Welkom


Welkom op mijn trektochten en wandelweblog. Na maanden van trainingswandeltochten maak ik eenmaal per jaar een trektocht. Meestal in de bergen. Het verslag daarvan zet ik op dit weblog. In 2011 heb ik er voor gekozen ook de dagwandelingen in aparte blogberichten te publiceren. Tegelijkertijd rijg ik die berichten op een afzonderlijke pagina aaneen tot een compleet verhaal. (Zie de rechter kolom). Mijn bedoelingen met deze verhalen staan te lezen in 'Over mij', hieronder in de linker kolom. Veel lees- en kijkplezier.
Groet Frans

maandag 26 september 2011

GR 10 - 2011; Gîte d’etape Monicou – Barrage Étang d'Izourt

Dit is een vervolg bericht in de serie over onze wandeltrektocht in 2011 over de GR10. 
De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 Pyreneeen oost: Ariège - Carlit


Contact verloren bij Arties

(Zaterdag 20 augustus, 9 uur (inclusief alle rusten), ±1150m klimmen, ± 630m dalen, ±16 km door de extra lussen)

Op onze route naar het Étang d'Izourt komen we ondanks dat het weekend is, naast een aantal vissers maar erg weinig wandelaars tegen. Tot aan Arties zelfs niemand. 
Na het goed verzorgde ontbijt door mevr. Denjean jr. startte de dag steil omhoog door het bos. Tot aan Arties lopen we daarna aangenaam verder over een geleidelijk stijgend en goed beloopbaar pad in de schaduw van het bos bij een temperatuur van rond de 28 graden. Na het passeren van de kam volgde een afdeling van lange lussen waar we slingerend over het pad liepen om de eenzijdige belasting van de knieën een beetje weg te nemen. In het gehucht Arties hebben we eerst in de publieke wc onze watervoorraad aangevuld en zijn daarna uitgebreid in de schaduw van een stapelmuurtje gaan lunchen.
Daar zagen we ook voor het eerst de omvang van onze broodjes die we met scherpe zakmessen tot hapklare plakken konden omvormen; andere landen, andere dimensies, maar erg lekker en voedzaam.


Waar is Frank?
Na de rust neem ik het initiatief om vast vooruit te lopen zodat Frank mij kan inhalen, omdat hij sneller loopt. Alleen word ik nooit meer ingehaald. Nadat ik voorbij de vorige splitsing enige minuten omhoog gelopen ben, sta  ik nu al weer enige tijd in het dichte bos te wachten. Dit klopt niet helemaal. Dan maar terug naar de laatste splitsing van paden, maar geen Frank. Waar is Frank?

Met een licht schuldgevoel sta ik daar een beetje dom om me heen te koekeloeren. Ik had natuurlijk bij deze splitsing moet wachten ook al staat er een markering voor het goede pad en een kruis bij het verkeerde. Waarschijnlijk heeft hij het verkeerde pad genomen dat aanlokkelijk goed aansluit op het voorgaande. Of zit hij nog in Arties? Dat laatste is onwaarschijnlijk omdat ik hem, toen ik al boven Arties liep, nog zag vertrekken uit het dorp. Dan maar kijken op het verkeerde pad. Maar dit pad wordt na twee honderd meter zo smal dat het toch ook weer twijfelachtig is dat hij hier verder is gegaan. Ik doe mijn rugzak af en laat die staan op de splitsing van de paden. Daarna ga ik toch maar terug tot net voor het dorp waar ik hem voor het laatst achter mij zag. Geen Frank te zien. Inmiddels zijn er 43 minuten voorbij. ‘Shit, wat kan ik nog meer verzinnen?’ gaat er door mijn hoofd. ‘Waar kan die oen dan ook gebleven zijn?’ sputtert ergens nog een opstandige hersenkwab tegen.

Met het toenemen van de tijd groeit ook mijn schuldgevoel. Telefoneren is ook geen optie omdat er hier geen ontvangst is behalve voor noodoproepen, maar dat lijkt me weer wat voorbarig. Dan nog maar tegen beter weten in een keer helemaal terug naar het dorp tot op de plek waar we gerust hebben. Ik laat op mijn rugzak een briefje achter met de tekst 'Ben naar Arties, kijken waar je blijft, 14.47'.

