van korte duur en we hadden geluk. Door een gele golvende gloed van de boterbloemen liepen we een schitterend gebied binnen met geurende meidoorns, pluizende paardenbloemen en witte hagen van fluitenkruid



De routemakers leiden je daarna via allerlei wandel en fietspaden prettig naar Buren. Daar gingen we voor de rust dit keer niet zoals twee jaar geleden op het Maarten van Rossumpad (Ophemert naar Zoelmond) naar Grandcafé De Hofhouding maar dit keer voor appeltaart en koffie naar De Pannenkoekenbakker. Ook goed.


Voorstraat in Buren
Na de rust hebben we Buren niet uitgebreid voor een tweede keer bekeken. Maar ben je daar voor het eerst dan moet je dat zeker doen. 




Na Buren is het landschap minder open en heeft daarmee een heel andere, prettige  uitstraling. Afwisselend loop je over geafsfalteerde landwegen en smalle onverharde paadjes langs akkers en boomgaarden. Een punt voor een korte rust vormde het kasteel Soelen. Hoewel niet opengesteld voor publiek mooi om naar te kijken en foto's van te maken. Na Zoelen ging het voor een tweede keer deze wandeling over de Linge. Eenmaal in Tiel is het met de rust gedaan. Ook hier een compliment aan de routeplanners, want grote delen door de bebouwde kom gingen over groenstroken. Voor ons dus dit keer niet rechtstreeks naar het station maar voor ons nog de verrassing bij de Bezige en Lachende Bij. Prima!
De Linge bij Zoelen







Van Tiel naar station Hemmen-Dodewaard
26 november 2015
via Wamel, IJzendoorn en Ochten


Waalbandijk

de Waalbandijk bij Beneden-Leeuwen gezien vanaf de Prins Alexanderbrug
Bandijk
Bandijk, bandijk, bandijk. Bijna 23 kilometer over de Waalbandijk. Hoe kan dat? Waarom heten die dijken allemaal Waalbandijk. Wat betekent bandijk dan? Het was me ook al opgevallen tijdens de wandelingen over het Maarten van Rossumpad: de Maasbandijk bij Kerkdriel of de Rijnbandijk bij Kesteren. Frank wist het ook niet en Jack al helemaal niet. Dan maar naar Wikipedia:

De winterdijk of bandijk is de dijk langs een rivier die bij hoge afvoeren overstroming van omliggende gebieden voorkomt en de rivier in het stroomprofiel houdt.... Het zijn zogenaamde primaire waterkeringen, want achter deze dijken liggen polders, die beschermd moeten worden tegen overstromingen. Anders dan de zomerdijk is de winterdijk daarom hoog genoeg om de hoogst voorkomende waterstanden tegen te houden.....Veel van deze dijken zijn verstevigd, verbreed en opgehoogd na de hoge waterstanden en dreigende doorbraken aan het einde van de 20e eeuw. 

De naam winterdijk is afgeleid van het feit dat de hoogste waterstanden vaak in de winter bereikt worden....De verklaring voor de naam bandijk voert terug op de samenvoeging van ban(ne), in de zin van rechtsgebied, en dijk. Daarmee werd aangegeven dat deze dijk gerechtelijk geschouwd werd: de controle van het Waterschap op de toestand van de dijk. 

Zo dat loopt meteen een stuk beter. Verder maar weer op deze heerlijk zonnige dag in november. Weg is de grauwheid van de laatste dagen, uit gaan de jassen. Prachtig wandelen in dit dijkenland.


Ter Navolging
De vorige keer dat we op station Tiel instapten was het voorjaar en kwamen we net terug van de 'high tea' met bier en borrelnootjes bij trouwe bloglezer Mirjam. Een gewaardeerde uitnodiging en een mooie afsluiting van de wandeling van Geldermalsen naar Tiel. 
Ik had toen het idee dat we ons bij het station zo'n beetje in het centrum van Tiel bevonden. Vandaag, al lopend naar het veer over de Waal, merkten we dat het station tegenwoordig wel centraal in de gemeente Tiel ligt maar zeker niet in het oude centrum. Daar kwamen we nu pas langs. 
Op weg daar naar toe passeerden we een oud kerkhof, dat net als het station ooit buiten de bebouwde kom heeft gelegen. Op de toegangspoort staat de naam of oproep 'Ter navolging'. Als je dat verkeerd uitlegt lijkt het of er wordt uitgenodigd je hier bij de reeds aanwezigen aan te sluiten en je voor het laatst te ruste te leggen. Toch ligt dit niet eens zo ver van de waarheid. In de achttiende eeuw wilde men een eind maken aan het begraven in de kerk of binnen de stadsmuren vanwege de geuren en de kans op ziektes. Het idee van begraven buiten de stad was blijkbaar revolutionair. De Tielse jurist van Leeuwen kreeg er een 'Gouden Eerprijs' voor en heeft vervolgens het 'Begraafgenootschap Ter Navolging' opgericht. Wat hij toen niet kon bevroeden was dat de begraafplaats nu weer midden in de bebouwing ligt en een groene rustplek vormt.

Waal
Eindelijk weer langs een echte grote rivier. Niks mis met de Linge, maar toch niet direct een rivier die je verwacht op 'het Grote Rivierenpad'. Maar vandaag klopte het weer. Druk scheepvaart verkeer, een veer dat er tussendoor manoeuvreert, werven, hoge hijskranen afstekend tegen het zonlicht, uiterwaarden, dijkhuizen, grote rivierbrug.
de Waal bij Tiel met op de achtergrond de pijlers van de Prins Willem Alexanderbrug
Die rivierbrug was de Prins Willem Alexanderbrug. Hij lijkt al dichtbij als je met het veer bij Tiel oversteekt naar de zuidoever. Maar het is nog even leuk vijf kilometer via de dijk en het dorp Wamel voordat je er bent. Nadeel is het verkeer, dat op de brug langs je raast, maar dat wordt gecompenseerd door het panorama. 

Verschoven wereld 
Vanaf de brug zie je in noordelijke richting prachtig de stuwwallen langs de Rijn. Stoer wees ik Frank op de skyline van Wageningen met de vermeende universiteitsgebouwen. Later op de dag moest ik erkennen dat het richting Amerongen moet zijn geweest met verder naar rechts de hogere gebouwen van Rhenen. Dat bleek toen we bij de overgang over de A15 vlakbij het eindpunt station Hemmen-Dodewaard, het stuwloze deel van de Gelderse Vallei vaststelden aan de horizon. Ach, op zo'n afstand zit je er zo 15 km naast. Kan gebeuren. Als je het maar overtuigend aanwijst verschuift de wereld waar je bij staat. 

