Welkom


Welkom op mijn trektochten- en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

donderdag 22 augustus 2019

Zuiderzeepad: wandelen over de Afsluitdijk

Lang en recht

Zondag 18 augustus 2019
27 kilometer

Afstandschatten
Wat doe je als je de volgende stop al kunt zien tegen de horizon en weet dat het nog minstens zes kilometer rechtuit lopen is zonder verandering van panorama. Om de spanning er een beetje in te houden gingen wij over op afstandschatten. Simpele bezigheid voor dito zielen, geheel passend bij het lopen over de Afsluitdijk. "Hoever staat dat blauwe bewegwijzeringsbord?" Frans: 1000 meter, Frank: 1400 meter. Er naar toe lopen en controleren met behulp van de honderdmeterpaaltjes: 800 meter. Dan was het gunstig, maar meestal was het meer en duurde het langer. Vooral als je een rust in gedachte hebt, zoals bij het Monument of bij Breezanddijk. Juist dan schatte ik ruim tekort.
Waarom ineens op de Afsluitdijk?
Met onze vordering op het Zuiderzeepad zaten we de laatste keer in mei van dit jaar pas net in het zuiden van Friesland bij de Oldelamerbrug vlakbij Munnekeburen. Toch maakten we vandaag een sprong vooruit. We waren vandaag namelijk in een uitzonderingspositie. Deze zondag 18 augustus was de laatste mogelijkheid van dit jaar om de Afsluitdijk fietsend en wandelend te passeren. 
"Tussen 2018 en 2023 versterkt Rijkswaterstaat de Afsluitdijk. De dijk wordt overslagbestendig gemaakt over de hele lengte en wordt op enkele trajecten wel 2 meter verhoogd. Met 75.000 speciaal voor de Afsluitdijk ontwikkelde, innovatieve betonnen blokken maken we het dijklichaam sterker" staat er op de site van Rijkswaterstaat
artist impression van de website van Rijkswaterstaat
Dat is natuurlijk heel mooi, maar bijkomend nadeel is dat tot eind 2022 de dijk gesloten is voor fietsers en wandelaars. "De dijkwerkzaamheden, die per dag een stuk opschuiven, zijn niet goed af te schermen van het fietspad, waardoor risico’s voor fietsers en wandelaars niet zijn uit te sluiten." aldus Rijkswaterstaat. 
foto van de website van Rijkswaterstaat
Daar ben je als fietser en wandelaar dan mooi klaar mee. Als tegemoetkoming rijdt er sinds 1 april een gratis Fietsbus tussen Den Oever en Kornwerderzand.
Alle Nederlanders, en zeker zij die onder de zeespiegel leven, snappen natuurlijk waarom Rijkswaterstaat dit namens ons wil doen. In hun eigen woorden: "Een groot deel van ons land ligt onder de zeespiegel. De Afsluitdijk beschermt sinds 1932 grote delen van Nederland tegen overstroming vanuit zee. De omstandigheden zijn sinds die tijd veranderd. De zeespiegel stijgt, de bodem daalt en het weer zal in de toekomst vaker onstuimig zijn. Om Nederland ook in de toekomst te blijven beschermen tegen het water moet de Afsluitdijk sterker worden." 
De steenzetter van Ineke van Dijk ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Afsluitdijk.
Ik heb zelf natuurlijk ook geen behoefte aan Amersfoort aan Zee. Maar in polderland wordt altijd naar een compromis gewerkt. Ruim 8000 mensen tekenden een petitie van de Fietsersbond, Wandelnet, Landelijk Fietsplatform en de Nederlandse Toerfiets Unie om alternatieven te onderzoeken. Met Rijkswaterstaat werd overeengekomen om de Afsluitdijk dit jaar vier zondagen open te stellen voor fietsers en wandelaars. 

IJsselmeer Challenge
Met ons maakten vele anderen van deze dag gebruik. Het was de dag van de IJsselmeer Challenge. "De meest Hollandse fietsuitdaging!" volgens hun website. Naast de sportieve prestatie is het een fondsenwerf-fietstocht voor het Fonds Gehandicaptensport. Ze zijn er trots op dat de IJsselmeer Challenge als enige toertocht dit jaar wel over de Afsluitdijk kon. 

