Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

PENNINE WAY 2006

Wat, Waar?
 
De eerste ideeën over de Pennine Way (PW) ontstonden al in de jaren dertig van de vorige eeuw, maar pas in 1965 waren alle juridische hindernissen over het vrijelijk gebruik van de paden weggenomen. Toen werd de PW als eerste Britse langeafstands wandeling officieel geopend en kon er over de volle lengte van 412 km worden gelopen (sommige opmetingen geven 435 km aan). Bij de ontwikkeling van de PW stelde men zich ten doel voor de ervaren wandelaar een fysiek zware route samen te stellen over ‘uitdagend, wild’ terrein, waar men met het nodige doorzettingsvermogen met gebruik van kaart en kompas zijn weg zou moeten zoeken.

De PW start in het Peak District, ten oosten van Manchester, en loopt door de heuvelgebieden van de Pennines en de Cheviots Hills naar de Engels-Schotse grens. Onderweg worden de verschillende Pennine Moors, de Yorkshire Dales en de Hadrian Wall gepasseerd.
Al in 1992 tijdens mijn fietstocht door Groot Brittannië vroeg ik mij af hoe het daarboven in die kale, groene heuvels zou zijn. Gedeeltelijk vond ik dit antwoord gedurende mijn ‘Coast to Coast Way’-wandeling van de Noordzee naar de Ierse Zee, in 1995. Het was er apart, ruig en desolaat. Tegen Judith zei ik toen al dat ik graag ook eens de langste langeafstandswandeling van Groot Brittannië zou willen maken. Maar ja wie kan vrijelijk twee tot drie weken in zijn eentje gaan wandelen? Alleen een ongehuwde of … iemand die niet meer dagelijks hoeft te werken.


In augustus 2006 deed zich de mogelijkheid voor en liep ik in negentien dagen de gehele afstand. Ik liep de tocht met rugzak en overnachtte op niet altijd geplande locaties. Het was een mooie, maar wel pittige tocht, met prachtige natuur en bovenal ontmoetingen met interessante mensen.
 
Niet alle foto’s zijn door mij gemaakt. Mijn wegwerpcamera stond maar 14 foto’s toe. Veel foto’s heb ik gekopieerd van de prachtige website End to End – The Pennine Way http://www.jbutler.org.uk/e2e/pw/index.shtml
Soms is het weer op die foto’s iets zonniger dan tijdens mijn wandeling.

Enkele eerdere commentaren op mijn verslag:
Oud collega Henry:
“Een mooie tocht maar Linda en ik zul je dit niet zien doen.”
Huidige collega Jan:
“Kun je echt zo lekker eten in een pub?”
Broer Erik:
“Mooi zo’n wandeling. Ik zou best een keer met je mee willen.”




De Heenreis
(woensdag 2 augustus 2006)

Gisteren met Judith en Maxime nog in Madurodam, vandaag schrijf ik dit in de ‘Ramblers Inn’ in Edale in het Peak District, ten westen van Sheffield. Als ik het eten van mijn vegetable soup en mijn rumpsteak een beetje rek kan ik hier wel mooi droog zitten tot ongeveer 19.00. Daarna maar vroeg naar bed. Met een beetje geluk ga ik pas zelfs na 20.00 mijn slaapzak in. De Engelse jongen van een jaar of 16 aan de andere tafel denkt volgens mij het zelfde. Hij heeft de hele dag door de stromende regen gelopen. Desondanks zit hij nog rustig slechts in een smoezelig T-shirt. Maar hij is ook al meer gehard dan ik. Voor een liefdadigheidsdoel loopt hij van John O’ Groats in het uiterste noordoosten van Schotland naar Lands End in het uiterste zuidwesten van Engeland. Hij is al 27 dagen onderweg en heeft dus net en passant de Pennine Way meegenomen. Ik zwijg want bescheidenheid kent geen tijd.

Vanochtend om 0500 uur opgestaan. Judith en Maxime hebben me op ‘Station Vathorst’ uitgezwaaid; een mooi en liefdevol moment. Ongeveer om 0730 zonder problemen op Schiphol aangekomen. De maatschappij waarbij ik al in februari via het internet heb geboekt, ‘Jet2’, bestaat echt! Wel moet ik voor het eerst ook op Schiphol op de verst weg gelegen Gate H te voet naar het vliegtuig en met een ouderwetse trap de B737 binnen. Het is verder een normale vlucht.
Om in de stemming te komen regent het op ‘Manchester Airport’ behoorlijk. Na wat rond kijken lukt mijn eerste opdracht voor vandaag. Ik vind een geldautomaat en pin de eerste ponden. Wel vertelt het scherm mij dat ik daarvoor in Engeland extra kosten moet betalen. Na enig zoeken vind ik zelfs het treinstation en koop een ticket naar Manchester, ‘Piccadilly Station’. Ik kom er wel achter dat er hier verschillende treinmaatschappijen zijn en ga daarom met enige twijfel in een trein zitten die tenminste in de goede richting staat. Maar hij vertrekt op tijd en komt goed aan.

In Nederland had ik op internet een outdoor-shop opgezocht, maar die ligt in werkelijkheid toch in een moeilijk bereikbare richting. Vanuit het station loop ik daarom maar met de mensenstroom mee naar de vermoedelijke winkelstraten. Gelukkig vind ik binnen een kilometer een outdoor-shop waar ik, opdracht nummer twee, een gastankje kan kopen. In het vliegtuig mochten namelijk geen tankjes mee. Terug naar het station.

Het kopen van een kaartje naar Edale, de startplaats van de Pennine Way, was minder simpel dan ik had verwacht. Allereerst de vraag welke maatschappij rijdt er langs Edale. Na wat heen en weer geloop door de grote, drukke stationshal vind ik een tweetal automaten waar dit station op voorkomt. De eerste automaat is ‘out of order’ en bij de tweede automaat blijkt dat ik te weinig munten heb en niet de juiste bankbiljetten bezit. Het wisselen bij een van de winkels zouden ze graag voor me doen maar dat mogen ze niet. Dan maar naar de aangewezen wisselautomaat. Wat ik bij deze automaat ook probeer hij blijft mijn biljetten weigeren. Tenslotte komt de bijbehorende toilet crew, of misschien was het zelfs de toilet manager, mij redden en sta ik even later met twintig zware Engelse pondstukken in mijn hand. In ieder geval heb ik na slechts 45 minuten het benodigde treinkaartje. Als ik dan ook nog de juiste boemeltrein weet te vinden tussen de vier treinstellen van verschillende maatschappijen, die alle vier op het zelfde spoor staan, kan er niets meer stuk.

Edale ligt verder van Manchester verwijderd dan ik vanaf de kaart had ingeschat. De conducteur heeft bij aanvang van de rit alle stations waar we zullen stoppen in snel tempo opgerateld en Edale zat er ook tussen. Dus na enige tijd ga ik bij elk station steeds beter opletten of ik er al uit moet. Als ik er dan uiteindelijk rond 2 uur ’s middags uit moet blijkt het station iets groter dan een gemiddelde tramhalte in Nederland.
 
Gelukkig weet ik dat de camping ten noorden van de spoorlijn ligt.

De camping zelf is van een beduidend kleinere omvang dan die van vorige maand tijdens onze familievakantie in Beieren en er is hier ook geen enkele caravan of camper te zien. Alleen maar een aantal tenten. De meeste zijn van het type trekkerstent, waaronder gelukkig ook, net als ik, diverse 1 persoonstentjes. Dat schept een band.
Na het opzetten van mijn tent ben ik een beetje op verkenning gegaan tussen de ± 20 huizen van Edale en heb ik enkele foto’s gemaakt, o.a. van het officieuze startpunt de Old Nag’s Head Inn.
 
 
Ondertussen begint het langzaam steeds echter te regenen. Daarom ga ik maar een beetje slapen en naar mijn nieuwe 80 gram wegende radiootje luisteren. Ik hoor dat het morgen droog wordt en wel 19 graden. In werkelijkheid is het op dat moment slechts ± 15 graden en blijft het ‘buiten’ een natte boel met zo nu en dan een droog kwartiertje.



Mijn routeboek klopt
(donderdag 3 augustus)

‘… the first day will be a testing 16 miles (26 km), … most people who fail to complete the Pennine Way give up after the first or second day…’

In Edale dacht ik nog ‘dat zullen we nog wel eens zien’. Maar nu ik dit schrijf zit ik hartstikke moe aan een picknicktafel op de camping van het gehucht Crowden. Mijn ontzag voor de Pennine Way is duidelijk gestegen terwijl mijn waardering voor het waarheidsgehalte van de ‘guide’ op dit moment fluctuerend is. Naast een jeugdherberg, een paar boerderijen en enkele huizen is hier verder niets. Ook geen Inn! Ik heb na aankomst om 1730, na de definitieve bevestiging van deze kennis, in de camping shop (acht planken met etensblikken e.d. in de receptie van drie bij drie meter) meteen een blik ‘macaroni in cheddar cheese’, een blik Cambell Consomé, drie Marsen en twee blikken Cola gekocht. Het eerste was prima te eten, het tweede smaakte naar bijna niets.

