Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

dinsdag 19 september 2017

Olavspad (Gudbrandsdalsleden) 2017; van Oppdal naar pelgrimsherberg Hæverstølen

Vrijdag 11 augustus, wandeldag 9
Van Oppdal, (Vevke Hyttetun), naar pelgrimsherberg Hæverstølen
± 8 uur inclusief rusten, ± 26 km

Nieuwe ontmoetingen

Voorzichtig voorwaarts
De eerste kilometers ging het nog prima. De rust had mijn kuit goed gedaan. Totdat ik twee Italiaanse studenten trof. Al bij Oppdal had ik achter ze gelopen, maar ze liepen daarna langzaam bij me weg. Nu, vijf kilometer verder, stonden ze aarzelend te wachten bij een hek. 
vergeten een foto te maken
maar zo keken ze ongeveer
Aan de andere kant blokkeerde een troep van wel vijftien pinken de doorgang. Nieuwsgierig loerden ze ons aan met hun neuzen tegen het hek gedrukt. Hoopvol keken de Romeinen naar mij. Nu ben ik zelf ook niet zo van beesten, maar pinken zijn meestal nog af te bluffen met wat geschreeuw en dreigend gezwaai met je stokken. Heel voorkomend kreeg ik voorrang en als eerste ging ik de arena in. Tot mijn opluchting klopte de theorie en met de twee Italianen in mijn kielzog drongen we de groep binnen om die na de eerste terugdringing verder te omzeilen. Je moet het succes en het lot niet tarten. Je zou de actie in ander jargon ook kunnen omschrijven als: een korte inbraak en afhankelijk van het succes doorstoten of omtrekken. Dit laatste bedenk ik thuis na terugkeer, want eigenlijk deed ik het hek open met alleen veel goede hoop.
korte rust nog voor ik de Italianen ontmoette
Doordouwers
Het tweetal studeerde techniek in Milaan; de ene medische techniek en de andere ruimtetechniek. Op mijn vraag waarom ze de tocht liepen gaven beiden aan dat ze gematigd katholiek waren en de tocht voor hun plezier liepen.  Ze hadden ook al twee versies van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella gelopen. Net als Sina van vorig jaar bevestigden ze het beeld van de grotere hoeveelheid lopers, horeca en overnachtingsmogelijkheden vergeleken met dit pad. 
Zij spraken ook over afstanden van veertig kilometer per dag. Toen ik informeerde hoe lang ze hier al liepen viel mijn mond open. Pas vanaf 1 augustus. Ter verzachting gaven ze aan dat ze niet in Oslo, maar vanaf Oslo Airport, waren gestart en één keer, van Kongsvold naar Oppdal, wegens gebrek aan eten met de trein hadden gereisd. Desondanks is ongeveer vierhonderd kilometer in elf dagen een flinke prestatie. Dat ook nog op sandalen! Ze liepen overigens in een rustig tempo, maar volgens hun zeggen wel de hele dag door. Alles met duidelijk minder gewicht dan ik. Ze hadden geen tent, maar alleen een slaapzak, een matje en een bivakzak.
(foto geleend van weblog 'aufnachtrondheim')
Nog meer kennissen
Zelfs het rustige Italiaanse tempo ging mijn gespannen kuit net te hard. Ik stopte voor een rust. De studenten gingen door. Ciao.
Normaal zou deze etappe over een bospad en een eindeloze gravelweg, met links en rechts huttenparken, een eentonige bezigheid zijn. Nu kwam het voor mijn kuit goed uit. 
De afleiding kwam vandaag van de passanten. Bij een volgende rust passeerden tot mijn verbazing de twee Australiërs Steve en Chelsey. Ze hadden gisteren een rustdag genomen in Oppdal, waardoor ik weer op ze was ingelopen. 
Bij de derde rust, liggend op mijn zeiltje met mijn benen omhoog, werd ik van bovenaf aangesproken door een jonge vrouw, die zich voorstelde als Andrea en uit Duitssprekend Zwitserland kwam. Andrea liep sinds twee dagen alleen, nadat ze tijden met Duitse vrouwen had opgelopen. Ze had op de Dovrefjell hoogvlakte vier dagen in de regen gelopen vertelde ze. Volgens mij moesten we daar ongeveer gelijktijdig hebben gelopen en ik had slechts één dag en één nacht echte regen gehad. Maar ze zag er aardig uit en was vriendelijk, dus viel ik daar niet over. Of zoals oud trektocht-compagnon Frank dat altijd zegt, "dat rekenen we ook goed".


