Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

maandag 21 april 2014

Westerborkpad; Wandelen tussen Nunspeet - Vierhouten - Het Verscholen Dorp - 't Harde

Op weg naar het Hendrik Mouwenveld

Lange paden

Vennenpad, Eibertjespad, Elfhonderdmeterweg, Ossenkolk, Henderik Mouwenveld, Pas-Opweg, het zijn mooie namen van plekken die je onderweg passeert. In april hebben terrier Jack en ik de omgeving van Nunspeet verkend. Een karakteristiek; veel lange rechte fiets- en bospaden.


voormalig gemeentehuis van Nunspeet

Tussen Nunspeet en 't Harde liepen wij op 13 april. Niet opzienbarend. De eerste anderhalve kilometer gaat door het dorp Nunspeet. Wat is blijven hangen op mijn netvlies zijn de goed onderhouden huizen en de verschillende art nouveau woningen van rond het begin van de vorige eeuw. Zoals bijvoorbeeld het voormalig gemeentehuis. 'Laan' heet de weg waar je loopt. Het moet in die tijd ook echt een statige laan zijn geweest. Verder ging het voornamelijk over lange bospaden met een mooie onderbreking op het stuifzandgebied De Zoom.

De Zoom

Verscholen Dorp
Op 20 april spanden wij ons in op een zijlus van het Westerborkpad. Doel en keerpunt op deze mooie Paasochtend was het Verscholen Dorp. Het ligt ongeveer op de helft van de lus, die start en eindigt op station Nunspeet.

Op weg naar het Eibertjespad

Je bent snel buiten de bebouwde kom van Nunspeet en loopt de ruim zes kilometer bijna constant door het bos naar Vierhouten. Onderweg passeer je bij de Elfhonderdmeterweg nog het indrukwekkend grote landgoed bij de villa De Rode Stee. Verder ging het langs het bosven De Ossenkolk. Waar vroeger de ossen dronken leste nu Jack zijn dorst. De ossen waren vervangen door een ganzenechtpaar met gele plukjes jonge ganzen, die snel de veiligheid van de plas zochten toen Jack en ik naderden.

Ossenkolk

Vierhouten is een klein dorp omgeven door uitgestrekte bossen. En grote bossen trekken campings, bungalowparken, en fietsers, en racefietsers, en wandelaars. En die willen lekker in de zon op een terras zitten. Die zijn er dan ook in voldoende mate. Heerlijk op deze voorjaarsdag. Niet te lang natuurlijk, want Jack wil verder. 


Hendrik Mouwenveld
uitlopende bosbessenstuiken tussen de nog vrijwel kale bomen bij het Henderik Mouwenveld
We stonden zo weer buiten het dorp en kozen voor het pad langs twee mooie huizen, de Pauwenhof en de Klinkenberg, beide omgeven door ruime tuinen. Dit voerde naar de zuidzijde van het Hendrik Mouwenveld.



Met de kaart in de hand nog wat zig-zaggen over de bospaden en je staat bij het Verscholen Dorp. Een onderduik-schuilplaats uit de oorlogsjaren 1943-1944. Van de ooit negen hutten zijn er drie nagemaakt. Zij geven een indruk hoe hier onder leiding van tante Cor en opa Bakker 80 tot 120 onderduikers, joden, ondergedoken agenten, geallieerde piloten, hebben moeten leven. Helaas zijn ze bij toeval door jagende Duitse soldaten in 1944 ontdekt. De meeste onderduikers wisten te ontkomen, maar een achttal werd ter plekke geëxecuteerd, nadat ze eerst hun eigen graf hadden moeten graven.
http://www.4en5mei.nl/herinneren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/43




op een informatiebord enkele afbeeldingen van de oorspronkelijke hutten
Oppassen
Het was vroeger in deze omgeving waarschijnlijk ook al een afgelegen gebied, buiten controle van de overheid. De weg waar je lang over loopt, heet 'Pas-Opweg'. Je moest er oppassen voor struikrovers. Tegenwoordig moet je oppassen voor elektrische fietsen. Na deze lange asfalt bosweg, gingen de laatste vijf kilometers over een betonnen fietspad, dat prachtig slingert door het bos. Daar moet ik nog een keer naar terug om te skeeleren.
Jack en ik moesten regelmatig de berm in om plaats te maken voor fietsers. Ter hoogte van het mooie ven Waschkolk maakten wij daarom een doorsteek door het bos en kon Jack weer afkoelen tussen de dikkopjes die er in grote getallen rondkrioelden. 