Een sportieve prestatie is het zeker. Je kunt kiezen uit 50, 100, 150, 200 en 300 km. Vanuit Lelystad zijn er honderden gestart. Niet allemaal over de Afsluitdijk, maar veel groepen hebben we voorbij zien komen. Dat moeten de mannen en vrouwen van de 200 en 300 km zijn geweest. Achteraf nog meer respect voor deze sportmensen. Op één na die ons toeschreeuwde dat wandelaars niet op het fietspad mogen. We liepen achter elkaar aan de zijkant van het brede fietspad. Ruimte genoeg. Een wandelpad is er niet op de Afsluitdijk. Maar deze mentale Remi zal de cursus 'wegkapitein' van de Toerfietsersbond nog niet hebben gevolgd. Later zijn we maar door het gras gaan lopen boven op de dijk. Wel zwaarder lopen, maar minder gestrest dan op het fietspad. Onze bewondering voor de fietsers is er niet minder door geworden. Fietsen is blijkbaar een gevaarlijk sport als ik de vele verkeersregelaars alleen al op deze dijk optelde. Het zal wel weer met de verzekering en de toenemende claimcultuur te maken hebben. We worden steeds angstiger in dit land. 

Virtuele fiets
Om dit spannends allemaal mee te maken waren wij al kort na zevenen via Den Oever naar Kornwerderzand gereden. Frank had met vooruitziende blik geopperd om daarna met de bus terug te gaan naar Den Oever en met de wind in de rug naar de auto in Kornwerderzand te lopen. 
Het kwam uit. De wind was zuidwest en harder dan op het land. Er was één ding anders dan gepland, dat was de Q-bus om ons van Kornwerderzand terug te brengen naar Den Oever. Er stonden bij de parkeerplaats van het Afsluitdijk Wadden Center bij Kornwerderzand wel twee bushaltes, maar de vermelde tijden waren anders dan op internet en er kwamen verdacht weinig bussen langs. Wij besloten, hoe kom je erop, te wachten. 
Wat er wel aan kwam was de Fietsbus. Toch maar voor de zekerheid vragen hoe het met de Q-bus zat. De chauffeur van de Fietsbus begon net aan zijn eerste rit met een lege bus en had er op deze rustige zondag aardigheid in. Binnen seconden waren we uit de droom. De bushalte van de Q-bus was door de renovatie van de dijk verplaatst naar de overkant van de vierbaansweg. Nu hij er naar wees zagen wij het ook. De volgende Q-bus zouden wij niet meer halen. Maar nadat de chauffeur van de fietsbus van onze plannen op de hoogte was had hij er geen bezwaar tegen als wij gewoon meereden naar zijn eindbestemming Den Oever. "Het is gratis. Dus als Nederlander zou ik het wel weten." voegde hij er aan toe. En zo gingen wij met een virtuele fiets naar Den Oever om geheel op schema te beginnen aan onze wandeling. Met onze complimenten en dank namen we afscheid van deze Fietsbus-chauffeur. Hoe veel geluk wil je hebben op zondagmorgen om halfnegen?

Doods?
Wat maak je mee op een dijk met aan beide zijden water? De twee dames die gelijk met ons startten bleven op het asfalt van het fietspad onderaan de dijk en liepen gaandeweg uit beeld. Wij maakten nog wat foto's van de haven van Den Oever waar ik ooit met mijn vader op vistocht ging. 
haven van Den Oever, het belangrijkste dorp van Wieringen
Een passage van de Stevinsluizen volgde, waar wij natuurlijk tussen de pilaren naar de constructie keken en even verderop controleerden of er echt bunkers onder de bramenstruiken zaten. Ooit werden deze sluizen als een ‘gat’ in de verdedigingslinie beoordeeld. Een vijand kreeg met de Afsluitdijk vrij toegang naar de Vesting Holland. Ze konden zo opmarcheren naar Amsterdam. Ook kwam de weg naar marinehaven Den Helder open te liggen. 
De Stevinsluizen moesten het waterpeil van het IJsselmeer regelen. Het waterniveau was essentieel voor de inundaties van de Vesting Holland en de Grebbelinie. Het toenmalige Ministerie van Oorlog stelde als eis dat de dijk er alleen mocht komen als er aan beide zijden deugdelijke verdedigingswerken werden gebouwd. De stellingen aan de Noord-Hollandse en Friese kant van de Afsluitdijk, Stelling Den Oever en Stelling Kornwerderzand, werden aangelegd tussen 1932 en 1936. 

