Welkom


Welkom op mijn trektochten- en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

vrijdag 29 juni 2018

Trektocht 2018: Pauze Tiroler Höhenweg (THW)


Wandeling 'tijdelijk' gestopt


In mijn vorige bericht meldde ik al dat de jaarlijkse trektocht vroeger dan normaal van start ging. In de beperkte wandelverslagen over de Tiroler Höhenweg werd wel gesproken over de mogelijkheid van sneeuw in juni, maar werd dit niet echt als een blokkade benoemd. Dat bleek het in de praktijk wel. Al op de tweede dag ging het bij de zogenaamde Spronserjoch (op 2581 meter hoogte) over de eerste sneeuwvelden. Schitterend vond ik deze nieuwe ervaring. 
op weg naar de Stettinerhütte (midden bovenin)
Dat veranderde de volgende dag bij een zware klim naar de Stettinerhütte (2875 m) door een keien- en sneeuwlandschap.
Daar aangekomen wachtte mij na acht uur uitputtende inspanning een andere onvolkomenheid in mijn informatievoorziening; hij was gesloten. Te laat om terug te keren naar het dal heb ik geïmproviseerd overnacht op het terras. Het terras was wel helemaal voor mij alleen.
Het definitieve besluit om te stoppen volgde de volgende dag. Een hachelijke glijpartij eindigde met geluk alleen met schaafwonden. Onder het motto don't push your luck to far ben ik teruggekeerd naar het dal. Eerst om uit te rusten en daarna mijn vlucht om te boeken en voorlopig terug te keren naar huis. Ik zal het de komende dagen meer in detail beschrijven.
Voorlopig, want de plannen worden omgegooid. In augustus moet die sneeuw toch wel weg zijn en alle hutten open. Nieuwe kansen dus op het voortzetten van deze wandeling in een echt prachtige omgeving. Wel met minder gewicht. De tent gaat niet mee, alleen een bivakzak voor noodgevallen. Het wordt een huttentocht. Bovendien mag je er niet wild kamperen. 
Een kleinere rugzak is al gekocht. Net zoals een nieuwe wandelbroek. De oude had de glijpartij niet zonder scheuren doorstaan. Nu nog even overleggen met Judith.



De dagberichten zijn aaneengeregen in een totaalverslag:
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review

maandag 18 juni 2018

Trektocht 2018: Tiroler Höhenweg (THW)

Schlegeisspeichter gezien vanaf het Friesenberghaus op de Berliner Höhenweg

Grensoverschrijdend wandelen


Veel vroeger dan normaal gaat de jaarlijkse trektocht van start. Niet in augustus, maar in juni en juli. Judith zit in Australië en waarom zou ik dan thuis blijven. Dan kunnen we er in augustus samen nog op uit.
Na de twee trektochten over het Olavspad in Noorwegen met de regelmatige regen ben ik op mijn zoektocht naar een nieuwe uitdaging meer naar het zuiden gegaan en uitgekomen bij de Tiroler Höhenweg. Deze trektocht loopt van Mayrhofen in Oostenrijks Tirol naar Merano in Italiaans Zuid-Tirol en passeert daarbij onder andere de Brennerpas. De afstand is 130 km als je eerst vanuit Mayrhofen met de bus naar het officiële startpunt gaat bij het Schlegeisspeicher en duurt ongeveer dertien dagen. Ga je wandelend naar het startpunt over de Berliner Höhenweg dan komen er nog drie dagen en plus minus 35 km bij. Op deze laatste variant viel mijn keuze.
Waarom deze Tiroler Höhenweg? 
Tijdens de Tour du Mont Blanc in 2014 had een ouder echtpaar enthousiast gewezen op de mooie wandelingen in Tirol en de Dolomieten. Ik kwam niet uit bij de bekende Dolomiten Höhenweg nr. 1 maar bij de THW die door een rustiger gebied schijnt te gaan. Het vele klimmen op Corsica en in mindere mate rondom de Mont Blanc is voldoende verdrongen om weer hoog de bergen in te gaan. Deze geestelijke verdringing is nodig omdat het pad zich voornamelijk tussen de 1600 en 3000 meter hoogte beweegt. Als alles goed verloopt zal ik met een passage op 3010 meter bij de zogenaamde Weisswand een persoonlijk hoogterecord bereiken. Er zijn onderweg voldoende goede hutten om te eten en mogelijk een enkele keer te slapen. En ik dacht dat het droger en warmer zou zijn.