erf van Hæverstølen
Pelgrimsherberg Hæverstølen
erf van Hæverstølen
foto van weblog 'aufnachtrondheim')
Met een laatste rust tegenover manege Langklopp besluit ik niet daar te overnachten, maar drie kilometer verder bij de echte pelgrimsherberg Hæverstølen. Daarmee komt de dagafstand wel op zesentwintig kilometer, maar slaap ik weer in een hut met bijbehorend comfort en hopelijk wandelgezelschap. Mijn kuit moet nog even volhouden vandaag.
Pelgrimshut van Hæverstølen (foto geleend van weblog 'aufnachtrondheim')
De buitenkant van de hut voor de pelgrims doet niet vermoeden dat het er van binnen zo comfortabel is. Het is een goed ingerichte hut met een gemeenschappelijke ruimte die overgaat in een keuken. De slaapplekken zijn over beide verdeeld. Er is zelfs een beperkt assortiment eten waar je vrij uit mag nemen als je het maar noteert op het 'Betalingsskjema' en liefst nog afrekent voordat je vertrekt. Dat kan in een enveloppe die je weer in een soort brievenbus deponeert. Goed vertrouwen is opnieuw het uitgangspunt. 
Het 'Betalingsskjema' is een lange lijst met alle artikelen en activiteiten. De overnachting natuurlijk voor de schappelijke prijs van NOK 250 en douche NOK 20. Maar als je regelmatig wat uit de voorraad graait dan telt dat in Noorwegen toch weer leuk op. Ben benieuwd wat ik morgen mag doneren.
Steve steekt de haard aan
Mijn huisgenoten voor vannacht zijn Steve en Chelsey waarmee ik vijf dagen geleden in de regen op het Dovrefjell kennismaakte. Het is een aardig stel van midden twintig. Chelsey is sinds februari met een kleine wereldreis bezig. Haar vriend Steve heeft zich later aangesloten. Via een paar landen in Azië is ze in Europa terecht gekomen. Daar werd Londen tweemaal bezocht en via Duitsland en een uitstapje naar Kroatië, werden de Baltische staten aangedaan. Daarna werd Frankrijk nog kort bekeken en na Noorwegen stond als laatste Italië nog op de lijst. Een paar dagen Rome en enkele dagen in Florence. Ze bevestigd mijn vraag of ze ook een dagboek bijhoudt. Dat is toch wat anders dan mijn tweeënhalve week wandelen op het Olavpad. Voor hun moet deze maand van fysieke inspanning ook een soort rust zijn bedenk ik.

Scaring
Om halfacht verscheen met veel geluid en gebaren Britse Anthony in de deuropening. De hut was direct gevuld. Hij kende Steve en Chelsey al. Zelf had ik hem kortstondig gesproken op de allereerste avond na aankomst in Kvam, maar dat was hij vergeten. Waar hij daarna acht dagen is ondergedoken blijft mij een raadsel. Maar nu stond hij daar ineens, ongeveer zestig jaar oud, in korte broek en helemaal opgewonden. Hij moest en zou ons vertellen wat hem was overkomen. 