Jagers in de aanval
Onderweg naar het dorpje IJzendoorn zien we hoe een groepje jagers als een infanteriegroep in verspreide formatie over een weiland trekt. Wij volgen op de flank van de groep in de aanvalsrichting. De vijand heeft blijkbaar goede sensoren uitstaan want er vliegt of rent niets in paniek weg. Als het einde van het 'aanvalsdoel' is bereikt wordt er dan maar een sigaret opgestoken en de honden verzameld. Wij lopen verder en passeren wat zo juist nog een schootsveld was. De four-wheel drives worden opgeroepen en even later moet ik terriër Jack 'aan de voet' roepen om ruimte te maken voor de voertuigen op hun weg naar een nieuw missiegebied. Het motorgeronk sterft weg. Stil is het weer.
overnachtingshaven IJzendoorn
Onbenoemde huzaren
Het dorpshuis is gesloten. Geen koffie dus. Even later lopen we daarom alweer langs de overnachtingshaven van IJzendoorn. Hier kunnen binnenvaartschippers aanleggen aan lange drijvende kades om uit te rusten of te wachten op vracht. En ze kunnen even naar het eethuisje De Veerstoep in Ochten. Dat doen wij in ieder geval wel en zitten daar prima binnen, achter glas in de warme zon aan de koffie met appelgebak voor een prijs waarvoor je terug wilt komen. Frank herinnert zich hoe ooit de huzaren hier in 1995 tijdens de dreigende dijkdoorbraak druk in de weer waren met zandzakken. De duikers van de genie inspecteerden toen de dijk. We zien een klein herinneringsmonumentje naast het eethuis, maar volgens Frank moet er ook nog iets groters zijn. Van de bediening horen we dat het dichter bij de plek ligt die dreigde door te breken. 
Het klopt. Voordat het pad de Gouverneurspolder in daalt vinden we het herinneringsbord. Helaas, de huzaren van 101 Tankbataljon worden niet met name genoemd. Maar ik geloof Frank, dat ze zich zeer verdienstelijk hebben gemaakt. Er is inmiddels veel veranderd. De huzaren zijn verdwenen. De tanks verkocht. De iele dijk van toen behoorlijk breder en hoger gemaakt. De verdediging tegen het water is tenminste wel goed aangepakt.

De plannen met de Gouverneurspolder tussen Ochten en Dodewaard zijn ook ingrijpend. Om het water ruimte te geven zullen er grote waterpartijen komen en zal de natuur de ruimte krijgen zich te ontwikkelen. Nu is het nog een aaneenschakeling van kaal gesneden maisvelden zo ver het oog reikt. 
Wij soppen verder over de veerweg en slalommen langs de eindeloze rij plassen. Jack heeft een onlesbare dorst en hapt in elke plas en vergist zich een enkele keer in de diepte, waarna hij een stuk schoner zijn weg vervolgt. Blubberspoor in, blubberspoor uit, het moet een soort intervaltraining voor hem zijn.
scheepswerfkranen bij Druten aan de zuidoever van de Waal
Enorme containerschepen steken hoog af boven de kleinere diepliggende aken
Naarmate we Dodewaard naderen wordt het minder drassig en verschijnt er asfalt onder de modder. Eenmaal weer terug op de hoge winterdijk houden we nog even stil bij de werf van Ravenstein Container Pontoon. Een half afgebouwd schip wordt door twee kleine slepers gekeerd in de kleine haven terwijl blije werkers van bovenaf kijken of alles goed gaat. Lekker even niks doen en kijken naar de verrichtingen van je collega's. Het lijkt op het opzetten van een tent op de camping, terwijl de omgeving toekijkt.
Op de werf zelf wordt zo te zien een stuurhut in elkaar gelast. Hoe krijgen ze die weer op een schip? Zijn die kranen zo sterk om hem over de gebouwen te tillen? Vragen, die we verdringen en verder lopen naar de mooi onderhouden hervormde kerk van Dodewaard. Het pad laat je deze Romaanse kerk van alle kanten zien door af te dalen in de polder en langs het grote domineeshuis een korte rondgang door Dodewaard te maken.
Einde van een herfstdagwandeling
De kilometers tellen door en met de dalende zon daalt de temperatuur en wordt het grauwer. Het wordt weer een schemerende, stervende novemberdag. Over de Kerkstraat gaat het monotoon en met gevoelige voetzolen verder. Twee keer meldt Frank dat het nog 500 meter is. Bij nader inzien eerst naar het viaduct over de A-15 en dan weer naar het station. Beide keren correct en tevens juist. 
Ah, mooi daar komt de trein. Die trein wacht wel op ons dachten we nog en versnelden niet. Het sluiten van de Arriva-deuren zien we van dichtbij. Helaas vanaf de buitenkant. De machinist heeft ons natuurlijk niet in de uitstappende 1-persoons-mensenmassa ontwaart. Of wilde ons afstraffen voor onze onwil om te versnellen. Of heeft helemaal niet gekeken. Ik denk het laatste. 
We kijken even later toch tevreden langdurig rond vanaf een bank op station Hemmen-Dodewaard. Lekker eindelijk even zitten en stom om je heen kijken. Alles heeft een voordeel.





Van station Hemmen-Dodewaard naar Oosterhout

15 januari 2016
via Zetten, Herveld-noord, Herveld-zuid en Slijk-Ewijk


Lingepad met een vleug grote rivieren


Een dijk in Nederland; of je naar de hemel reist.


Lucht en ruimte
Thuis ga je in de winter niet veel wandelen. Moet je iets wegbrengen, of inkopen doen, dan is er vaak een excuus om de auto te pakken. Soms bij een vlaag van milieubewustzijn of bewegingsdrift neem je nog de fiets, zoals van de week bij -6 naar het zwembad. Misschien kwam dat eigenlijk ook wel omdat de auto voor een onderhoudsbeurt bij de garage stond. Hoe mooi is het dan om twee dagen later bij 0 graden op station Dodewaard-Hemmen uit te stappen en gewoon met een lege kop over het zandpad langs de spoorlijn aan een wandeling te beginnen. Eigenlijk dezelfde lucht als thuis, maar nu met meer ruimte om je heen. Onbevangen kijken hoe die routeplanners er dit keer weer in zijn geslaagd een attractieve route langs onbekende oorden aaneen te rijgenLekker simpel het pad in de gids aanhouden en de markeringen volgen. Niet nadenken, alleen maar om je heen kijken, genieten en zo nu en dan een verkeerd pad in slaan.  
mooie knotwilgen op onze weg naar Hemmen

Antroposofische stallen
We liepen vandaag eigenlijk het grootste deel over het Lingepad. Meer dan de voorgaande wandelingen ging het weer eens lekker over onverharde paden en hadden we geen last van dat asfaltgedreun. 
Anderhalve kilometer na de start passeerden Frank en ik al filosoferend over de bouwstijlen op boerenerven een aaneenklontering van stallen. Op sommige boerderijen zie je soms de meest rare verzamelingen van stallen, aanbouwsels en schuren. Om de vrije ruimte voor de koeien uit te breiden was hier aan de oude stal een nieuwe, mooiere en hogere stal geknutseld. Een nieuwe vrije stal dus, waar de koeien los kunnen lopen. Misschien stamt deze manier van veehouderij met het vrij aan elkaar breien van stallen met een vrije loop voor de koeien wel uit het vrije onderwijs. Lekker antroposofisch onder elkaar?   
We stonden daar wel ongegeneerd commentaar te leveren, maar even zo goed liepen wij al na anderhalve kilometer dood op het erf van een boerderij. Een jeugdige boerin moest er aan te pas komen. Ze vroeg ons naar de reden van onze komst toen we op het erf toch maar eens de gids aan het bestuderen waren. Met haar aanwijzingen kwamen we weer van haar erf af en terug op het juiste pad. Zo zagen we ook dat we al kletsend straal langs een afslag met een toch heel duidelijke markering waren gelopen. Laten wij het denken dus maar aan die koeien over laten en beter op de markeringen gaan letten.