Nadat het gisterenavond bleef regenen lag ik uiteindelijk al om 2030 op mijn ‘selfinflating’ isolatiematje. Ik ben enkele keren wakker geworden, heb naar het nieuws geluisterd en hoorde nogmaals dat het vandaag droog zou worden. Na tien uur slaap ben ik er vanochtend om 0615 uitgegaan en om 0800 begonnen met de eerste stappen van de PW. De dalen in het Peak District zijn prachtig. Overal vergezichten over die groene kale heuvels. Maar om in een volgend dal te komen moet je flink klimmen; o.a. over de zgn ‘Jacobs Ladder’. Een half uur klimmen over een kronkelend trap van ongelijk liggend stenen. Het leverde wel een prachtig uitzicht op vanaf ‘Kinder Low’, een rotspartij op 633 meter hoogte, bijna 400 meter hoger dan het startpunt.

Zicht op ‘Jacobs Ladder’ richting Edale
Onderweg heb ik nog even staan te praten met een oudere wandelaar die mij vertelde welke route hij had gelopen, hoe vroeg hij weg was gegaan en waar hij woonde: ‘achter die heuvel daar’. Verder had hij een uur eerder een jonge vrouw met een hond gesproken. Die was al tussen 0600 en 0700 vertrokken uit Edale. Ook dat nam ik zonder tegenspreken aan. Met zijn ‘Nice talking to you’ gingen we uit elkaar.

 a stone slabbed path
Van ‘Kinder Low’ heb ik daarna 5 km doodvermoeiend lopen manoeuvreren tussen stenen en rotsblokken om via ‘Kinder Downfall’, een miezerig watervalletje, uit te komen bij het eind van dit hoge plateau ‘Kinder Scout’. De route ging vervolgens kilometers lang over grove vlakke natuurstenen (a stone-slabbed path), die waren gelegd in de moerassige heide.
in manshoge turfgeulen richting Bleaklow Head
Bleaklow Head
Het tweede hoogtepunt van de dag vormde ‘Bleaklow Head’ van 633 meter. De route er naar toe liep door manshoge geulen in de geërodeerde turf en door beddingen van gelukkig bijna droog staande beekjes. Op zich zelf een prachtige klim maar op een van de keien in zo’n beekje gleed ik uit en haalde ik mijn linker pols, hand en wang open. Gelukkig bleef mijn bril heel. Een voordeel was wel dat ik alles meteen kon afspoelen in het heldere water.

Op ‘Bleaklow Head’ vertelde een achterop komende jonge vrouw mij dat de beschadiging van mijn wang meeviel. Na deze geruststelling kon ik natuurlijk weer stoer door. De resterende 7 km naar Crowden bleven echter moeilijk begaanbaar met ook nog een steile afdaling terwijl de rugzak steeds zwaarder werd.
 
 

Langs de edge van Torside Clough met op de achtergrond Torside Reservoir waar Crowden ligt.


 
Mijn routeboek klopt niet
Loopdag 2 (vrijdag 4 augustus)

Vandaag stonden er ‘slechts’ 18 km op het programma, maar dat zijn er tenslotte dik meer geworden. Na een diepe slaap ben ik vanochtend om 0845 vertrokken. Ervoor had ik tijdens mijn ontbijt nog net gezien dat een jonge vrouw met een hond de camping verliet. Beide hadden een rugzak en verder liep de vrouw met een soort Sinter Klaas staf van hout. Dat moet de vrouw zijn geweest waar de oude wandelaar van gisteren het over had gehad.

Het 'trangulation point' op Black Hill

In een lichte motregen ging het dit keer omhoog naar ‘Black Hill’. In het begin ging het in slecht zicht door de om mij heen hangende wolken, langs hoge loodrechte hellingen over een keienpad; zwaar. Later over slabbed-stones door het moor. ‘Black Hill’ is boven inderdaad zwart. Allemaal zwarte turf (zie foto). Voor de 6.9 km er naar toe had ik 3 uur nodig.

De rest van de route was weliswaar pittig maar ging veelal over slabbed-stones. Daarbij kwam ik langs verschillende van de vele drinkwater reservoirs die reeds in de negentiende eeuw m.n. in het zuiden van de Pennines zijn aangelegd. Vanaf 1100 uur was het daarbij ook nog droog en scheen er een lekker zonnetje. Prima.

De hele Pennine Way wordt in twee boekjes voorzien van kaarten beschreven; een voor het zuidelijke en een voor het noordelijke deel. Het zuidelijke deel had ik al rond 1995 gekocht om mijn gewekte belangstelling te bevredigen. Het noordelijke deel heb ik slechts een jaar geleden van Hugo en Riet ter gelegenheid van mijn leeftijdsontslag gekregen.
Ondanks al mijn militaire ervaring met kaarten ben ik er toch ingetuind. Wederom is bewezen dat de wereld wel veranderd en eenmaal gedrukte kaarten niet! Daarom zit ik nu om 1730 tegen de planning in niet allang op een camping in Standedge. De camping bestaat niet meer en het ook op de kaart aangegeven ‘Public House’ (een inn of pub) ook niet meer. Ik ben daarom maar een stuk teruggelopen naar een inn die ik onderweg had gezien. Daar heb ik nu naast een pint of lager, als ‘starter’ een breaded camembert en als ‘main course’ een Lasagna vegetables besteld. Dus dat zit nu wel goed. Het blijkt zelfs veel te veel. Ik kan bij deze inn ‘kamperen’ maar ik heb geen zin om met mijn tentje direct langs een drukke weg te staan. Ik besluit na het eten gewoon door te lopen en ga wel ergens boven in de heuvels op de moors slapen. Morgen ga ik dan wel weer lekker op een camping staan bij een echt dorp.




Schimmige ontmoeting
Loopdag 3: (zaterdag 5 augustus)

Gisterenavond ben ik dus opnieuw de heuvels ingeklommen en om 1930 gestopt. Mijn kleine, lage groene tentje valt niet op en is gemakkelijk in plooien in het terrein verdekt op te zetten. Om 2100 ga ik op deze stille en verlaten plek slapen.

Ergens tussen Northern Rotcher en Oldgate Moss moet mijn tent hebben gestaan. 
(deze opname is niet van mij)
 
Na een goede nachtrust werd ik vanochtend in de mist of laaghangende bewolking wakker. Het zicht is zelfs zo beperkt dat ik, hoewel ik gisteren slechts 30 meter van de route af ben gaan staan, toch zeker wil weten dat ik weer bij de route terugkom. Ruim voordat ik vertrek stap ik daarom, zonder mijn tentje uit het oog te verliezen, de dertig meter terug. Mijn richtingsgevoel blijkt gelukkig nog steeds goed te zijn.

Na het uitvoeren van alle ochtend handelingen loop ik om 0730 met mijn rugzak om, over het net verkende padje, in de richting van de route. Na nog geen 15 meter lopen zie ik uit de mist een mens op de route op mij afkomen; een mens met een Sinterklaas staf en een hond. Ik was wel perplex maar wist direct dat het de jonge vrouw was die ik gisterenochtend al had gezien. Maar wat zij heeft gedacht weet ik niet. We wisselden wat begroetingen uit en ik was nog zo rap om te vertellen dat ik haar gisteren al had gezien, en eigenlijk eergisteren al van haar bestaan af wist. Of dat bijdroeg tot een betere gemoedrust kon ik niet constateren maar toen ik tenslotte doorliep bleef zij staan om de kaart nog eens grondig te bestuderen. Omdat ik (vanwege mijn zwaardere rugzak) beduidend langzamer liep dan zij heeft ze me een kilometer later toch wel ingehaald. Ze had me ook nog verteld dat zij, niet zoals ik naar Hebden Bridge ging, maar naar de Badger Field Farm (…where ever that might be).

Net alsof dat verder op zaterdagochtend normaal is, kwam ik hier boven in de heuvels, nog voor achten, midden in de mist ook nog een zestiger in korte broek tegen. Die wist mij in drie minuten mede te delen dat hij de PW al vijf keer had gelopen, dat ik eigenlijk een Nederlandstalige gids had moeten hebben want die had hij twintig jaar geleden met een Nederlander uit het Engels vertaald en dat hij ’s morgens vroeg nog niet zoveel lopers had verwacht. Ik eigenlijk ook niet.

De rest van de ochtend heb ik tot ± 1330 in de mist gelopen en dus eigenlijk niets van het landschap gezien, jammer. Het pad was wel goed te volgen en ook goed bewijzerd. Ik heb zelfs tot nu toe mijn kompas helemaal nog niet, en soms hele stukken ook de kaart niet hoeven gebruiken. Later in de ochtend werd ik in de mist met kleine tussenposen uiteindelijk door wel vijftig vrouwen en mannen van mijn leeftijd ingehaald, die bezig waren met een surprise walk: op elk meldpunt weer een nieuw stuk van de route. Of de totale afstand (22 miles= ± 35 km) ook een deel van de surprise was heb ik ze niet gevraagd.
Het is dus nou niet echt een stille heide in de Pennines op een Engelse zaterdagochtend in dichte mist.
Calder Valley met op de achtergrond de Stoodley Pike
Ik kreeg pas weer zicht op mijn omgeving in het dal richting Hebden Bridge, mijn geplande bestemming. Dat dal wordt gedomineerd door de zgn. ‘Stoodley Pike’, een monument van ± 40 meter hoog ter nagedachtenis aan de overwinning op Napoleon. In Hebden Bridge bleek wederom dat mijn gids te oud is. Ook daar bestond de camping niet meer. Ook ‘Bed & Breakfast’ (B&B) lukte niet meer. Alles zat al vol vanwege een festiviteit. Wel heb ik snel mijn geldvoorraad aangevuld, want de eerstkomende dagen zijn er geen echten dorpen meer op de route. Ook heb ik een heel brood en enkele marsen gekocht. Daarna ben ik eerst maar lekker gaan eten in een restaurant, om dan maar rond 1800 weer op pad te gaan en een tweede nacht ergens ‘buiten’ te gaan slapen. Inmiddels stink ik een uur in de wind van twee dagen zweten.