'You may think I have a great imagination, but it was scaring'.
Midden in de hut stak hij met aanschouwelijke gebaren en verschrikte mimiek van wal. Onderweg was hij een auto gepasseerd die vreemd geparkeerd stond in de bosrand. Bij nader onderzoek trof hij de Zwitserse Andrea bij haar tent in het bos vergezeld van een, volgens Anthony, grote Noor. Anthony vond de sfeer apart en vertrouwde het niet. Als vader van een even oude dochter voelde hij zich geroepen om deze Noor daar weg te krijgen. Hij begon daarop een gesprek waarin hij aangaf op zoek te zijn naar een overnachtingsplek. De Noor bood aan hem naar de pelgrimsherberg te brengen. Dat zou de Noor weglokken van Andrea en dus stemde Anthony in. Even later zat hij naast de Noor op de voorbank en achter hem zat een jong geadopteerd dochtertje, dat zich volgens Anthony wezenloos gedroeg. Het deed hem denken aan de horrorfilm A nightmare on Elmstreet. Steve en Chelsey hadden er beeld bij. Als film-analfabeet bleef ik gespaard.

Verrassend en voor Anthony beangstigend, was de actie van de Noor om ineens het bos in te rijden. Hij wilde Athony laten zien waar hij normaal op elanden jacht ging. Uitgebreid werd uitgelegd hoe ze werden gedood. Ter verhoging van de sfeer legde het dochtertje op de achterbank uit dat haar vader gevangen vissen doodde door ze de kop af te bijten. Met verschrikte ogen vertelde Anthony ons over zijn toenemende angst en de aanzwellende gedachte dat hij nu aan de beurt was. De Noor wilde Anthony ook nog zijn huis laten zien. Anthony zag zich zelf al als gevangene en had nadrukkelijk bedankt. En daarom stond hij nu hier. Zo te zien zonder afgebeten kop. Tenslotte moest hij wel erkennen dat de Noor hem keurig had afgezet bij de pelgrimsherberg. Hoe maak ik mijn eigen avontuur! Maar we hebben wel van hem genoten.

Daarna volgde nog een verhaal hoe hij die ochtend in Oppdal heerlijk in het gemeentelijk bad het gezwommen en daar tot zijn ontzetting van de aanwezige Eritrese en Somalische vluchtelingen hoorde wat voor paradijselijk beeld zij van Londen hadden. Hij had hen bezworen daar niet naar toe te gaan. Later vertelde hij mij in de keuken, waar wij onze slaapplaats hadden, dat hij onderwijzer van moeilijk opvoedbare kinderen was. Tegenwoordig op een Rudolf Steiner school. Daar wordt veel aan vrije expressie gedaan vernam ik enkele dagen later van een andere wandelaar. Dat verklaart in ieder geval zijn vertelkunst. Naast vertellen deed hij ook aan schrijven. Overal maakte hij deze wandeltocht aantekeningen van. Hij hoestte zo de naam van een Duitser op van drie weken geleden en wat die verteld had. Mijn naam is ook genoteerd. Een boek van deze tocht wil hij schrijven. Dat zal een spannend boek worden. 

Toen Anthony ging douchen deed Steve uit voorzorg ook het licht in de keuken uit in de hoop dat hij daardoor bij terugkeer rustig zou gaan slapen. Morgen wacht weer een dag in het enge Vikingenland en bovenal heeft mijn kuit rust nodig. Dat ik een beetje trok met mijn been was ook Chelsey opgevallen.


Zodra ik een dagverslag af heb zet ik het ook in het totaalverslag van 2017
De wandeling van Oslo tot Kvam is te lezen in het verslag van 2016
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review

zaterdag 16 september 2017

Olavspad (Gudbrandsdalsleden) 2017; van Smegarden Camping naar Oppdal

Donderdag 10 augustus, wandeldag 8
Van Smegarden Camping naar Oppdal, Vevke Hyttetun
± 4,5 uur inclusief rusten, ± 11 km

