Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

vrijdag 28 september 2012

GR 10 - 2012; COL CERDA - LAS ILLAS

Dit is een vervolgbericht in de serie over mijn wandeltrektocht in 2012 over het laatste stuk van de GR10. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina GR10 - PYRENEEËN 2012 (zie de rechter kantlijn ).


UITGEKIEND WATERMANAGEMENT

Donderdag 23 augustus, wandeldag 8
Col Cerda – Las Illas
(7 uur incl rusten, ± 400m klimmen, ± 900m dalen, ± 14 km)

Om minder te dragen was het advies van Engelsman Adam 'je helemaal tot de nok toe vol te drinken. Dan hoef je minder in je waterzak te doen. Je kunt het ook doen om een gebied zonder  aanvullings-mogelijkheid  te doorkruisen. In dat geval moet je natuurlijk wel je watervoorraad optoppen.'
Ik vond het eergisteren wel een aardige, beetje Cruijffiaanse, benadering toen ik naar hem luisterde. Maar gisteren heb ik het voor de eerste keer toch toegepast. En vandaag ben ik niet ontevreden. Nu, om 10.40, na tweeënhalf uur lopen, heb ik nog steeds water en dat ondanks de bereiding van het eten van gisterenavond en de meuslipap van vanochtend.
Mensen vragen wel eens of ik mij niet alleen voel op zo'n col. Soms is dat natuurlijk wel zo. Maar op de Col Cerda heb je daar geen last van. Afgelopen nacht had ik al voldoende afleiding met de passage van, waarschijnlijk, een paard, direct langs mijn tent. Vanochtend stond ik weer te kijken toen ik om 08.00 stemmen hoorde en even later de eerste drie wandelaars voorbij kwamen. Die moeten vroeg zijn gestart.
Even later ben ik zelf ook op pad gegaan. Het eerst uur ging het verder omhoog naar de Roc de Frausa (1450m). Aanvankelijk was het nog in open terrein maar spoedig ging het door een open beukenbos met hoge bomen en volle kruinen. Wat opviel was de verkleuring van de bladeren. Het is nog te vroeg voor de herfst dus ik neem aan dat het komt door de droogte.
Anderhalf uur bos verder had ik mijn eerste rust op een kruispunt van zes wandelpaden boven op de Col de Puits de la Neige. Hier komen, pal op de grens van Frankrijk en Spanje, naast gewone wandelpaden ook de GR10 en de HRP samen en is er een aansluitingsmogelijkheid met de GR11 in Spanje. Verder zit je niet ver van de Refuge des Salines, slechts een half uur Spanje in lopen. In mijn focus op de GR10 was mij deze overnachtingsmogelijkheid totaal niet opgevallen.


Eigenlijk was de route vandaag een beetje saai. In het begin waren de bossen nog mooi, maar tegen 14.00 uur was ik er op uitgekeken. Je ziet nauwelijks verder dan een paar honderd meter en er waren weinig uitzichtpunten. Een voordeel is wel dat het in het bos niet zo heet is.


Verder ben ik er gelukkig, net voordat mijn watervoorraad op raakte, in geslaagd de Fontaine des Trabucayres te vinden. Dat is een hele mond vol voor een mini-waterstraaltje midden tussen de bomen langs het pad naar de Coll dels Cirerès. Ik was er dan ook erg op gespitst het te vinden, enerzijds vanwege mijn platte waterzak en anderzijds door de aanwijzing van Ton Joosten in zijn gids om goed op te letten omdat het 'een stroompje van niks' is. Het stelde inderdaad niks voor, het straaltje had ook anders kunnen worden omschreven maar dan smaakt het niet meer.
De Coll dels Cirerès loop je zo voorbij als je niet oplet omdat het een breed pad in het bos is. Toen ik het zeker wist heb ik er meteen maar languit uitgerust op mijn grondzeiltje en de bomen eens vanaf de grond bekeken.
De laatste vier kilometer naar het dorp Illas gingen over een weinig inspirerend, warm asfaltweggetje. Eenmaal in Illas vond ik na enig zoeken de gite. Om drie uur kon ik nog geen beheerder vinden en ben ik maar naar binnen gegaan. Ik trof er een Fransman die zich op dit vroege tijdstip al had geïnstalleerd en languit op een van de bedden lag. 
Het vooruitzicht van een volle slaapzaal trok mij niet en ik zag ook niet direct een kampeermogelijkheid hier midden in het kleine dorp. Daarom ben ik eerst maar naar het vlakbij gelegen hotel-restaurant gegaan om iets te drinken.

Kamer 1.
Terwijl de eerste cola ouderwets het suikerpeil herstelde zag ik dat het een oud, maar bijzonder aardig ingericht hotel was. Ik besloot mijzelf na ruim een week  luchtbed/slaapzak-combimatie te verwennen met een bed. Mooi een eigen kamer, een lekkere douche na twee dagen zweten en weer een goede maaltijd.
De douche bleek zich even later wel op de gang te bevinden, maar het was toch 'mijn' douche omdat ik om 17.00 nog steeds de enige gast was. Het was overigens goed dat de eigenaresse meteen de raamdeuren naar het terras opende, want de kamer rook wel wat muf. Schijnbaar komen er niet zoveel slaapgasten.