Bewoners bevestigen daar wat ik al wist; mon camarade is reeds geruime tijd vertrokken. Dus ik weer terug naar mijn rugzak. 
Het briefje op mijn rugzak maakte weinig indruk op de andere rugzak
Op mijn weg terug hoor ik tot mijn opluchting mijn naam roepen. Ik antwoord met fluiten op mijn vingers. Bij aankomst bij de rugzak tref ik daar Frank. Hij kijkt niet blij. Hij had over het verkeerde pad een behoorlijke afstand afgelegd, was op het steeds smallere pad onder bomen doorgekropen en over muurtjes geklommen en dat alles dus ook weer in omgekeerde volgorde. Ik bazel nog wat dat ik dit maar niet meer ga doen, maar Frank wordt daar niet blijer van. De verwijzing naar mijn briefje en daarmee naar mijn extra inspanning scoort ook niet; het briefje was nog niet eens opgevallen. Ik vind het natuurlijk wel stom dat hij dat teken niet heeft gezien maar dit lijkt me niet het moment voor een diepgaande reflectie. Vooruitlopen is vanaf nu een non-item geworden.

Na een korte rust voor Frank gaan we verder over het 'goede pad' dat met extra klimmen en dalen na anderhalve kilometer weer op de asfaltweg uitkomt waarop wij in Arties ook hadden gestaan en daarmee heeft het volgen van de markering dus ook nog eens weinig toegevoegd. Hoewel wij vanochtend nog vonden dat de extra rust van gisterenmiddag en de lange nacht ons goed had gedaan is dit sentiment na de extra kilometers en de toegenomen warmte (31 graden) omgeslagen.
De klim naar Étang d’Izourt viel tegen. Op weg er naartoe wenste een Fransman ons al 'bon courage' wat vaak weinig goeds voorspelt. Tijdens de lange klim in de warmte wees Frank in een vlaag van overmoed nog op een hoge liftmast van de Électricité de France onder de uitroep dat hij wel moe werd, maar dat als het moest hij nog zeker naar deze mast zou kunnen stijgen. Anderhalf uur later keken we ruim neer op deze mast. Maar toen waren we wel bijna bij de stuwdam van het Étang d'Izourt. Toch wel zwaar zo'n zelf verlengde etappe.
Nog even wat aantekeningen maken
Naast het liftgebouw hebben wij rond 18.30 op een redelijk vlak stuk onze tenten neergezet met zicht op de stuw, het meer en enkele malloten die schreeuwend over de dam kwamen aangesloft in een ongelijke formatie, hier en daar op teenslippers en met een fantasiebepakking variërend van weekendtassen, plastic zakken en day-packs met meer er buiten dan er in; een soort stadse dak- en thuislozen op safari. Gelukkig sloegen ze hun kamp een vijftig meter boven ons op. Met water uit een bron op honderd meter van onze tenten werd dit keer de pasta-bolognese poedermaaltijd aan de kook gebracht. Omgeven door een warme, soort Föhnwind werd de dag ontspannen afgesloten met een cup-a-soup/koffie combinatie.
Etang d'Izourt
De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 Pyreneeen oost: Ariège - Carlit

woensdag 21 september 2011

GR 10 - 2011; Refuge de Bassiès - Gîte d’Etape Monicou

Dit is een vervolg bericht in de serie over onze wandeltrektocht in 2011 over de GR10, zie voor het hele verhaal de voorgaande berichten of het aaneengesloten verslag in de aparte pagina GR10 Pyreneeen oost: Ariège - Carlit

Oprukkend bos

(Vrijdag 19 augustus, 6 uur (inclusief alle rusten), ±100m klimmen, ±560m dalen, ±11,5 km)


Zijaanzicht van de Refuge de Bassiès met op de
 achtergrond een windvaan voor de helilandingsplaats
De waarde van schrikdraad werd de volgende ochtend danig onderuit gehaald toen een koe zonder veel omwegen er over heen stapte en begon aan haar ontbijt in onze 'camping'. De rekening van de Refuge, viel daarentegen weer mee als je bedenkt dat de voorraden per helikopter worden aangeleverd; 2 personen demi-tention € 78,50 , inclusief de fles wijn van € 14,00 , 2 x douchen en een verschillende blikjes cola en bier.

