Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

Maarten van Rossumpad; 2012-2014

Den Bosch-Orthen-Engelen-Empel

 24 oktober 2012

WAT IS DAT DEN BOSCH LANG

Het Maarten van Rossumpad is niet de enige wandeling die in Den Bosch loopt.

Na de jaarlijkse trektocht in de bergen in augustus, is woensdag 24 oktober weer de draad opgepakt met een, voor ons nieuw Lange Afstands Wandelpad (LAW); Het Maarten van Rossumpad. De keuze is niet wetenschappelijk tot stand gekomen. Een beetje vaag kijken naar het overzicht met de LAW’s, afstrepen welke we al gelopen hebben, de suggestie dat er sprake is van een thema en daar was vijf minuten later het Maarten van Rossumpad.


Cannenburgh in Vaassen, kasteel van M.van Rossum
Het pad is vernoemd naar de zestiende-eeuwse legeraanvoerder/ roofridder in dienst van de hertog van Gelre en loopt, hoe kan het ook anders, door het gebied waar hij regelmatig voor zijn opdrachtgever gebiedend langs kwam of om voor zich zelf niet onaardige huizen te bemachtigen.

Kaartje afkomstig van de NIVON site.
De NIVON geeft de gids uit.
Het loopt van Den Bosch door de Betuwse uiterwaarden naar Arnhem, vervolgens langs Apeldoorn over de Veluwe en door het rivierlandschap van de IJssel en de Sallandse landgoederen naar Ommen aan de Overijsselse Vecht om tenslotte na 384 km te eindigen in Steenwijk.

Het begin in de binnenstad van Den Bosch beloofde veel. Na het station stuit je al na 500 meter op de Drakenfontein, de bekendste fontein van de stad. Een mooie vergulde draak boven op een zuil omringd door vier waterspuwende draken. Helaas is de rest van de omgeving niet in stijl omdat het midden op een drukke kruising staat met rondom een bouwstijl die niet aansluit.
Daarna volgde een voor ons onbekend deel via prachtige straatjes en steegjes in de oude binnenstad, Uilenburg genaamd. Over de Lepelstraat, Molenstraat, en over de Binnen Dieze, een klein grachtje dat daar dwars door de buurt loopt, met overal om je heen lokkende terrassen, cafés, eetcafés, auberges en restaurants. Meer dan de moeite waard om nog eens terug te komen.
De stad wordt uitgebreid bestudeerd en soms is er ook onderling contact

De route brengt je via nog een aantal aantrekkelijke oude winkelstraten op het marktplein bij het stadhuis. Tot die markt hielden wij stand maar in café 'In de Kleine Werelt' gingen wij overstag voor een koffiebreak met een lokale bol.

Na de rust leidt het pad via weer enkele kleine straatjes naar het volgende hoogtepunt in de vorm van de St Janskathedraal. Een prachtig bouwwerk, zowel van binnen als van buiten. Met recht een trots van de stad, deze bisschopskerk.


Hij lijkt een beetje op de St Baafskathedraal in Gent; mooi groot middenschip uitmondend in een ruim priesterkoor. Rondom het priesterkoor zijn diverse rijk gedecoreerde altaren ingericht. De zijbeuken zijn niet voorzien van banken en hebben daardoor een indrukwekkend ruimtelijk effect. Draai je je om dan kijk je tegen een enorm hoog orgel aan, dat de hele achterwand beslaat. Als je geïnteresseerd bent kan je er zo enkele uren in doorbrengen. Maar terrier Jack vindt dat wij verder moeten.




Na de St Jan volgen nog enkele aardige straten maar na de Hinthammerstraat brengen de markeringen je steeds verder weg van de mooie binnenstad en belandt je via een rondgang om de zandplas ‘De IJzeren Vrouw’ in buitenwijken die steeds minder zeggend worden. Nog zeker een uur loop je door de bebouwde kom voordat je eindelijk via de wijk Orthen de stad verlaat. Dat denk je tenminste. Na het natuurgebied De Fransche Wielen passeer je de A59 om bij het oude dorpje Engelen te lezen dat dit ook bij Den Bosch hoort. Na een paar mooie interessante, oude straatjes lopen we al snel weer door moderne wijken waar we nou net niet wilden lopen.

Luchtfoto van de golfbaan met een aantal van de 9 'retro' vestingen en kastelen
Middenboven 'Slot Haverleij. Foto van internet.

Engelen wordt gevolgd door een semi natuurgebied in de vorm van een grote golfbaan, waar je van dichtbij de verrichtingen van de spelers kunt volgen. Dit voetpad eindigt bij een tweetal nieuwe, retro vestingen. Aan de linkerkant het Kasteel Leliënhuyze uit 2006 met een buiten en een binnenring en van veraf allerlei torenachtige woningen omgeven door een gracht. Wij gaan naar rechts en steken dwars door de retro-vesting Slot Haverleij. Een moderne vesting met moderne, waarschijnlijk draagkrachtige inwoners. Niet onaardig, hoewel er een gekunstelde indruk van uit gaat. Ben benieuwd hoe de entourage er over veertig jaar uitziet.

Foto van internet op de voorgrond 'Kasteel' Lelienhuyze


Langs de Dieze en in de Henriettewaard lopen we weer wat meer in het open veld. Pas als we na nog een kilometer de Maas bereiken ten noorden van de Empelse dijk en Oud Empel gaat het door een mooie uiterwaard met steile oevers en verschillende aantrekkelijke strandjes. Hoewel, het is nu te koud voor een beetje pootjebaaien voor ons, maar niet voor killer Jack.
Ook na de onderdoorgang van de A2 gaat het door een aardig natuurgebied waar in dit jaargetijde de laatste maïs klaar staat om binnengehaald te worden. Opvallend zijn dan ineens bloeiende planten die een eigen ritme hebben gekozen en zich niets aantrekken van de laatste rode en bruine bladeren die weigeren te vallen.



Die bomen begeleiden ons door een paar straten met luxe huizen naar het centrum van Empel waar wij bij de rotonde op de bus mogen wachten en tegelijkertijd vaststellen dat ook dit Empel geen zelfstandige gemeente is maar gewoon bij Den Bosch hoort. Eigenlijk hebben we dus de hele dag in de gemeente den Bosch gelopen. Als je van architectuur houdt kom je aan je trekken, maar voor de natuurzoekers is het wat mager. Maar mager worden kan ook een doelstelling zijn.


Den Bosch-Zaltbommel,
14 november 2012


Het land van Maas en Waal

Maas in westelijke richting vanaf de Krommenhoek bij Het Wild
Herinnering aan Holland
Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband;
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.
 

Uiterwaarde op de Waaldijk west van het Kil van Hurwenen
Ik weet het, het is niet super orgineel om het bovenstaande gedicht van Hendrik Marsman aan deze dag te koppelen. Zelfs in de wandelgids stond het. Maar het geeft de sfeer van deze omgeving zo mooi weer. In dit Land van Maas en Waal waar deze twee rivieren, die hun water uit een totaal verschillend stroomgebied toegevoerd krijgen, elkaar op enkele kilometers naderen en toch hun eigen spoor hebben gevolgd.


Wat een dag, zo mooi. Twee maanden geleden gepland en wij hebben hem. Midden november, van 's morgens vroeg tot inval van de schemering een stralende zon in een stralend landschap. Het is dat wij zo nederig zijn maar anders zou je zeggen dat we het verdient hebben, maar ja, geluk dwing je af.
En hup, omdat we nu toch zo'n prachtige dag hebben beleefd nog een sehnsucht-gedicht van Marsman.


Afscheid van het dorp

De verte lokt.
De zee en 't bronzen duin
die golfden om mijn jeugd
versmalden langzaam tot den kleinen tuin
waarin mijn moeder nu begraven ligt.
 
Dit was haar raam, dit is de stille brink
waarlangs zij schreed in 't vroege schemeruur. 
Alles wat aan het leven vreugde gaf en vuur,
zij heeft het meegenomen in haar graf.
 
Wat doe ik hier? Wat kan ik hier nog doen? 
Mijn moeder dood, mijn vrienden ver verspreid; 
en moederziel alleen loop ik de straten rond;
mijn hart is zwaar en wijd.
 
Ik ga op weg naar onbekend verschiet,
de heuvels over, naar een stroomgebied
dat mijn verlangen stem geeft
en de koorts der poëzie weer in mij aanblaast; 
meer begeer ik niet!
 
Kracht der verbeelding, o, begeef mij niet!
Ik roep u aan met de verdorde stem
van wanhoop en ontbering, zonder u
kan ik niet verder gaan,
de weg is lang en mijne kracht gering.
 
Ik heb om u mijn huis in as gelegd,
ik heb mijn moeder in haar graf gelegd
en ben op weg gegaan, verlaat mij niet.
 
In mijn bedroefde keel klopt een nieuw lied.
 

Baggerwerkzaamheden bij het zandmeer bij het gehucht Gewande

En dorpen zijn we regelmatig tegengekomen. Buiten Empel keken we eerst nog even naar het met doeken afgeschermde, en daardoor nog nieuwsgierigmakender, werk aan een nieuwe loop van de Zuid-Willemsvaart. Indrukwekkend.


Najaarskleuren in Gewande
Het is een aaneenschakeling van zandgaten en meren. Onderbroken door de gehuchten Gewande en Het Wild. Alles te bekijken vanaf de dijk hoog boven de omliggende polders en de Maas. Bij het museumgemaal Caners even oost van Gewande lezen we over het grote gebied waar het water vandaan komt naar deze plek en hoe de strijd is geweest om het hier droog te houden.


Ter hoogte van het dorpje Het Wild mogen we door de uiterwaarde langs de Maas lopen. Ik kom er ook achter dat ik vroeger bij aardrijkskunde nog beter had moeten opletten. De bodem van de geulen zijn niet, zoals ik stoer denk van zand, maar natuurlijk van blubberige rivierklei. En hoewel Jack de terrier er ijzerenheinig in loopt te banjeren kan ik mijzelf nog net voordat mijn schoenen vol lopen terugtrekken op het droge.
Daardoor moeten we wel een passage ondernemen langs een tweetal jonge trekpaarden. Hun enthousiaste belangstelling is begrijpelijk maar ze komen ons wat te jeugdig onze kant op. We wachten op gepaste afstand tot de interesse in het medezoogdier afneemt. Met regelmatig achterwaartse blikken vervolgen wij over het blubberpad.

Het schiet niet echt op maar na wat doorploeteren bereiken we het veer van Alem. Aan de overkant van de Maas zijn we in Gelderland. Dat is alweer net iets meer het land van Maarten van Rossum. Voor Jack is dat ook een prima gelegenheid om wat te eten tussen het eindeloos drinken uit de ontelbare regenplassen.

Heerlijke najaarswarmte aan de kleine strandjes van Den Bol

Blik op Alem
Al lopend naar de oevers van de afgedamde oude arm van de Maas, die Den Bol wordt genoemd, redetwisten we over de locatie van de kerktoren. Zoals ik al direct aangaf bleek hij van Alem. Een mooi dorp met mooi gesloten horeca.

Na het passeren van een paar grote steenfabrieken bereiken we het dorp Rossum, waar we in de Gouden Molen eindelijk een prima koffiebreak nemen. Door die focus op de koffie zien we, stel ik nu vast, maar weinig van het dorp. Na de pauze klimmen we meteen de Waaldijk op om weer te genieten van het uitzicht over dit rivierenland.

De Waal vanaf de Waaldijk bij Rossum met de kerk van Heesselt op de achtergrond.

Ter hoogte van Hurwenen verlaat het pad de Waaldijk en daalt af naar de uiterwaarde. Tussen de twee plassen door loopt een prachtig smal pad waar je aan het eind van de middag in een vlaag van creativiteit nog leuke foto's tegen de zon in kan maken door de gaten in de begroeiing.



De Gemeenteweg brengt je daarna naar het natuurgebied van de Kil van Hurwenen. Het gebied schijnt ontstaan te zijn in 1639 toen een oude meander van de Waal door de mens van de rivier werd afgesneden. Bij hoog water stroomt het water door het gebied heen. Er is in de loop der tijd een uitermate rijk natuurreservaat ontstaan lees ik.