Tegen 18.00 ben ik nog wat door het dorp gaan lopen in de hoop verbinding met mijn mobiel te krijgen. Tevergeefs. Er hangen zoveel kabels dat die waarschijnlijk een soort kooi van Faraday creëren. Niet dat ik daar verstand van heb, maar ook de anderen hadden geen verbinding en verder klinkt het wel goed. Wie ik wel in het vizier kreeg was Adam, de Engelsman. Hij had zijn tentje in het tuintje van de gite opgezet. En voor maar € 5. Dat had hij er nou niet bij hoeven zeggen nu ik net een muffe kamer heb voor het tienvoudige. Dat klinkt enigszins dramatisch, ik zeur ook maar wat voor het effect. € 50 voor een kamer met ontbijt is natuurlijk prima.

foto van de trotse eigenaars op de hotelwebsite
's Avonds heb ik op het terras mijzelf aan tafel uitgenodigd bij de Fransman die ik eerder kort had ontmoet in de gite. In een combinatie van Frans en Engels hebben wij tijdens een heerlijke maaltijd tips uitgewisseld over wandelpaden. Zo leerde ik over de GR 20 (op Corsica) dat je vanwege  de kans op sneeuw toch beter na half juli kunt gaan, dat het er erg duur is omdat de drank en het eten per heli aangevoerd worden en dat er verschillende steile stukken zijn. Positief klonk de ervaring dat het totaal van klimmen en dalen minder is dan de laatste zeven dagen van de Pyreneeën. Verder werd de Tour de Mont-Blanc aangeprezen als een mooie wandeling van 14 dagen. Kijk daar heb je wat aan, maar we zullen dat eerst op internet nog wat nauwkeuriger gaan bestuderen.


De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 2012 - Pyreneeën oost - eindpunt Bayuls sur Mer

dinsdag 25 september 2012

GR 10 - 2012; ARLES SUR TECH - COL CERDA

Dit is een vervolgbericht in de serie over mijn wandeltrektocht in 2012 over het laatste stuk van de GR10. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina GR10 - PYRENEEËN 2012 (zie de rechter kantlijn ).


CE N'EST PAS NORMAL

Woensdag 22 augustus, wandeldag 7
Arles sur Tech – Col Cerda
(9 uur incl rusten, ± 1140m klimmen, ± 360m dalen, ± 17 km)

Vanochtend ben ik vroeger op pad gegaan. In het dorp heb ik eerst mijn voorraad eten bij de Spar aangevuld en dus mijn rugzak weer op gewicht gebracht. Bij het verlaten van Arles heb ik nog gekeken naar de restanten van de ijzerertsindustrie. Het lijken verlaten smeltovens en overslaginstallaties. Waarschijnlijk lang verwaarsloost maar ik vind het toch interessant om te zien hoe ze dat vroeger organiseerden. Daarna verlaat ik het dorp via de loopbrug over de Tech.

Sinds eergisteren ben ik van de Top van de Canigou (2784m) afgedaald naar het laagste niveau sinds lang, Arles sur Tech (282m). De bergen die nu komen zijn minder hoog dan die in de afgelopen jaren. Maar de beklimming naar de eerste col, de Col de Paracolls, gaat van 282 meter naar 'slechts' 902 meter. Dat zijn dus nog steeds ruim 600 meters stijgen en nog behoorlijk steil ook.
Hoewel het pad aanvankelijk nog in de slagschaduw van de berg ligt, houdt dit tegen tien uur echt op en mag ik genieten van de zon en de warmte. Onderweg naar de top lijk ik wel een lopende douche. Ik word nog voorbijgestreefd door twee jongens met een mini-rugzakje. Op driekwart zitten ze uit te hijgen en ga ik ze weer met mijn beduidend grotere rugzak in mijn eigen trage tempo voorbij. Als ik passeer hoor ik 'Ce n'est pas normal'.

Na de rust op de Col de Paracolls ging het weer langzaam naar beneden. Gelukkig loopt het pad in de schaduw van bomen. Even na 13.00 bereik ik dorstig de gîte d’étape 'Moulin de la Palette'.

Het is er stil en het terras is verlaten. Er verschijnt niemand. Na wat rondkijken en roepen zie ik de aankondiging dat je jezelf mag bedienen.

Ik neem in de schaduw van een boom aan een van de tafels een lange lunchpauze, waarbij ik regelmatig terugkeer naar de koelkast. Na een bier, twee orangina's en een perrier dump ik € 10 in de blikken doos. Ruim betaald, maar ik heb ook ruim genoten van deze service in de middle of nowhere.

