Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

maandag 14 maart 2016

Grote Rivierenpad; wandelen van Wyler (Duitsland) via Kranenburg en het Reichswald naar Kleef

Waarom Kleef?

Vrijdag 11 maart 2016



Waarom Kleef?
Best een aardige stad dat Kleef, daar niet van. Maar waarom moet het Rivierenpad eindigen in Kleef? We hebben op de laatste twintig kilometer van het Rivierenpad geen rivier gezien. Of het moet de flits zijn geweest toen we 's ochtends bij Emmerich over de Rijnverkeersbrug richting Kleef reden om daar te parkeren. Waarom niet vanuit het Duitse Wyler via Kranenburg naar Millingen aan de Rijn gelopen? Als dat onvoldoende kilometers zou betekenen, dan kan je bij Millingen met het veer oversteken en nog een stukje naar Lobith lopen, waar de Rijn zogenaamd ons land binnenstroomt. Dat gebeurt in werkelijkheid bij Spijk, maar Lobith zouden we dan goed rekenen. Allemaal vragen die ongetwijfeld al door meer wandelaars zijn gesteld. 

Op naar Kranenburg
In afwachting op de bus namen we vlakbij Bahnhof Kleve eerst een cappuccino aan een Stehtisch in een Konditorei. Daarna met bus 58, met gebruik van de Nederlandse OV-kaart, naar het eindpunt van de vorige keer: Wyler-Mühle. Buiten was het heiig en kil, net drie graden boven nul. Alle truien en het regenjack bleven aan in afwachting op de beloofde zon vanaf een uur of twaalf. Lopen naar Kranenburg gaat niet over een sensationele route en met deze temperatuur hadden we maar twintig minuten nodig voor de tweeënhalve kilometer. Eenmaal in de bebouwing sloegen we een tweede Konditorei over en gingen direct de St Peter en Paul kerk bekijken. Dat gaf wel het voordeel dat we op de toepasselijke Wanderstrasse belandden en konden genieten van de kerktoren. Helaas kwamen we verder deze dag geen koffietent meer tegen. 
We beperkten ons tot de buitenkant van de kerk, want wandelaars willen altijd doorlopen. Op internet zie ik dat een bezoek aan de binnenkant ook de moeite waard was geweest. Aan de aanwezige tekens van de Jacobsweg af te lezen, vormt de kerk ook een halteplaats op deze pelgrimsroute. We lopen in Kranenburg nog even over de Grosse Strasse en verlaten daarna de aardige stadskern via de Mühlenstrasse op weg naar het Reichswald.

Terminator
Door open weides en akkers gaat het voordat we verdwijnen in het Reichswald. Als we het bos net zijn binnengedrongen zien we een soort bomen-terminator. Een kolossale bomen-oogstmachine op grote brede wielen zaagt de gemerkte bomen in secondes om. Met veel geweld schraapt hij de takken eraf en zaagt daarna zonder de boom los te laten de stam in gelijke stukken. Waar vroeger groepen mannen uren fysiek mee bezig waren duurt hier ongeveer een minuut per boom. Het enige van de huidige man dat getraind wordt zijn de ogen, en de hand die de joystick bediend. We kunnen er uren naar kijken, maar zouden dit werk niet dagen, laat staan weken, geïsoleerd in het bos willen doen. 



Jack begrijpt niet wat je in zo'n bos moet met die grote machine. Hij begint alweer te janken dat we verder moeten. Later begrijpen we waarom. Hij heeft misschien toen al geroken, dat er op een akker twee kilometer verder, vlak voor het dorp Frasselt, gegierd werd. Niet van het lachen, maar met koeienpoep. Wij hadden dat nog niet geroken en zagen het pas toen we passeerden. Ook dat de boer in zijn enthousiasme de landweg hier en daar had meegenomen. Niets om je verder in deze omgeving druk over te maken. Althans tot op dat moment. Eenmaal dichterbij het dorp zagen we Jack weer besmeurd en opgewekt bijtrekken. Hij had onze onoplettendheid gebruikt om zich uitgebreid in deze lekkernij te wentelen. Wat honden daar zo dol op maakt blijft een vraag. Het was een teleurstelling dat het café 'Op de Kerk' in Frasselt pas vanaf vier uur de deuren zou openen. Maar of we er met Jack überhaupt nog in hadden gemogen was de vraag geweest. Grrr. Mist.
Frasselt in de mist, zowel het Nederlandse als het Duitse mist
Reichswald
Na Frasselt ging het weer enige tijd over plattelandswegen voordat we opnieuw het Reichswald werden binnengeleid. Het Reichswald is een enorme boscomplex, kilometers lang en breed. Lopen in een bos is vaak een verademing, maar dit woud is met eentonige, lange bospaden doorsneden. 
Zonder al teveel verrassing loop je hier kilometers over de saaie paden. Wat opvalt is dat er overal tekens op de bomen zijn aangebracht. De bomen zijn nog net niet genummerd, zoals we langs de wegen zagen. Maar In Duitsland wordt ook in het bos alles geadministreerd en bijgehouden. 
Het nummeren van de straatbomen schijnt weer een verzekeringsachtergrond te hebben. In een artikel in de NRC uit 2012 over deze Duitse gewoonte, lees ik: Een omvallende boom of een vallende tak kan schade, verwondingen of de dood veroorzaken. Wortels kunnen stoeptegels tot struikelblokken maken. En als mensen tegenwoordig iets overkomt, is de eerste reactie: wie kan ik verantwoordelijk stellen om schadevergoeding te eisen. Om zich in te dekken tegen schadeclaims willen lokale overheden rechtsgeldig kunnen aantonen dat zij goed hebben gezorgd voor de bomen die onder hun verantwoordelijkheid vallen. 
Boom 73 zal er blij mee zijn.