Wij concentreren ons op een groep nieuwsgieringe pinken die slechts na enige aandrang aan de kant wil, waarbij het blaffen van Jack slechts van symbolische waarde blijkt. Niet ontmoedigd gaat ook hij voort over de lage, groene dijk tussen de grote plassen naar een hernieuwde beklimming van de Waaldijk.
Eenmaal boven ontvouwt zich daar weer een breed beeld met het eerste zicht op de brug over de Waal met zijn kenmerkende pilaren en tuidraden. Net daarvoor loopt de spoorbrug die zijn eigen tekening heeft tegen het lichte avondlicht. Ook hier is de invloed van een dichter vastgelegd. Dit keer in de naamgeving; de Martinus Nijhoffbrug. Die vernoeming van de voorganger van de huidige tuibrug was niet zonder reden;

De Moeder de Vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.


Het gedicht is uit 1934 en schijnt een sonnet te zijn, lees ik op internet. En daar wil ik het bij laten want als je de gedichtbespreking verder leest dan ontglipt je alle zin om verder te lezen. Trouwens, drie gedichten in 1 verslag nadert sowieso de pijngrens. Genoeg dus.

Het is te koud om Nijhoff te volgen in zijn mijmering liggend in het gras. Wij versnellen om op tijd over de spoorbrug met de geplande sprinter richting Utrecht te rijden. Vlak voor het station van Zaltbommel lopen we nog langs de gracht met een doorkijk naar de karakeristieke toren met zijn platte top. Een verdere verkenning van 'Bommel' zal moeten wachten. Maar over een maand gaan we kijken hoe het er binnen de grachten uitziet.



Zaltbommel - Ophemert
19 december 2012
De laatste dag
pas geknotte wilgen in de buitendijkse grienden bij Waardenburg
Het zou onze laatste wandeldag worden. Volgens de Maya's breekt er een nieuw tijdperk aan, dus hebben wij nog gauw van de gelegenheid gebruik gemaakt. Nu had Lou de Palingboer uit Muiderberg dat in de zestiger jaren ook al een keer voorspeld, maar alleen al die naam was niet zo indrukwekkend als het veronderstelde intellect van de Maya's.

Het was afgelopen woensdag dan ook een spiritueel schemerige dag in de zuidrand van de Tielerwaard. Dat klinkt een stuk beter dan de grauwe mist waarin wij een groot deel van de dag liepen. Voor het lopen maakte het niet veel uit, maar voor het rondkijken wel. Daarom hebben we maar weinig gerust en niet veel over de laagwaterroute door de uiterwaarden gekuierd, maar vanwege het hoge water het merendeel van de route over de hoge Bandijk moeten marcheren. Dat loopt minder rustig door passerende auto's, maar heeft weer het voordeel dat je een ruim uitzicht hebt.
Door een vertraging op het spoor waren we later dan gehoopt met onze wandeling begonnen. Daardoor sloten we deze schimmige dag vlak voor de zonnewende, in Ophemert in het donker af. Ook dat is wel een keer aardig.
Waaldijk in de omgeving van Varik

De wandeling begon op het station Zaltbommel. Vandaar zijn we eerst naar de oude vesting gegaan waar we zigzaggend rondzwierven en als eerste het Stadskasteel en de Sint Maartenskerk met zijn bekende toren bekeken. Vandaar liepen we via de Kerkstraat en de Gasthuisstraat over de Markt naar de Waalkade. Op die manier kregen we een goede indruk van deze typisch oude Nederlandse stad.
Stadskasteel Zaltbommel vanaf de wallen gezien
Gasthuisstraat met op de achtergrond de Gasthuistoren

Jip, Janneke en Jack
Langs de Waalkade heeft men in Zaltbommel ook zijn best gedaan om naast de oude huizen nieuwere kunst langs de weg en langs het water te plaatsen.
Het standbeeld van een jongen langs de waterkant voelt niet of het regent maar geeft de waterstand aan waarop de waterkering van Zaltbommel is ontworpen. Het heeft dus wel met nattigheid te maken.

standbeeld langs de Waal bij Zaltbommel

Na Zaltbommel zijn we langs het razende verkeer over de Waalbrug gewandeld naar Waardenburg. Via een lus zijn we aan de noordoever van de Waal begonnen aan een lang traject terug in oostelijke richting waarbij we regelmatig bekende plekken aan de overkant zagen van de laatste wandeling.
Kasteel Waardenburg

We passeerden Kasteel Waardenburg en via een aantal mistige bospaden staan we ineens weer bij een prachtig kasteeltje, dat je in deze winterse nattigheid hier niet verwacht. Het blijkt zelfs het gemeentehuis te zijn van Neerijnen. Een rare plek zo geïsoleerd. Als ik nu in Wikipedia kijk ook weer niet zo gek omdat Neerijnen een samenvoeging is van de voormalige gemeenten Haaften, Waardenburg, Opijnen, Varik en Ophemert. We hebben dus na Zaltbommel de hele verdere dag in Neerijnen gewandeld, besef ik nu.

Gemeentehuis van Neerijnen
Pas in Opijnen hebben we in een cafetaria langs Waal een rust genomen en dit keer met warme soep de traditie van koffie met appelgebak van ons afgezet. Daarna gooiden we de beuk er in omdat het inmiddels al half drie was en we niet in het donker wilden lopen. Onderweg passeerden we ter hoogte van Heesselt nog een verdwaalde koe, die hier moedig in de winterse kou volhield.

In één ruk hebben we na de lunch de laatste 12 km naar de oostzijde van Ophemert afgelegd om daar net voor de totale duisternis aan te komen. Dat Ophemert een heerlijkheid schijnt te zijn hebben we niet meer kunnen waarnemen. Als je in het donker in zo'n donker dorp bij een bushalte staat dan ben je al blij dat een mini-bus je uit de avondstilte redt en je net voor de ondergang van de wereld naar station Tiel brengt.



Ophemert - Zoelmond
23 januari 2013
  Boomgaardenland
Schitterende winterse lijnen in de omgeving van Buren

De mensen in de Tielerwaard en de Culemborgsewaard vergissen zich met de naam Rivierenland. Het zou Boomgaardenland moeten zijn. Tientallen hebben we er woensdag 23 januari gezien. En dan niet een paar verspreide bomen rondom een boerderij. Je treft in Boomgaardenland boomgaarden van honderden meters breed en honderden meters diep met dicht op elkaar en in het gelid staande bomen. Of is boompjes een betere beschrijving, of zijn het legbatterijboompjes? Aan de grote van de verschillende moderne opslagschuren te zien produceren ze blijkbaar goed.


Omdat wij het hele jaar door lopen konden we ook dit jaar weer een tocht in winterse omstandigheden maken. Vorig jaar om deze tijd liepen wij door de Schalkwijkse polders van Jutphaas naar Culemborg (klik op de link voor de mooie foto's van toen op het Waterliniepad). Alleen in tegenstelling tot toen konden we nu niet mooi over het ijs lopen, maar was het een aaneenschakeling van asfalt. Minder afwisselend en weinig uitdagend.
Kasteel Ophemert
Nadering van Kapel-Avezaath
Naast deze algemene indruk werd de 21 km op de route vanaf de Waal vanuit Ophemert naar Zoelmond gekenmerkt door dorpsnamen waar je niet elke dag van hoort. Na Ophemert kwam Wadenoijen, gevolgd door Kapel-Avezaath, daarna het mooie en beter bekende Buren en tenslotte de bushalte in Zoelmond. Dwars door het gebied stroomt de bekende Linge. Dan denk je meteen aan bloeiende bomen. Misschien moet je deze tocht ook niet in de winter lopen maar in mei?

Boerderij aan de Erichemsekade met links de Linge

Karakteristiek vonden wij de oudere boerderijen die tegenwoordig veelal niet meer voor het boerenbedrijf worden gebruikt. Het voorhuis van deze boerderijen is rechthoekig, twee etages hoog en ruim bemeten. Aan de achterzijde van de stal zagen wij bij verschillende boerderijen een soort uitbouw. Het schijnen zogenaamde T-huis of krukhuisboerderijen te zijn.

Met dit stichtelijke agro-culturele intermezzo waren we 15 km verder en gingen we eerst voor de verlate koffiebreak naar Grandcafé de Hofhouding vlakbij de Culemborgse poort in Buren. Na de vriendelijke bediening en de prima koffie met werd het tijd voor echte geschiedenis.
Culemborgse poort

Even verderop bij de Lambertuskerk zien we een beeldengroep staan die Anna van Egmond met Willem de Zwijger en twee van hun kinderen voorstelt. Anna was, onder andere, gravin van Buren. Zij was de eerste vrouw van Willem. Ze overleed al op 25 jarige leeftijd. Door dit huwelijk kwam de grafelijke titel in het Huis van Oranje en is Koningin Beatrix ook nu nog Gravin van Buren. En dat zullen we weten ook want er tegenover staat het Museum Buren en Oranje.
Museum van de Koninklijke Marechaussee

Bij het einde van de Voorstraat gaan we links af om eens te kijken waar al die borden met de verwijzing naar het Museum Koninklijke Marechaussee ons naar toe voeren. 'Gods eigen Wapen' resideert hier in het prachtige voormalige weeshuis. Die Marechaussee heeft niet zitten slapen en goed voor zichzelf gezorgd. Maar zij schijnen ook verheven te zijn lees ik op een KMar forum;
Bij de KMar, dus ook in het museum, weet niemand waar de oorsprong van de slogan "Gods Eigen Wapen" ligt, maar ze zijn er wel trots op.
Deze slogan is nooit genoteerd of officieel in gebruik genomen bij de KMar, maar ooit uit zelfspot of als een ironische bedoelde uitdrukking, door "iemand" van de KMar gebezigd. De slogan stamt al van voor de Tweede Wereldoorlog.
Voor WO II was de KMar namelijk over het algemeen een Protestants Christelijk Wapen met trouw aan het gezag dus ook trouw aan Gods gezag en men voelde zich verheven boven andere Korpsen.
Hopende u hiermede van dienst te zijn geweest.

De Directeur Museum KMar,
voor deze:
de archivaris
,

Na deze ontboezeming denk ik dat de KMar goed zit in Buren. Wij, van een ander bereden wapen, zijn snel doorgelopen op zoek naar meer lucht.

Even buiten Buren gaan we voor het eerst deze dag niet over asfalt. Er volgt een schitterend stukje over de Aalsdijk van waar je achterom kijkend een mooi panorama hebt op Buren.

Terugblik op Buren vanaf de Aalsdijk

Kerk van Zoelmond
We willen de bus op het geplande eindpunt niet missen omdat die maar 1 keer per uur langs komt. Stevig doorlopend brengt de Aalsdijk ons al slingerend enkele kilometers verder bij de tweebaansweg vlak voor Zoelmond. We luisteren daar niet naar de aanwijzingen in de gids maar volgen de sporen in de sneeuw van de 'locals' die door een haag heen gaan en ons rechtstreeks op de weg naar de kerk brengen.
Even later staan we op tijd bij de bushalte naast de Kerk en kijken we met hetzelfde gevoel als slager de Bruin in het rond. Slager de Bruin, van Plein nr 8, is namelijk een met goud bekroonde kampioen worstenmaker. Zoiets straalt ook af op passerende wandelaars.





Zoelmond - Lienden
24 februari 2013


Lente nader verklaard

Lenteschapen in de omgeving van Ingen,
als je goed kijkt zie je de sneeuwvlokken horizontaal voorbij komen

Als je op de site van het KNMI het begrip lente opzoekt kom je onder andere de volgende tekst tegen;
Lente nader verklaard;
De meteorologische lente begint op 1 maart en duurt tot en met 31 mei. De astronomische lente begint in de komende decennia vrijwel ieder jaar op 20 maart. Bij het begin van de sterrenkundige lente staat de zon precies boven de evenaar. De astronomische seizoensindeling is gebaseerd op de positie van de aarde ten opzichte van de zon, de meteorologische heeft als uitgangspunt dat ieder seizoen drie complete kalendermaanden telt. Door het warmere weer van de laatste jaren begint het groeiseizoen, de lente in de natuur, tegenwoordig eerder.
(www.knmi.nl/cms/content/34907/lente)

Kijk, en na deze verklarende tekst ben jij nu ook de draad kwijt.