Via Monthalba d'Amelie (543m) ga ik door richting de Col Cerda (1058m). Dat betekent weer het nodige stijgen. De Col Cerda ligt ongeveer halverwege tussen Arles sur Tech en het volgende gehucht op de route; Las Illas. Op een col is meestal wel een horizontaal stukje te vinden waar je een tent kunt opzetten. Het idee is om daar te overnachten.
Bij Monthalba wordt je nog even in onzekerheid gebracht omdat er op de kaart een andere route staat. Ik heb de aanwijzing in de gids en de bewijzering opgevolgd en ben via de oude houtmolen Mouli Serradou gelopen.
Ik zag na Monthalba d'Amelie nauwelijks nog beken. Verder naar boven en op de col zal er zeker geen water meer te vinden zijn. Dat had ik al een beetje ingeschat en had daarom al een leeg limonadeblikje meegenomen. Bij een laatste minieme mogelijkheid, een zeer ondiep beekje, kon ik zo met behulp van dat lege, plat gedrukte limonadeblikje water opscheppen. Met het advies van Engelsman Adam ingedachte heb ik eerst mijzelf helemaal vol gedronken  en daarna de twee-liter waterzak weer gevuld. Dat moet voldoende zijn voor het eten vanavond op de col en voor morgen wanneer het pad nog verder stijgt.
zagerij van Mouli Serradou.
Hoe ze ooit het hout naar het dal brachten is mij niet duidelijk.
Het zal niet voor niets zo achtergelaten zijn.
De rest van de route is niet echt spectaculair. Ik neus nog wat rond bij de restanten van de verlaten Mouli Serradou en klim daarna door naar de col waar ik tegen zessen aankom.
Het is een tegenvallende kleine col waar drie paden samenkomen op een plek ter grootte van een kleine rotonde. Positief is dat ik hier op deze stille plek zelfs verbinding krijg met mijn mobiel. Na het opzetten van de tent heb ik alle tijd voor het eten; een cup a soup vooraf, gevolgd door een omelet uit een zakje, twee kuipjes smeerkaas en koffie toe. Niet slecht boven op een berg.
Na nog wat sudoku's wordt het donker en ga ik maar slapen. Halverwege de nacht wordt ik wakker van een geluid. Op een van de drie paden nadert iets. Eerst is het geluid nog zacht, maar ik herken het wel van het bivak bij de Refuge de Coralets; doink, doink, doink, doink. Het moet een paard of een ezel zijn, weet ik zeker, denk ik. Het verhaal van Adam met al die paarden rond zijn tent schiet me te binnen. Dat verhoogt de stemming niet.
'Het beest' komt steeds dichter bij. Als het langs mijn tent wil dan is daar aan beide zijden slechts anderhalve meter voor. Doink, Doink, Doink, het beest staat nu naast mijn tent en ik zit recht op in mijn tent. Niet dat dat helpt maar twee millimeter tentdoek is ook niet veel en als je ligt voel je je helemaal kwetsbaar. Ik heb geen zin om naar buiten te gaan. Misschien schrikt zo'n beest dan juist. Ik hoop dat het op..., doorloopt.
'Het beest neemt een besluit en 'doinkt' gelukkig verder. Ik blijf nog enige minuten alert om er zeker van te zijn dat het een standvastig beest is dat niet snel op zijn besluit terugkomt. Gelukkig neemt het 'doinken' in volume af. De rust keert weer terug. Uiteindelijk moet ik weer in slaap zijn gevallen stel ik de volgende ochtend vast.

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 2012 - Pyreneeën oost - eindpunt Bayuls sur Mer

zondag 23 september 2012

GR 10 - 2012; GîTE D’ЀTAPE DE BANTЀRE - ARLES SUR TECH

Dit is een vervolgbericht in de serie over mijn wandeltrektocht in 2012 over het laatste stuk van de GR10. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina GR10 - PYRENEEËN 2012 (zie de rechter kantlijn ).


DEFINITIEF AFSCHEID?

Dinsdag 21 augustus, wandeldag 6
Gîte d’étape de Bantère – Arles sur Tech
(4,5 uur incl rusten, ± 50m klimmen, ± 1220m dalen, ± 10 km)


'Pas zes dagen bezig. Nog niet eens op de helft, maar het is zo intensief en veranderlijk, dat het lijkt en voelt of ik al twee weken weg ben. Het kost me nu al moeite om terug te halen wat ik op dag een en twee heb gedaan.
21.10, bijna donker. Ik ga eerst slapen en dan schrijf ik morgen wel verder.'

Dit waren de enige aantekeningen die ik gisterenavond, maandagavond, heb gemaakt. Alles wat ik over maandagmiddag na de beklimming van de Canigou tot de aankomst in de Gîte d’étape de Bantère schreef, heb ik pas dinsdagochtend genoteerd.

Gisterenavond na aankomst in de gîte had ik geluk dat ik een kwartier later al met  zes andere gasten mocht aanschuiven aan tafel. Onder de gasten het Deense echtpaar en een Frans echtpaar dat ik ook al eerder had ontmoet. Tijdens de tarte de pommes hoor ik van het Deense echtpaar dat zij boerin is geweest op de boerderij van haar ouders en hij overdag ambtenaar was en 's avonds ook de overall aantrok. Ze hebben de boerderij verkocht maar wonen nog in dezelfde omgeving. Als gepensioneerden hebben ze nu tijd voor deze wandelactiviteiten.


Na afloop van de maaltijd zijn de twee echtparen van plan gebruik te maken van de service van deze gite in de vorm van een grote  kuip met verwarmd water. Het ziet er niet verkeerd uit maar het is inmiddels bijna acht uur en ik ga daarom eerst op zoek naar een goede plek voor mijn tent. De gitebeheerder heeft mij verwezen naar een parkeerplaats even verderop. Het blijkt een vlak grasveld te zijn voor de uitgang van een oude ijzermijn. Er is zelfs een buis waar water uitkomt. Het is er lekker rustig met een mooi uitzicht over het dal. Er zijn ook paaltjes waar je je camera op kunt zetten om met de zelfontspanner een foto te maken. Kortom, een prima plek. Zelfs het dreigende onweer, waar ik zo hard voor gelopen heb, is overgewaaid.

op de gemiddelde camping moet je verder lopen naar de wasplek

Vandaag, dinsdag, sta ik om 07.00 op en maak dus eerst de notities van de gisteren. Als ik dat nu niet doe dan ben ik kansloos om er thuis op mijn blog nog een beetje een verhaal van te maken. Daarna ga ik mij uitgebreid scheren en wassen en maak nog een foto. Rustig aan, geen haast, het is maar een korte route vandaag en in Arles sur Tech wacht als het goed is de eerste camping van deze tocht. Daar kan ik vanmiddag mooi wat douchen en mijn kleren eens goed wassen.

mooi pad, maar na de boom
midden op het pad
ging het echt naar beneden
Uiteindelijk ben ik na negen uur op pad gegaan en dat was niet zo slim want het werd echt warm; 35 graden. En daarmee werd deze etappe van ± 10 km toch nog een inspanning. Aanvankelijk ging het prima, een stukje asfaltweg, even zoeken naar het juiste pad en na de Col de la Descargue een mooie vallei met veel bloemen, maar die ging snel over in een fikse afdaling zonder veel bovendekking. Kort na de eerste rust passeer ik op een afgelegen plek voor de afleiding nog een soort commune-populatie die de flower power niet heeft meegemaakt en dan moet je dat misschien weer uitvinden.