Hersteldag

Eigenwijze spier in eigenwijs lichaam
De spier moet het niet gaan winnen van het hoofd. Het hoofd moet daarom dimmen en de spier herstellen. Een hersteldag dus. 
Vorige week had ik al iets last van een verrekte spier in mijn rechter kuit en het springen twee dagen geleden over een paar hoge graspollen gaf een extra tik. En dan natuurlijk de dertig kilometer van gisteren. Dat heeft ook niet echt geholpen. Vandaag een korte etappe van elf kilometer in een ingehouden tempo. Na de extase van de hoogvlakte staat er vrijwel alleen boerenland te wachten in de langzame daling naar de zee bij Trondheim. Nog ongeveer honderdvijftig kilometer. Maar ik ken dit soort paden, er zitten ongetwijfeld nog genoeg omleidingen over bergen en heuvels tussen. En laat dat nou ook al vandaag het geval zijn.
Oppdal Kirke met een skihelling erboven
Overdenking
Na een stevige klim bereikte ik op kilometer tien het witte kerkje van Oppdal. Omgeven door graven en gezeten in de zon rustte ik uit op een kerkhofbank. Zowel de bank, als de zon, als de graven droegen bij aan de rust. Zouden al die kerken en kerkhoven dan toch hun effect hebben? Mijn gedachten dwaalden af naar alle bekenden die ik zag gaan, vooral naar degenen die veel te vroeg gingen. En ik loop hier gewoon letterlijk nog rond te wandelen. Een privilege om dankbaar voor te zijn.
Oppdal midden op de foto met skihellingen er boven
Terugblik op de vallei waar ik doorheen gelopen ben

Oppdal
Vevke Hyttetun,
slechts 300 m van winkels en horeca in centrum Oppdal
Bij herstel hoort comfort. Voor de tweede keer besluit ik een hut te huren. Nu bij Vevke Hyttetun in Oppdal vlak bij het centrum.  Het feit dat er geen camping op mijn kaart stond hielp ook bij deze keuze. Om halftwee was de vriendelijke beheerder nog druk bezig met het in orde brengen van de hutten. Maar de hut stond nu voor de komende nacht voor mij gereserveerd. Tijd voor een rondgang door het centrum in mijn schone reservebroek. 

Oppdal is voor Noorse begrippen een aardig stadje met alle voorzieningen. Voor de beeldvorming; de gemeente Oppdal heeft een oppervlakte van 2273 vierkante kilometer, waarvan 70 km² water. In de hele gemeente wonen bijna 7000 inwoners. Ter vergelijking; Nijkerk meet 72 km², waarvan 2,5 km² water en heeft bijna 42.000 inwoners.


Warm hoofd
Mijn reservebroek ziet er stoer uit met van die opgenaaide zwarte kniestukken, maar is in de praktijk onhandig, te warm en te zwaar. Ondanks de lage temperaturen was de combinatie dunne wandelbroek en regenbroek op het Dovrefjell meer dan genoeg geweest. Er zitten gelukkig wel ruime zakken in voor je mobiel of portemonnee. Maar de kek uitziende ritsen lopen regelmatig vast. Ik had hem nooit moeten kopen en zeker niet mee moeten nemen. 
Met op mijn dienblad een heerlijke bruine halve baguette met ei en zalm en een koele cola stond ik even later in die broek voor de kassa van een lunchroom. Achter mij vier dames van middelbare leeftijd. Wat ik ook probeerde, op het moment van betalen ging de stoere rits van mijn outdoor broekzak niet meer open. Hoe harder ik aan die stomme lus trok hoe minder hij bewoog. Daar sta je dan met een warme kop aan het hoofd van een toenemende rij. En natuurlijk heb je in zo'n geval wel meteen de volle aandacht van de hele rij achter je. Gered werd ik gelukkig door een doortastende dame achter mij. Haar touch was beter dan het ruwe geweld van mij. De hele rij blij en complimenten voor mevrouw. Het gebeurt niet vaak dat een vreemde vrouw mijn broekzakrits moet openen, maar ik was haar erg dankbaar.

Relax
Onder het motto 'altijd makkelijk' leverde de rest van de rondtoer nog een opvouwbare fles op in een outdoorshop. Met nieuwe ontbijten en lunchen voor de komende dagen werd de bevoorrading afgerond. Tijd voor een wasbeurt en daarna relaxen in mijn vierpersoons hut, met eigen keuken en sanitair. Een beetje kuitspier moet daar toch van opknappen. 