Flexibel plan
Een plan moet flexibel zijn. Met de verwachting dat het droger en warmer zou zijn kom ik bedrogen uit. De veertiendaagse weersverwachting laat in Oostenrijks Tirol meer dan tien dagen regen zien in behoorlijke hoeveelheden. Gisteren, twee dagen voor vertrek, heb ik mijn plan omgegooid en start ik nu vanuit Merano. Vanuit Innsbruck dus niet met de trein naar Mayrhofen maar naar het droge en warmere Merano. En nu maar hopen dat het tijdens de wandeling ook opklaart in Oostenrijk. 

Ben benieuwd hoe het landschap zal zijn en of de fysieke inspanning goed te doen is. Die onbekendheid maakt het ook weer spannender. Waar zal ik overnachten, wie zal ik dit keer ontmoeten? De belevenissen ga ik in juli en augustus weer op dit blog beschrijven. Tot dan.

De dagberichten zijn aaneengeregen in een totaalverslag:
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review

woensdag 13 juni 2018

GR 128 Vlaanderenroute; Wandelen van Schellebelle, via Donk en langs Berlare naar station Oudegem

Schellebelle - Donk - Oudegem
7 juni 2018
26 km

Scheldekennis

De dag stond in het teken van de rivier de Schelde. De oversteek bij Schellebelle beantwoordde al de vragen die wij gisterenavond hadden vergaard bij het nabespreken van de wandeling. Met die kennis in onze binnenzak liepen we een aantal kilometers direct langs de oever, leerden bij een oude aftakking veel over de stinkende 'beer' en de 'beerhandel' en verkenden als intermezzo een groot natuurgebied dat zich heeft ontwikkeld in een oude dichtgeslibde meander van de vroegere Scheldeloop. Bij het dorp Appels namen we met een tweede oversteek voor dit jaar afscheid van de rivier.

We rest our case
"Wat heb ik nou aan mijn klomp hangen?" moet de veerman van het voetveer bij Schellebelle hebben gedacht. Komen daar twee van die Ollanders en beginnen die al voor achten aan een kruisverhoor.
"Hoe groot is het verschil tussen eb en vloed?"
"Hoe diep is hier de Schelde bij eb?
"Is er dan nog scheepvaart mogelijk?"
"Hoe heten die palen waarlangs het ponton mee omhoog en omlaag wordt begeleid?"
"Wat betekent kouter?"
Hij keek ons welwillend aan en zocht naar de juiste antwoorden. Als Belg zal hij niet zo snel aan zijn klomp hebben gedacht. Maar hij kwam er aardig uit, ook al heb ik zijn antwoorden thuis met wat internetkennis aangesterkt. 
dit is nog een zonnige opname van gisterenmiddag
De Schelde, vanaf de Westerschelde tot aan Gent de Zeeschelde genaamd, is een getijdenrivier. Er zijn geen sluizen die eb en vloed tegenhouden. Bij Schellebelle, vijftien kilometer voor Gent, ongeveer negentig kilometer verwijderd van de Westerschelde, heeft de rivier nog steeds een getijdenverschil van zeker 1.20 meter. Volgens de veerman was het bij eb in het midden van de rivier nog vier meter  diep. Daar hadden wij vrede mee. 
Voor Nederlandse begrippen is het bij Schellebelle geen super brede rivier, maar het stroomt er nog behoorlijk. De palen waaraan het ponton vast zit zien er indrukwekkend uit en zijn berekend op grote hoogteverschillen en sterke stroom. Dat moet imposant zijn als de rivier zo hoog komt. 
Het antwoord over de betekenis van 'kouter' kwam er niet direct overtuigend uit, maar naslag op internet leert dat hij op school goed heeft opgelet. Hij sprak over velden en akkers. 'Kouter', een woord dat je in deze streek regelmatig tegenkomt in plaats- of gebiedsnamen, is inderdaad een duiding voor akkercomplexen. Het woord schijnt al uit de Romeinse tijd te stammen en wordt nog gebruikt in Noord-Brabant en Vlaanderen. 
We hebben de veerman bedankt. "We rest our case your honour". Veerman blij. Kon hij eindelijk naar de overkant.