Slag om het Reichswald
Het is nu moeilijk voor te stellen, maar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is hier enorm gevochten om Duitsland binnen te dringen en te verslaan. Dat merkten we niet in het bos, maar wel onderweg. Zowel in Kranenburg, Frasselt, als in Kleve werden toen de torens kapot geschoten. Na de oorlog is alles weer opgebouwd: respectievelijk de toren van de al gepasseerde St Peter en Paulkerk, de St Antoniuskerk in Frasselt en de toren van slot Schwanenburg. Veel gebouwen zien er wel oud uit, maar zijn in werkelijkheid na de oorlog weer opgebouwd. Meer dan 500.000 man, 54.000 voertuigen en 1000 kanonnen en raketwerpers zetten in februari de opmars in vanuit het gebied Nijmegen-Groesbeek. Een bloedige strijd, die door het slechte weer veel langer duurde dan verwacht. De verschillende militaire begraafplaatsen in de omgeving zijn er nog de trieste herinneringen aan.

Kleefland
In de gids hadden we al gelezen dat het Kleefland vroeger een overgangsgebied is geweest tussen Nederland en Pruissen. Tot het begin van de 19e eeuw werd er tot een eind voorbij Kleef Nederlands gesproken. Pas vanaf 1827 wordt er verplicht in het Duits lesgegeven op de scholen en in het Duits geschreven in de kerken. 
Je merkt het aan de straatnamen en namen van gebouwen zoals de het al genoemde cafe 'op de kerk' in Frasselt. Later, vlakbij Kleve, zien we op de herdenkingsobelisk van de gesneuvelden in de Frans-Duitse oorlog van 1870 vele achternamen die ook in Nederland voorkomen.
Dat het nog steeds een soort overgangsgebied is merk je aan de talloze auto's met Nederlandse nummerborden. Minstens net zoveel als Duitse. Om goedkoop te tanken en inkopen te doen, maar ook omdat hier gewoon veel Nederlanders wonen. In verschillende voortuinen zagen we Nederlandse auto's geparkeerd.

Kleef
Altijd weer knap hoe die routeplanners toch weer groene stroken weten te vinden om je een stad in te leiden. Via een zijtak van het Reichswald waren we al zonder iets te merken verschillende kilometers langs uitstulpingen van Kleef gevoerd. Anderhalve kilometer door een buitenwijk ging het slechts. Bovendien een buitenwijk met een prima vijver om een stinkende hond in af te spoelen. Met een semi schone hond ging het vervolgens opnieuw het bos in. Dit keer op de stuwwallen ten westen van Kleef. Daar troffen we op de Springenberg de zuil ter nagedachtenis aan de gevallenen van 1870. 
Obelisk op de Springenberg

dit beeld staat ver in diepte in de vijver van de 'Kleefse Tuinen'
Met een omtrekking van de Sterrenberg bereikten we tenslotte de rand van de bebouwing op nog geen kilometer van het centrum. De weg er naar toe is omzoomd met mooie villa's van rond 1900. Het centrum zelf gaf de standaard winkelstraten met bekende Duitse winkelketennamen. Minder bekend was het beeld van de bedelaars, die, al dan niet gezeten op een kleedje, het meest vragende gezicht opzetten dat voorhanden was. 
vanaf de stuwwal zicht op de toren van de Schwanenburg
Wij zijn direct opzoek gegaan naar de Schwanenburg, waarvan de toren al van ver te zien was. De klim naar de dominante heuvel viel mee. De burcht niet. Die is in gebruik als gerechtshof en niet toegankelijk. Na enige foto's zijn we dit Rivierenpad gaan afsluiten in een lokaal café. Een minder tastbaar einde dan het begin op de Noorderhoofd bij Hoek van Holland op 22 maart in 2014. Je zou het eigenlijk andersom moeten lopen. In Hoek van Holland ben je letterlijk aan het einde van de rivier. Om het gevoel van rivieren nog een keer op te roepen gaan we de volgende keer in Rotterdam een stuk van de alternatieve route lopen, het Erasmuspad. Wat bekijken van de binnenstad en de oude havens. Kijken hoe die Rotterdammers het doen, dat leven aan een rivier.

Alle berichten van onze wandelingen op dit mooie pad staan op mijn pagina Grote Rivierenpad 


1 opmerking:

  1. Ha Frans. Dit laatste traject ken ik niet. Het lLingepad had als eindpunt Wyler. Voor mij even geen wandelen. Ik heb weer hielspoor. Balen!

    BeantwoordenVerwijderen