Denk je leuk vier dagen voor het begin van de lente te gaan wandelen met het idee dat het steeds warmer wordt, loop je de hele dag in een sneeuwbui die horizontaal voorbij komt en komen we er nu achter dat er verschillende soorten lentes zijn. De lokale horeca en de bevolking in de gemeente Buren wist dat wel of was gewoon wat slimmer. Tijdens de 23,5 km van Zoelmond naar Lienden zijn we op deze zondag in februari welgeteld twee andere wandelaars en ongeveer 10 hondenuitlaters tegengekomen. De rest zat binnen. Het was dus een lekker rustige dag.
Lente op de Rijnbanddijk ten oosten van Rijswijk
De Lek met op de vage achtergrond Wijk bij Duurstede


weinig kijkers naar voorbijtrekkende
wandelaars in Ravenswaaij
De wandeling ging wel snel. Het was om te beginnen één grote run over asfalt, waarvan heel veel boven op de dijk langs de Lek en de Rijn. Normaal leuk om regelmatig te stoppen en ver om je heen te kijken. Maar als de wind en de sneeuw dwars door je muts en je hoofd heen blaast wil je wel doorlopen. Ook de rust werd staande achter een schuur afgeraffeld met een hete thee van eigen fabricaat.
Eén ding weten we nu wel zeker; deze trajecten door de Betuwe moet je tegen het einde van lente doen. Daarbij gaat mijn voorkeur uit naar de meteorologische lente, alhoewel het astronomisch einde ook niet te versmaden schijnt.
Enthousiast liepen wij verder


Hebben we dan helemaal niets gezien? Nee, alleen een paar lotgenoten in de vorm van schapen met nog niet zo oude, zwarte? lammeren en een paar kievieten die zich ook hadden vergist. Verder hebben we ons in de buurt van Ingen verdiept in de wilgentenenoogst. Wilgentenen zijn van die stokken waar katjes aan groeien. Ik dacht dat die in uiterwaarden thuis hoorden, maar hier in de Betuwe wordt alles als een fruitboom geteeld, dus ook wilgen. Ze staan in lange rijen in het gelid. Ook nooit geweten dat wilgentenen en rijshout machinaal geoogst worden. Welkom in de natuur.


Ondanks de weinig verkwikkende pauze en het nemen van foto's waren we ruim binnen de vijf uur op het eindpunt. Daar troffen we gelukkig de eerste open horeca in de vorm van de warme bar van het Wapen van Lienden. Ruw verbraken wij daar de stilte maar de vriendelijke bediening zag ons met vreugde binnenkomen.

Tot slot nog een tip. De minibus naar Rhenen komt 1 keer per uur voorbij. Als je meewilt moet je minstens 10 minuten voor vertrek bij de halte gaan staan. De enthousiaste chauffeur kwam met zijn lege bus ruim op tijd en wilde voortvarend verder. Toen wij met goed bedoelde verbazing op deze glijdende vertrektijden wezen, controleerde hij met even oprechte verbazing het rijschema en zag wat de bedoeling was. Daarna zaten we natuurlijk gedrieën 10 minuten op niemand te wachten om vervolgens in tijdnood op station Rhenen te arriveren.




Lienden - Renkum
20 maart 2013

Begin astronomische lente

Wat zijn de voordelen vroegen wij ons af?
Nou je zweet niet en je krijgt geen dorst, je loopt lekker door, er zijn helemaal geen fietsers waarvoor je aan de kant moet en terrier Jack kan bijna de hele tijd los lopen. Verder is het al twee graden warmer dan de vorige maand en is het nu geen echte sneeuw, maar natte sneeuw, die niet blijft liggen. En wij hebben de warmste dag van de week met wel 4 graden boven nul. Komende zaterdag- en zondagnacht gaat het weer tot -5 vriezen. Ja, ja.


Als je lang in natte sneeuw loopt dan krijg je volgens mij problemen met je bewustzijnsniveau. Anders ga je deze discussie niet voeren. Toch waren wij er aan toe om ons eigen moreel weer op te vijzelen op deze 20ste maart, de tweede dag van de sterrenkundige lente. Meteorologisch of astronomisch het maakt dit jaar niet zo veel verschil, koud blijft koud.

We waren deze keer met de eigen auto naar de parkeerplaats bij het station Rhenen gereden. Vandaar zijn we met de kleine buurtbus naar Lienden gegaan. Na een korte aanlooproute vanaf het Wapen van Lienden stonden we weer op de oude Rijndijk die we tot midden in Kesteren bleven volgen. Je loopt op een dijk die enkele kilometers verwijderd van de Rijn ligt. Ooit lagen Lienden en Kesteren wel aan de Rijn en had deze dijk zin. Nu is de ielige sloot links van je alles wat resteert van de Oude Rijn.


Links en rechts passeerden we weer bamboestokkenbossen. En als je heel goed keek zag je ook minuscule boompjes die zich wanhopig aan deze bamboestokken vasthielden. De verandering met 30 kilometer hiervoor was dat het nu geen fruitboomgaarden waren maar boomkwekerijen.
Het lopen over de oude Rijnbandijk in Kesteren is heel apart. Hij deelt het dorp in tweeën en je kijkt vanaf de dijk in twee verschillende wijken. Aangekomen bij het dorpsplein moet je niet laten ontmoedigen door het gesloten cafe De Uitspraak, want als je aan de achterkant om de hoek kijkt hebben ze daar een prima cafetaria waar zelfs Jack mee mocht eten.
Op de Marsdijk de Statige boerderij 'De Ambtse' met links aan de overkant van de Rijn de Grebbeberg
Na Kesteren huppel je naar de Marsdijk. Deze dijk ligt weer langs de Rijn met een mooi uitzicht op Rhenen en op de Grebbeberg met het natuurgebied de Blauwe Kamer. Je passeert de statige boerderij 'De Ambtse' waar wij op aanwijzingen van de schuilende schapen in de luuwte van hun schuur de kaartbladen verwisselden. Even verder komt de Rijnbandijk vanuit Kesteren eindelijk ook weer bij de huidige Rijn.


Op de Marsdijk richting Opheusden

Weer anderhalve kilometer later konden we ons opnieuw lekker opwarmen in het gezellige Veerhuis waar ze naast ijs ook prima soep serveren.

Terugblik op het Veerhuis
Voor het Veerhuis vaart ook echt een veer dat verankerd aan een ketting heen en weer vaart. Het is een zgn. gierpont met van die bootjes die de ankerketting boven water houden.
De ankerketting van het veer van Opheusden

Via het veer komen we in het mooie natuurgebied De Blauwe Kamer waar de Calloway koeien in dit jaargetijde alle bomen ontdaan hebben van hun bast. Die bast moet heel lekker zijn of ze hebben heel veel honger. Geen idee of deze bomen nog blijven leven?
Indrukwekkend waren ook verschillende grote buizerds die zich loom van uitkijkpaaltjes lieten glijden om voor ons uit te blijven.


Na het natuurgebied klimmen we natuurlijk weer op een dijk, de Grebbedijk, lopen een paar honderd meter uit de richting door de provincie Utrecht, om daarna door het uiteinde van de Gelderse Vallei naar Wageningen te gaan. Niet een stuk waar je opgewonden van wordt, maar het sneeuwen wordt minder en het is nog altijd mooier dan het industriegebied dat volgt in Wageningen langs het Havenkanaal.
Eenmaal daar voorbij gaat het weer verder in het prachtige natuurgebied de Bovenste Polder en mag ook Jack weer los, althans ik vind dat hij dat verdient heeft en verwacht hier met dit weer ook geen weerbestendige BOA's. Het gaat weer pal langs de Rijn. We passeren de oude steenfabriek en zien dat de scouts hier een ideale lokatie voor hun sloepen hebben. Vlak voor het verlaten van de polder worden we nog uitgedaagd door een valk die hautain weigert te vluchten ook al staan we minuten lang twee meter onder hem, of haar. Daarna is het afgelopen met de uiterwaarde.
Terugblik vanaf de Wageningse Berg op de Bovenste Polder

De wandeling wordt de laatste paar kilometers afgesloten met een overgang naar een ander landschap. Na de vele uiterwaarden en dijken gaan we de bossen in. En niet zo maar, maar met een fikse klim naar de Wageningse Berg, waar het over het Bergpad mooi slingerend, klimmend en dalend verder gaat in oostelijke richting. Onderwijl heb je een voortreffelijk uitzicht over de Rijn en de polder waar je net hebt gelopen. Een kilometer verder loop je door het parkachtige Arboretum Belmonte, een bomen en struikenpark waar waarschijnlijk nuldejaars studenten een ontgroeningsopdracht hebben gekregen om bij elk boomje en stuikje een tekstpaaltje te plaatsen. Niettemin een prachtig park met mooie oude bomen afgewisseld met veel stroken in- en uitheemse rozen. Als je veel bordjes leest lijkt het net of je er verstand van hebt.



Renkum - Oosterbeek
24 april 2013
Stuwwallen en beken


'Jank, jank, jank, piep, piep'. In gedachte wil ik 'gaoot af, Tarzaan' roepen maar beneden staat een passerende fietser al troostend tegen Jack te praten. Jack vindt stampvoetend en jankend dat hij ook boven hoort. Maar die witte muis, hij is net geschoren, moet even rustig beneden blijven en gewoon op onze terugkeer wachten.Wij staan bovenop een uitkijktoren op de stuwwal ter hoogte van Doorwerth te genieten van het schitterende uitzicht richting Kasteel Doorwerth en de stuw bij Driel. Prachtig die bossen met op de achtergrond de Rijn.
Panorama over de Rijn met in het midden de toren van Kasteel Doorwerth en links de stuw bij Driel
Na drie koude wandelingen eerder dit jaar, was het nu echt lente. Truien konden al snel uit nadat wij vanochtend het tijdelijk toegewezen vervoer, de Ford Ka van Judith met van die denkbeeldige snelheidsstrepen, aan de oostkant van de Wageningse Berg hadden geparkeerd. Kort daarna liepen we in het bos langs een groot landgoed dat vanuit de verte leek op Paleis Soestdijk.
Er is ook daadwerkelijk een link met het koninklijk huis. Het blijkt het Oranje Nassau's Oord te zijn, tegenwoordig een verpleeghuis maar vroeger een paleis. in Wikipedia lees ik;



Koninginnelaan
In
1881 kocht Koning Willem III dit huis van Graaf van Rechteren van Appeltern. Willem III hoopte dat de omgeving zijn vrouw Emma van Waldeck-Pyrmont zou doen denken aan haar geboortestreek in Hessen en haar heimwee zou verzachten. In 1883 was het paleis, dat de naam Oranje Nassau's Oord kreeg, na verbouwingen gereed voor bewoning. Emma heeft er uiteindelijk slechts enkele zomers doorgebracht. Volgens ontwerpen van tuinarchitect Louis Paul Zocher werd het traditionele eikenhakhout op het landgoed vervangen door grove den. De imposante beukenlanen (de Koningslaan en de Koninginnelaan) werden toen aangelegd.

Zonder het te weten hebben wij hier dus koninklijk rondgelopen over de Koninginnelaan. Mooi was het in ieder geval wel. Nog mooier wordt het als je enkele kilometers verder langs en door het Renkumse Beekdal wordt geleid. Prachtig hoe je parallel aan de Oliemolenbeek en de Molenbeek door dit dal diep de stuwwal binnendringt. Want daar ging deze tocht over; stuwwallen uit de ijstijd die door de Rijn zijn afgesleten en de vele beken die het water weer afvoeren, echt wel meer dan tien; onder andere naast de eerder genoemde Oliemolenbeek en de Molenbeek, de Bosbeek, de Heelsumse Beek, diverse sprengen in de omgeving van Doorwerth, de Seelbeek bij Heveadorp, en op het eind de Oorsprongbeek, de Gielenbeek en de Zuiderbeek in, ja hoe kan het ook anders, het dorp Oosterbeek.