link
De Stuifduinen, douze points
Voordat we bij de veerman binnenvielen hadden we er al ruim anderhalf uur opzitten. Even monter als gisteren bracht Charlotte om zeven uur het ontbijt. Nog net niet op bed, maar wel in de slaapkamer. Het zag er goed uit en ze had er werk van gemaakt. Het harde en het zachtgekookte ei hadden met viltstift hun opschrift: H en Zzzz... Waar vind je dat nog? Prima.
Één ding hebben ze bij De Stuifduinen nog niet in de hand. Wij hadden de kamer 'Ochtendzon'. Zon, nooit gezien. Eenmaal buiten begon het zelfs te motregenen.
Gisterenavond hadden we nog kort met Lieven, Charlottes echtgenoot, gesproken over de Belgische huizenbouw. Hij is architect en wist ons dus uit eerste hand te vertellen dat er in België ook welstandscommissies zijn. Blijkbaar moeten nieuwe huizen die aaneen gebouwd worden een gelijke hoogte van de nok en de dakgoten hebben. De rest van de dag hebben we daar op gelet. Misschien hebben wij Lieven niet goed begrepen of zijn er niet zo veel nieuwe huizen in België. Of doen Belgen met hun huis gewoon waar ze zin in hebben?
Ze doen wel meer dingen anders. Wat te denken van boomverzorging 'Orang Oetan'.
Slechts een paar huizen verwijderd van onze B&B. Toch maar goed dat we vandaag weer verder gaan. Voordat je het weet moet je meehelpen de boomverzorgers vangen. Charlotte had ons een binnendoorpaadje door de boomkwekerijen aangeraden. Als dat maar goed gaat.

Riekend Rustpunt
De wandeling door de boomkwekerijen verliep zonder problemen. Terug in Schellebelle sloten we aan bij de jeugd op weg naar school. Zonder spidermanrugzak vielen we wel uit de toon. Bij de brink namen we nog wat foto's en verdwenen ongezien naar het veer.
'brink' van Schellebelle
Nadat de veerman aan de overkant van ons verlost was liepen we eerst keurig rondom een nieuw overstromingsgebied. Daarmee misten we de nieuwe route die dwars door dit gebied gaat. Er loopt hier in de buurt nog een ander wandelpad en als kaartlezer hield ik mij daarom vast aan papieren zekerheid. Een normale wandelaar volgt gewoon de markeringen.
Onder het motto 'wat je niet gezien hebt mis je ook niet' pakten we in het dorp Uitbergen de gemarkeerde route weer op, passeerden de kerk en het gemeentehuis en maakten even later opnieuw contact met de Schelde. Dit keer keken wij vanaf het jaagpad bovenop de dijk neer op de omgeving. Zo hoogverheven op een dijk moet je oppassen dat je niet een beetje bekakt gaat rondwandelen. 

Nou, daar weten ze in België wel raad mee. Om onze hautaine positie te ondermijnen werd als eerste de motregen omgezet in een regenbui. Frank had dit keer zijn regenjack thuisgelaten en voor noodgevallen een wegwerpponcho meegenomen, want het zou toch pas om drie uur 's middags gaan regenen. 
Als tweede raakten we tijdelijk het contact tussen de kaart en de omgeving kwijt. Nadat we dat opgelost hadden en we nog bijna een kilometer langer dan gedacht langs de Schelde mochten lopen, werden wij naar het Riekend Rustpunt geleid. 
Het Riekend Rustpunt; een minimuseum over beer. Beer van beerput. Kak, poep, pies. Hoe verzin je het! 
Maar wel leerzaam. Wist je al dat de verkoop van beer een gouden handel was? Wij nu wel. We waren helemaal op onze plek bij deze tentoonstelling onder de fiere naam 'Van stadsstront naar zandgrond' in dit vier bij acht meter kleine gebouwtje waar de 'handel' werd uitgeladen. Via een informatiebord en een vitrine maakten wij kennis met de bedrijfsomgeving en de gereedschappen. Over deze tentoonstelling hieronder enige historische achtergronden van wikipedia. Mooi man!