Heen en terug naar de route hebben me zeker vier extra kilometers gekost. Eenmaal op de route gaat het geruime tijd stijl omhoog à la de Tegelberg bij Schwangau in Beieren. Druipend van het zweet kom ik boven waar, verrassing, een bord naar een B&B boerderij staat. Als ik daar, na nog een kilometer, aanbel zitten ze vol. Maar gelukkig kan ik wel kamperen en, nog belangrijker, lekker douchen.

En wie staat daar ook: de vrouw van vanochtend met haar hond en dit keer ook haar echtgenoot. Die echtgenoot was ik zonder dat ik dat wist al twee keer eerder vandaag tegengekomen. Ik had zelfs enkele woorden met hem gewisseld. Hij stond steeds langs de route met een kampeer-landrover om zijn vrouw op te wachten en te verzorgen. Vandaar dat zij vandaag ook een kleinere rugzak had en de hond niets droeg. Vanaf maandag zouden vrouw en hond beiden weer hun reguliere rugzakken dragen. Terecht dacht ik. Wel heb ik de gelegenheid gebruikt om mijn landkaartjes te updaten. Volgens het echtpaar was er ‘definitely’ een camping in Ponden, mijn volgende doel. Zij zelf ging de volgende dag ongeveer 30 km verder en dat vond ik wat overdreven. Ik heb ze ook niet meer gezien.





De foto-camping
Loopdag 4: (zondag 6 augustus)

Ik zit nu in de ‘Old Silent Inn’ in de verspreide huizengemeenschap Ponden. Het is 1830 en ik heb net een zgn. Gammon Steak besteld. Lekker zout gebakken varkensvlees, met een gebakken ei en een schijf ananas erop. Ik bestel nu geen starter meer omdat ik steeds veel eten moest laten staan. Wel natuurlijk een pint of lager om de dorst te lessen.

Vanochtend, na een bezoek aan het chemisch toilet in een klein kippenhokje, ben ik om 09.23 vertrokken. De vrouw met de hond was al minstens drie kwartier weg. Na 1 km moet ik 10 meter afdalen naar een beekje over een soort trap van grove stenen. En terwijl ik denk ‘die bedauwde stenen kunnen wel eens glad zijn’ glijd ik uit en kom hard op mijn rechter elleboog terecht. Pijnlijk. Natuurlijk niet op mijn linker elleboog want daar heb ik al tijden last van.

De route ging weer over prachtige heides met de hier gangbare fantastische vergezichten; typisch de moors en de Pennines. De inspanningen van gisteren gingen allengs doorwegen. Ook na zelfgemaakte koffie zat er geen echte vaart in. Gelukkig was de route vandaag ± 17 km. Weliswaar met diverse malen behoorlijk klimmen en dalen. Onderweg heb ik bij de dam van de Walshaw Dean Reservoirs nog een foto van me laten nemen door twee vriendelijke oude dames.

Op de aangegeven plek in Ponden was er om 1500 uur echter geen camping te bekennen; dit keer wist ik bij deze waarneming mijn ‘gevoelens van opkomende teleurstelling’ in drieletterwoorden samen te vatten. Na een 150 meter doorlopen kon ik gelukkig de aandacht trekken van een lokale bewoner die mij vertelde dat de bewoonster van het nabijgelegen Guesthouse de camping exploiteerde.
 
Verbaasd maar toch weer hoopvol liep ik weer 50 meter terug, om vervolgens aan een ma Flodder gelijkende dame te vragen of het klopte dat zij een camping had. Na de bevestiging ging ze weer naar binnen en kwam terug met een doos met foto’s. Nog niet direct begrijpend wat ze nou ging doen liet ze me een foto zien met een hek: ‘…leave the garden, go to the left and you wil find this gate’. Voordat ik deze informatie had verwerkt pakte ze foto nummer twee met een grasveldje en een beekje: ‘…go through the gate, follow the path, descent and then you wil see the campsite’. Foto nummer drie: ‘…when you need a shower, go from the first gate to the right and after 50 yards you will see this house and next to it this cabin with the white door. That is the bathroom’. Met enige aarzeling liet ik haar weten ‘I will do a recce first’. Dat woord begreep ze niet. Ik vulde daarom snel aan met ‘a reconnaissance’.

Het hek was snel gevonden en het pad tussen de bomen ook, maar wat ik nog niet wist was dat het pad daarna nog 150 meter doorliep en dat het na de bomen al slingerend door het hoge gras 50 meter afdaalde naar de beek. Daar was een open plek met wat kampvuurplekken. Een echte camping dus. Ik hoefde ook niet te overleggen over mijn staanplaats want ik was het enig levende wezen. En dat zou zo blijven tot de volgende ochtend. Na het opzetten van mijn tent heb ik direct met water uit de beek mijn was gedaan. Toen ik later weer omhoog moest klimmen om te douchen werd me nogmaals duidelijk waarom de vrouw zulke mooie foto’s van haar campsite had.

Het douchen was een ervaring apart. Het hutje hing vol met instructies. In Engeland word het water voor de douche elektrisch verwarmd waarbij je eerst een hoofdschakelaar moet activeren door aan een touwtje te trekken. Doe je dat niet dan heb je of geen water of geen warm water. Wat ik ook aan het touwtje ‘left of the entrance’ trok alleen het licht ging aan. Ook het draaien aan knoppen en drukken op schakelaars op het bedieningspaneel leidde tot niets. Na vijf minuten vond ik ook een touwtje verscholen achter een afvoerpijp tegen de achterwand en meteen had ik warm water. De volgende ochtend ging het wassen aan het fonteintje direct goed alleen voor het stoppen van de water en het repareren van de door mij dolgedraaide kraan moest ik weer opzoek naar een bereidwillige buurman.
Het zal allemaal wel bij £ 4,00 ‘kampgeld’ inbegrepen zijn geweest!



Gewoon doorlopen
Loopdag 5: (maandag 7 augustus, geen camping; het wordt gewoon)

Eerst drie dingen die me onderweg zijn opgevallen:
- Ik ontmoet nauwelijks andere wandelaars. Vandaag heb ik voor het eerst ook een wandelaar met een grote rugzak gezien en gesproken;
- Het is ongelooflijk hoeveel insnedingen in het terrein je niet ziet. Pas als je dichterbij komt zitten er hele dorpen in verborgen;
- Op de hoge punten kun je gigantisch om je heen kijken. Er zijn nauwelijks bomen, laat staan bossen, die het zicht ontnemen. Na vier uur lopen kon ik vanaf de volgende heuvelrug over twee tussenliggende kleinere dalen heen nog steeds de plek zien waar ik de man met de rugzak had gesproken.
 
koffiepauze
En ondanks het vele klimmen en dalen blijf ik het landschap van de Pennines prachtig vinden. In Thornton-in-Craven, mijn geplande eindbestemming voor vandaag, was zoals ook al niet aangegeven op de kaart, geen camping en de B&B zat vol. Het was pas 1630 dus doorlopen maar. Echter niet voordat ik eerst mijn drinkzak had gevuld.
 


Weer twee uur later heb ik nu het ‘Leeds en Liverpool Canal’ bereikt. Dit is een smal kanaal voor die typisch Engelse narrow boats. En wat heb ik in the middle of almost nowwhere ook gevonden; een inn! De inn van East Marton. Het is 1830 dus een prima tijd om een lekker diner met een pint of lager te bestellen. Ik ga nu mijn tweede Gammon Steak verzwelgen, heerlijk.
 
Pinhaw Beacon

Vanmiddag deed ik ook nog een curieuze vondst. Ik ging even zitten rusten op een steen met de tekst ‘please keep to the PW track’. De steen staat vlak bij het trangulationpoint op Pinhaw Beacon, halverwege Lothersdale en Thornton-in-Craven. Op een gegeven moment voel ik dat een kleinere steen waar mijn voeten op rusten wiebelt. Onwillekeurig kijk ik naar beneden en zie tot mijn verbazing dat er iets ligt onder de steen. Het is een plastic doosje dat met vier klemmen is dicht gemaakt. Eerst denk ik dat het een doosje is met een codeprikker van een oriënteringsloop. Als ik beter kijk en het doosje open vind ik enkele speeltjes, een pen en een bloknootje. In het bloknootje zijn met tussenpozen vanaf oktober 2005 zo’n 15 tot 20 notities door wandelaars gemaakt. Het zal wel van een kind zijn geweest? Ik heb er ook wat in het Nederlands en het Engels in gezet, leuk.