Oase Hemmen
In de open ruimte van verstijfde weilanden en bevroren akkers vormt het dorpje Hemmen een groene oase. Over een paar met bomen omzoomde paden nader je de bosstroken die het dorpje omringen. Ben je die gepasseerd dan betreedt je een parkachtige omgeving waar je zoekt naar het naamgevende kasteel. Voor ons betekende dit zoveel afleiding, dat we het rondje Hemmen tegen de richting in liepen en een tweede kaartstudie nodig hadden om alsnog de goede volgorde te ontdekken. Onze manier is wel de meest grondige benadering om heel Hemmen van alle kanten te bekijken en te genieten. En als je lang genoeg volhoudt kom je er bij de voormalige kasteeltuin achter dat Huize Hemmen niet meer bestaat. In de Tweede Wereldoorlog is het verwoest. Daarvoor had het tot 1931 dienst gedaan als woonoord van de adellijke familie van Lynden. De laatste baron, Frans Godard, stierf helaas kinderloos. Met hem kwam een einde aan deze tak van de familie, die vanaf 1375! in Hemmen de scepter had gezwaaid. De talrijke bezittingen worden nu nog beheert door de Stichting 'Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending'. Dat u het maar weet.
Kerk van Hemmen
winterse akker net ten zuiden van Hemmen

de restanten van Huize Hemmen

De Linge bij Hemmen

Zetten, Herveld-noord en Herveld-zuid

Als je het snel uitspreekt ben je 7 kilometer verder en dan heb je in Zetten ook nog koffie gedronken aan het Julianaplein. Je weet wel, bij La Plaza, dat cafetaria waar je door een vriendelijke Chinese bediening informatie krijgt hoe het er in de zomer uitziet.
kerk van Herveld-zuid vanaf de mooiste kant
Oke, het moet voor de routeplanners een uitdaging zijn geweest om een beetje route te vinden om je over en onder twee snelwegen (A15 en A50) en twee spoorlijnen (de spoorlijn Tiel-Arnhem en de Betuwelijn) te leiden richting de Waal. Hou je van nieuwbouw dan kunnen we dit stuk aanbevelen. 
Tenslotte kom je na de A50 weer in het open land en duik je de bospaden van de Heerlijkheid Loenen in. Daar was het weer aangenaam wandelen, hoewel het er in een regenperiode waarschijnlijk een behoorlijke blubber partij zal zijn. Wij hadden mazzel met de bevroren ondergrond. Het pad voerde jammer genoeg niet langs het landhuis. Thuis zie ik op internet dat het de moeite waard is de route daarvoor iets te verleggen. Wij niet, nee wij moesten door naar Slijk-Ewijk. Laat ik het er op houden, dat de huizen daar ouder en gevarieerder zijn. Of het in Slijk-Ewijk allemaal goed gaat weten we niet, maar er hangen daar vreemde trofeeën aan de muur.


De Waal
Eindelijk na 18 kilometer staan we weer op zo'n bekende Waaldijk. Dit is waarom we ooit begonnen aan het Grote Rivierenpad. Brede rivieren waarop grote en kleine vrachtschepen stroomopwaarts stoempen of versneld stroomafwaarts glijden. Enorme duwboten met wel zes bakken er voor naast kleine vrachters die iel afsteken tegen het geweld, dat ondanks de bijna tweehonderd meter lengte ze net zo makkelijk voorbij streeft. Facinerend om er naar te kijken, iedere keer weer. 



Het laatste stuk naar Oosterhout hebben we nog onderbroken voor een recuperatie bij Brasserie Altena. Prima rustplek met zicht op de rivier. We keken er uit op de betonnen platen van camping De grote Altena. We gokten al dat het plekken voor caravans zouden zijn. Bij navraag bleek dat ook zo te zijn. Mooie plekken dacht ik nog. Altijd wat te zien en te beleven. Dat is in alle opzichten letterlijk het geval, zijn het geen voorbij varende schepen dan kan het ook zo je eigen caravan zijn. Als je op Google maps kijkt zie je dat die platen op het moment van de opname mooi onder water staan. Opletten en erbij blijven, of nog beter op tijd weg wezen. Dat deden wij ook. 




Van Oosterhout naar Wyler (Dld)
17 februari 2016
via Nijmegen en Duivelsberg

Het kan wel!



de snel stromende Waal bij Nijmegen
op de achtergrond het nieuwe eiland Veur Lent

Het kan wel
Als je uitroept of schrijft met een uitroepteken, 'het kan wel!', dan was je er blijkbaar vanuit gegaan dat het niet kon. Of anderen zeggen dat het niet kan en jij gaat daar, soms koppig, tegenin dat het wel mogelijk is. Ook is er de variant dat het aan voorwaarden is gekoppeld; 'het kan wel, maar' dan moet je bijvoorbeeld meer tijd nemen, of dan moet je via een andere route gaan. 'Het kan wel' klinkt dan weer positiever dan 'het kan niet, behalve als je ...'. Waarom deze woordenstroom als inleiding op een wandelverslag? Simpel, al deze varianten van 'het kan wel' zijn wij vandaag eens gaan uitproberen. 