Mest en beer door de eeuwen heen

Allerlei afval, mest en beer belandde in vroegere tijden op straat. Bloed en ingewanden van geslachte dieren werden opgegeten door loslopende dieren, ratten, muizen en insecten. In steden ontstond er al vlug een probleem gezien een mens per jaar ongeveer 300 kg mest produceert en rij- en lastdieren een veelvoud ervan. Daarbij kwam nog de mest van runderen, kippen, varkens, honden, ganzen en eenden die hun mest overal achter lieten. Na een regenbui veranderden de meestal onverharde straten in stinkende modderpoelen. Daarbij kwam nog alles wat uit de woningen werd geveegd. Een deel van het afval belandde in de waterlopen. Het gebruik van het vervuilde water leidde tot allerlei ziektes zoals cholera en paratyfus.
Vanaf de 14e eeuw ontstonden er gilden in de steden die een gedeelte van het afval verzamelen en verkopen om akkers te bemesten. In Brugge waren het de meuraars, in Antwerpen de moosmeiers en in Gent de modderaars die dit vuile karwei opknappen. Stilaan werd mest en as een waardevol goed dat zij aan boeren op het platteland slijten. Ook afval uit de nijverheid zoals visgraten, pluimen en vleesresten kwamen als meststof op de akkers terecht.

Van stadsstront naar zandgrond

Beerruimers trokken 's nachts door de stad om zo veel mogelijk overlast te beperken. Het vuile karwei hield risico op brandwonden en verstikking in omwille van de giftige dampen die vrij kwamen. Tonnen van 80 l met oren waaronder men stokken stak, werden door twee mannen naar buiten gedragen. De inhoud kieperde men in tonnen of bakken van 800 of 1000 l die men met door paarden getrokken karren naar schepen vervoerde. Deze beerotters waren kleine dubbelwandige houten schuiten met een laadvermogen van ongeveer 35 ton. Op de bestemmingsplaats bouwde men beerputten langs de waterlopen die in vakken waren verdeeld. Daar konden de boeren het goedje opkopen. Ze schepten de beer soms 3 m diep op met een loet (een lange stok met aan het uiteinde een verzinkte emmer). Naast de beerputten werd het terrein verlaagd zodat het overladen gemakkelijker kon. Het overladen gebeurde later ook via pompen, aangedreven door een rosmolen wat de stank verminderde.
Stadslui werden betaald voor het ruimen, arme lieden vroegen weleens om het ruimen als het nog niet nodig was. Mest was zo waardevol dat champetters koestrontrapers beboetten. Boedelbeschrijvingen namen de waarde van het aanwezige mest op in het activa. De waarde ervan zakte vanaf 1850 toen guano massaal werd ingevoerd en poedermest zijn intrede deed. Toch bood een beginnend landbouwer in Berlare in 1945 nog 750 BEF als hij de toiletten van de gemeenteschool, nog niet voorzien van doorspoeltoiletten, mocht ledigen. Er kwam zelfs een hoger bod van 1001 BEF binnen. Tot een eind in de 20e eeuw raapten mensen koe- en paardemest van de straat om hun moestuin te bemesten.

Donkmeer
De volgende twaalf kilometer gingen door een oude dichtgeslibde meander van de Schelde. Namen als Berlare Broek en Broekse Vaart duiden op een moerassig gebied. De plassen geven het een Nederlandse indruk. Ze zijn net als vaak in Nederland ook door turfwinning ontstaan. 

De regen was gestopt en na een rust vlakbij de Broekse Vaart gingen we op pad voor een echte horeca-stop in Donk, het centrale dorp in dit gebied. Ondanks de muggen, in hinderlaag gelegen onder de bomen, liep het aangenaam langs de oevers van het Donkmeer. Een en al rust op de plassen. Prachtig.


De Donkkapel. foto van wikipedia
Zoals om elf uur te verwachten was zette die rust zich  voort naar de horeca in Donk. Gesloten. Ook zelfs tot bij de mooie kapel van Onze Lieve Vrouw van Zeven Weeën. 
Geen bevalling, maar een uitvaart passeerden wij met ingehouden tred onder het treurig kleppen van de heldere klok.

Met het passeren van het gesloten café 'In De Wandeling' is het voor ons duidelijk dat wandelen in België een soort zondagssport moet zijn. Op de Vlaanderenroute zijn we tot nu toe sowieso bijna geen wandelaars tegengekomen. Zonde.