Een nieuwe morgen, op weg naar de Étangs de Bassiès
Om 08.30 gingen wij als een van de eersten op pad. Het eerste deel van de route ging langs de elkaar opvolgende meren, de Étangs de Bassiès, die in het ochtendlicht een schitterende spiegel vormden voor de omliggende bergen.


Hoewel op de 1:50.000 kaart aangegeven als redelijk vlak, was de voortgang gematigd door de vele keien.  Het min of meer vlakke deel werd afgesloten met de passage van een ingenieus bruggetje opgebouwd uit goed geselecteerde en bekwaam gerangschikte rotsblokken.
Steenblokkenbrug, ingenieus stevig.
Tegelijk een wonder dat het overeind blijft onder zoveel gewicht.

De steile afdaling door het bos werd bemoeilijkt door het vele losse grind. Uiterste concentratie was daar nodig om niet onderuit te gaan.

Makkelijk wandelen over caissons
Na de afdaling sloegen we rechtsaf, richting zuid, en liepen gedurende 4 km comfortabel over een soort wandelpad bovenop een holle gang naar het gehucht Marc. Later in Monicou hoorden we dat er door die holle caissons in vroegere tijden water was getransporteerd ten behoeve van de elektriciteitsopwekking. Tegenwoordig zie je daarvoor her en der metalen pijpen van de hellingen komen die naar nabijgelegen turbines worden geleid.

Bij de nadering van Marc hadden we nog de vage hoop om de hitte, 32 graden, te kunnen bestrijden in het van bovenaf waargenomen zwembadje. Jammergenoeg bleek dat badje alleen voorbehouden aan de gasten van het tegenover gelegen Hotel des Vacances. Toch waren we al content met de geopende bar waar we een intens geluk ervoeren bij het drinken van een ijskoude Orangina, een zaligheid die je helaas alleen maar schijnt te kunnen ondergaan na uren in de zon lopen zweten met een bijvoorbeeld een zware rugzak op je nek.

Al tegen half drie konden we ons melden op het terrasje van het eenvoudige cafeetje van mevrouw Denjean jr., de dochter van de oude mevrouw Denjean waarover Ton Joosten in 2005 in zijn gids roemt en voor wie hij dan nog een lange toekomst ziet. Wij zijn echter te laat om kennis te maken want mevrouw sr. heeft een paar jaar later op achtentachtigjarige leeftijd haar café met de eeuwigheid verruild.
Voor het café zelf is de tijd ook nauwelijks verder gegaan zoals wij na een fotovergelijking konden vaststellen. Dat is ook meteen de warme charme van deze omgebouwde woonkamer in dit oude huis. Een heerlijk authentieke ruimte die je nog maar zelden tegen komt.

In het café hangen ook foto's waarop je kunt zien onder welke primitieve omstandigheden de boerenfamilies hier vroeger leefden. Mevrouw Denjean legde uit dat de dorpen vroeger veel bevolkter waren dan nu met scholen, winkels en werkplaatsen. Vroeger betekende eind negentiende eeuw en begin vorige eeuw tot de tweede wereldoorlog. Daarna zette de grote uittocht naar de steden verder door en kwamen vele woningen en hutten leeg te staan. Ook de grote terrasweides tot hoog op de hellingen werden niet meer benut en werden langzaam weer door de natuur heroverd. Op onze kaart die is vastgelegd in 2001 zijn nog enkele open stukken op de tegenover liggende helling afgebeeld. Inmiddels tien jaar later staat het bos over de volle lengte en hoogte van de helling en komt tot aan de beek op het diepste punt van het dal. Mevrouw Denjean zag het bos nu al jaren oprukken en kreeg het er benauwd van.

Leefomstandigheden in de Pyreneeën in het verleden.
Kijk eens naar de vingers.

