Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

zaterdag 22 december 2012

Maarten van Rossumpad; Zaltbommel - Ophemert

De laatste dag

pas geknotte wilgen in de buitendijkse grienden bij Waardenburg
Het zou onze laatste wandeldag worden. Volgens de Maya's breekt er een nieuw tijdperk aan, dus hebben wij nog gauw van de gelegenheid gebruik gemaakt. Nu had Lou de Palingboer uit Muiderberg dat in de zestiger jaren ook al een keer voorspeld, maar alleen al die naam was niet zo indrukwekkend als het veronderstelde intellect van de Maya's.

Het was afgelopen woensdag dan ook een spiritueel schemerige dag in de zuidrand van de Tielerwaard. Dat klinkt een stuk beter dan de grauwe mist waarin wij een groot deel van de dag liepen.  Voor het lopen maakte het niet veel uit, maar voor het rondkijken wel. Daarom hebben we maar weinig gerust en niet veel over de laagwaterroute door de uiterwaarden gekuierd, maar vanwege het hoge water het merendeel van de route over de hoge Bandijk moeten marcheren. Dat loopt minder rustig door passerende auto's, maar heeft weer het voordeel dat je een ruim uitzicht hebt.
Door een vertraging op het spoor waren we later dan gehoopt met onze wandeling begonnen. Daardoor sloten we deze schimmige dag vlak voor de zonnewende, in Ophemert in het donker af. Ook dat is wel een keer aardig.
Waaldijk in de omgeving van Varik

 
De wandeling begon op het station Zaltbommel. Vandaar zijn we eerst naar de oude vesting gegaan waar we zigzaggend rondzwierven en als eerste het Stadskasteel en de Sint Maartenskerk met zijn bekende toren bekeken. Vandaar liepen we via de Kerkstraat en de Gasthuisstraat  over de Markt naar de Waalkade. Op die manier kregen we een goede indruk van deze typisch oude Nederlandse stad.
Stadskasteel Zaltbommel vanaf de wallen gezien
Gasthuisstraat met op de achtergrond de Gasthuistoren

 
Jip, Janneke en Jack
Langs de Waalkade heeft men in Zaltbommel ook zijn best gedaan om naast de oude huizen nieuwere kunst langs de weg en langs het water te plaatsen.
 
Het standbeeld  van een jongen langs de waterkant voelt niet of het regent maar geeft de waterstand aan waarop de waterkering van Zaltbommel is ontworpen. Het heeft dus wel met nattigheid te maken.

standbeeld langs de Waal bij Zaltbommel

Na Zaltbommel zijn we langs het razende verkeer over de Waalbrug gewandeld naar Waardenburg. Via een lus zijn we aan de noordoever van de Waal begonnen aan een lang traject terug in oostelijke richting waarbij we regelmatig bekende plekken aan de overkant zagen van de laatste wandeling.
Kasteel Waardenburg

We passeerden Kasteel Waardenburg en via een aantal mistige bospaden staan we ineens weer bij een prachtig kasteeltje, dat je in deze winterse nattigheid hier niet verwacht. Het blijkt zelfs het gemeentehuis te zijn van Neerijnen. Een rare plek zo geïsoleerd. Als ik nu in Wikipedia kijk ook weer niet zo gek omdat Neerijnen een samenvoeging is van de voormalige gemeenten Haaften, Waardenburg, Opijnen, Varik en Ophemert. We hebben dus na Zaltbommel de hele verdere dag in Neerijnen gewandeld, besef ik nu.

Gemeentehuis van Neerijnen
Pas in Opijnen hebben we in een cafetaria langs Waal een rust genomen en dit keer met warme soep de traditie van koffie met appelgebak van ons afgezet. Daarna gooiden we de beuk er in omdat het inmiddels al half drie was en we niet in het donker wilden lopen. Onderweg passeerden we ter hoogte van Heesselt nog een verdwaalde koe, die hier moedig in de winterse kou volhield.
 
 
 
In één ruk hebben we na de lunch de laatste 12 km naar de oostzijde van Ophemert afgelegd om daar net voor de totale duisternis aan te komen. Dat Ophemert een heerlijkheid schijnt te zijn hebben we niet meer kunnen waarnemen. Als je in het donker in zo'n donker dorp bij een bushalte staat dan ben je al blij dat een mini-bus je uit de avondstilte redt en je net voor de ondergang van de wereld naar station Tiel brengt.

Dit is een vervolgbericht in de serie over onze wandelingen over het Maarten van Rossumpad. Het aaneengesloten verhaal staat ook in de aparte pagina
Maarten van Rossumpad 2012-2013
(zie de rechter kolom)

vrijdag 16 november 2012

Maarten van Rossumpad; Den Bosch - Zaltbommel, Het land van Maas en Waal

Maas in westelijke richting vanaf de Krommenhoek bij Het Wild

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband;
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.
 


