Welkom


Welkom op mijn trektochten- en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

maandag 23 juli 2018

Zuiderzeepad: wandelen van Eembrugge via Eemdijk en Spakenburg naar Nijkerk

Eemland

Donderdag 19 juli 2018
26 kilometer

De Eem ten zuiden van Eemdijk
De Jager
"Ik heb een kikker gevangen". Onaangekondigd kwam deze mededeling van een jongetje met grote oranje kleppet en twee schepnetten. Hij was duidelijk met een vakantie-activiteit bezig in deze sloot in de smalle uiterwaarde van de Eem vlak voor Eemdijk.
"En wat doe je er mee"? vroeg Frank geïnteresseerd.
"Ik doe hem in mijn emmertje". Hij wees op de rest van zijn uitrusting.
"Je zet hem toch wel weer terug in de sloot"?
"Dat hoeft niet want hij is er al uitgesprongen".
Wij konden die kikker geen ongelijk geven. Terug naar je vrijheid. Terug naar een sloot waar nog water in zit in deze hete zomer zonder regen. Het gesprek ging nog spontaan door zonder dat hij zijn blik van het water af wendde. Een jager moet tenslotte altijd paraat en geconcentreerd blijven. Elk moment kan er zich een prooi aandienen. Wij wensten hem veel succes met de jacht en kuierden verder. 
Groene savannes
Al weken hoor je geluiden over watertekort in dit warme jaar. De warmte begon vroeg in het voorjaar en gaat maar door. Alles droogt uit. Gele golfbanen heb ik al op foto's gezien en veel gemeenteplantsoenen zijn verworden tot bruine vlaktes waarin alleen hondenpoep en onkruid nog eilandjes met een afwijkende kleur vormen. Ook vandaag is het opnieuw prachtig zonnig weer en verwacht ik gele savannes in de Eempolders. Maar zo erg is hier niet. De overheersende kleur is nog groen hoewel het gras niet echt meer groeit en toch veel bruine onderkleur heeft.
Eemdijk
Bij Eembrugge waren we vanochtend vroeg weer op de route gekomen na een aanloop vanaf station Baarn. Een aanloop, die zonder gebruik van Google maps, onverwachte delen van dit dorp aan ons openbaarde. 
Het pad voerde langs de oostelijke dijk van de Eem naar, jazeker, Eemdijk. Een aardig dorpje dat zich als een lint vastklampt aan die dijk en waarbij de stoep van het veer zo ongeveer het centrum van het dorp vormt. Met uitzondering op de gereformeerde zondag verkort deze rustig varende zwarte bak met gele opbouw de route door de polder tussen Bunschoten en Eemnes aanzienlijk. 
Ootje Eppie zelf
Tijdens de rust bij café 'Ootje Eppie' tegenover de veerstoep vielen de zwaluwen van het dak. Niet van de warmte. Een puber-zwaluw met te weinig veren had teveel over de rand van het nest gekeken. Frank toonde zijn grote hart en ontfermde zich over het hoopje veren. Het terras kon dit waarderen en moedigde Frank aan. Daarna stond Frank nog steeds met het hoopje in zijn handen. Ja, en toen? Het terras leefde mee. Vooral met Frank. Bij de leiding van het café werd een soort asielaanvraag ingediend, die met het oog op de klandizie werd goedgekeurd. Frank droeg hem over aan de stevige knuisten van de barman. Wij gingen door, de zwaluw hopelijk ook.
Eemmeer
Eemmeer
De uitgaande weg van Eemdijk naar het Eemmeer was niet schokkend van aard. Eenmaal op de dijk langs het meer opende zich het zicht op de Flevopolder met zijn woud aan windmolens. Daar zit onze energie.
Op weg naar Spakenburg lieten we ons door een aanwijzing in de gids en een informatiebord verleiden een kijkje te nemen bij een replica van een palendijk. 

Prent uit 1702 van een palendijk in de Diemerzeedijk
tussen Amsterdam en Muiden. Bron Wikipedia
We leerden dat dit voor de 18e eeuw de methode in het Zuiderzeegebied was om dijken te beschermen. Dat ging goed totdat de paalwormen deze dijkbescherming ontdekten en zich op dit feestmaal stortten. Daarna ging Nederland over op basalt en keien.
havenhoofden van haven Spakenburg
Spakenburg
Met Spakenburg brengt het pad je weer echt in een Zuiderzeehaven van weleer. Via het strand kom je bij de bescheiden havenhoofden om daarna vanuit de 'zeekant' langs de havenvaart te lopen tot de havenkom met de oude werf. Het is tegenwoordig een museumhaven met botters uit een rij van oude vissershavens. De herkomst van de botters is aan de afkortingen af te leiden zoals BU voor Bunschoten, HK voor Harderwijk, HZ voor Huizen. 
Het toerisme in Spakenburg doet het goed maar heeft gelukkig nog geen benauwende proporties aangenomen. Je kunt er op je gemak langs de botters lopen en daarna vis gaan eten op een terras. Als je dat doet maak je Spakenburgers gelukkig, want visverkopen is hier tot kunst verheven. Hadden ze vroeger een visvloot die uitvoer, nu hebben ze een kraamvloot, die door heel Nederland uitrijdt. Overal kom je ze tegen. Tot in Duitsland aan toe. Vishandel zit hier in het bloed.
Nijkerkernauw
Een wandelaar kan nooit te lang blijven plakken anders verliest hij zijn identiteit. Kronkelende havenstraatjes brachten ons naar een tweede haven en tenslotte via de Zuiderzeeboulevard met de duurdere nieuwbouw, naar de Oostdijk langs het Nijkerkernauw.
Net als het Eemmeer is dit het domein van de vogels. Zowel op het meer als in de Arkemheensepolder aan de andere kant van de dijk. Doordat de pleziervaart ingeklemd blijft in de vaargeul resteert voor zwanen, meeuwen, eenden, meerkoeten en aalscholvers een paradijs van rust.
Alles laat elkaar met rust op deze warme dag op de Oostdijk. De seniore e-bikers, de wielrenners zonder bel en twee wandelaars, ze gunnen elkaar ruimte op weg naar het Nijkerker strand, of nog preciezer Strandhuys Nijkerk. Het is veel te warm om elkaar in de wielen te rijden. Het is zelfs te warm om aan het strand te liggen. Slechts een handvol zonaanbidders belijden hun geloof. Zijn we misschien blasé geworden van al die zon? Of is iedereen in Frankrijk? Of willen we niet op een zonneweide liggen die net zo geel is als het strand? Op het terras bij een bier maar eens diep over nadenken.

Dat nadenken kan voortgezet worden langs de Arkervaart richting Nijkerk. Tot aan de A28 wordt je nog een beetje afgeleid door de vaart en de weilanden, maar eenmaal in het bedrijventerrein is er niet veel meer om je met iets anders bezig te houden. Waar zit of ligt Nederland in deze warmte? Is er nog leven tijdens en na de komende hittegolf? Let maar op, de komende week wordt je door de nieuwsindustrie voortdurend met deze vragen bekogeld. Wij weten dan het antwoord al.



De dagverslagen worden verzameld in de pagina 
Zuiderzeepad: wandelen rond het natte hart van Nederlan

dinsdag 17 juli 2018

Tiroler Höhenweg 2018: Terugreis Pfelders - Schiphol

Maandag - Woensdag 25-27 juni
van Pfelders via Meran en Innsbruck naar huis

uitzicht vanaf het balkon van mijn kamer in Hotel Phöhl

Nieuwe plannen

Tweedaagse terugreis
Eindelijk weer op een goed terras. Dit keer van de tennisvereniging van Meran(o) vlakbij de camping waar de wandeling over de Tiroler Höhenweg 2018 een kleine week geleden begon. Meteen ook de tweede keer dat mijn tent staat. Ook de laatste keer.
Uitzicht vanaf het balkon van mijn kamer in Pfelders
Gisteren en de afgelopen twee nachten heb ik voornamelijk op bed gelegen. Wat kan een mens moe zijn van slechts vier dagen wandelen. Een beetje vanaf het bed kijken naar het WK-voetbal, wat lezen op mijn e-reader. 's Middags een kleine poging wat te wandelen op de noord-helling van het dal en kijken hoe moeizaam de boeren hier met een gemotoriseerde en handbestuurde tweewielige maaibalk hun steile weides maaien. 
tegen deze helling ben ik nog een klein stukje omhoog gegaan om toch wat te bewegen
Vandaag zat ik om negen uur in de bus van Pfelders naar Sankt Leonard om daar over te stappen naar Meran. Vooraf afscheid genomen in Hotel Phöhl en ze bedankt voor de goede zorgen. De busrit geeft een schitterende impressie van de omgeving, de chalets en dorpjes tegen de achtergrond van de nog helder groene almen. Prachtig.
Gaande de voortdurende afdaling richting Meran raak ik steeds meer onder de indruk van mijn eigen klimpartij. Heb ik deze hoogte allemaal geklommen? Anderhalf uur gaat het met de bus naar beneden. Misschien toch niet helemaal zo gek dat ik moe was. Ik moet hier zeker nog een keer terugkomen.

Tweede poging
Nieuwe plannen heb ik al. Geen tent meer mee, minder eten meesjouwen en een kleinere en lichtere rugzak kopen. En dan de THW beginnen in Mayrhofen zoals hij bedoeld is bij de etappe-indeling. Dat lijkt mij een goed plan voor augustus. Dan moet de sneeuw toch wel weg zijn en ben ik ook weer goed uitgerust.
Morgen eerst maar op tijd aanwezig bij de Flixbus en daarmee in iets meer dan twee uur naar Innsbruck. Even vliegen naar Schiphol en we zijn aan het begin van de avond weer thuis. Maxime haalt me op van het station. Leuk. Verhalen genoeg om te vertellen.

De dagberichten worden aaneengeregen in een totaalverslag. 
Klik op onderstaande link: 

zaterdag 14 juli 2018

Tiroler Höhenweg 2018: Stettinerhütte - Touristensteig 44 - Pfelders

Zondag 24 juni, wandeldag 4
van de Stettinerhütte, over de Touristensteig nr. 44
op weg naar de Zwickauerhütte, deze niet bereikt
en tenslotte geëindigd in Pfelders
in Zuid-Tirol, Italië
± 7 uur inclusief rusten,
± 10 km, ± 30 m klimmen en ± 1250 m dalen


Don't push your luck too far

Toch WK-voetbal
Ik lig op bed en kijk voetbal. Veel spieren voelen stijf. Morgen blijf ik nog hier in hotel Phöhl om meer uit te rusten. Voor dinsdag staat de busrit terug naar Meran gepland en dan op woensdag met de Flixbus naar Innsbruck en direct door naar Schiphol. Allemaal in een kwartier tijd lui liggend op bed met mijn smartphone op internet geregeld. De wandeling is daarmee veel eerder dan gedacht voorbij. Balen, maar wel in het besef dat ik mijn zegeningen mag tellen. 
Vanochtend zag de dag er nog heel anders uit, hoewel ik nog flink moe was van de strapatsen van gisteren.
Nieuwe dag, nieuwe kansen, nieuwe sneeuwvelden
Na een warme, lange nachtrust op 2875 meter hoogte op het terras van de Stettinerhütte kruip ik om halfzeven uit mijn slaapzak. Echt koud is het niet maar de plassen op het platte dak naast het terras zijn bevroren. Eerst maar mijn handschoenen aan en mijn muts op en daarna met mijn lepel verijsde sneeuw krabben uit het gat dat ik gisteren in een sneeuwmuurtje heb gemaakt. Als het dan toch met sneeuwwater moet dan ga ik natuurlijk ook voor kwaliteitssneeuw. Tijdens het smelten van de sneeuw voor de mueslipap pak ik mijn slaapzak en tent in. Enigszins naar het voorbeeld van Frank tijdens vroegere wandelingen wordt alles tamelijk geordend op tafel verzameld.
Voortschrijdend inzicht
De wandeling gisteren naar de Stettinerhütte was eigenlijk een grote bocht in zuidelijke richting geweest. Min of meer tegengesteld aan de noordelijke  richting van de Tiroler Höhenweg als je in het Italiaanse Meran start. Die noordelijke richting wordt vandaag hersteld. Daardoor zal ik in de loop van de dag de Lazinser Alm en het dorp Pfelders weer terug zien. Maar nu vanuit een andere ooghoek.
soortgelijke keienvelden als gisteren, nu gezien vanaf het meer gebruikte pad naar de Stettinerhütte
De eerste vijfhonderd meter daalde het af over de normale route naar de hut. Dat loopt een stuk makkelijker dan klimmen door de  keienvelden van gisteren. 
Helaas zal ik elke gedaalde meter later vandaag moeten compenseren, omdat de Zwickauerhütte waar ik naar toe ga op 2979 meter hoogte ligt. Als het pad wat minder steil wordt zie ik ook een andere reden waarom de Stettinerhütte nog gesloten was. Niet alleen door de verbouwing, maar ook omdat het gebruikelijke pad op verschillende plaatsen nog onpasseerbaar met sneeuw is bedekt. Gelukkig zie ik vijftig meter naast het pad een lang spoor door een sneeuwveld dat driehonderd meter verderop weer aansluit op het pad. Het loopt zwaar en ik merk dat de stramheid nog niet uit mijn benen is weggetrokken.
Na een uur bereik ik de splitsing waarnaar ik op zoek ben. Van wandelpad 8 gaat de THW over op pad 44, dat op mijn kaart de naam heeft van 'Touristensteig 44 Pfelderer Höhenweg'. De 44 loopt met een boog hoog boven het dal van Pfelders naar de Zwickauerhütte, die eigenlijk recht boven dorp aan de noordzijde van het dal ligt.
Direct na het begin moet ik over een flink sneeuwveld zonder sporen van voorgangers. Het is een vlak veld. Zonder problemen bereik ik de rotsen aan de overkant met de wit-rode markering. Langzaam verliest het pad nog meer hoogte, maar ik zit nog steeds boven de 2200 meter en kijk neer op de zigzag-paden die omhoog lopen vanaf de Lazinser Alm waar ik gisterenochtend was.

Enkele beekjes en korte, tien-meter-brede sneeuwveldjes vormen geen probleem totdat zich drie achter elkaar liggende sneeuwveldjes aandienen. Anders dan de voorgaande liggen ze steiler tegen de berghelling aan. Ik neem de tijd om mijn pad te kiezen naar de markeringen tussen en achter de verschillende witte sneeuwplakken. 
Krachtig schop ik mijn schoenen zijwaarts in de sneeuw. Opeens, een paar meter uit de kant, glij ik uit en beland in een seconde durende glijpartij. In eerste instantie, voor zover ik mij dat nog kan terugroepen, beland ik half op mijn rugzak waardoor de snelheid toeneemt. Daarna moet ik mij teruggedraaid hebben op mijn buik. Als een speer gaat het naar beneden zonder besef waar ik naar toe ga. Geen enkele controle, mijn rechterbeen wordt naar buiten gedrukt, eigen pogingen in een reflex om met mijn handen en voeten af te remmen werken niet echt. Over iets hards ga ik en ineens lig ik stil. 
Mijn hart gaat tekeer en de adrenaline is omhoog geschoten. Mijn bril staat scheef, maar is tot mijn verbazing nog heel. Hier en daar zie ik wat bloed maar alles kan ik bewegen. Ik lig in een keienstuk en realiseer mij dat ik weer zo snel mogelijk terug moet naar dat pad. 
aan de sporen in de sneeuw kan ik zien dat ik over een grote kei ben gegaan 
Op een of andere manier weet ik grip te krijgen op de rotsige ondergrond op de rand van het sneeuwveld. Met veel inspanning en alle kracht in mijn handen, en die is door de adrenaline toegenomen, wurm ik mij met behulp van allerlei uitstekende keien omhoog. Zo plat mogelijk blijf ik de eerste meters geplakt tegen de berg om het gewicht van de trekkende rugzak zoveel mogelijk te compenseren. Als ik minuten later weer veilig rechtop op het pad sta kan de hartslag tot rust komen en de schade worden opgenomen. De pootjes van mijn bril staan in een hoera-stand. Dat is niet het geëigende woord voor dit moment, dus buig ik ze zo goed mogelijk terug. Mijn pols is flink bebloed en op mijn elleboog zie een aardige schaafwond. In een vingertop zit een kleine snee. Tot mijn geruststelling kan ik geen verdere schade vinden. Mijn heup voelt wat stijf. Later op de kamer in het hotel zie ik daar ook een schaafwond en een bult. Daar zie ik dat er ook winkelhaken aan de achterkant van mijn broek zitten.

Meteen is het mij duidelijk dat ik geluk heb gehad en dat ik er zonder al te grote schade vanaf gekomen ben. Goed dat ik mijn trui met lange mouwen nog aanhad en de pijpen van mijn broek nog niet had ingekort. Ik kijk terug op de sporen in de sneeuw die ik tijdens mijn glijpartij maakte. Zeker vijftien meter. Op de foto's die ik ervan maak zie ik later de grote platte kei waarover ik ben geschoven. Die zorgde ongetwijfeld voor de schaafwonden. Ik had ook verder door kunnen schuiven in het keienveld. Daar moet ik niet aan denken. Puur geluk dat het zo is afgelopen. De beslissing is snel genomen: hier eindigt de wandeling van 2018. Teleurstellend, maar ik ga het geluk niet nog een keer uitdagen. Snel weg hier. Omkeren en beginnen aan de lange afdaling waar ik een uur eerder nog op neer keek. Voorlopig loop ik nog! 
pad 44 op de terugweg
In een van de beekjes was ik de schaafwonden goed schoon. Halverwege de afdaling neem ik nog foto's van veraf van de sneeuwvelden waar ik ben uitgegleden. Vreemd genoeg ziet het er op die foto's veel steiler uit dan ik het ter plekke waarnam. Ze geven een dramatischer beeld dan de situatie in werkelijkheid was. 
In de rode cirkel  de plaats waar ik uitgleed. De foto geeft een steiler beeld dan de situatie ter plekke
Op het terras van Gasthaus Almzinser vertel ik slechts in het kort mijn verhaal aan een oudere dame, die ooit in Pfelders woonde. Als ik om halfdrie mij weer aanmeld bij Hotel Phöhl krijg ik dezelfde kamer. Ik doe mijn verhaal en krijg te horen dat op pad 44 in het verleden wel meer mensen problemen hadden. Sommigen moesten door de reddingsdienst worden opgehaald. Nu hoor ik dat de Zwickauerhütte, net als de Stettinerhütte, pas op 1 juli opent. Niet zonder reden dus. Volgende keer maar vooraf naar informeren. De Tiroler Höhenweg is toch wat anders dan de bijvoorbeeld de Vlaanderenroute van vorige maand. Nog maar een keer evalueren en overdenken voordat we weer wat verzinnen.


De dagberichten worden aaneengeregen in een totaalverslag. 
Klik op onderstaande link: 

woensdag 11 juli 2018

Tiroler Höhenweg 2018: Pfelders - Stettinerhütte

Zaterdag 23 juni, wandeldag 3
van Pfelders via de Lazinser Alm naar de Stettinerhütte,
in Zuid-Tirol, Italië
± 9 uur inclusief rusten,
± 11,5 km, ± 1400 m klimmen en ± 165 m dalen


Vermoeiende sneeuw- en keienvelden
met surprise

Dit hou je niet voor mogelijk. Hutten kunnen ook op slot zitten. Weer een les geleerd. Ik schrijf dit nog met warme handen.

Lieflijk Pfelderstal
Uitstekend begon deze dag. Na een goed ontbijt (ook nog inbegrepen bij de 40 euro. Ik kom hier terug!) ga ik eerst even bij het winkeltje 'inser Lodn' aan de andere kant van het kleine dorp twee marsen en een banaan kopen.
Om kwart voor negen op pad over een half verharde landweg die naar de Lazinser Alm voert. Dit is wandelen zoals je vaak op zonovergoten ansichtkaarten ziet, bomen, beken, koeien, terrassen bij boerderijen in groene bergweides en daarboven hoge bergen met sneeuwvelden. Aangenaam lopen over een rustig stijgende weg. Vier kilometer in een uur, niet gek met een rugzak. Tijd voor een cappuccino bij Gasthaus Lazinser Alm.  

Gasthaus Lazinser Alm
Getrapte klim
Met het bereiken van de Lazinser Alm (1860m) ben ik vanaf het vertrek weliswaar tweehonderddertig meter gestegen, maar het echte klimmen gaat dan pas beginnen. Eerst een stijging van bijna duizend meter naar een schapendoorgang op een bergkam op 2803 meter hoogte. Daarna, beweert het etappeboekje, volgt weer een korte afdaling van honderdzestig meter naar een meertje, de Grafsee, en tenslotte de laatste klim naar de Stettinerhütte op 2875m hoogte. 
Verder valt in de Duitse tekst op dat het laatste stuk naar de schapendoorgang ziemlich steil is en hier en daar mit Ketten beveiligd wordt. Het deel na de bergkam zal over Geröllfelder gaan. Gelukkig lees ik dit pas na aankomst bij de hut wat beter en weet nu dat ze niet hebben overdreven en is mijn beeld bij Geröllfelder weer helemaal uptodate.

Groene klim
Meteen na het Gasthaus Lazinser Alm gaat het een kleine vierhonderd meter omhoog. Voor deze eerste opstap neem ik de tijd en ga rustig over het slingerende pad omhoog tot het terrein vlakker wordt. Daar geeft de kaart de opdracht over te stappen van wandelpad nr. 8 naar nr 40. Tijd voor een rust en een niet-selfiefoto door twee sportieve Italiaanse dagwandelaars.


Er volgt een ontspannen licht stijgende anderhalve kilometer op de flank van het Lazinsertal tot de afslag naar pad nr. 41 wordt bereikt. Ik kijk op mijn kaart en naar de bergrug die ergens overgestoken moet worden. Dat wordt serieus klimmen. Eerst maar een rust en wat eten. De twee Italianen hebben gerust bij een stal en vertrekken nu al. Zigzaggend volgen ze het pad naar boven. Zo, dus daar moet ik ook omhoog. Ze worden kleiner en kleiner. Ze raken uit beeld op een vlakker tussenstuk. Nooit meer teruggezien. 
Op de foto's zie je de hoogteverschillen niet zo goed. Op onderstaande foto een indruk van het pad omhoog en een terugblik halverwege de klim naar het startpunt bij de stal in de rode cirkel.
terugblik vanaf halverwege de klim naar de stal op de alm in de rode cirkel
Oké dan maar. Let's go. Het gaat aardig steil omhoog en de inspanning dwingt regelmatig tot een korte stilstand om de adem tot rust te laten komen. Op driekwart van de klim wordt het steeds rotsiger en moet ik de markeringen nog beter in de gaten houden. Bij een sneeuwveld vind ik niet direct de tekens. Pas na lang zoeken zie ik waar ik heen moet. Je moet je hier geconcentreerd bewegen en geen foute bewegingen maken. Met soms zelfs gebruik van mijn handen weet ik de rand van een tweede sneeuwveldje te bereiken en na even zoeken ontwaar ik de wit-rode strepen aan de andere kant. Zonder problemen bereik ik dat punt en kan tenslotte wat beter over een smal pad mijn weg vervolgen naar de doorgang over deze kam. 
Terugblik op het pad naar en door het sneeuwveld

Terugblik op het pad met de gepasseerde sneeuwvelden. Van veraf lijken die sneeuwvelden steiler dan ik dacht.

bij dat kleine sneeuwveldje ben ik eindelijk echt boven om naar de andere vallei te gaan

Grijze klim
Heel anders werd de wereld waarin ik aan de andere kant terecht kwam. Het leek wel een maanlandschap, vol met keien en blokken. Geröllfelder, dit zijn ze. Wat ik ook meteen zie is de hut aan de overkant, heel klein en dus nog een eind weg en een stuk hoger. Daar ben ik voorlopig nog niet. 
de Grafsee met het eerste zicht op de Stettinerhütte (in de rode cirkel)
Afdalen naar de Grafsee is niet echt inspannend. Tijd genoeg om rond te kijken en te genieten van deze aparte omgeving. Dit moet vroeger het begin zijn geweest van een gletsjer, die al die keien en stenen heeft achtergelaten. Regelmatig onderbroken door sneeuwveldjes gaat het over grote keien naar beneden. Een enkele keer breekt de bovenlaag van de sneeuw en zak ik tot mijn knie weg tot de stenen er onder.
Eenmaal voorbij de Grafsee moet ik weer goed zoeken naar de markeringen die ten dele onder de sneeuw liggen. Moeizaam sleep ik mij voort van keienstrook naar keienstrook. Eerst nog min of meer vlak maar al snel flink omhoog. De afgelegde afstand tussen de rust- en adempauzes worden steeds korter. Dit is echt vermoeiend. Als ze boven in de hut mijn vorderingen volgen hebben ze nog voldoende tijd voor een extra bier. Het gaat nog even duren. Hopelijk ben ik op tijd voor de avondmaaltijd.


de Stettinerhütte wordt langzamer iets groter (kleine bruine vierkant midden boven)
Stettinerhütte verlokkend dichterbij

Stettinerhütte
Op de laatste zestig hoogtemeters naar de hut toe vlakte het terrein iets af en kwam ik via rotsige eilandjes in de sneeuw langzaam met grote slingers omhoog. Ik passeerde nog een klein bevroren meertje dat blauw zag van de kou. He, hier vriest het dus nog. Niets van te voelen in mijn korte broek. De inspanning houdt je wel warm.

Eindelijk bereik ik de onderkant van de houten steunpalen van de hut. Na wat zoeken vind ik tussen de her en der verspreide balken en golfplaten mijn weg omhoog richting ingang. Ze zijn hier aan het verbouwen. Langs een kleine grafmachine bereik ik de laatste twee trappen naar het terras. Wel stil hier denk ik nog. Ze zitten zeker binnen vanwege de kou. Het terras is totaal leeg met uitzondering van een tafel met twee banken. Als ze binnen zitten dan maken ze wel weinig geluid. 
Tegelijkertijd bekruipt me het gevoel dat er helemaal niemand binnen zit. Iets dat op een toegang lijkt is met een plaat afgesloten en de andere deur geeft niet mee. Ook als ik de schuif aan de buitenkant open komt er geen beweging in. Ik lach van verbazing. Krijg nou wat, hij is gesloten. 

Na wat dom om mij heen kijken realiseer ik me dat een terugkeer naar het dal geen optie is. Het is al halfzes en ik ben uitgeput van de klim. De volgende keuze is snel gemaakt. Ik blijf hier gewoon op het terras overnachten. Mijn donsslaapzak heeft zich al eerder bewezen en het luchtmatras is aan de onderkant geïsoleerd. 
Nu ben ik echt tevreden met mijn zware rugzak en vooral wat er in zit. Als eerste ga ik mijn lange onderbroek aantrekken en mijn broek weer aanritsen. Daarna volgen mijn beide truien en mijn regenjack. Wat ben ik blij dat ik er net voor vertrek ook nog handschoenen en een wintermuts in heb gepropt. Het was toen een afwegen geweest tussen meer gewicht en eventueel koude handen. De handen hadden gewonnen. En eten heb ik ook niet voor niets meegesjouwd. Nu nog water.

Terraskamperen op hoogte
Met weinig vertrouwen ga ik op zoek naar een buitenkraan. Die is er natuurlijk niet omdat het hier flink kan vriezen. Dan maar sneeuw smelten. Die is hier genoeg en ook nog schone sneeuw weet ik te vinden. Sneeuwsmelten om te koken, nog nooit gedaan. Zo heb je nog wat aan je opleiding van lang geleden en aan het kijken naar van die fantasie-survivalfilms. 
Terwijl de sneeuw smelt met het eerste gebruik van mijn gastankje, blaas ik mijn luchtbed op, rol mijn slaapzak uit en dek alles af met mijn tentdoek. Dat gaat goed komen. Snel overal foto's van maken anders gelooft niemand dit. Een paar keer moet ik lachen. Het is bizar, stom en licht vermakelijk te gelijkertijd. 
De pasta Bolognese is heet en smaakt prima. Daarna nog een koffie. De tafelgesprekken vlotten niet erg. Vroeg naar bed na deze afmattende dag en morgen ook vroeg weg.
Lekker warm is het in mijn slaapzak. Wat ben ik blij dat ik al die spullen mee-sjouwde, ongelooflijk. 
Zo nu en dan valt er een klein sneeuw-vlokje. Nog even en het is Kerstmis. Eerst maar even slapen onder de overhangende dakrand. Wat een dag.


De dagberichten worden aaneengeregen in een totaalverslag. 
Klik op onderstaande link: 
Verslag Tiroler Höhenweg 2018: Hoog wandelen in Tirol