Het begrip lunchpakket (une pique-nique of panier-repas) is hier ook nog van ver in de vorige eeuw. Op het terras zagen we een bergwandelaar die bezig was met de Haute Route Pyrénéenne die door nog hogere en woestere delen van de Pyreneeën gaat dan de GR10. In zijn hand woog hij een massief brood dat hem goed bedoeld werd aangeboden om de komende uren te overbruggen. Je zag hem wikken en wegen, niet alleen het gewicht van het brood maar ook zijn woorden om de aardige mevrouw Denjean zonder kleerscheuren te bedanken.
Op dat moment wisten wij nog niet dat we de volgende ochtend voor ons broodje kaas en broodje ham ook twee van deze broden meekregen met per brood meer dan een ons kaas en een ons ham. Heerlijk machtig.
Na de introductiefase werd echter duidelijk dat de gîte-ruimtes, die zich in de andere huizen van het gehuchtje bevonden, volledig waren bezet als gevolg van de morgen te verlopen bergmarathon.
Als je op de foto klikt kan je zien
dat hij handschoenen aan heeft
Bij een bergmarathon, kwamen wij achter, moet je denken aan 42 km hardlopen met een hoogteverschil van 2500 meter. Terug in Nederland heb ik nog even gegoogeld en vond daarbij de Nederlandstalige website
'UltraNed'. Op deze website 'van en voor ultralopers in de Lage Landen' wordt deze loop op de wedstrijdkalender beschreven als een 'Pittige bergmarathon met start en finish in Auzat op 737 meter. Het hoogste punt van de route de Pic d'Estats ligt op 3143 meter halverwege de route.' Einde omschrijving. Voor ultralopers is dit 'pittig' dus blijkbaar geen understatement. Uit de foto op het affiche konden we gelet op de wielrenhandschoenen afleiden dat je daarbij ook je handen mag gebruiken. Aan ons dus niet besteed omdat wij niet over de juiste uitrusting beschikten.

Wat wel weer goed van pas kwam waren onze tenten. Via de bemiddeling van mevrouw Denjean jr. mochten wij op een zeer plezierig weilandje aan een koele beek bivakkeren. De rest van de middag hebben we ons daar onledig gehouden met huishoudelijke zaken. Voor het avondeten vielen we terug op gevriesdroogd adventure food waarbij de kozen voor nasi met satésaus met koffie na. De avond (tot de duisternis van 21.30) werd gevuld met het terugslenteren naar Marc om daar het bierniveau te laten dalen.

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 Pyreneeen oost: Ariège - Carlit

vrijdag 16 september 2011

GR 10 - 2011; Aulus les Bains - Refuge de Bassiès

Dit is een vervolg bericht in de serie over onze wandeltrektocht in 2011 over de GR10, zie voor het hele verhaal de voorgaande berichten of het aaneengesloten verslag in de aparte pagina GR10 Pyreneeen oost: Ariège - Carlit

Vrijpostige beesten

(Donderdag 18 augustus, 7 1/2 uur (inclusief ontbijt en alle rusten), ±1180m klimmen, ±220m dalen, ±11,5 km)


Gevraagd naar de hoogtepunten van deze dag waren dat volgens Frank; verkeerd lopen, tijdverlies door een stom petje en omlopen.

De wandeling begon met een ontbijt op de picknickweide van Aulus les Bains. Doodgemoedereerd togen we daarna op pad in de richting van de Port de Saleix en slaagden er reeds na 1400 meter in een verkeerde afslag te nemen om dit met enig geluk na 1700 meter te ontdekken. Consequent zetten we deze lijn door toen ik er na 2,5 km achter kwam dat ik mijn broodnodige petje, met zonneklep, verloren had. Daarom afhangen en Frank achterlaten en terug naar beneden. Tijdens mijn zoektocht vond ik niet alleen mijn petje terug, maar ontdekte en passant dat we wederom een afslag hadden gemist. Teruggekeerd bij Frank besloten we deze missers als opstartproblemen te beschouwen en met een kleine doorsteek en een zelfgemaakte route kwamen we op het juiste spoor.

Terugblik op het slingerpad omhoog naar de Port de Saleix

Voor de rest ging alles goed op deze warme startdag (28 graden). Na een lange aanloop door het bos met enkele steile stukken volgde een mooi slingertraject over bergweides naar de Port de Saleix (1794m). Daarna volgde een steil stuk naar de Col de Bassiès (2005m) waar, laverend tussen rotsen en keien, het mooie, kleine Étang d'Alate werd gepasseerd. Onderwijl jaloers kijkend naar de wildkampeerders die zich daar al hadden geïnstalleerd. Tenslotte volgde een vervelende steile afdaling over een keien- en grindpad naar de Refuge de Bassiès.