Ons geluk keerde toen we een paar honderd meter verder de kantine van een vakantiepark zagen. Geluk hadden we zeker. Het was open omdat er werklui bezig waren. Anders was het waarschijnlijk ook dicht geweest. De beheerder was zo welwillend voor ons koffie te maken. Voor het komende wereldkampioenschap voetballen werd de kantine in gereedheid gebracht. De eerste vlaggen hingen er al. Net als vier jaar geleden, we zaten toen in Vroenhoven bij het Albertkanaal, beginnen wij er niet over. Je moet je plaats weten en geen onnodige hoon over je afroepen. Niet te lang blijven.



Voort ging het langs oude turfputten, door bosstroken en over akkers. Een en al heerlijke rust. Dat was ook te merken aan het aantal dieren. Bij de Broekse Vaart waren we al een oude of zieke buizerd omtrokken, die niet meer kon vliegen. Aan een akkerrand overvielen we een ree, dat ons eerst in de gaten hield, maar ons later wel vertrouwde en door ging met grazen. Onderwijl moesten we goed opletten waar we liepen omdat er in de buurt van plassen een paddentrek bezig was. Minuscule padjes met een uitstekende camouflagekleur trokken over het pad. Zo'n camouflage is handig als je niet gezien wilt worden, maar levensgevaarlijk op een wandelpad. Als we er enkele het licht hebben ontnomen dan was het zonder opzet. Beide levensvormen willen toch hun pad vervolgen en het pad is niet alleen van de padden.

Afscheid van de Schelde
Na het Berlare Broek liepen we nog een aangenaam stuk tussen Vlaamse kouters (weet ik nu). Het aantal kilometers ging doorwegen en de rust in afwachting op het voetveer van Appels was niet vervelend. Net daarvoor waren we tevergeefs nog wezen kijken bij café 't Veerhuis. Kansloos, die zijn zich geestelijk aan het voorbereiden op het WK en dat zullen we weten ook. 

Anders dan het veer bij Schellebelle is die van Appels niet continue bemand. Dat gaat daar als volgt:
Één keer per halfuur komt een jongeman op een mountainbike aangeracet, ramt de motor in zijn vooruit, vaart naar de overkant, laat je keurig op zijn boot, geeft nog een paar keer aardig wat gas, in zijn voor- en achteruit, gaat net niet over de rand, jij staat aan de overkant, weg is de mountainbike-veerman, over een halfuur ben ik er weer van.
Een veer heeft twee kanten, dus ook twee cafés. Wij doen nog tegen beter weten in een poging. Helaas, het is donderdag zegt de vriendelijke hulp. Morgen, dan zijn we wel open. Deren doet het allang niet meer. 
Langs de randen van het dorp Appels wurmen we ons door de laatste kouters. Nog een picknickbank-rust en daarna het afsluitende stukje langs het riviertje de Dender. We herkennen de omgeving van de wandeling in april en rijgen zo onze Vlaanderenroute weer aaneen. Vijftig kilometer erbij. Vijftig kilometer België leren kennen en waarderen. Volgend jaar komen we met plezier terug. Hup België, succes op het WK!

Elk jaar maken we enkele wandelingen over dit mooie pad. De dagberichten staan in een totaalverslag: GR 128 Vlaanderenroute.

zaterdag 9 juni 2018

GR 128 Vlaanderenroute; Wandelen van Destelbergen bij Gent via Laarne naar Schellebelle


Destelbergen - Laarne - Schellebelle
6 juni 2018
23 km

Niets is wat het lijkt, zeker niet in België

Vrije bouwstijlen

Het mooie van wandelen in een ander land is de extra belevenis van de landschap- en cultuurverschillen. Wat betreft het landschap was er dit keer weinig toegevoegde waarde, de route was niet adembenemend. Slechts een paar bijzondere plekken zijn ons bijgebleven. Waar moet je als Nederlander dan nog commentaar op geven? We hebben ons wederom verbaasd over de vrijheid die men hier heeft, of neemt, om het huis compleet naar eigen idee vorm te geven. Met je Nederlandse, door welstandscommissies gekortwiekte en verminkte blik, schudt je regelmatig je hoofd. Hoe krijgen ze het voor elkaar? 