Planung für Dummies
Dat begon al bij de voorbereiding. Wij, Frank, Jack en ik, zouden deze wandeling eindigen in Duitsland in het dorp Wyler, een paar kilometer over de Duits-Nederlandse grens ter hoogte van Nijmegen. Frank berichtte een paar dagen tevoren dat het openbaar vervoer vanuit Duitsland naar Nijmegen een uitdaging zou worden. De bus reed alleen rond half zes 's avonds. Vreemd dacht ik nog. Maar Frank is gedegen en nauwkeurig, dus dan neem ik dat aan. Toen dachten wij nog dat we daar dan allang zouden zijn en dan uren zouden kintikken. Een dag voor vertrek kwam er een vervolgmail met 'Het kan wel!'. Hij had intussen ontdekt dat er in Duitsland meer buslijnen zijn en dat er onderscheid gemaakt wordt tussen Montag en Dinstag-Freitag.
Stop je echter daarna achteloos het uitgeprinte Fahrplan in je zak, dan kom je toch bedrogen uit want bij nadere inspectie van al die tabellen zie je dat er na 9 uur geen buslijn 57 rijdt. Die begint weer vanaf 16.18 te rijden. Het is dus handiger die studie vooraf te doen. De Duitse bus, lijn 58, is van de Niederrheinische Verkehrsbetriebe Aktiengesellschaft. Je kunt ook gewoon NIAG zeggen, maar dat klinkt niet zo mooi. Verder rijdt er naast de Duitse bus ook een Nederlandse bus tussen Kranenburg in Duitsland en het centraal station Nijmegen (lijn 57). Je kunt bij beiden met je OV-kaart inchecken. Dat is dan weer wel mooi geregeld.

Wo ist Ede?
Ik vertel hier nu wel over de voorbereiding van de terugtocht, maar je moet er eerst komen. Via de openbaarvervoerwebsite '9292' was die voorbereiding snel uitgevoerd. Het zou gebeuren met de Valleilijn richting Ede en dan met de NS naar Arnhem en tenslotte met de bus naar Oosterhout. 'Dat kan wel, maar' dan moet je wel de tijd hebben. Voor het stukje naar Ede hadden we al meer dan een uur nodig. Ze lokken je eerst de kippentrein in en als je dan niet meer kunt ontsnappen klinkt het zeer vriendelijk uit de loudspeaker, dat deze trein niet verder gaat dan Barneveld.
Waarom weten wij nu nog steeds niet. Aangeraden werd terug te keren naar Amersfoort, ons vertrekpunt. Er zijn ook bussen in Barneveld, maar wij weten nu dat die niet naar Ede gaan. Daar heb je de trein toch voor. Ook op het perron werd via de omroepinstallatie herhaaldelijk aangeboden terug te keren naar Amersfoort. Indien gewenst kon dat ook via Barneveld-Zuid. Daarom stonden er inmiddels twee treinen. 
Maar niet naar Ede. Het oord Ede leek van de aardbodem verdwenen. Op de monitoren verscheen een aansluiting naar die illustere bestemming met een half uur vertraging. Geen idee of dat ook waar was. Lijdzaam afwachten dan maar. En ja hoor, of er niets gebeurd was en zonder verdere uitleg arriveerde deze 'stipt op tijd'.
De reis naar Arnhem verliep via een aangepast schema. Om ongeveer halftwaalf stapten wij uit in Oosterhout bij Nijmegen; tweeënhalf uur over hemelsbreed 45 kilometer. Volgende keer maar de auto naar Duitsland.


Jack en ik gaan de kaart bekijken

Gelukkig, de Waal
Jack leads the way
Nu wisten wij al dat die bus niet zou stoppen bij de bushalte waar wij de vorige keer waren gestopt. Dat was een bushalte van de lijn naar Nijmegen en die doen niet mee met de bussen uit Arnhem. Verschil moet er blijven. Daarom wisten wij dat we nog 13 minuten zouden moeten lopen om weer op de route te komen. 'Dat kan wel, maar' dan moet je wel de goede kant op lopen. Via een omtrekkende beweging door een soort Vinex-wijk, die niet op onze kaart stond, stonden we twintig minuten later op onze alternatieve route stil voor een sloot, die ongetwijfeld in de zomer droog staat, maar nu niet. Met een tweede aanvullende kaartstudie kwamen we tenslotte op de Waaldijk bij Oosterhout. De Waal lag er ook, dat was niet veranderd. Van rivieren kun je tenminste op aan.
De Waaiensteinkolk bij Oosterhout met daarachter de Waal
Ruimte voor de Waal
Vanaf de Waaiensteinkolk begint de wandeling pas echt. In de verte zien we de nieuwe brug van Nijmegen en eenmaal daar onderdoor een compleet nieuw landschap. Nu is alles hier voor ons nieuw, maar dit is echt net af. We zien nieuwe bruggen, pas vlak gebulldozerde eilanden, nieuwe kades met voorbij de spoorbrug een soort betonnen tribune met zicht op het water van de nieuwe geul. Alles onderdeel van het grote project 'Ruimte voor de Waal Nijmegen'. De rivier krijgt hier door een 'dijkteruglegging', schitterend woord, en de aanleg van een brede geul, meer afvoercapaciteit bij hoogwater. 

De nieuwe geul met daarachter de Waal. Net vlak geschoven eilanden met recreatiebruggen er naar toe
Blik richting Nijmegen over de geul en de Waal
Het nieuwe eiland Veur Lent. Links de nieuwe geul, waar ooit grasland lag en woningen stonden is nu een schitterend recreatiegebied ontstaan
Achter de groep woningen aan de oorspronkelijke oever heeft men die geul aangelegd en zo is er het eiland Veur-Lent ontstaan. Als ik op google maps kijk zie ik op de oude opname, dat er ook een prijs is geweest voor dit prachtige project tegen overstromingen. Naast veel geld kostte het ook woningen. Ooit stonden hier ter hoogte van Lent nog een flink aantal huizen en enkele landbouwbedrijven. Maar wat we nu zien belooft naast droge voeten veel meer. Zoals je ook op diverse artist impressions ziet, is het goed voor te stellen dat hier straks gebaad zal worden en de mensen van de zon en het water zullen genieten. Klik hier voor de uitleg van het plan uit 2008.
De snel stromende Waal bij Nijmegen
Wij lopen over een nieuw aangelegd fietspad langs de spoorbrug naar de overkant en maken nog een paar laatste opnames van het snel stromende water in de echte bedding. 


Silhouet van Nijmegen vanaf de fietsbrug naast het spoor

Nijmegen
De kerk was al van veraf te zien. Niet alleen omdat hij zo hoog is maar ook omdat hij hoog op de stuwwal staat. Je klimt er via allerlei kleine straatjes langzaam naar omhoog. De omgeving van deze Stevenskerk is aantrekkelijk door de mooie oude gebouwen rondom de kerk; het Sint Stevenskerkhof. Jammer van die paar niet-passende huizen van latere datum.   