Étangs de Bassiès




Refuge de Bassiès gezien vanaf onze schrikdraad-camping
Vanwege de extra moeite, en het feit dat we met een tent een grote mate van onafhankelijkheid hebben, reserveren we nooit tevoren bij een refuge of gîte d’etape. Aangekomen bij de Refuge de Bassiès bleek deze vol en was er alleen nog de keuze uit de vloer in de eetkamer. Gelukkig mochten we wel, natuurlijk tegen betaling, in een met schrikdraad afgezet gedeelte achter de refuge kamperen. Daarmee konden we wel mee-eten en gebruik maken van de faciliteiten.

De avondmaaltijd hebben we met een Frans groepje 'retraitées' gebruikt. Met een door ons aangeboden fles wijn leukten wij de uiensoep en de aardappelpuree met worstjes op tot een nog smakelijker niveau, gelijktijdig het gehoor verbazend met de mededeling dat ook wij min of meer gepensioneerd zijn. Daarmee was de misvatting nabij, want met de Griekse financiële crisis nog in het korte geheugen leidde dit snel tot de onuitgesproken conclusie dat het Nederlandse systeem toch ook wel erg soepel is. Pogingen dit te nuanceren in haperend Frans waren een uitdaging voor onze vocabulaire en werden ondermijnd door de hinderlijk schreeuwende Nederlandse kinderen aan de tafel achter ons, die nauwelijks door hun ouders werden gecorrigeerd. Ook dat is een stimulans om buiten een refuge in een tentje te overnachten.

Blik richting Etangs de Bassiès vanaf onze zijde van schrikdraad


Voor degene die in de toekomst nog in deze refuge willen overnachten nog een tip; voor ontvangst met je mobiel moet je in de eetzaal vlak bij de keukeningang gaan staan want precies daar lift je mee met de radio-antenne. Op die manier kon ik mooi in deze prachtige vallei hoog in de bergen van Judith horen dat de voorbereidingen van de quilt- en borduurreis naar Ste Marie aux Mines op schema liggen. Na zo'n bericht weet je meteen weer waar thuis de  prioriteiten liggen. 

Stom beest, ga ergens anders pissen

Schrikdraad heeft verschillende eigenschappen; je kunt er van schrikken, het houdt dieren aan de andere kant en het houdt dieren aan jouw kant als je even niet hebt opgelet. Geschrokken ben ik behoorlijk, maar niet van het schrikdraad. Gezeten op mijn hurken om mijn toilettas uit de tent te halen hoorde ik achter mij geritsel en ademen. Vloekend van de schrik sprong ik op toen ik met tien centimeter afstand tegen het grote hoofd van een muildier aankeek. Betrokkene was door zijn baas, die inmiddels ook zijn tentje op het veldje had gezet, losgelaten in de gedachte dat zijn lastdier leuk bij huis zou blijven. Een vergeefse hoop toen hij hem die avond een kilometer verder bij een aantal paarden vandaan moest halen.


Wat het schrikdraad die middag en nacht nog wel buiten hield waren de verschillende koeien met hun kalveren. Dat was temeer prettig omdat koeien nadat ze gekalfd hebben weer tochtig worden. De twee aanwezige stieren beschikten kennelijk ook over deze wetenschap. Met regelmatig een ontbloot lid, dat nog net niet over grond sleepte, achtervolgden zij aanmatigend een koe die blijkbaar hun attentie behoefde. Dit mag beschouwd worden als een natuurlijke activiteit maar leidde bij een meidengroep tot hartstochtelijk gelach en een enkel afgewend hoofd toen, net op het moment dat zij wilden passeren, de hoofdstier zijn kans schoon zag en in volle glorie zijn lusten bevredigde. Een biologieles in de praktijk.