Uiterwaarde op de Waaldijk west van het Kil van Hurwenen
Ik weet het, het is niet super orgineel om het bovenstaande gedicht van Hendrik Marsman aan deze dag te koppelen. Zelfs in de wandelgids stond het. Maar het geeft de sfeer van deze omgeving zo mooi weer. In dit Land van Maas en Waal waar deze twee rivieren, die hun water uit een totaal verschillend stroomgebied toegevoerd krijgen, elkaar op enkele kilometers naderen en toch hun eigen spoor hebben gevolgd.
Wat een dag, zo mooi. Twee maanden geleden gepland en wij hebben hem. Midden november, van 's morgens vroeg tot inval van de schemering een stralende zon in een stralend landschap. Het is dat wij zo nederig zijn maar anders zou je zeggen dat we het verdient hebben, maar ja, geluk dwing je af.
En hup, omdat we nu toch zo'n prachtige dag hebben beleefd nog een sehnsucht-gedicht van Marsman.


Afscheid van het dorp

De verte lokt.
De zee en 't bronzen duin
die golfden om mijn jeugd
versmalden langzaam tot den kleinen tuin
waarin mijn moeder nu begraven ligt.
 
Dit was haar raam, dit is de stille brink
waarlangs zij schreed in 't vroege schemeruur. 
Alles wat aan het leven vreugde gaf en vuur,
zij heeft het meegenomen in haar graf.
 
Wat doe ik hier? Wat kan ik hier nog doen? 
Mijn moeder dood, mijn vrienden ver verspreid; 
en moederziel alleen loop ik de straten rond;
mijn hart is zwaar en wijd.
 
Ik ga op weg naar onbekend verschiet,
de heuvels over, naar een stroomgebied
dat mijn verlangen stem geeft
en de koorts der poëzie weer in mij aanblaast; 
meer begeer ik niet!
 
Kracht der verbeelding, o, begeef mij niet!
Ik roep u aan met de verdorde stem
van wanhoop en ontbering, zonder u
kan ik niet verder gaan,
de weg is lang en mijne kracht gering.
 
Ik heb om u mijn huis in as gelegd,
ik heb mijn moeder in haar graf gelegd
en ben op weg gegaan, verlaat mij niet.
 
In mijn bedroefde keel klopt een nieuw lied.
 

Baggerwerkzaamheden bij het zandmeer bij het gehucht Gewande

En dorpen zijn we regelmatig tegengekomen. Buiten Empel keken we eerst nog even naar het met doeken afgeschermde, en daardoor nog nieuwsgierigmakender, werk aan een nieuwe loop van de Zuid-Willemsvaart. Indrukwekkend.

Najaarskleuren in Gewande
Het is een aaneenschakeling van zandgaten en meren. Onderbroken door de gehuchten Gewande en Het Wild. Alles te bekijken vanaf de dijk hoog boven de omliggende polders en de Maas. Bij het museumgemaal Caners even oost van Gewande lezen we over het grote gebied waar het water vandaan komt naar deze plek en hoe de strijd is geweest om het hier droog te houden.


Ter hoogte van het dorpje Het Wild mogen we door de uiterwaarde langs de Maas lopen. Ik kom er ook achter dat ik vroeger bij aardrijkskunde nog beter had moeten opletten. De bodem van de geulen zijn niet, zoals ik stoer denk van zand, maar natuurlijk van blubberige rivierklei. En hoewel Jack de terrier er ijzerenheinig in loopt te banjeren kan ik mijzelf nog net voordat mijn schoenen vol lopen terugtrekken op het droge.
Daardoor moeten we wel een passage ondernemen langs een tweetal jonge trekpaarden. Hun enthousiaste belangstelling is begrijpelijk maar ze komen ons wat te jeugdig onze kant op. We wachten op gepaste afstand tot de interesse in het medezoogdier afneemt. Met regelmatig achterwaartse blikken vervolgen wij over het blubberpad.

Het schiet niet echt op maar na wat doorploeteren bereiken we het veer van Alem. Aan de overkant van de Maas zijn we in Gelderland. Dat is alweer net iets meer het land van Maarten van Rossum. Voor Jack is dat ook een prima gelegenheid om wat te eten tussen het eindeloos drinken uit de ontelbare regenplassen.

Heerlijke najaarswarmte aan de kleine strandjes van Den Bol



Blik op Alem
Al lopend naar de oevers van de afgedamde oude arm van de Maas, die Den Bol wordt genoemd, redetwisten we over de locatie van de kerktoren. Zoals ik al direct aangaf bleek hij van Alem. Een mooi dorp met mooi gesloten horeca.

Na het passeren van een paar grote steenfabrieken bereiken we het dorp Rossum, waar we in de Gouden Molen eindelijk een prima koffiebreak nemen. Door die focus op de koffie zien we, stel ik nu vast, maar weinig van het dorp. Na de pauze klimmen we meteen de Waaldijk op om weer te genieten van het uitzicht over dit rivierenland.

De Waal vanaf de Waaldijk bij Rossum met de kerk van Heesselt op de achtergrond.

Ter hoogte van Hurwenen verlaat het pad de Waaldijk en daalt af naar de uiterwaarde. Tussen de twee plassen door loopt een prachtig smal pad waar je aan het eind van de middag in een vlaag van creativiteit nog leuke foto's tegen de zon in kan maken door de gaten in de begroeiing.





De Gemeenteweg brengt je daarna naar het natuurgebied van de Kil van Hurwenen. Het gebied schijnt ontstaan te zijn in 1639 toen een oude meander van de Waal door de mens van de rivier werd afgesneden. Bij hoog water stroomt het water door het gebied heen. Er is in de loop der tijd een uitermate rijk natuurreservaat ontstaan lees ik.


Wij concentreren ons op een groep nieuwsgieringe pinken die slechts na enige aandrang aan de kant wil, waarbij het blaffen van Jack slechts van symbolische waarde blijkt. Niet ontmoedigd gaat ook hij voort over de lage, groene dijk tussen de grote plassen  naar een hernieuwde beklimming van de Waaldijk.
 Eenmaal boven ontvouwt zich daar weer een breed beeld met het eerste zicht op de brug over de Waal met zijn kenmerkende pilaren en tuidraden.  Net daarvoor loopt de spoorbrug die zijn eigen tekening heeft tegen het lichte avondlicht. Ook hier is de invloed van een dichter vastgelegd. Dit keer in de naamgeving; de Martinus Nijhoffbrug. Die vernoeming van de voorganger van de huidige tuibrug was niet zonder reden;

De Moeder de Vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.


Het gedicht is uit 1934 en schijnt een sonnet te zijn, lees ik op internet. En daar wil ik het bij laten want als je de gedichtbespreking verder leest dan ontglipt je alle zin om verder te lezen. Trouwens, drie gedichten in 1 verslag nadert sowieso de pijngrens. Genoeg dus.

Het is te koud om Nijhoff te volgen in zijn mijmering liggend in het gras. Wij versnellen om op tijd over de spoorbrug met de geplande sprinter richting Utrecht te rijden. Vlak voor het station van Zaltbommel lopen we nog langs de gracht met een doorkijk naar de karakeristieke toren met zijn platte top. Een verdere verkenning van 'Bommel' zal moeten wachten. Maar over een maand gaan we kijken hoe het er binnen de grachten uitziet.

zaterdag 27 oktober 2012

Maarten van Rossumpad; Den Bosch-Orthen-Engelen-Empel

WAT IS DAT DEN BOSCH LANG

Het Maarten van Rossumpad is niet de enige wandeling die in Den Bosch loopt.
 
Na de jaarlijkse trektocht in de bergen in augustus, is woensdag 24 oktober weer de draad opgepakt met een, voor ons nieuw Lange Afstands Wandelpad (LAW); Het Maarten van Rossumpad. De keuze is niet wetenschappelijk tot stand gekomen. Een beetje vaag kijken naar het overzicht met de LAW’s, afstrepen welke we al gelopen hebben, de suggestie dat er sprake is van een thema en daar was vijf minuten later het Maarten van Rossumpad.


Cannenburgh in Vaassen, kasteel van M.van Rossum
Het pad is vernoemd naar de zestiende-eeuwse legeraanvoerder/ roofridder in dienst van de hertog van Gelre en loopt, hoe kan het ook anders, door het gebied waar hij regelmatig voor zijn opdrachtgever gebiedend langs kwam of om voor zich zelf niet onaardige huizen te bemachtigen.

Kaartje afkomstig van de NIVON site.
De NIVON geeft de gids uit.
Het loopt van Den Bosch door de Betuwse uiterwaarden naar Arnhem, vervolgens langs Apeldoorn over de Veluwe en door het rivierlandschap van de IJssel en de Sallandse landgoederen naar Ommen aan de Overijsselse Vecht om tenslotte na 384 km te eindigen in Steenwijk.
 
Het begin in de binnenstad van Den Bosch beloofde veel. Na het station stuit je al na 500 meter op de Drakenfontein, de bekendste fontein van de stad. Een mooie vergulde draak boven op een zuil omringd door vier waterspuwende draken. Helaas is de rest van de omgeving niet in stijl omdat het midden op een drukke kruising staat met rondom een bouwstijl die niet aansluit.
 
 
Daarna volgde een voor ons onbekend deel via prachtige straatjes en steegjes in de oude binnenstad, Uilenburg genaamd. Over de Lepelstraat, Molenstraat, en over de Binnen Dieze, een klein grachtje dat daar dwars door de buurt loopt, met overal om je heen lokkende terrassen, cafés, eetcafés, auberges en restaurants. Meer dan de moeite waard om nog eens terug te komen.
 
 
 
De stad wordt uitgebreid bestudeerd en soms is er ook onderling contact

 
 
 
 
De route brengt je via nog een aantal aantrekkelijke oude winkelstraten op het marktplein bij het stadhuis. Tot die markt hielden wij stand maar in café 'In de Kleine Werelt' gingen wij overstag voor een koffiebreak met een lokale bol.

Na de rust leidt het pad via weer enkele kleine straatjes naar het volgende hoogtepunt in de vorm van de St Janskathedraal. Een prachtig bouwwerk, zowel van binnen als van buiten. Met recht een trots van de stad, deze bisschopskerk.
 


 
 
Hij lijkt een beetje op de St Baafskathedraal in Gent; mooi groot middenschip uitmondend in een ruim priesterkoor. Rondom het priesterkoor zijn diverse rijk gedecoreerde altaren ingericht. De zijbeuken zijn niet voorzien van banken en hebben daardoor een indrukwekkend ruimtelijk effect. Draai je je om dan kijk je tegen een enorm hoog orgel aan, dat de hele achterwand beslaat. Als je geïnteresseerd bent kan je er zo enkele uren in doorbrengen. Maar terrier Jack vindt dat wij verder moeten.
 
 
 
 

Na de St Jan volgen nog enkele aardige straten maar na de Hinthammerstraat brengen de markeringen je steeds verder weg van de mooie binnenstad en belandt je via een rondgang om de zandplas ‘De IJzeren Vrouw’ in buitenwijken die steeds minder zeggend worden. Nog zeker een uur loop je door de bebouwde kom voordat je eindelijk via de wijk Orthen de stad verlaat. Dat denk je tenminste. Na het natuurgebied De Fransche Wielen passeer je de A59 om bij het oude dorpje Engelen te lezen dat dit ook bij Den Bosch hoort. Na een paar mooie interessante, oude straatjes lopen we al snel weer door moderne wijken waar we nou net niet wilden lopen.
 

Luchtfoto van de golfbaan met een aantal van de 9 'retro' vestingen en kastelen
Middenboven 'Slot Haverleij. Foto van internet.

Engelen wordt gevolgd door een semi natuurgebied in de vorm van een grote golfbaan, waar je van dichtbij de verrichtingen van de spelers kunt volgen. Dit voetpad eindigt bij een tweetal nieuwe, retro vestingen. Aan de linkerkant het Kasteel Leliënhuyze uit 2006 met een buiten en een binnenring en van veraf allerlei torenachtige woningen omgeven door een gracht. Wij gaan naar rechts en steken dwars door de retro-vesting Slot Haverleij. Een moderne vesting met moderne, waarschijnlijk draagkrachtige inwoners. Niet onaardig, hoewel er een gekunstelde indruk van uit gaat. Ben benieuwd hoe de entourage er over veertig jaar uitziet.

Foto van internet op de voorgrond 'Kasteel' Lelienhuyze
 
 
 
Langs de Dieze en in de Henriettewaard lopen we weer wat meer in het open veld. Pas als we na nog een kilometer de Maas bereiken ten noorden van de Empelse dijk en Oud Empel gaat het door een mooie uiterwaard met steile oevers en verschillende aantrekkelijke strandjes. Hoewel, het is nu te koud voor een beetje pootjebaaien voor ons, maar niet voor killer Jack.
Ook na de onderdoorgang van de A2 gaat het door een aardig natuurgebied waar in dit jaargetijde de laatste maïs klaar staat om binnengehaald te worden. Opvallend zijn dan ineens bloeiende planten die een eigen ritme hebben gekozen en zich niets aantrekken van de laatste rode en bruine bladeren die weigeren te vallen.



Die bomen begeleiden ons door een paar straten met luxe huizen naar het centrum van Empel waar wij bij de rotonde op de bus mogen wachten en tegelijkertijd vaststellen dat ook dit Empel geen zelfstandige gemeente is maar gewoon bij Den Bosch hoort. Eigenlijk hebben we dus de hele dag in de gemeente den Bosch gelopen. Als je van architectuur houdt kom je aan je trekken, maar voor de natuurzoekers  is het wat mager. Maar mager worden kan ook een doelstelling zijn.