Via een mooie poort verlaat je de hof van de Stevenskerk en kom je uit op de Grote Markt met links de schitterende Waag. Helaas rechts ineens weer sfeerloze gevels van de HEMA en V&D. Niet verwonderlijk dat het daar stil is. Het lijkt wel of delen van het centrum van Nijmegen gebombardeerd zijn en na de oorlog met veel haast zijn opgebouwd. Bij naspeuring blijkt dat helaas ook het geval: een zogenaamd 'vergissingsbombardement'. Door het slechte weer waren Amerikaanse piloten op 22 februari 1944 letterlijk de weg kwijt en kozen een verkeerd doel; 800 doden en een verwoeste binnenstad tot gevolg.
In rood het verwoeste gedeelte van Nijmegen. Veel ouds is verloren gegaan.
We negeren de vele uitnodigende terrassen op de Grote Markt en vervolgen onze route. Deze gaat terug naar de rivier waarbij je natuurlijk weer naar beneden gaat. Ook daar weer moderne huizen. Daar moeten ooit oude buurten zijn geweest, maar die zijn overwoekerd door nieuwbouw zonder veel uitstraling. Langs de Waalkade volgt wederom een aaneenschakeling van aanlokkelijke terrassen. Met deze paar graden boven nul zit het binnen stampvol. Moedige zonaanbidders genieten in de heerlijke middagzon. Met een heater in je nek, kijk je dan de wereld uitdagend aan. Honderd meter verder stijgen wij naar het Valkhofpark en kijken in noordelijke richting ver over de rivier. Prachtige panorama's. 
panorama vanaf het Valkhof

St Nicolaaskapel op het Valkhofpark

Belvedère
We slingeren verder over de route;  met de oude brug over de Voerweg, langs het Valkhof Museum, en de uitkijktoren Belvedère, dominant gelegen boven de rivier, die in twee richtingen bewaakt kan worden. Tenslotte stoppen we bij Harrie van de Kiosk in het Hunnerpark. Eindelijk koffie en gebak, en voor Jack een stick van het huis. Nijmegen een mooie afwisseling en zeker de moeite waard om de route door de binnenstad te volgen. 
Jack: toffe peer die Harrie

Berg en dal
Berg en dal, niet alleen de naam van een dorp waar de route langs loopt, maar ook de karakteristiek van de rest van de wandeling. Het heeft niet echt met grote rivieren te maken. Wij hadden gedacht dat een tracé door de Ooijpolder, het natuurgebied direct langs de rivier, daar beter bij zou passen. 
panorama richting de Ooijpolder
Maar we komen terug op deze gedachte. Prachtig is het hier. Via de randen van noordoost Nijmegen wordt je naar de bossen van de stuwwallen binnen het Rijk van Nijmegen geleid. Op enige afstand passeer je het bekende Canisius College met natuurlijk een bijbehorende kerk, waarna je afdaalt over de Boekmansdalseweg waar gewoond wordt op stand, zowel qua uitzicht als bostuinoppervlak. Beneden gekomen gaat het direct weer langzaam omhoog en leidt de route achterlangs en tussen verschillende dorpen; Ubbergen, Beek, Berg en Dal. Mooi hoe je nauwelijks iets van die dorpen merkt. Hoe verder je vordert hoe stiller en mooier de vele dalen en bergen worden. 



Het kan wel!
Ik heb de tel niet bij gehouden in de rits van bergnamen; de Westerberg en dan natuurlijk ook de Oosterberg, de Vossenberg en het hele gebied rond de Duivelsberg. En wij maar zeggen tegen Jack dat het mooi was, terwijl hij voor de zoveelste keer zich een weg omhoog vocht over de vele treden van een hellingtrap. Ik dacht dat je in Nederland niet kon trainen voor een wandeling in de bergen. 'Het kan wel!'. Als je een paar keer met een zware rugzak heen en weer loopt tussen Nijmegen en de Duitse grens dan wordt jouw grens zeker verlegd. 



Een paar seniore wandelaars, die wij inhaalden, groetten ons aan het einde van de middag vriendelijk en concludeerden aan onze richting dat we naar Duitsland gingen. Oh, ja, dat was ook zo. We keken om ons heen. Het bos hield op. Rechts van ons was een akker waar de mest niet was geïnjecteerd.  We zagen tegen de helling een Hochsitz, en daar nog een. En ja, er was hier Überflutungsgefahr. We moeten al wel in Duitsland zijn, want in Nederland zou je dat pas merken als de dijk doorbreekt en je voeten nat worden. Maar in Duitsland wordt je daar keurig voor gewaarschuwd, want je weet maar nooit. 
We liepen een agrarisch gebied binnen. Het liep al tegen vijven, dus veel te kintikken viel er niet meer. Bij de eerste Haltestelle hadden we nog 21 minuten over voordat de bus zou komen. Dan kunnen we om de tijd te doden ook doorlopen naar de volgende halte. Dat geeft direct ook weer een kick, want daar moet je dan weer niet te laat komen sonst müssen Sie hier in Wyler bleiben. Nou en dan ga je wel doorlopen.
We hebben het gered, evenals de verwarring bij de bushalte dat hij am Mittwoch eerst niet leek te rijden, maar later toch weer wel. Het valt ook niet mee die Duitse cijfertjes. Kortom een prima afwisselende wandeling, die eine Wiederholung waard is.




Van Wyler (Dld) naar Kleef

11 maart 2016
via Kranenburg, Frasselt en het Reichswald

Waarom Kleef?




Waarom Kleef?
Best een aardige stad dat Kleef, daar niet van. Maar waarom moet het Rivierenpad eindigen in Kleef? We hebben op de laatste twintig kilometer van het Rivierenpad geen rivier gezien. Of het moet de flits zijn geweest toen we 's ochtends bij Emmerich over de Rijnverkeersbrug richting Kleef reden om daar te parkeren. Waarom niet vanuit het Duitse Wyler via Kranenburg naar Millingen aan de Rijn gelopen? Als dat onvoldoende kilometers zou betekenen, dan kan je bij Millingen met het veer oversteken en nog een stukje naar Lobith lopen, waar de Rijn zogenaamd ons land binnenstroomt. Dat gebeurt in werkelijkheid bij Spijk, maar Lobith zouden we dan goed rekenen. Allemaal vragen die ongetwijfeld al door meer wandelaars zijn gesteld. 

Op naar Kranenburg
In afwachting op de bus namen we vlakbij Bahnhof Kleve eerst een cappuccino aan een Stehtisch in een Konditorei. Daarna met bus 58, met gebruik van de Nederlandse OV-kaart, naar het eindpunt van de vorige keer: Wyler-Mühle. Buiten was het heiig en kil, net drie graden boven nul. Alle truien en het regenjack bleven aan in afwachting op de beloofde zon vanaf een uur of twaalf. Lopen naar Kranenburg gaat niet over een sensationele route en met deze temperatuur hadden we maar twintig minuten nodig voor de tweeënhalve kilometer. Eenmaal in de bebouwing sloegen we een tweede Konditorei over en gingen direct de St Peter en Paul kerk bekijken. Dat gaf wel het voordeel dat we op de toepasselijke Wanderstrasse belandden en konden genieten van de kerktoren. Helaas kwamen we verder deze dag geen koffietent meer tegen. 
We beperkten ons tot de buitenkant van de kerk, want wandelaars willen altijd doorlopen. Op internet zie ik dat een bezoek aan de binnenkant ook de moeite waard was geweest. Aan de aanwezige tekens van de Jacobsweg af te lezen, vormt de kerk ook een halteplaats op deze pelgrimsroute. We lopen in Kranenburg nog even over de Grosse Strasse en verlaten daarna de aardige stadskern via de Mühlenstrasse op weg naar het Reichswald.