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina GR10 Pyreneeen oost: Ariège - Carlit

zaterdag 10 september 2011

GR 10 - 2011 De heenreis; een stappenplan met controle

(Woensdag 17 augustus)
Crimineel
'Weet u dat u een beperking heeft op uw rijbewijs?' Nee dat wist ik niet. Ik sputterde nog wel dat ik alle rijbewijzen had, maar dat nam de gemelde beperking niet weg bij de geraadpleegde centrale. De uitleg dat ik voor een wandeltocht naar de Pyreneeën onderweg was maakte in het donker om 04.15 in een klein straatje in Leusden nog niet de indruk die ik hoopte, maar mijn wandelbroek moet toch enig vertrouwen hebben ingeboezemd. Na tien minuten kreeg ik mijn paspoort van de vriendelijke politieagenten terug en kon ik verbouwereerd dertig meter verder bij Frank aan bellen. 'Waar bleef je Ebbelaar?' Ik kon hem nog net wijzen op de voorbijrijdende politieauto anders had hij mijn verhaal nooit geloofd. 

(slechts een nep sfeerbeeld)
Als domme burger die normaal op dat tijdstip slaapt maak je in een kwartier meer mee dan je tevoren bedenkt. Eerst stond ik bij het verlaten van Hoevelaken met nog twee andere auto's minuten lang bij verkeerslichten te wachten op een kruising waar verder geen hond voorbij kwam, daarna werd ik op een lus van het nog stille klaverblad binnendoor over de vluchtstrook met zeker 80km per uur ingehaald door een (weg)crimineel en vervolgens werd ik op weg naar Leusden stiekem gevolgd door een auto met rood/blauwe strepen die, net op het moment dat ik de provinciale weg verliet, het stopteken gaf om mij te controleren. Ze voerden extra controles uit vanwege de pyromaan die in deze omgeving al geruime tijd huizen met rieten daken aansteekt. Misschien kwam het allemaal door het rode autootje van Judith dat ik mag gebruiken. In ieder geval was het niet direct het verwachte begin van een wandelvakantie.

Na de vakantie ben ik bij de lokale wijkpolitie gaan navragen wat die zgn. beperking zou zijn. In geen van hun registers kon politieman Gijs iets vinden wat daar op wees.

Het was sowieso een al een geluk dat we op het juiste tijdstip naar de juiste bestemming vertrokken. In januari hadden Frank en ik de gewenste aankomst- en vertrektijden vastgesteld om 's avonds op 17 augustus in Aulus les Bains aan te komen. Daarna werd er uitgebreid gegoogeld, vergeleken en tenslotte op basis van het prijsverschil gekozen voor een vlucht vanaf vliegveld Weeze net over de grens bij Nijmegen. De ticketbevestiging die we kregen gaf wel aan dat er een verschil was tussen de locatie van de zoekopdracht en de werkelijke locatie, maar dat kon toen nog worden uitgelegd in het voordeel van Weeze. De dag voor vertrek twijfelde Frank daar echter aan en bij verdere controle bleek onze maatschappij, Air France, niet vanaf Weeze te vliegen en kwam ons vluchtnummer alleen maar voor bij de vluchten vanaf Düsseldorf International Airport. Net op tijd dus om nog een andere parkeerplek te reserveren en de vertrektijd en de route naar het vliegveld snel bij te stellen. Hoewel wij professionele ervaring hebben in het bijstellen van plannen na het passeren van de startlijn kwam deze noodzakelijke aanpassing toch wel erg 'just in time' tot stand.

In dezelfde categorie 'last minute' controles viel de overname van de rode Seat van Judith die vanwege de ouderdom een goede keuze leek voor het verblijf van twee weken in een 'Parkhaus'. De dag ervoor nog even de olie gecheckt en de papieren gewisseld en met Maxime een ritje naar de tandarts gemaakt. 'Wat trilt de auto raar, vind je ook niet Maxime? Heeft mama daar al iets van gemeld?' Maxime bevestigde aarzelend het eerste en wist niets van het tweede. Dan morgen maar een beetje rustig rijden. Frank vond de volgende ochtend wel dat de auto een beetje vreemd trilde maar beiden vonden we dat we door moesten om op tijd aan te komen.

Stappenplan
Een reis is eigenlijk een soort stappenplan dat zich goed laat voorbereiden maar elke reiziger weet dat er bij de uitvoering voortdurend van die stress-zoekmomenten zijn, die niet in de gids staan. Ons stappenplan voor de heenreis was uitgebreid maar overzichtelijk; met de auto via de uitgezochte route naar het vliegveld Düsseldorf, parkeren, bagage afgeven, boarden, op Parijs-Orly overstappen, uitstappen op vliegveld Toulouse-Blagnac, met de shuttlebus naar het busstation vlakbij het treinstation, met de bus naar St-Giron in de Pyreneeën en tenslotte met een minibus naar het nog hoger gelegen Aulus les Bains. Daarbij was de vertrektijd van de minibus de deadline want hoog in de bergen rijdt deze maar enkele keren per dag en wij hadden de laatste mogelijkheid uitgezocht.

Blik vanuit de sky-train
Zonder problemen bereikten we exact op het opgegeven tijdstip 06.15 de creditcardlezer van 'Parkhaus 4'. Bij het binnenrijden van de eerste etage zagen we nog net in een flits een klein display dat aangaf dat er daar nog maar twee plekken vrij waren. Na twee rondjes gaven we het zoeken op om het op een andere etage opnieuw te proberen. Maar in deze vreemde parkeerflat betekende dit dat we eerst weer helemaal naar beneden moesten om opnieuw te beginnen en tenslotte op de derde etage de auto te stallen. Frank wist zich te herinneren dat we hier met een zogenaamde 'sky-train' naar de terminal zouden worden vervoerd. Waar is dan die train? In het georganiseerde Duitsland was geen aanwijzingsbord te vinden hoe je in de vertrekhal kwam. Dan maar de rugzakken om en via het trapportaal naar beneden. En zie, op de begane grond een bordje om vervolgens in een twee meter verder gelegen liftschacht weer omhoog te gaan naar niveau zwei waar we na enig knutselen ook de toegangsdeur van de binnenkomende zweeftrein lieten openen. De digitale omroepstem gaf gelukkig aan dat de trein eerst naar Terminal A/B zou gaan en daarna naar terminal C. Deze informatie is erg waardevol als aangegeven wordt vanaf welke terminal jouw vlucht vertrekt maar verrassend frustrerend als je dat nergens kunt aflezen. Op basis van kansberekening kozen we voor de halte A/B en tot onze opluchting bleek dit juist te zijn.

Inmiddels was er dus enige tijd verstreken maar nog voldoende om de bagage-inleverdeadline 06.55 te halen, dachten wij. Met behulp van minieme aanwijsbordjes, dan leer je Schiphol ineens waarderen, vonden we het correcte 'bagage drop-off point' waar we aansloten in de rij. Van het tiental desks waren er op dit uur maar drie bemenst, zodat de rij uiterst traag vorderde en 06.55 rap naderbij kwam. Om 06.50 stonden we bijna vooraan toen er personeel roepend voorbij kwam of er nog mensen waren voor Parijs. Deze mochten naar voren om nog op tijd aan boord te komen. Onze passeeractie scoorde echter niet omdat de familie voor ons ook naar Parijs wilde. Uiteindelijk om 06.54.30' leverden wij onze rugzakken in. De tweede opluchting van deze dag duurde echter maar drie minuten want op onze weg naar de gate werden Herrn Ebbelaar en Herrn de Wit via de omroepinstallatie gebeten zich snel naar de gate te begeven om nog mee te kunnen. Dus geen wc meer maar linea recta door. De rust keerde weer toen we in de bus naar het vliegtuig stonden.

Terras in St-Giron
De overstap in Parijs leverde geen echte verrassingen op. Na de derde controle op deze jonge dag, met dit keer een fouillering op kousenvoeten als toegift, mochten we door. In Toulouse speelde onze ervaring van vorig jaar in ons voordeel. De shuttle-bus was direct gevonden en op het busstation kenden we de weg tot in de toiletten. De wachttijd hebben we gebruikt om in een zijstraat een gastankje te kopen en te lunchen. In St Girons hadden we een marge van drie kwartier die we spendeerden op een caféterras waarbij we de busparkeerplaats angstwekkend goed in de gaten hielden. Dat bleek terecht want het mini-busje dat na verloop van tijd arriveerde had geen buslijn logo maar bleek gelukkig wel de juiste verbinding met Aulus waar we om 19.00 aankwamen. In Aulus waren we bekend met de locatie van de camping. Na het opzetten van de tent kwam het eerste echte relaxmoment op een buitenterras, waar we bij een temperatuur van rond de 25 graden deze dag uitgebreid van ons af dineerden.


De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina 

donderdag 8 september 2011

PYRENEEËN 2011: GR 10

VERDWENEN EN HERVONDEN

Deel 4: AULUS LES BAINS - LA CABANASSE
± 120 km hemelsbreed, ± 170 gelopen

















Verdwenen en hervonden
Deze subtitel heb ik gekozen uit de verschillende opties die ik verzon tijdens het hijgend omhoog ploegen op een van de vele klimmen. Dat voortdurend doorgaan op zo'n berghelling waarbij je constant bezig bent met het beoordelen van het pad om je voeten veilig neer te zetten leidt je af van veel gedachten en verschrompelt regelmatig het besef van tijd. Vreemd genoeg biedt die afwezigheid van andere gedachten weer ruimte tot het vertalen van de indrukken en de belevenissen in de mentale notities voor dit verslag.

Verdwenen en hervonden is een korte samenvatting van de tocht van dit jaar. Het staat onder andere voor een verdwenen leefwijze. Net als vorig jaar werd ik bij het zien van verlaten bouwsels geïntrigeerd door de gedachte dat hier begin vorige eeuw en in de eeuw daarvoor veel grotere gemeenschappen hebben geleefd in een omgeving die er toen totaal anders uitzag. Het staat ook voor de diverse keren dat we de weg kwijt waren en natuurlijk weer hervonden. Eenmaal waren we zelfs elkaar kwijt en het duurde meer dan een uur om elkaar weer in een kritische gemoedstoestand te hervinden. Het duidt ook op het kwijt raken van mijn oude petje. Na de eerst keer weer hervonden, maar bij de tweede keer definitief verdwenen. Tenslotte slaat het op een stuk verdwenen ego na te grote interesse van koeien in mijn toilettas. Met steun van Frank vond ik zowel mijn ego als mijn toilettas weer terug. Zijn kwalificatie 'AHA (angsthaas) ebbelaar' werkte hierbij zowel louterend als ontnuchterend. 

De route van dit jaar liep van Aulus les Bains (± 130 km ten zuiden van Toulouse) naar Mont Louis/La Cabarnasse (± 80 km ten westen van Perpignan). Met de geschatte afstand van ± 150 km was dat beduidend minder dan voorgaande jaren, maar de tweede optie om in een keer door te lopen naar de Middellandse Zee leidde weer tot een te groot aantal kilometers en daarmee tot een langere periode dan wij wilden. Het moet een wandelvakantie blijven en geen wandelverplichting worden. Daarnaast vinden Judith en Linda onze afwezigheid al lang zat; van 17 tot en met 31 augustus, dit jaar dus in totaal vijftien dagen waarvan twee reisdagen en een rustdag om Andorra te bezoeken.

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina 

dinsdag 6 september 2011

GR10 – PYRENEEËN 2011: Verdwenen en hervonden

We zijn gezond weer terug van onze 2011 wandeltocht. Zoals al bekend van de voorgaande jaren liepen we weer door schitterende bossen, valleien en over vele cols. Verdwenen en hervonden is een korte samenvatting van de tocht van dit jaar. Het staat onder andere voor een verdwenen leefwijze. Net als vorig jaar werd ik bij het zien van verlaten bouwsels geïntrigeerd door de gedachte dat hier begin vorige eeuw en in de eeuw daarvoor veel grotere gemeenschappen hebben geleefd in een omgeving die er toen totaal anders uitzag. Het staat ook voor de diverse keren dat we de weg kwijt waren en natuurlijk weer hervonden. Eenmaal waren we zelfs elkaar kwijt en het duurde meer dan een uur om elkaar weer in een kritische gemoedstoestand te hervinden.
Ik schat dat ik over een paar weken zal beginnen met het publiceren van de dagverslagen.

De dagberichten zijn in een verslag aaneengeregen in een aparte pagina