Schuivend landschap
Loopdag 6: (dinsdag 8 augustus)

Cargrave
Drie kwartier loop je naar een kerktoren (van Cargrave) toe, je volgende doel, en weer drie kwartier later kijk je nog een keer om en zie je beneden je in de verte alweer diezelfde toren klein onder je liggen. Terwijl ik maar twee tot drie kilometer per uur loop schuift het landschap voortdurend verder met nieuwe horizonten.

golvende weides richting Cargrave
 

Vanochtend liep ik al om 0730 in een heerlijke ochtendzon door golvende weides; fantastisch! Om 0615 was ik opgestaan uit mijn schuilbivak in een del, in een hoek van een weide waar niemand mij zou vinden. De binnentent en het isolatiematje onder me en de buitentent over mij heen getrokken. Apart om vanuit zo’n uithoek met mijn mobieltje gisterenavond tijdens de invallende duisternis naar Judith in Hoevelaken te bellen en mijn ervaringen te delen en de voortgang te melden. Ze houdt mijn vorderingen bij op een vooraf ingetekende kaart.

Inmiddels heb ik al meer dan 100 km zonder een moment van verveling gelopen. Het landschap blijft me boeien. Het weer is mij ook nu weer, zoals bijna altijd, goedgezind. Halfbewolkt tot geheel bewolkt en gelukkig niet warmer dan 20 tot 22 graden. Warmer zou afzien worden. Regen heb ik na de aankomstdag niet meer meegemaakt. Ik zal het wel verdiend hebben!
 
Doordat ik gisterenavond nog lang doorgelopen had en vanochtend vroeg begonnen ben, kon ik al om 1215 inboeken op de camping in Malham. Snel heb ik al mijn vuile, stinkende kleren gewassen zodat ze kunnen drogen in de wind en de zon. Daarna heb ik alle geuren van mij afgedoucht en mij geschoren. Pas toen heb ik de tijd genomen om de laatste van de vier ‘eccles cakes’ te verorberen; krenten en rozijnen pasteitjes, die ik vanochtend in de CO-OP in Cargrave heb gekocht. Lekker ontspannen en even bijslapen terwijl de was goed droogt in de zon; een prima rustmiddag.

Malham
Cargrave, een klein stadje, en Malham, een gehucht, hebben veel mooi opgeknapte huizen. Het lijkt op Frankrijk waar mensen met geld huizen opkopen en restaureren. In het lokale hotel heb ik weer een Gammon Steak gegeten en schrijf ik nu deze aantekeningen.
De tellerstand staat nu op totaal 120 km.





Berg van de wind
Loopdag 7: (woensdag 9 augustus)
 
 
Ik zit tegenover een dronken vent in de ‘Crown’, de inn van Horton in Ribblesdale. Na 22 kilometers zit ik niet te wachten op een vent die ik helemaal niet kan verstaan. Dat komt er ook van als je plompverloren mensen aanspreekt in een inn. Ik ga hem vanaf nu negeren.

Gisterenavond in Malham had ik meer geluk. Toen heb ik meer dan een uur met een Engelsman gesproken over het leven van een Brit in Frankrijk. Hij voelde zich daar gediscrimineerd. Hij was meer tevreden over Nederland en Duitsland. Op de camping heb ik daarna nog een tijdje met twee jongens van ± 16 jaar gesproken. Zij gingen dit jaar twee etappes lopen en volgend jaar de hele route.

mijn rustplek langs de Aire

Langs het riviertje Aire ten noorden van Airton
 
 
Nadering van de Malham Cove
Vandaag was andere koek dan gisteren. Toen ging het nog langs de mooie oevers van het meanderende riviertje de ‘Aire’. Vandaag stonden er twee hoge heuvels en de PW moest er natuurlijk over heen. Ervoor was er eerst een opwarmertje bij de ‘Malham Cove’.
Malham Cove, bron van de Aire
Bij deze 80 meter hoge wand borrelt spontaan de rivier de Aire uit de grond en heeft binnen enkele meters een breedte van meer dan drie meter! Daarna raak je dit idyllische beeld snel kwijt als je vervolgens die 80 meter omhoog moet over een steile, natuurlijke trap.

 
Watlowes Valley

Malham Tarn
 
Na een prachtig tussenstuk in een soort droge gorge (Watlowes Valley) en langs een natuurlijk meer (Malham Tarn) volgt een anderhalf uur durende klim naar de top van de ‘Fountains Fell’.
Dat is zo’n klim waar je telkens denkt dat je er bent. Wel tien keer werd er nog een stuk klimmen aangeboden. Onderwijl nam de tegenwind in kracht toe.
Voor het eerst deze vakantie heb ik meer aan dan alleen mijn Odlo-shirt. Eerst een poloshirt erbij en halverwege ook mijn regenjack er overheen. En ondanks het klimmen zweette ik niet.

Pen-y-Gent
 
Na de Fountains Fell volgde de klapper van de dag; de ‘Pen-y-Gent’; dat is Gaelic voor ‘Berg van de wind’. Volgens mijn guide had de Pen-y-Gent meer gratie dan de Fountains Fell. Ik vond vooral dat hij steiler was. Maar bovenal was er de wind. Die Gaelic mensen (Kelten) waren nog niet zo dom. De wind was gigantisch.

 
 
Tijdens de beklimming waaide ik door mijn rugzak bijna van het pad af naar beneden. Een beklemmend moment. Eenmaal boven kon ik samen met de 16 jarige jongens uitpuffen achter een stenen muur. Toen ik net aan de afdaling begon werd ik door een vrouwelijke klimmer gewaarschuwd voor de wind. Ik dacht nog ‘ja vertel mij wat’. Maar ze had nog gelijk ook. Waarschijnlijk door de vorm van de berg nam de wind tijdens de afdaling nog meer in kracht toe. Ik kon ondanks het gewicht van mijn rugzak (± 18 kg) compleet los tegen de wind in hangen. Ik heb nog nooit zo’n wind meegemaakt.

Dit keer heb ik in deze ‘Crown Inn’ geen Gammon Steak genomen maar ‘Lamb Henry’. Dat is een soort ‘Schweinshachse’ maar dan van een lam. Toen ik om de dessertkaart vroeg kwam de Zuid-Amerikaanse waitress na enige tijd zoeken met een schoolbord van 80 bij 80 cm voor mijn tafel staan. Of ik maar wilde kiezen. Ik heb maar banana-split genomen.
Ik ben moe en heb pijn in mijn hoofd. Ik ga daarom terug naar de camping en al om 20 uur slapen. De camping weilandbeheerder in zijn fluorescerende vest van middag is er niet meer. Hij kon ook weg want hij hoefde niet meer op mijn mobieltje te passen dat ik mocht opladen in de Europese (=continental) stekkerdoos voor scheerapparaten in het toiletschuurtje.



 
NATO-kenteken
Loopdag 8: (donderdag 10 augustus, 22 km naar Hawes, 0700 op, 0845 vertrek, 1630 aankomst)

Blik in de Snaizeholme Valley

Horton in Ribblesdale heeft met zijn 400 inwoners slechts 1 winkeltje, annex postkantoor. Ze hadden geen halve broden, dus dan maar een heel brood, en een taartje en twee mueslirepen. Om 0915 ga ik pas echt op pad. De walk van vandaag was volgens de guide relatief vlak en over grazige paden. Alles is relatief. Het klimmen en dalen was inderdaad minder dan gisteren. Vandaar dat ik er ruim twee uur korter over deed dan de vorige etappe. Desondanks was ik weer uiterst tevreden over mijn nieuwe wandelstokken die ik twee maanden geleden heb gekocht. Had ik jaren geleden moeten kopen.

Rottenstone Hill in de richting van Hawes in Wensleydale
 
nadering van de kerk van Hawes
Hawes is een enigszins toeristisch dorpje dat ik in tegenstelling tot mijn bedoeling nu nog steeds niet goed heb bekeken. Ook was dat zo toen ik hier in 1992 langs kwam tijdens mijn fietstocht door Engeland en Schotland.
Nu was er een andere reden. Tot nu toe had ik nog geen Nederlanders ontmoet. Op de goede en goedkope camping zag ik een camper met een Nederlands NATO/BFG-nummerbord. Na het douchen en wassen wilde ik toch weten of ik ze niet toevallig kende. Ik ben er naar toe gelopen en heb de vrouw in de camper gewoon aangesproken.

Na enige conversatie door de hordeur heen hoorde ik uit het vooronder een mannenstem ‘laat die man toch binnenkomen’. Hij lag met pijn in zijn rug op de bank. Hij was een burger medewerker van de NASAG staf; waarbij hij eerst werkzaam was geweest in Seedorf en nu, na de verhuizing van NASAG, in Rheindalen. Ik kwam meteen te weten dat NASAG, na de aanpassing van hun nieuwe stafgebouw daar, binnenkort wordt opgeheven.
De gesprekken gingen dus over de laatste ontwikkelingen binnen Defensie, onze Duitsland ervaringen, mijn wandelen en hun reis door Engeland en Schotland. Na een uur praten in de camper zijn we gedrieën gezellig gaan dineren in een lokale inn waar we de gesprekken hebben voortgezet. De sfeer was aangenaam en het eten was heerlijk. Ik heb een ‘Cumberland Grill’ genomen: een schijf bloedworst, vette kleine worstjes, inktvisringen, champignons en groente, met als nagerecht een bessentaart met slagroom in Drambuie. Wel lekker dat je maar aan kunt blijven eten!