Jack beneden in de Zandenplas
Verder weer over het fietspad. Het gaat wel snel, maar je moet voortdurend achterom kijken of er geen aanvallende fietsen naderen. 
Op de kaart zie je dat Jack na het passeren van de A28 zijn dorst zou moeten kunnen lessen in een meer. Daartoe wordt je afgeremd door informatieborden, die beweren dat honden niet in dit water mogen. Gelukkig mag dat voor 1 mei nog net. Bovendien kan Jack niet lezen. On-Nederlands blauw ziet het water van de Zandenplas eruit als we over de natuurlijke heuvels klimmen die deze plas omzomen. Aanlokkelijk.
Jack ontmoette nog wat soortgenoten, die ook ongeletterd te water sprongen.
Zandenplas

Voort ging het over de boorden van deze vakantieomgeving richting de golfbaan. Ook daar vermaakten mensen zich in de Paaszon. Dichterbij station Nunspeet passeerden we nog een echtpaar, zij in grijze rok, keurig jasje, donker gekleurde kousen, grijs knotje. Hij in een combinatie, wel frivool zonder stropdas. Alles trekt er op uit. De Paaszon is heerlijk voor iedereen.

Alle berichten van de wandelingen op dit pad staan verzameld op mijn pagina Westerborkpad 

vrijdag 4 april 2014

Grote Rivierenpad; Wandelen van Maassluis via Zwartewaal, Heenvliet en Geervliet naar Rotterdam-Hoogvliet



Verstilde hectiek

De overtocht
Nee, een aluminium frame was het niet. Gelukkig kon ik nog net uit mijn beperkte fietskennis 'Titanium zeker?' ophoesten. Wij, de fietser en ik, zaten op een boeienbak van het veer over de Nieuwe Waterweg van Maassluis naar Rozenburg. De overtocht duurt niet zo lang, een minuut of acht schat ik nu. Ik weet het niet meer, omdat ik in die acht minuten het medisch dossier van de fietser heb besproken. Hij was nu 65 jaar oud en niet zo lang geleden had hij de knoop doorgehakt. Zal ik die dure titanium fiets nu nog wel of niet meer kopen voor die vijf jaar? Blij was hij, dat hij het had gedaan. Het reed super. Na enkele vragen over het rijgedrag van de superfiets, stelde ik de ietwat naïeve vraag; 'Maar hoezo voor vijf jaar? Wordt er na je zeventigste niet meer gefietst?'.
'Nou, weet je, ik heb al geluk dat ik hier zit. Dus of ik over vijf jaar nog fiets, dat weet ik niet.' Ik kon niet meer terug. Het was ook geen vervelende vent. Daarom vroeg ik; 'Hoezo?'.

Twee jaar geleden was hij op de Calandbrug van zijn fiets gevallen en had een voorbijganger hem gereanimeerd. 'Mijn pacemaker was op hol geslagen.' Daarmee was zijn hartslag naar de driehonderd gestegen en was de circulatie vreemd genoeg niet gestegen, maar afgeknepen. 'De hartkamers slaan dan helemaal leeg.', verduidelijkte hij.
Maar hij had het gered en kon nu weer sporten; fietsen en schaatsen. Met voetballen was hij gestopt, te gevaarlijk voor die pacemaker. 'Maar ze hebben tegenwoordig mooi spul hoor. Ik heb nu een kastje bij me'. Hij wees op een plek ergens boven zijn hart. 'Dat is een pacemakerregulator en een AED (automatische externe defibrillator) ineen. De dokter kan het ook uitlezen op de computer. Hij zag laatst precies wanneer ik tijdens het schaatsen koffie had gedronken'. We waren intussen bij de overkant en ik wenste hem veel fietsplezier. Hoe het er op het water van de Nieuwe Waterweg uitziet, zie ik wel op de foto's van Frank.

Terugblik op Maassluis vanaf Rozenburg

Hectiek  
We begonnen aan onze wandeling over de dijk van Rozenburg met de vaststelling dat wij onze zegeningen soms wat meer mogen tellen. Daarna waren we, ongelooflijk bij een dijk, meteen de weg kwijt en liepen we weer vijfhonderd meter te ver door. Zicht op de 7e Petroleumhaven was daarvoor ons loon. Een aaneensluiting van kanalen, bruggen, en havens volgde. Eerst een kilometer langs het Calandkanaal, dan de Calandbrug met aan deze kant zicht op de ertsoverslag in de Brittanniëhaven en aan de overkant de enorme betonnen windbrekers. Al deze namen kende ik nog niet echt, maar met een gids in de hand en Google maps op je computer, wordt je een kenner. 

Eenmaal over de brug zagen we de Neckarhaven, het Hartelkanaal en Europoort met al die olieopslagtanks. Trots meldt Vopak op zo'n tank dat ze er driemiljoendriehonderdduizend kubieke meter kunnen opslaan. Het is een lang woord, dus dat moet wel veel zijn. Vermenigvuldigd met duizend heb je het aantal liters en een nog langer woord.
Tussen al deze industriële activiteiten persen zich ook nog de A15 en de havenspoorlijn die aansluit op de Betuwelijn. Overal actie, lossende en ladende schepen, varende schepen, voorbij trekkende lange goederentreinen, veel vrachtauto's en op de fietsbrug over het Hartelkanaal op dit uur van de dag de grijze golf op scooters en elektrische fietsen. Alles golft hier.


olieopslagtanks langs het Calandkanaal

7e Petroleumhaven

Calandbrug met de betonnen windbrekers op de achtergrond
Calandsbrug
Brittaniehaven
binnenvaart met brandstof op het Hartelkanaal
Blik vanaf de Harmsenbrug op het Hartelkanaal en Europoort

Stilte
Als je eindelijk over de Brielsebrug naar de andere kant van het Brielse Meer bent gelopen duurt het nog een tijd voordat het verkeerslawaai wegsterft. Langzaam komt er meer natuur. Dat wordt al meer bij de naturistencamping, waarvan de dunne struikenstrook eromheen nog niet echt in blad staat.
Je krijgt nu het vreemde beeld dat je in een redelijk stille, groene wereld loopt, maar op de achtergrond achter de dijken aan de overkant van de twee kanalen zie je de bovenkant van opslagtanks, hoogopgestapelde containers en pijpen van de petrochemie. Versterkt wordt die tegengestelde sfeer nog door de kleine rustige dorpen  met hun oude kernen.  Achtereenvolgens trekken we door Zwartewaal, Heenvliet en Geervliet. In onze gids lezen we over de dagen dat deze dorpen nog aan het open water lagen en leefden van de handel en de visvangst. Tot aan de Doggersbank schijnen ze actief geweest te zijn. Te zien aan de smalle haventjes ging dat in kleine bootjes.
Nu is de bevolking actief tegen windmolens. Overal hangen affiches. Missen wij iets? Alle molens staan er al. Thuis lees ik op internet bij een beschrijving van de protestbijeenkomst begin dit jaar;
De bewoners wisten niks van de bouw tot de eerste assen verschenen en zij op 28 januari tijdens een bijeenkomst in Zwartewaal hoorden dat er maar liefst acht windturbines gebouwd zouden worden.
Het zijn stille, slaperige dorpen. Dat moeten ze zo houden, dat is hun kracht.
Kerk van Zwartewaal
Binnenkomst van Zwartewaal via het Noordeinde
Bij de markt van Heenvliet

Kaaistraat in Geervliet met op de achtergrond het stadhuis
Kerkstraat in Geervliet
De dijken van het Hartelkanaal met het achtergelegen Botlekgebied

Na elf kilometer zijn we blij dat we aan de stille paardenmarkt van Heenvliet koffie mogen drinken in 'Het Hofje van Heenvliet'. Het is een soort leerwinkel waar jonge meisjes hun best doen je zo beleefd mogelijk te bedienen. Alle kleuren van de regenboog hebben de taartjes in deze aandoenlijk roze winkel. De taart van de dag was de monchoutaart. Nou, dan heb je een goeie dag.
Natuur in de stad
Spijkenisse is met zijn ruim 70.000 inwoners duidelijk geen dorp meer. Toch heeft het langs het Hartelkanaal twee mooie bossen. Aangelegde natuur, maar wel aangenaam wandelen. De hectiek keert weer terug bij de Spijkernisserbrug. Een hefbrug over de Oude Maas, die verbindt met Rotterdam Hoogvliet. Als wij aankomen gaat hij net omhoog om een grote coaster stroomopwaarts te laten passeren. Een mooi gezicht. Ook heb je hier weer een goed uitzicht op de Botlekbrug en de achterliggende bedrijvigheid.



Wij staan op het fietspad van de brug. Als de brug weer opengaat wordt er blijkbaar ook een adrenalinekraan opengezet. Om het vege lijf te redden voor de aanstormende scooters, wielrenners, fietsers, stellen wij ons verdekt op achter veilige pilaren. Alles vecht om zo snel mogelijk thuis te komen. Volgens de wegenverkeerswet is dit het zogenaamde 'langzame verkeer'. Als de voorste horde spitsverkeer voorbij is, wagen wij onze eerste sprong. Na twee tussendekkingen bereiken wij de overkant. We gaan aan de noordkant onder de brug door en even later lopen we door de schitterende grienden langs de Oude Maas. En ook al weet je dat de blokkendozen van Hoogvliet vlakbij zijn, je waant je in een wildernis. Prima keuze van de routeplanners en een mooi einde aan deze 24 km.





Als we metrostation Zalmplaat hebben gevonden genieten we ook van deze hoge manier van vervoer. In plaats van onder de grond rijdt je op dijken en palen. Dichter bij het centrum rijdt je ter hoogte van de tweede en derde etage en krijg je inzicht in de Rotterdamse wooninrichting. Je kunt zo volop genieten van het huiselijke leven. Vlak voor je onder de grond gaat zie je nog een glimp van de Erasmusbrug en de Maashaven met zijn binnenvaartschepen. Mooi. Rotterdam doet er alles aan zich te laten zien.

Alle berichten van onze wandelingen op dit mooie pad staan op mijn pagina Grote Rivierenpad