Terminator
Door open weides en akkers gaat het voordat we verdwijnen in het Reichswald. Als we het bos net zijn binnengedrongen zien we een soort bomen-terminator. Een kolossale bomen-oogstmachine op grote brede wielen zaagt de gemerkte bomen in secondes om. Met veel geweld schraapt hij de takken eraf en zaagt daarna zonder de boom los te laten de stam in gelijke stukken. Waar vroeger groepen mannen uren fysiek mee bezig waren duurt hier ongeveer een minuut per boom. Het enige van de huidige man dat getraind wordt zijn de ogen, en de hand die de joystick bediend. We kunnen er uren naar kijken, maar zouden dit werk niet dagen, laat staan weken, geïsoleerd in het bos willen doen. 



Jack begrijpt niet wat je in zo'n bos moet met die grote machine. Hij begint alweer te janken dat we verder moeten. Later begrijpen we waarom. Hij heeft misschien toen al geroken, dat er op een akker twee kilometer verder, vlak voor het dorp Frasselt, gegierd werd. Niet van het lachen, maar met koeienpoep. Wij hadden dat nog niet geroken en zagen het pas toen we passeerden. Ook dat de boer in zijn enthousiasme de landweg hier en daar had meegenomen. Niets om je verder in deze omgeving druk over te maken. Althans tot op dat moment. Eenmaal dichterbij het dorp zagen we Jack weer besmeurd en opgewekt bijtrekken. Hij had onze onoplettendheid gebruikt om zich uitgebreid in deze lekkernij te wentelen. Wat honden daar zo dol op maakt blijft een vraag. Het was een teleurstelling dat het café 'Op de Kerk' in Frasselt pas vanaf vier uur de deuren zou openen. Maar of we er met Jack überhaupt nog in hadden gemogen was de vraag geweest. Grrr. Mist.
Frasselt in de mist, zowel het Nederlandse als het Duitse mist

Reichswald
Na Frasselt ging het weer enige tijd over plattelandswegen voordat we opnieuw het Reichswald werden binnengeleid. Het Reichswald is een enorme boscomplex, kilometers lang en breed. Lopen in een bos is vaak een verademing, maar dit woud is met eentonige, lange bospaden doorsneden. 
Zonder al teveel verrassing loop je hier kilometers over de saaie paden. Wat opvalt is dat er overal tekens op de bomen zijn aangebracht. De bomen zijn nog net niet genummerd, zoals we langs de wegen zagen. Maar In Duitsland wordt ook in het bos alles geadministreerd en bijgehouden. 
Het nummeren van de straatbomen schijnt weer een verzekeringsachtergrond te hebben. In een artikel in de NRC uit 2012 over deze Duitse gewoonte, lees ik: Een omvallende boom of een vallende tak kan schade, verwondingen of de dood veroorzaken. Wortels kunnen stoeptegels tot struikelblokken maken. En als mensen tegenwoordig iets overkomt, is de eerste reactie: wie kan ik verantwoordelijk stellen om schadevergoeding te eisen. Om zich in te dekken tegen schadeclaims willen lokale overheden rechtsgeldig kunnen aantonen dat zij goed hebben gezorgd voor de bomen die onder hun verantwoordelijkheid vallen. 
Boom 73 zal er blij mee zijn.




Slag om het Reichswald
Het is nu moeilijk voor te stellen, maar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is hier enorm gevochten om Duitsland binnen te dringen en te verslaan. Dat merkten we niet in het bos, maar wel onderweg. Zowel in Kranenburg, Frasselt, als in Kleve werden toen de torens kapot geschoten. Na de oorlog is alles weer opgebouwd: respectievelijk de toren van de al gepasseerde St Peter en Paulkerk, de St Antoniuskerk in Frasselt en de toren van slot Schwanenburg. Veel gebouwen zien er wel oud uit, maar zijn in werkelijkheid na de oorlog weer opgebouwd. Meer dan 500.000 man, 54.000 voertuigen en 1000 kanonnen en raketwerpers zetten in februari de opmars in vanuit het gebied Nijmegen-Groesbeek. Een bloedige strijd, die door het slechte weer veel langer duurde dan verwacht. De verschillende militaire begraafplaatsen in de omgeving zijn er nog de trieste herinneringen aan.

Kleefland
In de gids hadden we al gelezen dat het Kleefland vroeger een overgangsgebied is geweest tussen Nederland en Pruissen. Tot het begin van de 19e eeuw werd er tot een eind voorbij Kleef Nederlands gesproken. Pas vanaf 1827 wordt er verplicht in het Duits lesgegeven op de scholen en in het Duits geschreven in de kerken. 
Je merkt het aan de straatnamen en namen van gebouwen zoals de het al genoemde cafe 'op de kerk' in Frasselt. Later, vlakbij Kleve, zien we op de herdenkingsobelisk van de gesneuvelden in de Frans-Duitse oorlog van 1870 vele achternamen die ook in Nederland voorkomen.
Dat het nog steeds een soort overgangsgebied is merk je aan de talloze auto's met Nederlandse nummerborden. Minstens net zoveel als Duitse. Om goedkoop te tanken en inkopen te doen, maar ook omdat hier gewoon veel Nederlanders wonen. In verschillende voortuinen zagen we Nederlandse auto's geparkeerd.

Kleef
Altijd weer knap hoe die routeplanners toch weer groene stroken weten te vinden om je een stad in te leiden. Via een zijtak van het Reichswald waren we al zonder iets te merken verschillende kilometers langs uitstulpingen van Kleef gevoerd. Anderhalve kilometer door een buitenwijk ging het slechts. Bovendien een buitenwijk met een prima vijver om een stinkende hond in af te spoelen. Met een semi schone hond ging het vervolgens opnieuw het bos in. Dit keer op de stuwwallen ten westen van Kleef. Daar troffen we op de Springenberg de zuil ter nagedachtenis aan de gevallenen van 1870. 
Obelisk op de Springenberg

dit beeld staat ver in diepte in de vijver van de 'Kleefse Tuinen'
Met een omtrekking van de Sterrenberg bereikten we tenslotte de rand van de bebouwing op nog geen kilometer van het centrum. De weg er naar toe is omzoomd met mooie villa's van rond 1900. Het centrum zelf gaf de standaard winkelstraten met bekende Duitse winkelketennamen. Minder bekend was het beeld van de bedelaars, die, al dan niet gezeten op een kleedje, het meest vragende gezicht opzetten dat voorhanden was. 
vanaf de stuwwal zicht op de toren van de Schwanenburg
Wij zijn direct opzoek gegaan naar de Schwanenburg, waarvan de toren al van ver te zien was. De klim naar de dominante heuvel viel mee. De burcht niet. Die is in gebruik als gerechtshof en niet toegankelijk. Na enige foto's zijn we dit Rivierenpad gaan afsluiten in een lokaal café. Een minder tastbaar einde dan het begin op de Noorderhoofd bij Hoek van Holland op 22 maart in 2014. Je zou het eigenlijk andersom moeten lopen. In Hoek van Holland ben je letterlijk aan het einde van de rivier. Om het gevoel van rivieren nog een keer op te roepen gaan we de volgende keer in Rotterdam een stuk van de alternatieve route lopen, het Erasmuspad. Wat bekijken van de binnenstad en de oude havens. Kijken hoe die Rotterdammers het doen, dat leven aan een rivier.