Good Show
Loopdag 9: (vrijdag 11 augustus, 20 km naar Keld, 0915 vertrek, 1630 aankomst)


vanuit Hawes richting Great Shunner Fell
Voor vertrek uit Hawes heb ik eerst nog bij de Spar Cheddar cheese, een Swiss role en mueslirepen gekocht.

Vandaag lag de focus in eerste instantie op de beklimming van de ‘Great Shunner Fell’: van 230 meter naar 716 meter. Een aardige klus met 17 kilo op je nek. Net toen ik ging afdalen kwam ik het eerste levende wezen tegen; een oude gentlemen in korte broek stijl 1950 met keurig bijpassend overhemd. Het was slechts 15 graden en waaide behoorlijk. Dus met de windchill-factor meegerekend moet het zeker 10 graden of zelfs lager zijn geweest. Maar hij vond het mooi weer. Verder vond hij, met een druppel aan zijn neus van de kou, dat het een ‘good show’ was dat ik de PW deed. Daarna was het ‘nice talking to you’ en gingen we weer uit elkaar.

Swaledale richting Thwaite
 
De laatste kilometers naar Keld waren een hel. Alsmaar rotsblokken en keien waar je tussendoor en overheen moest. In Keld kruist de Pennine Way de zgn. ‘Coast to Coast Way’. Ik ben hier dus al in 1995 geweest maar kan me niet herinneren dat het zo klein was. Keld heeft ± 20 huizen en twee kerkjes. In de Methodistenkerk heb ik nog even gekeken tijdens mijn 15 minuten city-siteseeing later in de middag. Keld is het laatste gehucht in het ‘Swanedale’, één van de bekende Yorkshire Dales.
Gelukkig was er naast een kleine boerderijcamping ook nog een boerderijwinkel van 3 bij 3 meter waar ik nog net voor sluitingstijd wat eten kon kopen. Ik had namelijk tot 1900 uur andere dingen gedaan in de onnozele verwachting dat er wel een inn zou zijn. In deze uithoek was zelfs geen telefoonnetbedekking zodat bellen naar Hoevelaken niet mogelijk was.



Halfway
Loopdag 10: (zaterdag 12 augustus, 20 km naar Bowes, 0830 vertrek, 1530 aankomst)


vogeltje bij campingboerderij in Keld
Vandaag was het dierendag. Eerst werd ik bij de beek weggepest door de midgets. Ik heb mijn ontbijt bij de hoger gelegen boerderij aan een picknicktafel gemaakt; een kop thee met de campinggasbrander en sneeën bruin brood met hagelslag uit de Hovis-zak. Tijdens het ontbijt kwamen er twee vinken op mijn tafel mee-eten. Het zal wel door mijn doopnaam komen, deze aantrekkingskracht.

huisschaap van Tan Hill Inn
Later op de dag was ik bij de hoogste inn van Groot Brittannië waar een schaap aan mijn rugzak begon te knagen. Deze ‘Tan Hill Inn’ is trouwens een erg gezellige inn gelegen in totale isolatie op de moors. Ze hebben er in ieder geval prima koffie en coffee cake.

Voor wat betreft de dieren ben ik vergeten te vertellen dat ik op de vierde dag, op weg naar Ponden, een paard heb weg moeten duwen dat de gate versperde. Als ik door Maximes paardrijden niet iets van mijn paardenvrees was kwijtgeraakt had ik toen mooi een probleem gehad.

Judith heb ik vanaf de Tan Hill Inn gelukkig weer kunnen bereiken en kunnen updaten. Ze heeft thuis de keuken geschilderd. Ze zegt dat het mooi geworden is.
 
Na de Tan Hill Inn volgde er een prachtig stuk heide. Zo ver je kon kijken één paarse gloed, kilometers lang. Er zaten wel verraderlijke stukken moeras in. Ook hier bewezen mijn stokken goede diensten. Op sommige plaatsen gleden ze er met gemak tot de helft in.

 
Bowes is groter dan Keld; wel 60 huizen, twee kerken en een oude ruïne. Anders dan op de kaart aangegeven loop ik dit keer meteen tegen een weiland met enkele tenten op. De tenten werden met schrikdraad gevrijwaard van de koeien. Een kleine bordje aan de andere kant bevestigde mijn vermoeden, dit is een camping. De bijbehorende boerderij was wel van na de middeleeuwen, maar op het toilet had Churchill nog gezeten. De waterstortbak was zeker antiquarisch; een houtenbak met lood ingelegd. Het naastgelegen douchhokje was een kruising met de Gamma. Maar eerlijk is eerlijk de douche was heerlijk heet. Ergens heeft men in de spelonken toch een elektriciteitsdraad weten te vinden.
Het eten in de lokale ‘Unicorn Inn’ waar ik dit schrijf en nog wat aardige gespekken had, was weer perfect.



No meals on Sunday night
Loopdag 11: zondag 13 augustus,
± 21 km naar Holwick, 4 km west van Middleton-in-Teesdale, 0830 vertrek, 1700 aankomst. Voor het eerst nattigheid, lichte motregen, wind, kil.

De foto’s op deze pagina zijn niet door mij gemaakt, maar gekopieerd van de prachtige website End to End – The Pennine Way http://www.jbutler.org.uk/e2e/pw/index.shtml
 
mooie schuur voor een lunchpauze

De route over de eerste 16 km was niet sensationeel. Het ging over Engelse meadows. Maar ook die zijn golvend; vele malen korte klimmen en evenzovele afdalingen.

over het Grassholme Reservoir
 
nadering van Middleton on Tees
Vlak voor Middleton-in-Teesdale, dat zelf terzijde van de route ligt, heb ik mijn rugzak verborgen en ben daarna de ‘stad’ ingegaan; 1200 inwoners, ter grote van Muiderberg. Maar wel gezellig op deze zondagmiddag met diverse open winkels, pubs, tearooms en, meest belangrijk, een open supermarktje en een bank met een geldautomaat. Eindelijk weer eten voor het lange geïsoleerde stuk van morgen. Ter afsluiting van mijn 15 minuten stadsbezichtiging heb ik in een tearoom lekker koffie gedronken met een bacon and egg role.

Het laatste stuk naar mijn geplande camping liep langs de rivier de ‘Tees’. Dat is de tot nu toe mooiste, en snelst stromende rivier die ik ben tegengekomen.

Tees vanaf de brug bij Middleton
Omgeving East Crosswaith
Tees bij Crosswaith
 
De ‘camping’ is weer alleen een weiland rondom een gesloten bunk barn (aangepaste oude stallen waarin stapelbedden staan).

Later ben ik nog door de motregen naar de 1,5 km verder gelegen inn van Holwick gegaan waar een bord mij vertelde: ‘no meals are served on Sunday night’. Nauurlijk. Gelukkig waren ze wel zo vriendelijk om later fried patatoes rond te laten gaan for free. Net zoals bij onze cafés een schaaltje met pinda’s maar dan anders. Aan de bar heb ik nog een uur met een ‘local’ staan te praten. Van hem vernam ik dat de omgeving hier nog steeds grotendeels in bezit is van de adel. Evenals de witte huisjes. En die zijn er veel. Het feit dat ze wit zijn zou zijn oorsprong vinden bij ene Lord Barnard die ergens in de 16e of 17e eeuw bij vergissing een gunst afdwong bij een huis dat later niet van hem bleek te zijn en waarvoor hij een behoorlijk rekening moest betalen. Daarna moesten zijn huizen jaarlijks wit worden geschilderd.



Bed and Breakfast
Loopdag 12: (maandag 14 augustus, ± 29 km naar Dufton, 0700 vertrek, 1600 aankomst)

Een lange wandeldag naar Dufton. Een mooi dorpje rondom een soort brink. Voor het eerst heb ik een B&B genomen. Op het natte weiland van gisteren kon niet gedoucht en gewassen worden, laat staan een was drogen. Bijna alles stonk. Bij Mrs. Hullock (± 70 jaar oud) heb ik heerlijk in bad gelegen en al mijn kleren gewassen. Ze hangen te drogen in de tuin en ze zal ze vannacht naar binnen halen.
Gelijk heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn mobieltje weer op te laden. Dan kan ik weer midden op de moors berichten ontvangen van de ‘Schaats- en Skeelersport Specialist Mijnten’ dat er schaatsen geslepen kunnen worden. Tijdens het dagelijkse telefoontje naar Hoevelaken hoor ik van Judith dat het in Nederland al dagen langdurig regent. Verbazingwekkend want ik liep vandaag regelmatig in de zon onder een halfbewolkte hemel met een aangename wandeltemperatuur.

Ik heb bij Mrs. Hullock ook een Nederlands PW-boek gelezen van ene Gerard de Waal die in de tachtiger jaren van de vorige eeuw de PW heeft gelopen en er uitgebreid over heeft geschreven. Het lopen was toen nog zwaarder dan het nu is. Toen lagen er nog nauwelijks slabbed stones op de moerasheides (moors with bogged peat). Verder had hij op zijn tocht regelmatig flink regen en wind.
Ik schrijf dit gekleed in mijn nylon oriënteringsbroek in de lokale inn waar ik weer een Gammon Steak heb besteld en zal afsluiten met een raspberries basket. Ik houd het hier wel uit!
 