Het Belgische huis
Ook in Nederland zijn niet alle huizen hetzelfde. In oude stadscentra en in villawijken zijn de huizen verschillend van elkaar. Kom je in jongere wijken, en zeker die van na de oorlog, dan zie je veel eenheidshuizen. Rijtjeshuizen of hoogbouw waar je vaak niet eens een andere kleur raamkozijn mag hebben. Allemaal vastgesteld door welstandscommissies. Dat vinden wij blijkbaar fijn. 
Zo niet in België. Hier mag je daarentegen zelf bepalen hoe je huis er aan de buitenkant uitziet. Niet alleen de kleur, maar ook het bouwmateriaal, de stijl, de vorm van de ramen, de dakpannen. Zijn in Nederland bij een twee-onder-een-kapwoning beide huizen min of meer gelijk, hier is het de kunst duidelijk te maken dat het twee afzonderlijke woningen zijn. Op zijn minst zijn de dakpannen verschillend van kleur. Rijtjeshuizen zijn hier op het platteland schaars en als ze er al zijn betekent het alleen dat ze aan elkaar gebouwd zijn. In Laarne troffen we een voorbeeld van een viertal huizen waarbij een snelle blik al duidelijk verschillen laat zien. Kijk je wat langer dan is er buiten de hoogte van de nok eigenlijk niets hetzelfde. 
We hebben ook nog echt gewandeld zonder bij elk huis stil te staan. Toch heb je bij een minder inspirerend landschap voldoende afleiding aan al die bouwstijlen. Soms verbijsterend lelijk, maar meestal mooi die verschillen.

Reis naar het wandelstartpunt
We hadden hem langer aan de praat moeten houden. Pas na de inleidende vragen verwerkte de vriendelijke conducteur in de trein naar Gent op zijn digitale apparaat onze kaartjesaanvraag. Toen waren we inmiddels een station gepasseerd en was de ritprijs met een euro gezakt. Hij had ook niet de normale extra bijdrage van zeven euro per persoon gerekend voor het kopen van een kaartje in de trein. Frank had hem uitgebreid informeerd hoe de kaartjesautomaat op station Oudegem onze bank- en creditcard weigerde en hoe de man van het storingsnummer hem deze oplossing had aanbevolen. Frank pakt dit soort zaken gedegen aan en ontmoet overal empathie. 
plein bij station Gent Sint Pieters
Eerder die ochtend was de autorit naar Oudegem zonder problemen verlopen. Zelfs geen file bij Antwerpen. De busrit van station Gent Sint Pieters naar de kerk in Destelbergen bood geen verdere bijzonderheden dan het beeld dat Gent er ook in de buitenwijken aantrekkelijk uitziet. Het was tenslotte goed dat de chauffeur ons hielp want bushalte 'Destelbergen Kerk' ligt pal voor het gemeentehuis. Het maakt ons niet uit, dan maar afritsen van onze broekspijpen in front van dat gebouw. Zevenentwintig graden vraagt om natuurlijke afkoeling.
Paardenmelkerij
De eerste wandelkilometers schieten we hemelsbreed weinig op. Het pad slingert rond het Damvalleimeer. Een meer in een zandafgraving waar visdiefjes, een kleine sternsoort, op drijvende kunstmatige eilandjes een broedkolonie vormen. Het is best mooi wandelen in dit natuurgebied, maar je loopt helaas kilometers in de directe nabijheid van verkeersknooppunt Destelbergen. Eerst maar een pauze bij restaurant De Stapsteen. De naam belooft veel, maar zoals gewoonlijk op een woensdag is de horeca voornamelijk gesloten. 
Na een kilometer of zes kunnen we eindelijk het verkeersgeluid achter ons laten. We passeren paardenmelkerij Kattenheye. Overal om ons heen zien we merries met veulens en we vragen ons af waarom je paarden zou melken en hoe ze dat doen. Die zitten daar natuurlijk niet op te wachten. De website legt het uit:
Paardenmelk heeft een heilzaam effect bij mensen die last hebben van maag-, darm-, lever- en huidproblemen. In de loopstallen wordt de natuurlijke levensomgeving zo goedmogelijk benaderd en 's zomers grazen de merries en hun veulens in de 30 hectaren weide rondom de hoeve. Als de veulens acht weken oud zijn wordt hen geleidelijk aan geleerd om overdag van moeders uier gescheiden te zijn. Terwijl de merries gemolken worden verblijven de veulens in een eigen kudde waar ze een hoogwaardige gezonde voeding krijgen. 's Nachts en op zondag blijven ze bij hun moeder.