Bij Den Oever werden rond de Stevinsluizen, die het meeste water van het IJsselmeer afvoeren naar de Waddenzee, dertien kazematten gebouwd. Het merendeel kwam op de Robbenplaat te liggen, het verbrede dijklichaam aan de oostzijde van het sluizencomplex. De kazematten waren bestemd voor mitrailleurs en kanonnen. De hindernis voor pantservoertuigen werd ten oosten van de kazematten opgetrokken. De afgezaagde metalen balken zijn op de dijk nog goed te zien. Wat je allemaal leert van een wandeling op een dijk.
vanuit de lucht zijn de drie sluizengroepen van de Stevinsluizen en rechts de Robbenplaat met de kazematten goed te zien
Omhoog de dijk op 
Het eerste stuk liepen we nog langs de snelweg. Veel lawaai. Wel mooie bloemen. Toch voldoende stimulans om het hogerop te zoeken. Boven op de dijk loop je niet alleen rustiger, je ziet ook veel meer. Water aan twee kanten, meeuwen, aalscholvers in de uitstroom van de sluizen, zwaluwen vliegen met je mee en typische zoutwater planten tussen de basaltblokken aan de waddenkant fleuren het grijs op. 
Hoewel het natte gras een test voor de schoenen was en de oneffenheden meer energie vroegen was het boven op de dijk met de wind mee ontspannen lopen. Dat het toch waaide zagen we aan de golven aan de IJsselmeerkant met hier en daar zelfs een beetje schuim.
golfslag bij de Vlieter aan de IJsselmeerkant
Het  Vlietermonument
Na de Robbenplaat was het vierenhalve kilometer naar het Vlietermonument, de uitkijk-toren op de plek waar de Afsluitdijk werd gesloten. In de lunchroom onder de toren draaien ze een mooie film met oude beelden hoe de dijk werd gemaakt. Wat ons opviel was het vele zware handwerk. Pijpen voor de zandzuigers werden op de schouders door tien man versjouwd. Pak op gelijk. De zware basaltblokken gingen van hand tot hand naar het zinkstuk. Alles zonder handschoenen. Wat zal er een eelt op die handen hebben gezeten. En Lely zag er op toe dat het goed ging.
Lely kijkt nog steeds of alles goed gaat
Werk aan de dijk
Breezanddijk
De achtenhalve kilometer naar Breezanddijk ging zonder problemen. De contouren van Wieringen werden vager en heel in de verte zagen we hoge gebouwen, die wij toedichtten aan de haven van Harlingen. Eerst maar even een rust bij het benzinestation aan de overkant van de snelweg. We passeren daar naartoe ook een camping met vaste staanplaatsen. Wat de lol van kamperen midden op de Afsluitdijk is ontgaat ons, maar als je veel van vissen of zeilen houdt is het misschien leuk.
vaag wordt Harlingen zichtbaar aan de horizon