De route gaat daarna afwisselend over bredere paden en smalle bospaadjes. Voor de tweede rust kies ik een mooi plekje bij een heerlijk koele beek. Ik zit daar lekker op een steen uit te rusten, wat te eten en te drinken en naar het geluid van de beek te luisteren als ineens het Deense echtpaar verschijnt. Ze hebben blijkbaar ook naar een rustplek gezocht want ze hangen meteen af. Na nog een kwartiertje kletsen besluit ik om weer verder te gaan. Gisterenavond was ik vergeten afscheid van ze te nemen. Omdat ze na Arles sur Tech met de bus naar Le Perthus gaan zal ik ze waarschijnlijk niet meer ontmoeten. Daarom geef ik ze nu ter afscheid een hand en wens ze een goede voortzetting van hun vakantie.

Hoewel het stuk dat volgt op de kaart door een bos lijkt te lopen gaat het regelmatig over een breed pad waar je 'mooi' in de zon loopt. Links en rechts kom je overblijfselen van de vergane mijnbouw tegen. Vooral de kabel van de kabelbaan was blijkbaar erg lastig om op te ruimen. Op een kilometer of drie voor Arles sur Tech diende zich een vrij open passage aan met veel geel/witte zandstenen en rotsen. Daar straalde de warmte je zowel van boven als van beneden toe. Het steeg letterlijk naar je hoofd. Zoals in de gids al vermeld zie je nu ook kurkeiken verschijnen tussen de kleinere dennen en de overige bomen. We komen dichterbij de Middellandse Zee.

Op de kaart heb ik gezien dat het campingteken aan deze (noord) kant van Arles sur Tech is ingetekend. Daar durf ik nog niet van uit te gaan omdat die tekens soms onnauwkeurig zijn ingetekend. Als ik het dorp nader, hoor ik kindergelach en geschreeuw zoals je dat kent van een buitenbad. Het zal toch niet waar zijn? Maar verdomd, als ik echt zicht krijg op de eerste buitenwijk zie ik een fata-morgana die niet verdwijnt als ik dichterbij kom. Daar gaan wij vanmiddag dus ook nog even naar toe! En aan de andere kant van de rivier zie ik caravans! Nog een klein stukje lopen en de oversteek over het riviertje via een baileybrug en voila ik zit op het terras van het campingrestaurant. Goed geregeld hier na zo'n warme wandeling.

Op het terras van het restaurant stromen binnen de kortste keren twee cola's langzaam maar gestaag naar binnen. Net als ik aan een, voor dit weer veel te warme steak-haché zit, komen zowaar de Denen ook om de hoek. Ze moeten eigenlijk naar een hotel in het centrum maar gelokt door de parasols zijgen ze met rode hoofden neer. Een half uur later neem ik weer definitief afscheid, maar nu met de uitnodiging eens te komen wandelen in Denemarken, wanneer het niet zo heet is. Ik hou het in gedachte. Mocht ik ze nog een keer tegen komen dan geef ik ze mijn kaartje.

Door de campingeigenaar wordt ik met een elektrisch karretje prinsheerlijk naar mijn plek gereden, direct bij de wasbakken, douches en wc's; een man met kennis van de behoeften van de langeafstandswandelaar.

Na de was en de douche zit ik nu in het andere deel van de fata morgana, het zwembad. Het zwemmen beperkt zich tot wat drijven. Ondanks de watertemperatuur van 28 graden koelt het toch lekker af. In de schaduw bekijk ik op het terras de route van morgen, schrijf mijn notities, maak een sudoku en staar wat om me heen.

Aan het begin van de avond sta ik anderhalf uur met een jonge  Engelse geschiedenisleraar bij het toiletgebouw van de camping ervaringen uit te wisselen. Deze Adam loopt de GR10 in één keer om daarmee geld op te halen voor een goed doel.
De verhalen over angstige momenten passeren ook de revue. Hij vertelde van de keer op het Plateau de Beille dat zijn tent na een korte afwezigheid bij terugkeer omringd was door paarden die met geen stok waren weg te jagen. Hoe hij ook schreeuwde of zwaaide, er gebeurde niks. Het advies van Franse wandelaars was om gewoon in de tent te gaan liggen. Hij had daar andere ideeën over. Op een gegeven moment, hij wist zelf niet waarom, sloegen ze allemaal op de vlucht. Hij lag daarna toch wat minder ontspannen in zijn tent.

Na mijn verhaal hoe ik vorig jaar achterna gezeten werd door een hele partij koeien had hij nog een andere. Onderweg werd hij aangeklampt door een ontdane dame met een verhaal over 'un taureau malade', een zieke stier. Toen hij met haar mee ging zag hij even later een boom met aan de ene kant een vrouw en aan de ander kant een stier. Afhankelijk  van de beweging van de stier bewoog  de  vrouw  tegenovergesteld mee, om de boom tussen hen in te houden. Op een gegeven moment is de stier weggegaan. Het slachtoffer was na afloop redelijk onthutst.  Je ziet het voor je. Het klinkt een beetje als een sterk verhaal, maar hij maakte niet de indruk op te willen scheppen.