Low Force
High Force


nadering van High Force tussen de jeneverbesstruiken
Het lopen vandaag begon langs de Tees. Dat was prachtig. Al snel na Holwick volgde de ene stroomversnelling na de andere. Na 3 km kwam de ‘Low Force’ waterval en na nog een km de ‘High Force’; een waterval met een hoogteverschil van 21 meter. Het gebied ertussen stond vol met breed uitgegroeide jeneverbessen waar het pad zich tussendoor slingerde.
Daarna volgde het weide stuk in de omgeving van Forest-in-Teesdale met de vele witte huisjes en boerderijen.
 
blik op Forest in Teesdale

 
 Na ± 15 km volgde er een zwaar stuk direct langs de oever waar ik met mijn rugzak moest balanceren op en laveren tussen de rotsblokken.
langs de Tees bij Forest in Teesdale
 

Het tweede hoogtepunt was de ‘Caldron Snout’ waterval. Daar heeft een Engelse vader een foto van mij genomen; zowel met mijn wegwerpcamera als met zijn eigen digitale. Hij heeft mijn emailadres genoteerd, nu maar afwachten.

Het derde hoogtepunt werd gevormd door de ‘High Cup’, een prachtig groot dal uitgesleten tussen steile wanden met in de diepte een beek.
Onderweg heb ik net als de afgelopen dagen weer vele ‘famous grouse’ gezien (kleine hoenders zoals op het etiket van het gelijknamige whisky merk). Dat zullen er snel minder worden want eergisteren is het jachtseizoen geopend. Trouwens vandaag heb ik voor het eerst deze wandeltocht ‘opgelopen’ met diverse PW-walkers. Ze kwamen uit het halverwege gelegen Youth Hostel van Langdon Beck.



Mist
Loopdag 13: (dinsdag 15 augustus, ± 32 km naar Alston, 0820 vertrek, 1830 aankomst)
 

 
 
Mrs Hullock trilde wat bij het afdrukken
De dag startte uitstekend met een zeer uitgebreid Engels breakfast in de mooie, museumachtige eetkamer van Mrs Hullock. Er was van alles en ik heb dan ook alles opgegeten: cereals met een halve schaal vruchtenschijven, vervolgens het standaard Engelse ontbijt (gebakken ei, worst, witte bonen in tomaten saus, gebakken tomaat en gebakken champignons) en tenslotte alle resterende toastboterhammen met verschillende soorten marmelade. Haar, en inmiddels ook mijn, uitgangspunt is dan ook: met een goed ontbijt hoef je niet zo zwaar te lunchen!
(m.u.v. de foto’s bij Mrs Hullock zijn de afbeeldingen van deze dag niet van mij)

begin van de beklimming van de Knock Fell
 
Knock Old Man op Knock Fell
De route ging vandaag over het hoogste punt van de PW. Na een paar opwarm kilometers ging het over een afstand van ongeveer 6 km van ± 250 meter naar 893 meter. Achtereenvolgens werden de volgende heuvels aangedaan; ‘Knock Fell’ (720m) met de Knock Old Man-cairn, ‘Great Dun Fell’ (848m), ’Little Dun Fell’ (842m) en ‘Cross Fell’ (893m).

 
Little Dun Fell
Al voor de eerste heuvel liepen we in de wolken met een beperkt zicht. We, omdat ik eerst werd ingehaald door een vader en zoon die ik ook al gisteren was tegengekomen. Boven op de heuvels waren hele delen met rots en stenen bedekt. Het volgen van de route in de mist was daardoor veel moeilijker. Net toen ik ergens voor de ‘Great Dun Fell’ voor het eerst echt stil stond om de route te zoeken werd ik in de mist ingehaald door een Engelsman, Steven, die een GPS bij zich had en zo de richting kon aangeven. Verder had hij de hele kaart met route ook nog op een display. Daarna zat hij wel regelmatig fout omdat de route bovenop die bergen veelal net iets anders loopt dan de af te lezen GPS richting. Omdat hij sneller liep namen we korte tijd later weer afscheid. Maar niet voor lang.

manshoge cairn op Cross Fell
Bij aankomst bij de rand van het ongeveer 1 km brede plateau van ‘Cross Fell’ stonden achter een manshoge cairn (een steenhoop) de vader, zijn zoon en Steven te schuilen. Zij hadden hun regenjassen al aan. Het was in de wolken gaan motregenen en er was een lichte wind. Terwijl zij vertrokken naar het betonnen trangulation point midden op het plateau trok ook ik eerst een regenjas aan. Ik stond dus weer alleen bij de cairn in de mist.

De cairns zijn juist door en voor de wandelaars gemaakt om onder dit soort omstandigheden je weg te vinden. Voor het eerst heb ik toen mijn kompas te voorschijn gehaald en ik kwam tot een duidelijk andere richting dan waarin de anderen inmiddels onzichtbaar waren verdwenen.
shelter op Cross Fell
Met een zicht van ongeveer 50m liep ik in mijn eigen kompasrichting zonder mijn vertrekpunt uit het oog te verliezen. Ik was opgelucht toen ik een volgende, weliswaar veel kleinere cairn zag. Zonder problemen vond ik het hoogste punt met de shelter (een manshoog muurtje waar je achter kon zitten).

 
Het verlaten van het plateau was een drassige aangelegenheid. Ook daar heb ik soms zeer voorzichtig in de mist gezocht naar het juiste pad zonder mijn vorig baken uit het oog te verliezen.
Tenslotte kwam ik de drie anderen weer tegen in een lager gelegen schuilhut die niet meer in de mist lag. Ze zeiden dat ze ook bij het hoogste punt waren geweest? Toen zij vertrokken ben ik nog even bij de hut blijven hangen.
 
De keienweg naar ‘Garrigill’ was lang en met van die vervelende grove steentjes waar je steeds net niet je enkels over verzwikt. Ik had gehoopt in Garrigill te kunnen kamperen of nog een keer een B&B te nemen. Eigenlijk een beetje wishfull thinking want er stond geen camping bij Garrigill op de kaart aangegeven. Ik weet nu dat de kaarten in mijn tweede, recentere, gids veel beter kloppen. De enige B&B zat vol en verder riep Garrigill in de motregen ook geen hogere verlangens op. Dus dan nog maar 7 km verder. Ik ga naar het Youth Hostel in Alston waar de anderen het over hadden gehad.

Als je al zo’n end hebt gelopen loop je op het laatst natuurlijk ook nog fout, maar om 1830 kon ik voor het eerst deze wandeling mijn lidmaatschapkaart van de internationale jeugdherberg organisatie laten zien. Je ziet er overigens meer ouderen dan jeugd. In Nederland heeft men de naam daarom al veranderd in ‘Stay Okay’. Ik kon mooi nog net mee-eten, bestelde mijn ontbijt voor morgen en het beste van alles ik kon al mijn natte spullen ophangen en neerzetten in de dry-room. En dat voor een schappelijke £ 21, zeker niet gek vergeleken met de £ 23 bij Mrs Hullock. Ook de tweede vader en zoon combinatie, de combinatie die gisteren een foto van me had genomen, zat al in het Youth Hostel. Ik had na de 32 km echter geen zin meer om met ze naar de pub te gaan. Ik ben in de vierpersoonskamer gebleven die ik voor me zelf had.




Overgangsetappe
Loopdag 14: (woensdag 16 augustus, ± 26 km naar Greenhead, 0845 vertrek, 1830 aankomst)

Het was vandaag warm onder de halfbewolkte hemel. Al snel liep ik in korte broek en in een dun Odlo-shirt naar Greenhead. Het stuk naar Greenhead is meer een overgangsetappe van de Pennines in de richting van de Cheviots, de laatste heuvelrug van deze langeafstandswandeling. Veel door weides met de onoverkomelijke stiles (trapjes over hekken), gates (gewone hekken) en wicket gates (kleine hekjes waar je je met je rugzak door heen moet wringen). Verder bordjes met ‘Bull in field’. Iedere keer weer goed opletten waar die Bull dan was en of hij meer geïnteresseerd bleef in zijn koeien. Een enkele keer in de negentien dagen ben ik een blokje om gegaan.

De laatste 1.5 km naar Greenhead werd in de gids een shortcut aangeraden. Na een uur knoeien door hoog bentgras en klimmen over hekjes was ik daar niet meer zo enthousiast over.
De kleine camping was vol met lopers van de Hadrians Wall Walk die hier de PW kruist. Ik mocht van de vriendelijke oude beheerster op haar heerlijk rustige privé gazon staan. ’S Avonds heb ik nog in het lokale hotel met Vader Kenn, zoon Miles, Steven en nog een ander jong koppel een biertje gedronken. Dat laatste tweetal zag ik vandaag toen ze een stuk van de PW afsneden en een makkelijke route over een oude spoorlijn liepen; ‘ … we are cheating’ had de jonge vrouw nog geroepen. Ja, dat moet je zelf weten.