De voorspelde regen blijft uit en de lucht wordt langzaam lichter. De buien trekken de hele dag al donker samen boven de wadden-eilanden en wij worden gespaard. Door naar Korn-werderzand. Hier zien we tekenen van werk aan de dijk. Het fietspad is over een grote afstand verwijderd en allerlei kabels zijn klaargelegd om ingegraven te worden. Overal staan verkeersregelaars van de IJsselmeer Challenge voor het geval een fietser iets niet zou snappen. Mooi pamper-businessmodel moet daarachter zitten.
Elf kilometer naar Kornwerderzand haal ik van de kaartjes uit mijn wandelgids. Door de busrit van vanochtend weten we zeker dat er een knik in de dijk zit, maar voorlopig zien we alleen één rechte streep vooruit. Afstandschatten dan maar weer. Frank heeft er op dit laatste stuk beter kijk op.
Eindelijk de knik in de weg en de rode daken van de huizen op Kornwerderzand
Als je maar lang genoeg doorloopt komt ook de knik voor Kornwerder-zand in zicht en met de zoomlens weten we zeker dat Harlingen links aan de horizon ligt. Na tien kilometer zijn eindelijk de Lorentzsluizen bereikt met het Kazemattenmuseum aan de overkant. 
Harlingen aan de horizon
Wij lopen door, kijken nog nieuwsgierig naar de enorme opslagplaats van de speciale ontwikkelde betonnen blokken en steken over naar de parkeerplaats van het Afsluitdijk Wadden Center.  Zesenhalf uur hebben we over de zevenentwintig kilometer gedaan inclusief alle foto- en rustmomenten. 
Dan hebben we nog wel een halfuur over voor een bezoek aan de expositie in het Wadden Center. Kijken wat ze nu precies gaan renoveren en wat er gebeurt op het gebied van duurzame energie, ecologie, recreatie en toerisme op en rond de vernieuwde dijk. Ik ga het hier niet beschrijven omdat Rijkswaterstaat dat veel beter doet op https://deafsluitdijk.nl/

Het is best interessant om zelf eens langs te gaan. Kijken hoe die 'vismigratierivier' er uit gaat zien. Rijkswaterstaat omschrijft dat als: "Het wordt een kilometerslange slingerende rivier voor vissen, dwars door de Afsluitdijk. Een innovatief project om de Waddenzee en het IJsselmeer weer met elkaar te verbinden. We verwachten dat miljoenen trekvissen de rivier gaan gebruiken. Denk aan zeeforel, zalm, rivierprik, paling en bot. Goed voor het ecosysteem."
Na een halfuur in de expositieruimte begint ons eigen ecosysteem te verstijven. Hoog tijd om zittend deze Afsluitdijk te verlaten. Terug naar het land achter alle dijken. 
 

De dagverslagen worden verzameld in de pagina
Zuiderzeepad: wandelen rond het natte hart van Nederland

zondag 18 augustus 2019

Trektocht Fimmvörduhals IJsland 2019: van Camping Básar in Godaland naar Skógar

Dinsdag 16 juli, wandeldag 5
van camping Básar (240m) via Fimmvörduhals-pas (1050m) 
naar Skógar (25m), ± 9 uur inclusief pauzes,
± 25 km, ± 1000 m klimmen en ± 1225 m dalen



Tussen de gletsjers

Droom
De afgelopen vijf dagen zijn als een droom voorbijgegaan. Een veel te korte droom. De eerste wandeldag lijkt alweer weken geleden. De geplande trektocht is vanmiddag een dag eerder beëindigd dan gepland. Vanochtend kreeg ik bij de receptie van camping Basar niet alleen het weer van vandaag, maar ook dat van morgen te horen. Vandaag prima droog weer, maar morgen de hele dag regen. De man adviseerde mij om de tocht vandaag in één dag te lopen. Naar zijn ervaring zou een langzame wandelaar er tien uur over doen: vijfentwintig kilometer met 1000 stijg- en 1225 daalmeters. 
Het is dus in één dag geworden. Het werd in het echt een aaneenschakeling van afwisselende werelden met verschillende kleuren en temperaturen. Een aanrader kan ik nu zeggen.
Een van de Skoga-watervallen
Gewoon beginnen
De route en het landschap kende ik vooraf alleen gebrekkig van een beschrijving uit mijn wandelgids. Ik wist dat er enkele steile stukken bij zouden zitten. Op mijn A-4 met notities uit de gids en van internet stond de volgende beschrijving voor de gedachte eerste dag:
Hier en daar steile etappe, sneeuwval mogelijk. Onderweg gebrek aan drinkwater, voldoende meenemen. Markering; paaltjes met blauwe kop. Op weg naar Falkhofud is het pad deels met kettingen beveiligd. Op Kattarhryggir smalle graat met veel wind. Vervolgens steek je het plateau Morinsheiði over. Daarna smalle graat Heljarkambur met hier en daar kettingen. Volg gele markeringsstangen. Op de klim vanaf Brattafönn oude sneeuwvelden, kunnen verijsd zijn. De hut Fimmvörðuskáli ligt op een rug 1 km ten westen van het pad over Fimmvörðuháls-pas. Kamperen is daar door het terrein (steil, stenig) zo goed als onmogelijk!
Deze schets heb ik later gemaakt. De 1 op 100.000 kaart gaf  veel meer informatie.
Voor de gedachte tweede dag:
De weg gaat langs de Skógá-slenk naar beneden. Veel mooie watervallen. Voldoende drinkwater onderweg. Blijf na de brug de Skógá volgen. Prachtige watervallen en groen mos. Vlak voor de camping de mooie waterval Skógáfoss. Overnachten op Skogar camping of in hotel? Er is ook een museum. Snelrestaurant in gemeentecentrum. Verken bus naar Reykjavik.
Conclusie: veel moeilijk uitspreekbare namen. Met de kaart en mijn notities kun je nog niet echt een voorstelling maken van wat je te wachten staat. Kettingen heb ik in de loop der jaren al genoeg gezien, dus dat zal hier ook wel goed komen. Aan het einde is er een camping en een restaurant. Uitstekend. Kortom: water meenemen en gewoon aan beginnen.
prachtige kampeerplekken op camping Basar
Omhoog
Vannacht heeft het een paar keer geregend en om zes uur hoop ik echt dat het eindelijk droog wordt. Gelijk met de Zwitserse meisjes die ik gisteren bij de receptie leerde kennen stond ik om acht uur bij de balie voor de laatste update van het weerbericht. 
Het begin van het pad
Een vijftig meter voor ze uit steek ik een halfuur later een bruggetje over en passeer ik het startbord van de Fimmvörduhals. Daarna gaat het direct met balktredes omhoog door een struikenzone waarin vanuit het niets een sneeuwhoen-moeder me voor de voeten loopt om mij af te leiden van de kuikens die zich in de lage struiken verstoppen. Ze houdt zo hardnekkig vol dat ik zelfs tijd heb om mijn camera te pakken.
Paaltjes met blauwe kop, dat klopt alvast
Binnen no time zijn de eerst tientallen meters gestegen en de eerste foto’s genomen. Mijn fototoestel is tijdens de nacht tot inkeer gekomen en werkt weer mee. Daar ben ik echt blij mee. Slingerend gaat het pad verder omhoog langs een eerste vreemde rots, waarlangs terugkijkend de rivier Krossá en de brede keienstrook van gisteren goed is te overzien. 
Het stroombed van de Krossa waar ik gisteren ben overgestoken
Kort daarna komt mijn Tirolervaring van vorig jaar goed van pas bij een kort stukje berggraat waar het aan beide zijden flink afloopt en het pad zich versmalt tot een echt bergpad. Dat duurt maar kort. Het moet de Kattarhryggir uit mijn aantekeningen zijn geweest. Ik kan me voorstellen dat je hier met een storm niet op je gemak loopt. Maar het was vandaag op dit punt in de klim nog bijna windstil. Dus geen probleem.
Over brede stroken gaat het verder omhoog tot ik een eerste rust neem met op de achtergrond de uitlopers van de Mýrdalsgletsjer. De Zwitserse meisjes willen wel een foto van mij nemen en gaan verder. Later halen we elkaar regelmatig in. 
Russische jongens met regenjas aan komen vanuit de tegenovergestelde richting de heuvel af. Er is volgens hun boven  op de Fimmvörduhals-pas veel koude wind. Met regen en windvlagen hadden ze overnacht bij de Baldvinsskáli-hut en zijn zo te zien blij nu in een rustige zone aan te komen. Oké, we gaan het zien. 
De rustpauze was niet voor niets geweest. Het gaat meteen weer flink omhoog op de flank van de berg Heidarhorn. Boven, inmiddels is de achthonderd meter bereikt, is het nog te vroeg om alweer te rusten en gaat het lekker ontspannen verder over de grijze vlakte Morinsheidi. De wind neemt hier al iets toe, maar gelukkig in de rug en daarmee blijft het nog net korte mouwen weer. 
Terugblik op de Morinsheidi-vlakte, die overgaat in de Heljarkambur slenk onderaan de foto
Omdat mijn kaart van 1 op 100.000 zo grof is krijg ik geen goede overeenkomst met de omgeving. Ook niet met de aanvullingen uit de aantekeningen. Ik heb me er bij neergelegd. Met de prima routemarkering volg ik trouw het spoor en laat me zo regelmatig verrassen door een nieuwe wereld. Zo kijk ik al wandelend op de Morinsheidi-vlakte speurend naar de tegenoverliggende helling waar ik wandelaars omhoog zie gaan. Hier en daar zijn kleine fel gekleurde vlekjes van rugzakhoezen te zien. 
Voorlopig zie ik nog duidelijk de rugzakken van de Zwitserse meisjes voor me. Tot die ineens verdwijnen. Even later sta ik zelf aan een diepe slenk in het terrein tussen de hoogvlakte en de daarachter gelegen Brattafönn-helling.
In de slenk Heljarkambur afdalen is nog redelijk te doen maar eruit klimmen is weer een aparte truc. Langs kettingen, die aan loshangende betonijzeren paaltjes zijn bevestigd, je zelf weer door een spleet omhoog wurmen. Het is even worstelen maar niet echt gevaarlijk. Pas daarna volgt het zwaarste deel van de hele dag, een steil stuk door mul zand omhoog naar Brattafönn terwijl de wind om je oren fluit. 
de kettingen om uit de Heljarkambur te komen hingen aan loszittende betonijzers

Sneeuw en lava
Eenmaal boven is het hoogste niveau bereikt en ook dringend tijd om het regenjack er als windbreker bij aan te trekken. Vanaf dat moment blijft het een paar kilometer min of meer op gelijke hoogte. Hier begint een groot sneeuwveldengebied direct langs jonge, nog pikzwarte lava van de uitbarstingen in 2010 van de Eyjafjallajökull-vulkaan. Erupties die het Europese luchtverkeer destijds lamlegden. Naast wit en zwart ook de kleur rood bij de twee kraters Magni en Modi. Het is prachtig en gaat maar door op dit Godahraun, het lavaveld van de goden. 

jong lava uit 2010

Direct langs de lavatongen

De Texaan is mij weer gepasseerd op een lang sneeuwveld

Een van de beide kraters uit 2010 Magni en Modi

Als de zon even doorbreekt licht het rood mooi op
Ik kijk mijn ogen uit en geniet van dit toneel. De foto's geven een aardig beeld, maar je moet er zelf hebben gelopen om de bizarre omgeving helemaal te ervaren. Hier kom ik ook weer de Texaan tegen die zich gisteren heeft bedacht en vanochtend zelfs vanuit Langidalur, drie kilometer extra, aan deze tocht is begonnen en mij nu alweer heeft ingehaald. 
De Fimmvorhals-pas is bijna bereikt. Bovenop bergrug is de hut Fimmvorduskali te zien
Geknoei
Eerder dan gedacht zie ik om halfeen op vijfhonderd meter aan mijn rechterhand de hut Fimmvörduskali, die ik niet zal aandoen. De hut waar je volgens de wandelgids en de man van de receptie niet goed kunt kamperen door de stenen ondergrond en de sterke wind. 
De Zwitserse meiden glibberen voorzichtig vooruit (ingezoomde foto)
Het pad gaat met golven op en neer. Voor mij zie ik beneden de twee Zwitserse meisjes een ogenschijnlijk matige helling moeizaam passeren. Wat zijn ze aan het doen? Wat een geknoei. 

Tot ik er even later zelf sta. Voor me ligt een vijftig meter, door bevroren smeltwater, spiegelglad stuk waarover je jezelf veilig naar beneden moet loodsen. 
Van eilandje naar eilandje zwarte as schuifel ik voorzichtig verder en schop als een strooiwagen as voor mij uit. 
Zonder kleerscheuren bereik ik het onderste punt waar een klein stroompje het smeltwater afvoert. Het klimmen gaat een stuk makkelijker. Nog een keer achterom kijken voor een foto van dit enigszins blauw verijsde stuk. Weer overleefd.








Terugblik op deze spiegelgladde helling aan de overzijde
Er volgen weer sneeuwvelden waartussen op de zwarte ondergrond hier en daar mooie rode lavabrokken zijn uitgestroomd of uitgeworpen. In de verte zie ik de nok van een hut (Baldvinsskáli) waar normaal gesproken ook op een kale vlakte gebivakkeerd kan worden. Dat is niet mijn bedoeling, maar dat had als uitwijkmogelijkheid kunnen dienen als het te zwaar zou worden. Alles gaat gelukkig goed en ik ben nog niet echt moe. 
Baldvinsskali-hut. Er schijnen 20 slaapplaatsen te zijn
(foto van de website van de hut)
Ik ga nog wel even kijken en ontmoet de moeder en kind die op deze hoogte in hun kleine hut met enkele bedden blijkbaar iets bijverdienen. Ze verzekert me dat het vanaf hier rustig naar beneden gaat.  Kort stop ik bij de pauzerende Zwitserse meisjes en eet als lunch vier biscuits en twee marsen. De derde hou ik als reserve.
Bovenloop Skoga

Na de Baldvinsskáli-hut gaat het inderdaad kilometers heerlijk maar saai over een keienpad naar beneden. Op dit pad waarover ook terreinwagens omhoog kunnen schiet het goed op. Hier en daar onderbreek ik voor een rust of foto’s van rommelende en bruisende watervallen. Pas na het overschrijden van deze rivier Skógá wordt het landschap groener en gaat het direct langs de oevers harder naar beneden. Daarmee loop ik kilometers van de ene schitterende waterval naar de andere. De Skógá heeft zich diep ingevreten in de stenen ondergrond en buldert langs, over en tussen allerlei prachtig groene rotsen naar beneden. Je komt foto’s tekort. 







Het twintig kilometerpunt is al ruim gepasseerd. Het gaat goed, maar veertien kilometer rustig en hier en daar minder rustig naar beneden gaat doorwegen in mijn knieën. Het dalen gaat maar door en terwijl mijn vermoeidheid toeneemt stijgt ook langzamerhand het aantal tegenliggers. Steeds meer mensen die zonder een rugzak een korte wandeling stroomopwaarts maken. Ik moet in de buurt van het eindpunt komen. Dat kan niet anders.



Nog een laatste rust, een aantal bochten en verschillende watervallen en stroomversnellingen en ik zie een groep mensen bij een uitkijkplateau. Ze staan daar niet zonder reden. Ze kijken boven op de allerhoogste waterval van mijn tocht, de Skógáfoss. Zestig meter valt het water hier naar beneden in een nevel van opspattend water. Met een zegegevoel passeer ik op de ruim vierhonderd treden hoge trap de toeristen die zich moeizaam naar boven werken langs de leuningen en de kettingen. Beneden ga ik in één doorgaande beweging naar de onderkant van de waterval voor de afsluitende foto’s. De trektocht van 2019 zit erop.
Mijn knieën doen zeer en mijn voetzolen gloeien. Maar voorlopig heb ik het gehaald en heb ik mij getrakteerd op het eerste niet-poedereten sinds vijf dagen. Samen met de Texaanse jongeman zit ik in restaurant Skógar Street Food. We eten fish and chips en lessen de dorst met twee flessen Vikingbier. Wat een traktatie. Geld speelt even geen rol. De bankpas doet het goed in IJsland. We kletsen wat over Trump en andere gevaarlijke dingen. 
Morgen scheiden onze wegen. Hij terug naar het vliegveld en ik neem een extra niet voorziene rustdag op deze vreemde camping-plaats aan de voet van de hoge Skógáwaterval waar de toeristen in processie aan onze tenten voorbijtrekken. Nog even het wandeltrektochtgevoel een dag rekken. En dan beginnen we aan de vakantie samen met Judith. Daar kijk ik al naar uit en wil die overgang niet verstoren met een dag op een hotelkamer. Nog even de droom vasthouden tot hij vervliegt.


De dagverslagen zijn aaneengeregen tot een totaalverslag. 
Klik voor het totaalverslag op deze link verslag trektocht of ga naar  TREKTOCHT- en WANDELVERSLAGEN in de rechter marge van deze pagina