Tenslotte had hij nog een verhaal dat je zou kunnen omschrijven als outdoor-verdwazing. Hij had een Engelsman ontmoet die in Frankrijk woonde. Deze man had kort tevoren de zogenaamde 'Tour de Mont Blanc' gelopen. Meestal duurt dat een dag of acht à tien. Vervolgens was hij enige dagen bij familie in Lille langs gegaan en daarna was hij aansluitend begonnen aan de GR10, waar je, als je echt doorloopt, toch minstens een dag of 40 à 45 over doet. Dezelfde man had ook al eerder Australië rondgefietst gedurende elf maanden.  Hier is volgens mij sprake van reisverslaving. Nooit meer ergens thuis, altijd onderweg, het is een way of life geworden. Tot mijn verbazing bleek de man getrouwd te zijn. Bij mij thuis hebben wij toch een ander beeld bij een huwelijk. Maar het is een keuze.

Ik had zo lang met deze Adam staan te kletsen dat ik mij moest haasten om geld te pinnen en een restaurant te zoeken. Het oude centrum van Arles sur Tech is een wirwar van smalle straatjes en steegjes. Het koste me daarom nog enige tijd om de enige geldautomaat te vinden.
Toen ik om acht uur eindelijk weer vers geld had, ging ik terug naar een tuinrestaurant waar ik eerder voorbij gekomen was en dat een prettig indruk had gemaakt. Ik ging de tuin binnen en liep naar de toonbank om een plaats te vragen. Terwijl ik wachtte op de bediening hoorde ik achter mij 'psst, psst'. Ik draai mij om en zie in de schaduw van een prachtig bladerdak het Deense echtpaar en aan de neventafel het Franse echtpaar dat ik ook al twee avonden was tegengekomen. Ik wordt direct aan tafel uitgenodigd en hoewel ik een gang achterloop is dat geen enkel probleem. Ik bestel een 'Assiete Catalane', een pastei met plakken jambon, heerlijk. Als hoofdgerecht neem ik zalm met een pittige saus.
Beide echtparen besluiten hier hun wandeling. Van de Denen weet ik dat al. De Fransen zijn door hun vakantiedagen heen. Er wordt teruggekeken op de tocht en ervaringen uitgewisseld. Op deze manier verloopt de avond onverwacht veel gezelliger dan gedacht. Erg laat, ruim na tienen, nemen we afscheid. Dit keer echt definitief.



Over een paar dagen het volgende verslag over een onrustige nacht op een eenzame col

donderdag 20 september 2012

GR 10 - 2012; REFUGE DES CORTALETS - GîTE D’ЀTAPE DE BANTЀRE

Dit is een vervolgbericht in de serie over mijn wandeltrektocht in 2012 over het laatste stuk van de GR10. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina GR10 - PYRENEEËN 2012 (zie de rechter kantlijn ).


WAAR VLIEGEN GOED VOOR ZIJN




Vervolg maandag 20 augustus, wandeldag 5
Refuge des Cortalets – Gîte d’étape de Bantère
(6,5 uur incl rusten, ± 270m klimmen, ± 920m dalen, ± 17 km)


'Als ik nog energie genoeg heb, wil ik na de beklimming van de Canigou nog naar het oorspronkelijke dagdoel, de Gîte d’étape de Bantère.' Dat heb ik tenminste gisterenavond tegen het Deense echtpaar gezegd.
Nadat ik tegen half elf  van de  top van de Canigou was teruggekeerd bij de Refuge des Cortalets, heb ik de tijd genomen voor een ruime rust en het maken van notities. Verder heb ik mijn rugzak beter ingepakt, het comfort van het sanitair benut en mijn watervoorraad opgetopt. Daardoor is het al tegen twaalven als ik weer op pad ga.
Na een korte afdaling door het bos beland ik op een breed onverhard pad waar ook de auto's rijden die naar de Refuge gaan.
liggend onder een boom
is dit je uitzicht
Ondanks de volle zon loopt het lekker licht omdat de driehonderd meter daling naar de zogenaamde Ras del Prat Cabrera uitgesmeerd wordt over 3,5 km. Daar ga ik eerst lekker liggen in de schaduw van een boom.
Op de kaart zie ik dat de route naar de overkant van het dal gaat en daar de Abri du Pinatell passeert. Het woord abri duidt op een schuilhut, we zullen zien. Het pad blijft redelijk op hoogte door mooi via de flanken om te lopen naar de andere kant.


Daar aangekomen zie ik een vrij nieuwe, keurig ingerichte hut met buiten een picknicktafel en er is zelfs water. Ik ga eerst even languit op de picknicktafel liggen om uit te rusten, daarna inspecteer ik nieuwsgierig deze onbemande hut.
Die ziet er keurig uit en is verrassend goed aangekleed.  Omdat het pas drie uur is blijf ik daar niet, maar anders had ik er zeker gebruik van gemaakt.  Ik ga weer naar de tafel, dit keer om te eten.

(Op internet kom ik er na de vakantie thuis achter dat deze onbemande hutten verzorgd worden door het Office National des Forêts (ONF), zeg maar het Franse Staatsbosbeheer. Prima geregeld.)
Na de rust vul ik mijn waterzak en ga weer op pad. Het volgende doel dat ik van de kaart pluk is de Maison de Forestière de l'Estagnol. Een mondvol, dus ik ben benieuwd. Het pad gaat weer door voornamelijk bos over de flanken van de bergen, het zogenaamde 'Balcon du Canigou'.  Onderweg betrekt de lucht, iets wat deze vakantie nog niet is voorgekomen. Er gebeurt iets heel bijzonders, het gaat regenen. Ik trek zelfs mijn regenjack aan. Tien minuten later neemt het af en loop ik weer verder.  