Hadrians Wall
Loopdag 15: (donderdag 17 augustus,
± 10,5 km naar Once Brewed, 0900 vertrek, 1400 aankomst)
 
Hadrians Wall omgeving ‘Walltown’
Het is indrukwekkend dat zo’n verdedigingsmuur met torens en onderkomens in het begin van onze jaartelling hier is gebouwd. De stenen zijn vierkanter en mooier neergelegd dan de huidige muurtjes die je hier rond de weides ziet. In 122 AD heeft keizer Hadrianus zelfs de moeite genomen de vorderingen aan de muur persoonlijk te inspecteren. Fitte lui die Romeinen.
Ik heb de 10 km langs de muur samen gelopen met Steven die ik onafgesproken in Greenhead tegenkwam. Het lopen langs de muur is vermoeiend; voortdurend over natuurstenen trappen omhoog en steil omlaag.
Hadrians Wall omgeving Cawfield

milecastle 42 in de omgeving van Cawfield Crags

Hadrians Wall omgeving Winshields Crags


pad richting Winshields Farm
De campsite waar ik nu sta is redelijk basic maar de douche is heet. Dit typisch Britse, verhullende woord dat ik onderweg opgepikt heb, gebruikte ik ook in mijn gesprek met een van de weinige Duitse echtparen die ik ben tegengekomen. Zij vonden het helemaal ‘nichts’.

Wederom heb ik ’s avonds in de lokale inn, de ‘Twice Brewed’, met Vader Kenn, zoon Miles en Steven gegeten en gedronken. Zij overnachten weer in een nabijgelegen Youth Hostel. Kenn werkt als technicus bij ‘Coronation Steet’ en zijn zoon Miles gaat na zijn huidige studie theologie studeren om vicar (dominee) te worden. Hij maakte een slimme indruk. Steven is ingenieur. Het werd zo’n gesprek waar de wereld- en de nationale, sociale problemen de revue passeren. Prettig.





Echte regen
Loopdag 16: (vrijdag 18 augustus, ± 25 km naar Bellingham, 0800 vertrek, 1530 aankomst)

Het moest er een keer van komen. Vanaf ± 10.30 kwam het met bakken uit de lucht. Snel de poncho aan over mijn regenjack. Voor de gaiters was ik te laat. Daarom liep het water al snel mijn schoenen in en heb ik de rest van de dag in twee warmwater baden gelopen. Maar nu staat alles te drogen in de dry-room van de YH van Bellingham.

Blik op Bellingham vanuit het noorden
 
De route volgde aanvankelijk weer Hadrians Wall. Na al dat op en neer was ik blij om na een kleine 6 km opnieuw de meadows in te gaan. Voor het eerst deze wandeling liep ik daarna door echte bossen. Ik heb er echter maar weinig van kunnen genieten met mijn natte capuchon en beslagen brilletje. Doorstoempen maar. Tijdens een wat droger moment heb ik staande snel een zakje chips en enkele mueslirepen gegeten. Ik heb in één ruk doorgelopen en ben zeker niet in gewicht aangekomen vandaag.

De vijf bekenden zitten ook in hetzelfde YH. Ik ben hier al in 1992 geweest. Er is weinig veranderd, het was toen al ouderwets. Er is alleen een tv bijgekomen. Dit YH wordt dan ook volgende maand, samen met nog zeven andere op de PW, opgeheven. Het is ook niet meer te betalen voor een organisatie die blijkbaar op vrijwilligers draait. De vrouwelijke warden komt hier drie uur rijden vandaan en blijft de hele week.

Vanavond heb ik met Steven in het hotel gegeten. Tijdens het diner vroeg ik hem of het in Engeland normaal is bij de vraag om de dessertkaart met een blackboard aan te komen. Na zijn ontkenning en bevreemding stond hij toch wat bedremmeld te kijken toen ze dit keer met een nog groter bord aankwamen. Het meisje ging nu niet pontificaal voor ons tafeltje met het bord staan wachten maar zette het bord bescheiden op een stoel zodat we de tijd konden nemen om te kiezen. Ach, ‘andere Länder, andere Sitten’.




Een zwerende lip klopt niet
Loopdag 17: (zaterdag 19 augustus, ± 23 km naar Byrness, 0800 vertrek, 1430 aankomst)

De weersvoorspelling gaf weer regen aan, maar in werkelijkheid hadden we regelmatig zon. Met een temperatuur van 20 graden kon ik weer in korte broek en Odlo-shirt lopen. Pas op het einde rond 1400 ging het regenen. Het was zoveel warmer dan ik ingeschat, dat mijn water opraakte. En dat in Engeland, terwijl Hoevelaken mij dagelijks de wateroverlast in Nederland schildert!
De route ging door een nog dunner bevolkt gebied. Het eerste deel ging kilometerslang door bloeiende heidevelden met prachtige paarse vergezichten. De heide staat zo intens in bloei dat je het zelfs ruikt.
zicht op Hareshaw House
  Whitley Pike

 
van Pardon Hill richting Brownrigg Head
Ergens op die heides kwam ik nog een andere loper vanuit de tegenovergestelde richting tegen. Hij was gekleed in slechts een T-shirt en een ultra korte sportbroek. Dit ensemble werd gecompleteerd met een minuscuul rugzakje. Ik schatte hem een jaar of 45 en verder had hij een zwerende lip. In onze korte conversatie legde hij uit dat hij gisteren was gestart en de eerste 40 km had afgelegd (twee etappes in 1 dag) en vandaag ging hij voor bijna 50 km. Ik vroeg me af hoe je dan nog kunt genieten van je omgeving en van het wandelen. Ik vond hem er eigenlijk ook niet zo goochem uitzien met die zwerende lip. Het zal wel geen toeval zijn geweest dat dit gebeurde op de ‘Pardon Hill’.


binnenkomst in Redsdale Forest bij Rookengate
 
midden in het bos
Mijn laatste 10 km ging door het tweede en laatste grote bosgebied op de PW. Om in dat bos te komen moest je wel eerst een drassige helling met overhangende boomtakken op. Eerst kijken of je je voeten wel goed neerzet en niet zal wegzakken en daarna de takken wegdrukken om daarmee 30 cm omhoog te komen. Een langdurige bezigheid. Uiteindelijk kwam ik bij een tankstation vlak bij het winkelloze, drie straten tellende Byrness. Daar kon het vochttekort met cola worden opgeheven.

bij Blakehopeburnhaugh
De vijf andere bekende lopers hadden zich met een ‘natweersleutel’? reeds toegang verschaft tot de nog gesloten jeugdherberg. Daar heb ik de jongeren uitgelegd wat een centrifuge is, waartoe hij dient en hoe hij werkt. Nooit vermoedt dat kennis van een centrifuge betekent dat je van een oudere generatie bent.
De warden in dit YH was een oude dame van in de 70. Zij kwam twee uur rijden hier vandaan en was vrijwilligster van de week. Ook dit YH wordt eind deze maand gesloten.
 
 
 
 
 
 
Are you going to Byrness?
Loopdag 18: (zondag 20 augustus,
 ± 22 km naar ‘Clendell Street’, 0830 vertrek, 1630 aankomst)

De nacht in de gehorige jeugdherberg was matig. Eerst veel kabaal van de laat gearriveerde familie. Pa, met een gat in zijn trui, was een dromer. Hij droomde nog met passie over de PW-wandeling die hij 32 jaar geleden had gedaan. Hij kende de namen van alle heuvels nog en wist nog waar hij destijds een bron had open gegraven om zich water te verschaffen. Ma was gehoorgestoord. Toen ik op bed lag en ze nog kon horen dacht ik voortdurend dat ze ruzie hadden.

De andere vijf lopers hadden besloten om de laatste 40 km in één keer af te leggen. Op dit laatste stuk is geen enkele faciliteit zodat kamperen noodzakelijk is als je, zoals ik, het routeboek volgt en het in twee etappes doet. Verder was het morgen, zondag, hun laatste vakantiedag en werden ze afgehaald op het eindpunt. Om 0400 stonden vader en zoon nummer 1 op. Zij maakten net zoveel kabaal als het gehoorgestoorde echtpaar. Die zullen dus wel geen ruzie hebben gehad. Om 0500 volgden vader 2, Kenn, zoon 2, Miles en Steven. Ik had gisterenavond al afscheid genomen en sliep daarom uit tot 0730.

Terugblik op de eerste klim: op Reddale Kielder Forest vanaf Byrness Hill 
                                               

Windy Crag waar ben ik?
De route startte direct met een steile klim. Met mijn extra zware rugzak, door de voorraad eten en water voor twee dagen, kwam ik na drie kwartier lekker warm gedraaid boven. Of het daardoor kwam weet ik niet maar voor het eerst had ik tijdelijk geen contact met de kaart en mijn omgeving. De eerste paar kilometer dacht ik steeds dat ik verder was dan in werkelijkheid het geval. Verder zakte ik nog wandelschoen diep weg in het moeras!

De eerste blikken op Schotland langs het grenshek


Alle respect dan ook enkele kilometers verder voor een vrouw met een grote rugzak die solitair de PW liep van noord naar zuid. Trouwens niet alleen de rugzak was groot. Ik was zo verbouwereerd hier een vrouw alleen te ontmoeten dat ik niet verder kwam dan de doordachte vraag ‘are you going to Byrness?’ Dit werd drie meter na het passeren bevestigd. Weer een paar kilometer verder stuitte ik ook nog op drie wilde geiten met enorme horens en een vader en een zoon. Toch nog aardig druk op zo’n hei.