Slot van Laarne
Als de horeca niet meewerkt dan gaan we maar ergens in het gras liggen. In het buitengebied is daar ruimte en gras genoeg voor. Wij dachten dat het toegestaan was, maar begonnen te twijfelen toen we bij de eerste buitenwijk van Laarne naar de Vagevuurstraat werden geleid en in een tuin Aronskelken in volle bloei zagen staan. Was onze uitvaart aanstaande?
Het Slot van Laarne verscheen en alles ging goed. Dit slot heeft twee gezichten. Vanuit het westen lijkt het echt op een oud middeleeuws slot omringd met zware torens. Loop je er omheen en passeer je de brug over de buitengracht en de buitenpoort dan kijk je tegen een imposante tuin aan met een kasteel van allure achter een ophaalbrug en een tweede gracht. Prachtig om naar te kijken. 




Laarne downtown
De Kasteeldreef bracht ons naar Laarne Centrum. Deze dreef wordt nog actief gebruikt voor beweging. Dit wordt aangemoedigd door alvast een aanzet tot hinkelen voor te doen. Hoewel, naast deze enigszins gehandicapte hinkstapspringster zagen wij niemand op het intervaltrainingspad buiten ons zelf in de weer. Laten we het er op houden dat het te warm was en de atleten net als wij een terras op hadden gezocht. En een Jupilerterras dat open is moet je hier koesteren en zeker niet passeren. Daarvoor en daarna was er niets. Laarne kan bij ons niet meer stuk.
 


Het voetveer van Schellebelle
In de acht kilometer van Laarne naar het voetveer over de Schelde zitten geheugenvlekken; anderhalve kilometer industrieterrein, een gesloten sportkantine in Heesvelde, een rust als zwervers in het gras langs de kant van de weg en de laatste drie kilometer door pasgemaaide Brabantse kouters is al wat er rest.



De eerste blik op de Schelde trok ons direct weer bij de les. Water is altijd mooi. De Schelde is hier behoorlijk diep ingesneden, hoewel de hoogte van de meerpalen, of zijn het pontonpalen, van het voetveer verraden dat de waterspiegel aanmerkelijk hoger kan zijn. De veervrouw meerde haar bootje met veel rust en precisie af. We zijn in goede handen. Met dezelfde rust gaat het over de stroom naar de overkant, naar Schellebelle.


Avond in Schellebelle
Schellebelle scoort meteen. Honderd meter verwijderd van het veer staan we bij het dorpsplantsoen, dat je in Nederland een brink zou noemen. Hoe het ook heet, de Schellebellers hebben het omrand met prima cafés met terras. Er is zelfs een echte Vlaamse frietuur op het grasveld, Frituur Karine. Karine is populair, want het is er druk om kwart over zes. Nog twee kilometer te gaan, maar wij gaan onze dorst lessen. Charlotte van de B&B weet dat wij tussen zes en zeven zullen aankomen. Eerst even rusten.

Via een rustige omweg bereiken we B&B De Stuifduinen. Een modern strak huis met aan de overkant van de weg uitgestrekte boom-kwekerijen. 



De ontvangst door Charlotte is allerhartelijkst. We hebben onze eigen opgang en een gemeenschappelijk keukentje mochten we daar zin in hebben. Verder een gloednieuwe badkamer en een ruime slaapkamer, waar we ook zullen ontbijten. Alles is hier gloednieuw. 
Vanavond zien we, net als altijd, af van koken. Charlotte legt ons uit waar wij via voetpaadjes het dichtstbijzijnde restaurant kunnen vinden. Slechts tien minuten lopen. Dat gaan wij redden. Om acht uur zitten we bij de De Noteloze Notelaar. Wij hebben die naam niet verzonnen. Maakt ook niet uit. Het diner en de wijn zijn prima.
Eigenlijk is zo'n diner bij een tweedaagse wandeling het hoogtepunt. We rekken het tot tien uur. Iedereen is al weg. Laten we ons gedragen. De wijn, de Irish coffee, de inspanning van vandaag maken slaperig. Terug, op weg naar morgen.  
invallende avond op ons balkon van B&B De Stuifduinen

Elk jaar maken we enkele wandelingen over dit mooie pad. De dagberichten staan in een totaalverslag: GR 128 Vlaanderenroute.