Renkumse Beekdal met op de voorgrond de Oliemolenbeek
De Molenbeek vlakbij de Bennekomseweg

Badgast in de Molenbeek

Bosbeek
Vennetje in de bovenloop van de Bosbeek vlakbij het NIVON-huis



Na zoveel beken heb je wel een rust nodig om de natuur te verwerken en betuigt Jack zijn aanhankelijkheid aan de omnivoor met de grootste voorraad. Rusten is een doel op zich en daarom stoppen we weer een uur later bij een hotel in Heelsum.

In Heelsum worden we herinnerd aan de oorlogsactiviteiten die hier in 1944 plaatsvonden. In september van dat jaar landde in deze omgeving de 1st Airborne Division tijdens Operatie Market Garden.

Kerkje van Heelsum
Daarna gaat het via het aantrekkelijke dalletje van de Heelsumerbeek en de Heelsumerkerk naar de andere kant van de N225 en een kilometer verder onder de A50 door, om te belanden op de tweede karakteristiek van deze wandeling, de stuwwallen langs de Rijn. Op en neer gaat het pad. Het is al een beetje een training voor onze tocht in Corisca. Alleen is hier de lengte van de helling wel lekker kort en valt de warmte hier niet bovenop je. Na een korte verkenning op het binnenhof van het prachtig herbouwde Kasteel Doorwerth gaan we door. Het aanwezige restaurant is wel uitnodigend maar een derde rust zou deze 'training' voor Corsica wel ondermijnend soepel maken.



Terug gaat het naar de stuwwal. Parallel aan de Fonteinallee klimmen en dalen we totdat we een soort park bereiken. Ineens sta je boven op de stuwwal op een landgoed in Engelse stijl waar je voortdurend zoekt naar het landhuis dat je maar niet kunt vinden. Als een landheer zonder bezit kijkt je uit over de uiterwaarde met in de verte de brug bij Arnhem.


Met een vraagteken loopt je nog niet geheel overtuigd over een prachtige oprijlaan omzoomd door gigantische taxushagen naar de uitgang. Ontevreden lees je op de monumentale toegangshek dat je blijkbaar op landgoed Duno liep?
Op een nabij uitlegbord wordt de geschiedenis van het 'spooklandgoed' uitgelegd en blijkt dat het huis in de oorlog in 1944 het loodje heeft gelegd.

In Heveadorp stappen we over de Seelbeek en beklimmen de stuwwal opnieuw. Alles schiet goed op totdat we even later ter hoogte van het veer naar Driel bij het restaurant 'Kabels' op het landgoed de Westerbouwing lopen te zoeken naar het vervolg van het pad.
Beneden ligt het voetveer naar Driel



Met wat heen en weer geloop bereiken we de westrand van Oosterbeek waar we langs de zuidrand over een leuk voetpad het Kerkpad bereiken. In Oosterbeek zijn we tenslotte gestopt bij de Zuiderbeek. Dat klinkt allemaal wat verwarrend en dat weten ze in Oosterbeek. Maar daar hebben ze wat op gevonden. Bij de bushalte pal aan de beek staat de naam breeduit in hetwerk boven de duiker vermeld. De bushalte heet vreemd genoeg weer niet halte Zuiderbeek, want dat zou te gemakkelijk zijn. Hij heet halte Oude Kerk, omdat die weer 100 m terug ligt. Makkelijker kunnen we het niet maken.

Wat een azijngezeur om een eind aan dit bericht te breien. Het was een prachtige wandeling door een afwisselend landschap, met prima horecaverlokkingen. Een echte aanrader dus.





Oosterbeek - Velp
1 mei 2013


Stad op Stuwwallen
Landhuis Sonsbeek
Wat de vorige wandeling bij Wageningen begon zette zich op de etappe van Oosterbeek naar Velp voort, stuwwallen en slimme mensen. Op deze eerste mei, dag van de wandelarbeid, leidde het pad ons door verschillende parken en landgoederen waar regelmatig kort geklommen mocht worden. Een onnederlandse beleving voor iemand die gewend is aan platte weilanden en dito bossen. Mooi is het wel dit land.
Zicht op de Oude Kerk van Oosterbeek vanuit de uiterwaarde
Vanaf station Oosterbeek liepen we eerst twee kilometer naar de Oude Kerk om daar de draad weer op te pakken. Er volgde een laatste stuk door de uiterwaarden voordat definitief de stuwwallen werden binnengedrongen. Dat binnendringen gebeurde op de grens van Oosterbeek en Arnhem bij het landgoed Mariëndaal. 
Man met hond poseren op hoogte

zo zagen wij de Groene Bedstee
Op dat landgoed ga je langzaam omhoog langs de Slijpbeek met zijn watervalletjes en poelen en klim je door naar de 'Groene Bedstee'; een gangenstelsel van beukenhagen.

Zo is de Groene Bedstee echt groen








Apart was ook de passage van Arnhem. Na Mariëndaal loop je via 'Het Dorp' en door de goedbewaarde arbeiderswijk Lombok naar de Rijn. Lombok is rond 1900 trapsgewijs tegen de stuwwal opgebouwd. Het ziet er niet onaardig uit. Gelet op de diverse verenigingsgebouwen was verheffing van het volk een meetellend ideaal. In Lombok is destijds in ieder geval ook meteen met de straatbenaming gewerkt aan de band met het koningshuis. De toenmalige Oranjes vliegen je om de oren.

Blik op de Rijn bij Arnhem met op de voorgrond de Nelson Mandelabrug en daarachter met boog de Frostbrug

De routeontwerpers van het Maarten van Rossumpad hebben het laatste stuk naar de binnenstad blijkbaar niet veel keuze gehad. Echt mooi wandelen is anders. Stukken langs de drukke Utrechtseweg parallel aan de Rijn, een afdaling in een obscuur parkje en een inkijkje in de Hoge school voor Kunsten brengen je bij de drukke opritten naar de Nelson Mandelabrug. Een aardige man, dat wel, maar hier moet je snel doorlopen.

Vanaf de Rijnkade gaat het door de oude binnenstad. Wij werden er niet opgewonden van. Om toch iets opbeurends te zeggen; terrassen en cafés genoeg. Onderweg kwamen we nog een trompetter van de rijdende artillerie tegen. Hij stond er wat anachronistisch en koud bij op het moderne Gele Rijders Plein.
De even verder gelegen Janssingel heeft duidelijk meer allure. Ook de rond 1900 gebouwde Transvaalbuurt geeft weer afleiding door variëteit in de huizen en de art nouveau decoraties.

Blij werden we weer hemelbreed 500 meter van de Rijn in het mooie Park Sonsbeek dat als een groene long diep in Arnhem doordringt en zo een natuurlijk scheiding in de stad creëert. Het gevoel dat je niet meer in een stad loopt is daarna regelmatig aanwezig. Hoewel je op de kaart ziet dat je nog in Arnhem bent, loop je van het ene park naar het andere park, met diverse vergezichten.

In het park Sonsbeek hebben wij vlakbij het bezoekerscentrum gerust bij brasserie Aquarium. Later zagen we dat het ook nog had gekund bij 'De Boederij' 1,5 km verder.

Park Sonsbeek heeft een enorme afmeting. Het is prachtig in Engelse stijl aangelegd met mooie wandelpaden langs vijvers en beken van behoorlijke omvang. Via goedgekozen paadjes wordt je aansluitend al slingerend langs het ziekenhuis geleid terwijl je voortdurend het idee hebt dat je al buiten de stad raakt. Dat wordt nog versterkt door de regelmatige vergezicht richting de binnenstad.
Bij park Klarenbeek heeft Schelto Baron van Heemstra dat aantrekkelijk gemaakt met een monumentale bank. Die meneer de baron waren we ook al in Oosterbeek tegengekomen. Daar heeft hij zich laten eren met een grote boom midden in een akker. Als je voor de oorlog langdurig Commissaris van de Koningin was dan deed je nog echt mee.


In het bos boven Klarenbeek wordt je eraan herinnerd dat hier vroeger monniken woonden. Je moet het beeld niet in het donker tegenkomen want dan schrik je je waarschijnlijk te pletter. Na deze verschijning is het niet verwonderlijk dat je daarna door de wijk Monnikenhuizen gaat lopen. Ook daar heb je weer een prachtig uitkijkpunt waar je tot ver zuid van de Rijn kunt kijken.

Wat volgt is de de wijk Geitenkamp. Net als Lombok een arbeiderswijk en ook deze wijk heeft een eigen archtectuur en is eveneens stapsgewijs tegen de stuwwal opgebouwd. Het straalt een aangename sfeer uit met het eigen marktplein.





Eenmaal buiten Arnhem gaat het naar Rozendaal. Voordat je bij het monumentale Kasteel met de prachtige tuin komt heb je allang begrepen dat je hier in een heel welgestelde omgeving loopt. Wij tellen onze zegeningen, genieten er van en zoeken onze eigen rustplek bij de oude openbare school. 

Op naar ons eindpunt voor vandaag in Velp. Rozendaal en Velp zijn aan elkaar gegroeid en gaan geruisloos in elkaar over. Of de routekeuze bewust is geweest weet ik niet maar naar mate wij ons eindpunt voor deze dag naderen lijkt het of de huizen steeds mooier en groter worden. Je schrijdt alleen nog maar langs schitterende villa's en landhuizen, zo welvarend dat daar wel erg slimme mensen moeten wonen.



Apeldoorn - Vaassen
8 mei 2013



Regalia in een koninklijke omgeving


'Wat zijn dat voor linten allemaal op die weide? Zou het de voorbereiding voor een hippisch evenement zijn?'.
Het antwoord kwam snel toen wij dichterbij de koninklijke stallen kwamen en parkeerwachters de eerste auto's naar binnen loodsten. Het was druk bij het paleis Het Loo. Zo druk dat tegen half twaalf de normale parkeerplaats bij de stallen al vol stond. Waarschijnlijk is dat gisteren ook al het geval geweest want de aanzienlijke parkweides waren er op voorbereid. De drukte betreft de belangstelling voor de inhuldigingsexpositie.
De attributen die vorige week tijdens de inhuldigingsceremonie zijn gebruikt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam schijnen de meeste belangstelling te trekken. In de lokale krant De Stentor lees ik over de eerste dag, gisteren 7 mei;
'De beveiliging houdt toezicht op de topstukken uit de tentoonstelling: de kroon, de rijksappel en de scepter. Ook worden de troonzetels, de hermelijnen mantel van de koning en de jurk van koningin Máxima getoond. Halverwege de dag waren 3000 mensen door de poorten van het paleis in Apeldoorn gegaan. "Dat is ongekend", zegt conservator Marieke Spliethof van Het Loo.'
Gedenkplaat op de Naald voor het Loo

Maar wat doen wij op woensdag 8 mei in Apeldoorn als we de vorige keer in Velp waren geëindigd? Want welk traject komt er na Arnhem? Apeldoorn - Vaassen natuurlijk. Het wordt binnenkort weer tijd om wat met de rugzakken te lopen en een keer te overnachten. Kijken of alles nog compleet is en of 15 kilo net zo zwaar voelt als vorig jaar. Na een tijd puzzelen hebben we besloten het wat moeilijker met openbaar vervoer te bereiken stuk tussen Velp en Apeldoorn eind juni in twee achtereenvolgende dagen te doen. Halverwege, in de omgeving van Eerbeek, zijn er campings, dus dat past goed. Na Vaassen gaan we dat begin juli ook nog een keer doen naar Zwolle. Daarnaast doen we in twee aparte dagwandelingen de route tussen Zwolle en Ommen. Misschien daarna nog een wandeling tijdens de gezinsvakantie in juli-begin augustus voor het tonen van vormbehoud. En dan moet het voor dit jaar weer genoeg zijn met de voorbereiding voor de jaarlijkse bergtocht. Corsica is waiting.
Wij zijn vandaag gestart bij de carpool aan de Hoog Buurloseweg vlak bij de A1. De elf kilometer naar Het Loo gaan voornamelijk door bos, langs sportvelden en speelweides. Een vredige omgeving op een rustige woensdagochtend zou je denken. Maar dat is niet helemaal zo. Midden in de bossen ter hoogte van de West-Apeldoornse wijk Berg en Bos stuit je op een vreemd object. Het blijkt een piramide te moeten voorstellen. Op een van de stenen lezen wij dat het om de 'Bibliotheca Biographica' gaat. Op internet lees ik dat de piramide het initiatief is van de stichting EON, die levensverhalen van mensen verzamelt en die voor het nageslacht wil bewaren in deze granieten stenen piramide. De piramide zal uiteindelijk 30 bij 30 meter en 15 meter hoog moeten worden! Latere generaties en eventuele volgende beschavingen zouden zo een goed beeld krijgen van de huidige tijd.
De bewoners van Berg en Bos hadden daar in het eerste decennium van deze eeuw een hele andere mening over. Allerlei rechtszaken zijn aangespannen om dit initiatief te verhoeden. Grote toeristische aantrekkingskracht en navenante drukte in hun rustige omgeving werd verwacht. Dat het niet is gelukt blijkt uit de aanwezigheid van deze wat omgevingsvreemde blokken in een verder stille entourage.

Na de wijk Berg en Bos stoot je als eerste op 'De Naald', het opvallende monument bij de ingang van het Paleispark. Voor velen nog bekend als een Suzuki-stoppende hindernis in 2009. Maar dat is niet de oorspronkelijke bedoeling geweest. De zeventien meter hoge obelisk werd in 1901 door de inwoners van Apeldoorn aan het bruidspaar Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik geschonken. Dat het tevens een eerbetoon was aan de ouders, Koning Willem III en Koningin Emma, zie je nu nog steeds aan de plaquette op de voet van 'De Naald'.
Het stallen complex van Het Loo, nu ook expositieruimte
Even later voert het pad je tot vlakbij de koninklijke stallen en buig je af naar het voorplein van het eigenlijke paleis. Wij hebben verder de drukte achter ons gelaten en zijn even een kilometer verder op een rustig terras bij de uitvalsweg naar Wiesel gaan pauzeren.

Vanaf de kaart lijkt het of je na Apeldoorn met alleen maar rechte wegen loopt naar Vaassen. In werkelijkheid valt dat enorm mee en wordt je via mooie paden en een beperkt aantal kilometers op asfalt langs vele velden met paardenbloemen daar heen geleid. Hoe dichter je bij Vaassen komt hoe meer sprengen en beken je tegenkomt. Het blijft een puzzel of het een beek of een spreng is. Op sommige plekken worden ze in betonnen bakken zelfs over elkaar heen gevoerd.
En vlakbij Vaassen zagen we een stroom waar het water van twee beken/sprengen door houten planken wordt gescheiden. De reden lag in het vroegere gebruik van het water voor de wasserij of de papiermakerij. Het water van de 'Rode Beek' was ijzerhoudend en daarmee niet geschikt. Dus dan leidt je het schone water van de Nieuwe Beek gescheiden naar je wasserij.
Toppunt van watertoevoer is een spreng door je eigen tuin vlakbij het park van Kasteel Cannenburch. Op de kruising van, jawel ook hier, de Emmalaan en de Koningslaan. Via de Julianalaan loop je daarna om het park heen naar de ingang van het Kasteel.

Zo, dus hier heeft die Maarten van Rossum zijn huis laten bouwen. Wel een stuk van huis als je in Rossum aan de Waal geboren bent. Wachtend op de bus hebben wij op ons gemak het Kasteelplein, het Kasteel en de belendende koetsgebouwen bekeken. Bij nadere beschouwing toch ook weer geen verkeerde plek om te wonen.






Zwolle - Overijssels Kanaal
23 mei 2013



Calvinistisch pragmatisme?

Verwondering levert iedere keer weer verrassende kennis op. Zo ook de kerk van Windesheim. Als je op de Dorpstraat loopt en deze kerk ziet, valt direct de vreemde combinatie van een halve boerderij en een kerk op. Maar ook de kerk is weer vreemd omdat er bovenin en halverwege de hoge muren ongebruikelijke ramen zijn aangebracht. Nazoeken leert dat wat er uit ziet als een kerk voor de Tachtigjarige Oorlog de brouwerij van een klooster is geweest. Met dat klooster van de 'Congregatie van Windesheim' hebben de watergeuzen korte metten gemaakt. Korte metten; in dit geval dus niet in de zin van het zo genoemde vroege ochtendgebed.
Ned Hervormde Kerk van Windesheim
Of de brouwerij met voorbedachte rade is gespaard heb ik niet kunnen teruglezen, wel dat het gebouw sinds lang dienst doet als protestantse kerk. Ooit als Nederduits Hervormde Kerk en tegenwoordig in gebruik door de Nederlands Hervormde Kerk. Die rare halve boerderij schijnt de kosterswoning te zijn. Maar misschien is de oorspronkelijke combinatie van brouwerij en boerderij toch ook weer niet zo vreemd. Lekker eten en drinken vlak bij elkaar.

Het toegangshek van Huis te Windesheim

In Windesheim is in de loop der tijd nog meer verdwenen. Bij het passeren van 'Huis te Windesheim' even voor het dorp, verbaasden wij ons al over de scheve verhouding tussen het mooie toegangshek met de oprijlaan en de twee in verhouding kleine gebouwen honderd meter verder. Je mist een echt landhuis. Dat klopt want dat is, lees ik nu, door geallieerde bommenwerpers verwoest. Eerder op het Maarten van Rossumpad, bij Heveadorp, waren we al vergeefs op zoek naar het landhuis Duno. Dat bleek ook tijdens de laatste oorlog door krijgshandelingen getroffen. Het waren natuurlijk ideale locaties om een hoofdkwartier of een staf in onder te brengen en werden daarmee lonende doelen.

Wat weer niet op de kaart stond en ons daarom extra gelukkig stemde was de aankondiging van koffie met gebak. En wel in de zorgboerderij Hof van Windesheim. Los van een zelfcatering in een tuinhuisje twee kilometer eerder was dit de eerste en enige mogelijkheid voor een verzorgde rust.


nieuwe spoorbrug in de Hanzelijn
Windesheim vormde dus een aantrekkelijke onderbreking op onze route die begon op station Zwolle. Dat station verlieten wij vanochtend aan de zuidzijde. Vandaar gebruikten we de aanlooproute langs hoge nieuwbouw en over straten met namen die verwijzen naar het Hanzeverleden van de stad. Binnen een kilometer zit je gelukkig al in de parkachtige omgeving van het Spoolderbos en het Engelse Werk. Je krijgt zelfs even het idee dat Zwolle een kleine stad is. Dat blijkt niet zo te zijn als je eenmaal op de IJsseldijk loopt.
Rechts passeer je eerst de mooie nieuwe spoorbrug voor de Hanzelijn en zie je ook de contouren van Hattum. Dat panorama met op de voorgrond de rivier en op de achtergrond de kerk en enkele oude gebouwen van Hattum ziet er schilderachtig uit. Links blijf je regelmatig de enorme uitbreiding van Zwolle in zuidelijke richting bespeuren. Toch stoort dat niet want deze groene zone langs de IJssel heeft zijn landelijke karakter behouden. Bang dat je gedesoriënteerd raakt hoef je niet te zijn want de aanwezigheid van de hoge IJsselcentrale zorgt de hele dag voor een houvast.

Wij hadden deze dag geluk. Bij de dit voorjaar abnormaal lage temperaturen liepen wij net vandaag, 23 mei, met een harde noorden wind in zuidelijke richting. Gelukkig had ik nog net voor vertrek een extra trui ingepakt. Met een chillfactor van beneden de vijf graden is die trui in Zwolle aangetrokken en zijn de twee truien niet meer uitgegaan. Twee tegemoetkomende wandelaars zagen rood van de kou en de wind. Een uitheemse kalkoen in het gehucht Oldeneel zag zelfs blauw. Of dit van de kou kwam of vanwege het imponeren van een passerende haan is ons niet bekend.

De route werd afwisselender bij het verlaten van de IJssel. Via enkele plankenbruggetjes en verscheidene bospercelen werden we naar de eerder genoemde Havezathe Huis Windesheim geleid. Na Windesheim gingen we door aangename 'nieuwe natuur' over het Soestweteringpad naar de voetgangersbrug over de gelijknamige wetering. In de volgende Lieder en Molenbroekerpolder hebben ook de gezamenlijke boeren zich ingespannen om de omstandigheden voor de weidevogels en de doortrekkende wandelaars met een natuurstrook te verfraaien. Onze dank.

Zwarte zwanen statigheid bij Havezathe Alerdinck


Havezathe Den Alerdinck
Het laatste deel ging opnieuw rond de rijkdom van vroeger. Via de mooie bossen en vijvers van de Havezathe Den Alerdinck raak je onder de indruk van de macht en weelde die hebben geleid tot deze oases van groen in een agrarische weideomgeving. Een havezathe was oorspronkelijk een versterkt huis. Dat was één van de voorwaarden voor het lidmaatschap van een ridderschap. In Overijssel gaf het ook toegang tot de Staten, het bestuur van de provincie.

De geplande keuze om deze wandeling te beëindigen bij de bushalte vlak bij het Overijssels Kanaal was minder handig. In deze open omgeving zonder abri had de harde noorden wind vrij spel. Op de foto kun je voelen waar het noorden is.





Overijssels Kanaal - Ommen
23 mei 2013

Verscholen huisjes
'En toen heb jij bij al die verscholen huisjes natuurlijk wel ergens aan gedacht?'
Ik moest even nadenken en keek vragend naar Juud. 'Eh, nee niet echt'. Hoe zo?
Dat je met mij graag in zo'n verscholen huisje zou willen zijn, natuurlijk'!

Nee, dat was bij het zien van de opvallend vele verscholen boshuisjes op al die 27 kilometer niet bij me opgekomen. En als deze gedachtekronkel was opgedoken dan had ik die verdrongen. Ik weet precies hoe het gaat met dat soort huisjes. Maanden tevoren huur je zo'n eenzaam hutje en naarmate het moment nadert verandert langzaam maar zeker de bestemming. Ik hoor de mededelingen al; 'Ik kan ook lekker quilten in zo'n huisje.' Twee weken later komt dan de genadeklap; quilten in je eentje lijkt me niet zo leuk, ik denk dat ik LZ en LV uitnodig' (LZ en LVn zijn in het jargon een soort codes voor lotgenoten). Als dan het moment daar is mag ik nog net de dames wegbrengen en de sleutel afgeven. Nee, dat is allemaal niet bij mij opgekomen.
Het thuisverslag over onze wandeldag op 19 juni was met dit plonseffect ook wat korter dan normaal.
Deze laatste eendaagse trainingswandeling stond niet alleen in het teken van de vele verscholen huisjes die we in de brede bosstroken ten zuiden van de Overijsselse Vecht tegenkwamen. Het weer vroeg zoals zo vaak dit jaar de volle aandacht. Het was sowieso een hoogtepunt omdat het de tweede tropisch dag zou worden na een voorjaar met voornamelijk kil weer. Maar nu zou de temperatuur misschien wel 35-plus worden. En de 24uurs nieuws-media industrie draaide op volle toeren. Alles was gevaarlijk, de hitte, het mogelijk onweer en nog meer ellende. Uit voorzorg had ik terriër Jack maar niet meegenomen.

'Je was zeker bang dat je hem weer moest dragen' was het eerste wat vriend Frank kon verzinnen toen ik de afwezigheid van Jack bij samenkomst op het station uitlegde. Daarna verkondigde hij dat het op de plek waar wij gingen wandelen al om elf uur zou gaan regenen, vervolgens droog zou worden en om drie uur om zou slaan in zware onweersbuien. Nu heeft Frank niet altijd gelijk dus geen reden voor paniek.

Maar laat dit nu een van die zeldzame keren zijn dat hij wel goed had geluisterd en ik mijn optimistische houding tijdens de busrit tussen station Zwolle en het beginpunt bij het Overijsselskanaal onder donker samentrekkende wolken moest bijstellen. Ik moppelde nog wat van 'je hebt toch gelijk'. Op dat soort momenten krijgt hij een spontane gehoorbeschadiging en moet ik het nog een keer herhalen.
Grand Cafe Het oude station
Waarom zo'n lange aanloop naar het eigenlijke verslag? Het was een prachtige wandeling, dat wel. Mooi in de natuur, afwisselend, landelijke asfaltweggetjes, bospaden, akkers, weilanden. Je passeert het ene B&B na de andere camping en tussendoor nog wat horeca; B&B Verbruggen, Restaurant 'De Witte Gans', B&B 't Vossendal, Camping Starnbosch, Grand Café 'Het oude station', Camping 'De Bosvreugd', jawel, twee restaurants in Vilsteren, maar nergens hadden we een overvallen gevoel bij iets heel bijzonders. Het is een heerlijk rustig gebied, waar je heerlijk rustig wandelt, en tevreden op het einde in Ommen op de trein stapt.


Huize Aalshorst

Boederijen aan het Aalhorsterpad
Ach ik overdrijf. Wat te denken van de schitterende buitenplaats Aalshorst of de voormalige Havezathe Den Berg vlakbij Dalfsen. En de enorm goed onderhouden bijbehorende boerderijen.
Havezathe Den Berg bij Dalfsen
In het laatste landhuis kun je trouwens leuk trouwen of in een mooie ambiance dineren. In het koetshuis wonen ook nog enkele families en zetelt een bedrijf, vertelde ons een medewerker van http://www.havezatedenberg.nl/.
Onderweg hebben we prima gerust bij het station van Dalfsen dat even van de route af ligt.
zelfportret

Ook het dorp Vilsteren met de molen, het landhuis en prima terrassen om in de hitte een koud biertje te drinken tillen de wandeling naar een hoog niveau. Vlak daar voor heb je nog dicht bij de Vecht gewandeld met zicht op Hotel 'Mooirivier' en ging het daarna weer verder langs een fraaie oude zijarm van deze rivier.

Oude zijarm van de Vecht bij Vilsteren
Boederij met de kleuren van het Landgoed Vilsteren
Het laatste stuk van de wandeling voerde ons door nieuwe natuur in aanleg langs de Regge. Een rivier die je helemaal verbindt met Salland, het land van deze wandeling. Waar we nu nog onze weg moesten vinden over een omgewoelde dijk zal binnenkort tot vlakbij de ijsbaan van Ommen een mooi water en ooilandschap ontstaan. Ook daar weer tot aan Ommen de opduikende kleine huisjes die een goed onderkomen hebben weten te vinden in de Ommense bossen.






Velp - Eerbeek
25 juni

PAMAN ABCD   


Deze richtingaanwijzer staat bij de Posbank.
Wij moesten door de Onzalige Bossen zonder voorkennis.

 

EHBO-les
Vroeger hadden wij voor het helpen van kameraden het ezelsbruggetje PAMAN geleerd om de organisatie van de hulp bij een ongeval niet te vergeten. Pas daarna begon je aan de noodzakelijke eerste hulp met behulp van de letters ABCD (airway, breathing, circulation, distabilty). Die laatste letters veranderden een enkele keer, maar PAMAN voldeed blijkbaar want die bleven altijd hetzelfde. We moesten er aan denken toen we midden in de bossen van het Nationaal Park Veluwezoom getuigen waren van onbevreesde of naïeve wielrenners tijdens hun trainingsronde. De P van persoonlijke veiligheid zou in noodgeval bij ons een hoge prioriteit krijgen concludeerden wij aan het eind van onze korte analyse.

Maar laat ik eerst beschrijven hoe wij daar midden in de Veluwezoom op het bosfietspad langs De Lange Juffer kwamen. Voor onze eerste tweedaagse training met rugzak waren wij die ochtend van de 25e juni via de kippen-/valleilijn naar Ede-Wageningen gereden en vandaar via Arnhem naar Velp. Daar zouden wij de draad weer oppakken waar wij op 1 mei waren gestopt.
Op de aanlooproute vanaf het station naar dat punt liepen wij door het weelderige Velp. Dat ziet er heel wat mooier uit dan de Arnhemse slooppanden langs het spoor op weg naar Velp. Tussen de prachtige huizen van de schildersbuurt ontdekten wij zowaar nu al een Koning Willem-Alexanderplein(tje).



Weliswaar een beetje zuinig grasveldje van 50 bij 100 meter, maar wel goed onderhouden en dat levert ook royaltypunten op. Maar de meeste credits zullen waarschijnlijk verdient worden vanwege getoond eigen initiatief. In allemaal lanen met schildersnamen op eens dit bord met afwijkende benaming en belettering. Dat valt wel op. Of het gepast is, even gauw buiten de gemeente om? Maar je wilt er zo graag bij horen en dan timmer je zelf even snel mee aan de koninklijke weg?


Eenmaal op de Beekhuizerweg kozen wij voor het bospad stroomopwaarts langs de Beekhuizerbeek. Een soort spreng-beekcombinatie die mooi ingesneden op de rand van Velp stroomt. De bevolking van Velp laat ook anderen delen in de welvaart want de paden zijn voorzien van gloednieuwe bruggetjes en het bosmeer krijgt nu een indrukwekkende trapvormige zitlocatie en aan de bovenzijde heeft men een watervalachtige instroom laten maken. Waarvoor onze dank.

Langzaam ging het omhoog via verschillende bergjes. Dus toch nog een klein beetje bergtraining voor Corsica, later dit jaar. Op het eind van het Beekhuizense Bos komt het pad weer samen met de Beekhuizense Weg op de Zijpenberg, 106 meter hoog. Daar opent zich een echt prachtig panorama over het Herikhuizerveld. Onnederlands mooi, met diep ingesneden slenken in de hei. Een schitterend gezicht.

Daarna daal je af en gaat het door diezelfde slenken verder slingerend, klimmend en dalend naar het volgende hoge punt; de Posbank (90 meter). Nooit geweten dat die berg genoemd is naar een oud directeur van de ANWB, meneer Pos. In 1918 is die bank daar ter gelegenheid van het 25-jarig bestand van de vereniging gemaakt.

Afdaling naar de het Herikhuizerveld

Theepaviljoen bij de Posbank



Foto van de orientatietafel. Je kunt soms tot in Duitsland kijken.
Let ook op de lengte van de horens van de Schotse Hooglander. Die zouden we later tegen komen.


Bossen volgen er na de rust in het theepaviljoen. Het zijn de Onzalige Bossen. Op weg naar de Carolinahoeve stellen wij een nog grijzere groep teleur met een reële tijdschatting voor hun gang naar de Posbank. Op en neer gaat het over de Koningslaan. Dit is geen weg maar een bospad omzoomd met indrukwekkende beuken. Bij de Carolinahoeve is het nog te vroeg om op het terras alweer te rusten. We gaan door en genieten van het bloeiende vingerhoedkruid dat overal in de velden rondom de hoeve staat.

Via nog een aantal bospaden bereiken we een zeer breed bospad met fietspad; de zogenaamde Lange Juffer. Bij de Carolinahoeve hadden we aan de verse koeiepoep gezien dat hier ook runderen moesten lopen. Die hadden zich tot nu toe verstopt. Maar hier op de de Lange Juffer stond ineens een solitaire stier, een volwassen Schotse Hooglander, op het fietspad. Voor de beelvorming heb ik thuis nog een foto gegoogeld; let even op de lengte van de hoorns en de scherpte van de punten.
Waarom zo'n ophef over een Schotse Hooglander? Wij, helden, hielden ons mooi aan de vele aanwijzingsbordjes die we onderweg waren tegengekomen en ons adviseeden 25 meter afstand te houden. We verlieten het betonnen fietspad en omtrokken over het brede zandgedeelte ernaast. Geen 25 meter, maar we deden ons best.
Net als we de stier gepasseerd zijn, verschijnt er een wielrenner. We zijn benieuwd hoe die dat gaat oplossen. Nou duidelijk anders. Hij neemt nog wel de moeite om iets vaart te minderen, gooit zijn heup iets opzij om niet tegen de stier op te botsen en vervolgt zijn training. We zijn nog vol van ongeloof als er nu een groep wielrenners aankomt met voorop een dame. Met gevoelens van bewondering, verrassing en verbijstering zien we dat allen de stier rakelings passeren, waarbij de laatste wat oudere renner zo bezig is om bij te trekken dat hij de stier slechts in een waas heeft gezien.
Wie is hier nou gek? Zijn dat de wielrenners, die het recht van overpad afdwingen op hun fietspad en hun schoenplaatjes niet willen bevuilen. Of zijn het de boswachters in hun angst voor ellende en schadeclaims? Wij neigen sterk naar de boswachters. Die stier had zijn hoofd maar een klein stukje hoeven draaien en zijn hoorn zat diep in zo'n wielrennersbuik.


onderwijsleermiddelen van de geneeskundige troepen

Zoals ik eerder uitlegde zouden wij in dat geval veel belang hechten aan de eerste letter van PAMAN. De tweede letter, het attenderen van de anderen zal waarschijnlijk niet nodig zijn geweest. Ook de oude renner achteraan zal het dan wel gemerkt hebben. Markeren lijkt ook iets overdreven, maar alarmeren zal nog een probleem zijn, tenzij je met GPS precies kunt uitleggen waar je op die Lange Juffer zit. Noodtransport lijkt niet effectief ook al zal een ambulance enige tijd nodig hebben om hier te komen. Als de stier dan tenslotte meewerkt en we de medische hulp zouden kunnen starten lees ik bij abcd dat de kameraad in beginsel zelf ook mee moet helpen. Tenzij hij dat niet kan. Nou met een hoorn net in en uit je buik hoef je denk ik niet mee te helpen. We hebben het niet hoeven uitvinden maar, je zult er toevallig getuige van zijn. Dan kan je leuk aan de bak.


Wij liepen door. Er wachtte nog veel meer bos. Vlak voor Laag-Soeren een laatste rust want Frank kreeg last van een knieholte. Daarna langs de spreng van de Soerense Beek richting Laag-Soeren. Daar heeft het wild breien ook toegeslagen.
Eenmaal bij het Apeldoornskanaal is het nog niet echt tijd voor een rust maar dorst en kniepijn doet ons verlagen onze intrek te nemen in een pannekoekenrestaurant; De Brugkabouter. We komen op het goede moment. Het is er verrassend stil en hebben snel een heerlijk tapbier. Waren we eerder geweest dan hadden we tussen zeven schoolreisklassen gezeten, luidde de uitleg.
Anderhalve kilometer verder bereiken we de overnachtingslocatie Het Hallse Hull. Op deze heerlijk stille camping met zijn lege veldjes installeren we ons onder toezicht van Hulle Bulle, die zich ook al wild gebreid heeft laten inpakken.







We sluiten de dag af met een uitstekend diner in het Eerbeekse Grand Cafe De Korenmolen. Dat was daarmee de officiele opening van het rugzakkenseizoen.







Eerbeek - Apeldoorn
26 juni

Veul langs 't kanaol  




Een prima nacht en een beetje rommelig ontbijt met een spagetti-look-a-like voor Frank en mueuslipap voor mij, was de overgang van gisteren naar de start van vandaag. Het ontbijt werd geserveerd aan een luxe tafel in een regelmatig terugkerende zon en onder toezicht van die arme Hulle Bulle.

Na de magnifieke wandeling van gisteren startte deze dag met een lang stuk langs het Apeldoornskanaal met aan de overzijde een luidruchtige weg. Niet erg opwindend. We telden de ophaalbruggen om onze vordering aan af te meten. Je moet jezelf wel een beetje stimuleren.

Pas na zesenhalve kilometer gingen we langs de Vrijerbergspreng de bossen weer in. Die spreng is samen met andere sprengen bedoeld om het peil van het Apeldoornskanaal op hoogte te houden. Langs deze wateraanvoerende spreng is men bezig met de aanleg van een dikke waterpijp, die in tijden van wateroverschot in het Apeldoornskanaal, het water gaat terugpompen naar ? het begin van de spreng? Wij hebben iets gemist, maar het riekt naar dubbel werk.

Halte Immenbergweg
Stationsmeubilair

Na een mooie golfbaan volgde op kilometer 8, onder een viaduct van de A-50, een spartaanse halte van de Veluwse Stoomtrein Maatschappij. We liepen door, dronken tijdens de rust bij camping de Bosrand geen koffie want de vrijwillige bijdrage voor de koffie werkte alleen met gepast geld in een automaat. En dat hadden we niet bij ons. Weer verder lopend langs de enorm wijde akkervlakte tussen Lieren en Beekbergen, vergaapten wij ons aan de verschillende kapitale villa's die aan de randen van dit gebied langs de Hulhorstweg en Hullewegvan zijn neergezet.

De vermoeidheid van de twee eerste dagen met een rugzak werden in Beekbergen voelbaar. Daarom eerst maar een welkome rust met uitsmijter in hotel-restaurant De Smittenberg.
In de bossen van het Spelderholt en het Engelanderholt werd nog verschillende keren kort geklommen en gedaald in een aangename omgeving met stukken hei en een rustplaats bij een ven. De wandeling werd in stijl afgesloten met een mooi smal pad langs de Koppelsprengen, om te eindigen bij de geslaagd gerestaureerde Hamermolen.



Nog een klein stukje naar een verlaten bushalte aan de Hoenderlose weg waar tot onze opluchting ook nog een mini-bus langs kwam. Een mooie start van het rugzakkenseizoen met 2 x 21 km, maar nu even lekker uitrusten in de bus en de trein.





Vaassen - Heerde- Hattem
10 en 11 juli

Crisisslapte  
Uitzicht over de wondermooie Renderklippen ten westen van Heerde

Eerst wilde ik 'Crisisstilte' als titel voor dit bericht nemen. Maar stil is het niet tussen Vaassen en Zwolle. Zo passeer je een paar keer de A-50 en ten westen van het Heerderstrand krijg je door dreunen van granaatinslagen een duidelijke bevestiging dat je parallel aan het doelengebied van het artillerieschietkamp loopt.
Wel kom je regelmatig bordjes 'Stiltegebied' tegen. We vroegen ons af wat nou de zin van zo'n bordje in een bos is. Wij waren al stil en werden er niet stiller door.

Nee, overdreven stil was het niet. Het was meer de onverwachte rust. Op 10 en 11 juli, als een groot deel van Nederland al schoolvakantie heeft, verwacht je vakantiegangers. Op een aantal bankjes bij de Renderklippen, de mooie heide ten westen van Heerde zagen we wel grijze hangouderen en regelmatig werden we voorbij gestoken door grijze elektrobikers, maar die zie je het hele jaar al. Waar waren de ouders met kinderen op fietsen over de vele paden of op het strand? Ok, het was geen echt strandweer, maar overdreven koud was het ook niet. Waar was iedereen? Op de camping de Mussenkamp was er op de ruime velden voor de passanten nog meer dan voldoende ruimte. Het schitterende sanitair zal met deze beperkte bezetting niet echt slijten.
terras van De Witte Berken
 
Bij Hotel-restaurant De Witte Berken waren we meteen aan de beurt en bij Pannenkoekenrestaurant Het Mussennest in Wapenveld zaten een oma en opa heerlijk helemaal alleen te lunchen. Ook wandelaars hebben we nauwelijks gezien in deze toch aangename omgeving. Blijft iedereen thuis? Hakt de crisis er zo in of gaat de massa na het koude voorjaar toch naar de warmte in zuidelijke streken? Wij gaan het binnenkort maar eens controleren in Italië en op Corsica.


De tocht begon bij Kasteel Cannenburg, waar we in mei waren gestopt. Na een korte blik op de nog steeds in gebruik zijnde Cannerburgermolen ging het verder over landweggetjes in een hobby-boerenomgeving, die allengs overging in een vakantieparkengordel.



wandkleed in de Witte Berken
Door de vele bossages langs de paden heb je geen idee dat je midden tussen drukke vakantieparken loopt. Zo ook bij Restaurant De Witte Berken dat op een satellietbeeld gezien, midden tussen recreatieparken ligt, maar waar je nauwelijks iets van merkt. Of het moeten de vaak aantrekkelijke vakantiehuisjes zijn die je zo nu en dan vanaf de weg kunt zien en waarvan je denkt dat het kleine villa's zijn. Een genot om naar te kijken en over te fantaseren.
De ongeveer 18 km met rugzak op de eerste dag hebben we 's avonds nog met een kleine 5 km aangevuld om heerlijk te eten in Heerde in de Vier Jaargetijden. Daar was het voor het eerst deze dag gezellig bezet, kregen we een prima maaltijd en werden we vriendelijk bediend. Complimenten. Op weg daar naar toe passeerden we ook nog wat hobbyvee, dat gedresseerd is naar je toe te huppelen en om eten te bedelen. Het was maar goed dat we de foto's op de heenweg hadden genomen want toen we met overvolle magen terugsjokten, herkenden ze ons en namen ze niet meer de moeite.



11 juli

De volgende ochtend lieten die volle magen zich al vroeg gelden, met als gevolg dat om halfacht onze tenten waren ingepakt en we de rugzakken hadden versleept naar een omgebouwde hooiberg. Daar waren prima banken om te ontbijten.



Tegen negenen ging het weer verder over de Renderklippen waar de kudde net werd losgelaten. Met de glooiingen in het terrein en de schaapskooi lijkt het net de Luneburger Heide.
Vlakbij ligt het zogenaamde Pluizenmeer waar de schapen vroeger werden gewassen. Nu is het een plaatst voor een kunstwerk.
Drassige slenk vlakbij het Pluizenmeer
Onder het gedreun van de artillerie passeren we het Heerderstrand waar een schoolklas waarschijnlijk zo blij is dat de laatste dagen voor de vakantie zijn aangebroken dat ze de frisse ochtendlucht trotseren en al zwemmen en spelen.
We steken de A-50 voor de laatste keer over en vorderen via verschillende kleine heides, waaronder de Tonnenberg, die met zijn 30 meter verrassend hoog boven zijn omgeving uitsteekt. Even later lopen we door een voormalig waterleidingskanaal De Kret, waar je volgens de gids in het verleden nog kon zwemmen, maar nu de grondwaterstand zo is gezakt dat je er niet de weg kwijt kunt raken.
De Kret


Via een luxe villapark bereiken we Wapenveld en na de lunch maken we opnieuw kennis met het Apeldoorns Kanaal, om tenslotte drie kilometer verder Hanzestad Hattem te bereiken. Eindelijk ook geschiedenis in de vorm van mooie gebouwen zoals het Daendelshuis, het Stadhuis en de stadspoort.
Het Deandelshuis in Hattem

Stadhuis van Hattem

Stadspoort van Hattem

Het gewicht van de rugzakken begint behoorlijk door te wegen en we zijn blij als we de Hanzebrug over de IJssel bereiken. Van daar is het nog een klein rukje naar het station van Zwolle. 24 km is voorlopig voldoende. Eerst maar wat in de trein voor ons uitstaren.



Ommen - Balkbrug
16 december 2013

Ambivalente wandeling

slingeren door een jeneverbesstruikenbos in je eentje

Zes maanden geleden stonden we voor het laatst in Ommen. Toen waren we niet verder gekomen dan de ijsbaan en het station. Afgelopen maandag, 16 december, stonden we er weer. Onderweg in de trein hadden we geprobeerd beelden van de route van toen, vanaf het Overijsselkanaal naar Ommen, uit de geestelijke kelder te halen. Dat viel niet mee na een zomervakantie en na alle indrukken tijdens de trektocht over de GR20 op Corsica. Even omschakelen qua landschap. Maar vanuit de trein herkenden we vlak voor Ommen de Regge en zagen dat het werk aan de nieuwe natuur nu is afgerond. Een witte reiger maakte het beeld compleet.
Eenmaal buiten het station lukte het snel ons te oriënteren en even later liepen we weer langs de ijsbaan. Dit keer met het hogere winterwaterpeil en een temperatuur die al beter bij een ijsbaan past. Hoewel het maandag met een winterzon eigenlijk een mooie, 'aangename' winterdag was.

De eerste indrukken van deze dag zijn prima. Na de ijsbaan volgt het Landgoed Het Laer dat uitkijkt over het uitgestrekte hertenkamp.
Ten behoeve van dit bericht betreed ik het landgoed om een foto te maken van een prachtig gedecoreerd prieel in neo-classicistisch stijl, denk ik. Als ik mij snel weer buiten het hek begeef zie ik dat ik het toch goed gelezen heb dat je niet naar binnen mag. Maar voor u het ik nu een foto van dichtbij. Volgens de websites kun je het Het Laer onder andere afhuren voor een huwelijk. In de tegenwoordige reklameprietpraat heet dat blijkbaar een trouwbelevenis. Je kunt er ook vergaderen. Het kost wat, maar beide activiteiten geschieden dan wel op stand.

Op weg naar de brug over de Vecht passeren wij een aantal villa's waarvoor je zo naar Ommen zou verhuizen. Zelfs de rijtjeshuizen zijn hier van riante kwaliteit.
Voordat we echt aan de etappe naar Balkbrug beginnen maken we eerst nog een rondje door de aardige kern van het oude Ommen. Dat is zeker de moeite waard.



Bisschop Otto
Zo leren we ook dat in 1248 Bisschop Otto samen met de Rabobank Ommen haar stadsrechten verleende.
Het is nog te vroeg voor koffie dus aansluitend lopen we wat onplezierig langs de rand van Ommen parallel aan de drukke Coevorderweg (N340).
Akkers ten zuiden van Arrien

Het echte genieten begint meer bij het mooie buurtschap Arriën, met de verscheidene gerestaureerde hoeves. Vroeger was Arriën een zogenaamd esdorp. Het lag op de hogere es, waar ook de akkers waren.

Dichterbij de vecht bevonden en bevinden zich nog steeds de lagere graslanden voor het vee. Daar gaat het van Rossumpad ook doorheen. Op het terrein direct langs de Vecht lopen tegenwoordig allerlei wilde grazers die een enorm gebied met bomen, riet en zelfs stukken hei tot hun beschikking hebben. Het is prachtig wandelen in dit afwisselende panorama.

Weer iets verder slingert het pad door een soort bos van jeneverbesstruiken. Struiken die je weinig in zulke aantallen in Nederland tegenkomt. Wij nemen er even de tijd voor een warme thee. Niet bij een theehuis, maar uit een thermosfles, want er is tussen Ommen en Balkbrug geen horeca. We roepen nog wat naar passerende dames die ons blijkbaar hebben gezien bij het station. Ze vinden dat wij wel heel ver gaan. Helemaal naar Balkbrug. Jaha, dat zijn nog eens afstanden.

op de rand van bos en leegte
Toch hebben deze dames een punt. Als we de volgende twee kilometer bos achter ons hebben en de golfbaan passeren, doemt het ambivalente karakter van deze etappe op. Daarna is er niets dan uitzicht. Kilometers lang, vlak ruilverkavelingsland, waar je bijna niet kunt verdwalen omdat je steeds rechte slagen van enkele kilometers maakt door dit lege land. Hier en daar een boerderij. De afwisseling bestaat uit de beklimming van twee viaduct, over de N36 en N48. Wellicht ziet het er in de zomer mooier uit met meer vee en hoger mais.


kerkhof bij de Ommerschans
Nu wordt het weer interessanter bij de Ommerschans waar je bij de begraafplaats kunt lezen over de geschiedenis van dit voormalige verdedigingswerk tegen de Spanjaarden op hun weg naar de noordelijke provincies.
Ook blikverbredend is de route door en langs het zgn. forensisch psychiatrische centrum Veldzicht. Je ziet snel dat je beter geen tbs-patiënt kunt worden. Want al woon je mooi in de natuur, de vele beveiligingshekwerken geven daar een wrange smaak aan.
Eenmaal in het bebouwde gedeelte van Balkbrug worden we verrast door de vierbaans aanpak van de dorpsstraat, die vreemd genoeg buiten het dorp weer overgaat in een tweebaansweg. Gelukkig kunnen we er ons maar twee minuten over druk maken, want dan staat de bus naar station Zwolle voor onze neus en begint de terugreis. Bij de start van de volgende etappe zullen we het conglomeraat Balkbrug wel aan een tweede onderzoek onderwerpen.




Ruinerwold - Steenwijk
29 januari 2014

Gemiddeld 90 punten, patiënt niet overleden
Dit is een foto van internet,
maar toont hetzelfde type voertuig als vandaag
Ik had medelijden met de gewonde. Niet dat ze iets tegen de procedure deden. Ze hadden de gewonde keurig met het pantserrupsvoertuig, met het rode kruis op de zijkant, uit het oefenterrein opgehaald. Dertig meter voor het bord met de letters AP (afhaalpunt?), vlakbij de Johannes Postkazerne bij Havelte, werd er gekeerd. Alleen daarna was de voertuigcommandant het overzicht blijkbaar kwijt. Even niet gezien dat er naast het tankspoor nog een wal lag, want hij leidde de chauffeur achterwaarts rijdend met een van de rupsen over een bult zand van ruim een meter hoog. Ik hoop niet dat de gewonde van de brancard is gegleden. Als het goed is lag hij vastgesnoerd, maar aangenaam kan het niet geweest zijn. Het was waarschijnlijk een oefengewonde, dus die mag niet klagen dat hij in de geneeskundige afvoerketen lekker op zijn rug mocht liggen.
ook deze foto heb ik van internet geleend. met dank aan Niek Peeters.
Voor de rest ging alles prima. Toen het gepantserde gewondenvoertuig het afgesproken punt bereikte kwam daar precies op tijd de militaire ambulance om de gewonde over te nemen.Voor de procedure gaven wij daarom honderd punten en voor de uitvoering toch nog wel tachtig punten. Deze beoordeling maakten we al lopend omdat het gisteren, woensdag 29 januari, met een temperatuur net boven nul en een dunne wind, te guur koud was om lekker stilstaand te blijven kijken.

Van restaurant naar restaurant
Opoes Erfenis
We hebben de bijna 22 kilometer van Ruinerwold naar Steenwijk trouwens helemaal niet stilgestaan en in een ruk doorgelopen. We waren gisterenochtend met de bus van Meppel naar Ruinerwold gereden en zagen dat er langs de weg daar naartoe mooi onderhouden boerderijen staan met prachtige voorhuizen. Ook Ruinerwold maakte een aardige indruk. Leuk is de kleinste kruidenier van Nederland 'Opoes erfenis'.









Dat café Centraal en restaurant De Klok op een woensdag voor twaalven nog gesloten waren konden wij tolereren en togen daarom meteen op pad. Buiten Ruinerwold was het wat eentonig door de open winderige polders met grote kale winterse vlaktes.

Maar na 5 kilometer zouden we gaan rusten bij een restaurant langs de Drentse Hoofdvaart. Althans daar stond een restaurantteken op onze kaart. De geplande rust bij wegrestaurant Linthorst werd echter erg kort en goedkoop, omdat allerlei aanhangwagenbezitters het interieur van de failliete tent aan het demonteren waren. Het was blijkbaar de afhaaldag, na de kortgeleden gehouden executieveiling. Niet inhouden dus en snel doorlopen.
Boerderijen in Eursinge bij Havelte
Snel faut
Het voordeel was dat ons gemiddelde tempo hoog bleef en eenmaal in het buurtschap Eursinge konden we ons weer vergapen aan de grote monumentale boerderijen. Schitterend. Hoewel, een erg rustige omgeving. Te rustig naar onze zin en dus niet door ons aangemerkt als een mogelijke toekomstige woonplaats.
Na Eursinge volgden verschillende bosrandpaden langs hoger gelegen essen. We trokken langs Darp, met herinneringen aan spannende beveiligingsopdrachten in het verleden, passeerden een paar oude kluizenaars in dito oude hutjes en begonnen daarna aan het mooiste deel van de tocht over de grote stille heide in de omgeving van de Hunebeddenweg.

De hunebedden hebben we helaas nooit gezien, net zomin als de koffie met appelgebak bij Theehuis t' Hunebed. Bij de laatste was het verboden voor honden en we vonden het te koud om Jack een half uur buiten te laten staan. Teleurstelling verwerken en door naar het Hunehuis van de Nivon. Prachtig over de hei. Zo prachtig dat we bij het Hunehuis rechtdoor gingen over het militair oefenterrein in plaats van linksaf over de verharde weg. Onze weg over de wilde heidevlakte was natuurlijk veel mooier en wij bleven lange tijd ontkennen dat we niet goed zaten ook al ontbraken er markeringen bij zijpaden. Maar een beetje woudloper peilt zijn locatie en maakt een alternatieve route. Geen hunebed maar spoedig wel de demonstratie van de eerder genoemde gewondenafvoer. Ook onderhoudend.

in Kallenkote staat alles in een lint

Uitgestelde finale
De rest van de tocht ging een heel eind over het noordelijke deel van het oefenterrein en langs de Johannes Postkazerne. Via het mooie lintdorp Kallenkote bereikten we Steenwijk binnen vier uur. Een verlate of te vroege ooievaar hield ons nog even staande in een buitenwijk en we genoten langs de Meppelerweg nog van enkele art nouveau gevels van huizen uit het begin van de vorige eeuw.


vlakbij de markt in Steenwijk
Even later waren we in de oude vesting, maar de temperatuur was er niet naar om een extra rondwandeling door Steenwijk te maken. We omcirkelden de kerk, passeerden het mooi gehuisveste hospice en zochten daarna snel de warmte van het station. Het warmst bleek de entree, waar Jack voor een groepje Chinese toeristen een bezienswaardigheid bleek. Dat wisten wij al, maar om daar nu helemaal voor uit China te komen is toch bewonderenswaardig.
Woensdag liepen we de laatste etappe van het Maarten van Rossumpad zonder dat dit onze finale kilometers waren. Gisteren hadden we maar tijd voor 22 km omdat Frank s'avonds nog een vergadering had. Daarom liepen we naar het eindpunt van het Maarten van Rossumpad zonder dat we hem afgerondden. De volgende keer, de laatste keer, hebben we ingetekend voor 29 kilometer voor het stuk tussen Balkbrug en Ruinerwold. Dan heb je ook beter gevoel bij de afsluiting.




Balkbrug - Ruinerwold
27 februari 2014


Ooievaars bovenop eetcafe Het Vergulde Ros

Ooievaarsvakantie

De krokussen zijn al bijna uitgebloeid en de ooievaars hebben al bezit genomen van het Reestdal, zeker acht paren zijn we tegengekomen. We liepen met onze jassen open en hadden de kleppet op tegen de zon. Hoezo krokusvakantie op deze 26ste februari.

Bruggetje in de Haardennen vlakbij Balkbrug

Op het programma stond een wat langere wandeling, ruim 29 kilometer tussen Balkbrug en Ruinerwold. Dat is de afstand op de kaart, maar met het gebruikelijke verkeerd lopen kwamen we zeker op dertig kilometer in het echt. We vonden twee keer 15 km te veel moeite voor twee dagen met heen- en terugreizen. Verder moet je vanaf Balkbrug sowieso doorlopen naar De Wijk of Rogat voor een behoorlijke aansluiting op het openbaar vervoer. Daarmee zit je al op 20 km en voor 10 km komen we zeker niet nog een keer langs.

Het was onze laatste wandeling op het Maarten van Rossumpad omdat we het stuk tussen Ruinerwold en Havelte al in januari hadden bekeken. Toen was het koud en liepen we achter elkaar door. Hoe anders nu dus in de nieuwe voorjaarsmaand februari. En hoeveel mooier dan verwacht was de omgeving. We hadden nog het open en saaie ruilverkavelingsgebied ten zuiden van Balkbrug in onze herinnering. Maar ten noorden van Balkbrug zijn de routeontwerpers er in geslaagd een schitterend lint te rijgen van kleine bospercelen, grotere en kleinere heides, vennen, waterpoelen, en dat alles hier en daar onderbroken met open weides en boerderijen.

in de Haardennen
Direct buiten Balkbrug loop je al in het bos en over de hei; de zogenaamde Haardennen. Even verder loop je over een heidestrook van 100 meter breed midden in het open agrarische land. Spoedig volgen de bossages van de Kievietshaar, die overgaan in het grotere bosgebied van Boswachterij Staphorst. Ook dat stuk wordt heerlijk onderbroken door stukken hei, als je tenminste goed loopt. Met wat extra kaartlezen hebben wij deze hei ook gevonden en zijn we er omheen gelopen.

Zwarte Venen

Koolhaar




Het Vergulde Ros
Na de boswachterij volgen twee prachtige vennen; de Ganzeplas en de Zwarte Venen. Verder ging wij het langs het meertje Koolhaar op weg naar onze verdiende rust bij eetcafé 'Het vergulde Ros' in Halfweg. Toepasselijk, want met onze 30 km was dit inderdaad halverwege. Niet toepasselijk, omdat dit café pas om 16.00 uur open gaat. Weer te snel gelopen. Ze hebben hier zeker meer oog voor de ooievaars op het dak. Wel mooi om te zien, maar een kop koffie na drie uur lopen is ook wat waard. Dat vonden wij. Maar dat maakte geen indruk.



De Reest, grens tussen Overijssel en Drenthe

Huisje vlakbij De Reest richting landgoed Dickninge

Landgoed Dickninge
Gelukkig bleef het landschap wel aantrekkelijk. Eerst de overgang over het provinciegrensriviertje De Reest. Een kronkelende stroom door een drassig gebied, dat een ideale trekpleister vormt voor de ooievaars. Net voorbij het bruggetje over De Reest passeerden we een gespleten wandelend gezinnetje. Eerst een meisje van een jaar of tien, dat getrokken door een grote herdershond, bijna horizontaal voorbij kwam en onderwijl mij waarschuwde 'heb je je hond goed vast'? Even verder volgde moeder met de fiets aan de hand, wachtend op haar zoontje van vijf, die zijn behoefte probeerde te doen, maar treurig vaststelde dat er niets uitkwam. 'Hij doet het weer niet, hij is zeker kapot'. Misschien hoorden ze bij het leuke huisje vlakbij de brug over De Reest.

We passeerden het mooie landhuis Dickninge en stampten direct door richting Rogat. Ro wie? Nou oké het is een klein gat langs de A28, maar wel met een wegrestaurant. Eindelijk koffie en appelgebak.
Voor terriër Jack even een moment om voor het eerst vandaag te eten en even te rusten. Ik had hem vanochtend nog aangeraden te eten, maar daar werd lichtvaardig de neus voor opgehaald. Mijn uitleg dat het gebruikelijke ochtendrondje iets langer zou worden overtuigde niet.

Jack heeft na 22 km geen oog meer voor de boerderijen,
maar weldra zou hij op deze weg zijn geluk niet opkunnen

Het uitje in wegrestaurant 'Raket' werd beperkt tot 15 minuten, want in Ruinerwold wachtte na 11 km een bushalte, waar bus 32 maar 1 keer per uur langs komt. Nog even vijf minuten genieten van Rogat, snel via de Rogatsluis over het Hoogeveenskanaal en daarna weer het boerenland in; het 'Broekhuizen'. Ook daar, als elders vandaag, racen de mestinjectors over het land. Door joekels van tractoren worden ze met zeker 20 km per uur over de weilanden gejaagd. Er is geen kamp meer waar je geen strontsporen ziet. In hun haast naar de volgende lading scheuren ze over de weg of het de laatste zonnige dag is. Links en rechts lading verliezend. Dit merk ik pas als ik, op zoek na Jack, achterom kijk en zie hoe hij midden op de weg zich rolt en wentelt in deze lekkernij en zijn lichaamsgeuren weer een boost geeft. Fijn zo'n huisdier. Nog acht kilometer om te ontstinken.

twee ooievaars op het pas geinjecteerde land bij Broekhuizen

Eerst nog een laatste ooievaarspaar vlak na de spoorlijn naar Hoogeveen. Daarna nog het gehucht Berghuizen, waar je gewoon nog midden op straat kunt wandelen, zonder het leven te laten. De laatste kilometers gaan langs de Woldse AA met de grote boerderijen aan weerszijden. Op naar Ruinerwold, op naar de bushalte. Normaal hou ik niet zo van wachten op een bus, maar na 30 km is even zitten geen straf. We hebben nog 15 minuten op de banken gechilled op voorstoep van de bieb. Lekker na zo'n mooie wandeling. Daar komt de bus, nu alleen nog hopen dat Jack langs de geurinspectie komt.

1 opmerking:

  1. Mooi zoals jij Nederland nog mooier maakt!
    Groet,
    Ger Vork

    BeantwoordenVerwijderen