De Cheviot Hills waar ik nu in loop zijn weer echte heuvels waar geklommen moet worden. Om 1430 begon het te regenen en onttrokken laag hangende wolken al het zicht. In de mist bereikte ik het trangulation point boven op de top van de 610 meter hoge Windy Gyle. Voor de laatste kilometer naar het geplande overnachtingpunt controleerde ik de richting weer met mijn kompas.
Zicht richting Windy Gyle
(ik liep daar in de mist, dus deze foto is niet van mij)
 

Border Gate – Clennell Street
Op het eindpunt, een viersprong van paadjes, kon volgens de guide gekampeerd worden. Ik vond het er te open en te onzeker.
Ik liep daarom 700 meter van de route af om in een dicht sparrenbos meer beschutting tegen wind, regen en eventuele nieuwsgierigen te zoeken.
Eindelijk kan ik mijn noodetensvoorraad opmaken. Eindelijk morgen een iets lichtere rugzak. Met mijn mobieltje heb ik op deze desolate plek geen verbinding. Veel afleiding is er niet in het donkere sparrenbos en daarom ga ik al om 1900 mijn slaapzak in; morgen hier vroeg weg voor de laatste etappe. Wel nog even kijken of ik radio ontvang.



Het eindpunt
Loopdag 19: (maandag 21 augustus, ± 18 km naar Kirk Yetholm, 0730 vertrek, 1400 aankomst)
 
 
Afdaling van ‘The Schil’ richting ‘Black Hag’
Tot het laatst toe voldoet de PW aan het uitgangspunt: een fysiek uitdagende wandeling. Maar de uitzichten van onder andere de ‘Auchope Cairn’ en de ‘Schil’ zijn weer wondermooi en vergoeden veel. Tientallen kilometers ver kun je Schotland in kijken. Het is trouwens opmerkelijk dat er hier in EU-land Groot Brittannië op de grens tussen Engeland en Schotland een duidelijk herkenbare en goed onderhouden prikkeldraad afrastering staat. Voordeel is wel dat de route veelal langs die grens loopt en je dus niet kunt verdwalen.
Naar Auchope Cairn

Zicht van Auchope Cairn  richting The Schil

Carin Hill Elbow
 
Gehucht Kirk Yetholm
Mijn water raakt op en de rest van de dag leef ik op marsen. Ook regent het nog een laatste keer maar om 1400 bereik ik het officieuze eindepunt ‘The Border Hotel’. Een officieel exact eindpunt is er niet. Net zo stil als mijn PW begon eindigt hij hier op de brink van het stille gehucht Kirk Yetholm.
 

               

Border Hotel
Na een lekkere lunch in het Border Hotel heb ik in de enige winkel in het nabij gelegen Yetholm Town (een extra groot gehucht) rugzakgeschikte cadeautjes gekocht voor Judith en Maxime. Nadat het Youth Hostel om 1700 uur open gaat kan ik eindelijk mezelf en mijn kleren weer wassen.


Border Hotel: the end of the Pennine Way
In een koeienpoepvrije, maar nog natte wandelbroek zit ik om 1900 weer voor het diner in het Border Hotel. Daar tref ik onverwacht ook de ‘cheaters’ van zes dagen geleden. Nadat we hebben bijgepraat hoor ik van hen dat er in dit hotel ook een certificaat wordt uitgegeven voor het voltooien van de PW. En dat wil ik natuurlijk graag hebben. De cheaters bieden me ook aan morgen om 1030 met hen in een taxi mee te rijden naar het meest nabij gelegen treinstation. Anders had ik om 0700 bij de bushalte moeten staan om via verschillende tussenstops met overstap datzelfde punt te bereiken.





De Terugreis
 (dinsdag 22 en woensdag 23 augustus)

Door het taxi-aanbod kon ik lang op bed blijven liggen. Om 1100 bereikten we Berwick on Tweed aan de Noordzeekust. Vandaar wil ik naar New Castle om gebruik te maken van de ferry overtocht ‘New Castle-Amsterdam’. De kaartjesverkoper adviseert en verkoopt mij een treinreis naar New Castle Central Station inclusief de vervolgrit met de metro naar de ferry-terminal aan de kust. Om 12.30 bereik ik New Castle waar de Information Desk mij duidelijk maakt dat New Castle, net als Amsterdam, niet echt aan de kust ligt en dat de afstand naar de terminal in ‘North Shield’ ongeveer even ver is als van Amsterdam naar IJmuiden. En dat de metro wel langs North Shield gaat maar bij verre niet langs de terminal.

North Shields Station
Eigenwijs als ik ben neem ik toch de metro en kom via een omweg in North Shield waar ik me met een taxi naar de terminal laat brengen. Na wat gezoek vind ik de booking office waar ik nog voor de afvaart van 17.30 een ticket kan kopen. Wel veel duurder dan de £ 39 die in de brochure staat aangegeven. ‘We have flexible prices’. Het kan wel goedkoper maar dan moet ik natuurlijk even wachten tot morgen. En of ze het weten, stem ik in met een cabin met vier bedden die ik alle vier mag betalen. En als daar ook het dinner en breakfast zijn bijgeteld mag ik voor £ 157,50 naar huis. Maar goed dan is die cabin dan ook helemaal van jou alleen!

Om 1530 sta ik aldus in de rij voor de check-in en als ik zeg geen wapens bij me te hebben mag ik langs de security. Tijdens het buffetdiner om 1900 ga ik me helemaal te buiten aan de diverse gangen en sluit af met een soepbord vol met taart. Je blijft uiteindelijk Nederlander. Daarna kan ik niet eerder naar bed dan nadat ik voor Judith taxfree nog iets leuks heb gekocht.

Na een goede nachtrust op een traag deinende ferry ben ik vanochtend om zeven uur wezen ontbijten. Ook ditmaal heb ik mij weer uitgebreid tegoed gedaan aan het aanbod. Het werd een ratjetoe. Eerst ben ik begonnen met een stevig continental breakfast. Toen ik daarna zag dat mijn buren een English breakfast hadden heb ik opnieuw toegeslagen. Heerlijk al dat lekkers.

Het laatste deel van de overtocht heb ik op de voorplecht staan te kijken naar het opdoemen van de Nederlandse kust en het groter worden van de contouren van IJmuiden. De uiteindelijke deboarding en paspoort-controle was een routineaangelegenheid.
Eenmaal buiten de terminal was er eigenlijk weinig. Ik wist al dat er geen treinstation zou zijn. Er waren wel speciale bussen voor de ‘mini-cruise’ reizigers naar Amsterdam. Maar een gewone bus of bushalte was er niet. Uit gewoonte begon ik al in de meest waarschijnlijke richting te lopen met mijn rugzak weer op de vertrouwde plek. Toch schoot ik, na 100 meter van zoekend om me heen kijken, een man met hond aan. De man van de twee vertelde me dat de bushalte 700 meter verder was en dat het dichtstbijzijnde station in Haarlem ligt. “Maar waarom neem je de snelboot niet?” Hij legde me uit dat er tussen IJmuiden en Amsterdam een draagvleugelboot vaart die al na vijfentwintig minuten aan de achterkant van het Centraal Station afmeert! “Zal ik je even brengen ik moet toch die kant op”?
Dus uiteindelijk zat ik een uur na deboarding, inclusief het drinken van een kop koffie, geheel ongepland in een snelboot naast een moeder met vakantievierende kinderen. Met mijn stinkende oksels goed toegeklemd schoten we met een kleine 70 km per uur over het Noordzeekanaal in de richting van Amsterdam. En inderdaad na een halfuur rondkijken vanuit deze alternatieve ‘rondvaartboot’ stapte ik om 11.00 uit aan de ‘De Ruyterkade’, kocht ik om 11.06 een kaartje naar ‘Station Vathorst’, stapte om 11.08 in de betreffende trein, die om 11.09 vertrok!
Om exact 12.00 stapte ik op ‘Vathorst’ uit en omhelsde ik Judith die mij geëmotioneerd stond op te wachten. Een
kwartier later hebben we Maxime uit school gehaald en heb ik na drie weken weer thuis gegeten. Heerlijk weer thuis!





‘Good show’
 
De doelstelling van de PW was ooit (samengevat) …voor de ervaren wandelaar een fysiek zware route samen te stellen over ‘uitdagend, wild’ terrein, waar men met het nodige doorzettingsvermogen met het gebruik van kaart en kompas zijn weg zou moeten zoeken. Ondanks dat de route tegenwoordig uitstekend is bewijzerd en er op vele geërodeerde, moerassige plaatsen nu min of meer platte stenen zijn neergelegd voldoet de route nog steeds aan de doelstelling. De ruim 400 km kunnen qua zwaarte zeker met 600 Nederlandse kilometers worden vergeleken. De 280 km die ik in de voorgaande maanden als training over onder andere het ‘Marskramerpad’ heb gelopen, waren zeker niet overbodig. Ondanks de nachtrust voor en tijdens de terugreis en na nog een goede nachtrust thuis zit ik nog steeds met een moe gevoel in de benen achter de computer. Maar het is wel een voldaan gevoel. Ik ben tevreden en vind het nu na drie weken lopen ook ‘a good show, nice talking to you, Good bye’.
 
College Burn (laatste wandeldag)


 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen