Welkom


Welkom op mijn trektochten- en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

vrijdag 28 september 2018

Trektocht Tiroler Höhenweg 2018: van Gasthaus Hochfirst naar Zwickauer Hütte

 Donderdag 16 augustus, wandeldag 11
van Gasthaus Hochfirst (1763m) via Rauhes Joch (2926m)
en Bivak Josef Pixner (2708m) naar de Zwickauerhütte (2979m)
Zuid-Tirol, Italië
± 9 uur inclusief pauzes,
± 16,5 km, ± 1800 m klimmen en ± 650 m dalen

Zwickauer  Hütte

Koninginnenetappe

Venijn
Mens, mens, mens wat is het zwoegen om bijna drieduizend meter hoogte te bereiken. Vandaag achttienhonderd meter geklommen en toch ook nog zeshonderdvijftig meter gedaald. Zelfs twee keer boven de negenentwintighonderd meter ging het uit. Ook al werd dat uitgesmeerd over zestieneneenhalve kilometer, het venijn zat in de staart.
Afdaling naar de bodem van het Seebertal. 
Afdaling naar de bodem van het Seebertal.
Midden boven het silhouette van Gasthaus Hochfirst.
Seeberdal
Seeber Alm
Kwart over zeven. Lekker in de eerste ochtendzon kort afdalen naar de bodem van het Seeberdal (1716m). Over weides en tussen bomen gaat het prettig rustig omhoog naar Gastwirtschaft Seeber Alm (1842m). Een uur na de start is het daar nog veel te vroeg voor een eerste stop. Alles is nog in ruste. Kort daarna kom ik met tussenpozen jongens en meisjes in tweetallen tegen met flinke rugzakken. Ze hebben de nacht in tenten in het veld doorgebracht en zien er gematigd gewassen uit. Dat hoort erbij. Vorige week tijdens mijn bunkerervaring was dat ook niet het eerste waar ik 's morgens aan dacht.


Verder ging het door het Seeberdal dat vooral aan de westzijde wordt begrensd door hoge bergen met sneeuw rond de toppen. De meeste zijn tussen de 3000 en 3200 meter hoog en vormen de natuurlijke grens tussen Italië en Oostenrijk. Dat wordt ook de bergrug waarop ik vandaag wil eindigen bij de Zwickauer Hütte (2997m). Dat is dan voor mij het hoogste punt, niet alleen tijdens deze Tiroler Höhenweg, maar zo hoog was ik nog nooit op eigen kracht in de bergen.

Het pad zoekt aanvankelijk zijn weg omhoog via de oostelijke zijde. De eerste serieuze stijging brengt me bij een alleenstaand schuilhutje aan het begin van een hoger almgebied, de 'Hintere Seeber Kar'. Een mooie plek voor een pauze en een goede gelegenheid om twee Duitse en even later twee Italiaanse inhalers te laten passeren. Eenmaal boven op dit achterste Seeber keteldal stijgt het weer rustig verder terwijl de richtingaanwijzers je naar de Grubjoch (2661m) leiden. Mooi wandelen. Afwisselend gematigd omhoog en dan ineens weer een flinke opstap van enkele tientallen meters. 
Vlak voor de joch pauzeer ik bij de schitterende kleine Scheibsee die de omringende bergen prachtig weerspiegeld. Al mueslirepen etend neem ik ruim de tijd om te herstellen en me voor te bereiden op de eerste echte uitdaging die voor de deur staat: Rauhes Joch (2926m). 

Rauhes Joch
Bij de Scheibsee heb ik nog geen idee hoe die route naar en over Rauhes Joch eruit ziet. Wel is het op mijn kaart vanaf Grubjoch gemarkeerd als steil en smal. Bij de Grubjoch zie ik mijn Duitse en Italiaanse voorgangers op de volgende graat al flink omhoog stappen. Eerst nog maar even bij de Grubjoch van het uitzicht genieten. Beneden ligt het Pfelderertal waar ik in juni met de bus met gemengde gevoelens naar Meran reed. De mooie groene lagere bergweides en het dorp Moos in Passeier kan ik diep beneden zien liggen. 
blik in het Pfelderertal vanaf de Grubjoch

over deze berggraat zal het van links naar rechts naar Rauhes Joch gaan.
Ja en dan moet het maar gebeuren. Vooruit, verder. Ook ik ga over de graat omhoog en volg op enige afstand achter de voorgangers, zodat ik mooi kan zien hoe het pad loopt. Tussendoor daalt het op de graat nog een keer kort af over een rul aarden stuk van twintig meter. Even later passeer ik een berghoek over een smal pad op een steile helling waarbij ik zo geconcentreerd ben geweest dat de steilheid me later op de foto pas echt is opgevallen. Je vraagt je af hoe ze deze paadjes lang geleden als eerste hebben geprobeerd en min of meer hebben gevormd. Dat moet een uitdaging zijn geweest. 
Op weg naar Rauhes Joch. Even naar beneden en dan het laatste stuk omhoog en erlangs.

Rauhes Joch

Uitvergroting van bovenstaande foto. Het pad loopt van rechts naar links langs de wit-rode strepen.
 Links zijn mijn voorgangers bezig met de laatste meters om de hoek om te gaan.
Wanneer het pad weer daalt constateer ik met tevredenheid dat ik Rauhes Joch blijkbaar heb gehad. Waarschijnlijk was het de omtrekking van die bergpunt die ik nog wel op de foto heb staan met mijn voorgangers daar in actie. Op en voorbij Rauhes Joch ben ik blijkbaar zo gefocust geweest op de smalle strook voor me dat ik niet gedacht heb aan het maken van foto's. 


Biwak
Om 13.00 uur was ik al op driekwart van de afstand met het bereiken van het 'Biwak Josef Pixner' (2708m). Dat is een moderne, comfortabel ingerichte aluminium schuilhut in de vorm van een kubus op metalen stangen. Er zijn minimaal zes slaapplaatsen en ik zag een brandertje en mogelijkheden om een maaltijd te bereiden. Het toilet was een laag ommuurde inham op het redelijk vlakke plateautje. Er zal wel gebruik gemaakt worden van een biologisch verantwoorde zuivering. Anders wordt het snel een echte puinhoop. 
foto van website outdoorseiten
De twee Duitsers zijn al weer ruim verder. De twee Italianen blijven hier overnachten. Het zijn de twee leiders van de scouts die ik vanochtend ontmoette. De scouts zijn tussen de zeventien en eenentwintig jaar oud en hebben na de nacht te velde twee dagen om op eigen gelegenheid rond te trekken. Dat doen deze leiders nu ook. Een van de twee is een priester die in de parochie jeugdwerk in zijn portefeuille heeft. Hij zag er betrouwbaar uit. Meer vragen heb ik niet gesteld.

'Biwak Josef Pixner' was mijn doel voor vandaag als ik lang zou doen over de als zwaar aangeduide etappe. De zwaarte was mij tot nu toe meegevallen. Enkele aardige klimmen maar allemaal rustig te doen. Ik was Rauhes Joch nu ook voorbij en had daarmee de eerste 2900-plus passage achter de rug. Met de middag nog grotendeels voor de boeg moeten die vijfenhalve kilometer naar de Zwickauer Hütte toch goed te doen zijn? Tijd genoeg zou je denken. Ik wil die hut nu eindelijk wel eens zien. In juni was dat jammerlijk mislukt. En ik zat al op iets meer dan 2700 meter hoogte, dus nog een kleine driehonderd meter stijgen mag geen probleem zijn. Niet dan?
Beneden het Pfelderertal met markante skihelling boven het dorp Pfelders op de tegenoverliggende helling.
Zwickauer Hütte
Maar ik had toch iets beter in mijn boekje moeten kijken want daarin staat duidelijk dat de route eerst nog daalt naar beneden de 2500 meter. Dat afdalen ging overigens prima. Dat werd uitgesmeerd over vierenhalve kilometer. De hut kon ik zo nu en dan als er geen wolk voor hing al hoog boven op de berg zien. En als hij niet te zien was dan kon ik mij oriënteren  met de wat lager gelegen pylon van de goederenkabelbaan. De te klimmen hoogte nam naarmate ik naderde alleen maar toe. Ik moest steeds steiler omhoog kijken. 
in die wolk ligt de Zwickauer Hütte
Hoe kom ik daar boven, vraag je je van een afstand af. Dat is hier simpel geregeld. Volg trouw de markeringen, passeer vele beken en een puinveld van de gekrompen gletsjer en tenslotte sta je aan het begin van de klim. Alleen bleef er nog slechts een kilometer steil bergpad over om die vijfhonderd hoogtemeters naar de hut te overwinnen. Het ging dus flink omhoog en bovendien zaten er nog enkele aardig steile stenen trappetjes bij over een stukje berggraat en in de laatste tweehonderd meter naar de hut. 
Of het door de ijlere lucht kwam weet ik niet, maar ondanks het bewust lage tempo moest ik regelmatig in het laatste deel kort stoppen en herstellen. Ik was niet de enige. Beneden mij zag ik veel langere rustpauzes bij een tweetal wandelaars. De klim ging maar door. De steilheid van de klim ontnam het zicht op de hut. Toen ik de bijbehorende vlag van de autonome provincie Zuid-Tirol weer in het vizier kreeg gaf dat weer moed. 
Valse moed want er volgde nog een langdurige zigzag voordat ik om halfvijf onder de toegangsboog van het terras doorstapte en even later mijn bril liet beslaan in de warme Stube van de hut. Buiten was het acht graden, binnen, met de deur naar de keuken open, boven de twintig. Uithijgen, voor je uit staren en voorzichtig aan een grote cola nippen. Ze hadden gelukkig een slaapplaats voor me.
Terugblik vanaf het terras van de Zwickauer Hütte
Zwickauer Hütte. Je kimt omhoog tegen de helling op de foto rechtsonder de hut en
 komt tenslotte op het terras door de boog. Een soort ereboog ter begroeting.

IJspakket vlakbij de hut
's Avonds zat ik aan tafel bij de twee Duitsers die mij onderweg waren gepasseerd. Ze kwamen uit Dresden. Op grote hoogte gaan gesprekken natuurlijk over ijlere thema's. Wat te denken van onderwerpen als president Trump, verschillen tussen Nederlanders en Duitsers, zijn jonge generaties Duitsers nog schuldig aan de oorlog. We hebben ook over wandelervaringen gesproken.
Een trektocht is echt een inspannende bezigheid.  



De dagberichten zijn aaneengeregen in een totaalverslag:
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review

dinsdag 25 september 2018

Trektocht Tiroler Höhenweg 2018: van Schneeberghütte via Grosser Timmler Schwarzsee naar Gasthaus Hochfirst

 Woensdag 15 augustus, wandeldag 10
van de Schneeberghütte (2355) via de Karlscharte (2691) en
de Grosser Timmler Schwarzsee (2514) naar Gasthaus Hochfirst (1763)
Zuid-Tirol, Italië
± 6 uur inclusief pauzes,
± 11 km, ± 530 m klimmen en ± 1070 m dalen

Grosser Timmler Schwarzsee

Keteldal

Mariahemelvaart is het vandaag. Het schijnt zelfs hier in St. Martin am Schneeberg met een mis in het kleine kapelletje gevierd te worden. Dat ga ik niet meemaken. Na een nacht met bijna dertig slapende mensen om mij heen is het om zes uur tijd voor frisse lucht. Bovendien had ik last van een verstopte neus, waardoor je al helemaal moeilijk ademhaalt. Van Duitse wandelaars hoorde ik dat zoiets veel voor komt op grotere hoogte als gevolg van de droge lucht. Behalve lichamelijke reacties door de grote dagelijkse inspanning, merk ik verder geen bijzonderheden.

Als eerste zat ik in de gezellige eetruimte om halfzeven aan het ontbijt. Voor een schappelijke 60 euro voor half pension en enkele drankjes kreeg ik de bewerkte kopie van mijn paspoortbladzijde terug en mocht ik om zeven uur vertrekken.

Karlscharte
Het is half bewolkt en fris. Ik hou mijn fleece voorlopig nog mooi aan. Na de oversteek naar de tegenoverliggende helling krijg ik zicht op de afgravingen onder St. Martin am Schneeberg (2300 m). Afgegraven etages steken grauw af tegen het omringende groen van de weides en het wit van de hut. Om zeven uur loop ik hier nog alleen. Rustig ga ik in dit tijdelijke niemandsland omhoog en dring een ruime slenk binnen waarbinnen ik met grote bogen klim naar de nauwe doorgang naar het volgende dal, de Karlscharte (2691 m).
Karlscharte
Timmelsdal

Het Timmelsdal aan de andere kant laat zich etagegewijs ontdekken. Het is een zogenaamd keteldal, een dal dat komvormig eindigt. De Tiroler Höhenweg volgt deze ronding. Als eerste de afdaling vanaf de Karlscharte naar de bodem van de bovenste Timmelsalm. De bergrug waar ik net de overstap naar deze vallei maakte vormt dan weer hoge flanken aan de rechterhand. Het pad voert door het witte erosiepuin van de berg Schneeberger Weissen. 
Eenmaal in het weidegebied is het gerieflijk lopen langs kleine meertjes en over snel stromende beken. Volgens mijn kaart schijnt dit dal de oorsprong van de rivier de Passer te vormen, de naamgever aan verschillende dalen en dorpen hier. Het water waar ik over stap zal sneller in Meran zijn dan ik. Het stroomt ook alleen maar laf naar beneden. Geen karakter. De beken hier in de bovenste alm lozen hun water naar het middelste almenplateau, dat doorsneden is van meanderende stromen die zich tenslotte verenigen om zich als Passer naar beneden te storten. Van boven ziet het er prachtig uit, misschien zelfs wel wunderschön.





Oberkrumpwasser begin van de Passer
Ik omtrek nog wat koeien die denken hier het alleenrecht te hebben en begin weer te stijgen terwijl ik nog steeds geen zicht heb op de alom geprezen Grosser Timmler Schwarzsee. De ruime boog die het pad op mijn kaart naar de overkant van het dal maakt heb ik duidelijk onderschat. Dat grote meer moet wel snel verschijnen anders weet ik niet of ik het wel zo mooi vind. Dat is stoer gedacht, maar er is geen ander pad. 
Grosser Timmler Schwarzsee
Tegemoetkomende wandelaars nemen in aantal toe. Zij omlaag, ik omhoog. Eindelijk bereik ik met een ferme laatste overstap de oeverrug waarbinnen het meer ligt. Het is de moeite waard geweest. Mooi blauw tekent het af tegen de groen-grijze achtergrond. Enkele vissers zijn actief aan de overkant, hier en daar rusten mensen langs de oevers, sommige wandelaars trekken door naar het gletsjergebied hogerop. Na de oversteek van de uitstroom van het meer over keurige stapstenen pauzeer ik op het achterliggende bergje en geniet van dit panorama. 


Uitstroom van de Grosser Timmler Schwarzsee
Je zou hier zo een uur kunnen pauzeren. Bij een trektochtwandelaar ontstaat er echter na een kwartier een soort autonome handelingstroom. Rugzak dicht, omhangen, rondkijken of je niets vergeten bent, blik op de kaart, waar gaat het pad verder, en gaan. Terug in die vreemd genoeg rustgevende cadans. De kunst is al wandelend te genieten van de beweging, de voortgang en het landschap. En zo nu en dan ontmoet je ook nog mensen. Dat is op deze feestdag geen enkel probleem. Velen hebben het meer vandaag als wandeldoel. Het is er op de route er naar toe druk als op een zondag. Gezinnen, honden, alles gaat op deze feestdag ter ere van Maria omhoog. Als ik ze al dalend van boven bekijk zullen vele van deze mensen ook de hemel bereiken, maar  zeker niet allemaal de Grosser Timmler Schwarzsee.
Laatste stuk van de afdaling naar de Timmelsalm Gastwirtschaft (foto van internet)
(foto van internet)
Omdat het feest is pauzeer ik nog een keer op het terras van de Gastwirtschaft op de onderste Timmelsalm voordat ik afdaal naar de Timmelsbrücke. Daar eindigt het dal bij de Timmelsjochhochstrasse die het domein is van motorrijders, sportauto's, auto's met open dak en daartussen wielrenners. Oh, ja en ik. Als een schichtig hert loop ik langs de kant van de weg in de richting van de pijl die zegt dat het Gasthaus Hochfirst twintig minuten verder ligt. Regelmatig kijk ik in het dal onder me of er weer verkeer aankomt om zo tijdig een veilig plekje in de berm te vinden. Anders wordt dat bij de tunnel vlak voor het hotelletje. Na een gedegen controle of het achter me voorlopig veilig blijft ga ik voor het eerst met mijn zak op de rug in de looppas voorwaarts. Het moet al niet zo zijn dat je tijdens een hoge bergtrektocht verongelukt, maar het is helemaal sneu als je bent plat gereden in een tunnel.
Timmelsbrucke met de Timmelsjochstrasse (foto van internet). het Gasthaus Hochfirst ligt rechts om de hoek.
Mijn vrees voor een vol Gasthaus was ongegrond. Om 13.00 uur was ik met succes en opluchting een van de eersten voor een kamer. Niet zo heel verwonderlijk want de kamers sluiten goed aan op het berghuttenniveau. Maar ik ben er weer blij mee op deze Maria ten hemelopneming. Positief is dat ook de prijs gelijke tred heeft gehouden, 40 euro. Eerst even naar huis bellen en naar de verontrustende medische berichten informeren. Die blijken gelukkig minder alarmerend dan gisteren. Dan nu meteen voor de eerste keer mijn wandelbroek wassen. Dan zit ik er bij het avondeten weer kek in een schone broek bij. Dat ie dan ook droog is maakt het nog feestelijker.


De dagberichten worden aaneengeregen in een totaalverslag. 
Klik op onderstaande link: 

zaterdag 22 september 2018

Trektocht Tiroler Höhenweg 2018: van Maiern im Ridnauntal naar de Schneeberghütte

 Dinsdag 14 augustus, wandeldag 9
van Maiern im Ridnauntal (1370) via de Schneebergscharte (2726)
naar de Schneeberghütte (2355)
Zuid-Tirol, Italië
± 6,5 uur inclusief pauzes,
± 10,5 km, ± 1350 m klimmen en ± 370 m dalen

St. Martin mijnschacht

Mijnbouw op hoogte

foto van internet
Wat ben ik blij dat ik geen mijnwerker was in de eerste helft van de vorige eeuw op een hoogte van ruim 2300 meter. In een door hoge bergen omgeven dal ondergronds of in dagbouw als een mol op zoek naar erts. In je waarschijnlijk spaarzame vrije tijd alleen dezelfde kleine gemeenschap om je heen zonder contacten met de buitenwereld. Even naar een iets groter dorp lopen lager in het dal duurde minstens twee uur. Toen ik de foto's in het museum van St. Martin am Schneeberg zag was ik weer even terug in de tijd van mijn grootouders. 
foto van museumwebsite
Wat een beperkte wereld met veel harde lichamelijke arbeid. Veel rokende mensen, die in die beperkte vrije tijd met muziek en gezang hun leven opvrolijkten. En alles natuurlijk onder het minzame toezicht van de geestelijkheid. Een katholieke kerk die zelf mede-eigenaar werd van deze mijnbouw. De museum-medewerker vertelde dat vanaf dat moment werken op zondag was toegestaan.
foto van internet
Indrukwekkend hoe de aanwezigheid van zink, lood, zilver, hier een hele gemeen-schap vormde met een eigen kerkje, slagerij, café, en drie verdiepingen hoge legeringsgebouwen. Voor de afvoer van het erts werd van alles bedacht; treintjes, kabelbanen, afwisselend met paardenkracht en waterkracht voortgedreven. Maar voor de arbeiders was dat beperkt. De doden mochten niet lokaal worden begraven. Dat moest natuurlijk in "gewijde aarde". Die werden daarom onder andere naar Dorf Tirol gedragen, zeker twee of drie dagen lopen. Als je in de winter overleed dan werd je in de vrieskou bewaard en was je in het voorjaar aan de beurt.

Ontbijt
Mijn dag begon met de zoektocht naar het ontbijtadres van de gastvrouw. Door familiare omstandigheden lag dat buiten de boerderij. Gisteren dacht ik hundert Meter weiter an der Ecke nog goed begrepen te hebben. Bij dat huis zag ik niets dat op ontbijt leek. Dan maar weer even terug naar de boerderij. Misschien zijn ze in de stal. Na de passage van de mestvaalt vond ik de ingang en stelde wel vast dat ze vijf koeien met opgebonden staarten nog op stal hadden staan en ook een koppel kippen bezaten, maar waar de ontbijtplek was bleef duister. Dan maar een buurvrouw aanschieten. Ik moest op de bovenverdieping zijn van het huis op de hoek. Okéee.

Het ontbijt was prima geregeld en met de gastvrouw heb ik gezellig gekletst over de lokale verhoudingen. Zo hoorde ik dat de boer van de Prischeralm van gisteren toch minder koeien had dan hij mij liet geloven. Dat telt in deze omgeving natuurlijk mee. Ze kon er hartelijk om lachen. Het meeste vee stond momenteel niet op stal maar liep boven in de bergen. Ze hadden daar ook nog duizend schapen op hun almen lopen. Meteen krijgt zo'n boerderij dan andere dimensies.

Route
Met uitzondering van een aardige klimmetje net na het Ridnaun-mijnmuseum gingen de eerste zes kilometers rustig stijgend door het Lazzacherdal omhoog. Wirtschaft Stadalm werd om halftien vruchteloos gepasseerd. De gastvrouw was nog bezig met het afnemen van de tafels en de koffie was nog niet klaar. 

Ridnaun mijnmuseum

Ridnaun mijnmuseum

Laatste terugblik in het Ridnauntal

Lazzacherdal

Halverwege het dal dwong een kapotte overstap over de Moaer Bach nog tot geconcentreerde steensprongen die mij in een doorgaande beweging zonder brokken aan de overkant bracht. De Duitse jongens, die ik gisteren al leerde kennen stonden verderop aanmerkelijk moeilijker te wankelen. Gelukkig bereikten ook zij zonder ongelukken de overkant. 
De rest van het pad door het dal tot aan Gasthof Poschalm liep langs allerlei overblijfselen uit de mijnbouwtijd; kabelbanen, verbindingsweggetjes en een uitgang van een ondergrondse transportgang naar de andere kant van de berg. Alles in handen van mensen die dit industrieel erfgoed willen bewaren. 
Gasthaus Poschhaus
Vlak voor de afslag naar het Poschhaus moest ik nog slalommend door een kudde geiten, die dit terrein toch echt als hun gebied beschouwen en niet voor je opstaan.



Een echte Scharte
Vanaf het terras van het Poschhaus had ik de eerste twee honderd meter stijging van de ruim zeshonderd al op mijn gemak kunnen bekijken. Recht omhoog. Dat moesten we maar eens heel rustig gaan doen om zonder gehijg boven te komen. Dat lukte dit keer wonderwel. 'Mijn krachten nemen na acht dagen zelfs toe' fluister ik mezelf in, terwijl ik bezig ben met het laatste stuk, dat zigzaggend in de wolken tegen een grijze helling omhoog gaat. Tot mijn tevredenheid gaat het benutten van de kleine steentjes en keitjes bij het klimmen en afdalen steeds beter. Ach, als je langzaam leert heb je lang plezier van je vorderingen. 
De vertaling van Scharte is inkeping. Boven op een bergrug is het beter te vertalen met nauwe doorgang. Daar waar het bij een Joch echt ruim is, beperkt zich dat bij een Scharte tot de breedte van het pad. De Schneebergscharte (2726 m) was er een mooi voorbeeld van. Je wipt met een paar stappen van het ene in het andere dal.
St. Martin am Schneeberg
Als eenmaal aan de andere kant in de Schneebergvallei de wolkenlaag is gepasseerd tekent zich een compleet omgewoeld landschap af. Resultaat van de dagbouw op zoek naar erts.  Overal liggen hopen mijnafval opgestapeld. 




Schneebergmuseum
Later leer ik in het museum naast de Schneeberghütte, dat de bergen waar ik over liep ondergraven zijn met een wirwar van mijngangen. Meer dan 150 km.



Verrast ben ik wanneer ik de laatste heuvels passeer en zicht krijg op de verschillende gebouwen die samen St. Martin am Schneeberg vormen. Zulke mooie gebouwen had ik hierboven niet verwacht. Het is duidelijk meer dan een hut. 

Het gebouw waarin de hut is gevestigd blijkt het oorspronkelijke directiegebouw van de hoge heren van de mijnbouw. Het legeringsgebouw van de mijnwerkers is in 1967 afgebrand en dat betekende het einde van de mijnbouwactiviteiten. Verder is er een kapelletje en enkele andere gebouwen, waaronder het huidige museum en de oude smederij. 
Schneeberghütte

mijn schoenen op verwarmde dragers
De hut zelf is een luxe gebouw dat met de oude indeling en de warm aangeklede barruimte, de Stube, een aangename indruk maakt. Jaren geleden is het omgebouwd van het directiegebouw naar een hut met een ruim aanbod aan kamers, goede keuken, goed sanitair, een prima droogkamer en een ruim Lager
de Stube (foto van de website van de hut)
Voor avonturiers als ik, die niet gereserveerd hebben, is er dat Lager, de ruimte op zolder met dertig bedden. Ik ben al lang blij dat ik hier zonder reserveren een bed krijg. Een geluk dat ik om drie uur een van de eersten ben en een bed in een nis uit kan zoeken. Dat is wel een voordeel van de stillere Tiroler Höhenweg dat je zonder reserveren altijd een slaapplaats hebt, denk ik dan nog. Als ik na het eten rond acht uur 's avonds terugkeer op zolder is er geen bed meer vrij. Mariahemelvaart wordt massaal met wandelen gevierd en waarom zou je daar dan niet een nachtje op hoogte aan vastknopen.
Lagerraum Schneeberghütte
Mijn geitenbokmenu heb ik dan net gegeten aan tafel met de nieuwe bekenden, de twee Duitse jongens die bij nadere kennismaking jurist en klinisch verpleger blijken te zijn. Beroepen die voldoende gespreksstof bieden om de oude geit op mijn bord te waarderen en langzaam om te zetten in energie voor morgen. Als die geit vannacht maar niet begint terug te trappen.

De dagberichten zijn aaneengeregen in een totaalverslag:
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review