Zodra ik een dagverslag af heb zet ik het ook in het totaalverslag van 2017
De wandeling van Oslo tot Kvam is te lezen in het verslag van 2016
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review

woensdag 13 september 2017

Olavspad (Gudbrandsdalsleden) 2017; van Drivstoggosætra (6 km noord van Kongsvold) naar Smegarden Camping

Woesdag 9 augustus, wandeldag 7
Van Drivstoggosætra (6 km noord van Kongsvold)
naar Smegarden Camping
± 11 uur inclusief rusten, ± 30 km

Hoogvlakte overwonnen

Terug in de bewoonde wereld
Hoogvlakte overwonnen en terug in de bewoonde wereld. Hoe kan dat? Als je meer dan dertig kilometer loopt lukt dat. Het was helemaal niet de bedoeling. Gepland einddoel voor vandaag was de onbemande hut Ryphusan op ongeveer vijftien kilometer afstand. Om de regen voor te blijven had ik gisteren tot halfacht doorgelopen en zo al ruim zes kilometer van de tweeëntwintig tussen Kongsvold en Ryphusan afgeknabbeld. Tussen de berken had ik wildgekampeerd. Maar berken zijn redelijk zwijgzaam. Met een nachtrust beginnend om negen uur ben je ondanks je vermoeidheid echt om zeven uur wakker. 
Fris en winderig
Om acht uur startte de dagmars. Er vielen slechts enkele druppels en na een fikse aanloopklim was het op dit laatste hoogvlaktetraject opnieuw aangenaam lopen en voortdurend genieten van het landschap. Links en rechts foto's makend van beken, meertjes en eenzame hutjes, waarin zowaar ook nog een mens rondrommelt. Het is een desolaat mooie vlakte, ideaal om in alle stilte op je gemak overheen te stappen. Voor de eerste keer moet ik mijn kompas controleren om zeker te weten dat ik het karrenspoor moet volgen. Vijfhonderd meter verder bevestigt een markeringspaal mijn keuze.




Rond twaalf uur passeerde ik het hoogste punt van het hele Olavspad: 1314 meter. Niet spectaculair hoog, maar in Noorwegen voldoende om slechts kort te rusten. Met een toenemende wind was het qua gevoelstemperatuur niet ver boven nul. Ook niet gek; op de tegenoverliggende berg lagen vlakken met sneeuw op gelijk hoogte. Blijven lopen en niet te veel rusten houdt je warm. Gelukkig was de wind achter. 
voor het eerst doe ik mijn buff op
Ryphusan
Na het hoogste punt ging het prettig gelijkmatig naar beneden op een breed spoor. Zo voorspoedig ging het dat ik al om halftwee voor de deur van de onbemande hut stond. 
Deze keurig hut bood meer dan gedacht. Naast acht schone bedden en een stevige tafel, een keuken met voorraad. Allerlei lekkers. Daar had ik niet op gerekend: Wasa knäckebröd, honing, jam, leverpastei, chocoladepasta, soep, koffie, thee en nog veel meer. Alles wat je niet vindt in het bos. Uitgebreid heb ik er vijf crackers met zoetigheid gegeten en mezelf opgewarmd met koppen thee. Met plezier heb ik voor alles betaald en het geld in de stalen bus gedeponeerd. 50 NOK voor het gebruik van de hut overdag plus de gevraagde NOKs op de prijslijst voor alles wat ik had gegeten. Complimenten voor de organisatie!

Let's go for a hut
Wat te doen? Andere wandelaars zouden waarschijnlijk uren later arriveren. Jammer van deze mooie hut, maar ik ga door. We zien wel waar we overnachten. De draagbare hut zit op mijn rug.
Van de hooggelegen Ryphusan hut loopt een gravelweg geleidelijk naar beneden waardoor het tempo zonder enorme inspanning rond vijf kilometer per uur lag. In een heerlijk landelijke omgeving met beken, watervallen en hier en daar weer oude boerderijtjes schoot het goed op. 