Kort daarna zie ik verse paardenpoep op het pad. Als ik een volgende bocht passeer zie ik een huis, waar uit een van de openingen een paardenhoofd steekt. Mijn eerste gedachte is dat de bewoner net terug is van een rit te paard en zijn paard in een box heeft gezet. Een beetje domme conclusie in deze omgeving zie ik wanneer ik bij het huis aankom.
Het paard is het enige levende wezen en heeft gewoon een deurloze kamer gekraakt, waarin het heeft staan schuilen voor de regen. De ruimte ernaast  is de Spartaans ingerichte kamer voor de randonneurs. Dus ook in deze onbemande hut had ik kunnen overnachten. Maar ik heb ook om vier uur geen zin om nu al te niksen met alleen een paard als gezelschap. Dus door naar de Col de Cirère.
Noten:
- Thuis zie ik op internet dat deze hut door de ONF te koop wordt aangeboden.
- De vier laatste foto's en de foto hieronder zijn niet van mij maar heb ik later gedownload van internet
  
http://www.camptocamp.org/outings/237917/fr/pic-du-canigou-traversee-s-n-de-la-cabane-arago-au-pla-de-la-pelote-hrp-j24

Ergens op het Balcon du Canigou
Op de kaart heb ik al gezien dat voor het bereiken van de  Col de Cirère hier en daar moet worden gestegen. Dat wordt weer zweten. Halverwege krijg ik last van vliegen die de hele tijd op mij hoofd willen drinken. Wanneer ik als tegenactie mijn kleppetje op wil zetten, merk ik tot tot mijn ontzetting en ergernis dat ik die verloren ben. Ergernis, omdat dit me al eerder is overkomen en ik er dus weer in geslaagd ben hem kwijt te raken. Met verhoogde adrenaline van de kwaadheid hang ik snel mijn rugzak af en ga half rennend terug in de hoop dat het niet helemaal terug is naar de Maison Forestière. Na tien minuten vind ik tot mijn blijdschap dit onmisbare kledingstuk terug. Meteen snel retour naar mijn rugzak die onbeheerd is achtergebleven. Ook al ben ik weinig wandelaars tegengekomen, je weet maar nooit. Gelukkig staat hij er nog zoals ik hem achterliet.
Twintig minuten voor jan lul heen en weer gerend.  De boosheid op mijzelf is nog niet over. Veel sneller dan normaal marcheer ik door, om mijn ergernis als het ware weg te lopen. Dat komt goed uit, want in de volgende vallei, de vallei waar ik naar toe moet, beginnen zich wolken samen te trekken.
Dreigend onweer gezien vanaf de Col de Cirère
Bij het bereiken van de col begint het in de verte al regelmatig te donderen. Met versnelde pas begin ik direct aansluitend aan de afdaling en ga in één run door het geërodeerde en lelijke gebied van een verlaten ijzermijn. De laatste vijfhonderd meter begint het al licht te druppelen, terwijl de lucht redelijk donker begint te worden. Het onverharde pad is overgegaan in een smalle asfaltweg. Ik race door en na nog een paar slingers in de weg bereik ik eindelijk de Gîte d’étape de Bantère.
Als ik daar hijgend binnenkom, zit de Deen daar rustig aan het bier. Hij ziet mijn verhitte gezicht van de inspanning en gaat direct naar de gitebeheerder om een koud biertje voor mij te bestellen. Heerlijk, na een uur voortjakkeren even zitten en wat drinken!

Over een paar dagen het volgende verslag over het getrapte afscheid van de Denen

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 2012 - Pyreneeën oost - eindpunt Bayuls sur Mer

dinsdag 18 september 2012

GR 10 - 2012; NAAR DE TOP VAN DE CANIGOU

Dit is een vervolgbericht in de serie over mijn wandeltrektocht in 2012 over het laatste stuk van de GR10. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina GR10 - PYRENEEËN 2012 (zie de rechter kantlijn ).


Maandag 20 augustus, wandeldag 5
Refuge des Cortalets (2150m) -Top van de Canigou (2784m) v.v.
(3 uur incl rondkijken, ± 634 m klimmen, ± 634 m dalen, ± 6 km vv)





'Ooit lid geweest van de padvinderij?' 'Ik, heel, heel lang geleden bij de welpen. Verder ben ik nooit gekomen. Maar vanmorgen was ik er weer van. Alleen was het heel anders dan ik mij kan herinneren en ook anders, denk ik, dan tegenwoordig in Nederland.'

Na een goede nachtrust ben ik vanochtend om 06.30 opgestaan. Het plan is om meteen aansluitend de Canigou te beklimmen en na terugkeer vandaag nog door de te gaan met de GR10. Nadat ik ontbeten heb en mijn rugzak in de uitrustingskamer van de refuge mocht zetten, ga ik om 07.30 op pad.

Net voor mij is een groep scouts gestart. Ze zijn hier blijkbaar een paar dagen, want gisteren ben ik al een van hen, luid schreeuwend en nog net niet in paniek, tegengekomen op de klim in het bos boven de Refuge Bonne Aigue. Na zijn eerste geroep zag ik tussen de bomen door  iemand in een rood shirt op een pad rennen. Hij rende als een gek en in een angstaanjagend tempo over diverse paden. Daarna was ik hem kwijt maar hoorde ik hem wel roepen. Toen hij bij mij arriveerde volgde de gestreste vraag of ik ook andere scouts had gezien. Na mijn ontkenning stoof hij door omhoog op zoek naar de rest van de groep.  Ze hadden deze jongen zeker nog niet verteld dat angstig schreeuwen op een berghelling bij andere wandelaars een hele verontruste reactie oproept.