Het Erasmuspad

28 maart 2016

Wandelen in Rotterdam?




Indrukken van Rotterdam bij windkracht 8
Onderweg naar ons startpunt in de Rhoonse Grienden hadden we vanuit de tram al allerlei architectonische hoogstandjes bewonderd. Nu zagen we ze opnieuw scherp afgetekend tegen tegen de donkere horizon van wegtrekkende regenwolken en fel verlicht door de doorbrekende zon. Ook een nitwit herkent al vanaf de Oude Maas bij Barendrecht het silhouet van de kilometers verder gelegen Euromast en Erasmusbrug. 
Met een windkracht 8 woeien wij daarna voort richting Rotterdam, met de blik gericht op die skyline van de stad. En zo waren we na tweeënhalf uur aanbeland voor onze eerste rust bij café Promenade aan zo'n echte Rotterdamse binnenhaven, de Maashaven. 
'Laat geworden gisterenavond?'
'Jawel, zeker voor zo'n eerste Paasdag'.
'Zeker veel toeristen?'
'Neeeh, hier komen voornamelijk schippers van de binnenvaart. En dat zijn echte plakkers. Eigenlijk moeten we om 1 uur sluiten, maar het werd weer 2 uur voor de laatste weg ging.'
Afbeeldingsresultaat voor paas schnittHij had de zaak overgenomen van zijn vader en ze bestonden nu al weer ruim vijftig jaar. Zijn vader was in 1963 een stukje verderop aan de oostzijde van de Maashaven begonnen. Daarna hadden ze een tijd in een omgebouwde keet gezeten op Katendrecht en nu in het nieuwe pand aan de Maashaven. 
'Laat die Paas schnitt maar zitten, die is van het huis'. 
Dat moest dat stuk gebak zijn, dat hij bij gebrek aan appeltaart had gevonden. Nog van gisteravond. Hij had al een beetje vreemd gekeken bij onze vraag naar appelgebak. Zo van 'waar zie je me voor aan? Dit is een kroeg'.
Zo maar een indruk op onze wandeling op deze tweede Paasdag.   Als je nooit verder bent gekomen dan het Centraal station en een rit in de metro dan is het Erasmuspad een goede gelegenheid om een indruk te krijgen van Rotterdam. In vogelvlucht waren dat vandaag de vele hoge gebouwen, met hun eigen architectonische uitstraling. Verder geen mooie grachten, maar havens, alles is hier nuttig. De multiculturele samenleving; verschillende moskeeën waaronder de indrukwekkende Essalam Moskee, met zijn prachtige entree met vijver aan de voorzijde. Veel inwoners met buitenlandse namen.  In de Tarwewijk zagen we vooral winkels en koffietenten met Turkse namen, hier en daar opgeleukt met een Surinaamse of Antilliaanse onderneming. Een Nederlands klinkend reclamebord valt dan op, zeker als het ook nog Verkeersschool 'Holland' is. 
Veel nieuwbouw op plekken waar vroeger opslagloodsen hebben gestaan zoals op de Kop van Zuid. Natuurlijk de Maas met zijn binnenvaartschepen en racende watertaxi's. Duidelijk anders dan Amsterdam. Dit water leeft en is het kloppend hart van de stad. En veel zwerfvuil viel ons op. 'Men' heeft hier de naam van niet lullen maar poetsen, van aanpakken, maar dat geldt niet voor verpakkingsmateriaal. We houden het er op dat het door de wind kwam.


tegen de wind in door de Rhoonse Grienden

Blik van herkenning
Om er te komen hadden we de auto op het eindpunt in Hilgersberg in het noorden van Rotterdam neergezet en waren daarna met de tram een uur lang net zolang naar het zuiden gereden tot hij niet meer verder kon. Je zit dan al aan de zuidkant van Barendrecht bij de keerlus van de tram, 'Opstelspoor Carnisselande'. Bij de RET, Rotterdamse Elektrische Tram, doen ze niet moeilijk over een paar kilometer tramlijn meer. We waren op het laatst nog de enige reizigers, die mee wilden naar de rand van het eiland IJsselmonde. Met enige aandrang van de controleur zijn we net voor de keerlus toch maar uitgestapt om het comfort te verwisselen voor de Paasstorm. 
na de letterlijk laatste tramhalte steek je over de Gaatkens Plas
 en op de er achter gelegen uitkijkheuvel kun je ver over de Oude Maas kijken

De tram had ook niet verder gekund, want je zit bij de keerlus nog maar een paar honderd meter van de Oude Maas, de rivier die het eiland IJsselmonde aan de zuidzijde omsluit. Voor ons een blik van herkenning, want eind 2014 waren we hier al eerder geweest op onze tocht langs de rivier van Hoogvliet naar station Barendrecht. Om bij het startpunt van het Erasmuspad te komen beliepen we nu het Truus Visscherpad in tegenovergestelde richting. Een hernieuwde kennismaking met de ontelbare knotwilgen, de bruggetjes en het lopen over lange steigers op de grens van grienden en rivier. Prachtig. De tranen rolden over ons gezicht. Niet van ontroering maar van het opboksen tegen de harde wind. Eerst werken voor je vandaag mocht weg zeilen.



Groeistuipen van wijk naar wijk
Wandelen naar het centrum van een stad is een tocht tegen de tijd in. Van wijk naar wijk kom je dichter bij de oorsprong van de stad. Van nieuw naar oud, hoewel er tussen het nieuw ook weer oude enclaves opduiken. Oude gehuchten of lintdorpen die ingesloten, omtrokken en voorbijgestreefd zijn door nieuwbouw met een snellere dynamiek. Met hier en daar oude verbindingswegen, die nu doodlopen tegen een snelweg.

Na de Rhoonse Grienden vlogen we twee kilometer noordwaarts door de Molenpolder voordat we de huizenrimboe introkken. Eerst de nieuwe Barendrechtse wijk Portland, waar de Paashaas werd vertegenwoordigd door een mollig exemplaar op hoge hakken. Aan de driftig dirigerend bewegingen af te lezen een redelijk dominante haas. Maar ja, als je als hazenmoeder hier weken voor vergaderd hebt, dan moeten die kinderen natuurlijk wel in het goede stuk gras zoeken. We doen dit niet voor de lol. Wat denken die blagen wel. En weet je wel wat al die eieren gekost hebben?