Onderbroken door enkele pauzes kwam de verleiding van de camping op de kaart in Smegarden steeds dichterbij. Dit keer wilde ik mijzelf verblijden met een echte hut. Een keer op een matras slapen, geen tent opzetten, geen luchtbedje oppompen en douchen om alle stank af te spoelen. Fantastisch idee. Dus dan stop je niet bij vijfentwintig kilometer. Dan druk je door ondanks de moeie voeten en tegenstribbelende rug. 
Net voor zeven uur kon ik mij bij de receptie inschrijven en werd ik voor NOK 560 vannacht bewoner van nummer 2. Omdat ik mij op zulke momenten herinner dat ik een pelgrim ben trok de eigenaar van die 560 een ter plekke verzonnen korting af van 60 NOK. Als spontaan overtuigd pelgrim tel je dan je zegeningen. Je hoeft er niet voor naar de kerk en zonder te bidden is het toch weer mooi meegenomen. 
Stan heb ik sinds gisterenmiddag niet meer gezien. In het gastenboek van Ryphusan las ik dat Australische Steve en Chelsey daar afgelopen nacht zeer naar tevredenheid hebben geslapen. Onderweg naar Smegarden passeerde ik een Frans stel dat nog veel langzamer liep dan ik. Het valt niet mee om dit jaar contacten te leggen. Misschien heeft die kokkin van Budsjord echt gelijk en loopt pelgrimsseizoen werkelijk op zijn eind?

Zodra ik een dagverslag af heb zet ik het ook in het totaalverslag van 2017
De wandeling van Oslo tot Kvam is te lezen in het verslag van 2016
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review

zondag 10 september 2017

Olavspad (Gudbrandsdalsleden) 2017; van camping Hageseter Turisthytte naar Drivstoggosætra (6 km noord van Kongsvold)

Dinsdag 8 augustus, wandeldag 6
Van camping Hageseter Turisthytte
 naar Drivstoggosætra (6 km noord van Kongsvold) 
± 9,5 uur inclusief rusten, ± 24 km

Uren kijken
Coke au vin
Ik had het kunnen weten. Een kilometer voor hotel Kongsvold informeerden Nederlanders de weg naar de parkeerplaats. Op mijn beurt vroeg ik of het hotel nog ver was. 
"Nee, nog vijfhonderd meter".
"Mooi. Dan ga ik daar eens lekker eten!".
"Nou, hou dan maar rekening met stevige prijzen".
Ze hadden net voor negen euro per persoon een puntje appeltaart gegeten. Met twee wijsvingers en één duim werd de beperkte omvang benadrukt. Met de air van een ervaren wereldreiziger gaf ik te kennen dat ik de prijzen in Noorwegen al niet meer meewoog. 'Succes', moeten ze gedacht hebben.

En daar zat ik nu. Gescoord had het hotel wel met de lange lunchtijd die doorliep tot vier uur 's middags. Met mijn binnenkomst om halfvier was ik dus nog binnen de tijd. Ook goed was de vriendelijke bediening en de antieke, landelijke aankleding, vergezeld van piano-achtergrondmuziek. Net als een andere wandelaar nam ik met mijn nylon wandelshirt en besmeurde wandelbroek op wat afstand van de stil dinerende echtparen plaats aan een van de lange, met witte tafelkleden gedekte tafels.
Ik wilde 'zwaar' lunchen. Tijdens het lopen was namelijk het briljante idee opgeborreld om mijn lunchpakket te bewaren voor morgen. Er zal dan geen horeca gepasseerd worden. Na het ontbijt had ik daarom alleen twee mueslirepen  gegeten. 
Bij de presentatie van de menukaart was ik nog in een onbevangen stemming en koos zonder scrupules voor het duurste lunchgerecht met de verknipte verwachting dat dat ook de meeste koolhydraten zou opleveren. Ik liet me met gebaren uitleggen dat ik gekozen had voor varkenswang. Laat maar komen, je moet alles proberen. 
De prijs van NOK 295 maakte toen niet eens zoveel indruk. Een kwartier later de twee stukjes varkenswang ook niet. Ze werden geserveerd als een delicatesse, maar waren taai en omgeven door zeen. Ook al fleurden gekookte aardappelen, stukjes wortel en asperge als een soort doorgezakt bedje de creatie op, het bleef matig. Aan het einde van de exercitie kon ik aan tafel bij de vriendelijke juffrouw het Noorse bedrag direct in euro's van mijn rekening afschrijven; € 39,03. Oké, wie wilde er zo graag lunchen in een authentieke omgeving met achtergrond muziek? En waar drink je tegenwoordig nog cola uit een wijn glas? 
Dat het er goed uitzag bleek wel toen ik de foto van het tafereel via whatsapp deelde. Oud wandelgenoot Frank kopte meteen in: 'Hoi Frans, Kijk zo wil ik altijd wandelen! Smakelijk'. 

Weidse route
De route was weer prachtig. Vandaag ging het over twee bergruggen waardoor je urenlang kon terugkijken. Tegen tienen verliet ik camping Hageseter, nadat ik daar eerst samen met Stan had ontbeten. Na een korte aanloop langs de E-6, volgde een stukje over de Gamle Kongevei. Deze oude koningswegen waren ooit bedoeld voor de koning en zijn leger en moesten onderhouden worden door de lokale boeren. Daar waren ze net mee begonnen en dat maakte het een soort zanderige strandwandeling. 

Gefixeerd als ik ben op de hoofdroute in mijn gids wees ik het voorgestelde alternatief langs het kerkje Eysteinkirke af. Ook al gaf de huidige markering dit aan als de nieuwe hoofdroute. Neeh, ik moest en zou rechtstreeks naar pelgrimsherberg Hjerkinn fjellstue. Dat heb ik geweten. Rechtstreeks betekende dwars door een wei, waar ze blijkbaar geen wandelaars meer wilden hebben. Over een blubberig pad slalomde ik heen en weer. Om droog te blijven moest ik van de ene naar de andere hoge graspol springen. Lukte dat gisteren nog heel stoer over een beek, nu voelde ik het in mijn rechter kuit schieten. Ja precies, die was al gestrest. Na geknoei met verschillende onwelgevallige hekken stond ik eindelijk bemodderd bij Hjerkinne. Daarna was het weer zoeken hoe de route verder ging. Voor de rest ging alles goed. 
de oude Koningsweg (gamle Kongsvei)
en voor een blessure eigenwijs rechtdoor lopen dwars door de wei

Hjekinne Fjellstue
Na een flinke klim was ik terug op de hoogvlakte ten noorden van Hjerkinne. Regelmatig ingehaald door ponniegroepen vorderde ik met plezier naar het hoogste punt Hjerkinnhøe waar een mijlpaal mij vertelde dat er omgerekend nog 208 kilometer zouden volgen. Dat geeft tenminste houvast.




Een prachtige lange weidse afdaling volgde tot aan de eeuwige E-6, die zich hier ook doorheen slingert. Vanaf Oslo begeleidt deze weg het Olavpad. Wellicht liep het pelgrimspad vroeger op stukken waar nu de auto's voortrazen. Vroeger was Olav heilig en nu de auto. 
Het laatste stuk naar hotel Kongsvold ging vanaf de E-6 weer de heuvels in. Waarschijnlijk om de wandelaar van het autoverkeer te verlossen. Het is een omweg, maar wel met verrukkende uitzichten en langs mooie vlakken met wit rendiermos. Tenslotte dook de verzameling gebouwen op met in het midden het hotel en daarom heen de gastenverblijven. 


Derde ontmoeting Stan
Prijzig hotel Kongsvold had trouwens meer verrassingen. Toen ik om halfvier binnenkwam zag ik via de openstaande deuren dat de aangrenzende kamers mooi ingericht waren. Eenmaal in afwachting van mijn lunch kon ik de verleiding niet weerstaan om te kijken hoe die er uit zagen. Met het binnenstappen van de eerste kamer zat daar tot mijn ongeloof low-budget Nederlandse Stan, die gisteren nog zo last had van diarree. Hij was zo te zien in vrolijk gesprek met een jong tweetal. 
"Hoe kom jij hier al? Ben je soms met de bus gegaan!", riep ik uit.
Nee, hij had het laatste stuk langs de tweebaans E-6 gelopen en had daarmee een lus over het Dovrefjell vermeden. Dan snij je inderdaad veel af, maar of dat leuk is betwijfel ik. Vanwege zijn lichamelijke ongemakken rekende ik het goed. Niet dat dat wat uit maakt, want iedereen moet lopen zoals hij het leuk vindt. Nu hij er toch was kon hij meteen een foto maken van mijn lunch. Stan zelf hield het bij een frisdrankje.
Stan rechts op de foto vermaakt zich goed
Stan had mij bij de eerst ontmoeting al verteld dat hij een keer naar een van de bergtoppen wilde wandelen. Het ging vandaag gebeuren. Apart, dacht ik, het is al vier uur 's middags. Het leek mij ook niet bevorderlijk voor het herstel. Maar dat zei ik allemaal niet. Ik wenste hem een voorspoedige klim. Zelf ging ik nog verder. Vandaag was het droog en voor morgen werden vanaf twaalf uur buien verwacht. Dan kon ik in de late middag en begin van de avond nog een stuk lopen van de tweeëntwintig kilometer tussen Kongsvold en de onbemande hut Ryphusan, het einddoel voor morgen.

Wild kamperen
Pas om halfvijf ging het verder. Soms leer je van eerdere minder handige keuzes. Dit keer nam ik de raad van de gids ter harte en vermeed het blijkbaar oncomfortabele en vaak glibberige pad parallel aan de E-6. Later hoorde ik van zowel Steve en Chelsey als van Stan dat het naast glibberig ook gevaarlijk smal zou zijn geweest op de flank van de helling. 
In plaats daarvan liep ik direct naast de E-6. Meesttijds aan de veilige kant van de vangrail. Obstakels vormden de grazende of rustende schapen, die hier vrij loslopen. Als ik ze zou opjagen dan kon het gebeuren dat ze zomaar tussen het verkeer de E-6 op zouden rennen. Schapen zijn kampioen in het voor je uitvluchten om tenslotte ten einde raad in paniek een zijpad te kiezen. Om het verkeer niet in gevaar te brengen manoeuvreerde ik herhaald van de ene kant naar de andere kant van de weg. Vangrail op, vangrail af. Na een ruime kilometer verliet het pad de E-6 en ging het langzaam omhoog met de weg in de diepte van deze nauwe vallei.


Tot mijn teleurstelling ging al die klimactiviteit daarna weer verloren in een afdaling, terwijl ik zeker wist dat ik morgen terug naar de hoogvlakte zou gaan. Gelukkig bedacht ik mij om mijn waterzak bij een vertrouwde waterstroom uit de bergflank te vullen. Om halfacht en zes kilometer voorbij Kongsvold hield ik het bij Drivstoggosaetra voor gezien. Dat het bij Drivstoggosaetra was weet ik van een informatiebordje. Lang geleden heeft hier een klein boerderijtje gestaan waar ook al pelgrims de nacht doorbrachten. Daar deden nog enkele stenen fundamenten aan herinneren en, belangrijk, er waren enkele horizontale plekken te vinden. En ook al is het al halfacht, je hebt hier in je eentje zeeën van tijd. Donker wordt het voorlopig ook nog niet. Je loopt dus wat rond in je nieuwe keizerrijk, zet koffie, kruipt in je slaapzak, maakt wat aantekeningen en leest wat op je e-reader. En ineens is toch het licht uit.
Zodra ik een dagverslag af heb zet ik het ook in het totaalverslag van 2017
De wandeling van Oslo tot Kvam staat in het verslag van 2016
De samenvatting van mijn praktische ervaringen en tips staat in de review