Op de flank van de Canigou
ter hoogte van de Pic Joffre
De groep van vanochtend bestond uit ongeveer zeven jongeren van rond de zestien. Ze waren niet aan een uniform te herkennen. Wat wel opviel was de Catalaanse vlag die pontificaal aan een tak was geknoopt en daarmee uit een rugzak wapperde. In eerste instantie liepen ze nog als een groep een kleine honderd meter voor mij, maar na de Fontaine de la Perdrix werden de onderlinge afstanden tussen de scouts steeds groter.

Begin van het laatste deel van de beklimming
Hoewel dit de zo genaamde makkelijke kant is om te beklimmen moet je toch aardig omhoog. Halverwege de klim, tussen de Pic Joffre en het laatste wat steilere deel van van de beklimming, haalde ik de achterhoede van de scouts in en toen ik om ongeveer 09.00 op de top kwam waren de eerste daar net gearriveerd.

Het eerste wat ik zie is natuurlijk het kruis, maar meteen daarachter zie ik ook dat ik gisteren geen verkeerde beslissing heb genomen. Een groot deel van de klim vanuit die richting is zo te zien prima te doen, het venijn zit echter in het laatste steile stuk.



De top is niet zo erg groot. Er staat een orientatietafel en het meest prominent is het ijzeren kruis. Het kruis is volgehangen met Catalaanse vlaggetjes en allerlei pelgrim-achtige attributen. Zo hing er bijvoorbeeld ook een overlijdenskaart van een oma uit Nederland. Onderaan het kruis lag een takkenbos. Even later arriveert onaangekondigd de Ier die ik gisterenavond bij het eten had leren kennen. Van hem  hoor ik dat dit dezelfde soort takkenbossen zijn die in de week voorafgaande aan het feest van 'Saint Jean' (Sint Jan-Johannus de doper) door vertegenwoordigers uit elk dorp van het departement naar boven worden gebracht en in deze kortste nacht van het jaar, de zonnewende, worden aangestoken op de top van de Canigou. Bij dagaanbreken op 23 juni daalt de groep af en verplaatst zich met brandende fakkels o.a. naar Perpignan om daar het grote vuur te ontsteken, dat ook dient om daarmee het vuur door te geven aan de andere St-Jan vuren.


Voor zover de vertegenwoordigers van de dorpen al niet het eigen dorpsvuur hebben aangestoken wordt het vuur doorgegeven van dorp naar dorp tot zelfs buiten het departement en tot in Spaans Catalonië aan toe.



Arrivée de la flamme par les enfants.
(foto van internet).
Cette fête catalane très symbolique est une nuit de joie, de partage et de fraternité.


Toen tenslotte alle scouts boven waren werd ik getuige van een voor Nederlandse ogen  ongewoon 'regionaal nationalisme'. De Catalaanse vlag die vanwege de wind onderweg was opgerold, werd ontvouwd en met veel drama in de wind opgestoken. Daarna zetten ze met gestrekte arm en gebalde vuisten het Catalaanse volkslied in, waarbij met gemeende mimiek de Catalaanse zaak werd uitgedragen. Een Nederlander wordt hier wat huiverig van.



Het is mij de laatste dagen in ieder geval duidelijk geworden dat de Catalaanse identiteit zich zowel ten zuiden als ten noorden van de Pyreneeën uitstrekt en nog zeer levend is.

Van twee andere Catalaanse Fransen begrijp ik dat de top van de Canigou ook ieder jaar het einddoel is van de hardloop wedstrijd vanuit Vernet Les Bains. Dan zit de hele top tot wel vijftig meter verwijderd van het kruis stampvol.

Van een jarige scout krijgen de Ier en ik nog een cake. Een scout is nog zo vriendelijk om een foto van mij te nemen op deze heilige Catalaanse grond. Daarna ga ik tegen 09.30  naar beneden. Onderweg is de 'toeristische processie' op gang gekomen. Hele families met kinderen en ook wat groepen met oudere mensen komen mij steunend en hijgend tegemoet. Als ik de gezichten zie en het gesteun hoor zal lang niet iedereen de top halen. Zelf daal ik nu in een arrogant vlot tempo terug naar de Refuges des Cortalets. Onderscheid moet er wel zijn.

  
Over een paar dagen het volgende verslag over de aansluitende etappe op dezelfde dag naar de Refuge de Bantère

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 2012 - Pyreneeën oost - eindpunt Bayuls sur Mer

maandag 17 september 2012

GR 10 - 2012; REFUGE MARIALLES - REFUGE DES CORTALETS

Dit is een vervolgbericht in de serie over mijn wandeltrektocht in 2012 over het laatste stuk van de GR10. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina GR10 - PYRENEEËN 2012 (zie de rechter kantlijn ).


TOCH MAAR ROND DE CANIGOU

Zondag 19 augustus, wandeldag 4
Refuge Marialles – Refuge des Cortalets
(8 uur incl rusten, ± 990m klimmen, ± 560m dalen, ± 17 km)

'S morgens eerst even opschrijven waar ik vannacht aan gedacht heb. Niet dat het hoogdravend was, maar dan vergeet ik het niet; het betrof het verschil in temperatuur. In het gebied van Hendaye aan de Atlantische Oceaan tot Aulus les Bains (op twee derde van de route) heb ik verschillende keren 's nachts vorst aan de grond meegemaakt en lag ik met een lange odlo onderbroek in mijn slaapzak. Nu dichter bij de Middellandse Zee sluit ik de slaapzak niet eens meer.

Na zo'n constatering is er geen reden meer om te blijven liggen en sta je vanzelf om 06.45 op. De gite heeft zijn eerste gasten al uitgebraakt. Verschillende groepjes wandelaars passeren op een meter of tweehonderd van mij vandaan op weg naar de top van de Canigou.

Ik heb gisteren voor het slapen gaan de kaart nog eens goed bestudeerd. Naast de GR10 loopt er in de Pyreneeën ook de HRP: Haute Route Pyrénéenne. Deze HRP gaat veel meer dan de GR10 over de toppen en de hogere bergruggen. De route over de top van de Canigou maakt deel uit van de  HRP. Dat is natuurlijk niet voor niets. Op de kaart zie ik dat de hoogtelijnen in de laatste kilometer erg dicht bij elkaar liggen, met andere woorden het gaat daar steil omhoog. De dagjesmensen lopen allemaal met een kleine 'daypack', een licht rugzakje voor het hoogst noodzakelijke. Maar ik loop met een beduidend zwaardere en grotere rugzak. Ik heb geen zin om op het einde te moeten terugkeren, of nog erger, om mij zelf in gevaar te brengen. Ik besluit tenslotte het normale GR 10 traject te volgen. Misschien kan ik morgen wel vanaf de Refuge des Cortalets met een klein rugzakje omhoog?



Het eerste deel van de route van vandaag heeft de vorm van een U. Als ik een paar uur na vertrek het andere eind van de U bereik, heb ik ongeveer 5,5 km gelopen, maar bevind ik mij hemelsbreed pas een ruime kilometer verder van mijn slaapplaats van vannacht. Er tussen zit wel een diep, ravijnachtig dal.

Na uren lopen een terugblik vanaf de omgeving van de Col de Ségalès
op de Refuge Marialles en de plek waar ik vannacht geslapen heb.

Na uren lopen ben ik hemelsbreed slechts 1300m verder,
maar er zit wel een ravijn tussen.

prima beekje voor een was- en scheerbeurt
en om mijn watervoorraad aan te vullen
De wandeling over de 5,5 km ging geleidelijk omhoog naar ongeveer 2000 meter. Onderweg ben ik door verschillende beken en over een paar puinhellingen gelopen, maar tot de Col de Ségalès liep het redelijk ontspannen. Het landschap wordt langzaam iets droger.






Op driekwart van de route moest er nog een lastige passage over en tussen rotsblokken worden genomen die tegen mijn wens daarna vervelend afdaalde in het 'Ravin dels Isards'. Daardoor belandde ik bij de onbemande Refuge de Bonne-Aigue weer een stuk lager op het niveau van 1741 meter.  
Even verder mocht ik weer met veel zig-zaggen door het bos omhoog.  Halverwege deze klim naar de Fontaine de Perdrix (2250m) kwam ik het Deense echtpaar tegen dat al rustend verhit om zich heen keek en zich beiden afvroegen of dit nog wel de uitdaging was waarnaar ze zochten. Ze waren vanochtend al om zeven uur uit de refuge vertrokken. Ik ga langzaam, maar zij gaan ondanks hun kleinere rugzak nog langzamer. Het zou me niet verbazen als daar de eerste ideeën zijn ontstaan om niet de hele route naar Banyuls sur Mer te lopen.

Eenmaal uit het bos bleef het stijgen en nam ook de warmte toe. Ik was blij toen ik het hoogste punt voor vandaag gepasseerd was en kon afdalen naar de Refuge des Cortalets (2150m). Daar heb ik eerst weer lekker wat gedronken op het terras. Toen de Denen een uur later kwamen heb ik voor hun ook meteen wat besteld. Ze waren bekaf en stelden mijn rondje erg op prijs. De knoop werd doorgehakt om na Arles sur Tech niet meer met de GR10 verder te gaan, met als reden dat de afstanden tussen de refuges en gites daarna te groot werden om in deze warmte met plezier te lopen.

Kamperen mag bij deze gite pas na 18.00 uur omdat het gebied geen officiële camping is. De volgende ochtend moet de tent ook weer voor 08.00 afgebroken zijn. Het terrein rondom andere refuges en gites is ook geen camping en daar wordt nooit een punt van kamperen gemaakt. Hier moeten ze echter rekening houden met het feit dat deze refuge met de auto te bereiken is en daarmee oneerlijke concurrentie creëert. Verder kom ik er later achter dat dit gebied een geheel andere aantrekkingskracht heeft (zie mijn volgende dagverslag).

Nadat ik in het open bos mijn tent heb opgezet krijg ik onverwacht bezoek. 'Doink, doink, doink' komt het op mijn tent af. 'Het zullen toch niet die paarden zijn die eerder aan het bedelen waren bij het terras?' Een paardenkop komt ineens de binnenkant van mijn tent inspecteren. Gelukkig ruikt hij geen eten of stink ik te veel, maar hij gaat ieder geval weer weg. Ik doe snel de binnentent dicht want in zijn kielzog volgen er nog meer. Ze lopen gelukkig door.

'S avonds zit ik aan tafel met een Ier en een Frans echtpaar om de groene soep, de linzen met worstjes en de brownies te laten smaken. De Ier woont hier in de buurt en heeft de Canigou al eerder beklommen. Hij en  de Fransen vertellen mij dat de beklimming van de Canigou van hier uit goed te doen is. Het is de makkelijke kant wordt mij verzekerd.

Over een paar dagen het volgende verslag over de tocht naar top van de Canigou

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 2012 - Pyreneeën oost - eindpunt Bayuls sur Mer