Na al het moderne geweld van Portland terug in de tijd in het oorspronkelijk dorp Smitshoek, dat in tweeën is geknipt door de A-15. Ineens loop je langs boerderijen en jaren vijftig huizen met een sloot voor de deur en een dam om op het erf te komen. Met tuinen waarin de projectontwikkelaar van Portland of welke moderne wijk dan ook, makkelijk zes woningen had gepropt.
Aan het eind van deze oase doorkruisen we via allerlei plantsoenen de vijftigerjarenwijk Slinge om vervolgens weer een gevoel van natuur te ervaren in het Zuiderpark. Een enorm park vlakbij Ahoy, waar we ons proberen in te beelden hoe stadsmensen een gevoel van rust en misschien wel avontuur beleven in de huisjes en andere afgebladderde en verzakte bouwsels op de verschillende volkstuineilanden. Het zijn er verschillende, allen omgeven door veilige sloten en hoge toegangshekken. Alles voor veilige rust op je eigen erfje.

Aansluitend ging het langs het plantsoen van de Lepelaarssingel in de wijk Carnisse naar de al eerder genoemde multiculti Tarwewijk. Tenslotte mondden we uit bij de Maashaven met de vele binnenvaartschepen. Op de achtergrond zie je ook de gerenoveerde SS Rotterdam aan het Katendrechtse Hoofd. Nu permanent afgemeerd als een soort hotelschip.


Je loopt er langs de oude Maassilo en ziet de pogingen om de oude graanzuigers te behouden als industrieel erfgoed. Ooit rijdende kranen, die alles naar binnen slurpten. Je vraagt je af waar ze zo'n grote grijze betonnen moloch nu voor gebruiken. We zagen al iets dat leek op een kunstenaars collectief of een onderkomen voor ondernemende jongeren. Thuis op internet zie ik de prima oplossing voor de rest van dit bakbeest. 
Het is in gebruik als partycentrum. Niet alleen voor een bedrijfsfeest, maar ook voor dance parties. 15 zalen zitten er in de ingewanden van deze doos. Tot 5000 mensen kunnen er in. Dat hadden we niet gedacht toen we door de wind langs deze grauwheid geblazen werden. Slim, veel geluidsoverlast zul je niet hebben en toch midden in de stad.



Het hart
Na onze pauze liepen we door het stromend hart van de stad. Eerst langs de kleinere Binnenhaven en de Entrepothaven, waar in de pakhuizen van het oude Entrepotgebouw geen suiker, koffie en thee meer wordt opgeslagen, maar restaurants en kleine winkels hun onderdak hebben gevonden. Met de huidige functie van deze havens als jachthaven vormt die nieuwe bestemming een gezellige omgeving om rond te lopen. 


De Hef
het Poortgebouw
Op weg naar de karakteristieke Erasmusbrug nog een blik op de Hef. Ooit een hefbrug voor het treinverkeer, maar nu een brug buiten gebruik. Herinnering aan de metalen bouwconstructies uit voorbije tijden. Je loopt onder het opvallende poortgebouw, ooit neergezet voor directies van havenbedrijven, nu kommervol, voortlevend. 

Bij het passeren van de Erasmusbrug heb ik mijn pet opgeborgen en zelfs mijn bril afgedaan. Mij gaat die Rotterdamse storm niet verrassen. De wind gierde langs de tuikabels met de klapperende rode vlaggetjes. De vraag hoe ze die vlaggetjes er zo hoog aan vast gemaakt hebben geeft je al hoogtevrees als je beneden staat. De zon was intussen doorgebroken en alle wolken werden in sneltreinvaart verdreven. Prachtig licht om de hoge gebouwen aan de Boompjeskade en op de Kop van Zuid te fotograferen. Indrukwekkend om al die bouwwerken, bruggen en al dat waterverkeer langs en op de Nieuwe Maas als een 360 graden panorama op je in te laten werken.



Hotel New York op de Kop van Zuid

Levende tentoonstelling
Via de Veerhaven, nu een jachthaven met een mooi havengebouw, gaat het aan de overkant verder. De Euromast komt dichterbij en steekt af tegen de vele masten in de haven. Maar we slaan af en via het museumgebied gaat het richting Centraal station. 

Museumpark
Het museumgebied is niet zo groot als het Museumplein in 020, maar met de Kunsthal en het Boymans van Beuningen, het Chabothuis en het Natuurhistorisch Museum heb je toch een mooi aanbod. Hou je een beetje meer van architectuur dan loop je gewoon verder, zoals wij, naar het Centraal Station. Alsof je door een levende tentoonstelling loopt. Voldoende prachtige hoogbouw om van te genieten. Laat die Rotterdammers maar bouwen. 

Westersingel
Hoogbouw langs de Mauritsweg



Weena

De Rotte
Helaas hebben we het stationsgebouw niet aan de binnenzijde bewonderd, omdat we dan in moesten checken om door de poortjes te komen. Maar elke hindernis vraagt om een nieuwe doorgang. Wij vonden die in de vorm van de Provenierstunnel direct naast het hoofdgebouw. Een fiets- en wandeltunnel, niet bijzonder zou je denken. Zo zou het ook moeten zijn. Met verbazing keken we rond. Het geeft ook aan hoe ver wij al zijn afgedreven. Deze ruim honderd meter lange tunnel was helemaal wit en schoon. Er was geen graffiti te bekennen. Zeker ook een deel van de levende tentoonstelling. Knap!


De laatste vijf kilometer gingen grotendeels langs de naamgever van de stad, het riviertje de Rotte. Hoewel het meer een meanderend kanaal lijkt. Maakt niet uit. Lopen langs water is altijd leuk. We pauzeerden voor een tweede maal. Dit keer in café Postiljon aan het Noordplein. Ook de moeite waard. 


Het finale stuk ging aan de Crooswijkse kant van de Rotte. Je ondergaat en passeert hopelijk de rust van de gelijknamige begraafplaats. Die rust heb je weer nodig voor de passage door een vage, vrijgevochten bende aan bouwsels voor, onder en tussen de A20 en de spoorlijn. Een soort Oranjevrijstaat met beesten.
De Rotte omgeving Hilgersberg
Nog een laatste blik over de Rotte en dan het slotstuk langs de Bergse Voorplas. De mensen die daar wonen hebben het weer goed voor elkaar, met die plas water voor hun neus. 
Water voor je neus, kenmerkend in Rotterdam. Havens en rivieren in alle maten. Het Erasmuspad laat er vele van zien, een passende afsluiting van het Grote Rivierenpad. Een aanrader.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen